Stratenus (van der Straten)

In cursieve letters aanvullingen, die zijn overgenomen uit www.dordtenazoeker.nl

Geraadpleegde literatuur:

A. Balm-Kok, Voormalig Kantongerechtsgebouw Prinsenstraat 12 teDordrecht (Dordrecht 2006) [RA Dordrecht, bibliotheek cat. nr. 33807]

Nederland’s Patriciaat 1 (1910)

De Nederlandsche Leeuw 1902, nr. 6

(Balm-Kok, o.c., p. )

I. Jan Cornelisz. (vanStraten/vander Straten), bakker, weduwnaar van Straten, wonende in het Steegoversloot (1634), weduwnaar wonende bij de Tolbrug (1635),trouwde 1e NN, 2e NG Dordrecht 5/21 febr. 1634 Anneken Jan Bastiaensdr., jonge dochter van Dordrecht, wonende in het Steegoversloot (1634), 3e NG Dordrecht 1 juli 1635 (ondertrouw) Jannetien Aert Jansdr. [van der Hoff], jonge dochter van Haarlem, wonende in de Nieuwstraat te Dordrecht (1635)

– 30 jan. 1636: comp. voor notaris D. Eelbo te Dordrecht Janneken Aertsdr., de vrouw van Jan Cornelisz. van der Straten, bakker en burger van Dordrecht. Zij herroept een eerder testament, dat zij ongeveer drie of vier maandengeledensamen met haar man heeft verleden ten overstaan van notaris Sijmon Muijs. Zij benoemt thans, wegens het overlijden van haar moeder sedert het passeren van het vorige testament, en om andere redenen haar daartoe bewegende, tot erfgenamen van al haar na te laten goederen haar toekomstige kind of kinderen. Haar man is gehouden die kinderen te onderhouden, te laten leren etc. uit de opbrengsten van haar nalatenschap. Als zij evenwel kinderloos komt te overlijden, zullen al haar goederen vererven op haar zusters, Grietgen Aerts en Maijken Aerts, mits zij aan haar man, als die dan nog in leven is, een vierde deel van haar nalatenschap zullen uitreiken. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij haar zwager Bastiaen Jansz. en haar neef Francois de Graeff. Zij tekent met haar naam. (ONA Dordrecht inv. 59, f. 16v e.v.)

– 14 dec. 1645: Fredrick Cornelisz. Roscam, marktschipper van Dordrecht op Delft en ‘s-Gravenhage, verkoopt voor 1000 gl. aan Jan Cornelisz. van Stratum, bakker en burger van Dordrecht, een huis achter in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van Cent Arijensz. en de gracht, (ORA Dordrecht inv. 1611, f. 84)

– 9 juli 1648: mr. Johan Geij verkoopt Jan Cornelisz. van Stratum een huis, bestaande uit vijf woninkjes, staande achter in de Nieuwstraat tussen het huis van Willem Dermoijen en de gracht. Waarborg: Abraham van de Wercken. (ORA Dordrecht inv. 1612, f. 103v e.v.)

– 8 april 1652: Cent Adriaensz., burger van Dordrecht, verkoopt aan Jan Cornelisz. van Straten, burger van Dordrecht, een huis in deNieuwstraat, staandetussen het huis van de koper en dat van de erfgenamen van Beens [sic]. (ORA Dordrecht inv. 778, f. 95v)

– 24 juni 1655: Damis van Slingelandt, als executeur-testamentair van Anna van Lantschot, weduwe van Franchoijs Beens, voor zichzelf en als procuratie hebbende van mr. Phillips Lantschot, regerend schepen van Alkmaar, zijn mede-executeur-testamentair,volgens procuratie gepasseerd voor notaris S. Siersma te Alkmaar op 21 mei 1655, verkoopt aan Jan Cornelisz. van Straten, burger van Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van Jan Jarde en het huis van de koper. (ORA Dordrecht inv. 780, f. 39v)

– 24 nov. 1656: Willemtien Jans, weduwe van WillemBartholomeus, verkoopt aan Jan Cornelisz. van de Straten, burger van Dordrecht, een huisje in het Riedijkstraatje, staande tussen het huis van Frederick Roscam en dat van Leendert Schouman. Waarborg: Leendert Jansz. van Strije, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 780, f. 153v)

– 30 april 1672: Arnoldus Statenus, burger van Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van ds. Cornelis Stratenus, predikant te Poortugaal, en IJda van der Strate, weduwe van Adriaen de la Fortrij, wonende te Rotterdam, samen kindere en erfgenamen van Jan Cornelisz. van der Strate en Janneken Aertsdr. van der Hoff, verkopen voor 2000 gl. aan Jacob Willemsz. Goudriaen, bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat [sic] schuin tegenover Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Cornelis Woutersz. van Lil en dat van NN de Bois.

Kinderen:

a. ds. Cornelis Statenus, geboren Dordrecht 17 mrt. 1640, predikant te Poortugaal, Jisp en Arnhem, overleden Amsterdam 25 jan. 1688, trouwde Maria de Vries, dochter van Simon Cornelisz. de Vries en Maria Balthasarsdr. Waelen (De Nederlandsche Leeuw 1902, nr. 6)

ONA Dordrecht inv. 192, akte 123: op 3 mrt. 1690 verklaart Marija Balthasarsdr. Waelen, weduwe van Sijmon Cornelisz. de Vries, burgeres van Dordrecht, dat zij op 3 aug. 1688 ten overstaan van notaris J. Melanen te Dordrecht, heeft gepasseerd een akte van donatie inter vivos, waarbij zij aan haar zoon Simon de Vries en haar dochters Clara, Marija en Christina de Vries, elk voor een vierde part, heeft geschonken verscheidene obligaties, wisselbriefjes en andere effecten met een gezamenlijke waarde van 8000 gl., alsmede de daarvan te verschijnen interesten. Om onenigheid tussen haar kinderen te voorkomen, heeft zij nu besloten die akte van donatie teniet te doen en vraagt zij haar kinderen die obligaties etc. aan haar terug te geven. Simon de Vries, veertigraad van Dordrecht, Marija de Vries, weduwe van ds. Cornelis Stratenus, en Christina de Vries, weduwe van Hendrick van Melisdijk, voor zichzelf en tevens als erfgenamen van hun hun overleden zuster, Clara de Vries, verklaren afstand te doen van genoemde donaties inter vivos.

Kinderen (o.a.):

a-1. Cornelia Stratenus, trouwde 4 jan. 1702 Rochus Rolandus, geboren Dordrecht 28 nov. 1678, zoon van ds. Jacobus Rolandus en Everdina van Wezel

(De Nederlandsche Leeuw 1902, nr. 6)

b. Arnoult Stratenus, gedoopt NG Dordrecht 24 jan. 1644, volgt II

c. IJda van der Strate, trouwde Adriaen de la Fortrij

II. Arnoldus Stratenus, gedoopt NG Dordrecht 24 jan. 1644, koopman/twijnder te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 11/27 juli 1666 Catarijna van der Ent, gedoopt NG Dordrecht 3 juli 1643, dochter van Jan Huijgen van der Ent, twijnder, koopman in twijn, kapitein van het 8e Vendel van Dordrecht (Gens Nostra 1992, p. 205) en Janneken Adriaen Claesdr. van Leeuwen

NG trouwboek Dordrecht 11 juli 1666: Arnoldus Statenus jongman wonende omtrent de Beurs en Katrina van der Ent jonge dochter wonende aan het Marktveld beiden van Dordrecht, getrouwd 27 juli 1666

ONA Dordrecht inv. 298, f. 168: op 10 mei 1667 testeren Arnoldus Stratenius, koopman en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Catarijna van der Endt. Zij benoemen tot erfgenaam de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk. Op dat moment zal de testateur, als hij de langstlevende is, aan hun kinderen onder hen allen een somma van 1000 gl. geven, of, indien de testatrice de langstlevende is, zal zij aan hen een somma van 2000 gl. geven. Als hij de langstlevende is en geen kinderen heeft, moet hij aan haar erfgenamen ab intestato al haar kleren overdragen, uitgezonderd die van linnen en wat niet onder wol kan worden verstaan. Als zij de langstlevende is en geen kinderen heeft, moet zij aan zijn erfgenamen ab intestato een somma van 2000 gl. uitkeren, mits zij daarvan haar leven lang het vruchtgebruik kan blijven genieten. Zij benoemen elkaar tot voogden en tot toeziende voogden haar vader kapitein Johan van der Endt en zijn broer ds. Cornelius Stratenius, predikant in Poortugaal.

ORA Dordrecht inv. 1622, f. 30v: op 16 mei 1668 verklaart Arnoldus Stratenus, twijnder en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Margreta Aertsdr. een somma van 2200 gl., verbindende een huis in de Voorstraat, staande tussen het huis van Gerrard van Duijnen en dat van Jan Mol.

ORA Dordrecht inv. 1622, f. 28: op 15 mei 1668 verkoopt Arnoldus Stratenus, burger van Dordrecht, voor 700 gl. aan Pieter Melij, burger van Dordrecht, een huis op de Lindengracht, staande tussen het huis van Annichen Huijberts en de kinderen en erfgenamen van Floris Pietersz.

ORA Dordrecht inv. 1622, f. 28: op 15 mei 1668 verkoopt Arnoldus Stratenus, burger van Dordrecht, voor 400 gl. aan Fransken Aelbertsdr., weduwe van Huijbert Willemsz., een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van Cornelis van Bergen metselaar en dat van Cornelia [sic].

– 6 mei 1706: Catharina van der End, weduwe van Arnoldus Straathenus, koopman te Dordrecht, verklaart, dat zij aan haar zoon Cornelis Straathenus schuldig is een somma van 1000 gl., welke zij als moeder en voogdes ten behoeve van haar zoon ontvangen heeft als legaat uit de nalatenschap van Margrita de Hooff, alsmede 55 gl. over de voldoening van de collaterale successie van het voornoemde kapitaal, en een bedrag van 200 gl. tervoldoening van haar zoons legitieme portie in de nalatenschap van zijn vader.In voldoening van deze schulden draagt zij aan haar zoon over een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Johannes de Gilde mr. smid en dat van Catharina Blankert, op voorwaarde, dat hij haar daarvoor nogeen vergoeding van 1545 gl. zal betalen. Cornelis Stratenus is schuldig aan Anna van Rijn, weduwe van Cornelis van Breda, een somma van 1200 gl., verbindende het voornoemde huis. (ORA Dordrecht inv. 805, f. 106v e.v.)

