Latour (De La Tour)

Geraadpleegde literatuur:

C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht, 2 delen(Zaltbommel 1974)

I. Balthasar de la Tour, geboren naar schatting ca. 1605 in Feu in het Land van Luik, jong geboortig van Feu in het Land van Luik, wonende te Dordrecht(1630), koopman, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 14 juni 1688 (een zwarte baar achter de brouwerij van De Sleutel voor Balte Latoer, koopman, vier maal luiden), trouwde Waals Gereformeerd/NG Dordrecht22 april/7 mei 1630 Janneken Jacobs, jonge dochter van Visé (1630), begraven Dordrecht 18 jan. 1673 (een zwarte baar achter de brouwer van Het Hart voor de vrouw van Baltesar de Latoer, 4 maal luiden)

– 15 aug. 1650: Clara Specx, echtgenote van Tousijn de la Tour steenkoper, als procuratie hebbende van haar man, verkoopt aan Baltasar de la Tour, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven bij de Houten Brug, staande tussen het huis van de erfgenamen van Jacob Sonnemans en dat van kapitein Jan Gernou. Waarborgen: Jacob Rogiers en Claes Jansz. van Riet timmerman, burgers van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 777, f. 136v)

– 8 nov. 1658: Dirck van Herwinen, als administrateur van de weeskamer te Dordrecht, verkoopt aan Baltasar de la Tour, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van de kinderen van mr. Johan Heijdelblock en dat van Pouwels Verbrugge schiptimmerman. (ORA Dordrecht inv. 781, f. 68)

-30 juni 1659: voorwaarden, waarop Anneken Cornelis, weduwe van Willem Jacobsz. de Geus, wil laten veilen een huis, vanouds genaamd “het Molenysser”, met de daarbij horende gang, staande en gelegen op de Nieuwe Haven omtrent de Vleeshouwersstraat tussen het huis van Balthasar de la Tour en het erf van Dionisius van der Dack. Het huis etc. wordt op 1 juli 1659 voor 1660 gl. verkocht aan Balthasar de la Tour. (ONA Dordrecht inv. 179, f. 110 e.v.)

– 7 nov. 1662: Hendrick Jansz., meester-smid en burger van Dordrecht, verkoopt voor 1050 gl. aan Balthasar La Tour, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Lange Houten Brug, genaamd “de Roode Hant”, staande tussen het huis van Dirck Verbuijs steenkoperen dat van Johannes van Bree. Waarborg: Arijen Jochumssen, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 783, f. 139v e.v.)

– 8 nov. 1662: Johannesvan Bree, kuiper en burger van Dordrecht, verkoopt voor 1000 gl. aan Balthasar La Tour, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven omtrent de Grote Houten Brug, vanouds genaamd “Maestricht”, staande tussen het huis van Dirck Verbuijs en dat van de weduwe van Johan van der Straten. (ORA Dordrecht inv. 783, f. 140v)

– 26 april 1663: overeenkomst tussen Balthasar de la Tour, koopman en burger van Dordrecht, en Catharijna Bouwens, weduwe van Johan van der Straten, geassisteer met haar zoon Jacobus van der Straten, betreffende de eigendom van een muur tussen hun respectieve huizen, staande op de Nieuwe Haven achter brouwerij “het Hart”, buiten de achtergevel van het huis van Catharijna Bouwens, alsmede van de heiningmuur achter de voornoemde muur, welke De la Tour heeft laten maken. (ONA Dordrecht inv. 180, f. 336)

Het huis van Balthasar Latour aan de Varkenmarkt (sept. 2011)

Het huis van Latour staat tegenover het poortje van brouwerij “de Sleutel”. (In de hierboven geciteerde begraafinschrijving uit 1688 is daarom sprake van een huis “achter de brouwerij van de Sleutel”.) In de benedenverdieping van het pand Varkenmarkt 128 is tegenwoordig eenkinderdagverblijf gevestigd. (sept. 2011)

De koopman-Maasschipper Balthazar de la Tour kocht in 1662 twee huizen aan de Varkenmarkt en liet het jaar daarna op dezelfde plaats een herenhuis, nu nummer 49/51, bouwen. “Op twee zware cartouches is het stichtingsjaar, anno 1663, aangebracht. De sierlijke bloemfestoenen, die het wapen van het geslacht De la Tour, samen met dat van zijn vrouw omslingeren, zaten vroeger om de thans verdwenen hoofdingang. Merkwaardig is dat het familiewapen [gedurende de Bataafse Revolutie] in 1795 door de daarmede belaste steenhouwers vergeten is toen vanwege de gelijkheid alle wapens afgehakt moesten worden.” Het is overigens het enige herenhuis, dat aan de Varkenmarkt gebouwd is.”De inmiddels in 1655 gegraven Kalkhaven werd meer en meer het bouwterrein voor de pakhuizen en herenhuizen van de kooplieden.” (Lips, o.c., p. 190 e.v.)

