Repelaer

Genealogie Repelaer(gedeeltelijk overgenomen uit D.G. van Epen, Het geslacht Repelaer[‘s-Gravenhage 1911]):

Wapen van het Dordtsche regentengeslacht Repelaer, voor de verheffing in den Nederlandschen Adel: van sinople, beladen met eenen staanden lepelaar van zilver, de sneb en de pooten van goud. Wapen van Balthasar Repelaer, behorend bij de kaart van de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden van 1716

I. Anthonis Adriaensz.Repelaer, poorter van Dordrecht, wijnkoper, tussen 22 sept. 1574 (ORA Dordrecht inv. 1546, akte 105)en 11 juni 1575 (ORA Dordrecht inv. 1546, akte 575), trouwde NN

ORA Dordrecht inv. 1546, akte 105: op 22 sept. 1574 verkoopt Anthonis Repelaer, koopman in wijnen, aan Coenraerd Helwich een huis, genaamd “Hollant”, staande tegenover de Gravenstraat tussen het huis van Henrick Hoijnck Ottesz. en het huis, genaamd “den Gulden Aernt”.

ORA Dordrecht inv. 1580, f. 135v: op 25 jan. 1597 verkopen Adriaen Repelaer, Huijch Repelaer, Herman Repelaer Anthonisz., Cornelis Jansz., als man van Trijntge Repelaer Anthonisdr., Anthonis Arentsz., als man van Heijltge Repelaer Anthonisdr., voor zichzelf en tevens vervangende Marijcke Repelaer Anthonisdr., voor 3500 gl. aan Anthonis Willemsz. wijnkoper de helft van een huis, genaamd “de Gulden Leeuw”, staande tegenover de Tolbrug aan de Poortzijde tussen het huis van Jacob van Diemen en dat van Jacob Govertsz., welk huis hun, verkopers, is aangekomen bij overlijden van Aechge Anthonisdr. en waarvan de wederhelft toebehoort aan Anthonis Willemsz. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 2304 gl.

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Adriaen Anthonisz. Repelaer, vazal van Wessel van den Boetselaer, heer van de Merwede (ORA Dordrecht inv. 1581, f. 141, akte dd 10 sept. 1599), trouwde Maria Daniëls

ORA Dordrecht inv. 1601, f. 33: op 23 mrt. 1624 verkoopt Frans Geeritsz., burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Maria Daniëls, weduwe van Adriaen Anthonisz. Repelaer, volgens procuratie gepasseerd ten overstaan van burgemeester en schepenen Dordrecht op 18 mrt. 1624, aan Leendert Jansz. van Straelen, koekenbakker en burger van Dordrecht, een huis aan het Groothoofd, genaamd “den Biecorff”, staande tussen het huis van Willem Moelen en dat van Pieter Fransz. Schoutet, brouwer in “de Valck”.

b. Repelaer Anthonisz., volgt II

c. Herman Repelaer Anthonisz.

ONA Dordrecht inv. 177, f. 16: op 14 febr. 1656 verklaart Hermen Repelaer, burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Johan Cornelisz. Vijgenboom, koopman en burger van Dordrecht, als voogd over Jacobus Terwen, een somma van 200 gl.

ONA Dordrecht inv. 228, f. 117: op 18 juni 1663 leggen Johannis van Bree, Mels Claesz. van de Cool en Herman Repelaer, gezworen branders van het vaatwerk te Dordrecht, op verzoek van Isaack Jansz. Canon, brander van het vaatwerk te Leiden.

d. Trijntge Repelaer Anthonisdr., trouwde Cornelis Jansz.

e. Heijltge Repelaer Anthonisdr., trouwde Anthonis Arentsz.

f. Marijcke Repelaer Anthonisdr.

II. Hugo RepelaerAnthonisz., geboren ca. 1556, vazal van Wessel van den Boetselaer, heer van de Merwede (ORA Dordrecht inv. 1581, f. 141, akte dd 10 sept. 1599),overleden in 1622, trouwde Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 17 jan./12 febr. 1588 Margaretha Jan Geridsdr. in de Sleutel

Trouwboek Gerecht (onderscheiden gezindten) Dordrecht: 17 jan. 1588 aangetekend Hugo RepelaerAnthonisz. jong gezel van Dordrecht, geassisteerd met zijn moeder en “vrunden” en Margaretha Jan Geridsdr. in de Sleutel, jonge dochter van Dordrecht, geassisteerd met haar moeder en “vrunden”,op 12 febr. 1588 voor schepenen getrouwd in “de Sleutel”

ORA Dordrecht inv. 1569, f. 203: op 27 febr. 1578 verleent Mathijs Berck, koopman van wijnen, procuratie ad recipienda debita aan zijn dienaars Adriaen Claesz. Goudswet en Huijch Thonisz. Repelaer.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965 (verponding 1594), f. 7: Hugo Repelaerbrouwer betaalt 60 ponden voor zijn huis aan de Groenmarkt

ORA Dordrecht inv. 1579, f. 179: op 5 mei 1594 verkoopt Floris Willemsz. aan Huijc Repelaer Anthonisz. een leeg erf in de [Oude] Houttuin, breed ruim 14 voeten, liggende tussen het erf van Henrick Jansz. en het huis van Neeltgen Jans, weduwe van Arien Pietersz., Waarborg: Jan van Brugge wijnkoper. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 800 gl. Borg: Adriaen Repelaer Anthonisz.

ORA Dordrecht inv. 1601, f. 102v: op 20 mei 1624 verkopen mr. Digman de Vries, licentiaat in de rechten en raad in wette van Dordrecht, en Allert de Vries, oud-predikant wonende in Tiel, Digman de Vries tevens vervangende zijn mede-erfgenamen van Agnieta de Vries, voorvijfeneenhalf twaalfde part, Willem Willemsz., voor zichzelf en tevens vervangende Neeltgen Willemsz., zijn zuster, een Willem Jacobsz. Bol, voor zeseneenhalf twaalfde part, voor 4200 gl. aan Margrieta Jansdr., weduwe van Hugo Repelaer, schepen in wette van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt bij de Visbrug, staande tussen brouwerij “de Sleutel” en het huis van Cornelis Cornelisz. van Gastel. Anthonij van Repelaer en Jan van der Mast, zoon en schoonzoon van de koopster, zijn schuldig aan de verkopers een somma van 1638 gl. en 10 st.

