Van Duijnen

I. Jan NN

Kinderen:

a. Adriaen Jansz. van Duijnen, volgt IIa

b. Wouter Jansz. van Duijnen, volgt IIb

IIa. Adriaen Jansz. van Duijnen

ORA Dordrecht 1556, akte 40: op 5 aug. 1592 verkoopt Adriaen Jansz. van Duijnen, achtraad en burger van Dordrecht, aan Dirck Jansz. hoedenmaker, een huis achter in het Steegoversloot, staande tussen de gracht en het huis van Willem Bocx. Waarborg: Wouter Jansz. van Duijnen. De koper is schuldig aan de verkoper 612 gl. Borg: Jacob de Bode hoedenmaker.

IIb. Wouter Jansz. van Duijnen, trouwde naar schatting ca. 1575 Neelken Jans.

Kinderen:

a. Simon Woutersz. van Duijnen, volgt IIIa

b. Janneken Woutersdr. van Duijnen, gedoopt NG Dordrecht 5 juni 1578

c. Jan Woutersz. van Duijnen

Kind:

c-1. Abraham Jansz. van Duijnen, trouwde Maijken Hendriks

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 14: op 4 mrt. 1679 verkopen Johannes van Duijnen, wijnkuiper, Johannes van Westerbrugge, als man van Neeltjen van Duijnen, en Lijsbeth Bourgonjon, weduwe van Cornelis van Duijnen, als moeder en voogdes van haar kinderen, bij haar verwekt door Cornelis van Duijnen, kinderen en kleinkinderen van wijlen Maeijken Hendricx, weduwe van Abraham van Duijnen, een huijsje in het Ciborijstraatje [’s Heer Boeijenstraat], voor 190 gl. aan Bartholomeus Labeen, kuiper en burger van Dordrecht, staande tussen het huis van Leendert Schiff  en dat van Crijn Blenckert.

Kinderen:

c-1. Johannes van Duijnen, gedoopt NG Dordrecht juli 1627, wijnkuiper

c-2. Neeltjen van Duijnen, trouwde Johannes van Westerbrugge

c-3. Cornelis van Duijnen, trouwde Lijsbeth Bourgonjon

d. Clara Woutersdr. van Duijnen

IIIa. Simon Woutersz. van Duijnen, van Dordrecht wonende te Leiden (1609), tingieter, trouwde NG Dordrecht 22 febr. 1609/17 mrt. 1609 (procl. Leiden) Lijsbeth Laurensdr., van Dordrecht wonende bij Marike Bouwens (1609)

Kinderen:

a. Laurens Simonsz. van Duijnen, geboren naar schatting ca. 1615, volgt IV

b. Gerrit Simonsz. van Duijnen, geboren naar schatting ca. 1615, viskoper, overleden ca. 1675, trouwde NG Dordrecht 1 febr. 1637 Neeltgen van Eijssel Evertsdr., trouwde 1e Dirck Keldermans, dochter van Evert Schrevelsz. van Eijssel en Mariken Cornelisdr. van As

ORA Dordrecht inv. 770, f. 82 e.v., 16 mei 1635: Adriaentgen Ockersdr. Stout, weduwe van Huijch Cornelisz. Nout viskoper verkoopt aan Gerrit Sijmonsz. van Duijnen, viskoper en burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis genaamd “de Zeehond” en het huis genaamd “het Cromhout”.

ONA Dordrecht inv. 86, f. 194, 21 juni 1647: Geeraerdt van Duijnen verhuurt aan Christoffel Bordels een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Wouter de Gelder, genaamd “deZeehond” en het huis genaamd “het Cromhout”.

ONA Dordrecht inv.100, f. 97 e.v., akte dd11 mei 1651: inventaris van de goederen van Geerard van Duijnen en zijn overleden vrouw Cornelia Evertsdr. van Eijssel, zoals zij die in gemeenschappelijk bezit hebben gehad en die zijn nagelaten door laatstgenoemde. Tot de boedel behoren o.a. een huis, genaamd “de Steur”, staande bij de Grote Vismarkt op de hoek van de Visstraat, welk huis door Cornelia Evertsdr. van Eijssel is nagelaten aan haar kinderen,Aletta en Johannes Keldermans, en een huis in de Visstraat, staande tussen de huizen, genaamd “de Zeehond” en “het Cromhout”, welk huis op 6 jan. 1650 is aangenomen door Geerardt vanDuijnen.

ORA Dordrecht inv. 1620, f. 79: op 6 nov. 1663 verkoopt Jan Jansz. Wacker voor zichzelf, tevens vervangende zijn zusters en nog als voogd van de weeskinderen van zijn broer Hendrick Jansz. Wacker, voor 600 gl. aan kapitein Gerrit van Duijnen, burger van Dordrecht, een huis in de Oude Breestraat, staande tussen het huis van Gillis de Heer en dat van Pieter van den Abeele.

ORA Dordrecht inv. 1622, f. 81: op 2 jan. 1669 verkoopt Adriaen Meijnaert, notaris te Dordrecht, als gemachtigd door het Gerecht van Dordrecht tot het verkopen van het huis van Jan Claesz. Middelaer, voor 730 gl. aan Gerard van Duijnen, achtraad van Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van do. Lanoij en dat van de weduwe van Wouter de Gelder.

ORA Dordrecht inv. 1623, f. 35: op 11 juni 1670 verkoopt Catalina Jans, weduwe van Willem Lacroij, geassisteerd met haar zoon Claes Willemsz., voor 200 gl. aan Gerard van Duijnen, achtraad te Dordrecht, een huis in de Loverstraat, staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van Wouter Cornelisz. van der Neth en dat van de weduwe van Leendert Gillis Timmerman.

