Scheij

I. Steven Adriaensz. Scheij, geboren ca. 1579, van Dordrecht (1604), viskoper en keurmeester van de vismarkt te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 30 mei/15 juni 1604 Janneken Henrik Segersdr., gedoopt NG Dordrecht 7 juli 1583, van Dordrecht (1604), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 6 mei 1654

ONA Dordrecht inv. 133, f. 469: op 16 okt. 1654 testeert Elisabeth Hendricxdr., de vrouw van Frans Jansz. de Kets, burgeres van Dordrecht. Zij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 50 gl., aan haar zwager Steven Ariensz. Scheij een lijfrente van 150 gl. per jaar, zij prelegateert aan de zoon van wijlen Hendrik Scheij, genaamd Arien Scheij, een bedrag van 25 gl., aan de twee kinderen van wijlen Sijchgen Scheij samen een bedrag van 25 gl., en aan haar nicht Maijken Scheij een bed met toebehoren en al haar kleren. Tot erfgenamen van al haar overige goederen, daarbij inbegrepen een obligatie van 3000 gl., benoemt zij Arijen Scheij, Roelant Scheij, Seger Scheij, Maijken Scheij, de zoon van Hendrick Scheij en de twee kinderen van Sijchgen Scheij, allen kinderen en kindskinderen van haar zuster Janneken Hendriksdr. Tot executeurs-testamentair en voogden stelt zij aan haar man Frans Jansz. de Ket en haar behuwd broeder Willem Pietersz. van Bergen.

ONA Dordrecht inv. 140, f. 626: op 24 nov. 1661 testeert Elijsabeth Hendriksdr., laatst weduwe van Frans Jansz. de Kets, Londenvaarder, burgeres van Dordrecht. Zij legateert aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 25 gl., aan Jan van Bergen bakker, de zoon van haar eerste mans zoon 25 gl., aan Janneken Jansdr. de Croef, die bij haar inwoont, 30 gl., een nieuw rouwmanteltje en een schort. Zij prelegateert aan haar neef Adriaen Stevensz. Scheij een trouwpenning, aan Elisabeth Roelantsdr. Scheij, dochter van haar overleden neef Roelant Stevensz. Scheij, haar zondagse kerkboek met zilveren sloten, aan Hendrik Scheij, zoon van haar overleden neef Seger Stevensz. Scheij, een somma van 10 gl. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij Maijken Stevensdr. Scheij, Adriaen Stevensz. Scheij, de kinderen van Sijchgen Stevensdr. Scheij, de kinderen van Seger Stevensz. Scheij en de kinderen van Roelant Stevensz. Scheij, allen kinderen en kindskinderen van haar zuster Janneken Hendriksdr. Tot executeurs-testamantair en voogden benoemt zij Hendrick Jacobsz. van den Berch bakker en Johannes van der Net wijnkoper, burgers van Dordrecht.

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Seger Stevensz. Scheij, trouwde NG Dordrecht 5 april 1637 Cleijsge Jacobs (van den Berch)

Weeskamer Dordrecht inv. 25, f. 48: op 2 dec. 1664 besluiten de weesmeesters van Dordrecht, gezien de inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Cleijsge Jacobs van den Berch, weduwe van Zeger Stevensz. Scheij, aangezien de lasten bij evenveel bedragen als de baten, Andries Jacobsz. van den Berch, als oom van moederszijde aan te stellen als voogd over de twee minderjarige kinderen van Cleijsge Jacobs, m.n. Hendrick en Adriaentje Scheij.

ONA Dordrecht inv. 332, f. 283: op 15 okt. 1668 verklaren Gosuinus van Thoor en zijn vrouw Adriana Scheij, dat zij van Hendrick Scheij, glasmaker en burger van Dordrecht, ontvangen hebben elk de helft van een obligatie van 800 gl., welke Adriana en Hendrick is aanbestorven bij overlijden van Lijsbeth Hendricx, weduwe van Frans de Kets. Adriana Scheij verklaart nog van Hendrick Jacobsz. van den Berch ontvangen te hebben een bedrag van 46 gl.