ORA Dordrecht inv. 1602, f. 106v: op 9 okt. 1627 verkoopt Adriaen Cornelisz. van Dorsten, burger van Dordrecht, als man van Helena Repelaer Huijgensdr., mede-erfgename van haar moeder Margreta Jansdr., aan Jan Gijsbertsz., wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen de brouwerij “de Sleutel” en het huis van Cornelis Cornelisz. van Gastel. Waarborgen: Cornelis Adriaensz. van Dorsten en Antonis Repelaer, achtraad van Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 178, f. 459 e.v.: op 11 dec. 1658 verlenen Johanna Repelaer, weduwe van Johan van der Mast, Emmerantia van Driel, weduwe van Anthonis Repelaeren Cornelia Repelaer, weduwe van Ocker Baen, voor zichzelf en tevens vervangende Adriaen van Dorsten, die het vruchtgebruik heeft van de goederen, die zijn nagelaten door zijn vrouw, Helena Repelaer, hun zuster, procuratie aan Anthonij van Beaumont, wonende te Amsterdam, om te innen van de VOC, kamer Amsterdam, “soodanigen uijtdeelinge als bijde [VOC] … geresolveert is, tegen 40 per cento [op 1 dec. 1658] … te doen ende over drije duijsent gl. out capitael dewelcke sij comparanten t’samen in de voorn. … Comp. sijn heriderende vuijtten hoofde van wijlen d’heer Hugo Repelaer”, resp. hun vader en schoonvader.

Uit dit huwelijk (volgorde onzeker):

a. Anthonis Repelaer, volgt III

b. Johanna Repelaer,van Dordrecht (1613),trouwde NG Dordrecht 30 juni/4 aug. 1613Johan van der Mast Hermansz., van Dordrecht (1613)

c. Cornelia Repelaer, van Dordrecht (1618),trouwde NG Dordrecht 10 juni/1 juli 1618Ocker Baen Cornelisz., van Dordrecht (1618)

ORA Dordrecht inv. 1633, f. 34: op 16 juni 1691 verkoopt mr. Johan Hallincg, als administrateur van de boedel van Cornelia Repelaer, weduwe van mr. Ocker Baen, voor 1100 gl. aan kapitein Johannes Huedt en Pieter van Boom, burgers van Dordrecht, elk de helft van een huis in de Oude Houttuin [Voorstraat], staande tussen het huis van oud-burgemeester Johan van der Mast en dat van eerstgenoemde koper.

ORA Dordrecht inv. 1633, f. 87: op 4 mrt. verkoopt mr. Johan Hallincg, als administrateur van de boedel van Cornelia Repelaer, weduwe van mr. Ocker Baen, voor 2000 gl. aan Jannetta Baen, bejaarde ongehuwde dochter, een huis omtrent het Nieuwpoortje op de Riedijk, staande tussen het huis, dat laatst werd bewoond door de kamerbewaarder Adriaen Baen, en dat van Govert Leijniers.

d. Helena Repelaer,trouwde Adriaen Cornelisz. van Dorsten

III. Anthonis Repelaer,geboren Dordrecht dec. 1591, brouwer in “de Sleutel”, burgemeester van ‘s-herenwege 1642-1644, burgemeester der gemeente 1643, overleden Dordrecht 21 okt. 1652, trouwde NG Dordrecht 10 jan./17 febr. 1616 Emmerentia van Driel, geboren Dordrecht 15 (of 19) dec. 1598, overleden Dordrecht 19 mei 1660, dochter van Jan Dirksz. van Driel en Lucia Goossensdr. Schilperoort

1000e penning Dordrecht 1626, f. 18: Anthonij Repelaer, “brouwer buijtendien onder de heeren Achte”, aangeslagen voor een vermogen van 27.000 gl.

Anthonij Repelaerwerd in de 200e penning van 1638 eveneens aangeslagen voor een vermogen van 27.000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 13)

Portretten van hem en zijn vrouw op de pagina 1000e penning van Dordrecht (f. 18).

Uit dit huwelijk (o.a.):

a. Johan Repelaer Anthonisz., gedoopt NG Dordrecht nov. 1617, trouwde NG Dordrecht 11 febr. 1646 Erckenraet Berck

Kinderen:

a-1. Emmerentia Repelaer Johansdr., gedoopt NG Dordrecht 25 nov. 1646, jonge dochter van Dordrecht en daar wonende (1682), trouwde NG Dordrecht 1/17 febr. 1682 Johan Cletcher, jongman van ‘s-Gravenhage wonende te Dordrecht (1682), zoon van Thomas Cletcher en Anna Hoeuft

ONA Dordrecht inv. 271, f. 189: op 17 okt. 1671 verklaart mr. Johan de Valle, lid van de Oudraad van Dordrecht, erin toe te stemmen, dat aan zijn neef Johan Cletcher, zoon van Thomas Cletcher en Anna Hoeuft, zijn zwager en schoonzuster, beiden overleden te Amersfoort, door de Staten van Utrecht veniam aetatiswordt verleend.

ONA Dordrecht inv. 278, f. 338: op 10 sept. 1681 verlenen Diderich Hoeufft, heer van Fontaine Peureuse, Cathrine Hoeufften Sara Hoeuftt, Maria Hoeufft, weduwe vanJean de Vallé, Jean Cletcher, zowel voor zichzelf als oom en voogd van de minderjarige kinderen van zijn zuster Anne Catharine Cletcher, zoon en dochter van Anne Hoeufft, allen van de “staak” van Dirck Hoeufft en mede-erfgenaam van Jean Hoeufft, tijdens zjn leven “conseiller secretaire du Roy [de France] et commissaire de messrs. les Etats Generaux pres sa Majesté tres Chrestienne”, overleden in Parijs, procuratie aan [naam niet vermeld] om van abbé Brisson, wonende te Fontenay in Poitou en hun overige schuldenaren in ontvangst te nemen hetgeen zij hun schuldig zijn wegens de voorschotten, die voor hen zijn betaald ten behoeve van de drooglegging van de moerassen, genaamd “le Petit Poictou”.

a-2. Jan, gedoopt NG Dordrecht 4 jan. 1649

b. Hugo Repelaer, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1620,volgt IV

c. Margaretha Repelaer, gedoopt NG Dordrecht mei 1634, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Visbrug (1661), dochter van Anthonis Huigensz. Repelaer en Emerentia van Driel, trouwde NG Dordrecht 6 nov. 1661 (ondertrouw) Paulus Eelbo, gedoopt NG Dordrecht 1638, jongman van Dordrecht wonende tegenover de Wijnbrug, koopman (1661)

