Teerling

I. Joris Antheunisz. Teerlinck, jong gezel van Brugge (1594), trouwde NG Dordrecht 10/26 juli 1594 Mariken Walen (Walichs), van Dordrecht (1594),trouwde 1e Balthen Jansz., schrijnwerker van Schoonhoven

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Roelandt Teerlinck, geboren naar schatting ca. 1600, volgt IIa

b. Joris Teerlinck, dec. 1602, volgt IIb

c. Hubrecht, nov. 1604

d. Jacomijnke, jan. 1609

e. Catelijne, juni 1610

e. Anthonij, nov. 1611

f. Abraham Teerlinck, mei 1615, volgt IIc

IIa. Roelant Jorisz. Teerlinck, geboren naar schatting ca. 1600, van Dordrecht wonende bij de Tolbrug (1620), weduwnaar van Dordrecht (1626), blikwerker, loodgieter, trouwde 1e NG Dordrecht 25 okt./10 nov. 1620 Isabel Staeckmans Jaspersdr., van Dordrecht wonende in het Steegoversloot bij Neel Bongers (1620), 2e Dordrecht 18 jan./3 febr. 1626 Beatrijs Wijnants (Wimans Hendrixdr.), van Dordrecht (1626),begraven Dordrecht (Grote Kerk) 7 juni 1658 (een baar bij de Munt voor Beatricx Wijmans, de vrouw van Roelandt Teerlinck, twee maal luiden)
– 20 nov. 1640: testament van Aeltgen Jan Donckers, weduwe van Aernout de Schoor, ziek te bed liggende. Zij legateert aan Aeltgen Claes Donkers, haar nicht van vaderszijde, 600 gl., waarmee zij Aeltgen en al haar overige verwanten van vaderszijde uit de rest van haar nalatenschap uitsluit. Voorts legateert zij aan de kinderen van Jan Hendrick Wijmantsz. [sic], haar neef, een bedrag van 1200 gl., waarvan Jan tot aan zijn overlijden het vruchtgebruik zal hebben, en nog 200 gl., waarvan de hierna te noemen executeur-testamentair voor hem een behoorlijk rouwkleed zal moeten aanschaffen, aan de kinderen van Hendricxken Cornelisdr. Mol, een bedrag van 1000 gl., waarvan Hendricxken tot haar dood het vruchtgebruik zal hebben, aan Adriaentgen Cornelisdr. Mol 400 gl., aan Joris Cornelisz. Mol 600 gl., aan Frans Cornelisz. Mol 300 gl., aan Roelant Taerlinck, als man van Beatricx Wijmants, haar nicht, 800 gl. en aan de NG huisarmen te Dordrecht 600 gl. Al haar resterende bezittingen moeten verdeeld worden onder haar verwanten van moederszijde. De testatrice wenst, dat bij de verdeling van die goederen Hendricxken, Joris, Frans en Adriaentgen Mol, allen kinderenvan wijlen Grietgen Hendricxs Wijmantsdr., haar nicht van haar zullen erven in “haer [= hun]moeders plaetse”, zoals Roelant Teerlinckof Beatricx Wijmantszullen erven in hun vaders plaats. Zij benoemt Roelant Teerlink tot executeur van haar testament. (ONA Dordrecht inv. 78, f. 136 e.v.)
ONA Dordrecht inv. 268, f. 193: op 21 okt. 1661 verklaren Roelant Teelinck en Hendrick Teerlinck [= IIIb] loodgieters en burgers van Dordrecht, verklaren, dat zij “geduijrende sijlieden de neringe van loodgieten gedaen hebben”, zij vele duizenden ponden lood naar Rotterdam, Utrecht en andere plaatsen gezonden hebben, “omme aldaer vergoten te werden” en wanneer zij dat lood in Dordrecht terug ontvangen hadden, nooit verplicht zijn geweest om het naar de waag te brengen of daarvoor iets aan de pachter van de waag te betalen. Roelant heeft de “nering van loodgieten” ongeveer 30 jaar gedaan en Hendrick circa 12 jaar.
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
Ex 1:
a. Jasper, okt. 1622
b. Joris, mei 1625
Ex 2:
a. Machtelt, okt. 1626
b. Isabelle, mrt. 1628
c. Christeyntken, mrt. 1629
d. Maritgen Teerlinck Roelandtsdr., april 1633, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Munt (1655), trouwde NG Dordrecht 18 juli/3 aug. 1655 Adriaen Kluijdt, weduwnaar van Strijen wonende in Grote Spuistraat (1655), glasmaker
ORA Dordrecht inv. 1627, f. 76: op 22 nov. 1679 verkopen Roelandt Teerlinck, burger van Dordrecht, als voogd over Johannes Cluijt en tevens vervangende Gratianus van der A, wonende te Zierikzee, als man van Johanna Cluijt, beiden kinderen van wijlen Adriaen Cluijt en Maijken Teerlinck, voor 1100 gl. aan Johannes van Eeckeren, beeldsnijder en burger van Dordrecht, een huis in de Spuistraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Bartholomeus van Loo e dat van Johannes vanBree.
Kinderen (volgorde onzeker):
d-1. Johannes Cluijt
d-2. Johanna Cluijt, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1675), trouwde NG Dordrecht 22 sept./15 okt. 1675 (procl. te Zierikzee)Gratinaus van der A, jongman van Zierikzee en daar wonende (1675), loodgieter
e. Hendrick Teerlinckokt. 1635, volgt IIIa
f. Roelant Teerlinck, febr. 1637, volgt IIIb
g. Anthoni, okt. 1638
h. Joris en i. Machtelt, okt. 1639
IIb. Joris Teerlinck, gedoopt NG Dordrecht dec. 1602, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 7 jan. 1642 (een baar voor Joris Tarelijn, op de hoek van de Haringstraat, “twe graef linens”), trouwde 26 juni 1633 Lijsbeth Canijn
Kinderen:
a. Maria Teerling, gedoopt NG Dordrecht juli 1638, trouwde Hendrick Teerlinck (zie hieronder)
b. Lijsbeth Teerling, gedoopt NG Dordrecht juni 1642, weduwe van Dordrecht wonende in de Houttuin (1680/1689), trouwde 1e NG Dordrecht 4 juli 1660 Wierick Adriaensz. Bouff, 2e NG Dordrecht/Dubbeldam 1/15 dec. 1680 Marinus Braber, jongman van Dordrecht wonende op de Riedijk (1680), 3e NG Dordrecht/Dubbeldam 11/27 dec. 1689 Jacob van Bothland, jongman van Dordrecht wonende omtrent de Boom (1689)
