Van Beaumont II

I. Govert Adriaensz. van Beaumont, geboren vóór 1445, houthandelaar te Dordrecht, overleden tussen 1499 en 23 mei 1504, trouwde 1e (huw. voorw. Dordrecht 31 juli 1474) Theodora (Dirckje) van Egmond Adriaen Aelbrechtsdr., dochter van Adriaen Aelbrechtsz. van Egmond, houthandelaar en schepen van Dordrecht en Adriana Dircksdr. van Slingeland, 2e Beatrix Philipsdr. van der Does (Ons Voorgeslacht 2006, p. 98-99)

Kind (ex 1):

a. Johan van Beaumont Govertsz. volgt II

II. Johan van Beaumont Govertsz., geboren 1488, azijnbrouwer in “den Bock” in de Wijnstraat, overleden in 1558, trouwde 1e Maria Blok, OSP, 2e naar schatting ca. 1528 Johanna Oom Cornelisdr., geboren ca. 1510 (ORA Dordrecht inv. 709, akte 471), overleden in 1574, “leggen beyde begraven in haar groot Graft, voor den Preekstoel in de Groote-Kerk” (Balen, o.c., p. 931), dochter van Cornelis Oem Cornelisz., schepen van Dordrecht, en Rijnsburg van Cuijl Herbertsdr. (Ons Voorgeslacht 2006, p. 101)

– 15 mrt. 1565: Henrick Hijesvelt verkoopt Jannechen Cornelisdr. Oem, weduwe van Jan Govertsz. van Beaumont, een jaarlijkse losrente van 20 gl., verzekerd op een huis aan de Poortzijde in de opgang van de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Gerrit van Nispen en dat van Jasper Beck. (ORA Dordrecht inv. 1540, akte 941)

– 1566: op verzoek van Adriaen Dircxsz. Coninck legt Jannichgen Oom Cornelisdr., 55 jaar oud, een verklaring af. Zij getuigt, dat haar grootmoeder, Grietgen van Cuijl, altijd twee maal per jaar 72 provens aan de huisarmen te Dordrecht gegeven heeft, elke proven bestaande uit een brood van een stuiver, twee stuivers in contant geld en een stoop bier. Na Grietgens overlijden zijn de provens op dezelfde wijzeverstrekt door Floris van Cuijl, Jannichens inmiddels overleden oom, en door haar moeder, Reijnburch van Cuijl, en na het overlijden van laatstgenoemde door Floris van Cuijl en soms door haar, deposante, zelf. Toen Floris is overleden hebben zijn kinderen op zich genomen de provens te verstrekken. De deposante verklaart voorts, dat zekere tijd geledende vrouw van Herber van Cuijl bij haar is gekomen enhaar heeftgevraagd om wat bier te brouwen of te “vaten” want, zo zei zij, “wij moeten den arme die provens deelen”. (ORA Dordrecht inv. 705, akte 584)

– 4 nov. 1566: Toenken Jansdr., weduwe van Henrick Willemsz., transporeert aan Jannechen Cornelisdr. Oom, weduwe van Jan Govertsz. van Beaumont, een rentebrief van een half pond Vlaams jaarlijks. (ORA Dordrecht inv. 706, akte 98)

– 6 dec. 1570: op verzoek van mr. Heijndrick van Medenblijck, advocaat postulant voor het Hof van Utrecht, verklaren Adriaen Dircxsz. de Coninck, lid van de Oudraad van Dordrecht, 61 jaar oud, Jannege Cornelis Oemdr., weduwe van Jan Govertsz., 60 jaar oud, Anna Cornelis Oemsdr., de vrouw van mr. Heijndrick Cornelisz. te Gorinchem, 51 jaar oud, en Reijnborch Jansdr., weduwe van Adriaen Mol Dircxsz., 31 jaar oud, dat ongeveer 14 jaar geleden, toen Adriaen Pietersz. Nan in het huwelijk trad met Neeltge Jansdr., de dochter van Jannege Cornelisdr. Oem, een zeker Adriaen Evertsz., die uit Spanje gekomen was, van de dochters van mr. Romboudt van Steijnemoelen, die in Dordrecht voor genoemde bruiloft aanwezig waren, een bedrag van 8 gl. vorderde, die hij in Spanje aan Pieter van Steijnemoelen, die volgens hem nadien in Spanje overleden was, “in sijnen noot” geleend zou hebben. (ORA Dordrecht inv. 709, akte 471)

– 29 mei 1576: Adriaen Pietersz. Nan, als man van Neeltgen van Beaumont Jansdr., Govert van Beaumont Jansz., schepen van Dordrecht, Marijken van Beaumont Jansdr., weduwe van Jan Geritsz., Cornelis Oom van Beaumont, Reijnborch van Beaumont Jansdr., weduwe van Adriaen Mol Dirksz., Philips Paeijman Gijsbertsz., als man van Dircxken van Beaumont Jansdr., Gijsbert van Dijemen Cornelisz., als man van Thoentgen van Beaumont Jansdr., Jacob van Dijemen Cornelisz., als man van Margaretha van Beaumont Jansdr., allen erfgenamen van wijlen Janneken Ooms Cornelisdr., weduwe van Jan van Beaumont Govertsz., transporteren aan Herbert van Beaumont Janz., hun broer, een huis over de Waag, staande tussen het huis genaamd “Schaerlaken” en het huis van het Kuipersgilde genaamd “de Grooten Nachtegael”, met de brouwerij genaamd “den Bock” en een klein huis, uitkomende in de Tolbrugstraat Waterzijde, strekkende tot aan de brouwerij, gekomen [of gekocht?] van de erfgenamen van wijlen Jan den Hoochaers. (ORA Dordrecht inv. 1547, f. 125)

– 29 mei 1576: voornoemde erfgenamen verkopen aan Adriaen Pietersz. Nan, als man van Cornelia van Beaumont Jansdr., een huis op de Hil in de Elfhuizen, staande naast de molen van Lenaert de molenaar. (ORA Dordrecht inv. 1547, f. 127v)

– 29 mei 1576: voornoemde erfgenamen verkopen aan Govert van Beaumont Jansz. een huis in de Augustijnenkamp, staande tussen het huis van Adriaen Dirksz. de Coninck en het erf van het klooster van de Grauwe Zusteren. (ORA Dordrecht inv. 1547, f. 128)

– 29 mei 1576: voornoemde erfgenamen verkopen aan Cornelis Oom van Beaumont Jansz. een huis, genaamd “de Gulden Leerze”, staande aan de havenzijde tegenover de Minnebroeders tussen het het huis van Jan de Kennip en dat van Pieter Henricxsz. Boon. (ORA Dordrecht inv. 1547, f. 128)

– 29 mei 1576: voornoemde erfgenamen verkopen aan Jacob van Dijemen, als man van Grietgen van Beaumont Jansdr., een huis achter in de Breestraat, staande tussen het huis van mr. Eeuwout Aertsz. en dat Gerrit Cornelisz. Drijffhout, genaamd “den Baers”. (ORA Dordrecht inv. 1547, f. 128v)

– 29 mei 1576: voornoemde erfgenamen verkopen Jacob van Dijemen, als man van Grietgen van Beaumont Jansdr., twee huisjes in de Raamstraat, staande tussen het huis van Jacob Adamsz. en dat van N. de vleeshouwer. (ORA Dordrecht inv. 1547, f. 128v)

Kinderen (ex 2; volgorde willekeurig):

a. Cornelis Oom van Beaumont Jansz., geboren naar schatting ca. 1530, lakenkoper, overleden 10 mrt. 1616, trouwde Jenne (Janneken) Ghijsbrechtsdr. van Haerlem

ORA Dordrecht inv. 1546, akte 439: op 2 mei 1575 verkoopt Grietken Jansdr., weduwe van Gerrit Pietersz. van Schaerlaecken, voor haarzelf en tevens namens haar vijf kinderen, bij haar verwekt door Gerrit Jansz. van Schaerlaecken, aan Cornelis van Beaumont lakenkoper een huis, genaamd “Zwartschenborg”, staande aan de Poortzijde omtrent de Wijnbrug tussen het huis van Willemken, de weduwe van Schrevel Ockersz., genaamd “de Mannekens”, en het huis van Anna Jacobsdr., weduwe van Joos Peeck. Waarborg: Gerrit Jansz. in den Engel.

ORA Dordrecht inv. 1569, f. 188v: op 27 jan. 1578 verkoopt Cornelis van Beaumont Jansz., als man van Janneken Ghijsbrechtsdr. van Haerlem, aan Adriaen van Beaumont Pietersz. een rentebrief van twee Vlaamse ponden jaarlijks.

ORA Dordrecht inv. 1579, f. 88v: op 13 mei 1593 comp. Mariken Jansdr. van Haerlem, voor een derde part, Anthonis Ghijsbertsz. van Haerlem, voor een achttiende part, Jan Ghijsbertsz. van Haerlem, voor een achttiende part, en dezelfde Anthonis en Jan van Haerlem als voogden van de weeskinderen van wijlen mr. Jan van Haerlem, advocaat voor het Hof van Holland, en van de weeskinderen van Rochus van Haerlem, hun broers, elk voor een achttiende part, Willem de Jonge Willemsz., burgemeester van de gemeente van Dordrecht, als voogd van het weeskind van Blasius van Haerlem, voor een achttiende part, Catrina Ghijsbertsdr. van Haerlem, weduwe van Barthout Gerritsz. , voor een achttiende part, Cornelis van Beaumont Jansz., als man van Janneken Ghijsbertsdr. van Haerlem, voor een achttiende part, Franchoijs Clementsz., als man van Claertgen Ghijsbertsdr. van Haerlem, voor een achttiende part, Cornelis van Bijwaert, als man van Elisabeth Ghijsbertsdr. van Haerlem, voor een achttiende part, samen zich sterk makende voor Coenraedt de Mazieres, als man van Anneken Ghijsbertsdr. van Haerlem, voor een achttiende part, Jan Gerritsz. in den Engel, als man van Cornelia Ghijsbertsdr. van Haerlem, en de kinderen van Dirck van Haerlem, elk voor een achttiende part. De comparanten verkopen aan Dionijs Jansz. schipper een huis in de Kannenkopersbuurt [Voorstraat], staande tussen het huis van Hendrick Jansz. wijnkoper en dat van Mariken Jobsdr., weduwe van Cornelis Schot, strekkende voor van de straat tot achter op de haven.

