Acta Dordrecht 1670-1811

Uit de Acta van de Nederduits Gereformeerde gemeente van Dordrecht (SA Dordrecht, archief 27)

inv. 9, f. 2, 16 mrt. 1673 Insolentiën

Over het mainteneren van ’t placaet vande Sabbatdag ende over de onordentelijckheijt in de kercken door ’t occuperen van stoelen sal de Hr. Borgemeester werden begroet door D. Presidem ende Scribam, die oock ’t pijpen ende trommelen in teren van vaendelen sullen trachten te weren.

inv. 9, f. 5, 20 april 1673 Arijen Arijens ende Anneken Hendrix van Swijndrecht

Zijn voor dese vergaderinge verschenen Arijen Arijens linnewever weduwnaar ende Anneken Hendrix J.D. beijde wonende op Swijndrecht, te kennen gevende, dat sij aen Ds. Pels predicant op Swijndrecht versocht hadden aenteijckeninge van haere huwelijx proclamatiën doch dat gemelte predicant haer sulx hadde geweijgert ende afgeslagen, ten zij eerst borge hadden gestelt, in geval kinderen mochten krijgen, ende tot armoede vervallen, niet souden komen tot laste vande kercke, de vergaderinge verderversoeckende dat de huwelijcx geboden alhier mochten werden aengetekent. Dit overwogen zijnde is goet gevonden haer weder te renvoijeren aende predicant of kerckenraedt van Swijndrecht, aen wien dit eijgentlijk behoort om aldaer haer versoeck van aenteijkeninge te vernieuwen.

inv. 9, f. 14, 27 juli 1673 Klock vande Augustijnenkerck

DD. Staphorstius en Vrechemius als praeses ende scriba vande naestvoorgaende vergaderinge rapporteren dat haer Edelheden volgens resolutie aldaer genomen [zich] hadden geaddresseert aende Heer Burgemeester over de gescheurde klock vande Augustine kerck ende hadde sijn Achtbaarheid goetgevonden, dat soo langh de gescheurde klock noch hangt, inde weeck sal luijden de klock boven de IJsere Waech [in de Wijnstraat bij de Botermarkt], ’t welck aenstaende sondach vande predickstoel de Gemeente sal werden bekent gemaect om haer daer na te reguleren …

inv. 9, f. 17, 21 sept. 1673 Bekeerde Jode

Isaschar Ben Abraham een Jode van Hanau, herwaerts gekomen en versoeckende gedoopt te werden, alsoo hij seijde het Christengelove aen te nemen, sal bij den EE Predicanten met beurten naerder werden onderwesen, ende ondertusschen 3 a 4 weken sal werden gealimenteert van wegen onse Diaconije. Sal oock Sr. Op de Beeck ende andere, die te Hanau goede kennisse hebben, vernemen nae sijne maegschap en comportement aldaer.

inv. 9, f. 18, 26 sept. 1673 Jode

Isaschar Ben Abraham, die sich uijtgaff voor een bekeerde Jode, is ondervonden een booswicht te zijn, en is de broederen gerecommandeert desen booswicht andere kercken en predicanten daervoor bekent te maecken.

inv. 9, f. 19v, 17 okt. 1673 Jode

Is uijt de lecture van een brief uijt Hanou, geschreven aen frater Opdenbeeck, gebleken dat vals is bevonden, [hetgeen in de acta] van den 21 sept., daer van was aengeteeckent nopende de Jode

inv. 9, f. 20r en 20v, 16 nov. 1673 [Samuel] Oosterling

Is ingestaen Ariaantje Remmele klagende over Samuel Oosterling, nu ondertrout met Catharina Willems, t. w. datse met eenige soorte van gewelt … geschonden en beswangert was, ende daer na toesegging had ontfangen, die sij soodanich meijnde te zijn, dat hij daerdoor aen haer, als een huwelicks belofte, verbonden was. Waerop de Vergadering nae behooren hebbende gelet heeft verstaen, dat geen huwelicksbelofte en kan voor alsnoch haer blijcken. Ende is over haer ontuchtich bijslapen vermaent en bestraft gelijck oock soodanigen vermaninge ende bestraffinge aen Oosterling voornoemt is gedaen met aensegginge dat hij sich niet en sal hebben te vervoegen aende Tafel des Heeren voor naerder satisfactie gegeven is, mitsgaders dat hij voor sijn derde gebodt voor de Heer Borgemeester sal moeten verschijnen, om daer oock na gewoonte gecensureert te werden. Doch alvorens sullen Ds. Praeses Francken ende Heer Baen dit den Heer Borgemeester bekent maecken.

