Kramerheijn

I. Steven Heijnderijcksz. (Cramerheijn), geboren ca. 1531, schiptimmerman. overleden na 31 sept. 1574 en vóór 1580, trouwde naar schatting ca. 1565 Neelken Corssendr. , geboren ca. 1541, overleden tussen10 okt. 1598en 15 juni 1615, dochter van Cors Claesz. en NN (Lijntgen Maes ?)

Steven was mogelijk een zoon van Cramer Heijn, die vermeld wordt in de 10e penning van Dordrecht uit 1543 (f. 33) met een huis aan de noordzijde van de Voorstraat bij de Grote Kerk [Grotekerksbuurt] In een akte uit 1550 wordt als belender vermeld een zekere Hendrick Remboutsz. alias Cramerheijn:

– 21 juli 1550: Cornelis Jansz. metselaar verkoopt aan zuster Janneken Geritsdr., non in het klooster in de Nieuwstraat, een jaarlijkse losrente van 5 schellingen Vlaams, verzekerd op een huis in de Dwarsgang aan de Landzijde, staande tussen het huis van Cornelis de Vlaeming en dat van Hendrick Remboutsz. alias Cramerheijn. (ORA Dordrecht inv. 1532 (nieuw), akte 319)

– 3 mei 1568: Lijntgen Maes, weduwe van Cors Claesz. schiptimmerman, verkoopt aan Jan Oelisz. de Oude schipper een derde part van een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Lijntgen en het erf van de erfgenamen van Colster, zoals Lijntgens moeder dat huis gedurende haar leven bewoont en gebruikt heeft. Koper is schuldig een bedrag van 16 ponden Vlaams. (ORA Dordrecht inv. 726, f. 22)

– 23 jan. 1574: Steven Henricxsz.. poorter van Dordrecht, 42 jaar oud, verklaart, dat hij van een zekereDamas Cornelisz. een stuk hout heeft gekocht. (ORA Dordrecht inv. 730, f. 96)

– 31 sept. 1574: verklaring door Steven Henricxsz. Cramerheijn, schiptimmerman en inwonende poorter van Dordrecht, ongeveer 43 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 731, f. 47v)

– 1580 (kohier van de 50e penning): Tolbrugstraat:de weduwe van Steven Cramerheijn -4gl. Belender: de weduwe van Cors Claesz. (3 gl. en 4 st.) (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3962, f. 33)

– 18 nov. 1583: Neeltgen Corssendr., weduwe van Steven Henrickxsz. schiptimmerman, stelt zich borg voor Cornelis Henricksz., schipper van Antwerpen. (ORA Dordrecht inv. 715, f. 131)

– 24 sept. 1587: Bouduwijn Sijbertsz. voor zichzelf enNeeltgen Corssen, weduwe van Steven Cramerheijn, voor zichzelf en tevens vervangende Willem Dionijsz., als man van Henricxgen Cornelisdr., allen erfgenamen van wijlen Lijntgen Maessen, weduwe van Cors Claesz., verklaren uit handen van Cornelis Maertensz. van Beaumont een bedrag van 15 ponden Vlaams ontvangen te hebben “ende dat in volle betalinge van zeeckere obligatie inhoudende veertien ponden XI sch. VIII d. Vlaams”, die Lijntgen Maes sprekende had op Cornelis Maertensz. van Beaumont. (ORA Dordrecht inv. 739, 242)

– 25 jan. 1588: verklaring door Neeltgen Corssendr., weduwe van Steven Henricxsz., ongeveer 47 jaar oud en Marijcken Damen, dienstmaagd in “de Pauw”, ongeveer 22 jaar oud, op verzoek van Sophia Balis, de vrouw van mr. Balis. (ORA Dordrecht inv. 717, f. 305)

– 10 okt. 1592: Geertgen [Michielsdr.] Doot, de weduwe van Cornelis Joosten [Doot], vermeld als belender van de timmerwerf van Neeltgen Christiaensdr., weduwe van Steven Hendriksz. (ORA Dordrecht inv. 745, f. 5v)

– 1594 (kohier van de verponding): “aende kaeij nae Sint Joost toe”: de timmerwerf van de weduwe van Steven Cramerheijn -4 ponden 7 schellingen; “opte Nieuhaven” Neeltgen Corssen weduwe van Cramerheijn: 5 ponden (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, resp. f. 39 en f. 65)