Kind:

b-1. Marija van Duijnen, gedoopt NG Dordrecht mei 1639, jonge dochter van Dordrecht wonende voor het Bagijnhof (1665), trouwde NG Dordrecht 8/24 nov. 1665 (procl. te Heemstede) Bartholomeus van Hoven, weduwnaar van Heemstede wonende ald. (1665), officier en rentmeester te Heemstede

ORA Dordrecht inv. 1626, f. 81v: op 19 mrt. 1678 verkopen “Arent van Neten, ende Govert de With, beijde Notarissen binnen deser Stede als last, en(de) procuratie hebbende van Johannes Kelderman gewesene Brouwer inde Brouwerije vande Steur, Blijckende bij deselve procuratie gepasseert voor Borgemrs. ende Schepenen deser Stede van date den 1 augustij 1675 ons Schepenen verthoont, Item de heer Bartholomeus van Hoven in echte gehadt hebbende en(de) geinstitueerde Erfgenaem van za.r Joffrouw Maria van Duijnen, overledene huijsv.w die een dochter ende eenich universeel Erffgenaem was van wijlen de heer Geerard van Duijnen in lijnen[sijn leven] inde Outraet deser Stadt” voor 10.000 gl. aan Margrieta Du Sart, weduwe van Charles Panhuijsen, brouwer en burger van Dordrecht, een huis en brouwerij, voorheen genaamd “de Steur” en thans “de Son”, staande in de Voorstraat tegenover de Pelserbrug tussen het huis van Cornelis Dirxsz. van Oosterwijck en dat van Janneken Codees.

b-1-1. Judith Maria van Hoven, geboren naar schatting ca. 1670, trouwde mr. Willem Schade, raad in de vroedschap van de stad Utrecht

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 85v: op 2 mei 1686 verkoopt Ruth de Ridder, impostmeester te Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Adriaen van Hoven, advocaat voor de resp. Hoven van Justitie in Holland, als halfbroer en voogd van Judith Maria van Hoven, dochter en mede-erfgename van Bartholomeus van Hooch [sic], door hem verwekt bij Maria van Duijnen, enige dochter van wijlen Gerard van Duijnen, schepen in wette van Dordrecht, 1. voor 855 gl. aan Hendrick Scheij, burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Wouter de Gelder en dat van de weduwe van Aert Heijmansz., thans echtgenote van Johannes Rens, 2. voor 285 gl. aan Hendrick Scheij een huis in de Loverstraat, staande tussen het pakhuis van de verkoper in zijn voornoemde hoedanigheid en het huis, dat bewoond wordt door Johannes Hellegers, 3. voor 285 gl. een huis in de Loverstraat tussen het huis van de verkoper aan weerszijden, 4. voor 350 gl. aan Pieter van Schom, twijnder en burger van Dordrecht, een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van Claes Roelants en dat van Leendert Schift, 5. voor 1075 gl. aan Rutgert Geerits, burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van de verkoper en dat van Johannes Dermoeijen, 6. voor 1405 gl. aan Rutgaert Geerits, burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het rook- of pakhuis van de verkoper in zijn voornoemde hoedanigheid en het huis van de verkoper in zijn voornoemde hoedanigheid, 7. voor 825 gl. aan Jacobus van der Werff, burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van de verkoper in zijn voornoemde hoedanigheid en de Loverstraat, 8. voor 1685 gl. aan Carel Blanckert, beenhakker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Arnoldus Stratenus en dat van Cornelis Mes (de koper is schuldig aan Roelant Roelants, burger van Londen, een somma van 1000 gl.), en 9. voor 575 gl. aan Adriaen Heckenhouck, notaris te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof omtrent Raambrug, staande tussen het huis van Gerrit Carssendijck en dat van Jacobus de Gelder.

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 92: op 27 mrt. 1694 verkoopt Hendrick Scheij, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Willem Schade, advocaat voor het Hof van Utrecht, en diens vrouw Judith Maria van Hoven, volgens procuratie gepasseerd op 25 jan. 1694 voor notaris Thomas Vosch van Avesaet te Utrecht, als erfgename van haar grootvader Gerard van Duijnen, lid van de Oudraad te Dordrecht, voor 375 gl. aan Pieter Michielsz. van Aloff een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen het huis van de koper en dat van Jan Franken.

ORA Dordrecht inv. 1645, f. 55v: op 18 okt. 1713 verkoopt “Jacobus van Griethuijsen, marctschipper van dese Stad op Utrecht op dese Stad, als last en procuratie hebbende van de heer en mr. Willem Schade, Raad in de Vroetschap der Stad Utrecht, ende vrouwe Judith Maria van Hoven echteluijden en welke Juffr. Maria van Hoven is een eenige dogter en Erffgenaam van Vrouwe Maria van Duijnen, in haar leven huijse vande heer Bartholomeus van Hoven, die wederom was een eenige dogter en Erfgenaam van haar vader den heer Gerard van Duijnen, volgens deselve procuratie gepasseert voor den nots. Thomas Vos van Avesaet en seekere getuijgen ’s Hooffs van Utrecht residerende in date den 27e Julij 1713”, voor 200 gl. aan Elisabeth Trebellius, weduwe van Adriaan van de Veer, een huis in de Oude Breestraat, staande tussen het huis van Corstiaen van Terwe en dat van Elisabeth Braats.

c. Maijken Sijmensdr. van Duijnen, gedoopt NG Dordrecht okt. 1620, jonge dochter van Dordrecht wonende voor het Bagijnhof (1642), trouwde NG Dordrecht 19 okt./2 nov. 1642 Aernout Stickelman, weduwnaar van Aken wonende voor het Bagijnhof (1642)