[Samuel Oosterling, gedoopt NG Dordrecht 23 sept. 1648, zoon van Gerridt Oosterling en Margareta Samuelsdr. van der Heijden. NG trouwboek Dordrecht 12 nov. 1673: Samuel Oosterling wijnkoper wonende in het Steegoversloot met Catrina Baes wonende te Haarlem, per schrijven van Haarlem, getrouwd Dordrecht 27 nov. 1673]

inv. 9f. 20v, 23 nov. 1673 [Samuel Oosterling]

Rapporteren Ds. Franquen ende d’heer Baen, dat d’Achtb. Heer Borgemeester aengenomen hadde met Samuel Oosterling te spreken ende alsdan de E. Vergaderinge naerder bericht te doen.

inv. 9, f. 22v, 28 dec. 1673 Gerucht ende getier in de Kercke

Bij occasie dat op gisteren avond onder de predicatie een scandaleus geschreeuw en gerucht door jongens is gemaeckt ende dat de costers moeder een van die jongens straffende de selve het mes tegen haar getrocken heeft, is wederom in omvrage gebracht, wat men wijders hier tegen vruchtbaerlickst doen soude. Ende is voor goed ingesien, dat de A. Heer Borgemeester wederom over dese ende andere onordentelickheden door een aensienlicker en meerder getal van predicanten en ouderlingen op’t alderserieuste sal werden begroet, ende efficacieuse remedien daar tegen werden versocht, ende dat noch op desen dach. Waer toe vvt het midden der Vergaderinge zijn gedeputeert DD Praeses Leonards, Scriba, Staphorstius ende Vrechemius, mitsgaders de Heeren Neurenburch ende Vivien.

inv. 9, 31 okt. 1675 Spinosa

Insgelijcks [zal men met de Classis spreken] … nopende den schadelicken dwaelgeest Spinosa.

inv. 9, f. 76v, 3 sept. 1676 Organisten

Alsoo de Vergaderinge ter ooren komt dat onder ’t Orgel in de Gr. kerck lichveerdigheden in ’t particulier werden gebruijckt, sullen tegen morgen avond de Organisten ontbooden werden, om haer daer over te hooren ende te waarschuwen. Factum

inv. 9, 78v, 29 sept. 1676 [Organisten]

De voorsanger vande Grote Kerck ende de twee organisten sijn ingestaen en hun is aengeseijt, dat men nae ’t luijden in alle predicatien sal beginnen te singen en dat de organist sal de toon setten, ende dat de predicanten op de leijinde consistorie sullen setten den psalm, die men sal naesingen, uijtgenoomen des sondachs voor de middaghs, als wanneer men sal beginnen te singen met den aenvang van ’t luijden, ende des sondaghs na de middagh sal men beginnen te lesen de tien gebooden met het begin van’t luijden, ende soo dan vervolgens den psalm te singen aenvangen.

inv. 9, f. 84, 29 dec. 1676 Dans-huijs in de Wingertstraet

Heeft D. Francken bekent gemaect, hoe dat in de Wijngaertstraet seker huijs is alwaer op den dach des Heeren op de veel gespeelt, gedanst ende ander ergerlijcke onordentelijckheden gepleecht worden, is goetgevonden (alsoo de personen in’t selve wonende vande paepsche religie zijn) dat dese saeck den Heer Officier sal werden bekent gemaect ende van sijn Edt. op ’t allerernstigste redres hier tegen versocht …

inv. 9, f. 169, 27 mrt. 1682 [Engel Evertsz.]

Is ingestaen Engel Evertse vertoonende aan dese vergaderinge hoe dat hij in seven jaren niet te avontmaal geweest sijnde, uijt insight van eenige krakeelen, sijn gemoet daar over soodanige ontstelt vont, dat hij genootsaackt was sig voor dese vergaderinge te vertoonen om te versoecken weder tot Gods tafel toegelaten te worden, is van de E. Vergadering goetgevonden dat Do. Praeses hemmet allendruft sijn foute en de groote van sijn misdaat sal voor oogen stellen en hij Engel voornoemt op sijn druftige betuijginge van berouw, en belofte van verbeteringe, weder tot de gemeijnschap van Christi tafel toegelaten.

inv. 9, f. 190, 14 mrt. 1684 Brief van Dusseldorp

Is gelesen een missive geschreven uijt den namen vande gereformeerde gemeijnte van Dusseldorp, onderteekent van d. Hardingius ab Hamme predikant aldaar, inhoudende en ernstig versoek aan dese Vergaderinge, om te willen met serieuse recommandatie seconderen een versoekschrift, van haar gedaan aan de Ed. Agtb. magistraat alhier, om een subsidie tot den opbou van een kerke en schoolhuijs binnen deselve stad, waar over gedelibereert sijnde, is goet gevonden om redenen om in dese sake niet in te laten en dit versoek te declineren.