– 10 okt. 1598: Neeltgen Christiaensdr., weduwe van Steven Hendriksz. schiptimmerman verkoopt aan Geerit Jansz. Vogel schiptimmerman een geheel erf of timmerwerf met de “lodghie” daarop staande, gelegen op het Nieuwe Werk, belendhet erf van Geertgen Doots, weduwe van Cornelis Joosten [Doot] aan de westzijde en ’s herenstraat aan de oostzijde “in sulcken vougen ende manieren als sij comparante tselve van [de] stadt Dordrecht gecocht heeft”, daarvoor verbindende een huis, erf en toebehoren op de hoek van Sint Joost [zie hieronder], staande en gelegen naast het huis van Pieter Oolen en ’s herenstraat, niet belast zijnde. De werf is verkocht voor 1400 gl., waarvan koper 1100 gl. zal betalen in termijnen van 200 gl. alle jaren op Bamisdag. Borg: Cornelis Thomasz. bakker. (ORA Dordrecht inv. 745, f. 5v)

– 25 juni 1615: compareren Corstiaen Stevensz. schiptimmerman en Andries Mathijsz. schoenmaker, voor henzelf en als testamentaire voogden over de kinderen van wijlen Laurens Cornelisz. bakker, van wie grootmoeder was Neeltgen Corssen, weduwe van Steven Cramerheijn (na voorgaande toestemming van hetGerecht van Dordrecht dd 15 juni 1615) enCorstiaen Stevensz. nog vervangende en zich sterk makende voor Henrick Stevensz. en Adriaen Jacobsz. schiptimmerman. Comparanten verkopen aan Stoffel Baltensz., aan wie 1/6 deel toekomt, 5/6 delen van een huis op de Nieuwe Haven omtrent Sint Joost [= Aardappelmarkt] aan het Moriaenshooft, staande tussen het huis van Pieter Oolen en de Nieuwe Haven, het huis niet belast zijnde. Koper kent schuldig aan verkopers 1000 gl., te betalen met termijnen van 166 gl. 13 stuivers 10 penningen alle jaren op meidag, daarvoor verbindende het voornoemde huis. (ORA Dordrecht inv. 756, f. 60v en 61)

Gevelsteen Aardappelmarkt (www.gevelstenen.net)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Henrick Stevensz. genaamd Cramerheijn, geboren naar schatting ca. 1565,schiptimmerman van Dordrecht (1592), overleden na 3 aug. 1633, trouwde NG Dordrecht 27 sept. 1592 (ondertrouw, “door begeerte van Thiel”) Geertken Bosses Jansdr., van Tiel, weduwe van Jan Tengnagel (1592)

b. Corstiaan Stevensz. Cramerheijn, geboren naar schatting ca. 1566, volgt II

c. Mariken Steven Kramerheijnsdr., geboren naar schatting ca. 1570, trouwde NG Dordrecht 29 dec. 1596/12 jan. 1597 (beiden van Dordrecht)Andries Matthijsz. schoenmaker (1597)

Kind:

c-1. Matthijs, gedoopt NG Dordrecht juli 1598

d. Aertge (Aechten) Steven Cramerheijnsdr., geboren naar schatting ca. 1571, trouwde NG Dordrecht 9/23 jan. 1600 (beiden van Dordrecht)Laurens Cornelisz. (de Gelder), van Breda,huistimmerman, weduwnaar van Neelke Simon Claesdr. van der Mijl, van Dordrecht, trouwde 3e NG Dordrecht 20nov. 1616 Adriaenke Adriaen Willemsdr., van Dordrecht, weduwe van Adriaen Stevensz. (Braets), zeilmaker te Dordrecht.

Kind:

d-1. Pieter, gedoopt NG Dordrecht aug. 1612

e. Anneken Steven Cramerheijnsdr., gedoopt NG Dordrecht 1mrt. 1574, trouwde NG Dordrecht 23 mei/4 juni 1600 Adriaen Jacobsz. jong gezel van Dordrecht (1600), schiptimmerman (vermeld 1605)

– 18 juni 1605: verklaring door Anneken Stevensdr., vrouw van Adriaen Jacobsz. schiptimmerman, 30 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 899)

Kinderen (allen gedoopt NG Dordrecht):

e-1. Jacob, aug. 1604

e-2. Jacob, nov. 1606

e-3. Aartke, aug. 1609

e-4. Jacop, juli 1610

e-5. Steven, maart 1612.