ORA Dordrecht inv. 1579, f. 187v: op 18 mei 1594 verkoopt Cornelis van Beaumont Jansz. aan Damis Servaesz. een huis in de Grote Spuistraat, staande tussen het huis van Cors de bierdrager en dat van Willem Pietersz. viskoper, zoals dat huis is gekocht door wijlen Ghijsbrecht van Haerlem. Waarborg: Jan Cornelisz. lakenkoper. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1000 gl. Borgen: Jan Fineman en Cornelis Willemsz. schiptimmerman.

Kind:

a-1. Johan van Beaumont, trouwde Cornelis Beens

Kinderen:

a-1-1. Maria van Beaumont, trouwde 1e Wouter van Goudhouven, 2e Adolf van de Graaf, kapitein in Nederlandse dienst, commandeur van Ravesteijn

Kind (ex 1):

a-1-1-1. Cornelia van Goudhouven

a-1-2. Adriaen van Beaumont, burgemeester van het Gerecht van Dordrecht, trouwde 1e Anna van Bredenhof, 2e Johannette Franken Roelofsdr.

ORA Dordrecht inv. 1602, f. 118: op 23 nov. 1627 verkoopt Adriaen van Beaumont, zoon en mede-erfgenaam van Jan Cornelisz. van Beaumont, aan Govert Rocusz. van Wesel, burger van Dordrecht, een huis in de Pelserstraat, staande naast de stadsvest.

ORA Dordrecht inv. 1605, f. 98v: op 11 juni 1633 verkoopt Adriaen van Beaumont, koopman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Henrick van Hegenraij, als man van Cornelia van Bredenhoff, en Matheus Everswijn, als man van Adriana van Bredenhoff, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Schouth te Haarlem op 10 mei 1633, aan Jan Deuren, koopman en burger van Dordrecht een huis in de Wijnstraat, genaamd “SGraevenhaech”, staande tussen het huis van Jan Sam en wijnkoper en dat van Corstiaen Coenraets. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 1300 gl.

ORA Dordrecht inv. 1607, f. 109v: op 25 okt. 1638 verkoopt Adriaen van Beaumont, koopman en burger van Dordrecht, als procuratie van Johanna van Bredenhoff, jonge dochter wonende te Haarlem, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. van Bosvelt te Haarlem op 22 okt. 1638, voor 300 gl. aan Geerit Jansz. lindenwever, een huis staande in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van Jan Willemsz. Bijl en dat van de weduwe van Claes Gijsberts kuiper.

ORA Dordrecht inv. 1615, f. 122: op 13 aug. 1654 verkoopt Cornelis Cornelisz. van de Kevij, timmerman en burger van Dordrecht, aan Adriaen van Beaumont, burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Anna van Lanschot en dat van Hendrick Hermansz., commandeur van de klappers.

ORA Dordrecht inv. 1747, f. 20: op 20 juni 1658 verkoopt Simon Crom, als executeur-testamentair van Adriaen van Beaumont, voor 400 gl. aan Donatus Verdoen, lakenkoper en burger van Dordrecht, “een Raempte met de melioratie vant erve gelegen buijten de Vriesepoort wesende deser Stede gront, streckende vande eene wech totte andere, soo groot en cleijn de selve gelegen is tusschen de raempte van Jan van Hutten aen d’eene, en den thuijn van Maria Goffie en Leendert van Oosten aen ander zijde”.

Ex 1:

a-1-2-1. Adriana van Beaumont, trouwde Simon Crom

ONA Dordrecht inv. 269, f. 172: op 3 nov. 1663 verklaart Simon Crom, dat Adriaen van Beaumont, zijn schoonvader zaliger in zijn laatste testament tot medevoogd over zijn, Croms, kinderen, door hem verwekt bij Adriana van Beaumont, heeft benoemd Otto van Flodorp. Aangezien deze Van Flodorp inmiddels is overleden en diens weduwe Jannetta van Bredenhoff hem heeft verzocht ontslagen te worden van deze voogdij, heeft hij haar daarvan ontheven. Damas van Slingeland, ontvanger van de gemene middelen te Dordrecht, stelt zich borg voor de nakoming hiervan.

a-1-2-2. Gijsbert van Beaumont, trouwde 13 juni 1627 Elisabeth van Dijk

ORA Dordrecht inv. 1602, f. 51v: op 31 okt. 1626 verkoopt Anneken Adriaensdr., weduwe van Isaac Balthensz., aan Gijsbrecht van Beaumont, burger van Dordrecht, een erf strekkende van achteren van de muur van de verkoopster recht door tot aan de gracht, liggende achter het huis van de verkoopster en dat van de koper, staande voor het Bagijnhof.

ORA Dordrecht inv. 1602, f. 70: op 30 jan. 1627 verkoopt Gijsbert van Beaumont aan Jan Jansz. van Aecken, schoenmaker en burger van Dordrecht, een vethuis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Cornelis Jansz. van der Net en de gracht.

ORA Dordrecht inv. 1602, f. 71: op 11 febr. 1627 verkopen Johan van Slingerlant en Franchoijs van Casteren, kooplieden en burgers van Dordrecht, elk voor de helft, aan Gijsbert van Beaumont, een huis in de Augustijnenkamp, staande tussen het huis van Adriaen de bode en ’s Herenstraat. Waarborgen: Adriaen van Hogeveen voor Van Casteren en Thijmen van Slingerlant, licentiaat in de rechten, voor Van Slingerlant.

ORA Dordrecht inv. 1606, f. 148v: op 6 sept. 1636 verkopen Adriaen en Gijsbert van Beaumont aan Jan Laurensz., burger van Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, genaamd “’t Gulde Paert”, staande tussen het huis van de koper en dat van Steven Ariensz. Scheij.

ORA Dordrecht inv. 1607, f. 81: op 1 juni 1638 verkoopt Anna van Lanschot, weduwe van Franchoijs Beens, aan Pieter Cornelisz. Swanenburch, Gijsbert van Beaumont, Willem Cornelisz. en Lijnken Jacobsdr., weduwe van Jan Jansz. Morlet, een vijfde part in een runmolen met schuur en paard en wagen, staande buiten de Sluispoort, waarvan de kopers de resterende vier vijfde parten bezitten.

ORA Dordrecht inv. 1609, f. 16v: op 8 mei 1641 verkoopt Emmeken Jan Ambrosiusdr., weduwe van Pieter Cornelisz. Swanenburch, geassisteerd met Johan de With, ontvanger van de Grafelijkheidstol van Geervliet, aan Gijsbert van Beaumont en Willem Evertsz., burgers van Dordrecht, een vierde part in een schorsmolen met huis en schuren, staande buiten de Sluispoort.

ORA Dordrecht inv. 1609, f. 95: op 23 sept. 1642 verkoopt Gijsbert van Beaumont, burger van Dordrecht, voor 450 gl. aan Jan Masson, hoedenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Paque Rameij. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 450 gl.

ORA Dordrecht inv. 1610, f. 2: op 8 jan. 1643 verkopen Adriaen en Gijsbert van Beaumont, burgers van Dordrecht, aan Frans Bartholomeusz., burger van Dordrecht, een huis op de Riedijk, genaamd “de Cooraltom”, staande tussen het huis van Steven Aertsz. van Doorn en dat van Maijken Roelantsdr., weduwe van Robbert Jansz. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1000 gl.

Kinderen:

a-1-2-2-1. Cornelia van Beaumont, gedoopt NG Dordrecht nov. 1628, trouwde Damas van Slingelant, ontvanger van de gemene middelen te Dordrecht

ONA Dordrecht inv. 272, f. 218: op 21 dec. 1669 prelegateert Cornelia van Beaumont, weduwe van Damas van Slingelant, aan haar twee zoons of de langstlevende van hen beiden al de kleren van haar man zaliger en aan haar drie dochters of de langstlevende van hen drieën al haar kleren, juwelen, kleinodieën,goud en zilverwerk. Zij benoemt tot voogden over haar minderjarige erfgenamen mr. Govert van Slingelant, secretaris van de Raad van State, en Arent Muijs van Holij, resp. haar zwager en neef.

ORA Dordrecht inv. 1623, f. 62: op 20 nov. 1670 verkopen “dhr. Damas van Slingelandt Janssen voor hem selven voor den negende part mitsgaders als last ende procuratie hebbende van dhr. mr. Govert van Slingelandt Baerthouts, Secretaris vande Raet van Staten deser Vereenigde Nederlantsche provintien, Blijckende bij dese procuratie ons Schepenen vertoont gepasseert voor den notaris Hugo van Dijck ende seeckere getuijgen binnen deser Stede residerende opden 29 Septemb. deses Jaars 1670 voor gelijck negende part, Item noch den selven als last ende procuratie hebbende van joffrouw Jacobmina Wens, hier bevorens weduwe ende geinstiutueerde erffgenaeme van Sijmon van Slingelant za.r ende alsnu huijsvrouw van Johan van Lith, Coopman tot Rotterdam die indie selve procuratie bewillicht heeft mede volgens Schepenen geexhibeert gepasseert voorden Justus (Ver)schuijen notaris ende seeckere getuijgen ter Stede van Rottedam op den eersten deser loopende maent mede voor een negende part, Ende laestel. Joffr. Cornelia van Beaumont weduwe van(de) heer Damas van Slingelant za.r in sijn leven uijt den outraet deser Stede voor de restende ses negende parten, alle te samen erffgenamen van za.r Do. Tomas Bodixius in sijn leven bedienaer des Goddel. Woorts der gemeijnte Christij inde Grooten Linde”, voor 7250 gl. aan Rochus Rees, houtkoper te Dordrecht, een huis omtrent de Grote Kerk naast het huis “de Vlaszack”, staande tegenover de Pelserbrug, met een houttuin en kade uitkomende op de Nieuwe Haven. (Cf. ONA Dordrecht 272, f. 362, akte dd 6 okt. 1670)

ONA Dordrecht inv. 273, f. 260: op 29 dec. 1671 verhuurt Cornelia van Beaumont, weduwe van Damas van Slingelant, voor 275 gl. per jaar aan Meijndert van Seghwaert, lid van de Oudraad te Dordrecht, een huis en tuin op de hoek van de Nieuwkerkstraat, staande en gelegen tussen die straat en het huis van de verhuurster, zoals het verhuurde huis door haar bewoond wordt. Van het gehuurde zullen uitgezonderd blijven de wijnkelder onder het huis en de grutmolen, die erachter op het erf staat.

