Kwartierstaat De Vos

Kwartierstaat De Vos.

1. Jacobus de Vos, geboren naar schatting ca. 1690, jongman van Dordrecht, wonende [op de Groenmarkt]bij het stadhuis(1716), mr. zilversmid te Dordrecht, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 2/16 aug. 1716 (de bruidegom geassisteerd met zijn ouders Anthonij de Vos en Cornelia de Vos, de bruid met haar oom Jan van Convent, vice-admiraal van de provincie Holland onder het ressort van de Admiraliteit op de Maze, die bevestigt, dat haar moeder haar toestemming tot dit huwelijk geeft)Rebecca Cristina Francken, gedoopt NG Dordrecht 16 febr. 1695,jonge dochter van Dordrecht, wonende bij de Nieuwkerkstraat (1716), dochter van Jervaas Francken en Alida van Convent

Kind:

a. Alida Christina de Vos, gedoopt NG Dordrecht 24 sept. 1732

2. Anhonij de Vos, geboren naar schatting ca. 1660, jongman geboren te Dordrecht (1682), zilversmid te Dordrecht, trouwde Gerecht (onderscheiden gezindten)/Doopsgezind Dordrecht 19 febr. 1682 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Henric de Vos, burger van Dordrecht, en de bruid met Maerten de Vos, haar oom en voogd)

3. Cornelia de Vos, jonge dochter geboren te Dordrecht (1682), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 17 okt. 1725 (Cornelia de Vos, vrouw van Antonij de Vos, laat 1 kind na, met twee koetsen boven het getal)

ORA Dordrecht inv. 797, f. 41: op 17 juli 1691 verkopen Gijsbert de Jager en Johan van der Hoop, notarissen te Dordrecht, als gemachtigden van het Gerecht en de Kamer Judicieel te Dordrecht, aan Anthonij de Vos, zilversmid en burger van Dordrecht, voor 2700 gl. contant een huis, genaamd “Romein”, in de Wijnstraat [Groenmarkt], staande tegenover het stadhuis tussen het huis van Abraham Stoop, oudraad van Dordrecht, en de brouwerij van Sijmon de Vries Sijmonsz., veertigraad van Dordrecht, laatst bewoond door Henderick de Meijer. De koper is schuldig aan Antonij Jacobsz. de Vos en Gijsbert IJsenbroeck, kooplieden te Dordrecht, een bedrag van 2000 gl., gehypothekeerd op het genoemde huis. In margine: compareert Anthonij de Vos Hendriksz. en toont de originele brief met kwitantie, waarbij blijkt, dat de schuld volledig is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 8 sept. 1710.

ORA Dordrecht inv. 16, f. 159 e.v.: resolutie dd 19 dec. 1726: op 18 okt. 1725 is aan het Gerecht van Dordrecht een rekest aangeboden van Jacobus de Vos, mr. zilversmid te Dordrecht, waarbij hij verzocht als curator te mogen worden aangesteld over de persoon en goederen van zijn vader, Anthonij de Vos, “als buijten staat sijnde om het gouvernement en administratie over desselfs persoon en goederen selfs te konnen doen en waernemen”. Dit verzoek is door het Gerecht ingewilligd. Op 17 sept. 1726 heeft Anthonij de Vos echter aan het Gerecht van Dordrecht te kennen gegeven, dat hij “sigh verbeelde dat hij tot sijn vorige gesondtheijt en behoorlijck verstandt wederom was gecomen en sulx gesteldt in staat van sijn persoon en goederen selfs te konnen regeren”. Hij heeft daarbij aan het Gerecht verzocht het besluit van 18 okt. 1725 weer in te trekken. Het betreffende rekest is vervolgens in handen gesteld van de heren Van de Graeff Sebastiaensz. en De Jongh (later i.p.v. De Jongh Goverd van Slingelant, vrijheer van Slingelandt), als schepenen-comissarissen, die hebben geadviseerd om, alvorens het Gerecht hierover een besluit zou nemen, Jacobus de Vos, als curator, eerst rekening te laten afleggen aangaande het beheer, dat hij heeft gehad over zijn vaders goederen. De genoemde schepenen-commissarissen hebben Jacobus de Vos hiertoe verscheidene malen aangemaand, doch telkens tevergeefs. Hiervan is door secretaris Eelbo aan het Gerecht rapport gedaan, waarop het Gerecht besloten heeft Jacobus de Vos “alsnogh wel serieuselijck te gelasten … omme binnen den tijdt van vier weecken na insinuatie” vanonderhavig besluit voor schepenen-commissarissen uit het Gerecht rekening af te leggen van het beheer, dat hij heeft gehad over de goederen van zijn vader. Op 23 dec. 1726 doet de kamerbewaarder van het Gerecht hiervan insinuatie aan Jacobus de Vos, die antwoordt: “ik hoor en sie”.