ONA Dordrecht inv. 309, f. 49: op 15 mrt. 1680 testeert Marija Simonsdr. van Duijnen, weduwe van Aernout Stickelmans, burgeres van Dordrecht. Zij benoemt tot erfgenamen haar dochters Appolonia, Elijsabeth en IJda Stickelmans, of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Zij benoemt tot erfgenaam van slechts de legitieme portie Arnoldus Stickelmans, zoon van haar overeleden zoon Sijmon Stickelmans. In geval hij gekomen is tot mondigheid of huwelijk, en zich, of tijdens zijn minderjarigheid zijn voogden, zich tevreden verklaren met een somma van 100 gl. in plaats van de legitieme portie, zal hij dat bedrag ontvangen bij zijn meerderjarigheid of huwelijk. Dat evenwel op voorwaarde, dat hij dan niet van de door de testatrice aangestelde executeurs-testamentair of voogden zal eisen, dat zij hem een inventaris van de door haar nagelaten goederen zullen overhandigen. Aan haar twee ongehuwde dochters Elijsabeth en IJda prelegateert zij elk een bed met toebehoren, aan Elijsabeth het bed, dat in de keuken staat, en aan IJda het bed, dat op de kamer staat, en voorts aan Elijsabeth nog een blok en aan IJda een kast. Zij benoemt Elijsabeth en IJda tot executeurs van haar testament en tot voogden over haar kleinzoon Arnoldus Stickelmans.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

c-1. Sijmon Stickelman, 10 aug. 1643, trouwde Metje van der Werf, trouwde 2e Simon van Duijnen

Kind:

c-1-1. Arnoldus Stickelmans

c-2. Appolonia Stickelman, 3 febr. 1647

c-3. Elizabet Stickelmans, 2 sept. 1650

c-4. Ida Stickelmans, 9 aug. 1652

c-5. Gerridt, 26 mrt. 1656, jong overleden

c-6. Arnoldus, 8 dec. 1659, jong overleden

c-7. Marij, 3 mei 1662, jong overleden

IIIb. Abraham Woutersz. van Duijnen, trouwde 23 jan. 1605 Lijsbeth Willemsdr. Stoop

ORA Dordrecht inv. 1594, f. 76 e.v.: op 14 aug. 1617 verklaren Sijmon Woutersz. van Duijnen, Janneken Woutersdr. van  Duijnen, Aeltgen Woutersdr. van Duijnen, en Jacob Stoop, als administrateur van de goederen van Abraham Jansz. van Duijnen, zoon van wijlen Jan Woutersz.  van Duijnen, samen vervangende Clara Woutersdr.  van Duijnen, allen kinderen resp.  kleinkind en erfgenamen van Wouter Jansz.  van Duijnen en Neeltgen Jans, dat bij de boedelscheiding van hun ouders resp. grootouders aan Abraham Wouterse.  van Duijnen is toebedeeld een huis, genaamd “Loosduinen” , staande omtrent de Grote Kerk tussen het huis van Jan Henricxsz. van Slingeland en dat van Jacob Jacobsz. timmerman. Abraham Woutersz. van Duijnen is schuldig aan Cornelis Adriaensz. , burger van Dordrecht, een somma van 1000 gl.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. NN, febr. 1607

b. Marijken, sept. 1608

c. NN, aug. 1610

d. Wouter, dec. 1612

e. Neelken, okt. 1615

f.  Abraham, mrt. 1617

IV. Laurens Simonsz. van Duijnen, geboren naar schatting ca. 1615, provoost van de Munt van Holland, trouwde NG Dordrecht 31 juli 1639 Grietien Cornelisdr. van Sanen

ONA Dordrecht inv. 185, f. 64: op 7 juni 1674 stellen Govert van Eijssel, lid van de Oudraad te Dordrecht, en Sijmon van Duijnen, burger van Dordrecht, zich borg voor thesaurier Cornelis Evertsz. van Eijssel en Laurens van Duijnen, en dat “voor soodanige salm steur ende elft als deselve desen loopende pacht … sullen doen off laeten incoopen aenden affslach tot Geertuijdenberch door Anna Woutersz. woonende aldaer opten naem van Duijnen ende Eijssel”.

ONA Dordrecht inv. 282, f. 449: op 13 aug. 1689 verklaren Metje van der Werff, weduwe van Simon van Duijnen, Gerrit van Duijnen en Laurens Simonsz. van Duijnen, burgers van Dordrecht, door Pieter van der Werff, koopman te Dordrecht, voldaan en betaald te zijn van zodanige somma van 1625 gl. als hun toekomt wegens de overdracht van een meestermuntersplaats in de Munt van Holand te Dordrecht, welke vacant is gekomen door het overlijden van Laurens van Duijnen, resp. hun vader, schoonvader en grootvader.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Lijsbeth, 16 febr. 1642

b. Aletta van Duijnen, geboren ca. 1645, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Breestraat (1671), trouwde NG Dordrecht 15/31 mrt. 1671 Cornelis Hermensz. Waersman, jongman van Dordrecht wonende in de Botgensstraat (1671), wieldraaier

c. Sijmon, Laurentsz. van Duijnen, 8 juni 1646, volgt V

d. kap. Geerit van Duijnen, 9 nov. 1650, mr. munter, trouwde NG Dordrecht 1 sept. 1675 Cornelia Schepens

ORA Dordrecht inv, 1630, f. 60v: op 19 dec. 1685 verkopen Franchois Heijblom Abrahamsz., apotheker, Pieter Anthonij Melanen, notaris, als man van Elisabeth Heijblom, Johannes Heijblom en Dirck Spruijt als testamentaire voogden van Sibilla, Abraham en Willem Heijblom, kinderen en erfgenamen van Abraham Heijblom, voor 300 gl. aan Geerit van Duijnen, burger van Dordrecht, een huis in de dwarsgang van de Vriesestraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Pieter van der Werf en het huis van Maarten de Vos.

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 118: op 5 nov. 1686 verkoopt Gerrit van Duijnen, burger van Dordrecht, voor 300 gl. aan Dirck van de Kemp., burger van Dordrecht, een huis in de dwarsgang van de Vriesestraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Maerten de Vos.

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 42v: op 13 sept. 1689 verkoopt Elias Venlo, notaris te Dordrecht, als curator van de boedel van Geertruijt Willemsdr. Borghniet, voor 320 gl. aan Gerrit van Duijnen een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Jan Schot ijzerkoper en dat van Jacob Aerdemans.

