Bonten

I. Jan Carelsz.Bonte, geboren naar schatting ca. 1565, bleker te Dordrecht (vanaf ca. 1595), overleden tussen 1633 en 1649, trouwde Catelijne (Lijntgen) Pietersdr., overleden in of na 1627

Gevelsteen (tentoonstellingsruimte De Waag in Dordrecht) (www.gevelstenen.net)

ONA Dordrecht inv. 55, f. 556 e.v.: op 16 okt. 1626 verklaart ten overstaan van notaris D. Eelbo te Dordrecht Jan Carelsz. de Bont, bleker wonende buiten de Spuipoort, dat aan zijn schoonzoon, Jan Jansz. van Buijl, eveneens bleker te Dordrecht, verkocht heeft een blekerij, liggende buiten de Spuipoort achter de gemenelandsloods tussen de blekerij van Jan Adriaensz. en de blekerij van Jan Jansz., zo groot en zo klein, en op zulke voorwaarden als de verkoper die blekerij van stadswege in pacht gebruikt heeft. Bij de koop zijn inbegrepen een ashuisje, staande op de dijk, en een vlot liggende in de Kil aan het einde van de gemenelandsloods. De koper belooft zijn schoonvader hiervoor te betalen een bedrag van 4406 gl.

ONA Dordrecht inv. 56, f. 237 e.v.: op 14 okt. 1627 testeren Jan Karelsz. Bonte en zijn vrouw Cathalijna Pietersdr., burgers van Dordrecht, hij gezond en zij ziek te bed liggende. Zij benoemen elkaar tot erfgenaam en voogd over hun onmondige erfgenamen. De langstlevende van hen beiden zal gehouden zijn hun jongste, nog ongehuwde dochter Fransijntgen Jans, ongeveer 22 jaar oud is, te onderhouden tot zij haar mondigheid heeft bereikt. De langstlevende is voorts verplicht aan hun getrouwde kinderen, Susanneken, Abraham, Pieter en Cathalijna, aan de nagelaten kinderen van hun overleden zoon, Jan Bonte de Jonge, alsmede aan hun ongehuwde dochter Fransijntgen elk een somma van 100 gl. uit te keren. Hij tekent met een merk, zij kan niet schrijven.

– 1633 (verponding Dordrecht): Jan Bonten bleker betaalt voor zijn huis in de Breestraat 9 ponden 17 sch. 6 duiten. Belenders: Henrick Jansz. huikmaker en Pieter Jansz

ORA Dordrecht inv. 777, f. 27v e.v., akte dd 15 mei 1649: Pieter Bonte, Susanna Bonte, weduwe van Anthonis Jansz. van Gilst, Joris Jansz. van Beeckhuijsen, als echtgenoot van Franchintgen Bonte, Jan Jansz. Bonte, Pieter Jansz. Bonte en Gerrit de Ridder, als man van Catalina Bonte, voor zichzelf en tevens vervangende Jan Abrahamsz. Bonte, allen kinderen en kindskinderen van Jan Carelsz. Bonte, verkopen aan Jan Pietersz. Bocquoij, burger van Dordrecht, een huis in de Oude Breestraat, staande tussen het huis van Wijnant Marcusz. drappier en dat van Hendrick Jansz. huikmaker.

Kinderen :

a. Jan Bonten Jansz., volgt II

b. Abraham Jansz. Bonten, geboren naar schatting ca. 1590, bleker van Albesberch buiten Haarlem, wonende buiten de Spuipoort van Dordrecht (1616), trouwde NG Dordrecht 10 juli/7aug. 1616 Theunken Andries Adriaensdr., geboren naar schatting ca. 1595,van Dubbeldam, wonende ald. (1616), dochter van Andries Adriaensz., schout van Dubbeldam, trouwde 2e NG Dordrecht 30 nov. 1636 (ondertrouw) Gillis Toussein, korenmeter, weduwnaar van Dordrecht, wonende in de Vriesestraat (1636)

ORA Dordrecht inv. 766, f. 77v: op 29 april 1627 bekent Abraham Jansz. Bonten bleker schuldig te zijn aan Cornelis Pietersz., bleker te Heusden, een somma van 1700 gl. wegens koop van een blekerij buiten de Spuipoort met opstal van een huis, “plantagie” en andere toebehoren, gelegen tussen de blekerij van Jan Janssen de Bock en die van Dirck Henricx, daarvoor verbindende voornoemde blekerij etc. Borgen: Jan Carelsz. Bonten, Andries Arijensz. schout van Dubbeldam en Jan Pietersz. Vekemans, blijkens procuratie gepasseerd voor notaris Jan van Slingelandt op 21 april 1627.

