Roobol

I. Arijen Cornelisz. Roobol, bouwman van Rijsoord, wonende in Dubbeldam (1616), weduwnaar van Rijsoord (1632), trouwde 1e NG Dordrecht 31 juli/28 aug. 1616Anneken Jan Willemsdr., van Almkerk, wonende in Dubbeldam (1616), 2e NG Alblasserdam 23 mei 1632 Sijchgen Arien Cornelisdr. (Crijgsman), van Alblasserdam, wonende buiten Dordrecht (1632), dochter van Arijen Cornelisz. Crijgsman en Bastiaentje Crijnen

– 27 dec. 1635: Arijen Cornelisz. Roobol vermeld als belender van een huis buiten de Vriesepoort van Dordrecht, dat is nagelaten door Damis Dircxsz. Claptas. (ONA Dordrecht inv. 100, f. 616v)

– 8 dec. 1641: Arien Cornelis Roobol, van Dubbeldam, getuige bij de doop van Neeltge, dochter van Arien Arien Crijgsman (Crijger) en Adriaentgen Cleijs (NG doopboek Alblasserdam)

4 mrt. 1644: comp. Arijen Cornelisz. Roobol, als vader van Cornelis Arijensz. Roobol, aan wie Arijen Arijensz. Bramen door ongeluk en bij toeval manslag heeft begaan, Jan Arijensz. Roobol en Willem Arijensz. Roobol, broeders van de overledene, Frans Cornelisz., Cornelis Cornelisz., Bastiaen Cornelisz., Pieter Cornelisz., Cuijnder Schoutten, Willem Schoutten, allen ooms en behuwde ooms van de overledene, Pieter Pietersz. Besteman, oudoom van de overledene, Dirck Cornelisz., Jacob Cornelisz. de Heer, Willem Joosten, Jan Teunisz., Frans Dircxz. Gout, Cornelis Dircxz. Gout, Pleun Arijensz. van de Blaeck, Arijen Meeusz., Willem Pietersz. Besteman, allen naaste bloedverwanten van Cornelis Arijensz. Roobol, voor henzelf en vervangende andere, absente of onmondige bloedverwanten van voornoemde Roobol. Zij verklaren overeengekomen te zijn met Arijen Abrahamsz. Bramen, als vader en Ingentgen Dircxsdr., de vrouw van Arijen Arijensz. Bramen,dat, aangezien de manslagdoor ongeluk en bij toeval is geschied, zij Bramen uit de grond van hun hart hebben vergeven, belovende hem daarover niet meer te zullen “moeijen noch molesteren”, op voorwaarde, dat Arijen Arijensz. Braemen gehouden zal zijn alle naaste verwanten van de overledene “den wech te schouwen ende in geene gelagen te comen daer, de selve sijn, wijders dat sijluijden sullen betaelen aen de Armen van Dubbeldam de somme van thijen gulden alsmede alle de costen van de begraefenisse.” Aldus gedaan in tegenwoordigheid van Damis van Slingelant, schout van Dubbeldam en Claes Cornelisz. Fles, koopman te Dordrecht, als getuigen (ONA Dordrecht inv. 4, f. 40r en 40 v)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Cornelis Ariensz. Roobol, overleden t.g.v. een manslag ca. 1644

b. Pieter Arijensz. Roobol, gedoopt NG Dordrecht febr. 1620 (vader: Arijen Cornelisz. op Dubbeldam, naam van de moeder niet vermeld)

c. Jan Ariensz. Roobol

d. Willem Ariensz. Roobol, gedoopt NG Dordrechtfebr. 1625, volgt II

II. Willem Ariensz. Roobol, gedoopt NG Dordrecht febr. 1625, jongman van Dubbeldam, wonende ald., bouwman (1651), trouwde NG Dordrecht 23 juli/6 aug. 1651 (procl. te Charlois)Neeltje Pieters, jonge dochter van Charlois, wonende buiten de Vriesepoort van Dordrecht (1651)

– 30 juli 1663: testament van Grietgen Pieters, weduwe van Arijen Pietersz. Schout, wonende op Dubbeldam. Zij legateert aan Lijsbeth Hendricx, het dochtertje van haar broer Heijndrick Pietersz., die bij haar inwoont, al haar kleren en lijfsieraden, en een bedrag van 200 gl., en aan Willem Roobol en Neeltgen Pietersdr., de zwager en zuster van haar overleden man, een somma van 100 gl. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar ouders, Pieter Teeuwen en Teuntgen Jansdr. Tot voogd stelt zij aan haar goede bekende vriend Willem van Gilst. (ONA Dordrecht inv. 180, f. 413 e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht behalve b):

a. Anneken, 24 sept. 1653

b. Arijen Willemsz. Roobol, gedoopt NG Dubbeldam 30 mei 1655, weduwnaar van Dordrecht, wonende buiten de Vriesepoort (1696), trouwde 1e NN, 2e Gerecht/NG Dordrecht 29 april/14 mei 1696 (de bruidegom geassisteerd met zijn broer Pieter Willemsz., de bruid met haar goede bekende Marijtie van Steen) Catarijna Huijsmans, jonge dochter van Dordrecht,wonende in de Houttuinen (1696)

c. Commertje, 22 nov. 1656

d. Pietertgen Willemsdr. Roobol, 14 febr. 1659, trouwde Abraham Pietersz. Doura

e. Cornelia Willemsdr. Roobol, 14 febr. 1661, trouwde Claes Hendriksz. Blanckert

f. Pieter Willemsz. Roobol, 24 nov. 1662, volgt III

g. Wijntje, 2 juni 1666

h. Jacobus Willemsz. Roobol, 27 sept. 1669, jongman van Dordrecht, wonende buiten de Vriesepoort (1690), tuinder (1699), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 22 okt./13 nov. 1690 Philippa Willemsdr., jonge dochter van Willemstad, wonende op de Nieuwe Haven te Dordrecht (1690)