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 51v: op 18  mei 1697 verkoopt kapitein Gerrit van Duijnen, burger van Dordrecht, voor 2800 gl. aan Jan Jacobsz. van der Tack, mr. schoenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande in de Voorstraat tussen de Grote Spuistraat en het huis van Hendrik Onderwater. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 2000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 148v: op 27 juli 1702 verklaart Cornelia van Duijnen, weduwe van Hendrick Scheij, “egene actie of pretensie te hebben” op een huis in de Nieuwe Breestraat, staande tussen het huis van juffrouw Roscam en dat van Matthijs Doore, welk huis is gekomen uit de boedel van haar vader wijlen Laurens van Duijnen, provoost van de Munt van Holland, maar dat het huis is aanbedeeld aan haar broer Gerrit van Duijnen, mr. munter te Dordrecht.

Kinderen:

d-1. Laurens, gedoopt NG Dordrecht 3 juli 1676

d-2. Marietje, gedoopt NG Dordrecht 3 aug. 1678

d-3. Cornelia van Duijnen, gedoopt NG Dordrecht 28 aug. 1679, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 28 aug. 1701 Jan van Heck

ORA Dordrecht inv. 1647, f. 30: op 29 april 1717 verkoopt Jan van Heck, als man van Cornelia van Duijnen, voor 875 gl. aan Johanna Hagens, weduwe van Abraham Marchall, een huis in de Nieuwe Breestraat, staande tussen het huis van juffr. Roscam en dat van de weduwe van Gerrit Doorn.

ORA Dordrecht inv. 1650, f. 225: op 2 april 1726 verkoopt Cornelia van Duijnen, weduwe van Jan van Heck, voor 50 gl. aan Gillis Mostert, twijndersknecht en burger van Dordrecht, een huisje achter in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Verlouw en dat van De Jongh.

e. Neeltje (Cornelia) van Duijnen, 7 febr. 1652, trouwde NG Dordrecht Hendrick Scheij

ORA Dordrecht inv. 1635, f. 57v: op 9 juli 1695 verkoopt Hendrick Scheij, burger van Dordrecht, voor 400 gl. aan Steven Steen, viskoper en burger van Dordrecht, twee huizen in de Loverstraat, staande tussen het huis van Jacobus van der Werff en dat van Willem Schadee.

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 145: op 7 juni 1698 verkoopt Jan Roels, koopman te Dordrecht, voor 1500 gl. aan Samuel Naghenius, “fabriek” [bouwmeester] te Dordrecht, Johanna Naghenius, weduwe van Abraham van Wingertstraten, en Cornelia van Duijnen, weduwe van Hendrick Scheij, wonende te Dordrecht, de helft van een runmolen, staande aan het einde van het eiland buiten de Kalkhaven, waarvan de wederhelft aan de kopers toebehoort.

Kind:

e-1. Clasina (Keijsje) Scheij, gedoopt NG 17 mrt. 1674, jonge dochter van Dordrecht (1693), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 18 okt. 1693 (de bruidegom geassisteerd met zijn broer Johannes Snel, predikant te Piershil, de bruid met haar moeder) Gillis Herweijer, jongman van Piershil (1693)

ORA Dordrecht inv. 1633, f. 108: op 14 mei 1692 verklaart Susanna Marchel, weduwe van Cornelis van Tilburgh, burgeres van Dordrecht, schuldig te zijn aan Hendrick Scheij, burger van Dordrecht, een bedrag van 600 gl., verbindende een huis in de Voorstraat omtrent de Grote Vismarkt. In margine: comp. op 8 febr. 1714 Gilles Herweijer, weduwnaar van Clasina Scheij, enige dochter van Hendrick Scheij, die verklaart, dat de schuld volledig is voldaan.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 30: op 7 april 1701 verkoopt Jenneken Pieters, weduwe van Dijonijs Kaskijn, wonende te Dordrecht, voor 670 gl. aan Gillis Herwijer en Eeuwout Goutswaert de jonge, “in compagnie, bijde coopluijden” te Dordrecht, een huis vooraan in de Heer Heijmanstraat, zijnde het zesde huis van de Doelstraat, staande tussen het huis vn Adriaaen Hegters en dat van Pieter van Beaumont.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

e-1-1. Alida, 23 jan. 1695

e-1-2. Henrica Cornelia, 10 april 1698

e-1-3. Adriana, 23 aug 1699

e-1-4. Gillis, 25 nov. 1700

f. Marijken, 8 mei 1654

g. Laurents, 27 mrt. 1656

V. Simon Laurentsz. van Duijnen, gedoopt NG Dordrecht 8 juni 1646, jongman van Dordrecht wonende in de Nieuwe Breestraat (1669), viskoper, trouwde NG Dordrecht 27 jan./14 febr. 1663 Metje Jacobsdr. van der Werff, jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Spuipoort (1663), weduwe van Dordrecht wonende bij de Vismarkt (1669), trouwde 1e NG Dordrecht 29 juli/14 aug. 1663 Simon Stickelman, jongman van Dordrecht wonende bij de Vismarkt (1663)

ORA Dordrecht inv. 1747, f. 123: op 30 jan, 1670 verkopen Arijen Jacobsz. van der Werff de jonge, Sijmon van Duijnen, als man van Metge Jacobsdr. van der Werff, en Jacob Jacobsz. van der Werff, allen meerderjarige kinderen van wijlen Jacob A. van der Werff, en Pieter Jooste van Ardenne, als voogd van de twee minderjarige kinderen van Jacob Ariensz. van der Werff, voor 500 gl. aan Arien Gerritsz. Croeff, schiptimmerman en burger van Dordrecht, een loods met een helling, ter breedte van die loods, staande en gelegen buiten de Spuipoort tussen het huis van Jacob A. van der Werff en dat van Cornelis Geeritsz. de Vlucht,