c. Susanneken de Bont Jansdr., geboren naar schatting ca. 1590, van Albertsberch bij Haarlem, wonende buiten de Spuipoort op de blekerij (1617), trouwde NG Dordrecht 15 okt./5 nov. 1617 Theunis Jansz. van Gils(t), jong gezel van Capelle, wonende buiten de Vriesepoort op de timmerwerf (1617)

d. Catrijne (Catelijnke) Jansdr. Bonten, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1598, van Dordrecht, wonende op de blekerij van Jan Bonten, trouwde NG Dordrecht 7 nov. 1621 Jan Jansz. (van Buijl), bleker van Budel in Brabant, wonende op de blekerij van Jan Bonten (1621)

e. Carel, gedoopt NG Dordrecht juli 1600, jong overleden

f. Pieter Jansz. Bonte

g. Isaac, gedoopt NG Dordrecht okt. 1604, jong overleden

h. Francijntje Jansdr. Bonten, geboren ca. 1605, “van Dordrecht”, wonende in de Oude Breestraat (1630), trouwde NG Dordrecht 22 sept./7 okt. 1630 Joris Lucasz. (van Beeckhuijsen), gedoopt NG Dordrecht mrt. 1610, kuiper, jongman van Beeckhuijsen [sic], wonende in de Oude Breestraat (1630)

– 15 april 1666: Franchijntgen Bonte, weduwe van Joris Lucasz. van Beeckhuijsen, verkoopt aan Pieter van Standoncq, twijnder en burger vanDordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van Cornelis Jansz. Koucool bakker en dat van de weduwe van Arijen Jansz. van Hemert. Waarborg: Lucas Jorisz. van Beeckhuijsen, knoopmaker en burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 784, f. 80)

i. Carel, gedoopt NG Dordrecht sept. 1608, jong overleden

II. Hans (Jan)Bonten (Jansz.) de Jonge, geboren naar schatting ca.1590, bleker van Blommendael bij Haarlem, wonende buiten de Spuipoort van Dordrecht (1612), overleden in 1626, trouwde NG Dordrecht 4/18 mrt. 1612 Maijken de Laer Jansdr., van Lil bij Bree in het Land van Luik (1612)

– 8 april 1620: Hans Bonten, bleker wonende buiten de Mennebrugpoort [Vriesepoort], is schuldig aan Geertruijt Claesdr., weduwe van Cornelis Jacobsz. van der Eijck, 300 gl. wegens geleende penningen. Hij verbindt voor die schuld zijn bleekveld buiten de Mennebrugpoort, waarop hij woont. (ORA Dordrecht inv. 761, f. 27v e.v.)

– 1 mrt. 1626: testament van Jan Bonten de jonge, bleker, en zijn vrouw Marijken Jansdr., gepasseerd voor notaris S. van de Graeff te Dordrecht. Seclusie van de weeskamer. Extract van dit testament ingeschreven in het weesboek op 7 juli 1626. (Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 137v)

Kinderen:

a. Catelijntien Jans de Bontdr., geboren naar schatting ca. 1615, van Dordrecht wonende buiten de Vriesepoort (1636), trouwde NG Dordrecht 23 nov./16 dec.1636 Gerrit Rutten [de Ridder], jongman van Dordrecht, molenaar wonende buiten de Vriesepoort (1636)

b. Jan Jansz. Bonten (de Bondt), volgt IIIa

c. Pieter Jansz. Bonten, volgt IIIb

d. Lijsbet Jansdr. de Bonte, jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Vriesepoort (1642), trouwde NG Dordrecht 26 jan./18 febr. 1642 Hillebrant Gerritsz. Schagen, jongman van Schagen, molenaar (1642)

IIIa. Jan Jansz. Bonten (de Bondt), geboren naar schatting ca. 1620, jongman van Dordrecht, wieldraaier, wonende buiten de Vriesepoort (1644), trouwde NG Dordrecht 13 nov./6 dec. 1644 Maeijcke Jaspersdr. (Spies), geboren naar schatting ca. 1625,jonge dochter van Dordrecht, wonende buiten de Spuipoort (1644), dochter van Jasper Stevensz. en Anneke Cornelisdr. Spies (cf. Ons Voorgeslacht 2005, p. 243-244)