inv. 10, f. 120, 27 jan. 1701 [heterodoxie]

Is door do. Canzius ingebragt dat Sijn Eerw. was ter ore gekomen dat verscheide persoonen, waar onder ook schoolmeesters, in dese Stad gevonden werden dewelke verkeerde gevoelens hadden ontrent de gewigtigste stukken en fondamenten vande waarheid, als de H. drieeenheid, de genoegdoening van Christus enz.en deselve op allerhande wijse met bespotting vande H. waarheid tragten te verbreiden; waar over gedelibereert sijnde, is vastgestelt dat de Heeren Predikanten vande wijk met een ouderling geassisteert bij die verdagte luiden sullen gaan om sig van dese gerugten nader ’t informeeren, en ’t geen sij bevonden hebben, aanstaande donderdag in de vergadering raport te doen.

inv. 11,26 juli 1708 Klagten over de Doot-werkers

Is van Broeder Schellebeeck geklaegt over de slegte kisten en baeren, dewelke de Doot-werkers zeder eenige tijd maeken, met versoek aen deze E. Vergaedering, dat den Heer Boekhouder, die dezelve gewoon is te betaelen, daer ontrent mogt gelieven de noodige redres nae zijn macht over dezelve uijt te werken, welk versoek van de E. Vergaedering is aengenomen, en zal hetzelve bij de eerste gelegenheit den Hr. Boekhouder op het serieuste worden voorgedraegen en gerecommandeerd.

inv. 11, f. 40, 21 febr. 1709 Paapse stoutigheden

Maekt [ds. L. de la Coste] … bekend, dat sekere dogter van onse Religie, van een onegt kind bevallen zijnde, twee vrouwen aen sijn Edt. gesonden hadden, met versoek, om dat kind te mogen ten Christelijke doop brengen, waer op hij haer geraden hadden, sig te addresseren aen ’t quartier va die predicant, dewelke aldaer de huijsbesoekinge was gewoon te doen, ’t welk bij haer niet zijnde geobedieerd nog nagekomen, hadden sij ’t voorschreve kind van een paep laten dopen. Heeft ook met een d. J. Cantzius gesegt, dat hem ter ooren was gekomen, dat enige franse gevangenen, in’t dolhuijs gedetineerd, ter tijd van haer uijtwisselinge, door een priester gebiegd in haer sterven ’t laeste so genoemde olijsel ontfangen hadden. Heeft de E. Vergadering nodig geoordeeld, van [die] …twee voorvallen kennis te geven aen den Hoog Agtb. Heer en Officier Barthout van Slingerland. Zijn daer toe gecommitteerd d.d. J. Cantzius, ende L. de la Coste, benevens den Heer Ouderling Pieter van Blokland, en sal bij dese Commissie met een versogt werden aen sijn Wel Edt., dat de papisten, des sondags in’t uijtgaen van haer kercken – op de Hogenieu-straet en agter de Brouwerie van ’t Cruijs eerder of later mogen scheijden, op dat sij onse leraers ende litmaten in haer opgang na ’t Huijs des Here, niet mogen door aenstoot en ergernis hinderlijk zijn, door ontmoetingen.

inv. 11, 27 maart 1710 [Cornelis van Castel en Cornelia van Eck]

Cornelis van Kastel, die van sijn huijsvrouw is gesepareert, en onder geen goed gerugte, hebbende door een derde doen versoecken kerckelike attestatie, is het geven daarvan uijtgestelt, tot dat selfs in persoon verschijne, en nader worde gehoord, om alsdan na bevind van saken daarontrent te disponeren.

[Trouwboek Gerecht Dordrecht 21 maart 1694 (getrouwd NG Dordrecht 11 april 1694) Cornelis van Castel jongman van ‘s-Gravenhage geassisteerd met Willem Volbergen en Cornelia van Eck weduwe van Dirck Lesier.

ONA Dordrecht inv. 555: testament dd 16 dec. 1694 van Cornelis van Castel, kaars- en glaasmaker en zijn vrouw Cornelia van Eck, hij gezond en zij “sieckelijck in barensnoot te bedde liggende”.]

inv. 11, 3 juli 1710: Paepse stoutigheden [toverij]

In gevolgen van een acte, op den 5 Junius genomen, D. Vechoven benevens de Heren Ouderlingen H. van Dijck, ende Jan van Slingerland uijt dese vergadering gecommitteerd wordende aen den Heer Officier mr. [Dirk Hubert]Stoop om sijn Wel Edt. voor te dragen …dat een priester geassisteerd met sijn capellaen sigvervoegd hebben bij sekere jonge dogter, ’t huijs liggende buijten de Sluijspoort, voorgevende dat sij was betoverd, deselve hadden aengesproken, belesen, en gezegend, benevens andere buijtensporigheden dat … sij uijt haer gewoonlijke cramerie van bijgeloof als dan voortbrengen tot grote ergernissen van lidtmaten en buren, daerontrent wonende.