ONA Dordrecht inv. 274, f. 149: op 31 okt. 1672 verklaren Baerthout, Ghijsbert, Elisabeth en Geertruijt van Slingelant, zoons en dochters van wijlen Damas van Slingelant, ontvanger van de gemene middelen te Dordrecht, dat zij tot erfgename van de goederen, die hun aanbestorven zijn bij overlijden van hun vader en overlijden van hun oud-tante Sara van Dijck, alsmede de goederen, die de eerste, tweede, derde en laatststervende van hen, comparanten, nalaten zal, te benoemen hun moeder, Cornelia van Beaumont of bij vooroverlijden de langstlevende van hen vieren.

ONA Dordrecht inv. 274, f. 150: op 31 okt. 1672 bevestigt Cornelia van Beaumont, weduwe van Damas van Slingelant, ontvanger van de gemene middelen te Dordrecht, het codicil, dat zij heeft verleden op 21 dec. 1669, voor zover niet strijdig met het hierna volgende. Zij prelegateert aan haar kinderen Baerthout, Ghijsbert, Elisabeth en Geertruijt van Slingelant, boven hun vaderlijke goederen, elk een somma van 2000 gl. en dat ter egalisatie van hetgeen zij aan haar inmiddels overleden dochter Anthonia van Slingelant bij het aangaan van haar huwelijk gegeven heeft.

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 22: op 4 april 1675 verkoopt Baerthout van Slingelandt, rentmeester van het Kwartier van Oisterwijk, als procuratie hebbende van Cornelia van Beaumont, weduwe van Damas van Slingelandt, voor 1400 gl. aan Jochem van Loon, leerverkoper en burger van Dordrecht, twee huizen met de “vetterij” erachter, staande in de Augustijnenkamp tussen de brug naar de Lindengracht en het huis van de weduwe van kapitein Willem de Ruijter.

ONA Dordrecht inv. 277, f. 180: op 20 jan. 1679 compareren Cornelia van Beaumont, weduwe van Damas van Slingelandt, als moeder, grootmoeder en voogdes van haar kinderen en kleinkinderen, voor vijf twaalfde parten, Maria van Slingelant, weduwe van Emanuel van den Steen, als moeder en voogdes van haar kinderen, voor een twaalfde part, Jacomo van Colen, als man van Maria Johanna van den Steen, dochter van Emanuel van den Steen, Catharina van den Steen, bejaarde ongehuwde persoon, voor een twaalfde part, kapitein Dirck van Noij, als man van Anna Crom, voor een twaalfde part, Willem Nagtegaal, als man van Beiatris Crom, voor een twaalfde part, Joost van Stabroeck, als man van Elisabeth van Beaumont Gerritsdr., voor een twaalfde part, Cornelis Boucquet en Hugo van Dijck, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Jan de Bije, boterkoper te Leiden, gepasseerd voor notaris L. van Swieten te Leiden op 19 nov. 1678, voor een twaalfde part, allen erfgenamen van Cornelia van Gouthouven, bejaarde ongehuwde persoon, volgens haar testament gepasseerd voor notaris M. de Keijser te Haarlem op 12 okt. 1674 en het codicil, dat zij heeft gepasseerd voor notaris C. de Haes te Leiden op 9 febr. 1678. De comparanten verklaren onderling verdeeld te hebben de goederen, die Cornelia van Gouthouven nagelaten, Daarbij is aan de kinderen en kleinkinderen van Cornelia van Beaumont, weduwe van Damas van Slingelant, toegevallen elk een somma van 4088 gl. 11 st., ofwel samen een bedrag van 20.442 gl. 15 st.

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 73v: op 13 nov. 1679 verkopen Cornelia van Beaumont, weduwe van Damas van Slingelandt, Dirck van Noij en Willem Nachtegael, kooplieden te Dordrecht, voor zichzelf en tevens als procuratie hebbende van Nicolaes de Lobell, raad en rentmeester van Den Bosch, als voogd over de minderjarige kinderen van zijn zuster Louisa de Lobell, bij haar verwekt door Pieter Costerus, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Conradi te ‘s-Hertogenbosch op 7 nov. 1679, voor 1510 gl. aan Joris Roelantsz., Londenvaarder wonende te Dordrecht, een huis omtrent het Melkpoortje, waar uithangt “de Drie Seijldraijers”, staande tussen het huis van kapitein Van Botlandt en dat van de kinderen van [NN] Banen.

ONA Dordrecht inv. 281, f. 218: op 29 nov. 1686 testeert Cornelia van Beaumont, weduwe van Damas van Slingelant, ontvanger van de gemene middelen te Dordrecht. Zij verklaart, dat zij haar dochter, wijlen Anthonia van Slingelant, ten tijde van haar huwelijk met Govert van Wesel, equipagemeester te Dordrecht, boven haar vaderlijke goederen heeft uitgezet “in cleedinge en reedinge”, bruilofsfeest als anders. Niettemin wil zij de twee kinderen van haar overleden dochter, bij haar verwekt door Govert van Wesel, en hun nakomelingen te institueren in ruim twee morgen weiland in het Oudeland van Strijen aan de oostzijde van de Groeneweg. Zij prelegateert aan haar twee ongetrouwde dochters Elisabeth en Geertruijt van Slingelant of de langstlevende van hen beiden al haar kleren, juwelen, goud en zilverwerk, al haar huisraad en inboedel, alsmede elk een somma van jaarlijks 250 gl., ingaande op testatrices sterfdag en durende tot de trouwdag of sterfdag van haar dochters. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar zoons Barthout van Slingelant, rentmeester van de geestelijke goederen over het kwartier van Oisterwijk, en Gijsbert van Slingelant, ontvanger van de verponding in Breda, en haar dochters Elisabeth en Geertruijt van Slingelant. Tot executeurs-testamentair en voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij haar beide zoons.

a-1-2-2-2. Gerard (Gerrit) Gijsbertsz. van Beaumont, geboren naar schatting ca. 1630, overleden vóór 4 april 1671 in Oost-Indië, trouwde 15 april 1656 Tanneken van Hemert

ONA Dordrecht inv. 226, f. 243: op 8 aug. 1659 verkoopt kapitein Adriaen de Rave, burger van Dordrecht, voor 220 gl. een spiegeljacht aan Gerrit van Beaumont, burger van Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 246, f. 288: op 2 april 1661 verleent Gerrart van Beaumont, burger van Dordrecht, procuratie aan Arent van Neten, notaris te Dordrecht, om over te dragen aan de kopers de landerijen, die hij op 18 mrt. 1661 heeft verkocht, gelegen in Strijen, Heinenoord en Nieuw-Bonaventura, en om te verkopen zijn twee derde parten in een huis in de Wijngaardstraat te Dordrecht, waarvan het resterende deel toebehoort aan zijn schoonvader Gillis van Hemert.

Kind:

a-1-2-2-2-1. Elisabeth van Beaumont, gedoopt NG Dordrecht 24 mei 1656, trouwde Joost Hendriksz. van Stabroeck

ONA Dordrecht inv. 273, f. 57: op 4 april 1671 testeert Elisabeth van Beaumont, dochter van Gerrit van Beaumont, die in Oost-Indië overleden is. Zij benoemt haar tante Cornelia van Beaumont, weduwe van Damas van Slingelant of bij vooroverlijden haar nakomelingen tot erfgenamen van al haar na te laten goederen, daarbij inbegrepen de goederen, die zij heeft geërfd van haar oud-tante Sara van Dijck.

a-1-2-3. Franchoijs van Beaumont, licentiaat in de rechten te ‘s-Hertogenbosch

ONA Dordrecht inv. 269, f. 173: op 3 nov. 1663 verklaart Franchoijs van Beaumont, licentiaat in de rechten te ‘s-Hertogenbosch, dat hij ontvangen heeft uit handen van zijn zwager Simon Crom, Damas van Slingelant en Ottho van Flodorp alle goederen, die hem zijn aangekomen bij overlijden van zijn ouders Adriaen van Beaumont en Anna van Bredenhoff en van zijn broer Johan van Beaumont.

b. Govert van Beaumont Jansz., volgt IIIa

c. Reijnsburg (Burchgien) van Beaumont, geboren ca. 1529, trouwde 1e naar schatting ca. 1560 Adriaan Mol Dirksz., overleden vóór 20 dec. 1569, 2e Dordrecht 10 jan. 1580 Hendrick Ottensz. Hoijnck, schepen van Dordrecht

ORA Dordrecht inv. 709: boedelscheiding dd 20 dec. 1569 tussen Reijnborch van Beaumont Jansdr., weduwe van Adriaen Molencxsz. [Mol], enerzijds en Adriaen Pietersz. Nan, als naaste bloedvoogd van het weeskind van Adriaen Molencxsz., verwekt bij Reijnborch van Beaumont Jansdr., genaamd Dirck Mol, 8 jaar oud, en Henrick Hoijnck Ottesz., als vader en voogd van zijn kind, verwekt bij Cornelia Dirck Molsdr., Pieter Rochusz. als man van Heijltgen Mol Dircksdr., Blasius van Haerlem, als man van Cornelia Dirck Molsdr., samen vervangende hun overige zusters, als ooms en tantes van het voornoemde weeskind [van Adriaen Mol], anderzijds. De weduwe krijgt o.a. de helft van een huis in de Kannekopersbuurt, genaamd “den Haes”, het weeskind o.a. de andere helft van dat huis, een zwarte “mans tabbert” en een rode zijden hoed met pluim.

ORA Dordrecht inv. 718, akte 607: op 14 mei 1589 verklaart Burchgien van Beaumont Jansdr., weduwe van Adriaan Mol, dat zij met haar man een aantal jaren geleden getransporteerd heeft aan haar moeder Janneken Ooms Cornelisdr., weduwe van Jan Govertsz. van Beaumont, zekere rentebrief van 12 gl. jaarlijkse losrente, sprekende op de Mannen van Zuid-Holland en gedateerd 12 sept. 1545, die bij de boedelscheiding van haar moeder bij loting toegevallen is aan haar, comparantes, broer, Cornelis Oom van Beaumont Jansz., welke rentebrief zij hierbij aan hem overdraagt.

d. Anthonia van Beaumont, trouwde Gijsbrecht van Diemen Cornelisz.