ONA Dordrecht inv. 228, f. 337: op 21 juni 1664 verklaart Elisabeth Wiericksdr., weduwe van Adriaen Jansz. Bouff, burgers van Dordrecht, dat zij als beschadigde borg voor Claes Otten, de man van haar dochter Adriaentgen Adriaensdr. Bouff, een aanmerkelijke som geld heeft moeten betalen en aan hem heeft verstrekt, zowel in geld als in goederen, samen een bedrag van 660 gl. Zij verklaart voorts, dat haar dochter Maijcken Adriaensdr. Bouff, weduwe van Cornelis de Rave, gehuurd heeft en al acht en een half jaar woont in een huis buiten de Vuilpoort, genaamd “den Orangienboom”, waarvan de helft aan haar, comparante, toebehoort, en waarvoor haar man en zij hebben beloofd de huur ten bedrage van 170 gl., en dus voor haar helft 85 gl., te betalen, maar dat haar dochter haar daarvan schuldig is gebleven te betalen een somma van iets minder dan 487 gl. Om nu te voorkomen, dat het ene kind meer van haar, comparante, zal ontvangen, hetzij tijdens haar leven of na haar overlijden, en te voorkomen, dat hierover geschil zal ontstaan tussen haar kinderen, heeft zij besloten om aan haar zoon Wierick Bouff en zijn vrouw Elisabeth Teerling, of bij vooroverlijden hun kinderen, te geven een bedrag van 800 gl., aan haar zoon Geerit Adriaensz. Bouff en diens vrouw Maria Blonck, of bij vooroverlijden hun kinderen, een somma van 800 gl., aan haar schoonzoon Johannes van Wageningen en diens vrouw Helena Adriaensdr. Bouff, of bij vooroverlijden hun kinderen, een somma van 800 gl., aan haar schoonzoon Cornelis Willemsz. Stoop en diens vrouw Cornelia Adriaensdr. Bouff, een somma van 800 gl. en aan Matthijs Adriaensz. Bouff, haar ongetrouwde zoon, een somma van 800 gl., of zoveel meer of minder als Claes Otten en Marijcke Adriaensdr. Bouff bij het overlijden van haar, comparante, aan haar schuldig blijken te zijn.
ORA Dordrecht inv. 1623, f. 4: op 21 jan. 1670 verkoopt Wierick Bouff, koopman en burger van Dordrecht, als man van Lijsbeth Teerlingh, voor 700 gl. aan Gillis Claes, kaaskoper en burger van Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat Landzijde, staande tussen koper en de weduwe van Tomas Houwer.
ONA Dordrecht inv. 241, f. 286: op 25 nov. 1680 verleent Elisabeth Teerlinck, weduwe van Wierick Bouff, koopvrouw en burgeres van Dordrecht, aan Gijsbert de Jager, notaris en procuratie te Dordrecht, om waar te nemen het proces, dat zij genoodzaakt is aan te spannen “tot reparatie van hare eere in cas van iniurie” voor het gerecht van Dordrecht tegen Cent Jorisz. van Neurenbergh, jongman en burger van Dordrecht.
ONA Dordrecht inv. 241, f. 288: op 27 nov. 1680 maken Marinus Braber, jongman, koopman van wijnen en burger van Dordrecht, en Elisabeth Teerlingh, weduwe van Wierick Bouff, koopvrouw en burgeres van Dordrecht, huwelijkse voorwaarden. Zij zullen in het huwelijk inbrengen al het inkomen en vruchtgebruik van de goederen, die zij op dat moment bezitten. Voorwaarde is, dat de bruid gehouden blijft aan haar vijf voorkinderen te doen toekomen een alimentatie, uitzetting en uitreiking ten bedrage van 3000 gl., zoals bepaald is in haar testament van 31 dec. 1676, en hun daarenboven bij hun mondigheid of huwelijk een somma van 2000 gl. uit te keren. De langstlevende zal naar zich nemen alle goederen, die hij of zij ten huwelijk heeft ingebracht. De bruid zal, indien zij de langstlevende is, ontvangen al de door de bruidegom in te brengen goederen, alsmede zijn aandeel in de winsten, staande het huwelijk verworven, op voorwaarde, dat zij aan hun eventuele kinderen bij mondigheid of huwelijk zal uitkeren een somma van 2000 gl. Zij stelt tot voogden over haar voorkinderen aan Gijsbert van Asperen, veertigraad te Dordrecht, en Johannes van Wageningen, burger van Dordrecht. Over hun eventueel nog te verwekken kinderen benoemen bruid en bruidegom de langstlevende van hen beiden tot voogd.
ONA Dordrecht inv. 242, f. 51: op 1 april 1681 verlenen Marinus Braber, burger van Dordrecht, als man van Elisabeth Teerling, weduwe en erfgename van Wierick Bouff, Johannes Notemans, als man van Geertruijt de Meijer, weduwe en erfgename van Geerit Bouff, samen vervangende Daniël Cornelisz. van den Meerbergh, als man van Adriaentgen Bouff, Maijken Bouff, weduwe van Cornelis den Raven en Johannes van Wageningen, als man van Helena Bouff, samen kinderen en erfgenamen van Elisabeth Wiericxdr., weduwe van Adriaen Bouff, allen wonende te Dordrecht, procuratie aan Gijsbert de Jager, notaris en procureur te Dordrecht, om waar te nemen alle processen, die tegen hen aangespannen zijn.
ORA Dordrecht inv. 1631, f. 117v: op 29 sept. 1688 verkopen Roelandt en Abraham Teerlingh Hendriksz. en Roelandt Teerlingh en kapitein Abraham Wiggers, als voogden over Johannes Teerlingh, minderjarige zoon van Hendrik Teerlingh, voor 1180 gl. aan Elisabeth Teerlingh, de vrouw van Marinus Braber, hun aandeel in een huis in de Voorstraat, staande tussen de Tolbrug en het huis van Franchois Mol.
ORA Dordrecht inv. 1752, f. 96v: op 22 nov. 1714 verkoopt Adriaen Boeff, apotheker te Dordrecht, in plaats van Jacobus van Botland, zijn stiefvader, en Elisabeth Taerling, eerder weduwe van Wierick Boef, voor 255 gl. aan Jan Cluijt, burger van Dordrecht, een tuin met daarin een tuinhuis, gelegen aan de Noordendijk tegenover de nieuwe moutmolen buiten het Sluisje, tussen het huis van Mels Schep en dat van Maerten Steenwijk.
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):
b-1. Joris, 14 okt. 1671
b-2. Elisabeth, 29 sept. 1672
b-3. Adriaen Boeff, 1 nov. 1673, apotheker te Dordrecht
b-4. Wierick, 13 juni 1677
b-5. Maria, 15 juli 1678
b-6. Wierijckina, 11 febr. 1680