inv. 11, f. 165, 22 mrt. 1712: Rapport van de huisbesoekinge [ontucht]

Is rapport gedaan van de huisbesoeking, en

I. door ds. Bosschaert en sijn ouderling bekent gemaakt dat [zij]naast de plaats van de Heer Rijkers buiten de Spuipoort gevonden hebben een ondeugende vrouw, daarvan gesegt word dat de selve twee onegte kinderen heeft gehad, en veele jonge meisjens daarenboven tot hoererij verleid, gelijk sij daar een jong meisje van 18 jaren een sakkedragers dogter uit dese stad gevonden hebben met verscheide jongmans rontom, welke dogter men seide dat swanger was; en soude die voorsz. vrouw daar vandaen verhuisende int Hof komen wonen

II. ds. de la Moraisiere heeft mede bekent gemaakt dat ontrent de Nieuwe Kerk een vrouwe is dewelke hare dogter houdt tot hoererij, tot leetwesen van haren man.

inv. 11, f. 181, 12 mei 1712: vrouwen die dogters houden tot hoererij …

Sijn nagelesen de acten van den 22 maert … , en is vooreerst nopens die vrouwe naast d’azijnplaats van de Hr. Rijkers die jonge meiskens aenhoud tot hoererij gerapporteert dat deselve drie dagen na dien tijd van die plaats verhuist was, en ondersoek gedaen sijnde is bevonden datse int Hof gelijk gesegt was niet is komen wonen, derhalven is geoordeelt dat als nog hier in niets gedaen kon worden, voordat men weete waar deselve is gaen wonen, en wat aengaet die andere vrouwe die haar dogterhoud tot hoererij is goedgevonden dat de predikant vant quartier daar op nader sig informeere, en naukeurig agt daar op sal geven.

inv. 11, f. 192, 28 juli 1712 [kwakzalver]

Also de kwaksalver, ter gelegentheijt van de jaarmarkt geadmitteert, alsnog sig in de stadt ophoud, en selfs op de bedestonden sig niet ontsiet sijne knegts te gebruijken langs de straten, om het volk te versamelen, sullen de Heeren gecommitteerden, bij de groote vergadering van den voorgaanden dag, versogt worden, om correctie hiervan te versoecken, bij den Hr. presiderende Borgermeester.

inv. 11, f. 192, 28 juli 1712 Jesuwitise priesterdienst

Vermits berigt wierd, dat de Roomsgesinden, ten huijse van Mevrouw Ooms, en elders, in grooten getaele tsamen quamen, tot het gebruijck van den dienst van Jesuwitise priesters, tegen de placcaten van den landen, sal door deselve gecommitteerden worden aangehouden, tot weiring van sulcx, in het toekomende.

inv. 11, f. 195, 11 aug. 1712 [kwakzalver, “Jesuitische Conventiculen”]

Ad art. 1 en 2 van den 28 Julij. Hebben de Heere Broederen gecommitteerden gerapporteert, datse in gevolge van hunne opgeleijde commissie zig hadden geadresseert aen den Heer Presiderende Burgemeester Hugo Repelaer, dewelke

1. op het eerste hadde geantwoordt, dat de operateur geen langer permissie hadde, dan tot het laetste van Julius,

2.en wat betrof de Jesuitische Conventiculen ten huijse van Mevrouw Ooms ende elders, dat de Heeren Burgemeesters daer over reeds met den andere hadden geraedpleegt, edog tot nu toe het niet eens hadden konnen worden over dit stuck zullende haer Ed. Gr. Agtb. verders hier over haere gedagten laeten gaen, bedanckende ondertusschen deze Vergaederinge voor haere vigilantie ende ijver in dezen.

inv. 11, f. 199, 15 sept. 1712: Jesuitische Conventiculen

Nademaal de E. kerkenraad voor eenigen tijd in een commissie aan den Hr. President Burgemeester Hugo Repelaar vertoont heeft, dat vreemde geordende en Jesuitische priesters ongeoorloofde bijeenkomsten in dese stad hielden (zie art. 2 den 28 Julius en art. 1 den 11 Augustusdezes jaars)waarop sijn E.G.A. tot noch toe geen seker bescheid en resolutie van haar E.G.A. heeft laten toekomen; en dat aan den E. kerkenraad op nieuws is voorgekomen, dat dezelve vreemde priesters met hen twee in eenige huijsen van papisten op gelijke tijd grote bijeenkomsten blijven houden, soo is goedgevonden, dat men in de volgende vergadering (dewijl dese niet talrijk genoeg was) over dese saake nader sal raadplegen, en overleggen of men de voorige commissie sal vernieuwen en nadere instantien doen.