e-6. Jacob, sept. 1614

e-7. Anneken, maart 1616

f. NN, gedoopt NG Dordrecht 6 juli 1578 (naam van de moeder bij deze doop niet vermeld)

g. Grietken Steven Hendriksdr., geboren naar schatting ca. 1585, van Dordrecht, wonende op de Nieuwe Haven tegenover “hetMoriaenshooft” (1611),overleden ca. 1615, trouwde NG Dordrecht 24 april/8 mei 1611 Stoffel (Christoffel)Baltensz.,geboren naar schatting ca. 1585 in “Lier” [= Jever ?] in Emderland,bakker te Dordrecht (1611-1629), wonende in de Heer Mathijsstraat (= Kolfstraat) naast “de Pelicaen”(1611),overleden tussen 26 juni 1629 en 8 sept. 1629, trouwde 2e NG Dordrecht 14/30 mei 1617 Sara Jan Aertsdr. Teecmanus (Tichmanis), overleden na 24 okt. 1661

– 1626 (1000e penning Dordrecht):Stoffel Baltens backeraangeslagen voor een vermogen van 4000 gl.Hij woont op de Nieuwe Haven bij de Tolbrugstraat Waterzijde.

Kinderen (uit het eerste huwelijk):

g-1. Dorothea Stoffelsdr., geboren Dordrecht naar schatting ca. 1612, jonge dochter (1636), trouwde NG Rotterdam 19 okt. 1636 Dirck Goossensz., jongman [van Nijmegen ?](1636), bosschieter (1632)

– 19 dec. 1632: testament van Dirck Goossensz. van Nijmegen, jong gezel, die als bosschieter op het jacht “Davit van Dort” naar West-Indië gaat en Dorothea Stoffels, jonge dochter. Dirck benoemt Dorothea, aan wie hij trouwbeloften heeft gedaan, tot erfgenaam en vermaakt een legaat aan zijn ouders. Zij legateert aan Dirck de 200 gl., die zij heeft geërfd van haar tante Grietgen Baltens, weduwe van Jan Hermansz., van Jever bij Emden. (ONA Rotterdam inv. 109, akte 133)

Uit dit huwelijk:

g-1-1. Arent, gedoopt NG Rotterdam 28 juli 1637 (getuigen: Annitgen Goessens, Grietgen Baltens)

g-1-2. Stoffel, gedoopt NG Rotterdam 9 mrt. 1639 (getuige: Jannitgen Jans)

g-1-3. Johannus, gedoopt NG Rotterdam 24 sept. 1646 (getuigen: Johannus Stoffels, Machteld Cornelijs)

g-1-4. Trintge, gedoopt NG Rotterdam 11 juni 1647 (geen getuigen)

g-1-5. Arij, gedoopt NG Rotterdam 14 sept. 1651 (geen getuigen0

g-2. een kind (naam in doopboek niet vermeld), gedoopt NG Dordrecht jan. 1615, jong overleden

-26 juni 1629: Stoffel Baltensz., bakker en burger van Dordrecht, ziek in bed liggende testeert voor notaris D. Eelbo. Hij benoemt tot universeel erfgenaam zijn vrouw Sara Jansdr., die gehouden zal zijn na zijn overlijden de kinderen, die hij bij haar heeft verwekt, evenals de voordochter, die hij verwekt heeft bij zijn vorige huisvrouw, wijlen Grietgen Stevensdr., samen op te voeden, te onderhouden etc. tot hun twintigste jaar. Als de kinderen gaan trouwen moet zij hun een somma van 125 gl. uitkeren. Testateur benoemt zijn vrouw tot voogdes over zijn onmondige kinderen. (ONA Dordrecht inv. 56, f. 698 e.v.)

– 8 sept. 1629: extract van het testament van Stoffel Baltensz., op 26 juni 1629 gepasseerd voor notaris D. Eelbo, ingeschreven in het weesboek (Weeskamer Dordrecht inv. 18, f. 82)

– 12 juni 1640: compareert Sara Tichmanis Jansdr., weduwe van Stoffel Baltensz. bakker. Zij benoemt tot erfgenamen haar vier kinderen Balten, Joannes, Aeltgen en Arnoldus Stoffelsz. en tot voogden haar broer Arnoldus Tichmanus, predikant te Utrecht en seigneur Frans Op te Camp, haar goede bekende. Zij tekent met haar naam. (ONA Dordrecht inv. 60, f. 121)

II. Corstiaen (Kerstiaen, Christiaen)Stevensz. Cramerheijn, geboren ca. 1563, schiptimmerman (1588), trouwde 1eNG Dordrecht 4/18 dec. 1588 (beiden van Dordrecht) Lijsken Cornelis Floerisdr., dochter van Cornelis Florisz. Nellis , 2e Tanneken Bartholomeusdr.

