De Leutering

Leutering(de Leutering, Loetering, Loteringh,Luetering)

I Thonis NN

Kinderen:

a. Adriaen, volgt IIa.

b. Claes, volgt IIb.

IIa Adriaen Thonisz oude Leutering, geboren ca. 1518,raad in wette van Dordrecht (1580, 1581, 1585), overleden voor 12 juli 1594, trouwde Digna Bouwensdr.

ORA Dordrecht inv. 714, f. 36: op 22 mrt. 1580 verklaren op verzoek van Balthen Dircxsz. van Santen Michiel van Beveren, rentmeester-generaal van Zuid-Holland, en Adrian Anthoenisz. Loetering, raad in wette van Dordrecht, dat de rekwirant in 1574 door het Gerecht van Dordrecht is aangesteld tot proviandmeester, “omme te spijsen tleger ende schansen daer [het] van noode was”.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 100, jan.1581: Arien Thonisz. Leutering, raad in wette van Dordrecht, vader van Adriaen Adriaensz. Leutering

Weeskamer Dordrecht inv. 912, 1 april 1571 (stilo Curiae Hollandiae): “Wij Gijsbrecht Jansz., Wouwerick van Drencwaert heeren Willemsz. ende Boudewijn Heerman Gijsbrechtsz. scepenen in Dordrecht oirconden ende kennen dat voor ons quamen Adriaen Thonisz. Loetering vuijt den Achte deser Stede ende Digna Bouwensdr. echte man ende wijf, ende verclaerden dat zijluijden met goeden voordachticheijt ende vrijen wille gemaect hadden …. haere testamentaire dispositie ende vuijterste wille inden manieren naervolgende, te weten dat haerlieder vuijterste wille is, dat Jan Adriaensz. heurluijden beijden zoon mede geguedt ofte vuijtgehijlict zal worden met alsulcken gueden als Adriaen Adriaensz. ende Thonis Adriaensz. te voren geguedt ende vuijtgehijlict zijn, in welcken gueden, mitsgaders inde gueden die naer den lesten van hen beijden overleden zijnde alsdan bevonden sullen worden, zijlieden comparanten de selve haere kinderen ofte kints kinderen institueren mits desen heurluijden erfgenamen. Voorts hebben d’voorsz. Adriaen Thonisz. ende Digna Bouwensdr. malcanderen reciproce over ende weder overgemaect ende gelegateert … alle de resterende gueden die zij metter doot ruijmen ende achterlaeten sullen, geen van als vuijtgesondert, omme de selve bijden lancstlevende gebruijct ende beseten te worden haer leven lanck, ende daer af te leven, ende indient nootlicken van doen waere tot heure onderhoudt te moegen enige daertoe aliëneren ende resterende gueden te comen naer den lancstlevende op heurluijden beijden gerechte erfgenamen, willende mede dat de legaten hiernaervolgende bij henluijden gelegateert ende gemaect [aan] Digna Willemsdr. haer volgen sullen inden manieren ende conditiën hiernaer bescreven, te weten dat zij ordonneren ende willen dat Digna Willemsdochter haer nichte ende dienstmaecht hebben sal een huijsken staende int Cellebroedersstraetken tusschen Adriaen de wagemakers stal aen d’een zijde ende Toenken Teuwen huijs aen d’ander zijde omme tselve te besitten ende bewoonen haer leven lanck. Des sal sij tselve onderhouden dackdicht ende sloetvast zoe dat behoort. Noch dat d’voorsz. Digna Willemsdr. vuijt haer beijden comparanten gueden heffen sal teijnden haerlieder comparanten doot vijf ponden groeten Vlaems tsiaers haer leven lanck geduerende die haer bij heurlieden erfgenamen vuijtgereijct zullen worden, zonder ijet daer tegen te seggen. Ten waere off d’voorsz. Digna Willemsdr. levende naer henluijden comparanten [met] voorsz. heurlieden erfgenamen heure gueden souden willen deelen, soo sullen de selve erfgenamen eerst gehouden wesen d’voorsz. Digna Willemsdr. te doen goet bewijs op goet suffisant hijpoteecke vande selve renthe van vijf ponden groeten Vls. tsiaers haer leven lanck geduerende, daer zij wel mede bewaert zal wesen. Dat noch d’voorsz. Digna Willemsdr. vuijt heurluijden comparanten gueden hebben sal een bedde met zijnen toebehooren te gebruijcken, haer leven lanck met alle dat linnewaet, behoerende ten lijve van de voorsz. Digna Bouwensdr. met haere heijlichdaechssche ende werckendaechssche cleederen, noch een halff dosijn tinne platteelkens met een cop met twee tinne kannekens. Mits dat de selve Digna Willemsdr. nijet en sal moegen veraliëneren noch versetten, dan alleenlijk haer lijftochte daeraen hebben aen al tgene dat haer hierboven gemaect is, maer sal tselve weder comen aen Adriaen Thonisz. ofte Digna Bouwensdr. ofte heuren erven ende nacomelingen aen beijde zijden. Ende of daer ijemant van heurluijder erfgenamen tegens dese heure vuijterste wille contrarieerde ofte poechde te doen directelick ofte indirectelick in enigen manieren, willen zij comparanten dat de selve versteecken zal sijn van zijne erffenisse. Alle twelck sij comparanten verclaerden te wesen heurluijden dispositie testamentaire ende vuijterste wille … 1 april 1571 stilo curiae Hollandiae.”