ORA Dordrecht inv. 1588, f. 81: op 17 mei 1611 verkopen Nicolaes van Haerlem, als man van Janneken van Diemen, Gijsbrecht van Haerlem, als man van Liedewij van Diemen, Cornelis van Diemen, voor zichzelf en tevens vervangende Johan van Diemen, zijn broer, Jan Govertsz. van Beaumont en Herman Cors Jansz., als testamentaire voogden over de onmondige kinderen van wijlen Gijsbrecht van Diemen en Anthonette van Beaumont Jansdr., genaamd Cornelis van Diemen de jonge, Clara van Diemen en Jacob van Diemen, aan Cornelis Cornelisz. smid en Hendrick Cornelisz. smid een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Aert Jorisz. metselaar en het huis, dat wordt bewoond door Abraham Nicolaesz.

e. Theodora (Dirixken) van Beaumont, trouwde naar schatting ca. 1575 Philips Payeman (Peijman, Pijnen) Gijsbrechtsz.[ORA Dordrecht inv. 736, f. 299, akte dd 3 mrt. 1582],geboren ca. 1550, trouwde 2e NG Dordrecht 17 aug. 1608 (ondertrouw) Annicken Matthijsdr. van Oost, weduwe van Jaques van Alewijn

ORA Dordrecht inv. 739, f. 128, akte dd1587:verklaring op verzoek van Steven Willemsz. inde Griffoen [sic] door Philips Peijman, ongeveer 38 jaar oud en Jan Govertsz. van Beaumont olieslager, ongeveer 23 jaar oud.

ORA Dordrecht inv. 740, f. 106: verklaring dd 21 april 1588 op verzoek van Elisabeth Bouwens van Antwerpen, weduwe van Lucas Jansz. droogscheerder, door Philips Peijman Ghijsbrechtsz., ongeveer 36 jaar oud.

NG trouwboek 17 aug. 1608 (otr.) Philips Paijman Gijsbrechtsz. wed. en Annicken Mathijsdr. van Oost, weduwe van Jaques van Alewijn, beiden van Den Bosch

NG trouwboek 22 okt. 1606: Willem Bastiaensz. bakker en Lucretia Paeijmans Philipsdr., beiden van Dordrecht, getr. 12 nov. 1606

NG trouwboek 3 mei 1609: Jan van Ingen wijnkuiper van Roermond en Cornelia Wijnand Elings wonende bij haar stiefvader Philips Paeijman bij de Gravenstraat, getr. 19 mei 1609)

f. Margareta Jansdr. van Beamont, trouwde Jacob van Diemen Cornelisz., burgemeester van Dordrecht

g. Cornelia (Neeltgen) Jansdr. van Beaumont, trouwde ca. 1556 Adriaan Nan Pietersz., raad in Dordrecht

– 4 juli 1584: Neeltgen van Beaumont Jansdr., weduwe van Adriaen Pietersz. Nan, verleent procuratie aan Jacob Snouck Stevensz., deurwaarder van het Hof van Holland, en Anthonij van Slichtenhorst, procureur voor het Hof van Holland, om te procederen tegen “eenen ijegelijcken daer jegens sij constituante mitter tijt te doene heeft”. (ORA Dordrecht inv. 715, f. 220v)

– 22 okt. 1594: Neeltgen van Beaumont Jansdr., weduwe van Arien Pietersz. Nan , geassisteerd met Jacob van Diemen en Loijken Ariens, weduwe van Hendrick Jan Sijbertsz., geassisteerd met Willem Stoop Dircxsz. houtkoper de oude, verkopen aan Huijch Repelaer Anthonisz. brouwer een plaats met een huisje en loods erop staande in de [Oude] Houttuin tussen de plaats van Floris Willemsz. zeilmaker en het huis van Jan Thonisz. leemplakker. De koper is schuldig aan Neeltgen van Beaumont Jansdr. een bedrag van 1200 gl. Neeltgen verklaart, dat, wanneer zij komt te overlijden, haar erfgenamen een half jaar daarna aan Loijchgen Ariensdr. of haar erfgenamen moeten betalen een somma van 1100 gl. wegens de koop van voornoemd huisje etc. in de Houttuin en een tuin in de Mariënbornstraat.

– 18 dec. 1606: Cornelis Oom Jansz. van Beaumont lakenkoper, voor zichzelf en tevens vervangende Anthonia van Beaumont Jansdr., weduwe van Gijsbrecht van Diemen, en de kinderen van wijlen Herbert van Beaumont, zijn broer, Huijgo Repelaer brouwer, als man van Grietgen Jansdr. [= Margrita Brouwer, dochter van Jan Gerritsz. Brouwer en Maria van Beaumont], voor zichzelf en tevens vervangende de kinderen en erfgenamen van Maria van Beaumont Jansdr., de moeder van zijn vrouw, Johan Bordels, als man van Roecxken van Diemen Jacobsdr., voor zichzelf en tevens vervangende de broer en zusters van zijn vrouw, kinderen van wijlen Margareta van Beaumont Jansdr., en ook vervangende Reijnsburch van Beaumont Jansdr., weduwe van Henrick Hoink, en Jan van Beaumont Govertsz. houtkoper, voor zichzelf en tevens vervangende zijn halfbroers en zusters, allen erfgenamen van Cornelia van Beaumont Jansdr., hun zuster resp. tante, voor de ene helft, en Loeijke Adriaen Pieter Nansdr., weduwe van Henrick Zijbertsz., voor de wederhelft, verkopen aan Cornelis van Beaumont Govertsz. houtkoper een huis in de Houttuin, genaamd “den Entvogel”, hun aangekomen bij overlijden van voornoemde Cornelia van Beaumont, staande tussen het huis van Jan de Vries, secretaris van de waterschepenen te Dordrecht, en het huis, dat eertijds toebehoorde aan mr. Adriaen van Blijenburch zaliger.

h. Maria Jansdr. van Beaumont, trouwde Jan Geritsz. brouwer in “de Sleutel”

ORA Dordrecht inv. 709, f. 117: op 8 okt. 1570 verklaren Barthout Gerritsz. brouwer, Adriaen Been Jacobsz. lakenkoper, als weduwnaar van Marijken Gerritsdr., voor zichzelf en voor zijn kinderen, verwekt bij dezelfde Marijken Gerritsdr., Mon Thomasz. lakenkoper, als man van Anneken Gerritsdr., Loijken Gerritsdr. en Adriaenken Gerritsdr. de Jonge, dat hun broer, Jan Gerritsz. brouwer, “henlieden wel ende ten vollen vernuecht … heeft den 1en penning mette lesten, elcx heurlieden quote portie ende aenpaerdt als elcx van heurlieden competerende is geweest vuijt crachte vande coope” van een huis en brouwerij “van voren tot achteren”, met al zijn toebehoren, genaamd “den Gulden Sloetel”, staande aan de Poortzijde bij de Visbrug, door Jan Gerritsz. van hen, comparanten, gekocht in het jaar 1560.

ORA Dordrecht inv. 1567, f. 37v: op 1 sept. 1574 verleent Marijcken Jansdr., weduwe van Jan Gerritsz. brouwer, procuratie ad recipienda debita aan haar broers Govert van Beaumont Jansz. en Herber van Beaumont Jansz.

ORA Dordrecht inv. 715 (oud), f. 238 e.v.: op 16 aug. 1584 verkoopt Pieter Cornelisz. Praem muntenaar aan Marijken van Beaumont Jansdr., brouwster, weduwe van Jan Geeritsz., een erf gelegen achter zijn, verkopers, huis, in welk huis hij tegenwoordig woont, strekkende van de “egge” van de bierkelder van Marijken Jansdr. tot aan de bedstee van het huisje, waarin Cornelis Jansz. woont. Het erf is 9 roeden 3 voeten en 7 duimen lang. Bij de koop is niet inbegrepen de gang, die de verkoper voor zichzelf behoudt en die ligt tussen het achterhuisje en de heining van de weduwe van Evert Adriaensz. Waarborg: Dirck Jacobsz. goudsmid. De koopster is schuldig per reste van de koop van dit erf een somma van 450 Rijnse gl. van 20 st. het stuk.

ORA Dordrecht inv. 1579, f. 329v: op 12 mei 1595 verkoopt Marijken van Beaumont Jansdr., weduwe van Jan Geridtsz. brouwer, aan Willem Staesz. lintwercker een huis in de Kromme Elleboog, staande tussen het huis van Gijsbert Henricxsz. en dat van Pieter Cornelisz. brouwersknecht. De koper is schuldig aan verkoopster 900 gl. Borg: Jan Cabbelliau de jonge lakenkoper.

ORA Dordrecht inv. 1580, f. 284: op 3 aug. 1598 verkoopt Marijcken van Beaumont Jansdr., weduwe van Jan Geeritsz. brouwer, aan Willem Thonisz. metselaar een leeg erf, gelegen op de Nieuwe Haven tussen het huis van Laurens Vissenich verver en dat van Thonis Thonisz. zijdekramer. Waarborg: Huijch Repelaer Anthonisz., brouwer in “de Sleutel”. De koper is schuldig aan de verkoopster een bedrag van 600 gl. Borg: Jan Thonisz. metselaar.

ORA Dordrecht inv. 1583, f. 24: op 6 juni 1603 verkopen Cornelis Adriaensz. Cruijdenijer en Jan Govertsz. van Beaumont, namens de erfgenamen van Jan Huijgensz. Verboom en diens vrouw Ariaentie Waelen, voor 3150 gl. aan Mariken Jansdr., weduwe van Jan Gerritsz. brouwer, een huis, genaamd “den Grooten Reael”, staande omtrent de Visbrug tussen het huis van de koopster, genaamd “de Sleutel” en het huis, dat eertijds toebehoorde aan Pijeter Roelen.

i. Herbert Jansz. van Beaumont, volgt IIIb

IIIa. Govert Jansz. van Beaumont, geboren 1530, schepen in Dordrecht (1581-1590), brouwer in “de Vier Heemskinderen” in de Grotekerksbuurt (tussen St. Jacobsgasthuis en Vleeshouwersstraat), overleden Dordrecht 27 febr. 1599, trouwde 1e Barbara van Wesel Jansdr., geboren 1544, overleden 1573, dochter van Jan van Wesel Thomasz. en Maria van Telshout Jacobsdr., 2e Dordrecht febr. 1576 Reijnsburg van Slingeland, overleden Dordrecht 4 okt. 1615, dochter van Simon van Slingeland en Geertruij van Gameren. (Ons Voorgeslacht 2006, p. 101)

Zerk in de Grote Kerk (Hoge Koor 3, nr. 17, met opschrift: “Hier is begrave den E. Govaert van Beaumont Iansz in zyn leven schepen deser stede en schutm[eester] van[de] Cloveniers sterf den XXVII February 1599”. Middelste gedeelte: vrouwenfiguur, helm en alliantiewapen. Doodshoofd. Zandloper. (Nijman, o.c., p. 70)

ORA Dordrecht inv. 1569, f. 246v: op 15 april 1578 verkopen Huijch Cornelisz. molenaar en Adriaen Cornelisz. molenaar, gebroeders, aan Cornelis Jansz. van Beaumont olieslager een rentebrief van 8 gl. jaarlijks, verleden door wijlen Pieter Govertsz. en hun aangekomen bij overlijden van hun grootvader Jacob Adriaensz. varkenslager.