– 8 sept. 1699: Arij Willemsz. Roobol, Pieter Willemsz. Roobol, Abraham Pietersz. Doura, getrouwd met Pietertje Willemsdr. Roobol,en Claes Hendricksz. Blanckert, getrouwd met Cornelia Willemsdr. Roobol, kinderen en erfgenamen van Willem Ariensz. Roobol, in zijn leven burger van Dordrecht en bouwman buiten de stad, verkopen voor 700 gl. contant aan hun broer Jacobus Willemsz. Roobol, tuinman en burger van Dordrecht, een huis met toebehoren, staande en gelegen buiten de Vriesepoort op grond van de Merwede aan de Hoogendijk, tussen de weide van de heer Zantheuvel en het huis van de heer Van der Kesel. (ORA Dordrecht inv. 869, f. 56v)

III. Pieter Willemsz. Roobol, gedoopt NG Dordrecht 24 nov. 1662, jongman van de Merwede, wonende buiten de Vriesepoort (1683), weduwnaar van Dordrecht (1694),tuinder/”warmoesier” (1683, 1694, 1697),begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 11 sept. 1713 (Pieter Robol, tegenover de Visbrug),trouwde 1e NG Dordrecht 12/28 dec. 1683(per schrijven van Dubbeldam)Geertruijt Pietersdr. Swaen, jonge dochter van Maasland, wonende buiten de Vriesepoort van Dordrecht (1683), 2e Gerecht/NG Dordrecht 2/17 mei 1694 (de bruidegom geassisteerd met zijn broer Arie Willemsz., de bruid met haar moeder) Caatje Carels, jonge dochter van Dordrecht (1694)

– 8 juni 1697: Severijn van Bragt, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Godefridus Schalcken, verkoopt voor 500 gl. contant aan Pieter Willemsz. Roobol, “warmoesier” te Dordrecht, een tuin, gelegen op grond van de Merwede, buiten Dordrecht, in het Peronnepaadje tussen de kruisweg van de Vriesepoort en de kruisweg van de St. Jorispoort, belend door de tuin van Paulus van Hoven en die van Sander de Bond. (ORA Dordrecht inv. 869, f. 38v)

– 10 jan. 1709: Pieter Robol en zijn vrouw Catharina Carels testeren voor notaris Cornelis Kersse, [wiens protocollen niet overgeleverd zijn]. (Weeskamer Dordrecht inv. 31, f. 69)

– 12 aug. 1721: Caatje Carels, weduwe van Pieter Robol, wonende even buiten de Vriesepoort,compareert voor notaris A. Cant te Dordrecht. Zij benoemt tot voogden over haar minderjarige kinderen haar zwager, Jacobus Robol, en Aert Pieterse, huistimmerman. Zij tekent met een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 797, akte 78)

Kinderen:

Ex 1:

a. Willem Pietersz. Roobol, gedoopt NG Dordrecht 6 nov. 1686, volgt IV

b. Arien, gedoopt NG Dordrecht 26 dec. 1690

Ex 2:

c. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 7 mrt. 1696

d. Abraham, geoopt NG Dordrecht 7 april 1698

e. Jacobus, gedoopt NG Dordrecht 23 jan. 1701

IV.Willem Pietersz. Roobol, gedoopt NG Dordrecht 6 nov. 1686, jongman van Dordrecht, wonende bij de Visbrug (1706), weduwnaar wonende buiten de Vriesepoort (1717), tuinder/”warmoesenier”, trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 17 jan./2 febr. 1706 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader, de bruid methaar moeder)Geertruij Jansdr. Verhoeven, jonge dochter van Dordrecht, wonende op de Nieuwbrug (1706), 2e Gerecht/NG Dordrecht 4/18 juli 1717 (de bruid geassisteerd met Geertruij Arijense, vrouw van Cornelis van Boxsel, haar moeder; de geboden gaan in Dubbeldam) Aeltie Camerman, jonge dochter van Veen, wonende buiten de Vriesepoort van Dordrecht (1717), dochter van Arien Arijensz. Camerman en Geertien Antonisse (vriendelijke mededeling van de heer K.P. Schaddelee te Bussum)

– 23 april 1714: Hendrick Lepla, koopman en drappier te Dordrecht, verhuurt voor 10 achtereenvolgende jaren, van Kerstmis 1713 tot Kerstmis 1723, voor 60 gl. per jaar, aan Willem Roobol, “warmoesenier” buiten Dordrecht, een lakenraam, genaamd “de Oude Drappiersraempt”, gelegen achter de blekerij van Casper Jorisse. “Des blijft aen den verhuijrder gereserveert, omme geduijrende dese huijre tot desselfs costen in de voorsz. raemt te mogen hebben ende houden eenen droograemt sonder contradictie van den huijrder”. Akte door Roobol ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 536, akte 15)

– 8 sept. 1725: Willem Roobol, tuinman, wonende op grond van de Merwede, verkoopt voor 190 gl. aan Arij de Bie, wonende te Dordrecht, een tuin met “de plantagie en timmeragie” daarop staande, gelegen in het Oudeland van Dubbeldam. (ORA Dubbeldam inv. 2, f. 301)