ORA Dordrecht inv. 1752, f. 76v: op 29 mei 1714 verkopen “Jacob, Clara, Margareta, Arie, Simon en Gerrit van Duijnen, kinderen ende Erfgenamen van Metie vander Werf wed.e van Sijmon van Duijnen in sijn leven viscooper binnen dese Stad, ende nog Sr. Pieter vander Werff en Arij van Duijnen als voogden over Sijmon Stickelman minderjarige soons zoon van[de voorsz.] van Metie van Duijnen, in haar eerste Huwel. verweckt bij Sijmen Stickelman”, voor 600 gl. aan Dirck Bouwen, burger van Dordrecht, visstal nr. 23 op de Grote Vismarkt.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Jacob van Duijnen, 26 sept. 1671, volgt Va

b. Claertje van Duijnen, 23 mei 1674

c. Grietje van Duijnen, 7 sept. 1676

d. Arien van Duijnen, viskoper 5 aug. 1678

ORA Dordrecht inv. 1655, f. 121: op 16 juni 1739 verkoopt Arij van Duijnen, viskoper en burger van Dordrecht, voor 325 gl. aan Jillis van den Bergh, metselaarsknecht en burger van Dordrecht, een huis in de Sarisgang, staande tussen het huis van Anthoij van Attenhoven en dat van de weduwe Maas.

e. Simon van Duijnen, 30 dec. 1680

f. Gerrit van Duijnen 9 juni 1683, volgt Vb.

Va. Jacob van Duijnen, gedoopt NG Dordrecht 26 sept. 1671, jongman van Dordrecht wonende in de Visstraat (1695), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 9/23 okt. 1695 (de bridegom geassisteerd met zijn moeder Metje Jacobs, weduwe van Sijmon van Duijnen, de bruid met haar tante Geertruij Arents, de vrouw van Jan de Visser) Anna de Visser, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Suikerstraat (1695)

ONA Dordrecht inv. 282, f. 451: op 13 aug. 1689 verklaart Pieter van der Werff, koopman te Dordrecht, schuldig te zijn aan Jacob Simonsz. van Duijnen, jongman, een bedrag van 300 gl. wegens de rest van zodanige somma, die hij beloofd heeft te betalen voor een muntersplaats in de Munt van Holland, die vacant is geworden door overlijden van Laurens van Duijnen, de grootvader van Jacob Simonsz. van Duijnen. Hij heeft die 300 gl. gekort aan de beloofde somma, en is “de selven door intercessie van sr. Hendrick Scheij bij sr. Gerrit van Duijnen vvt sijn contingent in dito geloofde somma liberalijck vereert ende geschoncken aende voorn. sijn neve Jacob Simonsz. van Duijnen”.

ORA Dordrecht inv. 1640, f. 126: op 4 sept. 1704 verkopen kapitein Adriaen van Wageningen en kapitein Francois van Wageningen, voor zichzelf en als executeurs-testamentair van Helena Bouf, weduwe van Johannes van Wageningen, koster van de Nieuwkerk, en als procuratie hebbende van Johan van Wageningen, Melsert Hagens, als man van Cristina van Wageningen, en Jan Elkes, als man van Adriana van Wageningen, voor 310 gl. aan Jacob van Duijnen, glasmaker te Dordrecht, een huis in de Nieuwkerkstraat, staande tussen de Wijngaardstraat en het huis van Dirck van Doorn.

ORA Dordrecht inv. 1653, f. 173v: op 4 mei 1734 verkopen Christijna, Metje, Jacob en Anna van Duijnen, voor zichzelf en tevens vervangende Geertruij van Duijnen en Jan van Daalen, als man van Clara van Duijnen, allen kinderen en erfgenamen van Jacob van Duijnen, voor 325 gl. aan Arij van der Ploeg, mazelaar en burger van Dordrecht, een huis in de Nieuwkerkstraat, staande tussen de Wijngaardstraat en het pakhuis van Adriaan Onderdelinde. De koper is schuldig aan Gerrit van Duijnen een somma van 200 gl.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Stijntie (Christina) van Duijnen, 1 febr. 1696, ongehuwd

b. Sijmon, 9 juli 1697, vermoedelijk jong overleden

c. Geertruijd van Duijnen, 25 juli 1698, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Dwarskade (1737), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 18 april/5 mei 1737 Gijsbert Claesz. Ridderhoff, weduwnaar van Dordrecht (1737)

ORA Dordrecht inv, 1656, f. 89 e.v.: op 22 mrt. 1742 verkoopt Pieter Vallas, burger van Dordrecht, aan Gijsbert Claesz. Ridderhoff, schipper en burger van Dordrecht, voor 760 gl. een huis op de Nieuwe Haven tussen de Roobrug en het Lamstraatje, staande tussen het huis of pakhuis van Lammert Kuijter en Co. en het huis van Jan Meerman. De koper is schuldig aan Rijer van Distelhuijsen, kalkmeter en burger van Dordrecht, een bedrag van 600 gl.

ORA Dordrecht inv. 1658, f. 62: op 19 nov. 1748 verkopen Geertruij van Duijnen, weduwe van Gijsbert Claasz. Ridderhoff, voor zichzelf voor de helft en een zesde part in de wederhelft en nog als moeder en voogdes over haar twee minderjarige kinderen, genaamd Anna en Stijntje Ridderhoff, voor twee zesde parten in de wederhelft, Hendrika Ridderhoff, meerderjarige ongehuwde dochter van Gijsbert Claasz. Ridderhoff, voor een zesde part in de wederhelft, Jacob van Duijnen, als voogd over het voorkind van Gijsbert Claasz. Ridderhoff, genaamd Aaltje Ridderhoff, voor een zesde part in de wederhelft, en Cornelis van der Werff, binnenvader in het Heilige-Geesthuis ter Groter Kerk, voor een zesde part in de wederhelft, toebehorend aan Geertruij Ridderhoff, voorkind van Gijsbert Claasz. Ridderhoff, dat in het voornoemde godshuis gealimenteerd wordt, voor 705 gl. aan Willem Veermans, burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het pakhuis van Lambert Kuijter en het huis van Hendrik Adamse.