ONA Dordrecht inv. 227, f. 470: testamentdd 21 juli 1662 van Paul Eelbo en zijn vrouw Margaretha Repelaer Anthonisdr., wonende te Dordrecht. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd, die gehouden zal zijn hun kinderen bij hun huwelijk, als hij de eerststervende is, onder hen allen een bedrag van 8000 gl. uit te keren, en als zij de eerststervende, is een somma van 22.000 gl.

d.Helena Repelaer Anthonisdr., gedoopt NG Dordrecht mei 1636

ORA Dordrecht inv. 1633, f. 71: op 6 nov. 1691 verkopen Pieter Hulsthout, mansman van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, en Elisabeth Hulsthout, weduwe van Anthonij van Meeninge, wonende te Dordrecht, beiden kinderen en erfgenamen van Lambert Hulsthout de oude, voor 5020 gl. aan Helena Repelaer Anthonisdr. een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van voornoemde juffrouw Van Meeninge en dat van timmerman De Vos.

e. Emmerentia Repelaer, gedoopt NG Dordrecht febr. 1639

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 12v: op 8 mrt. verkoopt Poul Eelbo, koopman te Dordrecht, namens zijn vrouw mede-erfgenaam en executeur-testamentair van Emmerentia Repelaer, voor zichzelf en tevens vervangende Johan Cletcher en Bartholomeus van den Zantheuvel, als mede-erfgenamen en executeurs-testamentair van Emmerentia Repelaer, voor 5100 gl. aan Elias Venlo, notaris te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof omtrent de brug, staande tussen het huis van juffrouw Van Meeninge en dat vanAnthonij de Vos.

IV. Hugo Repelaer, geboren 21 febr. 1620, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1620, brouwer in “de Sleutel”, waagmeester, burgemeester van ‘s-herenwege nov. 1666 tot sept. 1667, waarnemende het burgemeesterschap voor Cornelis de Witt tijdens diens afwezigheid op de vloot, overleden Dordrecht 10 aug. 1669, trouwde NG Dordrecht 20 mei/5 juni 1646 Margaretha Cools, geboren 30 aug. 1622, gedoopt NG Dordrecht okt. 1622, overleden Dordrecht 29 aug. 1679, dochter van Johan Cools en Margaretha Diericx

ONA Dordrecht inv. 177, f. 223: op 3 april 1655 leggen Hugo Repelaer, overman, en Boudewijn Onderwater, deken van de Confrerie der Brouwers te Dordrecht, op verzoek van de brouwers te Delft, een verklaring af.

ONA Dordrecht inv. 177, f. 286: op 31 juli 1655 compareren vooreen Dordtse notaris Joost Braem, pachter van stadswege van de accijns van de waag, en Hugo Repelaer, waagmeester, burgers van Dordrecht. Zij leggen op verzoek van Nicolaes van Eijnden, Thomas Pauwelsz. en Jan Cornelisz. Heijbuijck, pachter en medestanders van het bestiaal over Dordrecht en Dubbeldam, een verklaring af. Joost Braem verklaart, dat de rekwiranten part noch deel hebben in de accijns van de waag en dat zij nooit met hem in genoemde pacht hebben deelgenomen. Hugo Repelaer verklaart, dat hij hen nooit in de waag gezien heeft en dat niemand van hen zich ooit met de pacht heeft bemoeid.

ORA Dordrecht inv. 1620, f. 87v: op 22 nov. 1663 verkopen Dirk van Herwijnen, administrateur van de Weeskamer, en notaris Govert de With, door het Gerecht van Dordrecht gemachtigd tot het redden van de boedel van wijlen Cornelis van Oversteeg, voor 290 gl. aan Hugo Repelaer, lid van de Oudraad te Dordrecht, een huis aan de Vest bij de Dolhuisstraat, staande tussen het huis van Claes Cornelisz. olieslager en dat van Grietge Melssen.

ORA Dordrecht inv. 815 (oud), f. 59v e.v.: op 16 sept. 1727 verkopen Ocker Repelaer, mansman van het Hof en de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, als procuratie hebbende van Hester Cooijmans, weduwe van Antonij Repelaer, oud-burgemeester van Dordrecht, Marija Gevaerts, weduwe van Hugo Repelaer, oud-burgemeester van Dordrecht, en mr. Damas van Slingeland, oudraad van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende mr. Johan van Hogeveen, als man van Margarita van Slingeland, beiden kinderen en erfgenamen van Barthout van Slingeland, burgemeester van Dordrecht, voor 11.500 gl. aan Philippus van Haarlem, koopman te Dordrecht, een brouwerij genaamd “de Sleutel” met bijbehorende bierkelders, koren- en moutzolders, eenrosmolen mettwee paar stenen en verdere gereedschappen, voorts een pakhuis achter en naast de brouwerij staande, met diverse zolders, een koetshuis en een stal voor zeven paarden, alsmede een woonhuis, dat bij de brouwerij hoort en nog een huis staande naast de brouwerij, dat wordt bewoond door Johan Hebert, staande in de Wijnstraat [Groenmarkt] omtrent de Visbrug tussen het huis van Mattheus Codeus en het pakhuis van Hendrik de Saive.

Kinderen:

a. Emerentia RepelaerHugensdr., gedoopt NG Dordrecht 18 april 1647, trouwde NG Dordrecht 27 mei 1685 Baerthout van Slingelandt Damisz.

ONA Dordrecht inv. 281, f. 83: testament dd 29 mrt. 1686 van Barthout van Slingelant Damisz., rentmeester van de geestelijke goederen over het kwartier van Oosterwijk, en zijn vrouw Emmerentia Repelaer, wonende te Dordrecht. Als zij de eerststervende is, prelegateert zij aan haar zuster Margareta Repelaer, weduwe van Philips van Meeuwen, lid van de Oudraad van Dordrecht, al haar kleren, juwelen, en goud ten haren lijve behorende. Zij legateert aanhaar man, als hij delangstlevende van hen beiden zal zijn, al haar huisraad, meubelen, ongemunt zilverwerk, koetsen, rijtuigen en paarden, alsmede het vruchtgebruik van al haar overige na te laten goederen, waarvan de eigendom zal toekomen aan hun kinderen of, indien zij geen kinderen na laten zullen, aan de erfgenamen ab intestato van de eerststervende van hen beiden. Als zij de eerststervende is, zal haar broer Anthonij Repelaer, lid van de Oudraad van Dordrecht, van de goederen, die hij van haar aal erven, niet meer krijgen dan het vruchtgebruik en zal de eigendom ervan komen aan zijn kindskinderen of wettige nakomelingen. Tot voogden benoemen zij, als hij de eerststervende is, Ghijsbert van Slingelant, ontvanger van de verponding over het kwartier van Breda, en mr. Barthout van Slingelant, lid van de Oudraad en ontvanger van de gemene middelen over Breda, resp. zijn broer en neef, en als zij de eerststervende is haar broers Anthonij Repelaer en Hugo Repelaer.