ORA Dordrecht inv. 1578, f. 155: op 17 nov. 1592 verklaart Govert van Beaumont Jansz., dat hem en de kinderen van wijlen Barbara Jansdr. van Wesel, zijn vorige echtgenote, “noch deuchdelijck is resterende en competerende van Jan Jansz. van Wesel” een somma van 45 gl. 1 st.

ORA Dordrecht inv. 1579, f. 24v: op 3 april 1593 verkoopt Govert van Beaumont aan Nicolaes van Wesel Jansz., schepen in wette van Dordrecht, een huis in de Spuistraat, staande tussen het huis van Pieter van Dousburch smid en dat van Sagarias Oliphiersz. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 510 gl.

ORA Dordrecht inv. 1579, f. 257: op 10 nov. 1594 verkoopt Adriaen Jansz. van Duijnen aan Govert van Beaumont Jansz., Anthonis Anthonisz., Gijsbrecht van Diemen en Adriaen Jansz. Jenefaes, allen als executeurs-testamentair van Adriaen Dircxsz. Coninck een tuin en loods, gelegen in de Mariënbornstraat tussen Balthen de muntenaar aan de westzijde en het erf van voornoemde executeurs-testamentair, gekomen van de kinderen van Gijsbrecht van Haerlem, aan de oostzijde, strekkende van voren van de straat tot achter aan het erf van Thonis Jansz. linnenwever en Ariaentgen, de weduwe van Aert Jansz. Telder “ende besijden terve van Hans de schrijnwercker”, om door kopers daarop, overeenkomstig het testament van Adriaen Dircxsz. Coninck, een vrouwenhuis te laten bouwen. De kopers zijn schuldig aan de verkoper een bedrag van 416 gl.

ORA Dordrecht inv. 1579, f. 292: op 8 april 1595 verkoopt Arien Cornelisz. Roerom, voor de ene helft en Jan Govertsz. van Beaumont olieslager, voor zichzelf en tevens vervangende zijn zwager Aert Thonisz. van Gameren, voor de andere helft, aan Evert Schrevelsz. viskoper een huis op de Grote Vismarkt, genaamd “de Steur”, staande tussen de Visstraat en het huis van Thonis Laeuwerensz. De kopers is schuldig aan de verkopers een somma van 4500 gl. Borgen: Mon Schrevelsz. viskoper en Ghijsbert Willemsz. pasteibakker.

ORA Dordrecht inv. 1579, f. 309: op 3 mei 1595 verkoopt Digna Jacobsdr. aan Govert Jansz. van Beaumont olieslager een huis, staande tussen de Manhuisteiger bij de Grote Kerk en het huis, waar uithangt “t Vergulde Serpent”. Waarborg: Thonis Thonisz. Elinck. De koper is schuldig aan de verkoopster een somma van 2000 gl. Borg: Jan Govertsz. olieslager.

ORA Dordrecht inv. 1580, f. 90: op 5 aug. 1596 verkoopt Jan van Beaumont Govertsz., wonende op Puttershoek, aan de weeskinderen van wijlen Jan Cornelisz., wonende in Keulen, een rente van 24 gl. jaarlijks, verzekerd op een huis omtrent het stadhuis, staande tussen het huis van Johan Berck en dat van Johan Nuijssenburch.

ORA Dordrecht inv. 1580, f. 90: op 6 aug. 1596 verkoopt Jan van Beaumont Govertsz. olieslager, als procuratie hebbende van zijn vader Govert van Beaumont Jansz., voor 5900 gl. aan Jan Pouwelsz. bakker een huis omtrent de Vuilpoort aan de Landzijde, staande tussen de Suikerstraat en het huis van Frans Gemansz. bakker. Waarborg: Jan Govertsz. olieslager. De koper is schuldig aan Govert van Beaumont Jansz. een somma van 4300 gl. Borgen: Marichgen Cornelisdr., weduwe van Cornelis Engbrechtsz. zeepzieder en Pieter Cornelisz. timmerman.

ORA Dordrecht inv. 1582, f. 188: op 4 dec. 1602 verklaart Corsgen Mathijsdr., weduwe van Adriaen Dirksz. van Beaumont, schuldig te zijn aan Sijmon Govertsz. van Beaumont, Geertruijd Govertsdr. van Beaumont en Janneken Govertsdr. van Beaumont, kinderen van wijlen Govert Jansz. van Beaumont, een somma van 200 gl., verbindende een huis aan de Landzijde [Voorstraat], staande tussen het huis van Pieter Verhaegen boekdrukker en dat van Frans Willemsz. Bomen.

ORA Dordrecht inv. 1582, f. 202v: op 16 jan. 1603 sluiten Rijnsburch van Slingelant Sijmonsdr., weduwe van Govert van Beaumont Jansz. , schepen van Dordrecht, geassisteerd met Henrick Sijmonsz., enerzijds en Cornelis van Beaumont Govertsz. anderzijds een overeenkomst betreffende het verleggen van zekere doorgang en waterloop, die Rijnsburch, als eigenares van het huis en de brouwerij “de Vier Heemskinderen”, bezit over het erf van Cornelis Govertsz. van Beaumont, gelegen op de Nieuwe Haven achter voornoemde brouwerij. De doorgang wordt vermeld in de akte van vertichting, die op 20 april 1580 is verleden door Govert van Beaumont, weduwnaar van Barbara van Wesel, enerzijds en de voogden over haar kinderen, verwekt door Govert van Beaumont, anderzijds.

ORA Dordrecht inv. 1585, f. 27: op 11 mei 1607 transporteert Jan Jacobsz. de Vrije, wonende te Gouda, als procuratie hebbende van Henrick de Velare, wonende te Gouda, aan Reijmborch Sijmonsdr. van Slingelandt, weduwe van Govert Jansz. van Beaumont, brouwster te Dordrecht, een huis recht tegenover het stadhuis, staande naast het huis van Reijmborch Sijmonsdr. van Slingelandt, genaamd “de Griffoen” en thans “de Corenbloeme”. Het huis is verkocht voor 3000 gl., en strekt zich uit voor van de straat tot achter aan de brouwerij van de koopster tussen Jan Govertsz. smid en het huis van de koopster. De koopster, geassisteerd met Henrick Sijmonsz. van Slingelandt, verklaart schuldig te zijn aan de verkoper een somma van 2000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1588, f. 99v: op 20 juni 1611 verkoopt Reijnsburch van Slingelant, weduwe van Govert van Beaumont Jansz., geassisteerd met haar zoon Sijmon van Beaumont Govertsz., aan Adriaen Hendricxsz. lakenkoper een huis [aan de Groenmarkt] tegenover het stadhuis, staande tussen het huis en de brouwerij van de verkoopster en het huis van Jan Govertsz. ijzerkoper. Waarborg: Hendrick Sijmonsz. van Slingelant. De koper is schuldig aan de verkoopster een somma van 2800 gl. Borgen: Jacob Jacobsz. de Buis, chirurgijn te Rotterdam en Cornelis Hendricxsz. Schopman.

Kinderen ex 1 (o.a.):

a. Johan van Beaumont, volgt IVa.

b. Cornelis Govertsz. van Beaumont, OSP, trouwde Aletta van Beverwijk

ORA Dordrecht inv. 1582, f. 120v: op 21 mei 1602 verkoopt Helias van Walscappel, koopman van greinen, aan Cornelis Govertsz. van Beaumont houtkoper een gang tussen het erf van de koper en de brouwerij “de Vijer Heemskinderen” aan de ene zijde en het erf van Jacob van Meuwen aan de andere zijde, op voorwaarde, dat Helias en zijn nakomelingen, als eigenaars van het huis “Rosbeijaert”, hun vrije doorgang door de gang zullen behouden.

ex 2:

b. Simon van Beaumont, burgemeester van Dordrecht, trouwde Hester van Dijck

ORA Dordrecht inv. 1607, f. 46: op 2 jan. 1638 verkoopt Hester van Dijck, weduwe van Sijmon van Beaumont, burgemeester van Dordrecht, geassisteerd met Baerthout van Slingelant en Michiel Feltrum, aan Adriaen Jansz. Ooms, brouwer en burger van Dordrecht, een huis, brouwerij en het huis ernaast, staande tegenover het Stadhuis omtrent de Lombardbrug, genaamd “de Vijer Heemskinderen”, tussen de weduwe en erfgenamen van Adriaen Henricxsz. Rijsbergen en de weduwe en erfgenamen van Cornelis Adriaensz. van Dorsten, met een vrije uitgang tot op de haven. De koper is schuldig aan de verkoopster een somma van 10.000 gl. Borgen: Jan Michielsz. Deijlman en Cornelis Dircxsz. van Oosterwijck.

ORA Dordrecht inv. 1613, f. 152v: op 3 nov. 1650 verkoopt Johan Oom Hermansz., houtkoper en burger van Dordrecht, aan de erfgenamen van Sijmon van Beaumont, burgemeester van Dordrecht, een huis, genaamd “de Druijff”, met een klein huis ernaast, staande in de Wijnstraat bij het Groothoofd tussen het huis van Servaes van Hingen en dat van Adriaen van de Graeff. Waarborg: jonkheer Adriaen van Muijlwijck, heer van Papendrecht.