Kinderen:

a-1. Ariaentge Scheij, gedoopt NG Dordrecht 6 sept. 1645, trouwde Gosuinus van Thoor

a-2. Hendrick Scheij, glasmaker

b. Hendrik Stevensz. Scheij, gedoopt NG Dordrecht april 1610, voor zijn nakomelingen zie Kwartierstaat van A.B. den Haan op deze website, te beginnen met kwartier 7024.

c. Arien Stevensz. Scheij, volgt IIa

d. Roelant Stevensz. Scheij, volgt IIb

e. Maijken Scheij

f. Sijchen Scheij

IIa. Arien Stevensz. Scheij, gedoopt NG Dordrecht jan. 1613, wijnkoper, weduwnaar van Dordrecht, wonende in de Nieuwstraat (1653), trouwde 1e NG Dordrecht 2 sept. 1640 Anneken Dircks,2e NG Dordrecht 6 juli 1653 (ondertrouw) Maeijken Govertsdr. van Oost (van Oest), jonge dochter wonende te Gorinchem (1653), weduwe van Gorinchem wonende in de Heer Heymansuysstraat (1663), trouwde 1e NN, 2e NG Dordrecht 12/26 aug. 1663 Arnoldus Rutters, jongman van Dordrecht, twijnder, wonende in de Vriesestraat (1663)

16 mrt. 1652: Arien Stevensz. Scheij, wijnkoper en burger van Dordrecht, verhuurt voor 17 Vlaamse ponden per jaar aan Adriaen de Hooch, vleeshouwer en burger van Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van de verhuurder en dat van ds. Gosuinus Buijtendijck. (ONA Dordrecht inv. 118, f. 35)

6 juni 1652: Arijen Scheij, wijnkoper en burger van Dordrecht, verkoopt aan Cornelis Dircxsz. en Marijken Dircxsdr. een jaarlijkse losrente van 50 gl., verzekerdop een huis in de Nieuwstraat tussen Pierius Cool en Baerthout Pietersz. van Esch. (ORA 778, f. 116v)

– ORA Dordrecht inv. 779, f. 81v e.v.: op 21 febr. 1654 verkoopt Maria Gosi, weduwe van Pieter Barthoutsz. van Esch aan Ysaeck Maertensz. van de Brande, burger van Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van ds. Gosuinus Buijtendijck en dat van Arijen Stevensz. Scheij. Kent betaald, promittit quitare. Het huis is niet anders belast dan met 700 gl. kapitaal en de pandponden,welke koper belooft over te nemen. Waarborg: Steven Arijensz. Scheij.

– ONA Dordrecht inv. 175, f. 431: op 13 nov. 1658 verleent Adriaen Stevensz. Scheij, burger van Dordrecht, als man van Maijken Govertsdr. van Ous, dochter van wijlen Govert Govertsz. van Ous, kleermaker te Gorinchem, procuratie ad lites aan Pieter Govertsz. van Ous, zijn zwager, die Gorinchem woont, om voor hem waar te nemen het proces, dat hij samen met de overige erfgenamen van Govert Govertsz. van Ous, onbeslist hangende heeft [niet vermeld tegen wie] voor het Hof van Utrecht ter zake van een obligatie van 150 gl.

– 22 jan. 1663: Arien Stevensz. Scheij en zijn vrouw Maeijken Govertsdr. van Oost testeren ten overstaan van notaris A. van Neten. (ONA Dordrecht inv. 139, f. 345)

– 15 jan. 1663: Maijken Govertsdr., echtgenote van Adriaen Stevensz. Scheij, wijnkoper en burger van Dordrecht, ziek in bed liggende, benoemt tot haar erfgenaam haar man, op voorwaarde, dat hij hun kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of het moment, waarop zij gaan trouwen. In het laatste geval moet hij hun onder hen allen een bedrag van 150 gl. uitkeren. Bovendien zullen de kinderen van haar ontvangen een gouden haarnaald, een dubbele hoepring, een zilveren sleutelriem, een testament met zilveren beslag en achttien hemden. Als zij zonder kinderen na te laten komt te overlijden, zullen genoemde goederen toekomen aan haar man, die gehouden zal zijn aan haar erfgenamen ab intestato onder hen allen een bedrag van 6 gl uit te keren. Tot voogden kiest zij haar broer Pieter Govertsz. Oest en haar angetrouwde neef Adriaen Hendriks. Scheij, (ONA Dordrecht inv. 142, f. 22)

– 22 jan. 1663: Adriaen Stevensz. Scheij wijnkoper, burger van Dordrecht, verklaart tot voogden over zijn minderjarige kinderen benoemd te hebben Pieter van Oost, zijn zwager, en Adriaen Hendriksdr. Scheij, zijn neef. (ONA Dordrecht inv. 142, f. 47)