IIc. Abraham Teerlinck, gedoopt NG Dordrecht mei 1615, jongman van Dordrecht wonende bij de Lombardbrug (1635), weduwnaar wonende in de Doelstraat (1656), vleeshouwer, trouwde 1e NG Dordrecht 16 dec. 1635 (ondertrouw) Maria Cotermans Thomasdr., van Dordrecht wonende bij de Lombardbrug (1635), trouwde 2e NG Dordrecht 17 sept./1 okt. 1656 Judith Adriaensdr. van der Wor, weduwe van Dordrecht wonende aan het Marktveld (1656, 1670), trouwde 1e Hendrik van Westerbrugge, 3e NG Dordrecht/Papendrecht 8/22 juni 1670 Willem Hoochlander, weduwnaar uit ‘s-Gravenhage wonende bij de Spuipoort (1670), bakker

17 aug. 1637: Abraham Teerlinck beenhakker, als man van Maria Cotermans Thomasdr., voor zichzelf en als procuratie hebbende van Henrick Meurs, als man van Judith Cotermans Thomasdr., en Cornelia Cotermans, jonge dochter, geassisteerd met haar gekoren voogd Joris Teerlinck, allen erfgenamen van wijlen Thomas Jacobsz. Cotermans, resp. hun vader en schoonvader, verkopen voor 1900 gl. aan Maria Cornelisdr., weduwe van Gijsbrecht van Scharlaecken, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Maximiliaen Milanen en dat van Anthonij Denijsz. Celck. (ONA Dordrecht inv. 81, f. 76)

Kinderen ex 1 (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Maria, okt. 1636

b. Judith, 13 dec. 1637

c. Thomas, febr. 1639

d. Catalina Teerlinck, nov. 1640, weduwe van Dordrecht wonende bij de Lombardbrug (1674), trouwde 1e Dirck van den Broeck, 2e NG Dordrecht/Puttershoek 2/16 sept. 1674 kapitein Ambrosius Wiggers, jongman van Bommel wonende bij de Wijnbrug (1674), grutter

Kinderen (o.a.: allen NG gedoopt in Dordrecht):

d-1. Abraham, 1 dec. 1677

d-2. Willemina, 7 mei 1679

d-3. Maria, 26 mrt. 1681

d-4. Bartholomaeus, 5 april 1682

d-5. Petrus, 16 febr. 1684

e. Jacomijntje, 21 jan. 1644

f. Hendrica Teerling, 8 febr. 1646,jongedochter van Dordrecht wonende bij de Lombardbrug (1674),overleden Dordrecht 26 aug. 1717, trouwde NG Dordrecht 20 mei/3 juni 1674 Matthijs Paradijs, jongman van Luik wonende scheep (1674)

ORA Dordrecht inv. 1648, f. 20: op 31 mrt. 1718 verkopen Cornelis Paradijs en Paulus Eijsenbroek, als man van Anna Paradijs, beiden wonende in Dordrecht, zoon en dochter van wijlen Hendriksje Teerling, weduwe van Matthijs Paradijs, voor zichzelf en als testamentaire voogden over het minderjarige kind van Marijken Paradijs, dochter van Hendriksje Teerling, samen erfgenamen van Hendriksje Teerling, voor 355 gl. aan Servaas van den Bergh, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven achter de Varkenmarkt omtrent de Lange Houten Brug, staande tussen het huis van de erfgenamen van Jacob Jacobsz. en dat van Arij van Driel.