Hieronder staat: “Naer collatie gedaen tegens sijne originele geschreven in franchijn onderteijckent als boven hebbende drije vuijthangende zegelen met een singnet aen doubl steerten, zijnde gantsch gaef ende ongerafelt, berustende inde Weescamere der Stadt Dordrecht, is bevonden accorderende opten XXVen October [1616]. In absentie vande Secretaris bij mij F. van Beaumont.”

WeeskamerDordrechtinv. 912: Casus. Adriaen Anthonisz. Lotering ende Dingna Bouwens echte man ende wijff hebben bij haren testament opten 1e April [1571] gepasseert expresselijcken gewilt, dat Jan Adriaensz. haerlieden beijden soon mede gegoet oft vuijtgehouwelijckt sal worden met sulcke goeden als Adrijaen Ariensz. ende Tonis Ariensz. te vooren gegoet ende vuijtgehouwelijckt sijn, in welcke goeden mitsgaders inde goeden dije naer den lesten van hen beijden overleden sijnde alsdan bevonden sullen worden zijlieden comparanten de selve hare kinderen ofte kints kinderen institueren mits desen heurlieden erffgenamen. Ende alsoo Jan Ariensz. is comen te overlijden bij ’t leven van de voorsz. testateurs sonder kinderen, item dat Arijen Ariensz. ende Tonis Ariensz. ten tijde vant maken vant voorsz. testament noch in leven waren ende kinderen hadden, off daer omme mettet woort “off kints kinderen” bij den testateuren nijet en is gemeent, omme off eenige der voorsz. ouders staende ’t leven vande testateuren hadden comen te overlijden, dat de kinderen van dien, welck souden sijn geweest der testateuren kints kints kinderen, souden comen in hare ouders plaetsse. Ende nadijen bij d’woorden institueeren, mits desen haerlieden erffgenamen int minste nijet en wort verhaelt eenige woorden off clausulen van subiectie off fideicommis off eenichsints in rechte can worden genomen dat de goederen vande voorsz. testateuren souden (behalve de legittima ende trebellianicque portïën) moeten blijffuen ende comen op de kintskinderen vande voorsz. Arijen Ariensz. ende van Tonis Ariensz. twelck souden sijn kints kindts kinderen vande voorsz. Adriaen Thonisz. ende Digna Bouwensdr. daer van int voorsz. testament geen mentie wert gemaeckt, maer alleenlijck van de testateuren kinderen off kintskinderen, gevraecht off daer omme de goederen vande voorsz. testateuren nijet in vrijen eijgendomme en zijn gecomen op de kinderen van Adriaen Ariensz. ende van Tonis Ariensz. twelck nu sijn kints kinderen van de testatueren.