4. Hendrick (Teunisz.) de Vos, geboren naar schatting ca. 1635, jongman van Dordrecht (1655), lidmaat van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht op 28 mrt. 1655,trouwde Gerecht (onderscheiden gezindten)/Doopsgezind Dordrecht 1 april 1655 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Theunis Jacobsz. Vos, de bruid met haar zuster Wilhelnija [Wilhelmina] van Hoochstraete)

5. Digna (Dijna) van Hoochstraten, geboren naar schatting ca. 1628, lidmaat van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht op 12 april 1648

ORA Dordrecht inv. 782, f. 102v: op 4 mei 1660 verkoopt Hendrick de Vos, meester-huistimmerman te Dordrecht voor 800 gl. aan Jacob Willemsz. van Ommeren, eveneens meester-huistimmerman te Dordrecht, een erf met een nieuw getimmerte en een huis, aan de bouw waarvan koper is begonnen, maar dat nog niet is voltooid. Het erf ligt aan de Heerheymansuysstraat omtrent de eerste brug, tussen het huis van Jacob de Vos en dat van Matthijs Marechal. Waarborgen voor verkoper: Theunis Jacobsz. de Vos en Jacob de Vos, burgers van Dordrecht.

Hendrik de Vos geschilderd door Samuel van Hoogstraten (1674).

11 aug. 1677: testament van Samuel van Hoochstraten en zijn vrouw Sara Balen, burgers van Dordrecht. Zij benoemen tot erfgenaam de langstlevende van hen beiden. Als hij de eerststervende is, zal na het overlijden van zijn vrouw aan zijn verwanten een nader te bepalen bedrag uitgekeerd moeten worden. Daarvan zal zijn broer Francois van Hoochstraten 3/7 delen krijgen, waarvan hun zuster Willemijntje van Hoochstraten haar leven lang het vruchtgebruik zal genieten a 5 % jaarlijks, zijn zuster Dina van Hoochstraten, echtgenote van Hendrick de Vos 2/7 parten, waarvan Willemijntje op dezelfde voorwaarden het vruchtgebruik zal hebben, zijn zuster Susanna van Hoochstraten 1/7 part en Adriaen de Vos, de zoon van zijn jongste zuster Cornelia van Hoochstraten, het resterende 1/7 part, evenwel op voorwaarde, dat, indien Adriaen ongehuwd of zonder kinderen na te laten komt te overlijden, dat 1/7 deel zal vererven op testateurs erfgenamen ab intestato. Als de testatrice als eerste zal overlijden, moet na haar overlijden een nog nader te bepalen bedrag uitgekeerd worden en wel als volgt: aan haar zuster Margareta Balen, weduwe van Abraham Terwe 1/7 part, aan Hester Terwe, oudste dochter van haar voornoemde zuster, 1/7 part, aan haar broer Francois Balen 1/7 part, aan Elisabeth en Agnietje, dochters van haar zuster Elisabeth Balen, 1/7 part, aan de kinderen van haar broer Cornelis Balen 1/7 part, aan Elisabeth de Mol, echtgenote van Adriaen Mortier, dochter van haar overleden zuster Maria Balen, 1/7 part en aan Elisabeth Kop, dochter van haar zuster Cornelia Balen, het laatste 1/7 part. Akte door beiden ondertekend.(ONA Dordrecht inv. 238, f. 305 e.v.)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Machelke de Vos Hendriksdr., als jonge dochter aangenomen tot lidmaat van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht op 27 juni 1683

b. Susanneken de Vos Hendriksdr., als jonge dochter aangenomen tot lidmaat van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht op 27 juni 1683

c. Anthonij de Vos (= kwartier 2)