g.Gerridt, 14 aug. 1648

h. Jacob, 9 sept. 1650

IIIa. Hendrick Teerlinck, gedoopt NG Dordrecht okt. 1635, loodgieter,trouwde NG Dordrecht 13 aug. 1656 Maria Teerling, gedoopt NG Dordrecht juli 1638, dochter van Joris Teerlingh en Lijsbeth Canijn
ORA Dordrecht inv. 227, f. 571: op 31 okt. 1662 verhuren Hendrick Teerlingh loodgieter en Wierick Bouff wijnkoper aan Johannes Kitsenburgh “maillenier” een huis, waar uithangt “de Tolbrugstoren”, staande tussen de Tolbrug en het huis van Hendrick van den Bergh.
ORA Dordrecht inv. 1747, f. 116v: op 11 mei 1669 verkopen Hendrick Teerlingh, loodgieter enp burger van Dordrecht, als man van Maria Teerlingh, en Wierick Bouff, wijnkoper en burger van Dordrecht, als man van Elisabeth Teerlingh, kinderen en mede-erfgenamen van Joris Teerlingh, voor 450 gl. aan kapitein Gerrit van Eijsden de beterschap van een tuin met de helft in het uitpad, gelegen buiten de Spuipoort aan de kruisweg tussen de tuin van Dirck Verbuijsen de tuin, die is gekomen van Jan Vijgeboom.
ORA Dordrecht inv. 1631, f. 117v: op 29 sept. 1688 verkopen Roelandt en Abraham Teerlingh Hendriksz. en Roelandt Teerlingh en kapitein Abraham Wiggers, als voogden over Johannes Teerlingh, minderjarige zoon van Hendrik Teerlingh, voor 1180 gl. aan Elisabeth Teerlingh, de vrouw van Marinus Braber, hun aandeel in een huis in de Voorstraat, staande tussen de Tolbrug en het huis van Franchois Mol.
Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):
a. Joris,13 juni 1657
b. Roelandt Hendriksz. Teerling,14 april 1659, trouwde NG Dordrecht 16 sept. 1682 Barbara Francot
ONA Dordrecht inv. 279, f. 318: op 6 juni 1683 testeren Roelant Teelinck de jonge en zijn vrouw Barbara Franckot, burgers van Dordrecht, hij gezond, zij wat ziekelijk in het kinderbed liggende. Als hij de eerststervende is, legateert hij aan de huisarmen van de NG diaconie te Dordrecht een somma van 100 gl. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen. De langstlevende moet aan hun kinderen, wanneer zij gaan trouwen, een bedrag van 500 gl. uitkeren.
ORA Dordrecht inv. 1629, f. 63v: op 4 mrt. 1684 verkoopt Roelant Teerlingh de jonge, burger van Dordrecht, voor 1236 gl. aan Anna Franckot, weduwe van Sent van Neurenbergh, de helft van een huis op het Nieuwe Werk of de Dwarskade tegenover de Roobrug, staande tussen het huis van Jan van Keppel, getrouwd met de weduwe Van Tricht, en dat van de erfgenamen van Jan Jansz. van Venlo, van welk huis de wederhelft aan de koopster toebehoort.
ORA Dordrecht inv. 1631, f. 70v: op 18 dec. 1687 verklaren Roelant Hendriksz. Teerlinck, Abraham Teerlinck, Roelant Teerlinck en kapitein Ambrosius Wiggers, als voogden over Johannes Teerlinck, samen kinderen en erfgenamen van Hendrick Teerlinck, loodgieter en burger van Dordrecht, dat aan Roelant Teerlinck Hendriksz. is toebedeeld een huis in de Voorstraat omtrent de Botgensstraat, staande tussen het huis van Jan Adriaensz. van Oosterhout mr. schrijnwerker en dar van Pieter Verpoorte bakker, alsmede een huis in de Botgensstraat, staande tussen het huis van Jeremias de wagenmaker en dat van Gijsbert Rees. Roelant Teerlinck Hendriksz. is schuldig aan Catharina van Beaumont, weduwe van mr. Johan de Wit, raad van Dordrecht, een bedrag van 4000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1635, f. 36: op 13 mei 1695 verkoopt Roelandt Taarlingh, mr. loodgieter en burger van Dordrecht, voor 7000 gl. aan Johannes Taarlingh, loodgieter en burger van Dordrecht, twee huizen in de Voorstraat omtrent de Munt, staande naast elkaar tussen het huis van Johan Becius, lid van de Oudraad te Dordrecht, en dat van Poul Eelbo, oud-achtraad van Dordrecht. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 6500 gl.In margine: op 31 juli 1721 compareren Jan Kluijt, voor zichzelf en samen met Jan Gijben voogd over Roelant Taarling, zoon van wijlen Abram Taarling, alsmede Hendrick Taarling, voor zichzelf en vervangende de overige erfgenamen van wijlen Roeland Taarling de oude, en verklaren, dat deze schuld al menige jaren geleden is afgelost.De comparantenstellen zich tevens borg voor burgemeester Daniël Eelbo, die het huis, dat in de schuldbrief wordt vermeld, heeft gekocht en aan wie het op 31 juli 1721 is getransporteerd.
ONA Dordrecht inv. 288, akte 71: op 6 nov. 1699 testeren Roeland Teerlinck de jonge en zijn vrouw Barbara Franckot, burgers van Dordrecht. Zij herroepen eerdere testamenten e.d., in het bijzonder het codicil, dat zij hebben gepasseerd voor notaris H. van Dijck te Dordrecht op 23 mrt. 1695. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam, die gehouden zal zijn aan hun kinderen, als zij gaan trouwen, een bedrag van 3000 gl. uit te reiken.
ORA Dordrecht inv. 1642, f. 57v: op 19 nov. 1707 verkoopt Jan Kluijt, mr. glasmaker en burger van Dordrecht, als voogd over de minderjarige kinderenen erfgenamenen executeur-testamentair van Roeland Taerlingh Hendriksz., tevens vervangende zijn medevoogd Jacobus van Dijk, voor 630 gl. aan Evert van Meeuwen, burger van Dordrecht, een huis in de Botgensstraat, dat wordt bewoond door Jan Selis glasmaker, staande tussen het huis van Anthonij de Vos en het huis, dat eveneens is nagelaten door Roeland Taerlingh Hendriksz.
ORA Dordrecht inv. 1642, f. 61: op 1 dec. 1707 verkoopt Jan Kluijt, glasmaker en burger van Dordrecht, als medevoogd over de minderjarige kinderen en erfgenamen en executeur-testamentair van Roelant Teerling Hendiksz., tevens vervangende zijn medevoogd Jacob van Dijck, voor 2900 gl. aan Hermanus Groenendaal, bakker en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Botgensstraat, staande tussen het huis van mevrouw Meesters en dat van Cornelis Cleverskercke, bode van Dordrecht op Amsterdam, met een loods erachter, strekkende tot aan de stadsgracht.
Kinderen:
b-1. Johanna Teerling, gedoopt NG Dordrecht 3 juni 1695, trouwde 21 mei 1715 Mattheus Kluijt
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 21: op 16 april 1750 verkoopt Johanna Teerling, weduwe van Mattheus Kluijt, wonende te Dordrecht, voor 830 gl. aan Pieter de Rouw, ziekentrooster en burger van Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat omtrent de dwarsgang, staande tussen het huis van Isabella Maria Nolthenius en Hendrik Jacob Colmsbergh.
b-2. Heijndrick, 24 dec. 1699
c. Abraham Hendriksz.Teerling, 15 dec. 1660, trouwde 27 febr. 1688 Cornelia Roscam
d. Henrick, 25 nov. 1663
e. Elisabeth, 29 aug. 1666
f. Heijndrick, 15 nov. 1668
g. Johannes Teerling,16 jan. 1669, volgt IV
h. Joris, 13 dec. 1671