– 6 okt. 1587: verklaring op verzoek van Jan de Leeuw, eertijds schrijver van kapitein Laeuw Schots door Claes Apersz., schipper en burger van Dordrecht, ongeveer 30 jaar oud en Corstiaen Stevensz,, ongveer 24 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 739, f. 253)

– 10 april 1590: Crijstiaen Stevensz. Cramerheijn wordt gildebroeder van het Houtkopersgilde “en hadde te voeren [tevoren] een kijndt genaemt Lijnken.” Hij betaalt7 1/2 Rijnse guldens. (Gildenarchieven Dordrecht, inv. 8, f. 59v)

– 17 aug. 1591: Christiaen Stevensz. schiptimmerman verkoopt aan Jasper Cornelisz. bakker, als voogd van het weeskind van Mels Cornelisz., 3 ponden groten Vlaams jaarlijkse losrente op een huis op het Nieuwe Werck, staande in de Hoge Nieuwstraat tussen het huis van de weduwe van Cornelis Joostens en dat Cornelis Floris schipper. (ORA Dordrecht inv. 741, f. 273)

– 1594 (kohier van de verponding): Corstiaen Stevensz., “aende kaeij nae Sint Joost toe”, een huis met de timmerwerf: 7 ponden 10 schellingen (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 39)

– 3 aug. 1633: testament van Corstiaen Stevensz. Cramerheijn, meester-schiptimmerman en burger van Dordrecht, ziek zijnde. Hij vermaakt aan Tanneken Bartholomeusdr., zijn vrouw, de gerechte helft van haar kleren, juwelen en zilverwerk. Aan zijn drie zoons Steven, Bartholomeus en Pieter legateert hij alle schiptimmermansgereedschappen, mitsgaders het geweerbord met al het geweer daartoe behorende. Zijn beide nog ongehuwde voorkinderen Steven en Heijltgen zullen uit de gemeenschappelijke boedel een uitzet krijgen, zoals ook de overige voorkinderen gehad hebben,namelijk een bedrag van 300 gl. Hij benoemt tot erfgenamen zijn voor- en nakinderen, mitsgaders de weeskinderen van zijn overleden dochter Stephania, bij haar verwekt door Willem Marcusz. schipper. Als voogden stelt hij aan zijn broer Hendrick Stevensz. en zijn neef Pieter Hermansz. van der Beeck. (ONA Dordrecht inv. 58, f. 186v) [Vriendelijke mededeling van de heer F.A.M. Vlemmings te Zeeland.]

– “Staet sommier gemaeckt uijt den inventaris vande goederen naergelaeten bij Cornelis Florisz. Nellis schipper.” Tot de nalatenschap behoren:

– een huis, genaamd “den Neptunus”, waarin Nellis is overleden, staande op het Nieuwe Werk, in het openbaar verkocht aan Leendert Cornelisz. en Heijltie Corstiaens, jonge dochter, voor 2625 gl., te betalen bij de overdracht met 1000 gl. contant en voorts ieder jaar een bedrag van 300 gl, waarvan de eerste termijn verstreken zal zijn in mei 1637

– een huisje, verkocht aan Tanneken Bartholomeus, weduwe van Corstiaen Stevensz., voor 320 gl., waarvan 100 gl. contant

– een huisje, verkocht aan Geertruijt Dircks, voor 335 gl.

– een huisje, verkocht aan Govert Meussen backer, voor 315 gl.

– een huisje, staande naast het huis van de weduwe van Corstiaen Stevensz., door haar gekocht voor 310 gl.

(Weeskamer Dordrecht inv. 972, ca. 1636)