inv. 11, f. 200,15 sept. 1712: legaat van de weduwe Tiboul

Is ook bekend gemaakt, dat de weduwe Tiboul [Elisabeth Misserou], dewelke voor desen 20000 gulden aan de diaconie-armen bij testament gemaakt heeft dese gifte naderhand vermindert heeft eerst tot 12000, daar naa tot 4000, en eijndelijk tot de somme van een duijsend gulden in haar laatste testament. Des heeft de E. vergadering nodig geoordeelt Do. Bijsterveld, als predikant van dat quartier te versoeken dat Sijn Eerwt. met sijnen ouderling in de huijsbesoeking voor dit aanstaande Avondmaal sal ondersoek doen, soo bij den Ouderling Kluijt, als de andere buuren, welke de oorsaak van dese grote vermindering moge sijn geweest en zigh alsdan naa bevinding van saaken sal addresseren bij de aangestelde erfgenaam van de voorschreven wed. Tiboul, haar gewesene dienstmaagd.

[NG trouwboek Dordrecht 18 aug. 1652: Jacob Weller wijnkoper jongman van Dordrecht wonende in de Wijnstraat en Elisabeth Mooserou jonge dochter van Arnhem wonende in het Steegoversloot, getr. 3 sept. 1652

NG trouwboek Dordrecht 22 juli 1657: Nicolaus Sam koopman jongman van Dordrecht wonende in de Wijnstraat en Lijsbeth Misserou weduwe van Jacob Weller wonende in de Kannekopersbuurt [Voorstraat], getr. 7 aug. 1657

NG trouwboek Dordrecht 15 jan. 1679: Dirck Tieboel koopman jongman van Dordrecht wonende te Amsterdam en Elisabet Misserou, van Arnhem weduwe van Nicolaes Sam wonende in de Kannekopersbuurt, proclamatie te Amsterdam, getr. 1 febr. 1679

Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 19 aug. 1712: begraven de weduwe van kapitein Dirck Tieboel met de “ordinare karossen en anders niet”, drie kwartier luiden, in de Kannekopersbuurt

Weeskamer Dordrecht inv. 31, f. 32v: op 3 okt. 1712 in het weesboek ingeschreven een extract van het testament van Elizabet Meseroe, op 4 mei 1711 gepasseerd voor notaris S. de Moraaz te Dordrecht]

inv. 11, f. 200, 22 sept. 1712: Jesuwitise priesters

Sprekende van de jesuwitise priesters, en het noodig weiren derselve, volgens den inhoud van de plackaten deeser landen, is goed gevonden nader instantiën te doen bij den … president Borgermeester, en ook so nodig bij den heer officier deeser stadt, waar toe versogt sijn D. praeses Bijsterveld en de scriba nevens den heer ouderling Spruijt

inv. 11, f. 201, 22 sept. 1712: weduwe Tiboel en haar testament

Is D. Bijsterveld, nu present sijnde, versogt, om ingevolge de voorgemelte resolutie [van 15 sept. 1712] de geweezen dienstmaagd van de weduwe Tiboel, als universeel erfgenaam van deselve, over bewuste sake, de diaconie-armen rakende, aan te spreken en de nodige inductiën te gebruijcken ten meesten voordeel van den armen. Dog indien onverhooptelijk dit van het gewenschte succes niet wierd bevonden, sal op het gehoorde rapport daarvan, de groote kerckenraad worden geconvoceert, ten einde men op middelen mogt bedagt sijn door gehoorde getuijgenissen van de buijren, als anderen, om so verre te avanceren, tot het gemelte oogmerck.

inv. 11, 27 sept. 1712 [overspel]

Dat er wederom eene doghter beswangert bij eenen getrouwden man in de kraem was bevallen, en nog eene getrouwde vrouw bij eenen getrouwden man in de Toorn-straet eerlang van gelijke in de kraem stondt te komen, waer uijt bleek, dat deze roepende zonde van overspel in deze stadt daegelijks toenam door de straffeloosheit van zulke misdaden.

inv. 12, f. 181, 22 febr. 1720 Vastenavondsonordentelijkheden

Wierd door D. de la Coste in bedenkinggegeven of er niet moest gewaakt worden teegen het oorlof geeven van meesters en maitressen op vastenavond. Andere Broederen voegden er bij, dat soogenaamde vastenavondsgekken te peerd door de stad gereeden, de gans getrokken en meer andere onordentelijkheden gepleegd hadden. De E. vergadering neemd dit wel degelijk ad notam om bij geleegentheijt nader daar over te beraamen.