IIIb. Roelandt Teerling, gedoopt NG Dordrecht febr. 1637, jongman van Dordrecht wonende bij de Munt (1659), loodgieter, “maillenier”, trouwde NG Dordrecht 17 aug./2 sept. 1659 Ariaentie Jansdr. Tack, jonge dochter van Middelburg wonende bij de Sluispoort (1659)

ORA Dordrecht inv. 268, f. 13: op 20 okt. 1660 verleent Laurens Pietersz. Clock, schipper van Middelburg, als voogd over de minderjarige kinderen van zijn overleden zuster Anneken Pietersdr. Clock, weduwe van Jan Claesz. Tack, beiden overleden te Dordrecht, procuratie aan zijn aangetrouwde neef Roelant Teerlinck de jonge, “maillenier” en burger van Dordrecht, getrouwd met Adriaentgen Jansdr. Tack en nomine uxoris mede-erfgenaam van Anneken Pietersdr. Clock, zijn schoonmoeder, om voor schepenen van Dordrecht te transporteren aan Jan Cornelisz. Heijbuijck, burger van Dordrecht, een huis omtrent de Grote Sluispoort, staande tussen het huis van Cornelis Wens en dat van de weduwe van Ocker Baen.

ONA Dordrecht inv. 268, f. 386: op 7 dec. 1662 verklaart Roelant Teerlinck de jonge, “maillenier” en burger van Dordrecht, als man van Adriaentgen Jansdr. Tack, dochter en mede-erfgename van Janneken Jansdr. [alias Anneken Pietersdr. Clock], weduwe van Jan Claesz. Tack, dat bij de scheiding van de goederen, die door zijn schoonmoeder zijn nagelaten, aan Cornelis Beens, kruidenier en burger van Dordrecht, als man van Janneken Jansdr. Tack, eveneens dochter en mede-erfgename van Janneken Jansdr., is toebedeeld een losrentebrief van 4000 gl. kapitaal.

ORA Dordrecht inv. 799 (oud), f. 120: op 18 april 1696 verkoopt Anna de With, weduwe van mr. Willem Brandwijck van Blocklandt, burgemeester van Dordrecht, voor 6000 gl. aan Roelant Taarling Roelantsz., burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van dr. Lourens de Jongh en dat van Daniël van Veen.

ORA Dordrecht inv. 1649, f. 106v: op 31 juli 1721 verkopen “Mattheus Kluijt in Huwelijk hebbende Johanna Taarlingh dogter van wijlen Roelant Taarlingh de Jonge voor 1/5, Gerrard de Haan nots. binnen dese Stad als gesubstitueerde van Cornelia Roscam wed.e Abraham Taarling volgens Acte van Substitutie gepasseert voor den nots. Andries Cant en getuijgen in Dordrecht in dato den 16en julij 1721 en welcke Cornelia Roscam procuratie is hebbende van haare dogters Agnita en Maria Taarlingh volgens procuratie gepasseert voor den nots. Johan Tresenier en getuijgen te Middelburg in Zeeland residerende in dato den 12e Junij 1721 mitsgrs. Jan Luijt den Ouden en Johan Gijben, als aangestelde Voogden over Roelant Teerlingh kinderen van wijlen den voorn. Abraham Teerlingh volgens appoinctement vande Camere Judicieel deser Stede in dato den 30e April 1721, en sulx mede voor 1/5 part; Item Hendrik teerlingh, en nog de voorn. Johan Kluijt, en Johan Gijben als aangestelde Voogden over Maria Teerlingh kinderen van wijlen Johannis Teerling, volgens den voorn. appt. mede voor een Vijffde part; nog den voorn. Johan Kluijt in sijn prive insgelijcx voor 1/5 Ende nog den selve Jan Kluijt als last ende procuratie hebbende van Jan Roelant en Maria van der As, ingevolge d’selve procuratie gepasseert voor den nots. Antonij van Borrendam tot Z:Zee [Zierikzee] residerende in date den 25e April 1721 daar van sijnde ons Scheepnen vertoont, sijnde d’selve kinderen van wijlen Johanna Kluijt mede voor 1/5 part Erfgen. van wijlen den voorn. Roelant Taarlingh binnen dese Stad overlede volgens den Testamente gepasst. voor den nots. Arnoldus Meijsterus en get. tot Rotterdam residerende in date den 31 April 1702” voor 660 gl. aan Daniël Eelbo, oud-burgemeester van Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij het Steegoversloot, staande tussen het huis van de koper en dat van de mandenmaker Stijvers.