ORA Dordrecht inv. 1631, f. 78: op 11 febr. 1688 verkoopt Baarthout van Slingelandt Damasz., rentmeester van de geestelijke goederen over het kwartier van Oosterwijk, als echtgenoot van Emmerentia Repelaer Huijgensdr., voor 2100 gl. aan Pieter van Vianen, mr. grutter en burger van Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt tegenover de Pelserbrug, staande tussen het huis van de weduwe van Rochus Rees en dat van Johannes van Wesel. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1900 gl.

Kinderen:

a-1. Margareta van Slingelandt, gedoopt NG Dordrecht 24 april 1686, trouwde Johan van Hogeveen

a-2. Damas van Slingelandt, gedoopt NG Dordrecht 21 juni 1688

b. Anthonis Repelaer, geboren 20 jan. 1649, volgt Va

c. Margareta Repelaer, trouwde 1e Philips van Meeuwen, lid van de Oudraad van Dordrecht, 2e brigadier Gerrard Piper (Pijper)

ORA Dordrecht inv. 1650, f. 112: op 4 juli 1724 verkoopt Margareta Repelaer, weduwe van kolonel Gerrard Piper, voor 300 gl. aan Dirk Rosendaal, inwoner van Dordrecht, een huis aan de Vest, het tweede huis van de Dolhuisstraat, staande naast het huis van Pieter Fraequin mr. smid.

ORA Dordrecht inv. 1650, f. 127v: op 9 nov. 1724 verkoopt Adriaan Snoeck, achtraad van Dordrecht, als executeur-testamentair van Maria van der Lingen, weduwe van kolonel Willem Zuijtlant, voor zichzelf en tevens vervangende Willem Zuijtlant, zoon en erfgenaam van Maria van der Lingen, voor 5320 gl. aan Margareta Repelaar, weduwe van brigadier Pipers, een huis met een koetshuis, stal en wijnkelder, staande en gelegen in de Hofstraat tussen de Nieuwstraat en het volgende huis, alsmede een huis in de Hofstraat, staande tussen de voorgaande huis en dat van De Bruijn.

ORA Dordrecht inv. 1654, f. 180v: op 2 mei 1737 verkoopt mr. Franchois van den Brandeler, als procuratie hebbende van mr. Johan van den Brandeler, oud-burgemeester van Dordrecht, als man van Margaretha Johanna van Meeuwen, en van Philipina van Meeuwen, wonende te Dordrecht, enige kinderen en erfgenamen van Margaretha Repelaer, eerst weduwe van Philips van Meeuwen en laatst van de brigadier Piper, voor 4612 g. 10 st. aan Martinus Bosschaert, predikant te Dordrecht, een huis met stal, koetshuis en wijnkelder, staande in de Hofstraat op de hoek van de Nieuwstraat, en nog een huisje daarachter.

d. Hugo Repelaer, gedoopt NG Dordrecht 1655, volgt Vb

Va. Anthonis Repelaer, geboren 20 jan. 1649, gedoopt NG Dordrecht 31 jan. 1649, burgemeester van Dordrecht 1688, ontvanger der grafelijkheidstollen te Gorinchem 1689, overleden Dordrecht 17 mrt. 1725, trouwde NG Dordrecht/Haarlem 2/17 sept. 1674 Hester Coymans, jonge dochter van Haarlem (1674), overleden ‘s-Gravenhage 21 okt. 1733 (impost ‘s-Gravenhage 24 okt. 1733: vrouwe Hester Coymans, vervoerd naar Dordrecht), dochter van Balthasar Coymans, heer van Streefkerk en Lekkerland, ridder van St. Michel, raad en schepen van Haarlem, en Maria Harwijns.

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 51: op 8 nov. 1685 verkoopt Maria Bunnen, weduwe van Adolphus van der Linde en erfgename van Gijsberto Hoogerwerff, voor 5000 gl. aan Anthonij Repelaer, thesaurier van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis en de brouwerij van de koper en het huis van de weduwe Van der Spoor.

ORA Dordrecht inv. 797, f. 138 e.v.: op 15 nov. 1692 verkopen Anthonij Repelaer, oud-burgemeester van Dordrecht en ontvanger van de Grafelijkheidstol te Gorinchem, en zijn vrouw Hester Kooijmans, aan Huijbrecht van der Hoop, wonende te Dordrecht, voor 20.000 gl. contant de helft van de brouwerij “de Sleutel” en de helft van het huis daarnaast, staande op de Vogelmarkt [Groenmarkt] omtrent de Visbrug tussen het huis van de kinderen van Pieter Dircxsz. Codeus en dat van de weduwe van [Cornelis] van der Spoor, uitkomende met een pakhuis en kelder op de Varkenmark, alsmede de helft van het gereedschap, korenwerk, vaatwerk, de paarden, molenstenen, rijtuig, goudleer etc. De verkopers verbinden als waarborg de wederhelft van genoemde brouwerij etc.

ORA Dordrecht inv. 1753, f. 30v: op 18 sept. 1721 verkopen Jan de Haan, makelaar ter beurze, als procuratie hebbende van zijn schoonzoon Fredrik Gront, wonende te Dordrecht, en Boudewijn de Haan voor 900 gl. aan Anthonij Repelaar Hugensz., schepen in wette van Dordrecht, een huis met een tuin en erf, waarin een paardenmolen heeft gestaan, staande buiten de Sluispoort aan het einde van de Gebrande Buurt naast de tuin van Jan van Westen.