ONA Dordrecht inv. 245, f. 46: voorwaarden dd 13 dec. 1658, waarop Johan van Beaumont, Govert van Beaumont en Jacob Tentenier, weduwnaar van Reijnsburch van Beaumont willen verkopen 28 mrg. 12 roeden land onder Goudswaard, 4 mrg. 337 roeden land op Slantsgors in de Eendrachtpolder, 10 mrg. land in de Merwedepolder en “vijfthalve” mrg. land in Alblasse Mathena.

Kinderen:

b-1. Reijnsburch van Beaumont, trouwde Jacob Tentenier

b-2. Johan van Beaumont, schepen van Dordrecht, trouwde Agatha Leijsten

ONA Dordrecht inv. 245, f. 196: op 21 sept. 1659 verlenen Johan en Govert Beaumont, kinderen en erfgenamen van Sijmon van Beaumont, burgemeester van Dordrecht, en van Hester van Dijck, procuratie aan mr. Adriaen van Nispen,advocaat voor het Hof van Holland, om te compareren voor het gerecht te Alkmaar en daar te transporteren aan Thomas de Swaen, koopman te Amsterdam, 15 mrg. 69 roeden land, gelegen in de Schermer onder Alkmaar.

ONA Dordrecht inv. 249, f. 100: op 17 mei 1666 verleent Johan van Beaumont, wonende te Dordrecht, procuratie aan Adriaen Helmich, procureur voor het College van Gecommitteerde Raden van de Staten van Holland, om te vorderen te ‘s-Gravenhage of elders een somma van 48 gl. over een derde part van drie maanden gage , die ten behoeve van zijn broer Govert van Beaumont, vaandrager van een compagnie voetknechten van kapitein Van Aitzema in Nederlandse dienst, reeds verschenen zijn en een derde deel van de nog de verschijnen gage van zijn broer.

ONA Dordrecht inv. 249, f. 177: op 24 sept. 1666 verleent Johan van Beaumont Sijmonsz. procuratie aan zijn neef Adriaan van Nispen, advocaat voor het Hof van Holland, om voor de stadhouder en leenmannen van Holland over te dragen aan zijn nicht Johanna van Feltrum, weduwe van Anthonij de Vries, twee kampen land, die hij van de provincie Holland in leen heeft, het ene grootongeveer “derdalf” morgen en het andere twee morgen, liggende in de Alblasse Matena, met aan de oostzijde de Sliedrechtse Vliet en aan de westzijde de akker van Adriaan Cornelis Joosten.

ONA Dordrecht inv. 249, f. 379: op 3 dec. 1667 verleent Johan van Beaumont, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer, Govert van Beaumont, beiden zoons en enige overgebleven erfgenamen van Sijmon van Beaumont, burgemeester van Dordrecht, en van Hester van Dijck, procuratie aan Jacob van Ravesteijn, procureur voor het Hof en de HogeRaadvan Holland, om waar te nemen het proces, dat hij en zijn broer hebbende uitstaan tegen Thomas de Swaen, koopman te Amsterdam.

ONA Dordrecht inv. 256, f. 143: op 16 nov. 1676 wordt het besloten testament van Johan van Beaumont, lid van de Oudraad van Dordrecht, en zijn vrouw Agatha Leijsten, door beiden gepasseerd op 17 juni 1669 ten overstaan van notaris A. Muijs van Holij te Dordrecht, luidende als volgt: Johan van Beaumont en Agatha Leijsten benoemen elkaar tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen. De langstlevende van hen beiden zal behouden zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan onder hen allen een bedrag van 600 gl. uit te keren.

b-3. Govert van Beaumont, vaandrager,luitenant van een compagnie voetknechten, overleden te Lillo in 1673, trouwde Helena de Winter (Winters)

ONA Dordrecht inv. 252, f. 45: op 23 febr. 1670 verlenen Govert van Beaumont, vaandrager onder kapitein Aitzema, in garnizoen op de Moerschans buiten Hulst, en zijn vrouw Helena Winters procuratie aan mr. Michiel van Feltrum, advocaat te Dordrecht, om aan het Hof van Holland te verzoeken “ontslaginge vande last van fideicommis” van 2 a 3 morgen land, gelegen in de Eendrachtspolder op grond van de Korendijk, hem, comparant, aangekomen bij overlijden van zijn tante van moederszijde, Sara van Dijck, tot betaling “vande pretensie van Adriaen van den Berch volgende uijtspraecke van heeren commissarissen uijt den …hove [van Holland], en het daarna te transporteren aan Johan van Beaumont, zijn broer, die voornoemde betaling zal verrichten.

ONA Dordrecht inv. 254, f. 276: op 21 mei 1673 verleent Johan van Beaumont, lid van de Oudraad van Dordrecht, procuratie aan Jan Govertsz. Huijmans, burger van Dordrecht, om zich te begeven naar het fort “Lillo” en daar er voor te zorgen, dat het lijk van zijn broer, Govert van Beaumont, luitenant van een compagnie voetknechten in Nederlandse dienst, “met behoorlijcke ordre” ter aarde wordt besteld, en dat aangezien zijn, comparants, belangrijke affaires niet toelaten, dat hij daar zelf aanwezig is.

ONA Dordrecht inv. 254, f. 288: op 7 juni 1673 verklaart Johan van Beaumont, lid van de Oudraad van Dordrecht, dat Govert van Beaumont, luitenant van Wolphert van Borselen, kapitein van den compagnie voetknechten in Nederlandse dienst enige dagen tevoren in het fort Lillo is overleden en dat Helena Winters, Goverts weduwe, haar twee kinderen, bij haar verwekt door haar man, genaamd Hester, oud twee jaar en tweeëneenhalve maand, en Simon Frederick, 6 weken oud, met ene Poulijne Bouters van Lillo aan hem heeft opgezonden, die “op huijden binnen [Dordrecht] … gearriveert sijn, wesende seer bloot van cledinge ende slecht inde habiten, omme bij hem comparant gealimenteerd” te worden. Hij heeft wegens de onmacht van de moeder en om andere redenen voorlopig aangenomen de kinderen op te voeden uit de fideïcommissaire goederen, die aan Govert van Beaumont zijn gemaakt in het testament van zijn tante van moederszijde Sara van Dijck.

ONA Dordrecht inv. 254, f. 289: op 7 juni 1673 verklaart Poulijntgen Bouters, vrouw van Philip Feijens, soldaat onder de compagnie van Wolphert van Borselen, kapitein van een compagnie voetknechten in garnizoen te Lillo, ongeveer 44 jaar oud, op verzoek van Johan van Beaumont, dat Helena Winters, weduwe van Govert van Beaumont, luitenant van voornoemde compagnie, haar heeft verzocht om haar twee kinderen, Hester en Sijmon Frederick van Beaumont, naar Dordrecht bij de rekwirant te brengen, maar dat zij weigerde de kinderen linnengoed mee te geven, zegggende “dat [zij] … de kinderen naeckt senden conde [zij] … soude het niet laten”. De getuige verklaart verder, dat Helena Winters “is van seer sobere gelegentheijt soodanich de selve vande roomsch catholijcke armen assistentie tot haer onderhout heeft moeten genieten”.

Kinderen:

b-3-1. Hester van Beaumont, geboren 1671

b-3-2. Simon Frederick van Beaumont, geboren 1673, jong overleden

c. Geertruijd van Beaumont, trouwde Baarthout van Slingeland, schepen van Dordrecht

ORA Dordrecht inv. 1608, f. 85v: op 27 mrt. 1640 verkoopt Damas van Slingelant, schepen in wette van Dordrecht, als procuratie hebbende van Geertruijt van Beaumont, weduwe van Baerthout van Slingelant, aan Jan Jansz., opperbrouwer in “de Vijer Heemskinderen”, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van mr. Jacob de Haen chirurgijn en [NN] smid.

d. Johanna van Beaumont, trouwde Michiel van Feltrum, burgemeester van het Gerecht van Dordrecht

IVa. Johan van Beaumont Govertsz., geboren naar schatting 1555, raad, achtraad, gecommitteerde ter Admiraliteit te Rotterdam “ad Vitam”, trouwde 1e Geertruijd van Slingeland, overleden vóór 7 juni 1588, 2e Adriana van Bladegem (Balen, o.c., p. 932), dochter van Tielman van Bladegom Gerardsz. enElisabeth Corstiaensdr. van Moermont

ORA Dordrecht inv. 718, akte 56: op 7 juni 1588 verklaart Jan Govertsz. van Beaumont, dat hij met toestemming van de naaste verwanten van zijn kinderen heeft laten verkopen zekere kleren en inboedel, gekomen van hun overleden moeder, waarvan hij het vruchtgebruik geniet, totdat zijn kinderen mondig zijn geworden, overeenkomstig het testament van Geertruijt van Slingelant [zijn overleden vrouw]. Hij heeft daarvoor ontvangen een bedrag van 637 gl. Hij zal nog onder zich houden ten behoeve van zijn kinderen een aantal sieraden, w.o. een zilveren platte vergulden ketting “omtlijff”, een gordeltje van gouddraad met rode zijde “gevrocht”, een paar zwarte gitten “corale met silver ghesnoert, een paer silveren braseletten’, etc. De comparant is krachtens het testament van zijn vrouw gehouden zijn twee kinderen, t.w. Berber en Geertruijd Jansdr., te alimenteren tot zij de mondigheid bereiken en hun dan de voornoemde penningen en sieraden uit te reiken. Voor de nakoming hiervan verbindt hij zijn derde part in een huis en houttuin op de Nieuwe Haven, staande achter het huis en de brouwerij van zijn vader, Govert van Beaumont, en zijn derde deel in een stuk land, gelegen in Hendrik-Ido-Ambacht.

ORA Dordrecht inv. 1578, f. 108v: op 1 dec. 1592 verkoopt Emer Jansz. vleeshouwer aan Jan van Beaumont Govertsz. een leeg erf met de loods, die erop staat, gelegen in de Tolbrugstraat tussen het erf van Hans Fredericxsz. en het huis van Gerid Joachumsz., strekkende van de straat tot aan de heining van Herman Heermans. Waarborg: Pieter Jacobsz. wielmaker. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 400 gl. Borg: Govert van Beaumont Ariensz.