ORA Dordrecht inv. 1651, f. 5: op 28 jan. 1727 verkopen Anna Beens, weduwe van Isaacq Broeders, en Cornelia Beens, weduwe van Adriaan ’t Hooft, beiden wonende te Dordrecht, samen erfgenamen van Adriana Tack, weduwe van Roeland Taerlingh, voor 4500 gl. aan Gerardus Philippus Pus, arts te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de erfgenamen van dokter ‘T Jongh en dat van de weduwe Van Veen.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Johannes, 21 juni 1660

b. Anna Teerlinck, 12 mrt. 1666, trouwde Jacobus van Dijck

ONA Dordrecht inv. 194, f. 467: op 26 sept. 1698 opent notaris J. Melanen te Dordrecht op verzoek van Jacobus van Dijck, burger van Dordrecht, weduwnaar van Anna Teerlinck, en Roelandt Teerlinck en Adriana Tack, de ouders van Anna Teerlinck, zeker besloten testament, dat voor dezelfde notaris is gemaakt door Jacobus van Dijck en Anna Teerlinck op 26 mei 1698.

c. Roelandt, 23 juli 1670

IV. Johannes Teerlink (Taerling), gedoopt NG Dordrecht 16 jan 1669, jongman van Dordrecht wonende bij de Munt (1695), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 23 jan./6 febr. 1695 (de bruidegom geassisteerd met zijn broer Roelant Taerling. de bruid met Adriana van Breedenhoff, weduwe van Bartholomeus Vervel, haar tante) Geertruijd van Bredenholt (van Bredenhof), weduwe van Dordrecht wonende in de Nieuwe Breestraat (1695), trouwde 1e Laurens Foncius, 3e Gerecht/NG 17 dec. 1702 Jan Ghijben
ORA Dordrecht inv. 1635, f. 36: op 13 mei 1695 verkoopt Roelandt Taarlingh, mr. loodgieter en burger van Dordrecht, voor 7000 gl. aan Johannes Taarlingh, loodgieter en burger van Dordrecht, twee huizen in de Voorstraat omtrent de Munt, staande naast elkaar tussen het huis van Johan Becius, lid van de Oudraad te Dordrecht, en dat van Poul Eelbo, oud-achtraad van Dordrecht. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 6500 gl.In margine: op 31 juli 1721 compareren Jan Kluijt, voor zichzelf en samen met Jan Gijben voogd over Roelant Taarling, zoon van wijlen Abram Taarling, alsmede Hendrick Taarling, voor zichzelf en vervangende de overige erfgenamen van wijlen Roeland Taarling de oude, en verklaren, dat deze schuld al menige jaren geleden is afgelost.De comparantenstellen zich tevens borg voor burgemeester Daniël Eelbo, die het huis, dat in de schuldbrief wordt vermeld, heeft gekocht en aan wie het op 31 juli 1721 is getransporteerd.
ONA Dordrecht inv. 292, f. 268, akte22 april 1709: de twee weeskinderen van Jan Teerlinck en Geertruijt vanBredenhoff, beiden overleden, en de voordochter van Geertruij van Bredenhoff ontvangen wegens hun vaderlijke goederen 2000 gl. en wegens hun moederlijke goederen volgens de scheiding, gepasseerd voor notaris S. Moraaz op 16 febr. 1706 elk 1860 gl. 15. Op 22 april 1709 comp. Bartholomeus Wiggers, zoon van wijlen Ambrosius Wiggers, voogd van voornoemde weeskinderen, en Jan Ghijben, laatste man van Geertruij van Bredenhoff, en “gesurrogeerde” voogd van de weeskinderen in plaast van Ambrosius Wiggers, verklaren geliquideerd te hebben over de goederen van Jan Teerlinck en Geertruij van Bredenhoff, die verklaren, dat Ambrosius Wiggersschuldig is gebleven aan de kinderen een somma van 2000 gl. en dat Jan Ghijben is overgedragen een wisselbrief van 2000 gl. en een losrentebrief van 600 gl.
Kinderen:
a. Hendrik Teerlink, gedoopt NG Dordrecht 14 aug. 1695, volgt V
b. Maria Teerlink, 4 febr. 1697
V. Hendrik Teerlink, gedoopt NG Dordrecht 14 aug. 1695, jongman van Dordrecht wonende bij de Pelserbrug (1715), koopman, trouwde Gerecht/NG 30 juni/14 juli 1715 (de bruidegom geassisteerd met zijn “behuwd vader” en voogd Jan Gijben, de bruid geassisteerd met haar vader Abraham Mol) Helena Maria Mol,gedoopt NG Dordrecht 19 dec. 1685, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Botgensstraat (1715), dochter van Abraham Mol en Anna van de Velde
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 48v: op 27 mei 1732 verkopen Francois van der Lisse en Renardus Urbanus Pixotte, kooplieden te Dordrecht, als executeur-testamentair en voogden over de minderjarige dochters dochter van Maria van der Kennip, weduwe van Johan van Diest, die in Dordrecht overleden is, voor zichzelf en tevens vervangende hun mede-executeur en medevoogd Jacobus Gaffelbroek, koopman te Amsterdam, voor 375 gl. aan Hendrick Teerling, koopman te Dordrecht, twee pakhuizen, het ene in de Pelserstraat, staande tussen het huis van Maria Bartijn en het pakhuis van Jacobus Boet en Cornelis de Haan, en het andere in de Botgensstraat, staande tussen het achterhuis van Justus de Witt en het pakhuis van Christiaan Logeman.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 92v: op 9 sept. 1745 verkoopt Hendrik Teerlingh, koopman te Dordrecht, voor 925 gl. aan Anthonij van der Swits, mr. koperslager te Dordrecht, een huis in de Voorstraat tussen de Botgensstraat en het huis van Anthonij Doremaal, met een vrije uitgang in de Botgensstraat.
ORA Dordrecht inv. 1755, f. 79v: op 24 mei 1746 verkopen mr. Pieter Hoeuft, lid van de Oudraad te Dordrecht, en Hendrik Teerling, koopman te Dordrecht, samen enige erfgenamen van Mattheus Coddaeus, die in Dordrecht is overleden, voor 300 gl. aan Jan Helmig, een tuin met het huis daarin staande, gelegen buiten de Spuipoort tussen de tuin van Anthonij van der Strenge en de molen “de Stier”.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 151v: op 28 juni 1746 verkoopt Pieter Gips, burger van Dordrecht, voor 600 gl. aan Hendrik Teerling, koopman te Dordrecht, een pakhuis in de Pelserstraat, strekkende van de straat tot aan de stadsvest, staande tussen het huis van Anthonij den Rooije en Hendrik Brants.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 219: op 27 april 1747 verkoopt Adolph de Voogt, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Cornelis Soeten, burger van Dordrecht, volgens procuratie gepasseerdvoor notaris B. van Pauze te Rotterdam op 1 okt. 1746, voor 4000 gl. aan Hendrik Teerlink, koopman te Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Molenstraat, staande tussen het huis van Pieter Nugteren en dat van Pieter van Boven.