RA Dordrecht archief 14, inv. 66, f. 40v op 19 nov. 1748 verkopen “Geertruij van Duijnen wed. van Gijsbert Claasse Ridderhoff in haar privé voor de helfte, ende voor een sesde part inde wederhelfte, Ende nog deselve Geertruij van Duijnen als Moeder en Voogdesse over haar twee minderjarige kinderen met name Anna en Stijntje Ridderhoff voor twee sesde parten in deselve wederhelft, Nog Hendrika Ridderhoff, meerderjarige ongehuwd Dogter vanden voorsz. Gijsbert Claasse Ridderhoff mede voor een sesde part inde wederhelfte, Nog Jacob van Duijnen in qualiteijt als voogt over het minderjarig nagelate voorkint vanden voorsz. Gijsbert Claasse Ridderhoff genaampt Aagje Ridderhoff voor een sesde inde voorsz. wederhelfte, Ende laatstelijk Cornelis vander Werff, binnevader in het Geesthuijs ter Grooterkerk binnen dese Stad als daertoe door de Heeren Vaders en Regenten van ’t selve Godshuijs behoorlijk gequalificeert, volgens qualificatie in dato den 18 November 1748 ons Schepenen verthoont voor het laaste een sesde part, toebehoorende aan Geertruij Ridderhoff, mede een voorkint vanden meergemelten Gijsbert Claasse Ridderhoff, en welk voorkint in het voorsz. Godshuijs wert gealimenteert,” voor 1000 gl. aan Jan Jacob Stuurman te Wormerveer, “een Damschuijt lang over steven 55 voet, diep 6 voet, groot in S’lands dienst 16 lasten, wijt op demaat vande Leijdsendam, met sijn toebehooren staande en loopend wand, en verdere goederen volgens inventaris daervan aenden kooper ten sijnen genoege geexhibeert”.

Kinderen:

c-1. Anna Ridderhoff, gedoopt NG Dordrecht 1 mrt. 1738,

c-2. Christina Ridderhoff, gedoopt NG Dordrecht 2 dec. 1740

c-3. Jacoba, gedoopt NG Dordrecht 27 mrt. 1744, jong overleden

d. Claertie van Duijnen, 13 nov. 1700, trouwde Jan van Daalen

Kind:

d-1. Josina van Dalen, gedoopt NG Dordrecht 6 juli 1732, ongehuwd, overleden Dordrecht 22 mei 1812 (huis nr. XXVII op de Arend Maartenshof)

ORA Dordrecht inv. 1659, f. 3: op 20 jan. 1750 verkopen Jacob van Duijnen, mr. munter in de Munt van Holland te Dordrecht, en Willem van Maarseveen, mr. bakker te Dordrecht, als voogden over Josina van Dalen, enige dochter van wijlen Johannes van Dalen, die in Dordrecht is overleden, voor 590 gl. aan Adriaan Spiering, viskoper en burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Matthijs van der Vloet en dat van Pieter Spaan.

e. Metta (Metje) van Duijnen, 21 mei 1703, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Lindengracht (1736),trouwde Gerecht/NG Dordrecht 15 nov./2 dec. 1736 (de bruid geassisteerd met Christina van Duijnen, haar zuster) Willem Maarseveen, weduwnaar van Buren wonende in de Spuistraat (1736), mr. bakker te Dordrecht

ORA Dordrecht inv. 1672, f. 7: op 16 jan. 1782 verkopen Jacobus Johannes Schrijver, als procuratie van Metje van Duijnen, weduwe van Willem van Maarseveen, en Everhardus Kelderman, beiden wonende te Dordrecht, “als bij appointement van de Kamere Judicieel” van Dordrecht dd 22 nov. 1781 “geobtineert hebbende het Jus deliberandi, met opzigt tot de nalatenschap van Elsje van Zevenom “, gewoond hebbende en te Dordrecht overleden, “en mede tot het transporteren van nagemelde huis gequalificeert” zijnde, voor 1115 gl. aan Andries Wiemans, timmermansbaas te Dordrecht, een huis in de Vriesestraat bij de Mennebrug, met een open plaatsje uitkomende op de stadsgracht en staandr tussen het huis van de weduwe van Jan Looff en het huis van Hendrik Hartman.

ORA Dordrecht inv. 1672, f. 77v: op 7 mei 1782 verkopen “Jacobus Johannes Schrijver, als last en procuratie hebbende van Jacob van Maarsseveen, en Hendrik van Maarsseveen, item Willem Logger, als in huwelijk hebbende Catharina van Maarsseveen en dezelve Catharina van Maarsseveen ten deze door voorn. haren man bijgestaan en gemagtigd, wonende alhier zo voor hun zelve, en nog als vervangende, en de rato Caverende voor hunnen broeder Cornelis van Maarsseveen woonagtig te Amsterdam, zijnde dezelve Jacobus, Hendrik, Catharina en Cornelis van Maarsseveen, de eenige nagelaten Kinderen en Erfgenamen, ex testamento van Metje van Duijnen, in leven wed:e Willem van Maarsseveen, alhier gewoond hebbende en overleden”, voor 1220 gl. aan Cornelia Pot, de vrouw van Abraham Blussé, wonende te Dordrecht, een huis in de Grote Spuistraat met een open plaats, uitkomende in de Haringstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Pieter Valstar en dat van de weduwe van Pieter Visser.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

e-1. Jacobus van Maarseveen, 13 febr. 1739

e-2. Catharina van Maarseveen, 30 nov. 1740, trouwde Willem Logger

e-3. Hendrik van Maarseveen, 31 mrt. 1743

e-4. Cornelis van Maarseveen, geboren ca. 1744 (34 jaar in 1768), van Dordrecht wonende op de Westermarkt te Amsterdam (1768), trouwde Amsterdam 11 mrt. 1768 (ondertrouw, op 29 mrt. 1768 akte verleend om in de Waalse kerk te trouwen) Gijsbertha Mensbier, weduwe van Delft wonende in de Warmoesstraat te Amsterdam(1768),trouwde 1e Fredrik Bouts

e-5. Anna, 7 dec. 1746

f. Jacobus van Duijnen, 12 jan. 1705, mr. munter te Dordrecht

ORA Dordrecht inv. 1653, f. 170: op 8 april 1734 verkoopt Nicolaas van der Werff, burger van Dordrecht, voor 800 gl. aan Jacob van Duijnen, munter en burger van Dordrecht, een huis op de Lindengracht, staande tussen het huis van Gerret Mol en dat van de weduwe De Jager.