Kinderen (o.a.):

a. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 31 aug. 1671

b. Cornelis Statenus, gedoopt NG Dordrecht 22 okt. 1673, volgt III

c. Adrianus Stratenus, gedoopt NG Dordrecht 9 sept. 1676, jongmanvan Dordrecht wonende omtrenthet Stadhuis (1703),goud- en zilversmid te Rotterdam, OSP, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 5 aug. 1703 (volgens attestatie van ondertrouw te Rotterdam)Aletta van Gelder, jonge dochter van Rotterdam wonende aldaar (1703)

– 24 aug. 1763: compareren voor een Dordtse notaris Anthonij Stratenus, koopman, Cornelis Stratenus, pondgaarder, beiden wonende te Dordrecht, Hendrik Caen, predikant te Leiden, als man van Anthonia Stratenus, Anthonia Stratenus zelf, en voornoemde Anthonij Statenus nog als procuratie hebbende van Jacob van Noort, wonende te Leiden, als man van Mechthalina Stratenus, en van Mechthalina Stratenus zelf, allen erfgenamen van Adrianus Stratenus, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, volgens diens testament, verleden voor notaris G. Verveer te Dordrecht op 23 febr. 1751 en een onderhands codicil dd 12 aug. 1761. Zij verklaren de goederen, die Adrianus Stratenus heeft nagelaten, onderling te hebben verdeeld. Daarbij is aan Cornelis, Anthonij, Anthonia en Mechthalina Stratenus een aantal obligaties toebedeeld. De comparanten verklaren voorts, dat het “verdeelde geen vijf en twintig duijsent guldens heeft geïmporteert”. (ONA Dordrecht inv. 993, akte 98)

Kinderen:

b-1. Barta, gedoopt NG Dordrecht 26 okt. 1704

b-2. Ysbrant, gedoopt NG Rotterdam 22 mei 1708

Verguld zilveren beker van het Wijnkopersgilde te Rotterdam, vervaardigd door Adrianus Stratenus in 1733

d. Joanna Stratenus, gedoopt NG Dordrecht 8 nov. 1679

III. Cornelis Stratenus, gedoopt NG Dordrecht 22 okt. 1673, jongman van Dordrecht wonende omtrent het Stadhuis (1698), lakenkoper te Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 24 sept. 1729 (Cornelis Stratenus, op de Groenmarkt, laat kind na, één koets extra), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 7/21 sept. 1698 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder, de bruid met haar moeder) Mechtel de Gilde, gedoopt NG Dordrecht 11 juni 1678,jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Vuilpoort (1698), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 29 april 1728 (Maghdalina de Gilde, vrouw van Cornelis Stratenus, laat kinderen na, op de Groenmarkt, één koets extra), dochter van Adam de Gilde en Maria de Schepper

ONA Dordrecht inv. 194, f. 470 e.v.: op 29 sept. 1698 verklaart Cornelis Stratenus, koopman en burger van Dordrecht, ontvangen te hebben van zijn moeder Catharina van den Endt, weduwe van Aernoldus Stratenus, een bedrag van 200 gl., aan hem gelegateerd door zijn vader in diens testament van 21 april 1687, gepasseerd voor notaris J. Hellu te Dordrecht, en een bedrag van 1000 gl., aan hem vermaakt door zijn oudtante van vaderszijde Margrieta Aertsdr. Stratenus verklaart tevens van zijn moeder overgenomen en ontvangen te hebben “aen rouwgaren per reste” de somma van 200 gl., welke hij belooft aan haar terug te betalen op 1 aug. 1699. Hij is voorts nog schuldig aan de weduwe van Cornelis Neringh een bedrag van 250 gl.

ONA Dordrecht inv. 855, akte 33, f. 177 e.v.: op 25 april 1728 testeert Cornelis Stratenus, lakenkoper en burger van Dordrecht. Hij legateert aan zijn zoontje, Arnoldus Stratenus, een bedrag van 1000 gl., en dat tot “egalisatie” van een gelijke somma van 1000 gl., welke hij heeft verstrekt aan zijn oudste zoon, Adam Stratenus, voor het aankopen van diens pondgaarderschap. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn zoon Adam Stratenus, pondgaarder te Dordrecht, voor een derde part en zijn zoon Arnoldus Stratenus voor twee derde parten, “en dat om redenen sijns testateurs outste zoon albereijts soo verre is gekomen dat deselven in staet is om sijn kost te konnen winnen”, en zijn jongste zoon nog geen twaalf jaar oud is, vaak ziek is, mogelijk nooit in staat zal zijn omzelf zijn kost te verdienen en om andere redenen hem, testateur,daartoe moverende. Tot executeurs-tetamentair en voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemt hij zijn broer Adriaen Statenus, mr. goud- en zilversmid te Rotterdam, zijn zwager Jan van Asch, wijnkoper te Dordrecht, en zijn zoon Adam Stratenus, wanneer die meerderjarig zal zijn geworden of wanneer hij getrouwd is.

ORA Dordrecht inv. 816, f. 50v e.v.: op 9 mei 1730 verkopen Jan van Asch, koopman te Dordrecht, Adam Stratenus, pondgaarder te Dordrecht, en Adrianus Stratenus, mr. goud- en zilversmid te Rotterdam, als executeurs-testamentair en voogden over het minderjarig kind van wijlen Cornelis Stratenus, koopman te Dordrecht, tevens als procuratie hebbende van voornoemde Adrianus Statenus, volgens akte gepasseerd voor notaris J. de Gelder te Rotterdam op 7 mei 1730, voor 2230 gl. aan Jan Ghijben, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Visbrug, staande tussen het huis van Catarijna Millaart, weduwe van Vas van Ardenne en dat van Jan de Gilde.

Kinderen (o.a.):

a. Adam Stratenus, geboren Dordrecht 29 mei 1705, volgt IV

b. Arnoldus Statenus, gedoopt NG Dordrecht 29 jan. 1717, ongehuwd, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 juni 1776 (Arnoldus Stratenus, ongehuwd, eerste boete, 6 koetsen extra, in de Prinsenstraat)

Familiegraf Statenus in de Grote Kerk van Dordrecht

IV. Adam Stratenus, geboren Dordrecht 29 mei 1705, jongman van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort (1730), koopman enpondgaarder te Dordrecht, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 4 mrt./2 april 1730 *(de bruidegom geassisteerd met Johan van Asch zijn oom en voogd)Johanna van Asperen, gedoopt NG Dordrecht 28 aug. 1700, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort (1730), overleden Dordrecht 31 mrt. 1761, dochter van Anthonij van Asperen en Antonia Meijndert (Meijnders)

* Onder deze trouwinschrijving staat: “Dese aenteekeninge is door den Camerbewaerder Van Wel bekent gemaekt aen Anthonij van Asperen en sijne huisvrou omme hunne belangens hier tegen binnen 14 dagen te seggen zijnde de vader en moeder vande bruijt. Alzoo den voorn. van Asperen en sijne huijsvrou niets hebben ingebragt soo hebben deze persoonen den 19 Maert haer eerste gebodt gehadt.”

Datum 22-07-1727
Naam
Adam Stratenus
Functie pondgaarder
Titel commissie/admissie Commissie Pondgaardersampts.
Tekst commissie/admissie Actum 22 Julij 1727.
Alzoo door den Vrijwilligen affstand van Johannes de Bruijn, is Coomen te Vaceeren en opentevallen het officie van Pondgaarders Ampt binnen deeze Stad Dordrecht, Soo is’t dat Mijn Edele Heeren vanden Geregte Thesauriers en Goede luijden vanden Agten der voorsz. Stad in agting genomen hebbende de goede Conduiten en bequaamheijt van Adam Stratenus, Borger binnen deeze Stad, het gemelte officie van Pontgaarders Ampt gegeeven geconfereert mitsgrs. daartoe aangestelt ende gecommitteert hebben gelijk haar Ed. Gr. Agtb. den voorsz. Adam Stratenus daar toe aanstellen en Committeeren bij deezen, ende dat op alzulke Baten Emolumenten en Proffijten als daar toe zijn Staande, des doende den behoorlijke Eed in handen van den Ed: Heer Mr. Dirk Hubert Stoop, Hooft officier deezer Stad. Actum uts.
folionummer 023
Bron Regionaal Archief Dordrecht, toegang 3, inventarisnr. 1913 (1720-1760)

– 6 juli 1728: Hendrik van der Sluijs, garentwijnder en burger van Dordrecht, verkoopt voor 3100 gl. aan Adam Stratenus, burger van Dordrecht, een huis achter de Grote Kerk, in welk huis de koper thans woont, staande tussen het huis van Roelandt Roelandsz. en de hoek van de Leuvebrug. De koper is schuldig aan Susanna Terwen, weduwe van Jacob Braats, een somma van 2000 gl., verbindende het voorrnoemde huis. (ORA Dordrecht inv. 815, f. 141v e.v.)

– 19 sept. 1730 (testateuren staan niet in de 200e penning): testament van Adam Stratenus, pondgaarder, en zijn vrouw Johanna van Asperen, wonende te Dordrecht. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd. (ONA Dordrecht inv. 856, f. 249 e.v.)