ORA Dordrecht inv. 1658, f. 11v: op 30 april 1748 verkopen notaris Pieter van Well en Ewout Bosveld, eerste klerk ter secretarie, als curators van de “gerepudieerde” boedel van Anthonij Repelaer, voor 1300 gl. aan Jacobus de Haas, koopman te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Vuilpoort, staande tussen de Ruitenstraat en het huis van Jacob Mortier.

Kinderen (o.a.):

a. Hugo Repelaer, gedoopt NG Dordrecht 1 sept. 1676, begraven Dordrecht 8 nov. 1727, trouwde 1e Dordrecht 23 juli 1702 Anna Sara Beijer *, 2e Dordrecht 10 jan. 1706 Lucia AdrianaBressij, gedoopt NG Dordrecht 4 nov. 1678, dochter van Diederijck Bressij en Walteria Cools

* Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 23 juli 1702: Hugo Repelaer, van Dordrecht, en Anna Sara Beijer, van Rotterdam, beiden geassisteerd met Anthonij Repelaer, oud-burgemeester van Dordrecht, en Hester Coeijman. “De bovenstaande persoonen sijn met legitimatie van haare twee kinderen na de ordre vande souverainen van den lande in wettelijcken egte door dom. Salomon van Til ingezegent en bevestigt, op den 23 Julij 1702”. In margine: “Dese persoonen hebben op heden den 23e Julij haer 1. 2. en 3. geboden door ordre van mijn Ed. heeren van den gerechte”.

ORA Dordrecht inv. 1651, f. 35v: op 21 mei 1727 verkoopt mr. Hugo Repelaer, oud-burgemeester van Dordrecht, voor 13.000 g. aan Jan Bout, vrijheer van Lieshout en bewindhebber van de Westindische Compagnie te Rotterdam, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Sophia Everwijn, weduwe van burgemeester Jacob Hoeuft, en dat van mevrouw De Sont, weduwe van Jonas de Jongh.

ORA Dordrecht inv. 815 (oud), f. 132 e.v.: op 11 mei 1728 verkopen Johan Bout, vrijheer van Lieshout, als echtgenoot van Sara Repelaer, dochter en mede-erfgename van mr. Hugo Repelaer, in zijn leven burgemeester van Dordrecht, mr. Anthonij Dirk Repelaer, door veniam aetatis meerderjarige zoon en mede-erfgenaamvan voornoemde Hugo Repelaer, en mr. Jan Bout nog als procuratie hebben van Hester Cooijman, weduwe Anthonij Repelaer, burgemeester van Dordrecht, als grootmoeder en voogdes over de minderjarige kinderen van Hendrika Repelaer, dochter van voornoemde Hugo Repelaer, welke kinderen mede diens erfgenamen zijn, voor 5600 gl. aan Herman Vingerhoet, achtraad van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in de Wijnstraat aan de havenzijde, staande tussen het huis van mr. Johan van der Burgh, heer van Naaldwijk en Sliedrecht, en het huis van de weduwe Van As.

Kinderen:

ex 1:

a-1. Sara (Anna) Repelaer, gedoopt Engelse kerk Dordrecht24 jan. 1701, trouwde ‘s-Gravenhage 4 juni 1720 Jan Bout, vrijheer van Lieshout en Ginderdeuren, veertigraad van Dordrecht, bewindhebber van de WIC (kamer Rotterdam), geboren ‘s-Gravenhage 3 okt. 1694

a-2 Johanna Hendrica Repelaer, gedoopt Engelse kerk Dordrecht22 jan. 1702

ex 2:

a-3. Emmerentia Repelaer, gedoopt NG Dordrecht 23 sept. 1709, vermoedelijk jong overleden

a-4. Diderik Anthonij Repelaer, gedoopt NG Dordrecht 23 dec. 1713

b. mr. Balthasar Repelaer, gedoopt NG Dordrecht 18 juli 1693, overleden ald. 11 aug. 1742, begraven Son (N.-B.) 18 aug. 1742, trouwde ‘s-Gravenhage (Kloosterkerk) 5/21 nov. 1713 Sophia Bout, gedoopt NG’s-Gravenhage (Kloosterkerk)23 mrt. 1691. overleden Dordrecht 4 juli 1724, dochter van mr. Adriaan Bout, vrijheer van Lieshout, heer van Krimpen, en Anna Brackman (Van Epen, o.c., p. 14)]

ORA Dordrecht inv. 1656, f. 136v: op 8 nov. 1742 verkopen mr. Francois van den Brandeler, schepen in wette van Dordrecht, als man van Anna Sophia Repelaer, mr. Philippus van den Brandeler, lid van de Oudraad van Dordrecht, als man van Hester Anthonia Repelaer, en mr. Jacob Stoop, ontvanger van de “penningen gedestineert ten oorloge” te Dordrecht, als man van Clasina Piternella Repelaer, enige kinderen en erfgenamen van wijlen mr. Balthazar Repelaer, lid van de Oudraad te Dordrecht, voor 160 gl. aan Dirk van Eeten, wonende te Dordrecht, een tuin, gelegen op de Walevest tussen het koetshuis van mr. Johan Gevaerts, burgemeester van Dordrecht, en de tuin van Johan Hubert.

Kind:

b-1. Anna Sophia Repelaer, geboren naar schatting ca. 1715, jonge dochter van ‘s-Gravenhage (1734), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 12 dec. 1793 (Anna Sophia Repelaer, weduwe van mr. Francois van den Brandeler, burgemeester van Dordrecht, met wapenbord, tien koeten extra, de hoogste boete, laat kinderenna),trouwde Gerecht/NG Dordrecht 19 mrt./6 april 1734 (de bruidegom geassisteerd met zijn ouders mr. Johan van den Brandeler, oud-burgemeester van Dordrecht, en Margrita Johanna van Meewen, de bruid met haar vader mr. Balthasar Repelaer en haar oom en tantemr. Johan Bout, heer van Liesveld en kwartierschoutin de Meierij van ‘s-Hertogenbosch, en Sara Repelaer) mr. Francois van den Brandeler, jongman van Dordrecht (1734)