Gesijen bij den onderschreven de testamentaire dispositie van Adriaen Thonisz. Loetering ende Digna Bouwensdr. … ende gelet op de vraege daervuijt geproponeert, dunckt onder correctie dat de goederen van de voorsz. testateuren vrij ende sonder eenighe belastinge van fideicommis gecomen zijn op de kinderen ende kintskinderen vande selve testateuren, te weten de goederen vande voorsz. Digna op Adriaen ende Thonis Adriaenszsonen, haere sonen, ten tijde van haer overlijden in leven geweest zijnde, ende de goederen van de voorsz. Adriaen Thonisz. op de kinderen respective vande voorsz. Adriaen Adriaensz. ende Thonis Adriaensz., elck voor de gerechte helft in plaetse vande selve haerluijder overleden vaders … ende in allen gevalle de kindtskinderen vande voorsz. testateuren vrij ende onbelast zijnde geïnstitueert inde voorsz. goederen, sonder dat haerluijder kinderen, dat is de kindts kindtskinderen vande voorsz. testateuren, eenich recht, actie ofte toeseggen daerop hebben te pretenderen. Aldus geadviseert binnen Dordrecht desen XXI October [1616].”

Kinderen:

1. Anthonis (Thonis) Adriaensz. jonge Leutering, overleden voor 23 mei 1582, trouwde Marijcken Corssen, dochter van Corstiaen (Cors) Jansz. en NN

ORA Dordrecht inv. 736, f. 337v en 338r: (“Roerende die doot van Thonis Adriaensz. jonge Leutering zaliger.”): op 23 mei 1582 compareren Maijken Corssendr., weduwe van Thonis Adriaensz. jonge Leutering, met haar gekoren voogd, enerzijds en Arien Thonisz. Leutering als grootvader en voogd van Janneken Thonisdr., ongeveer 9 jaar oud en Aerjaentgen Thonisdr., ongeveer 3 jaar oud, beiden onmondige kinderen van voornoemde Thonis Adriaensz., met consent van mijnheer de Burgemeester en het Gerecht van Dordrecht als oppervoogden, anderzijds. Zij zijn tot een overeenkomst gekomen betreffende de verdeling van de goederen, nagelaten door Thonis Adriaensz.Aan deweduwe is toebedeeld een huis, erf en toebehoren, staande bij de Vuilpoort, tussen het huis van Quirijn Willemsz. olieslager en dat van Mathijs Geritsz. en voorts alle overige goederen, die haar man zaliger heeft nagelaten, op voorwaarde, dat zij haar kinderen zal alimenteren, opvoeden etc. tot hun achttiende jaar en hun dan zal uitkeren een somma van 287 Rijnse guldens van 20 stuivers het stuk. Dat bedrag zal vererven van kind op kind of, als zij beiden komen te overlijden voor hun achttiende jaar, op hun “vrundën” [verwanten] van vaderszijde.

ORA Dordrecht inv. 743, f. 213v e.v.: op 12 juli 1594 compareren Lambert Woutersz. schoenmaker, als man en voogd van Janneken Anthonisdr. de Leutering enerzijds en Adriaen Jobsz. oudraad van Dordrecht, als geordonneerde voogd van Adriaentge Anthonisdr. de Leutering, voor zoveel aangaat de goederen gekomen van Adriaen Anthonisz. Leutering en Dirck Hoinck Henricksz met Willem de Jong Cornelisz. raad in wette van Dordrecht, als haar voogden voor zover aangaat de goederen gekomen van Cors Jansz., anderzijds. Verdeling van de goederen, die Janneken en Adriaentgen zijn aangekomen van wijlen Anthonis Ariensz., hun vader en Corstiaen Jansz., hun grootvader.

Kinderen:

1-a. Janneken Anthonisdr. de Leutering, geboren ca. 1573,trouwde Lambert Woutersz.