– 26 jan. 1745: Adam Stratenus pondgaarder verkoopt voor 3300 gl. aan Jan van Dijk koopman het Papenbolwerk [stadsmuur langs de Lange Gelderse Kade, met o.a. het rondeel Engelenburg], staande in de omgeving van de Grotekerkstoren naast de Leuvebrug, aan één zijde belend door het huis van Gerrit Castendijk. (ORA Dordrecht inv. 821, f. 56)

Gezicht op Dordrecht (1790), met de Grote Kerk, het Papenbolwerk en de Vuilpoort (foto: RA Dordrecht)

Datum 24-11-1755
Naam Adam Stratenus
Gegevens
Adam Stratenus, Pondgaarder Stelt Sig onder behoorlijke Renuntiatie borge voor sijn Soon Cornelis Stratenus, in qualitijt als Pondgaarder binnen dese Stad, ter Somma van drie duijsent guldens op den 24 November 1754. P.M. Beelaerts van Emmichoven; P. v.d. Santheuvel;.
Bron Regionaal Achief Dordrecht, toegang 3, inv.nr. 1941 Folionummer 005vs
– 18 mei 1756: Philips van Haerlem, lid van de Oudraad te Dordrecht, machtigt zijn zoon Philips van Haerlem jr. om voor schepenen van Dordrecht te transporteren aan Adam Stratenus, koopman, een huis in de Prinsenstraat, uitkomende in de Suikerstraat en staande tussen het huis van Dingeman de Vlugt en dat van Hermanus van Eijsden. De koopsom bedraagt 4500 gl. (Balm-Kok, o.c., p. 3)

– 4 sept. 1759: testament van Johanna van Asperen, weduwe van Adam Stratenus, wonende te Dordrecht. Zij benoemt tot erfgenamen haar kinderen Cornelis, Anthonij, Anthonija en Magthalina Statenus, elk in een gelijke portie, of bij vooroverlijden hun kinderen. De testatrice wenst, dat haar zoon Cornelis Stratenus of bij vooroverlijdendiens kinderen bij de scheiding van haar boedel en in mindering van zijn erfportie zal aannemen het huis, waarin hij woont, en wel voor een somma van 4900 gl. Voorts wenst de testatrice, dat haar zoon Anthonij Stratenus of bij vooroverlijden diens kinderen nahaar overlijdenhet huis, waarin zij woont, zal aannemen eveneens in mindering van zijn erfportie en dat voor een bedrag van 9000 gl. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij haar zoons Cornelis en Anthonij Stratenus. (ONA Dordrecht inv. 988, f. 835 e.v.)

30 okt. 1759: Johanna van Asperen, weduwe van Adam Stratenus, verhuurt voor 199 gl. per jaar aan haar zoon Cornelis Stratenus het huis, waarin hij reeds woont, staande in de Prinsenstraat, van achteren uitkomende in de Suikerstraat. (Balm-Kok, o.c., p. 4)

Het gebied buiten de Vuilpoortin 1742 (uitsnede van de plattegrond van Dordrechtdoor I. Tirion). P = de Prinsenstraat, S = de Suikerstraat, K = de Kalkhaven, 34 = de Gevangenpoort of Oude Vuilpoort, g = de Nieuwe Vuilpoort, h = de (Grote)Sluispoort

Datum 15-06-1762
Naam Adam Stratenus
Functie pondgaarder
Titel commissie/admissie Commissie van een Pondgaarders Ampt.
Tekst commissie/admissie
Also door doode en Overlijden van Adam Stratenus is komen te vaceeren en opentevallen een Pondgaardersampt binnen deze Stadt; So ist dat Mijn Ed. Heeren vanden Gerechte Thesasuriers en Goede Luijden van den Achten der Stad Dordrecht, inagting genomen hebbende de Goede Conduites en bequaamheid van Matthijs Balen Junior, borger dezer Stad, denzelven Matthijs Balen Junior tot het bedienen van het voorsz: Pondgaardersampt hebben gecommitteert en aangestelt, So als denzelve daer toe gecommitteert en aangestelt werd bijdezen, en dat op alzulken baten proffijten ten Emolumenten als daer toe sijn staande, mitsdoende den Eed van Suijvering, Conform de Resolutie van Hun Ed: Gr: Mogende van den 23 Januarij 1748 aldaar onder No. 3 geinsereert, en verder doende den gewoonlijken en behoorlijken Eed in handen van den Wel Ed: Heer Mattheus Rees, Hooft Officier deser Stad, en blijvende denselve Matthijs Balen Junior geobligeert sijn fixum Domicilium te moeten houden binnen desee Stads Muuren op poenen dat denselve buiten deze Stads Muuren gaande woonen van sijn voors. bediening sal gepriveert en vervallen sijn, so als denselve in dat cas nu voor als dan daar van gehouden werd vervallen, ende gepriveert te sijn. Actum den 15e Junij 1762. In kennisse van mij.
folionummer 009/009vs
Bron Regionaal Archief Dordrecht, toegang 3, inventarisnr. 1914 (1761-1781)

– 12 okt. 1762: compareren voor P. van Well, notaris te Dordrecht, Anthonij Stratenus, koopman, Cornelis Stratenus, pondgaarder, ds. Hendrik Caan, predikant te Leiden, als man van Anthonia Stratenus, en Jacob van Noort, koopman wonende te Leiden, als man van Magtelina Stratenus, kinderen en erfgenamen van wijlen Johanna van Asperen, weduwe van Adam Stratenus, overleden te Dordrecht op 31 mrt. 1761, volgens testament, gepasseerd voor notaris Van Well op 4 sept. 1759. De comparanten hebben de nalatenschap van hun moeder resp. schoonmoeder onderling verdeeld, met uitzondering van de buitenplaats met boerenwoning en landerijen, samen groot 53 morgen en 300 roeden, gelegen in Mijnsheerenland, “welke voor als nog int gemeen en onverdeelt werd gehouden”.Bij de boedelscheidingis aan Anthonij Stratenus toebedeeld een huis in de Prinsenstraat, waarin zijn ouders gewoond hebben en gestorven zijn, de helft in een oliemolen, genaamd “de Kat”, staande in het ambacht De Mijl, en de helft in twee pakhuizen, het ene genaamd “Koningsbergen”, het andere “Regensburg”, staande naast elkaar bij de Sluispoort aan de Kalkhaven. Aan Cornelis Stratenus is toebedeeld het huis,waarin hij woont, uitkomende in de Suikerstraat, de wederhelft van voornoemde oliemolen en pakhuizen. De dochters, Anthonia en Magtelina Stratenus,hebben diverse obligaties gekregen. (Balm-Kok, p. 5 e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Mechtelina Cornelia, 5 febr. 1731, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 29 mei 1731 (Megdalina Cornelia, het kind van Adam Stratenus, op de Leuvebrug, beide ouders leven, stil begraven)

b. Anthonij Stratenus, 25 dec. 1731, volgt Va

c. Cornelis Stratenus, gedoopt NG Dordrecht 9 aug. 1733, volgt Vb

d.Johan Anthonij Stratenus, gedoopt NG Dordrecht 16 mrt. 1735, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 aug. 1737 (Johan Anthonie, zoon van Adam Stratenus, op de Leuvebrug, beide ouders leven, stil begraven)

e. Anthonia Statenus, 19 nov. 1737, jonge dochter van Dordrecht, wonende buiten de Vuilpoort (1760), overleden Leiden 7 jan.1815 (Hooigracht, wijk 7, N 819)trouwde Gerecht/NG Dordrecht 10/28 okt. 1760 (aan huis; de bruidegom geassisteerd met zijn broer Paulus van Leliveld, die rapporteert, dat Alida van Lidt, weduwe van Gijsbert Caan, moeder van de bruidegom, hem heeft verzocht namens haar in dit huwelijk te consenteren, de bruid geassisteerd met Johanna van Asperen, weduwe van Adam Stratenus, haar moeder; de geboden gaan te Leiden en in de Franse kerk) Hendrik Caen, gedoopt NG Rotterdam 16 nov. 1724, jongman geboren te Rotterdam (1760), predikant te Leiden, emeritus predikant wonende op de Hooigracht te Leiden (1796), begraven buitenLeiden 26 mrt. 1796, zoon van Gijsbert Caen en Alida van Lith

f. Megthalina Stratenus, 26 mei 1740, jonge dochter geboren te Dordrecht, wonende bij de Vuilpoort (1762), trouwde Gerecht/NG 7/25 mei 1762 (aan huis, klasse van 30 gl.; de bruidegom geassisteerd met zijn vader Willem van Noort, de bruid met haar broer Anthonij Stratenus; getrouwd door ds. H. Caan, predikant te Leiden)Jacob van Noort, gedoopt Leiden 25 mrt. 1739, jongman geboren te Leiden (1762), koopman te Leiden, zoon van Guillaume van Noort en Ester Jacoba van Gangelt

Kinderen (allen gedoopt te Leiden):

f-1. Willem Jacob, 9 okt. 1763

f-2. Matthieu, 23 dec. 1768

f-3. Anthonia Hendrika Johanna, 6 dec. 1772

Va. Anthonij (Johan Anthonij) Stratenus, gedoopt NG Dordrecht 25 dec. 1731, jongman van Dordrecht wonende in de Prinsenstraat (1767), wijnkoper, raad en schepen van Dordrecht (Ned. Patriciaat 1910), overleden Dordrecht 12 mrt. 1796,begraven Dordrecht (Grote Kerk) 17 mrt. 1797 (Anthonie Stratenus, in de Prinsenstraat, laat kinderen na, ’s avonds vóór 10 uur, met de lijkkoets, stil bijgezet, met 6 flambouwen extra, 64 jaar, “van zagende verkoudhijt”), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 5/23 juni 1767 (de bruidegom geassisteerd met zijn broer Cornelis Stratenus, de bruid met haar vader Pieter van Gelsdorp) Adriana Aletta van Gelsdorp, gedoopt NG Dordrecht 21 mrt. 1745, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijnstraat bij de Wijnbrug (1767), overleden Dordrecht 20 juni 1797, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 23 juni 1797 (Adriana Aletta van Gelsdorp, weduwevan Anthonie Stratenus, in de Prinsenstraat, laat kinderen na, ’s avonds vóór 10 uur, met lijkkoets, stil bijgezet, met 6 flambouwen extra, 52 jaar, borstkwaal), dochter van Pieter van Gelsdorp en Lucia Catharina van Nievelt

7 sept. 1773: AlsoGerrit de Heer, koopman binnen dese Stad te kennen heeft gegeven,

dat van desselfs huijs staande in de Princestraat binnen dese Stad,

in ’t quohier der verponding no. 3217 aangeslagen op twintig Guldens,

heeft verkogt aanAnthonij Stratenus, mede koopman alhier,

het Pakhuijs gang, rommelkeuken, en een klein gedeelte van sijne andere keuken, versoekende dat de voorsz. Verponding mogte werden gesplits.