ORA Dordrecht inv. 1663, f. 136v: op 23 febr. 1773 verkoopt Anthonij Balthazar van den Brandeler, schepen van Dordrecht, als procuratie hebbende van Anna Sophia Repelaer, weduwe van mr. Franchois van den Brandeler, oud-burgemeester van Dordrecht, voor15.000 gl. aan mr. Herbert Cornelis de Witt, hoofdofficier van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Lombardbrug, staande tussen de Haringstraat en het huis en de brouwerij van Cornelis Melchior van Nievervaart.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

b-1-1. Sophia, 13 jan. 1736

b-1-2. Anthoni Balthasar van den Brandeler, 8 okt. 1740

b-1-3. Margaretha Johanna, 17 jan. 1742

b-1-4. Johanna Philippina, 25 jan. 1744

b-1-5. Johan, 26 mrt. 1746

b-1-6. Anna Sophia, 6 mei 1752

b-1-7. Philip, 16 febr. 1754

b-2. Hester Anthonia Repelaer, trouwde Philip van den Brandeler

b-3. Clasina Piternella Repelaer, trouwde mr. Jacob Stoop, ontvanger van de “penningen gedestineert ten oorloge” te Dordrecht

Vb. Hugo Repelaer, geboren 1655, burgemeester van Dordrecht, overledenDordrecht 1713, trouwde NG Dordrecht 27 april 1681 Maria Gevaerts

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 122: op 14 dec. 1684 verkopen mr. Ocker Gevaerts, Adriaen van Hoogeveen, als man van Magdalena Gevaerts, en Hugo Repelaer, als man van Maria Gevaerts, “representerende de staeck” van Johan Gevaerts, Adriaen de Lange, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Elisabeth de Lange, weduwe van mr. Michiel Pompe, en Alde Lange, weduwe van Johan Rammelman, volgens procuratie gepasseerd voor notaris F. de Coninck te Rotterdam op 12 dec. 1684, “representerende de staeck” van Maria Gevaerts, samen voor twee derde parten erfgenamen van Cornelis Gevaerts, en voornoemde heren Gevaerts, Van Hoogeveen en Repelaer voor het resterende derde part, voor 590 gl. aan Isaack van den Bergh, burger van Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van Anthonij Lamberts, zijnde het hoekhuis van de Sarisgang, en dat van de weduwe van Cornelis van de Hoff.

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 59: op 15 dec. 1685 verkoopt Jan Ariensz. van de Kreeck, maselaar en burger van Dordrecht, voor 350 gl. aan Hugo Repelaer, brouwer in “de Ruijt”, een huis in de Dolhuisstraat, staande tussen het huis van Crijn van Bergen en dat van de erfgenamen van de vrouwe van Hardinxveld.

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 108: op 29 juni 1690 verkopen mr. Ocker Gevaerts, advocaat voor het Hof van Holland, wonende te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Adriaan van Hoogeveen, als man van Magdalena Gevaerts, voor de ene helft, en nog als voogd van de minderjarige zoon van mr. Gerard Brantwijck, voor de helft in een derde part, en als procuratie hebbende van Swana Maria Schijvelberg, weduwe Brantwijck, als moeder en voogdes van haar minderjarige zoon Gerard Brantwijck, voor een derde part, allen erfgenamen van Geertruijt Brantwijck, voor 2600 gl. aan Gijsbertus Arlebout, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Wijnsteiger, staande tussen het huis van Jerefaes Francken en dat van Willem Borgers.

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 90: op 18 mrt. 1694 verkoopt Anthonij Repelaer, oud-burgemeester van Dordrecht, voor 5333 gl. 6 st. en 10 penn. aan mr. Hugo Repelaer en Baerthout van Slingelant, rentmeester van de geestelijke goederen over het kwartier van Oosterwijk, wonende te Dordrecht, een derde part in de helft van een brouwerij, vanouds genaamd “de Sleutel”, staande op de Groenmarkt omtrent de Visbrug met het daarbij behorende woonhuis, mouterij en pakhuis, staande naast de brouwerij, en de pas aangekochte kelder, en erven en verdere “timmeragiën”, doorgaande tot aan op de Varkenmarkt, alsmede een derde part in de helft van de ketels, onderbakken, vaatwerk, zes paarden, behangels van de “goudleren streepen” en andere goederen in het woonhuis, kolen, turf en andere brandstof, en de gereedschappen, die tot de brouwerij en mouterij behoren, met inbegrip van de duigen en hoepels.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 73: op 27 sept. 1701 verkoopt Hugo Repelaer, burgemeester van Dordrecht, voor 300 gl. aan Jan van Breda een huisje achter in de Ruitenstraat, staande naast de brug.

ORA Dordrecht inv. 1648, f. 158v: op 19 dec. 1719 verkoopt Maria Gevaerts, weduwe van Hugo Repelaar, burgemeester van Dordrecht, voor 80 gl. aan Jan de Visser, burger van Dordrecht, een pakhuis op het Slikveld, staande naast het huis van de heer van Rijsoord.

ORA Dordrecht inv. 1650, f. 255: op 24 sept. 1726 verkoopt Dirk Wardenier, inwoner van Dordrecht, voor 3000 gl. aan mr. Hugo Repelaar, oud-burgemeester van Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Johan van der Burgh en dat van de weduwe Van As.

ORA Dordrecht inv. 1655, f. 37v: op 8 mei 1738 verkoopt Ocker Repelaer, schepen in wette van Dordrecht, voor zichzelf en nog als procuratie hebbende van Anthonij Repelaer, oud-burgemeester van Dordrecht, van Ida Repelaer en Maria Emmerentia Repelaer, wonende te Dordrecht, voor 1500 gl. aan Wilhelmus van Nievelt, koopman te Dordrecht, een stal en mouterij of pakhuis in de Ruitenstraat, staande tussen het pakhuis van de koper en het pakhuis van Anthonij Balen, alsmede voor 135 gl. aan Adriaan de Raat, mr. grutter en burger van Dordrecht, een koetshuis op de Vest, staande tussen de Dolhuisstraat en de grutmolen van de koper.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Hugo, 3 april 1682

b. Margareta, 11 aug. 1684

c. Ida Repelaer,6 juni 1687, ongehuwd

ORA Dordrecht inv. 1660, f. 23v: op 21 mrt. 1752 verkoopt Ida Repelaer, wonende te Dordrecht, voor 570 gl. aan mr. Johan de Back, ontvanger van de gemene middelen te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande naast de gang van het huis, dat door de heer De Back is gekocht van de heer Pompe.

d. Antonij Repelaer, 23 sept. 1689, burgemeester van Dordrecht, trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 7 dec. 1731 (ondertrouw, de bruid geassisteerd met Johanna de Sondt, weduwe van Jonas de Jongh, haar moeder) Margrieta de Jongh

ORA Dordrecht inv. 1754, f. 148v: op 30 nov. 1734 verkoopt Marijke Franke Boon, weduwe van Sander van Drongelen, voor 140 gl. aan Anthonij Repelaar, burgemeester van Dordrecht, en Christiaan Meloen, koopman te Dordrecht, een huisje in de Bakstraat, staande tussen het huis van Jacob Bornwater en de stal van Laurens Fritsert.