1-b. Ariaentge Anthonisdr. de Leutering, geboren ca. 1579

2. Adriaen Adriaensz.(Arien Ariensz.)jonge Leutering, overleden voor 11 jan. 1581, trouwde ca. 1565 (schatting) Lijntgen Evertsdr., dochter van Evert Gijsbrechtsz. en Janneken Jansdr. en zuster van Rijck Evertsz. lijndraaier

– 1558 (10e penning Dordrecht, f. 70v [internet]): een huis in de Mariënbornstraat of Wijngaardstraat, eigendom van Evert de lijndraaier, dat toebehoord heeft aan Rijck de schipper, getaxeerd op 10 Rijnse gl., beloopt de 10e penning 20 st.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 99: op 11 jan. 1581 compareert Rijck Evertsz. lijndraaier, voor hemzelf en vervangende Lijntgen Evertsdr., weduwe van Adriaen Adriaensz. Luetering, zijn zuster en verkoopt aan Philips Peijman een erf met toebehoren in het Torenstraatje, tussen het huis van Willem Dircxsz. schipper en de weduwe van de Dulle Kuijper. Waarborg: Rijck Evertsz.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 99: op 11 jan. 1581 transporteert Philips Peijman als man en voogd van Dircxgen Jansdr. van Bemont aan Rijck Evertsz. en Lijntgen Evertsdr., elk voor de helft, een rentebrief van zes Rijnse gulden losrente, verleden bij Neeltgen Willemsdr., weduwe van Claes Dircxsz., welke rentebriefPeijman is aangekomen bij overlijden van Janneken Govertsdr., de moeder van zijn vrouw.

ORA Dordrecht inv. 736, f. 224v e.v.: op [19 aug. 1581]: (“Roerende de doot van zaliger Adriaen Adriaensz. Luetering”):compareert Lijntgen Evertsdr., weduwe van Adriaen Adriaensz. jonge Luetering, geassisteerd met Balthasar Fransz. oudraad en Floris Willemsz. zeilmaker, burger van Dordrecht, haar gekoren voogden, enerzijds en Adriaen Anthonisz. oude Leutering, raad in wette, als grootvader en voogd van Jan Anthonisz., ongeveer 6 jaar oud en Janneken Adriaensdr., ongeveer 13 jaar oud, beiden onmondige kinderen van Adriaen Adriaensz. Leutering, door hem verwekt bij Lijntgen Evertsdr.Comparantensluiten met consent van burgemeester en Gerecht van Dordrecht als oppervoogden een overeenkomst betreffende de verdeling van de nalatenschap. De weduwe is aanbedeeld alle huisraad, inboedel, “cramerij”, inschulden en uitschulden en belooft daarvoor haar kinderen te alimenteren, op te voeden, etc. tot hun achttiende jaar en hun dan een somma van 402 gl. en 10 st. uit te reiken. De kinderenzijn aanbedeeld de kleren van hun vader zaliger.Verder zullen de weduwe en de kinderen elk dehelft krijgenvanhet huis, erf en toebehoren, waarin Adriaen Adriaensz. is overleden, staande achter aan de stadsvest tussen de Mariënbornstraat en de Doelen, samen de helft van een huisje aan de Vest, tegenover Gijselken, de weduwe van Geerit Pietersz. Dou, elk de helft van één morgen land in “Wingerden” [Wijngaarden], gekomen van Pouwels Gijsen eneen halve morgen land “ten onderpande staet”, gekomen van Huijbert Aertsz. Verder isde kinderen aanbedeeld een rente van 9 gl. jaarlijks, hun aanbestorven bij overlijden van Evert Gijsbrechtsz., hun grootvader en Janneken Jansdr., hun grootmoeder. De aan de kinderen toebedeelde goederen zal hun moeder overdragen als zij 18 jaar zijn geworden en zij zal tot dat moment het vruchtgebruikervanhouden. Tenslotte zijn de weduwe voor de ene helft en de kinderen voor de andere helft aanbedeeld aan zekere percelen van goederen,vermeldin twee cedullen, door de weduwe en Adriaen Thonisz.,Balthasar Fransz. en Floris Willemsz. ondertekend,van welke percelende weduwe geenvruchtgebruik behoudt.