Zoo hebben wij Schepenen der Stad Dordrecht de voors. verponding gesplitst in ’t huijs vanGerrit de Heeraangeslagen in de verponding op f 13:6:10

En ’t vercogte Pakhuijs gang Rommelkeuken en ’t klein gedeelte van de andere keuken aanAnthonij Stratenusop f 6:13:6

Makende de voorsz. f 20:-:-

Actum den 7e September 1773.

(Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 1921)

ORA Dordrecht inv. 1673, f. 250v: op 7 sept. 1784 verkoopt Dirk van der Linden, wonende onder Dubbeldam, voor 4080 gl. aan Anthonij Stratenus, lid van de Oudraad en schepen van Dordrecht, een huis in de Prinsenstraat tegenover de Kalkstraat, staande tussen het huis van Wouter van Leer en dat van Arij Esselbrugge.

Kinderen (o.a.):

a. Adam Anthonij Stratenus, gedoopt NG Dordrecht 16 jan. 1779, overleden Den Haag 12 dec. 1836, trouwde ald. 20 mei 1806 Margaretha Louise Wilhelmina van Oldebarnevelt-Witte Tullingh

Adam Anthonij Stratenus

Margaretha Louisa Wilhemina van Oldebarneveldt genaamd Witte Tullingh

————————————————————————————————————–

http://www.parlementairdocumentatiecentrum.nl/id/vg09llxxzxxivermeldt

personalia:

geboorteplaats en -datum
Dordrecht, 14 februari 1779

overlijdensplaats en -datum
‘s-Gravenhage, 12 december 1836

  • bibliothecaris-generaal en conservateur, Koninklijke Bibliotheek, omstreeks 1809
  • bibliothecaris, Koninklijk Instituut van Wetenschappen
  • lid Provinciale Staten van Holland, van 19 september 1814 tot 12 december 1836 (voor de landelijke stand, district Alphen)
  • secretaris ministerie van Marine, van 10 februari 1815 tot 1 januari 1824
  • secretaris-generaal ministerie van Marine, van 1 januari 1824 tot 1 mei 1825
  • minister van Marine ad interim, van 13 maart 1825 tot 5 april 1825
  • administrateur voor de Nationale Nijverheid, ministerie van Binnenlandse Zaken, van 1 mei 1825 tot 1 oktober 1826
  • tijdelijk ambtenaar bij de Staatssecretarie, van 1 oktober 1826 tot 1 november 1827
  • lid Raad van State, van 1 november 1827 tot 12 december 1836 (benoemd bij K.B van 30 september)


lid in buitengewone dienst, Raad van State, omstreeks 1826

academische studie

  • studie Atheneum Illustre te Amsterdam
  • rechten, Universiteit van Kiel
  • rechten, Universiteit van Göttingen, 1795
  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op stellingen), Hogeschool te Leiden, tot 8 april 1803


uit de privésfeer
Zijn vader was wijnkoper en schepen van Dordrecht

ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

  • lid Koninklijk Instituut van Wetenschappen, vanaf 18 juli 1808
  • lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden


literatuur/documentatie

  • A.J. van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden, deel X, 324
  • Ned. Patriciaat, 1910

publicaties over en van letterkundigen
gegevens uit de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te ‘s-Gravenhage, 20 mei 1806

echtgeno(o)t(e)/partner
M.L.W. van Oldebarneveldt genaamd Witte Tullingh, Margaretha Louise Wilhelmine
————————————————————————————————————–

Kinderen (o.a.):

a-1. Anthonij Johan Lucas baron Stratenus, geboren ‘s-Gravenhage 22 juli 1807, diplomaat, minister van Buitenlandse Zaken ad interim 1862 (tweede kabinet Thorbecke), overleden’s-Gravenhage 18 april 1872

A.J.L. baron Stratenus

b. Lucia Catharina Stratenus, gedoopt NG Dordrecht 22 aug. 1780, overleden Utrecht 11 okt. 1848, trouwde Johan Gerard van Oldebarnevelt-Witte Tullingh

Lucia Catharina Stratenus, door L. Temminck

Vb. Cornelis Stratenus, gedoopt NG Dordrecht 9 aug. 1733, jongman van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort (1757), overleden Dordrecht 10 mei 1805, begraven Dordrecht 15 mei 1805 (Cornelis Stratenus, Maartensgat, laat kinderen na, 72 jaar, verval), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 7/24 mei 1757 (de geboden gaan in de Franse kerk, de bruidegom geassisteerd met zijn vader Adam Stratenus, de bruid met haar oom Govert van Booven) Margaretha van Booven, gedoopt NG Venlo 6 jan. 1734 (getuigen: Johan van Boven en Maria Moras), jonge dochter van Dordrecht wonende in de Voorstraattegenover de Pelserbrug (1757), overledenDordrecht 22 febr. 1811, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 25 febr. 1811 (Margaretha van Boven, weduwe Cornelis Stratenus, op het Maartensgat A:116, laat kindskinderen na, 76 jaar, verval), dochter van Pieter van Boven en Ida Maria Moorrees

(Nederland’s Patriciaat 1 (1910), p. 442; DTB Venlo)

Het huis van de familie Stratenus in de Prinsenstraat (thans nr. 12) in april 2014. In de daklijst staat “anno 1771” (zie foto hieronder)

De gevelversieringen van het huis in de Prinsenstraat verwijzen naar de graanhandel.

In het huis liet de bouwer door de kunstschilder Aart Schoumanmuurschilderingen in trompe l’oeil aanbrengen. Ze stellen de vier werelddelen voor:

Afrika

Europa

Datum 22-03-1757
Naam Cornelis Stratenus
Functie pondgaarder
Titel commissie/admissie Commissie van een Pondgaarders Ampt.
Tekst commissie/admissie Alsoo door doode en Overlijden van Gerard Castendijck, Gerardsz. is komen te Vaceeren en opentevallen een Pondgaarders Ampt binnen dese Stad, So is’t, dat Mijn Ed. Heeren vanden Geregte Thesauriers en Goede luijden vanden Agten der Stad Dordrecht in agting genomen hebbende de goede conduites en bequaamheijt van Cornelis Stratenus, Borger deser Stad, denselve Cornelis Stratenus tot het bedienen van het voorsz. Pondgaardersampt hebben gecommitteert ende aangestelt, So als denselve daertoe gecommitteert ende aangestelt werd bij desen, en dat op alsulke baten, proffijten en Emolumenten als daertoe Sijn Staande, mitsdoende den Eed van Suijvering Conform de Resolutie van Haar Ed. Groot Mog. vanden 23 Januarij 1748 aldaar onder No. 3 geinsereert, en verder doende den gewoonlijken en behoorlijken Eed in handen vanden Wel Ed. Gestrenge Heer Mr. Hendrik Onderwater, Heere van Puttershoek &a, Hooft Officier deser Stad en blijvende denselven Cornelis Stratenus geobligeert Sijn fixum Domicilium te moeten blijve houden binnen dese Stads Muuren op poene dat denselve buijten dese Stads Muijren gaande woonen van Sijn voorsz. bediening sal gepriveert en vervallen sijn, Soo als denselve in dat Cas nu voor alsdan daervan gehouden werd vervallen ende gepriveert te sijn. Actum den 22en Maart 1757. In kennisse van mij.
folionummer 116vs/117
Bron Regionaal Archief Dordrecht, toegang 3, inventarisnr. 1913 (1720-1760)

Als erfgename van haar kinderloos overleden oom Govert van Boven wordt Margaretha van Bovenin 1764 eigenares van het huis “Bever-Schaap” op de Engelenburgerkade. Govert van Boven heeft dat huis in 1741 gekocht van Susanna van Slingeland:

– 2 mei 1741: Adriaan Papegaaij, als procuratie hebbende van Govert van Slingeland, heer van De Lind, ontvanger-generaal van de gemenelandsmiddelen over de provincie Holland, als vader en voogd over zijn minderjarige dochter Susanna van Slingeland, door hem in huwelijk verwekt bij Geertruijd de Bevere, dochter van mr. Ernest de Bevere, heer van West-IJsselmonde en burgemeester van Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Bourcourd te ‘s-Gravenhage op 24 mrt. 1741, verkoopt voor 3000 gl. aan Govert van Boven koopman een huis op het Maartensgat of Nieuwe Vergroting, staande tussen het pakhuisje van mr. Johan van Neurenbergh en het huis van Ida Bernardina van der Pijpen. (Balm-Kok, o.c., p. 16)

Govert van Boven trouwde Ida Bernardina van der Pijpen. Hijwordt op 9 mei 1764 te Dordrecht begraven (begraafregister Grote Kerk: Govert van Boven, op het Maartensgat, laat geen kinderen na, acht koetsen extra). Hij was zeer vermoedelijk gedoopt op 2 dec. 1700 (NG Venlo), als zoon van Govert van Boven en Margaretha Elias, dieop 10 okt. 1690 te Kaldekerken trouwden (NG trouwboek Kaldekerken: Govert van Boven jongman van Venlo en Margaretha Elias weduwe van Hendrik van Well ook van Venlo)

ORA Dordrecht inv. 1664, f. 201v: op 4 juli 1765 verkoopt Ida Bernardina van der Pijpen, weduwe van Govert van Boven, wonende te Dordrecht, voor 700 gl. aanCornelis Stratenus, als man van Margarita van Boven, en Maria van Boven, meerderjarige ongehuwde persoon,beiden wonende te Dordrecht, de helft in een pakhuis, staande op de Engelenburgerkade omtrent de Katarijnepoort tussen het huis, dat is nagelaten door Govert van Boven, en het pakhuis vande erfgenamen Rees.

De omgeving van de Grote Kerk op de kaart van I. Tirion uit 1742. E = de Engelenburgerkade, M = het Maartensgat, d = de Blauwpoort, e = de Catrijne of St. Catharinapoort, 7 = kraan Rodermond aan de Nieuwe Haven

De 23e van de sprokkelmaand[februari]1811, ofwel een dag na het overlijden van Margaretha van Boven,hebben Julius Dominicus Schultz van Haegen, keizerlijk notariste Dordrecht, en enige getuigen, op verzoek van mr.Jan Breur en David van Poelien van Nuland, als executeurs-testamentair van wijlen Margaretha van Boven, weduwe van Cornelis Stratenus, gewoond hebbende en op 22 febr. 1811 overleden te Dordrecht, aangesteld bij onderhandse krachtens clausule declaratoir dd 9 mei 1809,zich vervoegd ten sterfhuize van Margaretha van Boven aan het Maartensgat A: 116, om met zijn “ordinair cachet”enig meubilair te verzegelen:

“In de benede voorkamer ter regter zijde, twee kasten, zijnde eene boven en eene beneden kast en voorts de deur van gemelde kamer.