ORA Dordrecht inv. 1654, f. 77: op 12 jan. 1736 verkoopt Anthonij Repelaer, burgemeester van Dordrecht, voor 2210 gl. aan Casparus Brouwer, mr. blikslager en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat tegenover de Lombardbrug, staande tussen de Lombardstraat en brouwerij “den Ancker”. De koper is schuldig aan Justus Marcel, zilversmid te Dordrecht, een somma van 1500 gl.

Kinderen:

Ex 2:

– Jonas Andries Repelaer, gedoopt NG Dordrecht 25 mrt. 1733

ORA Dordrecht inv. 1670, f. 158: op 1 april 1779 verkoopt Jonas Andries Repelaer, wonende te Dordrecht, enige nagelaten zoon van Anthonij Repelaer en Margaretha de Jongh, en uit dien hoofde enige erfgenaam ab intestato van zijn oom Andries de Jongh, oud-burgemeester van Dordrecht, voor 6000 gl. aan mr. Wouter Buck, muntmeester van Holland, een huis met woning en koetshuis erachter, staande op de Groenmarkt en uitkomende op de Varkenmarkt, aan de ene zijde belend door het huis van Cornelis Rees en dat van Maria van Braam aan de andere zijde.

ORA Dordrecht inv. 1671, f. 230: op 6 sept. 1781 verkoopt Jan van Andel, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn zuster Sophia Cornelia van Andel, weduwe van Isaac Morjé, wonende te Dordrecht, voor 7500 gl. aan Jonas Andries Repelaar, wonende te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Aart van der Kaa en dat van Willem Kouwens.

e. Johan, 5 mrt. 1694

f. Maria Emmerentia Repelaer, 15 aug. 1695

g. Ocker Repelaer, gedoopt NG Dordrecht 18 sept. 1699, volgt VI

VI. Ocker Repelaer, gedoopt NG Dordrecht 18 sept. 1699, overleden in 1748, trouwde 14 april 1728 Cornelia Everwijn

ORA Dordrecht inv. 1652, f. 142v: op 20 mei 1746 verkopen mr. Nicolaas van der Dussen, schepen in wette en lid van de Oudraad van Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Lidia Maria van der Dussen, weduwe van mr. Willem Gerhard Paats, wonende te Dordrecht, en mr. Herman Franciscus Ketelanus, secretaris en administrateur van de Weeskamer te Dordrecht, als voogden over Margarita Berk en Pieter Teding van Berkhout, beiden erfgenamen, samen met Nicolaas van der Dussen en Lidia Maria van der Dussen, van Catharina Alida van der Dussen, voor 14.700 gl. aan Ocker Repelaer, lid van de Oudraad te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van mr. Johan Herman Hallincq en het navolgende huis, een stal en koetshuis, staande tegenover het voorgaande huis tussen het huis van de juffrouwen Van Schaak en dat van Pieter Steenbus, een huis, staande tussen het voorgaande grote huis en het volgende huis, en tenslotte nog een huis, staande tussen het voorgaande huis en dat van Arnoldus van Beusecom.

ORA Dordrecht inv. 1661, f. 96: op 29 april 1755 verkopen mr. Hugo Repelaer, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Cornelia Everwijn, weduwe van Ocker Repelaer, wonende in Dordrecht, en mr. Pieter van den Sandheuvel, wonende te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende mr. Quirijn van Strijen, de echtgenoot van zijn zuster Cornelia van den Sandheuvel, wonende in Den Haag, en tevens vervangende zijn broer en zuster mr. Bartholomeus en Hendrica van den Sandheuvel, beiden wonende te Dordrecht, samen enige nagelaten kinderen en erfgenamen van Hendrik van den Sandheuvel en Franchoise Maglina Everwijn, beiden overleden in Dordrecht, welke Cornelia en Franchoise Maglina Everwijn zijn geweest de enige erfgenamen ab intestato van de raadsheer Pompejus de Roovere, voor 2800 gl. aan Hendrik Prinse, apotheker te Dordrecht, een huis met pakhuis of stal in de Voorstraat tussen de Kleine Spuistraat en de Botgensstraatm, de stal uitkomende in de Kleine Spuistraat, staande tussen het huis en de brouwerij van de juffrouwen Van den Sandheuvel en het huis van Aart van der Straaten.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Anna Catharina, 21 mei 1729

b. Hugo Repelaer, geboren 1730, volgt VII

c.Maria, 19 juli 1731

d.Cornelia Margareta, 12 nov. 1732

e. Arnoldina, 16 okt. 1733

f. Petronella, 17 nov. 1734

g. Pieter Pompejus Repelaar, vrijheer van Waarle en Valkenswaard heer van Spijkenisse, Brabant, Hekelingen en Vrieslant, 14 dec. 1736, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 13 jan. 1769 Margaretha Backus

ORA Dordrecht inv. 1673, f. 85: op 24 juni 1783 verkopen “Mr. Nicolaas Backus, Heere van Nieuwbeijerland, Raad in de Vroedschap en Hoofd Officier dezer Stad &a:&a: en Mr: Hugo Repelaar Raad in de Vroedschap en Burgemeester dezer Stad &a:&a: in qualiteit als bij Acte den 31 december 1782 voor den Notaris Jan van der Star en getuigen gepasseert door wijlen vrouwe Margrita Backus wed:e van den Heer Pieter Pompejus Repelaer in leven vrijheer van Waarle en Valkenswaart, Heere van Spijkenisse, Brabant, Hekelingen en Vrieslant, in den Oudraad dezer Stad &a &a aangesteld tot voogden over haar Wel Ed. geb. natelaten minderjaarige Erfgenamen”, voor 50.000 gl. aan mr. Nicolaas Backus een dubbel huis in de Wijnstraat omtrent de Beurs, uitkomende door de St. Jorisgang op de Varkenmarkt en staande tussen het huis van de weduwe van Francois Beudt en dat van mr. Van der Meij van der Linden nomine uxoris en de gemeenschappelijke gang, alsmede een koetshuis en stal, uitkomende op de Knolhaven, staande tussen het pakhuis van Van Wageningen en het huis van Jan Adam Swentzer. Dezelfde verkopers in hun voorn. hoedanigheid verkopen voor 1025 gl. aan Batenburg en Co., kooplieden te Dordrecht, een pakhuis op de Hoge Nieuwstraat, strekkende voor van die straat tot achter aan de Binnenwalevest en staande tussen het pakhuis van Balthus en Co. en het huis van Cornelis Stoop.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