Bloemfestoenen aan de gevel van het huis van Latour. (sept. 2011)

– 22 sept. 1679: testament van Balthasar de Latour, koopman en burger van Dordrecht, ziek te bed liggende. Hij legateert aan de huisarmen van de Waalse diaconie te Dordrecht 200 gl. Hij prelegateert aan zijn dochter Maria Latour al de juwelen van haarmoeder zaliger, aan zijn zoon Jacob Latour al zijn boeken en een grote ijzeren kist, en aan zijn zoons Johan en Jacob Latour al zijn kleren.Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn zoon Johan Latour, die in Luik woont, voor 1/3 part, zijn zoon Jacob Latour voor 1/3 part., “ende aenbelangende het resterende derde part verclaerde hij testateur sijne dochter Maria Latour, getrout met Matthijs Paradijs, geïnstitueert te hebben in haere ligitime portie, wesende een derde part in het derde part, ofte gedeelte ’t gene deselve ab intestato van hem testateur soude hebben moeten erven, en dat [aan zijn dochter op haar erfdeel] … sal werden…geïmputeert alle ’t gene hij testateur bij sijn leven aende voorsz. sijne dochter Maria Latour, en desselfs man, heeft verstrekt, en sijlieden aen hem schuldig sijn.” Aangezien hij zijn dochter en haar man reeds aanzienlijke sommen geld heeft gegeven, zullen zijn zoons Johan en Jacob Latour na zijn overlijden uit het erfdeel van Maria’s kinderen een somma van elk 500 rijksdaalders ontvangen.Tot erfgenamen van het resterende 1/3 part benoemt hij de kinderen van Matthijs Paradijs en Maria Latour, van welk erfdeel Matthijs en Maria hun leven lang het vruchtgebruik zullen genieten. Na hun overlijden zullen hun kinderen de eigendom van die goederen erven, en zal hun dochter Janneken Paradijs, “in consideratie van haere gebreckelijkheijt”, uit het betreffende derde part bovendien een somma van 500 gl. krijgen. Tot voogden benoemt hij zijn eerder genoemde zoons en Dionijs Gijsen, voormalig thesaurier van Dordrecht. Hij tekent met een merk. (ONA Dordrecht inv. 353, f. 212 e.v.)

– 14 juni 1685: Jan Hendricxsz. van Eijck, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt voor 460 gl. aan kapitein Ambrosius Wiggers, koopman te Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande omtrent de Lange Houten Brug aan de zijde van de Varkenmarkt tussen het huis van de weduwe van Matthijs Paradijs en het pakhuis van Balthasar de Latour. (ORA Dordrecht inv. 794, f. 27)

– 27 nov. 1688: compareren voor schepenen van Dordrecht Jacob de Latour en Jacob Jacobsz., getrouwd met Maria de Latour, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Jean de Latour en Jean Nicolaij de Bouschier advocaat, getrouwd met Jenneken de Latour, beiden wonende te Luik,zijn, comparants, zwagers, allen kinderen en erfgenamen van Jean de Latour, koopman te Luik. Compareren mede Jacobus Paradijs, wonende te Rotterdam, volgens procuraties gepasseerd voor notaris J. van Dijck te Rotterdam op 6 sept. 1688 en 13 nov. 1688 en Balthasar en Laurens Paradijs, voor zichzelf en als procuratie hebbende van commandeur Matthijs Paradijs en Jenneken Paradijs, hun broer en zuster, volgens procuratie gepasseerd voor dezelfde notaris Van Dijck op 9 nov. 1688, samen met Jacobus Paradijs kinderen van Matthijs Paradijs en Maria de Latour [Latoer], hun ouders zaliger, met nog voornoemde Jacob de Latour, Jacob Jacobsz., Balthasar enLaurens Paradijs en hun broer Matthijs Paradijs, als voogden over de minderjarige belanghebbenden, metname de onmondige kinderen van Matthijs Paradijs en Maria de Latour, samen erfgenamen van wijlen Balthasar de Latour de oude, in zijn leven koopman te Dordrecht, resp. vader en grootvader van comparanten. Zij verkopen voor 2850 gl. contant aan Pieter de Bruijn, ontvanger van de 200e penning en veertigraad te Dordrecht, een huis, waar uithangt “den Engel”, staande op de Nieuwe Haven bij de Lange Houten Brug, tussen het huis van de koper en dat van Johannes van der Linden. (ORA Dordrecht inv. 795, f. 133v e.v.)