ORA Dordrecht inv. 1659, f. 55: op 30 juli 1750 verkopen mr. Pieter Hoeufft, schepen in wette van Dordrecht, mr. Johan van Wageningen, advocaat, en Abraham Teerlink, koopman te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Hendrik Teerlink, voor 420 gl. aan Sijbregt Plaizier, mazelaar en burger van Dordrecht, een huis in de Pelserstraat, staande tussen het pakhuis van Jacobus Boet en het huis van de weduwe Brands.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 153: op 25 sept. 1770 verkoopt mr. Jasper Perduijn, advocaat wonende te Dordrecht, tevens vervangende mr. Pieter Hoeufft, raad en vroedschap van Dordrecht, wegens het overlijden van Abraham Teerlink overgebleven executeurs-testamentair van Hendrik Teerlink, volgens testament gepaseerd voor notaris P. van Gelsdorp op 13 febr. 1749, en voogden over de minderjarige kinderen van Jan Teerlink, zoon van Hendrik Teerlink, voor 620 gl. aan Dirk van Thienen, burger van Dordrecht, een huis op de Lindengracht, staande tussen het huis van Cornelia Immerzeel en dat van Neeltje Spa en Pieter Potaar.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Jan Teerlink, 11 sept. 1716, volgt VIa
b. Abraham Teerlink, 30 mrt. 1718, volgt VIb
c. Maria, 8 dec. 1719
d. Geertruij Teerlink, 25 nov. 1721, trouwde Jan Huibert Ghijben
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 105v: op 1 mei 1770 verkoopt Geertruij Teerlink, weduwe en erfgename van Jan Huijbert Ghijben, voor 5000 gl. aan Coenradus Brender a Brandis, advocaat en notaris te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Paulus Gevaerts, raad en oud-burgemeester van Dordrecht, en dat van Willem Zaaijmans.
e. Anna, 6 nov. 1723
VIa. Jan Teerlink, gedoopt NG Dordrecht 11 sept. 1716, koopman, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 23 febr.1778 (Jan Teerlinck, laat kinderen na, in de Wijngaardstraat, beste graf),trouwde Gerecht/NG 1 dec. 1736 Alida de Vries, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 8 nov. 1788 (Alida de Vries, weduwe van Johannes Teerlingh, laat kinderen na, in het Lange Kromhout, beste graf)
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 161v: op 8 sept. 1746 verkoopt Hendrik Teerling, koopman te Dordrecht, voor 200 gl. aan Johannes Bink, mr. timmerman en burger van Dordrecht, een pakhuis in de Botgensstraat, staande tussen het pakhuis van de weduwe Smith en het huis of de tuin van Hermen van der Knoet.
ORA Dordrecht inv. 1658, f. 103v e.v.: op 24 april 1749 verkopen Abraham de Vries, burger van Dordrecht, voor zichzelf en nog als procuratie hebbende van Tjeerd Vogelzang, als man van Trijntje de Vries en van Jan de Vries, volgens procuratie gepasseerd voor notaris M. Ball te Zierikzee op 16 april 1749, Jan Teerlink, als man van Alida de Vries en Cornelis de Vries, enige kinderen en erfgenamen van Jannetje van de Werken, weduwe van Jan de Vries, die gewoond heeft en overleden is te Dordrecht, voor 450 gl. aan Anthonia de Groot, weduwe van Jan van Druijnen, koopvrouw te Dordrecht, een huis op de Vest [Boogjes] omtrent de Pelserstraat, staande tussen het huis van de koopster en het erf van Pieter van Boven.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Hendrik, 15 jan. 1737
b. Helena Lijdia, 21 okt. 1740
c. Jan Teerlink, 26 juni 1742
d. Abraham Teerlink, 21 april 1745, volgt VII
e. Johanna, 29 sept. 1747
f. Steeven Teerlink, 13 mrt. 1750, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 29 sept. 1774 (Steeven Teerlingh, ongehuwd, in de Kolfstraat, beste graf)
g. Gerrit Teerlink, 4 sept. 1754
ORA Dordrecht inv. 1759, f. 11: op 30 mei 1786 verkoopt Anthonij Stoel voor 2000 gl. aan Christoffel Rackwis en Gerrit Teerlink, wonende te Dordrecht, een werf met een loods daarop staande in het Kromhout tussen de Vriese- en St.Jorispoort, even buiten Dordrecht, strekkende voor van de straat tot achter op de haven, staande tussen het huis van Cornelis de Jongh en dat van Hendrik Immerzeel.
h. Alijda Teerlink, 11 mei 1757, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 18 febr. 1774 (Krankzinnig- Zieken- en Beterhuis)
VIb. Abraham Teerlink, trouwde Pieternella Antonia van der Vlist
ORA Dordrecht inv. 1664, f. 103v: op 17 april 1764 verklaren Abraham Teerlink en zijn vrouw Pieternella Antonia van der Vlist, wonende in Dordrecht, dat zij hun broer en zuster, Jan Huibert Ghijben en Geertruj Teerling, echtelieden wonende te Dordrecht, schadeloos zullen houden van een borgtocht, waarvoor zij zich gesteld hebben ten behoeve van Catharina Geursen, wonende te Dordrecht, voor de voldoening van een somma van 3000 gl. volgens obligatie verleden voor notaris P. van Gelsdorp op 9 okt. 1759, daarvoor verbindende een huis en pakhuis in de Voorstraattussen Pelser- en Ruitenstraat, staande tussen het huis van Arij Lugten en Pieter Quinting, alsmede een tuin, gelegen aan de Tweede Singel tussen de Hoogt en Spuiweg, liggende naast de tuin of buitenplaats van burgemeester Paulus Gevaerts.
ORA Dordrecht inv. 1665, f. 117: op 6 okt. 1767 verkoopt Abraham Teerlink, wonende te Dordrecht, voor 4540 gl. aan Pieter Quintingh, wonende te Dordrecht, een huis met een tuin en pakhuis erachter, staande tussen de Pelserbrug en Vuilpoort op de Voorstraat aan de landzijde, welk pakhuis zijn ingang heeft in de Pelserstraat, belend door het huis van de weduwe van Arij Lugten aan de ene zijde en dat van de koper aan de andere.
Zoon:
a. Paulus Teerlink, gedoopt NG Dordrecht 14 jan. 1768, trouwde Gerecht Dordrecht 16 mrt. 1805 Anna Clara van der Werff
ORA Dordrecht inv. 1680, f. 25: op 20 mrt. 1804 verkoopt Cornelis Reus, wonende te Dordrecht, voor 1600 gl. aan Paulus Teerlink, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat,staande tussen de Muntsteiger en het huis van Elisabeth Kichelaar/
Zoon:
a-1. Abraham, gedoopt NG Dordrecht 30 april 1806
VII. Abraham Teerlink, gedoopt NG Dordrecht 21 april 1745,jongman van Dordrecht wonende in de Doelstraat (1773), trouwde Gerecht/NG 4 febr. 1773 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Alida de Vries, vrouw van Jan Teerlink, de bruid heeft een verklaring van de secretaris van de weeskamer, dat zij bewijs aan haar kinderen heeft gedaan) Anna (Johanna) Smits, weduwe van Dordrecht wonende in de Heerheymansuysstraat (1773), trouwde 1e Frans van der Kaa
Zoon:
a. Abraham Teerlink, gedoopt NG Dordrecht 5 nov. 1776, kunstschilder, overleden Rome 26 mei 1857, trouwde Anna Muschi