ORA Dordrecht inv. 1658, f. 51: op 24 april 1749 verkoopt Jacob van Duijnen, munter en burger van Dordrecht, voor 700 gl. aan Pieter Evenwel, burger van Dordrecht,een huis op de Lindengracht, staande tussen het huis van Nijs van Dongen en dat van Gerrit van Werkhove.

ORA Dordrecht inv. 1756, f. 39v: op 4 nov. 1755 verkopen “de Heer Mr. Herman Franciscus Ketelanus, Burgemeester vanden Agten, Secretaris en Administrateur vande Weescamer binnen dese Stad &c, in qualitijt als ten dese door de Ed. Heeren Weesmeesteren ter weescamere voornt. als Voogd over Josina van Dalen, minderjarige Dogter van wijlen Clara van Duijnen in leven huijsv. van Jan van Dalen, en over Jan Wens en Anna Wens, minderjarige nagelate kinderen van Anna van Duijnen in haar leven huijsvrouw van Jan Wens behoorlijk gequalificeert sijnde volgens acte van qualificatie in dato den [-] ons Scheepenen verthoont, Item Geertruij van Duijnen wed. van Gijsbert Ridderhoff en Willem Marseveen, mr. Backer binnen dese Stad als in huwelijk hebbende Metje van Duijnen te Samen Susters en Susters kinderen en Erffgenamen ab intestato van wijlen Jacob van Duijnen in leve mr. Munter binnen” Dordrecht, verkopen voor 600 gl. aan Jan Kemp, burger van Dordrecht, visstal nr. 28 op de Zeevismarkt.

Visstal op de Vismarkt (hoek Visstraat/Voorstraat), door J. Rutten, ca. 1835

g. Johannes, 7 aug. 1707, vermoedelijk jong overleden

h. Anna van Duijnen, 28 okt. 1708, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Lindengracht (1740), trouwde Gerecht/NG 30 april/15 mei 1740 (de bruidegom geassisteerd met Anna Sibilla Smits, weduwe van Jan Wens, zijn moeder, de bruid geassisteerd met haar zuster Christina van Duijnen) Jan Wens, gedoopt NG Dordrecht 25 mei 1712, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1740), zoon van Jan Wens en Anna Smits

Kinderen:

h-1. Johannes, 8 febr. 1741

h-2. Anna, 10 febr. 1743

Vb. Gerrit van Duijnen, gedoopt NG Dordrecht 9 juni 1683, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 27 dec. 1763 (Gerrit van Duijnen, in de Heer Heijmansuijsstraat, laat kinderen na, met twee koetsen extra), trouwde 1e Johanna van Volkom, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 5 april 1725 (Anna van Volkom, de vrouw van Gerrit van Duijnen, naast de Boomstraat, met de gewone koetsen, laat drie kinderen na, de vader leeft nog), 2e ca. 1726 Maria (Emmerentia) Snijders (Snijers), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 29 okt. 1765 (Marija Snijders, weduwe van Gerrit van Duijnen, laat één kind na, wonende buiten op de blekerij van Simon van Duijnen, met twee koetsen extra)

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

Ex 1:

a. Johannes, 20 sept. 1715

b. Metje van Duijnen, 14 aug. 1718, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 3/18dec. 1740 (de bruidegom met mondeling consent van zijn moeder Ida Slange, laatst weduwe van Martinus Kool, de bruid geassisteerd met haar vader Gerrit van Duijnen) Kasper van der Meer, bleker te Dordrecht, gedoopt NG Dordrecht 17 sept. 1720, zoon van Kasper van der Meer en Yda Slange

ORA Dordrecht inv. 1656, f. 10: op 21 febr. 1741 verkoopt Kasper van der Meer, als man van Metje van Duijnen, als enige erfgename ab intestato van haar grootvader van moederszijde Jan van Volkom, voor 415 gl. aan Gerrit van Duijnen, burger van Dordrecht, een huis in de Heer Heijmansuijsstraat, staande tussen het huis van N. Bisschop en dat van Gerrit Eeker.

ORA Dordrecht inv. 1755, f. 10: op 4 sept. 1742 verkoopt Casper van der Meer, bleker en burger van Dordrecht, als man van Metje van Duijnen, kleinkind en enige erfgename van Jan van Volkom, viskoper en burger van Dordrecht, voor 600 gl. aan Hendrik Schoute, burger van Dordrecht, visstal nr. 33 op de Grote Vismarkt.

Kinderen:

b-1. Casper, gedoopt NG Dordrecht 4 okt. 1741

b-2. Gerrit, gedoopt NG Dordrecht 23 febr. 1743

c. Sijmon, 10 mrt. 1722

d. Hendrik, 3 febr. 1723

Ex 2:

e. Simon van Duijnen, 1 jan. 1727, volgt VI

VI. Simon van Duijnen, gedoopt NG Dordrecht 1 jan. 1727, jongman van Dordrecht wonende buiten de Vriesepoort bij de Zandweg (1760), garenbleker, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 14/31 aug. 1760 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Gerard van Duijnen, de bruid met haar vader Jacobus van der Meer) Cornelia van der Meer, gedoopt NG Dordrecht 24 dec. 1738, jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Vriesepoort bij de Zandweg (1760), dochter van Jacobus van der Meer en Sara Maria de Liefde

ORA Dordrecht inv. 1665,f. 182v: op 22 sept. 1768 verkoopt Simon van Duijnen, garenbleker wonende even buiten Dordrecht, voor 100 gl. aan Jacobus Cokkeel, blokmaker te Dordrecht, een huis, vanouds geweest een looijerij, staande aan het Nieuwkerkhof tussen de stadsgracht en het huisje van de weduwe Evenwel.