6.Jacob Tonisz. Vos, geboren naar schatting ca. 1625, jongman van Dordrecht (1653), lidmaat van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht op 6 okt. 1647, overleden Dordrecht 27 aug. 1666, trouwde Gerecht (onderscheiden gezindten)/Doopsgezind Dordrecht 14/31 aug. 1653 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Theunis Jacobsz. Vosch, de bruid geassisteerd met Margreta Haeck, de vrouw van Wijnant Taijers, haar behuwd zuster)

7. Susanna Taijers, jonge dochter van Dordrecht (1653), overleden Dordrecht 1666 (overlijdensregister Doopsgezinde gemeente Dordrecht, zonder dag en maand)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Sophija de Vos Jacobsdr., als jonge dochter aangenomen tot lidmaat van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht 27 juni 1683

b. Cornelia de Vos (= kwartier 3)

8. Theunis Jacobsz. de Vos, geboren naar schatting ca. 1600,huistimmerman, weduwnaar van Dordrecht (1630), overleden vóór 11 juni 1675, trouwde 1e Fijchgen Meertens, 2e Gerecht (onderscheiden gezindten)/Doopsgezind Dordrecht 17 okt./3 nov. 1630 (debruidegom geassisteerd met zijn broerCrijn Jacobsz. Vos, de bruid met Anneken Theunis, haar goede bekende)

9. Machteltge Wessels, geboren naar schatting ca. 1605,jonge dochter geboren te Essen en wonende te Dordrecht (1630), lidmaat van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht op 15 nov. 1626

Weeskamer Dordrecht inv. 26, f. 256v: extract uit het testament van Theunis Jacobsz. Vosch en zijn vrouw Machtelt Wessels, gepasseerd voor notaris C. van Bijwaert op 24 mei 1654, waarin zij tot voogden over hun minderjarige erfgenamen hebben aangesteld Jacob Theunisz. Vosch, Hendrick Theunisz. Vosch, zodra hij mondig is geworden of is gaan trouwen, en testateurs broer Crijn Jacobsz. Vosch. Op 11 juni 1675 verklaart Hendrick Thonisz. Vosch, dat hij de voogdij aanvaardt.

Kinderen (volgorde onzeker):

ex 1:

a. Jacob Tonisz. de Vos (= kwartier 6)

b. Maerten Antonisz. de Vos, geboren naar schatting ca. 1630,weduwnaar geboren en wonende te Dordrecht (1663), timmerman, lidmaat van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht op 31 mrt. 1652, trouwde 1e NN, 2e Gerecht (onderscheiden gezindten)/Doopsgezind Dordrecht 5 dec. 1663 (ondertrouw, de bruidegom geassisteerd met zijn vader Teunis Jacobsz. de Vos, de bruid met haar zuster Susanna Taeijaert) Maria Taeijaerdt, geboren naar schatting ca. 1625, weduwe geboren en wonende te Dordrecht (1663), lidmaat van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht op 1 april 1646, dochter van Boudewijn Taeijert en Cornelia Gerritsdr. van Bilaer

ex 2:

c. Hendrick de Vos, geboren te Dordrecht naar schatting ca. 1632 (= kwartier 4)