Abraham Teerlink, landschap met herders (1819), Museum van Sorrento in Italië. (foto: A. B. den Haan)

“Abraham Teerlink (gedoopt Dordrecht, 5 november 1776Rome, 26 mei 1857) was een Nederlands kunstschilder en tekenaar.[1] Hij begon met het kopiëren van werken van bekende meesters, maar ontwikkelde zich als een landschapsschilder, met eigen composities van landschappen, vaak met vee.

Teerlink was van 2 oktober 1805 tot 15 september 1807 werkend lid van Teekengenootschap Pictura in Dordrecht. Hij won in 1807 een Prix de Rome en kon met het bijbehorende stipendium in 1808 als “kweekling” van koning Lodewijk Napoleon naar Parijs en Italië. Teerlink verbleef anderhalf jaar in Parijs waar hij onder supervisie van Jacques-Louis David schilderijen in het Louvre bestudeerde en kopieerde, samen met zijn Dordtse vriend Leendert de Koningh. In 1809 vertrok hij naar Rome waar hij zich vanaf 1810 definitief zou vestigen. Naast schilder, was Teerlink in Rome ook professor in de beeldende kunsten.[2] In het buitenland heeft hij zich ook beziggehouden met Franstalige poëzie.

Teerlink trouwde in 1836 met de kunstenares Anna Muschi. Hij keerde nooit naar Nederland terug, hoewel hij werken bleef inzenden voor tentoonstellingen in Nederland, waar hij veel roem oogstte. Hij was lid van de Koninklijke Akademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam. In 1839 werd Teerlink door koning Willem I benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Teerlink overleed in 1857 in Rome.[2]” (Wikipedia)


Abraham Teerlinck, Urinerende ram.