– 14 juli 1663: Maijken Govertsdr. van Oest, weduwe van Arien Stevensz. Scheij, burgeres van Dordrecht, verklaart op verzoek van Pieter van Oest en Arien Hendriksz. Scheij, die door haar overleden man zijn benoemd tot voogden over haar drie minderjarige kinderen, bij haar door haar voornoemde man verwekt, alsmede over haar minderjarige voorkind, dat zij aan haar vier kinderen uitgereikt heeft als hun vaderlijke goederen een bedrag van 50 gl. (ONA Dordrecht inv. 228, f. 140)

Kinderen:

Ex 1:

a. Janneken, gedoopt NG Dordrecht 2 sept. 1641

b. Dirck, gedoopt NG Dordrecht 22 mrt. 164

c. Anneken, gedoopt NG Dordrecht 3 juli 1649

Ex 2:

d. Janneken (Annichien) Ariensdr.Scheij, gedoopt NG Dordrecht7 juni 1654, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Vriesestraat (1679), weduwe wonende in de Vriesestraat (1692), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 20 sept. 1720 (Jannigie Scheij, vrouw van Gillis Fleron, in de Vriesestraat), trouwde 1e NG Dordrecht 8/23 okt. 1679 Arien Isacsz. Jijskoot (Jeijskoot), jongman van de Zwijndrechtse Waard, wonende in de Steenstraat te Dordrecht, schoenmaker (1679), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 13 mrt. 1692 (een baar voor Arien Jeijskoot, schoenmaker in de Vriesestraat) [zie Ons Voorgeslacht 2002, p. 394], 2e Gerecht/NG Dordrecht 5/19 juni 1695 (de bruidegom geassisteerd met Joost Jansen, zijn vader, en de bruid met haar moeder, Maeijcke Govertsdr., weduwe van Arnoldus Rutters) Gillis Hendriksz. Fleroo, jongman wonende in de Elfhuizen (1695), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 16 aug. 1723

– 14 jan. 1692: Arien Izaaksz. Jiskoot, schoenmaker,en zijn vrouw Janneken Ariensdr. Scheij, hij ziek, zij gezond, passeren mutueel testament ten overstaan van notaris G. Muijs. De langstlevende van hen beiden zal de kinderen een somma van 150 gl. uitkeren. Hij tekent, zij zet een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 594, akte 41)

c. Stevenijntje Ariensdr. Scheij, gedoopt NG Dordrecht 18 febr. 1656, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Mariënbornstraat (1681), trouwde NG Dordrecht 24 mrt./8 april Jacob Gerritsz., jongman van Dordrecht wonende in de Stoofstraat, schoenmaker (1680)

d. Govert Ariensz. Scheij, gedoopt NG Dordrecht 24 jan. 1658, jongman van Dordrecht wonende in de Vriesestraat, twijnder(1681), trouwde NG Dordrecht 7/21 sept. 1681 JacobaHoijingh (Hoink), jonge dochter van Dordrecht wonende inhet Steegoversloot (1681)

IIb Roelant Stevensz. Scheij, geboren naar schatting ca. 1615, jongman van Dordrecht, wonende in de Sarisgang, viskoper 1640), waard in “de Crimpert Salm” (ONA Dordrecht inv. 175, f. 351, akte dd 27 juli 1658), overleden tussen 22 mei 1659 en 25 okt. 1659, trouwde NG Dordrecht 28 okt. 1640 (ondertrouw): Agnietge Hendricks jonge dochter, beiden van Dordrecht en wonende in de Sarisgang.

ORA Dordrecht inv. 782, f. 42v en 43r, akte dd 14 juni 1657: Jan Mattheeusz. van Beverwijck voor zichzelf en voor zijn broer AperMattheeusz. van Beverwijck en Bastiaentien Jansdr., de huisvrouw van Abraham van de Water, samen erfgenamen van Frans Rutten, verkopen aan Roelant Stevensz.[Scheij] viskoper domum cum suis, staande en gelegen in de Visstraat, waar tegenwoordig uithangt “de Crimpert Salm”, tussen het huis van Joost Dirxsz. van Nimwegen [het huis “de Weijman”] en het huis van kapitein Gerrit Sijmonsz. van Duijnen. Koper kent schuldig aan Jan en Aper Mattheeusz. van Beverwijck een somma van 1000 gl. (in margine: op 13 apr. 1714 compareerde Caetje van der Kloet, huisvrouw van Govert Gravendijk en toonde de originele brief met kwitantie, waarbij bleek, dat de schuld was voldaan, schuldbrief derhalve geroyeerd op 13 apr. 1714).