d. Aert (Arendt) Teunisz. de Vos, geboren naar schatting ca. 1635, jongman van Dordrecht, bakker (1660, 1671), weduwnaar wonendein de Oude Breestraat (1671),lidmaat van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht op 18 juli 1660, trouwde 1e Gerecht (onderscheiden gezindten)/Doopsgezind Dordrecht 29 juli/15 aug. 1660(de bruidegom geassisteerd met zijn vader Theunis Jacobsz. de Vos, de bruid met haar zuster Dina van Hoochstraten, de vrouwvan Hendrick de Vos) Cornelia van Hoochstraten Dirksdr., jonge dochter van Dordrecht (1660), overleden Dordrecht 14 okt. 1669, 2e Gerecht (onderscheiden gezindten) 23 dec. 1671/11 nov. 1672 Maria Graeff, weduwe van Antonij Morij, wonende ten huize van Hendrick de Vos bij de Vriesestraat (1671)

Kind:

d-1. Adriaen de Vos

10. Dirck van Hoochstraten, jong gezel uit Den Haag (1626), trouwde Gerecht (onderscheiden gezindten) 11 febr. 1626 (ondertrouw, de bruidegom geassisteerd met zijn grootvader Francois van Hoogstraete, de bruid geassisteerd met haar tante Susanna Coninx)

11. Marijken Isaksdr. Coninx, jonge dochter van Dordrecht (1626), overleden Dordrecht 7 jan. 1645

12. Theunis Jacobsz. de Vos (= kwartier 8), trouwde

13. Fijchgen Meertens, overleden Dordrecht 27 juni 1630

14. Boudewijn Segersz. Taijers (Taijaert), jongman van Gent (1603), knoopmaker, kramer, koopman te Dordrecht, trouwde 1e Gerecht (onderscheiden gezindten) Dordrecht 12 juni 1603 (ondertrouw, de bruidegom geassisteerd met Lieven Neering, de man van zijn zuster, de bruid met haar moeder Heiltken Henricxdr.) Elizabeth Jaques Terwendr., 2e Gerecht (onderscheiden gezindten) Dordrecht11 nov. 1604 (ondertrouw, de bruidegom geassisteerd met zijn zwager Lieven Nering, de bruid met haar ouders Jacob Thomasz. Cotermans en Trijntken Michiels)Neeltken Jacobsdr. Cotermans, jonge dochter (1604),3e Gerecht (onderscheiden gezindten) Dordrecht 17 mei 1607 (ondertrouw, de bruidegom geassisteerd met zijn zwager Lieven Nering, de bruid met haar vadermr. Geerit van Bilaer ijzersnijder en haar schoonzuster Grietken Jacobsdr.)

15. Cornelia Gerritsdr. van Bilaer

ONA Dordrecht inv. 13, f. 480: op 25 juli 1623 verklaren Boudewijn Segersz. Taijaert, koopman te Dordrecht en Maerten Haebosch [hij ondertekent deze akte met “Martin Haelbusch”], koopman te Keulen, dat zij hebben vereffend en geliquideerd van wege alle negotie, die zij samen enige jaren hebben gedaan in staal, ijzer en knopen.

1626: Boudewijn Zegersz. Taijaert aangeslagen voor een vermogen van 9000 gl. (1000e penning Dordrecht 1626, f. 20)

ORA Dordrecht inv. 770, f. 70v en 71: op 18 april 1635 verkopen Boudewijn Segersz. Taijert en Ysaack Nering, burgers van Dordrecht, als voogden over de kinderen van Jan Livinisz. Nering, die erfgenamen zijn van hun grootvader, wijlen Livinis Nering, voor 1600 gl. aan Mels Gijsbrechtsz. korenkoper een huis, staande bij de Grote Kerk tussen het huis van koper en de Mannensteiger. Koper kent schuldig een bedrag van 1100 gl. Borg: Victor Jansz. van Blenckvliet, burger van Dordrecht. In margine: Mels Gijsbertsz. toont de originele brief, waarbij blijkt, dat de schuld is voldaan. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 15 febr. 1642.