In de groote boven agterkamer aan de linkerzijde, de beide deuren van het kabinet en de beide deuren van het bufet en

Eindelijk in de Voorkamer aan de regterzijde de beide deuren van een verlakt kabinetje.

‘t Welke ik notaris relatere. Alles in tegenwoordigheid van Melchior Uijterlimmege en Fredrik van Kooten als getuigen.

J.D. Schultz van Haegen.”

(ONA Dordrecht inv. 1465, akte 26)

Er wordt een inventaris opgemaakt van de staat van den boedel en nalatenschap van wijlen Vrouwe Margaretha van Boven, weduwe wijlen den Heere Cornelis Stratenus in haar huis op het Maartensgat getekend A:116.

“Geformeerd voor zo veel de onroerende goederen effecten en contanten in zilverwerk aan belangd door Meester Jan Breur en David van Poelien van Nuland, [wonende te Dordrecht, als executeurs-testamentair vanmevr. Statenus-Van Boven]en zo ver de meubilaire goederen, klederen, linnen en beddegoed aangaat volgens opgave gedaan door Mejuffrouw Anna Catharina Pijl als ten huijze van de overledene inwonende, en zulks met relatie tot de effecten, contanten en zilverwerk na gedane notariële verzegelingen en ontzegelingen van de respectieve bewaarplaatsen waar in dezelve voorhanden bevonden zijn.

Welke boedel geërfd word zodanig als bij der overledene disposities vermeld is en welke alhier tot beter verstand woordelijk geinsereerd worden en luiden als volgt:

1e: haar testament op 25 jan. 1808 gepasseerd voor Pieter Dozij, koninklijk notaris te Alphen en Rietveld, met de volgende inhoud:

Margaretha van Boven, weduwe Statenus, wonende in het ambacht Alphen en Rietveld, legateert aan haar schoondochter Ida Bartha Hoff, weduwe van Adam Stratenus, een huis, erf, pakhuis en kelder, staande en gelegen op het Maartensgat, “mits hetzelve huijs, erve, pakhuijs en kelder niet vervreemd, veraliëneert, belast of verkogt, maar bewoond of verhuurd worde, door opgemelde Vrouwe en na haar overlijden aan ene van hare kinderen in eigendom overga, verklarende Vrouwe testatrice, met deze dispositie, zo veel mogelijk te willen zorgen dat op gemelde huijs, erve, pakhuijs en kelder in de Famille van Statenus blijve”.

Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij de kinderen van haar overleden zoon, Adam Stratenus en als executeurs-testamentair en voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan mr. Johan Willem Theodoor Hooff en [de heer Otto van Wageningen].

De testatrice behoudt zich het recht voor om, hetzij bij notariële akte, “of ander onder hare particuliere handtekening”, veranderingen in het onderhavige testament aan te brengen, zowel aangaande het vermaken van legaten, als het aanstellen van executeurs, voogden en adminstrateurs.

2e: krachtens de clausule vervat reservatoir, vervat in het voornoemde testament, wijzigt de testatrice op [9] mei 1809dat testament als volgt:

zij legateert aan de vier zoons van haar overleden zoon Adam Statenus elk een somma van 1000 gl., en dat “tot gelijkstelling” van de parels, en een paar juwelen oorringen, die haar zoons dochter [Margaretha Maria Stratenus, geboren in 1801] van haar moeder, Ida Bartha Hoff, door de testatrice aan haar met dat oogmerk gegeven, bij overlijden [van de testatrice]van haar moeder zal krijgen. Zij ontslaat de heren Van Wageningen en Hoff, die zij in haar testament heeft aangesteld tot executeurs-testamentair van “dezelve commissiën” en benoemt thans tot executeurs-testamentair de heren J. Breur en David van Poeliën van Nuland en tot voogden en administrateurs Ida Bartha Hoff en mr. Johan Willem Theodoor Hoff”. Gedaan te Alphen op [9] mei 1809. w.g. Margaretha van Boven, weduwe Statenus.

3e: de testatrice verklaart bovendien in een aparte akte, dat haar zoon, Adam Stratenus, als huwelijksgift van zijn ouders heeft gekregen een somma van 30.000 gl. in geld, alsmede een huis in de Prinsenstraat, waarin hij heeft gewoond zonder daarvoor huur te hoeven betalen, en met het gebruik van de daarin aanwezige roerende goederen, en voorts, dat haar zoon bij het overlijden van haar man een somma va 50.000 gl. als zijn vaderlijk bewijs heeft genoten zonder daarvan interest te moeten betalen. De testatrice heeft kort vóór het overlijden van haar zoon het huis in de Prinsenstraat en twee pakhuizen op zijn naam laten overboeken. Hoewel zij nog niet weet hoeveel de nalatenschap van haar zoon zal bedragen, is zij ervan overtuigd, dat die voldoende zal zijn om zijn kinderen daarvan te laten leren, en zij wenst derhalve niet dat men die kinderen zal laten leren van haar geld. Het is haar wens, dat haar zilver, linnen, porselein en glaswerk voor haar kleinkinderen bewaard wordt. De overige meubelen moeten ten behoeve van haar kleinkinderen verkocht worden, maar haar schoondochter mag daar uit nemen, hetgeen zij verkiest en bij het eerder genoemde huis voegen. De spelende klok mag niet verkocht worden, maar moet voorhaar kleinzoon Anthonij Stratenus bewaard worden. De gouden snuifdoos moet bewaard worden voor haarkleinzoon Cornelis Stratenus. De stal mag verhuurd of verkocht worden. Haar kleren moeten aan juffrouw Anna Catharina Pijl gegeven worden. De testatrice legateert aan ieder van haar in dienst zijnde dienstbode 75 gl., aan Jan Sprodo eveneens 25 gl., en aan juffrouw Anna Catharina Pijl, “die bij haar gelogeerd is”, nog eens 250 gl. aan geld. Zij wenst, dat de heer Heck De Bruijn de gelden zal blijven uitzetten, zoals hij dat gewoon is voor haar te doen, mits onder toezicht van voornoemde administrateurs. w.g. Weduwe Statenus geboren Van Boven.

(ONA Dordrecht inv. 1465, akte 35)

Notaris Schultz van Haegen maakt de inventaris van haar nagelaten goederen op:

“Tot voorschreve nalatenschap behoren eerstelijk de volgende onroerende goederen:

* een huijs en erve met pakhuis en kelder op het Maartensgat, binnen de stad Dordrecht getekent A 116. belent het pakhuijs van Gerrit van Hoogstraten aan de eene en het huis bewoond door de heer Jan Smits aan de andere zijde.

Zijnde dit huijs door de overledene zelve bewoond geweest, waarvan de kelder verhuurd is aan Gerrit Mauritz om ƒ 60,– in ’t jaar. het pakhuis verhuurd aan Pieter Balen om ƒ 120,– in ’t jaar.

welk huis en erve door de overledene bij hare testamentaire dispositie den 25 januari 1808 voor notaris Pieter Dozij te Alphen in Rietveld gepasseerd, is gelegateerd aan Vrouwe Ida Bartha Hoff weduwe den Wel Edelen heer Adam Stratenus, mits hetzelve huijs, pakhuis en kelder niet veralieneerd, belast of verkogt, maar bewoond of verhuurd worde door opgemelde Vrouwe Stratenus en bij haar edel overlijden aan eene van hare kinderen in eigendom overga.

Het huis aan de Engelburgerkade

* een stal en koetshuis staande en gelegen even buiten de Sluispoort getekent E 487/430

belend de stalling van Arij van Epenhuijzen aan de eene en het agterhuis van den heer Antonij Ruts aan de andere zijde.

* een thuijn met deszelfs huizingen gelegen op den tweeden Cingel tusschen de Hoogt en Spuijpoort belend de thuijn van de Heeren Rodenburg aan de eene en die van de Heer Nicolaas Noteman aan de andere zijde.

* een boerenwoning bestaande in een bouwhuis, zomerhuis en schuur met twee bergen met circa 39 mergen land onder Oudshoorn.

* een derde in de polder Berenverdriet gelegen onder Dussen.

* groot aantal effecten – aandelen – losrentebrieven.

* contante penningen in den boedel gevonden ter somma van een duijzent drie honderd tien guldens twee stuijvers en agt penningen.

* twee goude potstukken zijnde: een halve rijder, een Pruisische ducaat en negen zilvere potstukken

Goud:

een rotting met goude knop

een goude tabattiere [snuifdoos]

Zilver:

een grote broodmand

een olij en azijnstel met peperbos

vier zoutvaten met lepeltjes

een theeblad, trekpot, melkkan, zuikerpot

zuikermandje, zes lepeltjes en drie vurkjes

twee schenkblaadjes

twee beschuijt trommels met bloemen

twee souplepels

vier kurken

een tangetje

een strop gesp

twee broekgespen

een lepel en vurkje aan een

agttien tafelmessen met zilvere heften

agttien desert mesjes met zilvere heften

agttien desert lepels

agttien desert vorken

zes en dertig lepels

zes en dertig vurken

zeven leepels en zeven vurken: uit gebruik

zes leepels en zes vuken: uit gebruik

acht kleijne lepeltjes

agt geplatteerde kandelaars

een dito suikervaatje met leepel

een pons leepel

Volgen nu alle de meubilaire goederen klederen, linnen en beddegoed, zo als dezelve in de onderscheidene kamers en andere localen van der overledene huis zijn voorhanden bevonden en door mejuffrouw Anna Catharina Pijl zijn op- en aangegeven.