– 16 mei 1636: compareren Jacobmina Cornelisdr. voor 1/3 part, Jacob Henricxsz., Gerrit Henricxsz., Lambert Gielen, als man en voogd van Lijntgen Henricxdr. en Arent Pietersz., als man en voogd van Lijsbeth Henricxdr., kinderen van Henrick Creesten, door hem verwekt bij Pieterken Cornelisdr., samen voor 1/3 part en Leendert Cornelisz. Schaep, als man en voogd van Maeijken Corstiaensdr., Willem Marcusz., voor zichzelf en als vader en voogd van zijn kinderen, door hem verwekt bij Steveni Corstiaensdr., de voornoemde Leendert Cornelisz. Schaep tevens vervangende Henrick Wijel, als man en voogd van Lijntgen Corstiaensdr., Lijsbeth Corstiaensdr., weduwe van Claes Ophal en Heijltgen Corstiaensdr., resp. zijn zwager en schoonzusters, allen kinderen van Corstiaen Stevensz., door hem verwekt bij Lijsbeth Cornelisdr. voor het resterende 1/3 part, samen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van wijlen Cornelis Florisz. Nellis. Comparanten verkopen aan Tanneken Bartholomeusdr., weduwe van Corstiaen Stevensz., een huis op het Nieuwe Werk, in de gang achter het huis genaamd “de Neptunus”, zijnde het eerste huisje aldaar, staande tussen de achtergevel van “de Neptunus” en het huisje, gekocht door Geertruijt Dircxdr. Bij de verkoop is bedongen, dat de gang onder naast het huis “de Neptunus” gebruikt mag worden door o.a. de eigenaren van twee huisjes, staande in de Hoge Nieuwstraat, dat zij hebben geërfd van Cornelis Florisz. Nellis. Koopster kent schuldig aan verkopers een bedrag van 220 gl., te betalen met jaarlijkse termijnen van 50 gl. Borg: Pieter Hermansz. van de Beecq. In margine: comp. Tanneken Bartholomeusdr., weduwe van Corstiaen Stevensz. entoonde de originele brief, waarbij bleek, dat de schuld volledig was afgelost. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 28 juni 1642.(ORA Dordrecht inv. 770, f. 126v e.v.)

Kinderen uit het eerste huwelijk (volgorde onzeker):

a. Lijntgen Corstiaensdr., geboren ca. 1589 (vóór 10 april 1590), trouwde Henrick Wijel

b. Cornelis, gedoopt NG Dordrecht jan. 1606

c. Maeijken Corstiaensdr., trouwde Leendert Cornelisz. Schaep

d. Steveni Corstiaensdr., trouwde Willem Marcusz., schipper (1633)

e. Lijsbeth Corstiaensdr., trouwde Claes Ophal

f. Heijltgen Corstiaen Stevensdr., jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kolfstraat (1637), trouwde NG Dordrecht 29 nov./15 dec. 1637 Jan Fransz. de Kets, schipper op Londen, jongman van Dordrecht wonende over de Nieuwkerkstraat (1637)

– 12 febr. 1647: ingeschreven in het weesboek een extract van het testament van Jan Fransz. de Kets en Heijltge Corstiaensdr., gepasseerd op 8 febr. 1638 ten overstaan van notaris J.P. Vekemans te Dordrecht; testament op de langstlevende. (Weeskamer Dordrecht, inv. 21, f. 16) [Vriendelijke mededeling van de heer F.A.M. Vlemmings te Zeeland.]

g. Pieter

h. Steven Corstiaensz. Cramerheijn, houtkoper te Dordrecht

– 16 juli 1627: Steven Corstiaensz. Cramerheijn opgenomen in het Houtkopersgilde, betaalt, omdat hij een zoon van een gildenbroeder is en nog ongehuwd, 10 st. (Gildenarchieven Dordrecht, inv. 8)

Kinderen uit het tweede huwelijk:

i. Bartholomeus Corstiaensz. Cramerheijn, geboren naar schatting ca. 1615, jongman van Dordrecht, schiptimmerman wonende op de Hoge Nieuwstraat (1638), houtkoper, weduwnaar wonende buiten de Sluispoort (1663), trouwde 1e NG Dordrecht 13/29 juni 1638 Ariaentgen Fransdr. (Francken) de Kets, jonge dochter wonende bij de Nieuwkerkstraat (1663), 2e NG Dordrecht 10 juni 1663Hester Jacobs, jonge dochter van Dordrechtwonende buiten de Riedijksluis (1663)

– 4 mrt. 1634: opgenomen in het Houtkopersgilde Bartolomeus Corstiaensz. Cramerheijn, zoon van een gildebroeder, ongehuwd, betaalt 10 stuivers, is van de eerste eed. (Gildenarchieven Dordrecht, inv. 8)

Kinderenhet eerstehuwelijk:

i-1. Neeltjen, gedoopt NG Dordrecht okt. 1639

i-2. Corstiaen Cramerheijn, gedoopt NG Dordrecht dec. 1640

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 36: op 9 mei 1697 verkoopt Maeijcken van Hemert, weduwe van Abraham Schroten, bakker en burger van Dordrecht, voor 2280 g. aan Corstiaen en Jacobus Cramerheijn, burgers van Dordrecht, een huis in de Oude Breestraat tegenover de Lombardstraat, staande tussen het huis van Hendrick en Jacob Ceur en dat van Anthonij de Heus, wonende in Rotterdam.