– 24 jan. 1675: voorwaarden, waarop mr. Gerard Pauw, advocaat en administrateur van de Weeskamer te Dordrecht, ten behoeve van de minderjarige kinderen van Jan Bonten, genaamd Govert, Lijsbeth, Jasper en Gerrid Bonten, alsmede Jannitgen, Johannes en Anneken Bonten, meerderjarige kinderen van Jan Bonten, allen erfgenamen van wijlen Maijken Jansdr., hun grootmoeder, die weduwe was van Hans Bonten, op genoemde datum willen laten verkopen de helft van een blekerij, groot 400 roeden, waarvan de grond toebehoort aan de stad Dordrecht, inclusief de “timmeragie”, die daarop staat, en alle bijbehorende gereedschappen, zoals ketels, tobben e.d., staande en gelegen buiten de Vriesepoort naast de vaart, genaamdde Beeltjeshaven, waarvan de wederhelft, namelijk het achterste gedeelte, toebehoort aan Goossen van de Grient, als echtgenoot van de weduwe van Pieter Bonten. Het voorste deel van de blekerij is verhuurd aan Lauwerens Hendricxsz. Verkocht aan Pieter Gerritsz. Schuijten voor 4000 gl. (Weeskamer Dordrecht inv. 26, f. 326 e.v.; ONA Dordrecht inv. 366)

– 6 mrt. 1675: mr. Gerard Pauw, advocaat en administrateur van de Weeskamer van Dordrecht, namens de minderjarige kinderen van wijlen Jan Bonten, met name Govert, Lijsbeth, Jasper en Geerit Bonten, en Jannitgen, Johannis en Anneken Bonten, meerderjarige kinderen van Jan Bonten, allen erfgenamen van hun grootmoeder Maeijcken Jansdr., weduwe van Hans Bonten, verkopen voor 4000 gl. aan Geerit Dirksz. Bierkens, garenbleker en burger van Dordrecht, de helft van de melioratie van een blekerij, groot 400 roeden, waarvan de grond toekomt aan de stad Dordrecht, met alle blekersgereedschappen, w.o. ketels, tobben, kuipen, spoelbakken, blekerswagen, “cordewagens”, berries, koperen ketels en akers, gelegen buiten de Vriespoort, naast de vaart genaamd “de Beeldjeshaven”, waarvan de wederhelft, nl. het achterste deeltoebehoort aan Goossen van de Grient, als man van de weduwe van Pieter Bonte. (ORA Dordrecht inv. 1748, f. 22v)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht)

a. Maijken, 1645, jong overleden

b. Johannes Bonten, 1647

c. Marijken, 1648, jong overleden

d. Jannitgen Bonten, geboren naar schatting ca. 1649

e. Anneken Bonten, 1650

f. Maijken, 1651, jong overleden

g. Govert Bonten, 1652

Zijn oom is Cornelis Jaspersz. Spies.(Weeskamer Dordrecht inv. 26, f. 251v, akte dd 13 mrt. 1675)

h. Lijsbeth Bonten, 1654

i. Jasper Bonten, 1655

j. Gerrit Bonten, 1657

IIIb. Pieter Jansz. Bonten, geboren naar schatting ca. 1620, jongman van Dordrecht (1645), bleker buiten de Vriesepoort, trouwde NG Dordrecht 26 nov. 1645 (ondertrouw; per schrijven van Heemstede) Marijken Bartholomeus, jonge dochter van Heemstede en daar wonende (1645), weduwe wonende buiten de Vriesepoort (1670),trouwde 2e NG Dordrecht 9/28 mrt. 1670 Goossen Cornelisz. van de Grient, voerman, weduwnaar van Dubbeldam wonende buiten de Vriesepoort (1670)

– 25 jan. 1678: Marcelis Antonisz. van Gent verkoopt aan Aelbert Bastiaensz., tuinman en burger van Dordrecht, een buiten tuin de Vriesepoort, gelegen achter de blekerij van de kinderen van wijlen Pieter Bonten. (ONA Dordrecht inv. 187, f. 159 e.v.)