ORA Dordrecht inv. 737, f. 251, 4 nov. 1583: Pieter Dansser schipper is schuldig aan Aelbert Gerritsz. bode van het Hof van Holland 403 Rijnse gl. van 20 stuivers het stuk,wegens koop van een huis op de Rietdijk [Riedijk], staande tussen het huis van de weduwe en erfgenamen van Arien Ariensz. Loetering en dat van Jan Cornelisz. schoenmaker

Kinderen:

2-a. Janneke Adriaensdr. Leutering, geboren ca. 1568

2-b.Jan Adriaensz. Leutering, geboren ca. 1575

3. Jan Adriaensz. Leutering, kinderloos overleden vóór zijn beide ouders.

IIb. Claes Anthonisz. (Thonisz.) Leutering, geboren naar schatting ca. 1520, overleden voor 8 maart 1571, trouwde Lijsken Laurensdr., overleden voor 8 maart 1571

ORA Dordrecht inv. 728, f. 104, 8 maart 1571: Jan Claesz. Leutering, Marijcken Claesdr., voor zichzelf en vervangende Laurens Claesz. Leutering en Bouwen Claesz. Leutering, mitsgaders Jacob en Gerrit Claesz., onmondige kinderen, hun broers, allen kinderen van wijlen Claes Thonisz. Leutering, verlenen aan Adriaen Thonisz. Leutering “vuijtten achten”, hun oom en Thomas Thomasz., mede hun oom, procuratie”ad recipienda debita” en voorts om te verkopen alle goederen, die hun aangekomen zijn bij overlijden van Claes Thonisz. en Lijsgen Laurensdr., hun vader en moeder en omhun huis, staande bij de Vuilpoort, te mogen verhuren. Comparanten beloven, voor zichzelf en hun broers, geen van hun goederen te vervreemden vooraleer Jacob en Gerrit Claesz. mondig zijn geworden “ende clouck genouch zullen wesen omme heur broot te winnen”.

ORA Dordrecht inv. 729, f. 267 e.v.: op 14 mei 1573 compareren Bouwen Claesz., Jacob Claesz., voor henzelf enMarichgen Claesdr. voor haarzelf, samen vervangende Jan Claesz., uitlandig zijnde en Gerit Claesz., hun broeders, allen erfgenamen van Lijsken Laurensdr., hun moeder en verklaren bij handen van Laurens Claesz. ontvangen te hebben de goederen, hun nagelaten door hun moeder en nog twee jaren huishuur, die Laurens Claesz. het sterfhuis schuldig geweest is van zijn moeders huis bij de Vuilpoort.

Kinderen (volgorde onzeker):

1. Bouwen Claesz. Leutering, geboren naar schatting ca. 1545,schipper (1576)

19 apr. 1576: Bouwen Claesz. verkoopt aan Lauwerens Claesz. schipper, zijn broer, 1/6 part in een huis etc. omtrent de Vuilpoort aan de havenzijde, staandetussen het huis van Truijchgen Monnen en dat van Willem Henricxsz. Koper is schuldig 13 ponden groten Vlaams (ORA Dordrecht inv. 732, f. 1100

2. Marichgen Claesdr., geboren naar schatting ca. 1545, trouwde vóór 25 mrt. 1585 Jan Adriaensz

3. Jan Claesz. de Leutering, volgt III

4. Laurens Claesz. Luetering, geboren ca. 1548, overleden tussen 20 jan. 1578 en 13 aug. 1582 (vermoedelijk in 1581 of 1582), schipper (1576, 1582), trouwde NG Dordrecht dec. 1573 Stijntgen Goossensdr. (“beiden van Dordrecht”)

14 mei 1573: verklaring door Laurens Claesz. bootsgezel, 25 jaar oud (ORA Dordrecht inv. 729, f. 263v)

8 jan. 1574: verklaring door Laurens Claesz.bootsgezel , 26 jaar oud (ORA Dordrecht inv. 730, f. 83)

20 jan. 1578: Jan Claesz. schipper verkoopt aan Laurens Claesz., zijn broer, 1/6 part in een huis etc. bij de Vuilpoort, staande tussen het huis van Truijchgen Monnen en dat van Lijel Huijbertsz.. Koper kent schuldig 9 ponden groten Vlaams, te betalen ieder jaar op Lichtmis 4 ponden.