i-3. Steven, gedoopt NG Dordrecht 16 mei 1649

i-4. Wouter, gedoopt NG Dordrecht 30 april 1651

i-5. Pieter

i-6. Franchoijs

i-7. Maeijke Cramerheijn, geboren naar schatting ca. 1660

ORA Dordrecht inv. 1654, f. 10: op 8 febr. 1735 verkoopt Jacob Cramerheijn, als procuratie hebbende vanzijn zuster Maaijken Cramerheijn, voor 710 gl. aan Cornelis Vogels, burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat bij de Grote Spuistraataan de havenzijde, staande tussen het huis van mr. Matthijs Berck, vrijheer van Godschalksoord, en dat van Francois Beudt.

ORA Dordrecht inv. 1654, f. 94: op 3 mei 1736 verkoopt Maaijke Cramerheijn, bejaarde ongehuwde persoon, voor 800 gl. aan Denijs van der Elst, mr. schrijnwerker en burger van Dordrecht, een huis in de Oude Breestraat tegenover de Lombardstraat, staande tussen et huis van Pieter Rombout en de brandgang.

Kinderen uit het tweede huwelijk:

i-6. Jacob Cramerheijn, gedoopt NG Dordrecht 16 sept. 1665

i-7. Bartholomeus

j. Neeltgen Cramerheijn, trouwde Joris van Hovorst

k. Machtelt Corstiaensdr. Cramerheijn, geboren naar schatting ca. 1620,trouwde 1664 Jan Staesz. van Hoochstraten

ONA Dordrecht inv. 185, f. 349: op 28 mei 1675 testeert Machtelt Corstiaensdr. Cramerheijn, vrouw van Jan Staesz. van Hoochstraten, wijnkoper en burger van Dordrecht, ziek in bed liggende. Zij herroept de huwelijkse voorwaarden, die zij en haar man hebben gepasseerd voor notaris P. de Lairesse op 5 jan. 1664. Zij legateert aan haar man al hetgeen hij haar gegeven heeft tot een “trouwbelofte”en morgengave en het vruchtgebruik zijn leven lang gedurende van haar huis, staande op de Hoge Nieuwstraat naast het huis “de Swarte Galeij” en van alle kapitale “penningen”, die zij op interest heeft uitstaan. Zij prelegateert aan haar zuster Neeltgen Cramerheijn, de vrouw van Joris van Hovorst of bij vooroverlijden haar kinderen voor de ene helft en aan de vijf voorkinderen van haar overleden broer Bartholomeus Corstiaensz. Cramerheijn, genaamd Corstiaen, Pieter, Franchoijs, Steven, Wouter en Maeijke Cramerheijn, voor de andere helft, al haar huisraad, roerende goederen, kleren en sieraden van goud en zilver. De genoemde voorkinderen zullen gehouden zijn aan de twee nakinderen van haar broer, genaamd Jacob en Bartholomeus Cramerheijn, onder hen allen uit te reiken een somma van 50 gl. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij, na het overlijden van haar man, de kinderen van haar zuster Neeltgen voor de ene helft en de voor- en nakinderen van haar broer Bartholomeus voor de andere helft, op voorwaarde, dat haar erfgenamen aan de kinderen van haar overleden halfzusters onder hen allen een bedrag van 6 gl. zullen uitkeren. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij Joris van Hovorst, haar zwager, enCorstiaen Bartholomeusz. Cramerheijn, haar neef. Zij tekent met haar naam.

ORA Dordrecht inv. 1631, f. 67v: op 4 dec. 1687 verkopen Nicolaas van Hooghstraten, veertigraad van Dordrecht, en Philips van Hooghstraten, koopman, als executeurs-testamentair van Jan Staesz. van Hooghstraten en als voogden over diens minderjarige erfgenamen, voor 1310 gl. aan Magtelt Corstiaensdr. Cramerheijn, weduwe van Jan Staesz. van Hooghstraten, een pakhuis met wijnkelder, staande op de Hoge Nieuwstraat tussen het pakhuis van Wessel de Ruijter en het huis van Jan Boenders, uitkomende op de Walevest.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 44v: op 12 mei 1701 verkoopt Corstiaen Cramerheijn, burger van Dordrecht, als erfgenaam van de weduwe van Jan Staesz. van Hoogstraten, voor 300 gl. aan Aernout Gras Walraven, koopman te Dordrecht, een huisje op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Pieter Regel.