Hesmer

I. Christiaen (Corstiaen) Jansz. (Hesmaer), geboren naar schatting ca. 1630, jongman van Dordrecht, schrijnwerker, wonende bij de Vuilpoort (1658), trouwde NG Dordrecht/Papendrecht 5/19 mei 1658 Elisabeth Dionijsdr. (Heuts), gedoopt NG Dordrecht sept. 1626, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Houttuin (1658), dochter van Denijs Jansz. schrijnwerkeren Francijna Baltens

– 7 mei 1675: Johannes Heuts en Corstiaen Hessemer, burgers van Dordrecht, als voogden over de kinderen van Jan Willemsz. van Bergen, in zijn leven hellebaardier van de burgemeester van Dordrecht, verkopen aan voor 1800 gl. aan Cornelis Aertsz. Versteegh, tabakverkoper en burger van Dordrecht, een huis op de Boom, staande tussen het huis van de weduwe van Sacharias Wesselsz. de Ram en dat van de weduwe van mr. Willem Corstiaensz. van Anholt. (ORA Dordrecht inv. 789, f. 30)

– 1 okt. 1701 compareren Johannes, Dionijs en Francijna Hesmaer, wonende te Dordrecht, meerderjarige kinderen van Elisabeth Dionijsdr. Heuts, weduwe van Korstiaen Jansz. Hesmaer, hun moeder en vader zaliger. Hun tante van moederszijde, Margarita Dionijsdr. Heuts, heeft op 26 mrt. 1681 voor de Dordtse notaris S. van der Heijden haar testament gemaakt, waarin zij hen comparanten heeft aangesteld tot erfgenamenvan 1/3 part in haar nalatenschap, op voorwaarde, dat het vruchtgebruik van die goederen zou toekomen aan hun moeder, haar zuster Elisabeth. Hun oom van moederszijde, Johannes Dionijsz. Heuts, heeftde goederenna het overlijden van hun tante beheerd en de interesten daarvan ieder jaar voldaan aan hun onlangs overleden moeder. Comparanten verklaren nu, dat hun oom na het overlijden van hun moeder aan elk van hen hun rechtmatig aandeel in de nalatenschap van hun tante heeft uitgekeerd, waarvoor zij hem bij deze bedanken. Akte door comparanten ondertekend. (Zij noemen zich alledrie “Hesmer”). (ONA Dordrecht inv. 705, f. 248 e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Francijna Hesmer, 5 dec. 1659, ongehuwd, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 2 okt. 1711 (Franseijna Hesmer, jonge dochter, één koets extra, woonde bij “het Kruijs”)

b. Johannes Hessmer, 19 aug. 1662, jongman van Dordrecht, koopman, wonende in de Kannenkopersbuurt (1717), kinderloos overleden, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 5/21 dec. 1717 (de bruid geassisteerd door Cornelia van der Meer en bij mondeling consent haar vader Herman Raets) Pieternella Raets, gedoopt NG Dordrecht 7 sept. 1676, jonge dochter van Dordrecht, wonende bij de Beurs (1717), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 24 jan. 1719 (het lijk van Pieternella Raets, vrouw van “siwijn” Johannes Hesmaer, wonende omtrent “het Kruis” (Voorstraat bij de Heer Heymansuysstraat), met koetsen, één boven het getal, de eerste boete verbeurd), dochter van Herman Raets, chirurgijn te Dordrecht en Cornelia Jacobsdr. van der Meer

– 22nov. 1714: Adriaan Boeff, apotheker te Dordrecht, alsdoor het Gerecht van Dordrecht op 26 juni 1714 geautoriseerd zijnde in plaats van zijn aangehuwde vader Jacobus van Botland en zijn moeder Elisabeth Taarling, die eerder weduwe was van Wierick Boeff, verkoopt voor 150 gl. aan Johannis Hesmer, koopman te Dordrecht, een pakhuis in de Heer Heymanssuysstraat, staande tussen het huis van Jacobus Haringh en dat van Adriaen Morell. (ORA Dordrecht inv. 1645, f. 156v)