g-1. Ocker, 25 dec. 1772

g-2. Martinus, 23 febr. 1774

g-3. Cornelia Arnoldina, 27 aug. 1775

g-4. Catharina, 30 aug. 1776

g-5. Ida Cornelia, 28 sept. 1777

g-6. Maria, 31 mei 1780

VII. mr. Hugo Repelaer, geboren 1730, hoofdofficier van Dordrecht, burgemeester van Dordrecht, drossaard van Liesveld, overleden in 1804, trouwde Sara Catharina Gevaerts, geboren 1738, overleden 1766

ORA Dordrecht inv. 1662, f. 219v: op 18 aug. 1756 verkopen mr. Pieter Hoeuft, Hendrik Onderwater, heer van Puttershoek, hoofdofficier van Dordrecht, en Hugo Repelaar, samen vervangende mr. Adriaan Stoop, heer van Brandwijk en Gijbeland, en Samuel Onderwater, voor zichzelf en samen vervangende de overige erfgenamen van Cornelia de Roovere, vrouwe van Brandwijk en Gijbeland, weduwe van Samuel Everwijn, voor 5300 gl. aan de stad Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, schuin tegenover de Nieuwbrug, staande tussen het huis van burgemeester Cornelis de Witt en dat van de weduwe van Andries Cant.

ORA Dordrecht inv. 1667, f. 6v: op 28 jan. 1772 verkopen David Hordijk, Gerrard Castendijck, mr. Jasper Verduijn en Paulus Knogh, allen wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Gillis van der Beek, koopman te Dordrecht, voor 7020 gl. aan mr. Hugo Repelaer, hoofdofficier van Dordrecht, nomine uxoris, een huis met een pakhuis erachter, staande in de Wijnstraat aan het Groothoofd tegenover het logement “het Swijnshoofd”, strekkende voor van de straat tot achter in de Palingstraat, aan de ene zijde belend door het huis van Marcelis de Raadt en aan de andere zijde van voren door het huis van Jan Coenraad Echternach en van achteren door het pakhuis en het huis van de weduwe van Maarten Veen, nu gekocht door [NN] Molenkamp.

Kinderen:

a. jonkheer Ocker Repelaer van Driel, geboren Dordrecht 17 okt. 1759, overleden ‘s-Gravenhage 26 okt. 1832

Jhr. Ocker Repelaer van Driel

“Jhr. Ocker Repelaer van Driel… was een Dordtse orangistische regent die onder Lodewijk Napoleon en Willem I regeringsposten bekleedde.

Repelaer,… was een zoon van mr. Hugo Repelaer (1730-1804), onder andere burgemeester van Dordrecht en drossaard van Liesveld, en Susanna Catharina Gevaerts (1738-1766).[1] Hij was een broer van de politicus Johan Repelaer van Molenaarsgraaf. Hij trad in 1787 toe tot de vroedschap, en verloor deze positie bij de Bataafse omwenteling van 1795.

Vlak hiervoor was hij in januari 1795 buitengewoon gezant in Parijs geweest belast met de onderhandelingen met de Fransen (samen met Gerard Brantsen)

Nog datzelfde jaar werd hij gearresteerd op beschuldiging van landverraad, omdat hij was betrapt op correspondentie met de uitgeweken stadhouder. Het aanvankelijk uitgesproken doodvonnis werd uiteindelijk omgezet in gevangenisstraf, en na zes jaar kwam hij op vrije voeten. Vanaf 1803 bekleedde hij weer openbare functies, maar tijdens de inlijving bij Frankrijk was hij ambteloos.

Van december 1813 tot maart 1814 was hij lid van de commissie die een nieuwe Grondwet moest ontwerpen. Als minister van onderwijs wist hij diverse verbeteringen door te voeren. Op 25 maart 1818 werd hij benoemd tot Minister van Staat. In 1819 was hij gedurende een half jaar minister van Waterstaat a.i.

Van 1823 tot aan de Belgische onafhankelijkheid in 1830 was Repelaer van Driel de eerste gouverneur van de Algemeene Nederlandsche Maatschappij ter Begunstiging van de Volksvlijt.”(Wikipedia)

b. Johan Repelaer, heer van Molenaarsgraaf, geboren Dordrecht 25 aug. 1760, overleden Dordrecht 14 mei 1835, trouwde Adriana Alida Gevaerts, geboren 1769, overleden 1858, dochter van Ocker Gevaerts en Hendrika Francoise Braet

“Hij werd bij Koninklijk Besluit van 24 november 1816 verheven in de Nederlandse adel. Hij was een broer van minister Ocker Repelaer van Driel. Hij trouwde met Adriana Alida Gevaerts (1769-1858), een dochter uit het eerste huwelijk van Ocker Gevaerts (1735-1807) met Hendrika Françoise Braet (1745-1777). Uit dit huwelijk werden negen kinderen geboren, onder wie jhr. mr. Ocker Repelaer van Molenaarsgraaf.

Repelaer studeerde Romeins en hedendaags recht aan de Leidse Hogeschool en promoveerde in 1785 op stellingen. Hij vervulde diverse bestuurlijke functies en was onder meer Acht- en Veertigraad van Dordrecht (vanaf 1787), mansman van het Hof en Hoge Vierschaar van Holland (vanaf 1787), secretaris van de Krijgsraad, lid Staatsraad in buitengewone dienst, bij de sectie koophandel en koloniën (1806-1810), kwartierdrost van Dordrecht (vanaf 1807), sous-prefect van het arrondissement Dordrecht (1811-1813). Repelaer was daarnaast hoogheemraad en dijkgraaf in de Alblasserwaard.

Hij was in 1814 lid van de Vergadering van Notabelen en werd later dat jaar benoemd tot lid van de Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden, van 21 september 1815 tot 19 oktober 1829 was hij lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Repelaer werd benoemd tot ridder in de Orde van de Unie (1807) en ridder in de Orde van de Reünie (1812).” (Wikipedia)