– 7 mrt. 1680: Johannes, Govert en Geerit Pietersz. Bonte verkopen voor 1800 gl.aan Aeltgen en Lijsbet Pietersdr. Bonte drie vijfde parten van de melioratie van een blekerij, waarvan de koopsters de resterende twee vijfde parten bezitten, hun aangekomen bij testament van hun grootmoeder Maeijke Jansdr., gelegen buiten de Vriesepoort op de stadsgrond achter de blekerij van Geerit Dirksz. Bierkens. (ORA Dordrecht inv. 1748, f. 87)

Blekerij buiten de Vriesepoort.

Kinderen:

a. Jan Pietersz. Bonten de Bont), jongman van Dordrecht, bleker, wonende buiten de Vriesepoort (1677), trouwde NG Dordrecht 29 aug./12 sept. 1677 (en hebben daarvan attestatie gelicht) Cornelia Daniëls, jonge dochter van Dordrecht, wonende buiten de Sluispoort (1677), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 31 mrt. 1713 (Cornelia Daniels, weduwe van Johannes Bonte, in de Torenstraat), dochter van Daniël Cornelisz. Rijcken en Elisabeth Willemsdr. Stoop

– 27 april 1700: Roeland Taarling, als diaken van de NG gemeente te Dordrecht, verkoopt voor 370 gl. contant aan Cornelia Daniëls, weduwe van Johannes Bonte, burgeres van Dordrecht, een huis in het Torenstraatje, staande tussen het huis van Cornelis Noteman blokmaker en dat van Huijbertie Cool. (ORA Dordrecht inv. 802, f. 28)

– 4 mei 1700: Cornelia Daniëls, weduwe van Jan Bonten, is schuldig aan kapitein Appeldoorn een somma van 200 gl., verbindende een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van Huijbertje de Cool en dat van Cornelis Noteman. (ORA Dordrecht inv. 1638, f. 36 e.v.)

b. Govert Pietersz. Bonten (de Bond), jongman van Dordrecht, (garen)bleker, wonende buiten de Vriesepoort (1677)trouwde NG Dordrecht 7/28 nov. 1677Barbara Pietersdr. Maesdam, jonge dochter van Strijen (1662), weduwe van Strijen, wonende buiten de Vriesepoort (1677), dochter van Pieter Ariensz. Maesdam en Jannetgen Hendricx, trouwde 1e NG Dordrecht 4/26 juni 1662 (per schrijven van Strijen; bescheid gegeven om te Cillaarshoek te trouwen) ArienHendricksz. Weeda, gedoopt NG Dubbeldam 1 april 1635, jongman van Dordrecht, wonende buiten de St. Jorispoort (1662), zoon van Hendrick Adriaensz. van Weeda en Machtelt Adriaensdr. (Willemsdr.)

ONA Dordrecht inv. 257, f. 197: op 7 mrt. 1679 verleent Govert Pietersz. Bonten, bleker en burger van Dordrecht, als man van Berbera Pietersdr. Maesdam, dochter en mede-erfgename van Pieter Ariensz. Maesdam en Jannetgen Hendricx, beiden overleden in Strijen, procuratie aan Lenert Pietersz. Maesdam, resp. hun zwager en broer, om voor het gerecht van Mijnsheerenland te transporteren aan Adriaen Meijnaert, wonende te Dordrecht, hun vijfde part in 7 morgen land in het Oudeland van Moerkerken, aan Berbera Pietersdr. geprelegateerd in het testament van haar ouders, dat zij hebben gepasseerd voor notaris A. van Neten te Dordrecht op 17 okt. 1670.

Kinderen ex 1:

a. Heijndrick Ariensz. Weeda, jongman wonende buiten de Vriesepoort (1689), trouwde NG Dordrecht 27 febr./13 mrt. 1689 Maria Hendriksdr. (de) Pater, jonge dochter van Dubbedlam en daar wonende (1674),weduwe wonende buiten de Vriesepoort (1689), trouwde 1e NG Dordrecht 29 april 1674 (ondertrouw, per schrijven van Dubbeldam) Caspar Jorisz., jongman van de Merwede, bleker, wonende buiten de St. Jorispoort (1674)

b. Magheltje Ariensdr. Weeda, jonge dochter van Dordrecht, wonende buiten de Spuipoort (1690), weduwe wonende buiten de Spuipoort (1697), trouwde 1e NG Dordrecht 23 april/7 mei 1690 Staas Staasz. Warnier, bleker, weduwnaar, wonende buiten de Spuipoort (1690), 2e Gerecht/NG Dordrecht 1/17 dec. 1697 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader, de bruid met haar stiefvader Govert de Bont) Adriaen Hoffman, jongman van Dubbeldam (1697)