inv. 12, 29 febr. 1720 [ontucht]

Door Broeder diaken de Gilde wierd ook aen de Vergadering bekend gemaakt, dat onder desselvs Quartier woonagtig was een weduwe van eene Jan Willemse, die nu al vier onegte kinderen had ter wereld gebragt, en dewijl deselve 5 brooden ter week van de diaconij was trekkende, wenschte wel te weeten hoe sigh daar ontrent [te gedragen] … Is goed gevonden, dat dit voorval door D. Praese Verster en den ouderling Zeebergen, mitsgaders Broeder de Gilde als gedeputeerden des Kerkenraeds voor den Hr. Praesident Burgemeester sal gebragt worden, met versoeck, dat daar teegen magh voorsien worden, en sullen onderwijl de brooden volgens de reeds gearresteerde resolutie in sulke gevallen de gemelte onkuische weduwe onthouden worden, wordende Broeder ’t Gilde voor de bekendmaking en sorge in desen bedankt.

inv. 12, 25 april 1720 [ontucht, overspel]

Aletta Barents, weduwe van Jan Willemse, hebbende 5 kinderen waer van 2 in onegt gebaert bij een gehouwt man, namtentlijck Floris Piterse de Heer turvschipper te Bleijswijck, versogt eenig onderstand voor de selve nademael de broeder diaken van haer quartier het selve haer om haer quaed gedrag gewijgert had, overleverende een notariael contract, gepasseert bij den notaris Petrus van Son in dato den 14 Dec. 1714, waer in Floris Piterse voorschreve beloovde aen haer 60 gulden jaerlijx te sullen geven 10 jaren lang, soo sij seijde tot onderstand van haer kind, onder conditie nog thans, dat sulcks niet soude ontdecken, het welck sij hebbende moeten doen aen den Heer Hooftofficier, nu versteecken bleev van de beloovde jaerlijxe 60 guldens. Hier op is geresolveert haer ernstig over haer ontugtig leven te bestraffen en het voorschreve contract te stellen in handen van Broeder diaken de Gilde, om daer op de voorschreve Floris Piterse tot betalinge aen te setten, of indien onwillig daer toe blijven mogt, hem in de stad sijnde te arresteren, of voor den gerechte van Bleijswijck te dagvaerden ten fine van voldoeninge. En dat ondertussen door de broeder vant Quartier de kinderen eenigh onderhoud sal besorgt werden.

[Aletta Barentsdr. van Oort (van Noort), gedoopt NG Dordrecht 12 nov. 1678, dochter van Barent Hendrijcksz. (van Oort) en Bastiaentje Leendertsdr. de Boos, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 19 nov. 1754 (Aletta van Noort, weduwe van Yan van der Wiel, op de Vest “bij de Toorn”, laat kinderen na, “gemeen graft”), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 19 apr./3 mei 1699 (de bruidegom geassisteerd met zijn neef Jan Hendricksz. Kop, de bruid geassisteerd met haar moeder Bastiaentie Leenderts, beiden wonende in de Vriesestraat) Jan Jansz. Verbleeck jongman van Dordrecht (1699), trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 9/24 febr. 1710 (hij wonende in de Stoofstraat, zij in de Vriesestraat) Jan Willemsz. van der Wiel, weduwnaar van Dordrecht (1710).

Onwettige kinderen van Aletta Barentsdr. van Noord (naam van de vader in het doopboek niet vermeld, maar noemden zich beiden De Heer):

a. Anna (Johanna) de Heer, gedoopt NG Dordrecht 11 april 1714, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 22 dec. 1735/8 jan. 1736 (bruidegom geassisteerd met Catharina van Haalen, weduwe van Frans vanGeluk, zijn moeder en de bruid met Aletta Barentsdr. van Oort, weduwe van Jan van der Wiel, haar moeder, hij wonende bij het Nieuwkerkhof, zij in de Vriesestraat) Bartholomeus Fransz. van Geluk, gedoopt NG Dordrecht 2 mrt. 1715, jongman van Dordrecht (1736), zoon van Frans van Geluk en Catharina van Haal(en)

b. Aeltje de Heer, gedoopt NG Dordrecht 27 mrt. 1720, overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht (pro deo) op 6 jan. 1800, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 7 jan. 1800 (Aaltje de Heer, weduwe van Jan de Vos, in de Mariënbornstraat, laat kinderen na, met “ordinaire” koetsen, beste graft”,82 jaar, borstkwaal), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 31 dec. 1744/24 jan. 1745 (geboden gaan te Nieuwerkerk a/d IJssel, de bruidegom geassisteerd met zijn vader Adriaen de Vos, de bruid met haar moeder Aletta van Oort, laatst weduwe van Jan van der Wiel, de bruidegom wonende te Nieuwerkerk en de bruid in de Vriesestraat) Jan de Vos, jongman geboren te Nieuwerkerk a/d IJssel]