13 aug. 1582 (“roerende de dood van Laurens Claesz. Luetering schipper”) compareerden Stijntgen Goossensdr., weduwe van Laurens Claesz. Luetering met haar gekoren voogd en Jan Claesz., Boudewijn Claesz. en Jacob Claesz., als ooms en voogden van Claes Laurensz., 6 jaar oud en Anneken Laurensdr.. anderhalf jaar oud, beiden onmondige kinderen van Laurens Claesz., verwekt bij Stijntgen Goossensdr. Volgt de boedelscheiding. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 376)

Kinderen:

4-a. Claes Laurensz., geboren ca. 1576

4-b. Anneken Laurensdr., geboren ca, 1581

5. Gerrit Claesz.,geboren naar schatting ca. 1555 (onmonding in 1571),trouwde NG Dordrecht 20 juli 1578 Evertken Henricsdr., van Dordrecht

Kind:

5-a. Laurents, gedoopt NG Dordrechtaug. 1588

6. Jacob Claes, geboren naar schatting ca. 1555 (onmondig in 1571)

III Jan Claesz. (de) Leutering, geboren naar schatting ca. 1545, overleden (kort) vóór 25 mrt. 1585,trouwde naar schatting ca. 1580 Marijgen Thonisdr. (Theunisdr.) de Kennip, geboren ca. 1548

ORA Dordrecht inv. 738, f. 139v e.v.: op 25 mrt. 1585 comp. Marijcken Thonisdr. de Kennip, weduwe van Jan Claesz. Leutering, enerzijds en Bouwen Claesz. en Jacob Claesz., voor zichzelf en tevens vervangende hun broerGeerit Claesz. en hun zwager Jan Adriaensz., allen als ooms en voogden van Thonis Jansz., 3 jaar oud, weeskind van Jan Claesz. Leutering, door hem verwekt bij Marijcken Thonisdr., anderzijds. Comparanten zijn tot een overeenkomst gekomen betreffende de verdeling van de goederen, die zijn nagelaten door Jan Claesz. Leutering, waarbij aan diens weduwe is toebedeeld een huis eneen schip en alle inboedel, huisraad, geld, gemunt en ongemunt goud en zilver, inschulden en uitschulden. In ruil daarvoor heeft zij op zich genomen haar kind te onderhouden en op te voeden tot zijn achttiende jaar en hem dan een bedrag van 22 ponden groten Vlaams uit te keren. Thonis Jansz. krijgt ook al zijn vaders kleren, “geweer ende anders dat tot zijnen lijve behoert heeft.” [Doorgehaald is de volgende bepaling: Marijcken Thonisdr. verbindt voor de nakoming hiervan haar huis in de Voorstraat omtrent de Vuilpoort, staande aande havenzijde, in welk huis haar man overleden is.] Borgen: Arien Thonisz. kuiper en Cornelis Thonisz. viskoper. (ORA Dordrecht inv. 738, f. 139v en 140)

ORA Dordrecht inv. 742, f. 44v: op 29 mei 1592 verkoopt Cornelis Thonisz. Oth viskoper aan Thonis Jordensz. burger van Dordrecht 2 ponden Vlaams jaarlijkse losrente, verzekerd op een huis in Visstraat. Borgen voor verkoper: Adriaen Thonisz. kuiper en Marijcken Thonisdr., weduwe van Jan Claesz. Leutering

ORA Dordrecht inv. 757, f. 18: op 21 maart 1616 compareert Marijgen Theunisdr., weduwe van Jan Claesz. Leutering, cum tutore en verkoopt aan Marijgen Gerritsdr. 12 gl. losrente, verzekerd op een huis, staande op de hoek van de Cellebroerssteiger [tegenover de Dolhuisstraat aan de Voorstraatshaven]