– 23 jan. 1680: Govert Pietersz. de Bont, bleker te Dordrecht, getrouwd met Berbera Pietersdr., die eerder weduwe was van Arien Hendricxsz. Weeda, geeft te kennen, dat Huijbertje van Weeda haar man Wouter van Lil tot haar erfgenaam heeft benoemd, op voorwaarde, dat hij haar erfgenamen ab intestato een somma van 600 gl. zal uitreiken. De voorkinderen van Goverts vrouw zijn voor een vierde deel erfgenamen ab intestato in dat bedrag van 600 gl. Huijbertje heeft verzuimd heeft voogden aan te wijzen voor haar minderjarige erfgenamen, maar heeftwel de weesmeesters van Dordrecht gesecludeerd uit haar nalatenschap. Aangezien de voorkinderen van Goverts vrouw allen onmondig zijn, verzoekt hij de regeerders van Dordrecht hemzelf aan te stellen tot voogd over die kinderen. Verzoek toegestaan. (ORA Dordrecht inv. 72, f. 98v e.v.)

– 19 mei 1695: Govert Pietersz. de Bondt, garenbleker en burger van Dordrecht, is schuldig aan Pieter van Bellekum, wonende te Gorinchem en vroedschap aldaar, een bedrag van 1200 gl. wegens geleende penningen, verbindende een huis en blekerij, staande en gelegen tussen de Spuipoort en Vriesepoort, belend door de “bleijck” van burgemeester Roeloff Eelbo aan de ene zijde en de “bleijck” van Claes Gerritsz. aan de andere zijde. (ORA Dordrecht inv. 878, f. 10 e.v.)

– 17 dec. 1698: compareren Adriaen Hoffman, garenbleker en Michiel van der Spoor, twijnder en burger van Dordrecht. Zij verklaren, dat Govert Bonten, garenbleker buiten Dordrecht, als echtgenoot van de weduwe van Arij Weda, ten behoeve van Pieter van Bellicum, inwoner van Gorinchem, heeft gepasseerd twee hypotheekbrieven, een van 1200 gl. en een van 1800 gl., waarvoor hij heeft verbonden de garenblekerij, waarop hij woont, liggende buiten Dordrecht tussen de Spuipoort en de Vriesepoort. Comparanten stellen zich borg voor Govert Bonten. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 593, f. 421 e.v.)

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 9 okt. 1720: Berber van Maasdam, weduwe van Govert Bonte, buiten op de Zandweg, met één koets boven het getal

c. Gerridt Bonten, jongman van Dordrecht, sledenaar, wonende buiten de Vriesepoort, trouwde NG Dordrecht 4 febr. 1680 Neeltie Barendsdr. van der Beeck, jonge dochter van Dordrecht, wonende buiten de Sluispoort (1680), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 12 juni 1742 (Neeltie van der Beek, weduwe van Gerrit Bonte, aan de Vriesepoort, laat kinderen na, “best graft”)

d. Lijsbeth Pietersdr. Bonten, gedoopt NG Dordrecht 17 nov. 1651, trouwde Jan Stevensz., schiptimmerman te Dordrecht

e. Aeltgen Pietersdr. Bonten, geboren naar schatting ca. 1655, trouwde NG Dordrecht 23 juni 1680 Jacob Willemsz. van Dijck

– 23 dec. 1689: Jacob van Dijck, als man van Aeltgen Pietersdr. Bonte, en Lijsbeth Pietersdr. Bonte, weduwe en erfgename van Jan Stevensz., schiptimmerman en burger van Dordrecht, verkopen voor 5000 gl. aan Leendert Jansz. van Baecken, mr. huistimmerman, een blekerij met de “timmeragie”daarop staande, alsmede alle daartoe behorende gereedschappen, staande en gelegen buiten de Vriesepoort op stadsgrond achter de blekerij van Hendrick Cambeij, als man van de weduwe van Geerit Dircxsz. Bierkens. (ORA Dordrecht inv. 877, f. 47v e.v.)