inv. 12, f. 265v, 1 mei 1721 Danksegginge uijt Rochelle

Rapporteerd D. de la Coste uijtnaam van Dr. Schellebeek, dat de liefdegaaven van dese E. Vergaderinge reedts aan sijn broeder te Rochelle overhandigt waaren, en tot soulaas der verdrukte broederen aldaar waaren uijtgedeeld, betuijgende voor deselve haare dankbaarheid: ’t geene met te grooter genoegen is aangehoord, omdat meteen berigt wierd, dat de verlossinge van die ellendigen nu kort op handen was.

[Trouwboek Gerecht Dordrecht 14 okt. 1723: ondertrouwd Bartholomeus van Schellebeek medicinae doctor weduwnaar van Dordrecht woont bij het Groothoofd en Anna Catharina Walraven jonge dochter van Dordrecht woont op de Nieuwe Haven geassisteerd met Anna van Schellebeek vrouw van Henry Gras Walraven haar moeder. “Alvorens het gaen der geboden is dese aenteekening geïnsinueert aen Henry Gras Walraven als vader vande voorsz. Anna Catrina Walraven sijnde hij wonende tot Vianen. Den 4 November 1723 hebben mijn Ed. heeren vanden Geregten geresolveert dat dese geboden voortgangh souden hebben en is dienvolgende het eerste gebodt geproclameert den 7 [nov. 1723].” Op 21 nov. 1723 getrouwd in de Waalsekerkte Dordrecht. ]

inv. 13, f. 1, 12 juli 1723 Wijgering van Doctor Kruiskerken …

De E. Vergadering op versoek van Broederen Diaconenbelegt sijnde wierd de reede daarvan opengelegt, namentlijk dat Doctor Kruiskerke nu al een tijd lang gewijgert had de Diaconie te dienen, en de briefjes sommiger Broederen, die aan sieke en gebrekkelijke menschen nae gewoonte gegeeven waaren, te respecteren, jae dat eenige derselver op een veragtelijke wijse aan stukken gescheurt en geworpen had aan de voeten der arme menschen onder voorgeeven, dat niet gehouden was den dienst der armen waar te neemen, en dewijl dit oorsaak was van groote disordre, en dat reeds eenige menschen merkelijk daardoor geleeden hadden, waarvan eenige voorbeelden wierden bijgebragt, heeft de E. Vergadering hoognoodig geoordeeld, dat daarin met den allereerste voorsien wierde en het werk rijpelijk te overweegen, gelijk dan ook bevonden wierd, niet alleen dat de wijgering van den Doctor een inbreuk was in de gewoone practijk en een kleijnagting van de Broederen Diaconen maar ook van de acte, waarbij Doctor Kruiskerke tot Stads Doctor was aangesteld, dewijl deselve geligt en geleesen sijnde uitdrukkelijk segt dat hij daartoe op een tractement van 200 gld. wierd aangesteld mids dat hij op dat selve tractement de Diaconie armen sou bedienen; waarom ook door de E. Vergadering is goedgevonden dit voorval bij den hr. President Burgemeester hoe eer hoe liever klaaglijk te vertoonen en te versoeken dat den doctor gelast worde sijn pligt waar te neemen …

inv. 13, f. 47v, 30 nov. 1724 [Piëtisten, schildering in de Grote Kerk]

Bragt D. de la Coste in gehoort te hebben … datter aen den Riedijck somwijle iemand komt van Sommelsdijck, die oeffeningen houd en soude sijn van de soort der Pietisten …

[en] dat de H. Drieeenheijd in de nieuwe schildering van de Groote Kerck door een oud man, lammetje en duijve verbeeld is

[Er zal onderzoek gedaan worden,aangaande het eerste door ouderling Kluijt en over het tweede door ouderling Van der Linden.]

inv. 14, f. 90v, 28 juli 1735 [Inschrijving in het doopboek van kinderen Schellebeek.]

Do. Praeses bragt in, dat de Hr. Dr. Schellebeek verzogt aan de E. kerkeraad, dat de3 kindere van sijn E. broeder Coenraad de Schellebeek te Rochel gedoopt door een Luthersche predikant Andreas Trap in’t doopregister berustende binne de kerk van Dordrecht mogte werden aangetekend, welk verzoek steundende op volledige attestatijen Sijn Ed. geaccordeerd is, zie ’t Doopregister op den 19 febr. 1735.