In het Salet

Een groen Schotsch kleed: lang agt el breed zeven en een half el

twee dito carpetjes: lang drie el, breed een en een vierde el

een zwart en groen geruit vloerkleedje gewascht doek

agt blaauw en wit geverfde stoelen met groene trijpe zittingen

twee dito leuning stoelen

een spiegel met een vergulde lijst

vier groene maurée statiegordijnen met koort en kwasten

zes zwarte platen met vergulde lijsten, koort en kwasten

twee geschilderde vuurschermen

een koperen haard, bak, schop, tang en pook

een uittrektafel met groen gewascht doek ingelegt

twee vergulde houte branches

twee bufet tafeltjes

een penant tafeltje

twee linnen valgordijnen met frange

In de grote Agterkamer:

een smirnaasch tapijt: lang twaalf el, breed zeven en drie quart el

een vierkante theetafel en gewascht kleedje defect

een zwart en groen gewerkt carpet: lang drie en een quart el, breed vier el

veertien wit geverfde stoelen met witte en groene trijpe zittingen

vijf zwarte plaaten met vergulde lijsten en kwasten en koort

een speeltafeltje

twee speeltafeltjes

een penant tafeltje

en grote uittrektafel met groen gewascht doek ingelegt

een grote kopere haard en bak

een rooden dito koolemmer

vier groene Moree statiegordijnen met koort en kwasten

twee catoene valgordijnen met frange

een groote spiegel met vergulde lijst

negen bruine ronde stoven

een bruine houte theestoof met kopere bak

kopere comptoir en zwart met goud verlakte keetel

een bruin ingelegt liqueur keldertje

twee vergulde houte branches

een bruijn ingelegt theekistje met pleet scheppertje

een bruijn ingelegt messebakje

zes houte flessebakjes

een tafel blikje en varkje

De Eetkamer:

een smirnasch tapijt: lang agt en breed zes el

een zwart en groen gewerkt carpet: lang drie en een quart en breed vier el

een groen gewascht gronddoek: lang zes el, breed een en een quart el

agt blaauw en wit geverfde stoelen

een spiegel in vergulde lijst

een pendule en glaze stulp

een bruine ingelegde secretaire

vijf zwarte platen, met wit en vergulde lijsten en koorden

een bruine commode, met een groen gewascht kleedje

een kopere haard met een dito bak

twee blanke voorroosters, een schop, tang, pook en bezempje

een zwart geverfde blikke koolemmer

een bruine ronde hangoortafel

een bruin rond opslag tafeltje

twee servet valgordijnen met frange

een bruijn lijsje voor een kerkbriefje

een groene Moree deurgordijn

een tafelbel koper verlakt

een blik souvenir

een bruijn houte inktkoker

drie ronde bruine stoven

een zwart geverfde blikke theestoof

een trekpot stoofje

koper comfoir, dito tangje en tinne verlakte keetel

twee vergulde houte branches

een bruin houte theeblad met kopere hoepen

In de Keuken:

een geverfde hangoortafel

een spiegel met een bruine lijst

drie keuken stoven

een roode kopere doofpot

een ijzere aschketel

een ijzere vuurwagen

drie kopere waterketels

een ijzere vuurpot

een blaaspijp

twee tangen

een treeft

zes fournuijs ijzers

twee kettingen

een hakmes

een tinne zeepbak

een tinne inktkoker

een houte lepelrek met vijf leepels

een chocolade rol

een houte schuijmspaan

twee hakplanken

een groote zeef

een klijne zeef

drie keuken stoelen

een ijzere keetel en houte deksel

een groen geverfde blikke tijl

een blikke lamp

een dito hanglamp

een blikke blaker

twee verlakte blakers

een snuijter

twee dompers

twee daagsche verlakte tinne kandelaars

een stale snuiter

een snuiterbakje

een tinne blaker en domper

twee tinne comfoirtjes

een koper comfoirtje en ijzer vuurbakje

twee blikke vischplaten

drie tinne schotels

een tinne peperbosch

een tinne trekpot

een kopere vijsel en stamper

een ijzere schortligter

twee blikke kaarsedoozen

een blikke zwavelstokdoos

een groote blikke rasp

een blik dekzel

een blik blombosch

een blikke trommel

twee kopere schotels

twee kopere deksels

een tulbandspan en deksel

een blik theeblad

een koffijdoos, blik

een koper koffijketeltje

een houte brootbak

een messe bennetje met drie lepels, drie vorken en twee broodmessen

zeven borden

een aardwerk suikerpot

vier kopjes en schoteltjes

een melkkan

een spoelkom

drie aarde melkkannen

tien potten

twee Keulse zoutpotten

twee aarde schotels

een grote braadpan

twee boterpotten

een kopere schuijmspaan

twee kopere profijtertjes

een domper

een vierkante roodkopere braadpan

een kopere vischkeetel en houte deksel

drie ijzere netten

een wafelijzer

een blaasbalg

een koolschaaf en twee houte bakjes

drie ronde ijzere roosters

Beneden Gang:

een glaze klok lantaarn

een blik zwart geverfd fontijntje en wit aarde waskom

een gangloper lang elf el, breed drie quart el

tien gangmatjes

een wit geschuurt bankje

twee groen geverfde steenkoolen tonnetjes

In het Kantoor:

een lessenaar van drie aan een stuk

een bruin eijke houte tafeltje

drie oude stoelen

een tafeltje wit en groen geverfd

een spiegel in bruine lijst

een blauw geverfde dubbele trap

drie witte mandjes

een kopere stoof en houte deksel

een verrekijker

een cachet

twee blikke ouwelbakjes

een blik souvenir

twee linnen valgordijnen met frange

een kapstok voor papieren

een zakje met enige kopere raadjes en een ijzer raadje

eenige monster en geldzakjes

Logeerkamer voor Boven:

een groen Schotsch kleet: lang zes en een quart, breed drie el

een dito carpet: lang drie el, breed een en een quart el

twee gewerkte carpetjes: ieder lang en breed een en een quart el

Alicantsche matten: drie breedten van agt el lang

vier blaauw en wit geverfde stoelen

twee dito geverfde leuning stoelen

twee bruine nagt tafeltjes met twee ingaande potten en gewaschte kleetjes

een bruijn eike waschtafeltje

een toilet tafel en toebehoren in geel verlakt houtwerk en neteldoeke kleet

een spiegel met een vergulde lijst

een bruin eike ledikant met groen Moree gordijnen

een bedt en peuluw

vier kussens, twee dito kleine

een wolle deken

een chitse dito met witte voering

een moltonne sprij met blauwe strepen

een chitze oversprij

een paarde haire matras

een bedde en peuluw zak

een tinne nagtblaker

een gele Engelsche lampetkan en kom

twee linne valgordijnen met frange

Boven grote Agterkamer:

eenige Alicantsche matten

twaalf stoelen met trijpe zittingen

twee leuning stoelen. alle blaauw

een bruin mahonijhouten kabinet, waarin ’t volgende linnen- en servetgoed:

zes lakens

vijf lakens

agt lakens besten

vier lakens

nog vier lakens

zeven lakens

zes lakens

negen slopen

twaalf slopen besten

elf slopen besten

agt slopen besten

zes slopen booijen

agt slopen klijne

tien slopen

zes tafellakens

agt tafellakens

vier tafellakens besten

vier tafellakens booije

zes en dertig servietten

vier en twintig servietten

twaalf servietten

dertien servietten

twee en dertig servietten

elf servietten

vijf servietten

zeventien booije servetten

negen handoeken

tien handoeken

negen handoeken besten

zes handoeken booijen

zestien gordijntjes

vier kastdoeken

vier kastdoeken

twaalf kastdoeken

zeventien grote onderslopen van linnen en servet goed

zes klijne onderslopen

een garderobe met twee wit gepleijsterde beelden

een lit d’ange met blauwe Moree gordijnen

een bed en peuluw

vier kussens

twee kussens kleine

een wolle deeken

een chitze deeken met rode voering

een moltonne sprij

een linne stroo matras

een bed en peuluwzak

twee chitze dekens met rode voering

een nagt tafeltje met een gewascht kleedje

een vierkante glaze stulp

een blauwe lampetkan en kom

een blaauwe waterpot

een wit Engelsche dito

een bruijn ijke bufet

twee speeltafeltjes

twee quadrille doosjes

een bijbel met platen en kopere sloten

een spiegel met een bruine lijst

twee linnen valgordijnen met frange

twee van servetgoed valgordijnen met frange

twee catoene bedsté gordijnen en val met lijsjes

een bruin hout messebakje

een bruin hout schenkblaadje

een koffer met hair bekleet

Klijne Agterkamer:

drie baanen Alicantsche matten: ieder breed drie lang agt el

twee carpetten met gecouleurde streepen: ieder lang vier breed twee el

een zwart gestreept lopertje: lang twee en een half en breet een el

vier bruine stoelen en twee dito leuning stoelen met trijpe groene zittingen

een bruine laatafel

een spiegel in vergulde lijst

een bruijn tafeltje in gewascht kleetje

een toilet spiegel en bruine lijst

een nagt tafeltje

een tinne waterpot

een tinne nagtblaker

een gemakje en tinne pot

twee linne valgordijnen met frange

een bruijn hout horlogiekasje

een speldebakje

een borstel

een oneffen beddezak peuluw sloop

een tijk voor een kussen

een ledikant met blauwe morée gordijnen

een bed en peuluw

een kussen en een dito kleijn

een wolle en catoene deeken

een wolle ondersprij

een dekbedje

twee paardehaire matrassen

een bedde zak en peuluw sloop

Booijenkamer:

een bedt en peuluw

twee kussens

twee wolle dekens

een catoene dito

twee strooij matrassen

een bedde peuluw sloop

drie enden biesen mat: circa lang agt breed vier el

een carpet: lang vier breed vier el

drie stoelen

twee bruine stoven

een naaijkisje

een tafeltje wit en groen geschilderd

een spiegel in bruine lijst

een linnen valgordijn met frange

twee paar groene bedsté gordijnen

twee kapstokken

Boven Voorkamer:

vier baanen Alicantsche matten: lang vijf en breed vier el

twee grijze carpetjes met rood en witte strepen: lang twee en een half en breed een en een half el

vier groen geverfde stoelen met matte zittingen en groen geruite kussens

een nagttafeltje wit en groen geverfd

een groote hangkast met vier deuren

een verlakt cabinetje

een ijke pavillioentje met groene saaije gordijnen

een bedje en peuluwe

twee kussens

een dito klein

een wolle, een catoene deken

een moltonne sprijtje

een bedde peuluwzak

een Engelsche aarde waterpot

een koper beddepan

twee linnen valgordijnen met frange

een spiegel met een bruine lijst

Provisiekamer:

een bruijn ijke kasje

vijf houte kaarse kisten

een blikke dito

een bruine bordenwarmer

een wit geschuurd trapje

zes provisie tonnetjes en deksels, eenige maatjes en kwartiertjes

twee grote ronde theebladen blik

een agtkant theeblad

een kopere schotel en deksel

vijf houte kaarse kisten

een blikke dito

een bruine bordenwarmer

een wit geschuurd trapje

zes provisie tonnetjes en deksels, eenige maatjes en kwartiertjes

twee grote ronde theebladen blik

een agtkant theeblad

een kopere schotel en deksel

een kopere casterol en deksel

een klein koper schoteltje

een taartepan en deksel

een kopere tafelbel

een comfoir

twee en twintig pastij vormpjes

een koper theebosje

twee blikke vormen

twee blikke ketelkoeks vormen

een blik schuijmspaantje

drie blikke theebosches

een zwavelstok bakje

een lampje

een worst horentje

een koper compfoir

een zusterpan

een broederpan

twee koffijkannen

een tinne bierkan

een koffijtregter

een ronde blikke kruidbos

twee blikke visplaten

een gladde tinne visplaat

vier tinne comfoirtjes met kopere vuurbakjes

twee kopere schaaltjes

een ijzere evenaar

een kopere spuit en stok

een tinne waterpot

een tinne nagtblaker

een tinne ondersteek met bekleede rant

een blik koffij keteltje

een tregter

een bosje

nog een bosje

een comptoir lamp

een blik gord boschje

een oconomische(?) lamp

een tinne waterfles

een blikke theestoof, koper comtoir

tangetje en zwart geverfd blik keeteltje

drie vullens blikken

een lantaarn

eenige ijzere roeden stokken en latten

twee rottingen

een bruijn vierkant kistje

een witte kleermandt

een hengelmandt

twee mandjes

een eijerrekje

twee houte scheppers

een kaarse scherm

een doos met allerhande rommelarij

een houte kruid doosje

een mandje met tien confituurglaasjes

een pastijplank en rol

en schaekbord en toebehoren

eenige confituur flesschen

drie Engelsche aarde waskommen

een grote Engelse aarde waterpot

een kleine Engelse waterpot

twee Delfs aarde waterpotten

een dito waterpot

een aarde zieke confoirtje en tin potje

een hakmes

een kopere schuijmspaan

een kopere haak

een tang

een heugel

een haek

een witte kom

een scheerbekken, dito

een witte spoelkom

een dito spoelkom

eenige aarde vormpjes

een beslag pot

een klijnder beslagpot

een dito beslagpot

een haart bezempje

twee bennen, blaauw geverfd

een wit mandje

een oud quadrille doosje

een blaasbalg

twee groote trommels

een kleijn dito

een koffij molentje

twee ronde blikke bossen

vier strijkijzers en twee horretjes

twee klijne kaarse doosjes

een hout deksel

dertien klijne tobbetjes

drie blikke theebossen

een grote wijde glaze fles

negen bloempotjes en bakjes

een spane doos waarin

dertig tafelmessen met zwarte heften

zeventien desert dito

een kopere tabakscomfoirtje

twee zwarte quispeldooren

een tinne sauskom

een nagtlampje

een bruijn houte naaijdoos

een bordpapiere dito

een grote nijptang

twee kramme trekkers

een doosje met rood papier beplakt

een koper taarte rolletje, koper tangje

Boven Gang:

een vierkante geverfde tafel

een gangloper: lang 13 breed een en een quart el

een carpetje: lang drie breed twee el

drie banen Alicantsche matten: lang twaalf el breed als de gang

een end dito

drie traplopers

een smal ganglopertje

een linne valgordijn met frange

een schuijfraam haakje

een secreet bakje

twee stoelen met matte zittingen

een oude vuurmand en wit kleet

een vrijfmandje en gereedschappen

een speelende staande klok

Op de Zolder:

een grote wit waschtafel met twee schragen

een witte plak plank

een wit bankje

vijf kleerbakken, waaronder een wit geverfde tafelbak

een blikke doorhaal tijl

twee ladders

vier boterpotten

een grote rood kopere ketel en deksel

twee blokvallen

een grote geschilderde kist

een groot koffer

vier stoelen

een ijke tafeltje

een Vries klokje

een mout

een klein koffertje

een kapstok

twee houte schaalen

een ijzere evenaar

vier en twintig pond aan gewigt

een kamer beesem

een carpetje

een booije bed en peuluw

twee kussens, twee klijne dito

een wolle deken

een catoene dito

twee linne stroo matrassen

een gevlogte stroo dito

een spiegeltje

een genaait schilderij

twee Morée beste gordijnen

een nog nieuw grijs carpetje

een klein gecouleurd dito

een hemel van een ledikantje en blaauw geruite gordijnen

twee grote ruige matten

twee grote gladde gevlogte matten

een geverfd zijl

een moltonne sprij met rood geboort

twee ruwe kisjes

twee witte kleermandens nog vier dito klijne

een witte vierkante pakmand

een wit vierkant mandje

een sluitmand

een gewaschte doek

tweer ronde vloermatjes

twee schuijfraam horretjes

een loper

een carpetje

een grote witte hengelmand

eenige monsterzakjes

eene rollen Alicantsche matten

een geverfd honde mandje

een dito wit hondemandje

een oneffe koperen haardbak

een stuk plaat loot voor een haart

een witte mand met enige hoofdkaaspotjes

een kistje met glas

een dito met loot

eenige gordijn en andere latten en stokken

enige gevoerde en gewaste plaatkleden

een zeef

een blauwe strijkdeeken

een loode tabaksdoos

een houte emmer met ijzere banden

Op het Potte-kamertje:

zes witte borden

vier blauw aarde borden

drie blauw aarde borden

een rooster

een zeep en twee houte bakjes

een lantaarn

een koper dekseltje met een knopje

een schopje

twee witte kommetjes

drie witte kommetjes

een aarde tulbands vorm

een blaauw geruit gordijntje

66 stuks aardepotten en pannen, deksels, vergiet, testen, schotels en grote potten.

Op de Vliering:

twee witte mandjes

twee comptoir bakjes

twee met lood beklede tabaksdoosen

een geverfde plank

twee ruwe boterpot mandens

een wit mandje met enige illumineerblakertjes

twee famille schilderijen

twee glas horretjes

een paruike bol

enige illuminatie figuren

twee sassinetjes

een glaze raam

een kastrol

een kinder tafeltje

een plank en drie lijsten voor horretjes

een kinderstoel van teen gevlogten

een schoorsteen scherm

een klein tafeltje

een klein stoeltje

een glaze rekje

een vierkante plank en een vengster

een kruijs voor een kruisnet

een sassinet

vijf wit geverfde getraliede horretjes

een met draad gevlogte horretje

een geschilderde plank

een ruw linne lap of zijl

Het Pakhuis en Mangelkamer:

een mangel met vier rollen en vier rollen en vier mangeldoeken

een groote bruijn geverfde tafel met twee aanschuifbladen

een kleijn tafeltje

een grote vierkante kist en deksel ruw

een klein spiegeltje

een oud kleed

een met stroo bevlogte olifles

een wit mandje

een vleeschkuip

twee tonnetjes

een beschot behorende in het kantoor

Op de Turfzolder:

een kapstok

een ladder

een trapje

een knaap

een koolstamper

een tafeltje

een borde rek

vier ijzere schorte plaaten

twee vierkante beschuit trommeltjes

dertien pijpe sleetjes

een witte linne knegtskiel

verlakt werk:

een groot theeblad

een dito klijnder

twee ronde trommeltjes

een tabaks doos comfoirtje

twee dito comfoirtjes

een schenkkeetel

zeven ruwe pakkisten

twee staale snuiters

twee castagne mandjes

agt kandelaars

een trekzaagje en een zaagstoel

een zinkpott met deszelfs dekzel en houte

eenige ruwe rommelarij van schragen,

planken, latten, stokken als andersints

een ruwe boterpot mand

een waschmand en een waschzak

een stroo mes

enige tonnetjes en ruwe stelling

een vierkant broodmandje

een ovaal broodmandje

vier kandelaars

een snuiterbakje

twee blakertjes

vijf ronde blaadjes

zes flesse bakje een snuiter

een domper twee viesjes bakjes

Beneden Keuken en Kelders:

drie blikke wateremmers twee kopere keetels met houte deksels

eenige oude wateremmers en rommelarij vijf witte mandens

als bakjes, kisjes, latten, planken als anders drie tonnetjes

een puthaak een slaa emmer

een borderek twee schragen, twee planken

nog een plank en twee schragen in de wijnkelder

De Boeken:

Een Bijbel

Doorslag goddelijkheid der heelgeschrift

Oude Joodsche brieven – zes deelen

Stronk Bijbels huisboek

Newton – een deel

Bale beschrijving van Dordrecht

Scheijdius Bijbels Huisboek

een kleijn Bijbeltje

het geloof door Izak de Leeuw

Flavius Josephus

Overdenking, gesprekken, ten dienste van Christelijk Huijsgezinnen

Dagelijkse verkering met God, door Christoffel Cristerum Sturm – Agt deelen

Getrouwen zeelenraad aan de Christelijke Jeugd door Migael Verboom

David in Twaalf boeken door juffrouw van Merken

Overdenking in alleenspraken door Scholten

De lijfklederen van Mevrouw Stratenus weduwe Cornelis Stratenus:

drie zeijde japonnen twee catoene japonnen

een wit dimette japon een satijne pelise met band

een oude pelise met band een pelise met kant

een oude pelise met een strook twee laken doeken

drie zeijde doeken een zijde doeliet

een zijde rok twee oude rokken

elf hembden zes hembden

elf borstrokken sestien rokken

vier gebrijde rokken twaalf onderrokken

twaalf zakken agttien zakdoeken

twaalf zakdoeken twaalf zakdoeken

vier halsdoeken zes halsdoeken

vier halsdoeken vier grote halsdoeken

zes fijne halsdoeken twee omslag doeken

zes boeselaars twee neteldoeke peliesen

drie dimet peliesen zeventien paar koussen

drie paar wolle koussen veertien mutsen

een beste muts een zwarte kante kap

een oude kante kap agt witte jakken

enige enden wit en zwart kant twee halve doekjes

zes ondermutsen twee hoofddoekjes

twee cornetten twee paar schoenen

porceleijn van een soort in het blaauw:

honderd agt en vijftig platte borden agt en seventig grote visborden

negen en twintig soepborden zeventien asietten

vijf en dertig zo groote als kleine schaaltjes twee grote platte schotels

vier grote platte schotels vier grote diepe viskommen

zes en dertig kleine schoteltjes twee aarbije tesjes

oneffe porceleijn:

vier sauskommen vijf blauwe bootervlootjes

twee blauwe schoteltjes twee grote diepe blauwe schotels

een Saxisch slaa bakje vijf blauwe thee kommetjes

zes blaauwe quispeldooren twee geel aarde visplaten

twee blauwe terines een grote soep terine deksel en schotel

twee slaa bakjes een japans scheerbekken

een blaauw schaaltje een witte vorm

drie oneffe porceleine schoteltjes zes boter schoteltjes

twaalf blauwe schoteltjes dertien pordeleine beeldjes

een Saxisch theeserviesje bestaande in:

dertien schoteltjes zeven kopjes

twee trekpotten een melkkan

een suikerpot twee spoelkommen

een chocolade kan negen schoorsteen pulletjes

twee beeltjes vijf blauwe spoelkommen

dertien schoteltjes zeven kopjes

twee trekpotten een melkkan

een suikerpot twee spoelkommen

een chocolade kan negen schoorsteen pulletjes

twee beeltjes vijf blauwe spoelkommen

zestien kopjes en schoteltjes, bruijn coffij zes blauw en wit kopjes en schoteltjes

couleur met blaauw nog zes blauw en wit kopjes en schoteltjes

agt blauw en wit kopjes en schoteltjes vijf blauw en wit kopjes en zes blauw en wit

vijf blauw en wit kopjes en nog vijf dito kopjes

vijf blauw en wit kopjes en nog zes kopjes zeventien kopjes en schoteltjes gecouleurd

een gecouleurd porceleijn schoteltje porceleijn een blaauwe agtkante trekpot

een klein blaauwe agtkante trekpot een trekpotje met een goud kettingje

een suiker schoteltje met een koper voetje twaalf kopjes en schoteltjes, wit met goud

agt blauwe pulletjes oneffen twaalf schaaltjes

een en twintig platte borden vijf en twintig dito zeer klein

een blaauwe trekpot een melkkan

een suikerpot een theebos

een spoelkom twaalf kopjes en schoteltje

zes kopjes met oortjes, vier onderbakjes een en twintig gecouleurde borden

een root thee serviesje twee trekpotten en twee onderschoteltjes

twee spoelkommen twaalf kopjes en schoteltjes

zes kopjes en schoteltjes nog zes kopjes en schoteltjes

drie oneffe blauwe schoteltjes een blaauw thee serviesje

een trekpot, suikerpot, spoelkom en een melkkan elf kopjes, agt schoteltjes

vier rode trekpotjes een zwart suikerpot en chocolaatketel

een zwart theeserviesje twee gele Engelsche citroenvaatjes

twee trekpotten, een melkkan, een spoelkom, een rode aarde koffijkannetje

suikerpot en onderschoteltje zes kopjes en schoteltjes – keukengoed

een geel aarde trekpot negen blauwe pullen

een oneffe blauwe melkkan agt blauwe kommen

drie kommen

nog in’t Beneden Salet:

een theeserviesje, wit met blauwe bloempjes

agttien kopjes en schoteltjes met oortjes

een trekpot, melkkan, suikerpot en spoelkom

glaswerk

een plat de menage

tien geslepe zuurbakjes

een geslepen roomkom

een glaze olij en azijn stelletje

een limonesap kannetje

een zeer groot bierglas met een oor

twee kleijne bierglazen

vier en twintig bierglazen

elf roomers

vier geslepe compottes

vijf gladde compottes

vier grote en drie klijne karaffen

vier glaze zoutvaten

een keuke zoutvat

twintig ordinaire wijnglazen

elf ordinaire wijnglazen

agttien ordinaire wijnglazen

zeven ordinaire wijnglazen

agttien Rhijnsche wijnglazen

drie glaasjes met oortjes

een olij en azijn stelletje met een bruin houte voetje vijf geslepen zuurglaasjes

een klein liqueur glaasje

(Balm-Kok, o.c, p. 26-40)

Kind:

a. Adam Stratenus, gedoopt NG Dordrecht 20 april 1759, volgt VI

VI. Adam Stratenus, gedoopt NG Dordrecht 20 april 1759, overleden Huize Raadwijk in Alphen a/d Rijn 20 dec. 1807, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 6 juni 1788 (ondertrouw; volgens attestatie van ondertrouw van Arnhem dd 13 juni 1788, attestatie gegeven op 29 juni 1788) Ida Bartha Hoff, gedoopt NGArnhem 18 okt. 1767, overleden ‘s-Gravenhage 8 mei 1839, dochter van Bernardus Johannes Hoff, secretaris van Arnhemen Maria van Boven (aangezien de moeders van Adam Stratenus en Ida Bartha Hoff zusters waren, namelijk dochters van Pieter van Boven en Ida Maria Moorrees, waren zij volle neef en nicht)

Portret van Ida Bartha Hoff, toegeschreven aan August Dietzer (naar schatting ca. 1785)

Trouwboek Engelse kerk Dordrecht: “Dordt 30 June 1788. Proclamation of bans of Mr. Adam Stratenus, batchelor, and Ida Bartha Hof, on the 15th, 22nd and 29th curr[ently], married this day”.

– 31 jan. 1824: op verzoek van mr. Willem Boudewijn Donker Curtius van Tienhoven, advocaat wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Ida Bartha Hoff, weduwe van Adam Stratenus, eigenaresse wonende te Alphen, Bernardus Johannes Stratenus, particulier wonende te Amsterdam, mr. Pieter Stratenus, advocaat wonende te ‘s-Gravenhage, en Margaretha Maria Stratenus, meerderjarige ongehuwde persoon, eigenaresse wonende te Alphen, veiltJ.D. Schultz van Haegen, notaris te Dordrecht, in het logement “de GoudenLeeuw”, staande aan de Vuilpoortvan Dordrecht

1: een herenhuisaan het Maartensgat, getekend A:114/116, staande tussen het pakhuis, hierna te vermelden onder 5, aan de ene zijde en het huis van de heer J. Smits aan de andere zijde, welk pand is voor 500 gl. per jaarverhuurd aan dokter Penn tot 1 mei 1826.Het wordt voor 4550 gl. verkocht aan dezelfde Hubertus Jodocus Penn, arts te Dordrecht,

2: een herenhuis in de Prinsenstraat, getekend D:229/219, uitkomende met een kantoor en gang in de Suikerstraat, in de Prinsenstraat belend door het huis van de heer C. van den Broek aan de ene zijde en dat van de heer A. Essenbrugge aan de andere, welk pand is verhuurd aan Johan Herman Holle tot 1 mei 1825. Het wordt voor 7000 gl. verkocht aan Johannes Leonardus Roering, koopman te Dordrecht,

3: een pakhuis, genaamd “Koningsbergen”, staande buiten de Sluispoort aan de Kalkhaven, getekend E:518/455, staande tussen het pakhuis van de stad Dordrecht en het onder 4 vermelde pakhuis,

4: een pakhuis, genaamd “Regensburg”, staande buiten de Sluispoort aan de Kalkhaven, getekend E:517/455. De panden 3 en 4 worden samen verkocht aan Antonetta Elisabeth van Es, weduwe van Petrus Keuls, en Dorothea Anna van Es, meerderjarige ongehuwde persoon, voor 6310 gl.,

5. een pakhuis, staande aan het Maartensgat, getekend A:115/113, belend door het pakhuis van de weduwe Van der Sanden aan de ene zijde en het herenhuis, hierboven vermeld onder 1, aan de andere zijde. Dit pand wordt voor 1050 gl. verkocht aan dezelfde dames Van Es.

(ONA Dordrecht inv. 1487, akten 2091, 2094, 2104; Balm-Kok, o.c., p. 41 e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht);

a. Margaretha, 27 aug. 1792, jong overleden

b. Bernard Johan Statenus, 4 mei 1794

c. Cornelis Stratenus, 20 juli 1795

d. Anthonij Stratenus, 7 aug. 1797, tweede luitenant Regiment Lichte Dragonders no. vier, gesneuveld bij Belle Alliance (Waterloo) op 18 juni 1815

BS Dordrecht overlijdensregister 1823, akte 369, dd 2 aug. 1823: “extract uit het Stamboek van het Regiment Ligte Dragonders no. vier: Stratenus Anthonie zoon van Adam en Ida Bartha Hoff geboren [7 aug. 1797] te Dordrecht, 24 januarij 1814 aangetreden als 2e luitenant supernumerair bij dit Regiment. [Op 18 juni 1815] bij de Bataille van Belle Alliance gesneuveld”.

Anthony Stratenus, vermoedelijk geschilderd door zijn zuster Margaretha Maria Statenus

e. mr. Pieter Statenus, geboren Dordrecht 13 mei 1799, advocaat te ‘s-Gravenhage, ingeschreven als student te Leiden op 9 mei 1817, advocaat wonende in de Breestraat te Leiden (1822),substituut-griffier van de Hoge Raad, overleden Utrecht 22 april 1850, trouwde Leiden 12 april 1822 Wilhelmine Arnoldine Jeanne Cunaeus, geboren Leiden 4 febr. 1800, wonende in de Breestraat te Leiden (1822), overleden Den Haag 4 okt. 1872, dochter van mr. Pieter Cunaeus, wethouder en kolonel van de burgerwacht te Leiden, en Johanna CatharinaGael

(www.hogenda.nl)

Wilhelmine Arnoldine Jeanne Cunaeus (naar schatting ca. 1860)

f. Margaretha Maria Stratenus, 1 juni 1801, miniatuurschilderes, overleden (aan een “zenuwziekte”) ‘s-Gravenhage 27 okt. 1824

 

Miniatuurportret, vermoedelijk zelfportret van Margaretha Maria Stratenus (zij draagt mogelijk de parelketting en oorhangers, die haar grootmoeder, Margaretha van Boven,haar heeft nagelaten: zie hierboven)