ORA Dordrecht inv. 1579, f. 72: op 8 juli 1593 verkoopt Jan van Beaumont Govertsz., secretaris van de baljuw van Zuid-Holland, aan Cornelis Jansz. Mesjan vogelkoper een leeg erf met de loods, die daarop staat, gelegen in de Tolbrugstraat tussen het erf van Hans Fredericxsz. en het huis van Gerid Joachumsz., strekkende van de straat tot aan de heining van Herman Heermans. Waarborg: Govert Ariensz. van Beaumont. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 400 gl. Borg: Aris Jansz. vogelkoper.

ORA Dordrecht inv. 1579, f. 146: op jan. 1594 verkopen Truijken Gerritsdr., weduwe van Jan Leeuwen waagknecht, geassisteerd met haar zwager Marcus Corstiaensz. timmerman, en Marcus Corstiaensz., als man van Adriana Jansdr., voor zichzelf en tevens vervangende Gerrit Jansz., zijn zwager, aan Jan van Beaumont Govertsz. houtkoper een rente van 6 gl., verzekerd op een huis in de Grote Spuistraat, staande tussen het huis van Cornelis Cleijnen smid en dat van Pieter Stevensz. houtkoper.

ORA Dordrecht inv. 1579, f. 201v: op 9 juni 1594 verkoopt Cornelis Cornelisz. molenaar aan Jan van Beaumont Govertsz., secretaris van de Hoge Vierschaar van Zuid-Holland, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van Ruth Jansz. sledenaar en dat van Thijs de zandman. Waarborg: Simon Cornelisz. Buijs. De koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 2100 gl. Borg: Herman Spiegel procureur.

ORA Dordrecht inv. 1579, f. 201v: op 18 juni 1594 verkoopt Pieter Hendricxsz. molenaar aan Jan van Beaumont Govertsz. een molen, gang, schuur en andere woningen, staande op het erf, gelegen voor het Bagijnhof tussen het huis van Ruth de sledenaar en dat van Henrick de zandman en Pieter Jansz. Boucquet, strekkende voor van de straat tot achter op de gracht. Waarborg: Joost Jansz. smid. Jan van Beaumont Govertsz. neemt op zich voor Pieter Hendricxsz. molenaar aan Ghijsbert Francken brouwer te betalen een somma van 1900 gl. 7 st., door Pieter Hendricxsz. t.b.v. Ghijsbert Francken of zijn voorzaat verleden. Borg: mr. Oth Cornelis chirurgijn.

ORA Dordrecht inv. 1580, f. 32: op 10 febr. 1596 verkoopt Jan Govertsz. van Beaumont aan Cornelis Hendricxsz. Corthals een huis, staande buiten de Vuilpoort tussen het huis van Joost Jansz. schipper en dat van Jacob Bol korenkoper, zoals hij, verkoper, het huis overgenomen heeft van de erfgenamen van Floris Geeritsz. stoeldraaier. Waarborg: Henrick Claesz. van Besoijen. De koper is schuldig aan Aert Cornelisz. stoeldraaier, namens de erfgenamen van Floris Geeritsz. stoeldraaier, voor de ene helft, en aan Cornelis Walen korenkoper en Adriaentken Cornelisdr. Walen, voor de ander helft, een bedrag van 597 gl. Borg: Wael Willemsz.

ORA Dordrecht inv. 1597, f. 52: op 6 mei 1620 verkoopt Bastiaen Crijnen, burger van Dordrecht, voor 600 gl. aan Jan Govertsz. van Beaumont, raad ter admiraliteit te Rotterdam, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Pieter Pietersz. grafmaker en dat van Govert Thielen schipper, strekkende voor van de straat tot achter aan de houttuin van de koper.

ONA Dordrecht inv. 179, f. 663: op 9 aug. 1661 verklaren Berbera van Beaumont, bejaarde persoon, Marija van Beaumont, weduwe van Cornelis Dionijsz., Johannes van Woensel, als man van Geertruijt van Beaumont, voor zichzelf en tevens vervangende Cornelis de Beveren, als man van Adriana van Wouw, samen erfgenamen van Adriana van Bladegem, weduwe van Johan van Beaumont en van Gerrit van Bladegom en Hendrick van Bladegom, resp. hun moeder en ooms van moederszijde, kinderen van Elisabeth Corstiaensz., enerzijds en Catharijna Bor, weduwe en erfgename van kapitein Willem Pietersz. Schaep, geassisteerd met Henricus van Rhenen, predikant te Jutphaas, anderzijds, dat tussen hen geschil en proces was ontstaan aangaande de eigendom van een huis, genaamd “het Claverblat”, staande op de Nieuwe Haven, nagelaten door Geertruijt Willems, die het aan kapitein Willem Pietersz. Schaep “in tochte” heeft nagelaten zijn leven lang gedurende, en na zijn overlijden, mits hij kinderloos zal zijn gebleven, aan de kinderen van Elisabeth Corstiaens, de grootmoeder van moederszijde van de eerstgenoemde comparanten volgens het testament, dat Geertruijt Willems heeft verleden voor notaris J. Veekemans te Dordrecht op 27 dec. 1622. De comparanten zijn nu overeengekomen, om verdere processen te vermijden, dat de eerste comparanten de helft van het huis in eigendom zullen behouden en dat zij aan Catharijna Bor een bedrag van 100 gl. zullen uitkeren.

Kinderen (o.a., ex 2):

a. Elisabeth van Beaumont, trouwde mr. Ernestus van Wouw

Dochter:

a-1. Adriana van Wouw, trouwde mr. Cornelis de Beveren, heer van de Lindt en West-IJsselmonde, generaal van de Munt der Verenigde Nederlanden

ONA Dordrecht inv. 182, f. 296: op 25 juni 1669 verleent Cornelis de Beveren, generaal van de Munt der Verenigde Nederlanden, als man van Adriana van Wouw, dochter en enige erfgename van Elisabeth van Beaumont, weduwe van Ernst van Wouw, procuratie aan [naam niet vermeld] om te transporteren aan [naam niet vermeld] een schepenenschuldbrief van 11.000 gl., welke door jonkheer Maximilaan Boot, als rentmeester van de domeinen van Prinsenland en Dinteloord van de prins van Oranje verleden op 19 mrt. 1653 ten behoeve van de voornoemde schoonmoeder resp. moeder van de constituanten, welke schuldbrief is verzekerd op de landen en gorsen van de Roggeplaat, thans genaamd Willemspolder.

ONA Dordrecht inv. 183, f. 294: op 23 sept. 1671 verklaart Cornelis de Beveren, heer van West-IJsselmonde en de Kleine Lindt, generaal van de Munt van de Verenigde Nederlanden, tot voogden over de minderjarige kinderen, die hij heeft verwekt aan zijn overleden vrouw Adriana van Wouw, benoemd te hebben Cornelis Pompe van Meerdervoort, schout van Dordrecht, en mr. Johannes Bladegom Woensel, advocaat voor het Hof van Holland, resp. zijn neef en aangetrouwde neef. De langstlevende van hen beiden zal in plaats van de overledene één of meer bekwame personen mogen benoemen, mits zijn, comparants, aangetrouwde tante, Berbera van Beaumont, daaraan haar toestemming zal verlenen.

b. Berbera van Beaumont, ongehuwd overleden

ONA Dordrecht inv. 182, f. 191: op 11 dec. 1668 verhuurt Berbera van Beaumont, burgeres van Dordrecht, voor zeven achtereenvolgende jaren aan Cornelis de Beveren, generaal van de Munt van de Verenigde Nederlanden, de bovenvoorkamer en -achterkamer van een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Wouter Pietersz. van Wingerden en dat van Casper Joris boekverkoper. Bij de huur isinbegrepen het gebruik van het bovensalet en de keuken en de haard, welke ook door verhuurster gebruiktmogen worden, als zij in de stad is. De huursom bedraagt 100 gl. per jaar.

ONA Dordrecht inv. 184, f. 56: op 13 mrt. 1672 testeert Berbera van Beaumont, bejaarde ongehuwde persoon, ziek te bed liggende. Zij bevestigt het besloten testament, dat zij op 25 sept. 1669 heeft gepasseerd ten overstaan van notaris J. Melanen te Dordrecht. Zij wil, dat na haar overlijden al haar huisraad, roerende goederen, ongemunt goud en zilverwerk, kleren, juwelen van goud en zilver onverkocht moeten blijven en verdeeld moeten worden onder haar neef mr. Johan van Bladegom van Woensel en Cristina Elisabeth de Beveren, nagelaten dochtertje wijlen Adriana van Wouw, haar nicht. Indien laatstgenoemde komt te overlijden voor haar mondigheid of huwelijk, moet haar aandeel in voornoemde goederen komen aan Cornelis en Ernestus de Beveren, haar neven. Tot voogden over de kinderen van Adriana van Wouw stelt de testatrice aan Cornelis de Beveren, heer van West-IJsselmonde en de Kleine Lindt, haar aangetrouwde neef, en mr. Johan van Bladegom van Woensel, haar neef.

c. Geertruijd van Beaumont, trouwde Johan van Woensel

Kinderen:

c-1.Cornelis van Woensel

ONA Dordrecht inv. 181, f. 546: op 25 febr. 1667 maakt Cornelis van Woensel, jongman en burger van Dordrecht, zijn testament. Hij benoemt tot zijn universele erfgename zijn moeder Geertruijd van Beaumont, weduwe van Johan van Woensel.

c-2. Johan Bladegom van Woensel

ONA Dordrecht inv. 181, f. 86: op 12 mei 1665 testeert Johannes Bladegom van Woensel, jongman en burger van Dordrecht. Hij benoemt tot zijn universele erfgename zijn moeder Geertruijd van Beaumont, weduwe van Johan van Woensel.

d. Maria van Beaumont, trouwde Cornelis Dionijsz., raad van Dordrecht

IIIb. Herbert Jansz. van Beaumont, brouwer in “den Bock” in de Wijnstraat, overleden tussen 29 mei 1576 en 29 juni 1582, trouwde Cornelia van Slingeland, alias van Capel, overleden 1617, dochter van Simon van Slingeland en Geertruij van Gameren, trouwde 2e Dordrecht 19 jan. 1586 Herman Heerman Daniëlsz.