ORA Dordrecht inv. 424: op 15 mrt. 1655 eist Anneken Dingmans van Boudewijn Taeijert, als borg voor zijn zoon Wijnant Taeijert, betaling van 50 gl. over “reste” van verschenen huishuur en 10 gl. wegens enige goederen, die Wijnant Taeijert uit het huis heeft meegenomen.

ORA Dordrecht inv. 424: op 10 dec. 1655 eisen de erfgenamen van Mels Gijsbertsz. van Leendert Craen, als echtgenoot van de weduwe van Wijnant Taeijert, betaling van 70 gl. 8 penn. wegens geleverde wijnen.

16. Jacob Aertsz. (de Vos), geboren naar schatting ca. 1560, huistimmerman uit de Langstraat (1590), overleden tussen 1609 en 1626,trouwde NG Dordrecht 12 aug./9 sept. 1590 (de bruidegom woont al 18 jaar in Dordrecht, de ouders van de bruid zijn van Dordrecht, de bruid heeft van jongs af aan daar gewoond)

17. Toenten Crijnen Toenisdr., van Brouwershaven (1590)

– 1626: de weduwe van Jacob Aertsz. Vos in de Breestraat aangeslagen voor een vermogen van 2000 gl. (1000e penning Dordrecht 1626, f. 120)

– 30 mrt. 1632: codicil van Theuntgen Crijnendr., weduwe van Jacob Aertsz. Vosch, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan haar zoon Crijn Jacobsz. Vosch een bed met hoofdpeluw een rouwmantel van haar overleden man. Getuigen: Robbrecht Thielmans kleermaker en Adriaen Adriaensz. kleermakersgezel, inwoners van Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 72, f. 10v e.v.)

– 7 aug. 1635: Theuntgen Crijnen, weduwe van Jacob Aertsz. Vosch huistimmerman, wonende buiten de St. Jorispoort van Dordrecht, verklaart door haar zoon Crijn Jacobsz. Vossch volledig betaald te zijn wegens de inboedel enhuisraad van tin, koper en ijzerwerk, alsmede de schilderijen, die zij, comparante, toen zij bij haar zoon kwam inwonen, heeft meegebracht, uitgezonderd haar kleren, een geschrijnwerkte kast en een bed met toebehoren, die zij voor zichzelf behoudt. Getuigen: Pieter Goossensz. en Corstiaen Jacobsz., blekers wonende buiten de St. Jorispoort. (ONA Dordrecht inv. 74, f. 69 e.v.)

– 7 aug. 1635: Theuntgen Crijnen, weduwe van Jacob Aertsz., verklaart, dat haar twee kleinkinderen, t.w. Jacob Jansz. Bosman, zoon van haar overleden dochter Pieterken Jacobsdr. Vosch, bij haar verwekt door Jan Jansz. Bosman de jonge, en Lijsbeth Theunisdr., dochter van haar eveneensoverleden dochter Lijsbeth Jacobsdr. Vosch, bij haar verwekt Theunis Adriaensz. van Oosterhoudt, de goederen, die zij van haar, comparante, zullen erven, niet zullen mogen aanvaarden voor hun mondigheid of huwelijk. (ONA Dordrecht inv. 74, f. 70 e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. NN, aug. 1591

b. Judit, april 1601

c. Crijn Jacobsz. de Vos, juni 1603

d. Teunis Jacobsz. de Vos (= kwartier 8)

e. Aert, dec. 1604

f. Aert, febr. 1605

g. NN, juni 1606

h. NN, sept. 1608

i. NN, nov. 1609

j. Pieterken Jacobsdr. Vosch, trouwde Jan Jansz. Bosman de jonge

k. Lijsbeth Jacobsdr. Vosch, trouwde Theunis Adriaensz. van Oosterhoudt

22. Ysaack Henricxsz. Coeninck, trouwde Gerecht (onderscheiden gezindten) Dordrecht 5 nov. 1597 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Henrick de Coeninck goudsmid, de bruid met haar tante Truijcken Ariensdr.)

23. Dingentken Cornelisdr., jonge dochter (1597)