– 1 juni 1717: Johannes Hesmer, koopman te Dordrecht, verkoopt voor 1000 gl. aan Johannis Kuijter, koopman van hout te Dordrecht, een houttuin met “timmeragie” daarop staande, gelegen in de Houttuinen, strekkende van de straat tot achter op de haven, belend door het huis van mevr. Van der Mast aan de ene zijde en dat van Bastiaan van Gelder aan de andere,alsmede een pakhuis in de Heer Heymansuysstraat, staande tussen het huis van Jacobus Harings en dat van Adriaan Moreel. (ORA Dordrecht inv. 1647, f. 45)

– 26 april 1718: Elisabet Janse, weduwe van Philips Rosiers, burgeres van Dordrecht, verkoopt voor 260 gl. aan Johannes Hesmer, koopman te Dordrecht, een huis op de kruishoek van de Heer Heymansuysstraat en de Wijngaardstraat, hebbende een uitgang in beide straten, staande tussen de Wijngaardstraat of het huis van Laurens van der Steenen en de Heer Heymansuysstraat of het huis, dat is verhuurd en wordt bewoond door Steeven Kortenbosch. (ORA Dordrecht inv. 812, f. 27v e.v.)

– 27 juni 1724: testament van Johan Hesmer, koopman te Dordrecht. Hij legateert aan zijn enige broer, Denijs Hesmer, “althans uijtlandig in Oost Indiën”, of bij vooroverlijden aan diens twee dochters, Jannigije en Francijna Hesmer, een bedrag van 2000 gl. Als Jannigije en Francijna vóór hun mondigheid of huwelijk overlijden, zal die somma van 2000 gl. toekomen aan Willem van Bergen, meester-bakker en diens vrouw Margrita van der Linden, of bij vooroverlijden van beiden aan hun dochter Anna van Bergen, getrouwd met [NN] Attenhoven. (ONA Dordrecht inv. 901, akte 43)

– 23 april 1729: ten overstaan van notaris B. van Gelsdorp testeert Johannes Hesmer, wonende te Dordrecht. De testateur, die niet in de 200e penning staat, legateert aan de diaconie van de NG gemeente te Dordrecht een huis in de Heer Heymansuysstraat, staande op de hoek van de Wijngaardstraat. Hij legateert

aan Willemina Raats, de echtgenote van Johan Bosman, wonende te Nijmegen, een somma van 800 gl. en aan Elisabeth Raats, weduwe van Hendrick van Heck eveneens 800 gl., welke beide legaten zullen moeten worden voldaan uit een schepenenschuldbrief van 1000 gl., verzekerd op de houttuin van Jan Kuijter en uit een onderhandse obligatie ten laste van Jan Kuijter en diens vrouw Maria Raats, inhoudende een kapitaal van 1400 gl.,

aan Jan Kuijter en Maria Raats of bij vooroverlijden aan de langstlevendevan henbeiden de resterende 800 gl. van genoemde schuldbrief en obligatie, welke de testateur heeft ten laste van het echtpaar Kuijter

aan Kuijter en zijn vrouw de bewoning of de inkomsten van zijn huis in de Houttuin in de Voorstraat, staande tegenover de Heer Heymansuysstraat, waarin hij tegenwoordig woont,evenwel op voorwaarde dat Kuijter en zijn vrouw alle daarover verschuldigde belastingen zullen betalen, het huis in behoorlijke reparatie zullen houden en dat de eigendom ervan na hun overlijden zal overgaan op de wettige nakomelingen van testateurs broer Denijs Hesmer, die thans uitlandig is,

aan dezelfden al zijn huisraad, meubelen en kleren, met uitzondering van de hierna te noemen goederen, die hij aan anderen wil nalaten,

aan Cornelia van Heck, dochter van Elisabeth Raats, een schilderij, “sijnde een kaarslicht”, hangende in het voorkamertje van zijn huis, drie schilderijtjes, genummerd 5, 6 en 7, het portret van zijn zoon zaliger, een kabinetje, dat staat opde voorkamer en een gouden ketting, “twee dick”,

Jonge vrouw met kaars,door de Dordtse schilder Godfried Schalcken (1643-1706).

aan Willemina, Elisabeth en Maria Raats al zijn ongemunt goud en zilver,

aan zijn broer Denijs Hesmer of bij vooroverlijden diens wettige nakomelingen een bedrag van 2000 gl., “sonder dat de kinderen van sijn voorsz. broeder daarvan oijt in voordeel van haare moeder sullen vermogen te disponeren”. Als zij dat toch doen, zal het legaat vervallen aan de diaconie-armen te Dordrecht.

Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij Elisabeth Raats of bij vooroverlijden haar wettige nakomelingen. Als voogden over zijn minderjarige erfgenamen stelt hij aan Jacob van den Kamp, koopman te Dordrecht en Hendrick van Vught, raffinadeur aldaar. Hij tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 691, f. 131 e.v.)

c. Denijs Hesmer, 13 mei 1666, volgt II

II. Denijs Hesmer, gedoopt NG Dordrecht 13 mei 1666, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 1699 Johanna Kilsdonk [zie genealogie Kilsdonk op deze website]

– 15 okt. 1717: compareert voor notaris B. van der Star te Dordrecht Johanna Kilsdonck, echtgenote van Denijs Hesmer, wonende te Dordrecht, “als bij appointemente van de Camere judicieel deser stede [dd 12 okt. 1717] daertoe gequalificeert sijnde”. Zij verklaart procuratie verleend te hebben aan Andries Cant, notaris en procureur te Dordrecht, in het bijzonder om haar huis, staande in de Voorstraat tussen het huis van Johannes Hesmer, koopman te Dordrecht en het huis van Cornelis Evenwel, meester metselaar te Dordrecht, op een openbare veiling te verkopen. Zij tekent met “Johanna Hesmer”.(ONA Dordrecht inv. 847, akte 36)

– 2 dec. 1717: Samuel de Moraaz en Andries Cant, notarissen te Dordrecht, als curatoren over de insolvente boedel van Johanna Kilsdonck, vrouw van Dionijs Hersmer, wonende te Dordrecht, verkopen voor 1520 gl. aan Claas van der Sluijs, schipper, een huis in de Kannenkopersbuurt schuin tegenover brouwerij “het Kruijs”, staande tussen het huis van Johannes Hesmer en dat van Cornelis Evenwel. (ORA Dordrecht inv. 1647, f. 91)

– 3 april 1742: akte van indemniteit gegeven aan Dirk Broekhoff, [zijn vrouw] Francijntje Hesmer en haar moeder Johanna Kilsdonk, weduwe van Neijs Hesmer, ten behoeve van de Diaconie-armen van Rotterdam (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 1995)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Elisabeth, 8 febr. 1699

b. Jannetta (Jannetje) Hesmer, 18 juni 1701, jonge dochter geboren te Dordrecht en wonende te Nieuw-Beijerland (1727) trouwde Gerecht Dordrecht/NG Nieuw-Beijerland14 mrt./6 april 1727 Leendert Jansz de Regt jongman geboren en wonende te Nieuw-Beijerland (1727)

– 17 dec. 1743: compareren Leendert de Regt, wonende in Nieuw-Beijerland, als echtgenoot van Martijntje [sic] Hesmer en Dirk Broekhoff, wonende te Dordrecht, als echtgenoot van Francijntje Hesmer. Zij verkopen aan schipper Willem Kouwens, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, tegenover de Heer Heymansuysstraat, staande tussen het huis van Jan van Pelt en Arij Dura, voor 1127 gl. en 10 st. contant. (ORA Dordrecht inv. 820, f. 224 e.v.)

c. Christiaan, 31 jan. 1703

d. Elijsabeth, 26 okt. 1704

e. Francina Hesmer, 10 jan. 1706, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Dwarsgang (1730),trouwde Gerecht/NG Dordrecht 3/19 nov. 1730 (de bruidegom geassisteerd met zijn broer Geerit Broekhoff, de bruid met haar moeder Johanna Kilsdonk, weduwe van Denijs Hesmer) Dirk Broekhoff, jongman van Assel in het Brandenburgse wonende bij het Groothoofd (1730)

f. Elisabeth, 8 juli 1708

g. Johanna, 24 okt. 1712

h. Elisabeth, 4 dec. 1713