ORA Dordrecht inv, 1666, f. 223v: op 23 april 1771 verkoopt Simon van Duijnen, garenbleker wonende buiten Dordrecht, voor 270 gl. aan Arij Bisschop, timmermansbaas te Dordrecht, een huis in de Heer Heijmansuijsstraat, staande tussen het huis van Matthijs Pluijm en dat van de koper, alsmede voor 55 gl. aan Wijnand Louis, metselaarsbaas, een huis in de Nieuwkerkstraat, staande tussen de Wijngaardstraat en het pakhuis en de stalling van Anthonij Dermoeij, en voor 58 gl. aan Theodorus van Lier, twijnhandelaar te Dordrecht, een huis staande achter het Nieuwkerkhof tussen het huis van Jacob Hoesoo en het erf van [NN] Vonk.

ORA Dordrecht inv. 1759, f. 40: op 6 mrt. 1787 verkopen “Arnoldus Kolster, Eerste klerk ter Secretarie dezer Stad, als last en procuratie hebbende van Balthazar Levit, als in huwelijk hebbende Ida Maria van der Meer wonende te Rotterdam, present binnen dese Stad, Cornelia van der Meer, wed.e Simon van Duijnen, wonende eve buiten dese Stad, Jacobus van Maarseveen als in huwelijk hebbende Heiltje van der Meer en dezelve Heiltje van der Meer wonende binnen dese Stad en Casper van der Meer Jacobsz, wonende eve buiten dese Stad, werdende de gehuwde vrouwen door haare mannen geadsisteerd, en tot het passeeren deses geauthoriseerd, zijnde dezelve Ida, Maria, Cornelia, Heijltje en Casper van der Meer met en nevens hunne broeder en zusters Cornelis van der Meer, wonende aan de laage zijde van den Rhijn onder Aarlanderveen, en Dina van der Meer, huisvrouw van Anthonij Tak, en Johanna van der Meer gesepareerde huisvrouw van Fredrik Wilhelm Schoon, de eenige nagelate Kinderen en (except voorn. Cornelis van der Meer, welke heeft gepasseert op den 28 april 1786 voor Thomas Barthardus de Bock notaris te Outshoorn ende Gnephoek en zekere getuijgen behoorlijke Acte van Repudiatie) Erfgenamen van hunne moeder Sara Maria de Liefde, in leven wed:e Jacobus van der Meer”, voor 3333 gl. 6 st. en 10 2/3 p. aan Dina en Johannes van der Meer “twee derde parten in de melioratie of beterschap van een Gaarnblekerij met de huizinge, Lootsen, gaaren, washuisinge en Stallinge met een woord met de gantsche opstand Item de voer velden en hang, thuin, weij en Griendland daar agter gelegen, Item den dam of Kaade lopende voor langs den vliet in de lengte tusschen voors. bleekerij, en den Wel Ed. Gestr. Heer Burgemeester Anthonij van den Brandeler, en in de breedte tusschen de Vliet, en de Stadswijde, met al wat daar op aard en nagelvast is, zo en in dier voegen als door voorn. hunne moeder is gebruikt bewoond, en gepossideert geweest, gelegen aan het tweden Cingel of Sandweg eve buiten op dese Stadsgrond, Item alle de vaste en losse gereedschappen die op ’t zelve overlijden in de huizinge &a en op de bleek tot de voors. bleekerij en gaande houden van dien behoorende geworden zijn daar onder begrepen de meiden en knegtsbedden, met al wat daar toe behoord, Item alles wat in de keuken voor de de meijden en knegts werd gebruikt zoo van ketel, schoorels, messen, vorken &a banken en tafels, en nog daar en boven het paard, wagens, speelwagen, arresleede met derzelver tuigen, hoofdstellen, bitten, lijsten en kleedje, item ladders, tuinmans gereedschappen en ’t gunt verder aan den agterste of door hunne moeder verkogte bleekerij is uitgebrooken, bestaande in en groote kopere kookketel en drie ijsere loogketels, en Laatstelijk een melkkoe, waar van een derde part de voorn. Dina, en Johanna van der Meer als mede Erfgenamen van wijlen hunnen voorn. moeder is toebehorende dan niet anders als onder dese expresse speciale Conditie, dat Casparus van der Meer Jacobusz ten allen tijde zal hebben ’t regt en vermogen omme een derdepart in voors. bleekerij en verdere gevolgen te mogen naderen tegens de Somma van f 5.000 op zijn eerste Request aan hem moeten transporteren ten gemeenen Kosten van hun drien en blijvende mede ’t Contract tussen voorn. Casparus, Dina en Johanna van der Meer, op den 16 Maart 1786 voor wijlen den notaris Leendert van der Horst en getuigen ” bestaan. De blekerij wordt belend ten O. door de Casparus van der Meer, ten W. de stadsweide, ten N. de Tweede Singel of Zandweg en ten Z. de gemenelandswatergang of de Boerenkil.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Gerrit van Duijnen, 30 april 1766, jongman van Dordrecht wonende aan de Beeltjeshaven (1797), bidder, overleden Dordrecht 24 nov. 1843 (Noordendijk E:625), trouwde Gerecht Dordrecht 11 nov. 1797 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Cornelia van der Meer, de bruid met schriftelijk consent van haar vader Cornelis van Rietschoten) Hendrica van Rietschooten, jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Noordendijk (1797)

De Blekersdijk met de Beeltjeshaven, op de achtergrond de molen “de Maagd” (foto: RA Dordrecht)

Kinderen (o.a.: allen NG gedoopt in Dordrecht):

a-1. Simon, 31 mei 1799

a-2. Jacoba Cornelia, 9 febr. 1803

a-3. Cornelia Maria, 25 jan. 1805

a-4. Hendrika Cornelia, 13 nov. 1811

b. Cornelis, 7 jan. 1769

c. Jacobus, 31 juli 1776

d. Maria van Duijnen, 18 okt. 1778, overleden Dordrecht (Tweede Singel E:662 en 589), trouwde Pieter Johannes Bloemendaal