ONA Dordrecht inv. 175, f. 266: op 27 febr. 1658 verklaart o.a. Grietgen Alberts, de vrouw van Claes Willemsz., op verzoek van Roelant Scheij, burger van Dordrecht, dat zij “verscheijde maelen Janneken Geerits huijsvrou van Jan Hendricksz. van Munster heeft hooren seggen onder andere … lasterlijcke scheltwoorden dat haer man Jan Hendricksz. voorn. soude gaen bij de hoer inde Visstraet die swanger gaet, denoterende daarmede des reqts. huisvrou”.

ONA Dordrecht inv. 175, f. 273: op 5 mrt. 1658 verklaren Elsjen Aerts, de vrouw van Jan Corstiaensz., spijkermaker en burger van Dordrecht, Susanneken Lamberts en Dingna Lamberts, jonge dochters, op verzoek van Roelant Scheij, dat zij Janneken Gerritsz., de vrouw van Jan Hendriksz. van Munster, tegen haar man hebben horen zeggen: “gij schelm, gij fielt, gij eerdief, gij hoerendief gaet bij de dicke [?] hoer in de Visstraat bij Roelen wijf”.

ONA Dordrecht inv. 245, f. 136 e.v.: op 22 mei 1659 verkoopt Roelant Scheij, burger van Dordrecht, voor 2400 gl. aan Johan van der Net, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van kapitein Gerrit van Duijnen en dat van Joost Dircxsz.

ONA Dordrecht inv. 176, f. 158: op 25 okt. 1659 verleent Agnietie Hendricks, weduwe van Roelant Scheij, viskoper en burger van Dordrecht, procuratie aan Adriaen Scheij, haar zwager, burger van Dordrecht, om aan Barent Cop, burger van Dordrecht, te transporteren een visstal op de Grote Vismarkt.

ORA Dordrecht inv. 784, f. 46 e.v.: op 19 juni 1663 comp. voor schepenen van Dordrecht Dirck Stopman, inwoner van Dordrecht, als procuratie hebbende van Agnieta Hendriks, weduwe van Roelant Scheij, en verklaart in die hoedanigheid schuldig te zijn aan Dirck Cornelisz. een bedrag van 900 gl. wegens geleende penningen, verbindende een huis in de Visstraat, waar tegenwoordig uithangt “de Crimpert Salm”, staande tussen het huis van de weduwe van Joost Dircxsz. en het huis van kapitein Geraerdt van Duijnen.

ORA Dordrecht inv. 65, f. 182v e.v., akte dd 12 juli 1664: op het rekest van Angnieta Hendricxs , weduwe van Roelant Scheij en enkele van haar crediteuren, waarbij zij verzochten dat de notarissen Johan Cop en Adriaen Meijnaert zouden mogen gemachtigd worden om het huis van de eerste suppliante, staande in de Vismarkt [sic], ten behoeve van haar crediteuren te verkopen, besluit het Gerecht van Dordrecht dit aan genoemde notarissen toe te staan.

ORA Dordrecht inv. 786, f. 8v e.v., akte dd23 febr. 1668: Johan Cop en Adriaen Meijnaert, beiden notaris en procureur te Dordrecht, als geautoriseerd zijnde tot de verkoping van het huis van Agneta Hendricx, weduwe van Roelant Scheij, verkopen aan Jan van der Net domum cum suis, staande en gelegen in de Visstraat, genaamd “de Crimpert Salm”, staande tussen het huis van Margreta Gillisdr. [de vrouw van Joost Dirksz.] en het huis van [naam niet vermeld].

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Anneken, dec. 1640

b. Siken, juli 1642

c. Hendrick, 5 dec. 1643

d. Elisabeth, 13 jan. 1651

e. Arien, 7 febr. 1654

f. Hendrijck Scheij, 6 mrt. 1658, volgt III

III. Hendrick Scheij, gedoopt NG Dordrecht 6 mrt. 1658, trouwde NG Dordrecht 18 okt. 1682 Belia Jansdr. Valk

Kinderen:

a. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 21 okt. 1683

b. Roeland(us) Scheij, gedoopt NG Dordrecht 12 juli 1687, volgt IV

IV. Roeland Scheij, gedoopt NG Dordrecht 12 juli 1687, trouwde Maria de Gelder