(Ons Voorgeslacht 2006, p. 101)

ORA Dordrecht inv. 714, f. 343v e.v.: op 29 juni 1582 verleent Cornelia van Slingelant Sijmonsdr., die men noemde Van Capel, weduwe van Herbert van Beaumont Jansz., procuratie aan haar neef Cornelis van Schaerlaecken Ghijsbrechtsz. om namens haar te compareren voor de stadhouder van de lenen en de leenmannen van Holland en daar te ontvangen het schrootambacht en de zoutmaat te Dordrecht, welke haar man zaliger van de Grafelijkheid van Holland in leen placht te houden, en die hij op 27 mei 1582 ten overstaan van de leenmannen ten behoeve van haar, comparante, heeft overgedragen.

ORA Dordrecht inv. 715, f. 191 e.v.: op 1 mei 1584 verkoopt Cornelis Adriaensz. de Lodder schiptimmerman aan Cornelia van Slingelant Simonsdr., weduwe van Herber Jansz. van Beaumont, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het erf van Jan Adriaensz. Braber en de gang van het huis van Jan Jacobsz. pottenbakker. Waarborg: Floris Lenertsz. Speelman. De koopster is schuldig aan verkoper een somma van 700 Rijnse gl. van 20 stuivers het stuk, te betalen in termijnen, op voorwaarde, dat aan de laatste termijn gekort wordt een somma van 100 gl., die de verkoper schuldig is aan verkoopster wegens leverantie van bieren.

Kinderen:

a. mr. Simon van Beaumont, volgt IVb

b. Jan van Beaumont Herbertsz.

ORA Dordrecht inv. 1582, f. 105: op 16 april 1602 stelt Jan van Beaumont Herbertsz. zich borg ten behoeve van Adriaen Jobsz. Colonell en Dirck IJsenochsz., brouwer te Delft, als testamentaire voogden van de weeskinderen van Jan Cornelisz., verwekt bij Margareta van Cruijsaert, voor de koop van elf morgen land in Mijnsheerenland, door Herman Heerman, zijn, Jan van Beaumonts, schoonvader verkocht aan voornoemde voogden

IVb. mr. Simon van Beaumont, ambassadeur te Zweden en Polen, raadpensionaris te Middelburg en Rotterdam, trouwde 1e Arnoudina van Rosenburg, 2e Catharina Brant

ORA Dordrecht inv. 1587, f. 16: op 13 febr. 1610 verklaart Willem van den Brouck, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Sijmon van Beaumont, raad en pensionaris van Middelburg, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Nicolaes Nicolai te Middelburg op 28 jan. 1610, zich waarborg te stellen voor een stuk erf, dat Herman Heerman, brouwer en burger van Dordrecht, stiefvader van Van Beaumont, verkocht en op 7 juli 1607 overgedragen heeft aan Elsken Burgers, weduwe van Hans Fredericxsz., Geerit Geeritsz. glasmaker, Andries Wijnantsz. en Adriaen Jansz. bakker.

ORA Dordrecht inv. 1594, f. 91: op 14 okt. 1617 verkopen Herman Hereman, weduwnaar van Cornelia van Slingelant Sijmonsdr., mr. Sijmon van Beaumont, eerste raadpensionaris van Middelburg, en Anthoni van Beaumont, koopman wonende te Amsterdam, samen vervangende hun broer Cornelis Hereman, voor 11.755 gl. 4 st. 12 pennn. aan Geerit Geeritsz. Walburch, brouwer en burger van Dordrecht, een huis en brouwerij, uitkomende in de Tolbrugstaat [Waterzijde], mouterij, molen, stookhoek en bierkelders, gelegen achter de Waag, met een erf, strekkende van de straat tot aan achter de Nieuwe Haven. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 10.250 gl. Borgen: Willem Pietersz. ziekenbezoeker en Anthonij Jansz. bakker.

Kinderen (ex 1):

a. Herbert van Beaumont, pensionaris en secretaris van Dordrecht, trouwde Elisabeth de Jong

Kinderen:

a-1. Arnoudina van Beaumont, trouwde 1e mr. Roeland Schou, 2e mr. Govert van Slingeland, pensionaris van Dordrecht, ambassadeur in Zweden en Polen

a-2. Catharina van Beaumont, trouwde Johan de Witt, schepen van Dordrecht, ambassadeur extra-ordinaris in Denemarken en Polen

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 52: op 2 juni 1701 verkoopt mr. Johan de Witt, schepen in wette van Dordrecht, als gemachtigde van zijn moeder Catharina van Beaumont, weduwe van Johan de Witt, voor 200 gl. aan Pieter Jansz. Cop, mr. timmerman te Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat Landzijde, staande tussen het huis van kapitein Jeremias van der Monden en dat van mevrouw Belaerts.

a-3. mr. Simon van Beaumont

b. Arnoudina van Beaumont, trouwde Alewijn van Halewijn, burgemeester van het Gerecht, schepen van Dordrecht

ONA Dordrecht inv. 248, f. 142: testament dd 21 sept. 1664 van Aelwijn van Halewijn Francoisz. en zijn vrouw Arnouldina van Beaumont, wonende te Dordrecht. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en tot voogd, en mede tot voogd hun oudste zoon mr.Cornelis Teresteijn van Halewijn. Hun jongste zoon Sijmon van Halewijn zal op kosten van de gemeenschappelijke boedel mogen gaan studeren. De juwelen van de testateuren zullen toekomen aan hun dochters.

ONA Dordrecht inv. 248, f. 162: op 13 okt. 1664 verleent Alewijn van Halewijn, lid van de Oudraad te Dordrecht, als man van Arnoldina van Beaumont, procuratie aan zijn zwager Johan van Beaumont, lt. kolonel de Garde en commandeur van Brielle, om voor hem, als mede-erfgenaam van zijn zwager wijlen Simon van Beaumont, secretaris van Middelburg, te verkopen aan de meestbiedende een aantal percelen van landen met het daarop staande huis, groot 15 gemeten 141 roeden, gelegen op Walcheren onder de parochie van Bredamme, welke landerijen en huis voor twee derde delen toebehoord hebben aan zijn overleden zwager.

ONA Dordrecht inv. 321 (geen folionrs.): op 25 okt. 1665 verklaart Aelwijn van Haelwijn, lid van de Oudraad te Dordrecht, als erfgenaam ab intestato van het weeskind van mr. Roeland Schouw, dat hij en Govert van Slingeland, secretaris van de Raad van State, als man van Aernoldina van Beaumont, als erfgenaam van Roeland Schouw, gedagvaard zijn van de Hoge Raad in Holland “om executie te sien decerneren op seeckere sententie bij de procureur generaal tegens de erffgenamen en descendenten van Arent heeren Cornelisz. van Mijle op den 15 meij laestleden geobtineert” en vervolgens afstand te doen van de landerijen, die aan hen uit de boedel van Roeland Schouw en diens weeskind toebedeeld zijn.

ORA Dordrecht inv. 1626, f. 26v: op 10 juni 1677 verkoopt Samuel van der Heijden, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende Alewijn van Halewijn, oud-magistraat en rentmeester van de kerkelijke goederen te Dordrecht, voor 525 gl. aan Johannes van Wageningen, koster van de Nieuwkerk, een huis achter in de Nieuwkerkstraat omtrent het Nieuwkerkhof, staande tussen de Nieuwkerkstraat en het huis, dat toebehoort aan de Heilige Geest ter Nieuwerkerk.

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 142: op 16 okt. 1680 verkoopt Arnoldina van Beaumont, weduwe van Aelwijn van Haelwijn, voor 350 gl. aan Dionisius van der Liefde, koopman te Dordrecht, “seeckere hoeck Ledich Erffs comende aende straete voor bij het Bagijnenhoff ende oock aende Veste, reedende uijt den egh van(de) gevel van(de) cooper ter weijte van tsestich voeten ende van daer op den egh van(de) gevel van Maerte Gillis van(de) Pijpen, Langs de Veste Lanck sijnde seven en(de) vijftich ende eenen halve voet ende sluijtende ten wedersijden met de muijren en(de) heijningen van(de) voors. respective huijsen”.

ONA Dordrecht inv. 287, f. 173: koopvoorwaarden, waarop mr. Cornelis Teresteijn van Halewijn, voor zichzelf en tevens vervangende zijn zusters Anna en Catharina van Halewijn, als erfgenamen van hun moeder Arnoudina van Beaumont, weduwe van Alewijn van Halewijn, willen verkopen een boomgaard in Hendrik-Ido-Ambacht. Op 28 nov. 1697 verkocht aan Cornelis Vliegenthart voor 600 gl.

ONA Dordrecht inv. 287, f. 219: koopvoorwaarden dd 17 febr. 1698, waarop Anna en Catharina van Halewijn, als erfgenamen van hun moeder Arnoudina van Beaumont, weduwe van Alewijn van Halewijn, willen verkopen een huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd, staande tussen het huis van de weduwe van Rochus van Moleschot en dat van de weduwe van Hendrick van Wessem. Op 21 febr. 1698 verkocht voor 1140 gl. aan Elisabeth Telder, weduwe van Cornelis van Asch. (Cf. ORA Dordrecht inv. 1636, f. 133, akte dd 13 mei 1698)

c. Johan van Beaumont, lt. kol. de Garde en commandeur van Brielle

d. mr. Aernout van Beaumont, president van de Raad van Brabant, raad van de Prins van Oranje, trouwde 1e Johanna Lindemans, 2e Johanna van Gog Johansdr.

ONA Dordrecht inv. 252, f. 186: op 10 juli 1670 verklaart Alewijn van Halewijn, lid van de Oudraad van Dordrecht, dat tussen zijn zwager Aernout van Beaumont, president van de Raad van Brabant en raad van de Prins van Oranje, als eigenaars [sic] van twee percelen land in de Volckers Campen, liggende in de polder “van den eijgen” in de parochie van Rosmalen aan de Annebergse steeg, enerzijds en Gijsbert Pieck van Thijenhout, raad en rentmeester-generaal van Brabant in het kwartier van ‘s-Hertogenbosch, en Engelbrecht Ploos van Amstel , heer van Gunterstein, anderzijds geschilt was ontstaan over het afgraven van het voornoemde land door de heren Pieck en Ploos, als “geoctroijeerden” tot het maken van een nieuwe weg aan de Annenbergse steeg. Om verdere kwesties te voorkomen zijn partijen overeengekomen dat de twee eigenaars aan de twee “geoctrijeerden” de twee percelen in het geheel en met de rechten, die daartoe behoren, zullen overdragen, waarvoor laatstgenoemden aan de eigenaars zullen betalen een somma van 400 g.