Kind:

1. Teunis Jansz. Leutering, volgt IV

IV. Teunis (Thonis, Antonie)Jansz. Leutering, geboren ca. 1582, zeilmaker (1609,1610, 1612, 1615), wonende tegenover kapitein Sibert (1612; vermoedelijk in de Voorstraat bij de Dolhuisstraat, zie verponding van 1606, f. 197), overleden in na 1618, trouwde NG Dordrecht 12 aug. 1612 (ondertrouw) Marike Adriaen Leenaertsdr., van Dordrecht, wonende in de Vleeshouwerstraat tegenover “de Walen backer” (1612)

ONA Dordrecht inv. 17, f. 85: op 4 okt. 1610 compareren voor notaris G. de Jager o.a. Anhonie Jansz zeilmaker, 28 jaar oud, jong gezel en inwoner van Dordrecht. hij verklaart, dat hij met het jacht “de Hazewind” geweest is in de Bocht van Guinee “omme aldaer met de negers te handelen”.

ONA Dordrecht inv. 10, f. 666: op 21 sept. 1612 compareren voor notaris P. Eelbo Theunis Jansz., 30 jaar oud, Nicolaes van Haerlem, ongeveer 30 jaar oud Willem Willemsz. van Asperen, ongeveer 28 jaar oud, alleen burgers van Dordrecht, die op verzoek van Elias Trip, koopman wonende te Dordrecht, verklaren, “dat sij deposanten inden jaere [1609], te weten den voorn. Theunis Jansz. voor seijlmaecker ende den voorsz. Willem Willemsz. voor barbier op den schepe genaempt den Jaeger daer schipper op was Cornelis Rijsbergen en opper Commis Guillaume de Biecht, ende den voorsz. van Haerlem voor onder Commis van een van de twee jachten deen genaempt den Hasewindt en dander den Brack, welck voorsz. schip den Jaeger met de voorn. twee jachten bij den voorn. Requirant vuijtgereedet en gedestineert waren omme de Mase vuijt te seijlen recht toe nae Guinea.”

ONA Dordrecht inv. 21, f. 353: op 4 okt. 1615 compareert voor notaris G. de Jager Anthonis Jansz. zeilmaker, 32 jaar oud, wonende te Dordrecht

ONA Dordrecht inv. 21, f. 396 e.v.22 nov. 1615: testament van Staes Ariensz. Kennip en Aeltgen Andriesdr., echtelieden wonende te Dordrecht. Hij benoemt tot voogd Thonis Jansz. Luetering zeilmaker.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

1. Johannes (Jan) Thonisz. Leutering, juni 1613, volgt. V

2. NN, okt. 1614

3. Burgje Teunis Jansdr., geboren naar schatting ca. 1615, trouwde Willem Fransz. Dermoeijen

4. NN, apr. 1617

5. NN, juli 1619

V. Jan Thonisz. Leutering (Loteringh), gedoopt NG Dordrecht juni 1613, varend gezel, jongman van Dordrechtwonende in het Weeshuisstraatje (1638),trouwde NG Dordrecht 11/28 juli 1638 Stijntgen Jan Cornelisdr., “van Dordrecht”, wonende bij de Boom[straat] (1638)

ORA Dordrecht inv. 775, f. 51v: op 20 juli 1645 koopt Jan Theunisz. Leutering een huis in de Torenstraat

ORA Dordrecht inv. 776, f. 22: op 23 mei 1647 verkoopt Balten Salibos aan Jan Thonisz. Loteringh, burger van Dordrecht, een huis in de Wijngaardstraat. Koper kent schuldig 500 gl. Borg: Willem Fransz. Dermoeijen, schiptimmerman en burger van Dordrecht

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

1. Maeijken, 1 jan. 1640

2. NN, 31 maart 1642

3 en 4. Reijnsburch en Christina, 1 sept. 1644