[Zie ook deaantekening hierboven bij acta van 1 mei 1721.In het NG doopregister van Dordrecht staat bij 19 febr. 1735, dat op die dag in La Rochelle drie kinderen zijn gedoopt van Conraad de Schellebeek en Anna Magdalena Land, genaamd Catharina Barbara, Christianus Bartholomeus en Johannes Petrus.]

inv. 14, f. 96, 27 dec. 1735 [legaat Diodati]

… rapporteerde de heer Boekhouder dat het legaat van den Heer Philip Theodati ter somma van twaalf hondert agt en veertig gl. uit India overgekomen hem door den Heer Witte van Schote des overleedenens swager, was overgesonden.

Avondmaal- en doopstel van de Grote Kerk te Dordrecht (1735), ontworpen door Aert Schouman en vervaardigd door de goudsmid Dirck Wor.

inv. 21, f. 246 e.v., 8 okt. 1811[bezoek van keizerNapoleon I aan Nederland]

art. 2: Ds. Praeses gaf te kennen, dat de voorzitter van den Walschen kerkenraad zich bij Zijn E. vervoegd, en te kennen gegeven had, dat bij die Vergadering [de Waalse kerkenraad te Dordrecht] was beslooten, eene commissie uit het midden van de zelve naar Amsterdam te zenden ten einde Z.K. en K. Majesteit bij deszelfs komst in die stad van wegen de kerkenraad te complimenteeren, en deszelfs leedweezen te betuigen, dat die Vergadering het genoegen ende eer niet had kunnen hebben, om Z. Majesteit binnen Dordrecht te begroeten, uit hoofden van Hoogstdeszelfs onverwagte komst en spoedig vertrek, niet tegenstaande daartoe alle mogelijke poogingen waren aangewend, dat men ten dien einde zoo en daar het behoord vooraf per missive belet vraagen, en onderzoeken zou, of zulk eene commissie Z.M. aangenaam zijn zoude en eindelijk dat men van dit besluit aan den Nederduitse kerkenraad van Dordrecht kennis geven, en voorstellen zou, om in dezen deconsert te handelen, aangezien gezegde Ned. kerkenraad in het zelfde geval verseerde.

art. 3: besluit hierop. Hierover omvraag gedaan zijnde was men eenparig van oordeel dat men, acten van devoir gedaan hebbende bij de verraschen komst van Z.M. binnen deze stad, het daarbij zou kunnen laaten berusten, doch, daar de Walsche kerkenraad, met ons in het zelfde geval zijnde, tot zulk eene commissie beslooten had, ook den Vergadering zulks niet wel kon agterwegen laaten, maar het belang der gemeente vorderde het zelfde te doen, indien men daartoede benodigde penningen vinden kon. En is uit dien hoofde na rijpe deliberatiën beslooten

1o tot het voorsch. einde te committeren den Praeses der Vergadering Ds. Stronck, een van de twee ouderlingen van deze maand, met naame den tegenwoordig zijnde Broeder Mol, en den Praeses der Diakonen Br. Plukhooi, loco Koolhoven.

2o van dit besluit bij monde van Ds. Praeses kennis te geven aan den Praesident van H.H. Kerkmeesteren met verzoek, of Zijn Ed. in gezegde qualiteit zou kunnen en willen goedspreeken over het remboursement der te maakene reiskosten uit het gemeentefonds, aangezien er geen tijd verlooren kan worden, om H.H. Kerkmeesteren vooraf te convoceren, en de Vergadering genoodzaakt zijn zou van dit voorneemen en besluit af te zien, indien men geen zekerheid had, dat gezegde commissie behoorlijk schadeloos gesteld zou worden.

3o en eindelijk dat de Praeses, een gunstig antwoord van den Praesident van H.H. Kerkmeesteren ontvangen hebbende, den voorzitter van de Walsche gemeente voor de gegeven communicatie te bedanken, en verzoeken zou, mede uit naam en van wegens deze Vergadering belet te vraagen ter audiëntie bij Z. Majesteit.

inv. 21, f. 246v e.v., 17 okt. 1811

Op dinsdag 15 okt. 1811 heeft de Grootkamerheer graaf de Montesquiou schriftelijk geantwoord: “dat geene deputatiën bij Z.M. ter audiëntie kunnen worden toegelaaten dan op Hoogstdeszelfs speciale auctorisatie, en dat Z.M., overeenkomstig het standvastig gebruik, geen andere bezending van Dienaaren van den Godsdienst ontvangt, dan van die der Stad, waar Hoogstdezelve zich bevindt, en dat om gezegde redenen de gecommitteerden voorn. niet waren verwittigd geworden van het gehoor, ’t welck Z.M. laatstleden zondag gegeven had”.