– 27 nov. 1688: dezelfde verkopers verkopen voor 3900 gl. contant aan Mattheus van Dijck, koopman te Dordrecht, een huis omtrent de Roobrug op de Nieuwe Haven met het huis daarachter, uitkomende op de Hoge Nieuwstraat, “werdende t selve huijs in twee bewoont”, staande tussen het huis van de verkopers en dat van Johan Weijers en op de Hoge Nieuwstraat belend door het huis van de verkopers aan de ene zijde en het pakhuis van de erfgenamen van Franchois de Want aan de andere zijde. (ORA Dordrecht inv. 795, f. 134 e.v.)

– 27 nov. 1688: dezelfde verkopers verkopen voor 1010 gl. aan Laurens Verop, viskoper en burger van Dordrecht, een huis genaamd”Masijck”, staande op de Varkenmarkt tussen het huis van de verkopers en het huis van de weduwe van Rochus van Wesel. (ORA Dordrecht inv. 795, f. 134v)

-27 nov. 1688: dezelfde verkopers verkopen aan Annavan Bracht, de vrouw van Pieter van der Sluijs, twee huizen, naast elkaar staande in de Vleeshouwersstraat te Dordrecht, tussen de huizen van Wierick Felderbeecq en de weduwe van Lodewijck Frins. De koopsom is 750 gl. contant, waarvan 500 gl. te ontvangen van Davit Hoffman en Bartholomeus Tersier en 250 gl. van Tersier alleen. (ORA Dordrecht inv. 795, f. 135 e.v.)

– 27 nov. 1688: Laurens Verop, viskoper en burger van Dordrecht, is schuldig aan Jacob Fransz., burger van Dordrecht, een somma van 600 gl., verbindende een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van de erfgenamen van Balthasar de Latour en het huis van de weduwe van Rochus van Wesel, alsmede een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen het huis van Dudlij Iris [Irish] en dat van Pieter Mes nomine uxoris. (ORA Dordrecht inv. 795, f. 135 e.v.)

Kinderen:

a. Johan (Jean)de la Tour, gedooptWaals Geref.Dordrecht 28 sept. 1631,woonde in 1679 in Luik

b. Jacob de la Tour, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1633, volgt II

c. Maria Latour, trouwde Matthijs Paradijs

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

c-1. Laurens, 21 april 1663

c-2. Pieter, 17 okt. 1667

c-3. Anna, 9 dec. 1669, vermoedelijk jong overleden

c-4. Anna (Jenneken), 19 jan. 1671

ORA Dordrecht inv. 796, f. 67v e.v.: op 4 febr. 1690 verkoopt Pieter Broeders, twijnder en burger van Dordrecht, als man van Anna Paradijs, dochter van Maria de Latour en zulks mede-erfgename van Balthasar de Latour de Oude, voor 550 gl. aan Arijen Dircxsz. van Driel, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Jacob de Latour en dat van Laurens Verop.

c-5. Maria, 29 april 1673

c-6. Johannes, 3 aug. 1676

II. Jacob de la Tour, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1633, jongman van en wonende te Dordrecht (1656), koopman te Dordrecht, trouwde WaalsGereformeerd/NG Dordrecht 4/27 juni 1656 Maria Weijers, geboren naar schatting ca. 1635,jonge dochter van Dordrecht, wonendeald. (1656), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 9 febr. 1693 (een zwarte baar voor de vrouw van Jakob Latoer koopman op de Varkenmarkt)

– 26 febr. 1680: begraven een kind, boven de 4 jaar oud, van Jacob Latoer koopman, bij de Houten Brug op de Nieuwe Haven (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

– 6 dec. 1680: begraven een kind van Jacob Latoer koopman, op de Nieuwe Haven bij de Houten Brug (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

– 1 dec. 1699: Jacob van Dijck, notaris te Dordrecht, als door het Gerecht van Dordrecht aangesteld totcurator van de boedel van Jacob Latoer, burger van Dordrecht, volgens “appointement” dd 17 okt. 1699, verkoopt voor 1215 gl. aan Arnoldus [Aert] Houbraken, meester-fijnschilder en burger van Dordrecht, een huis, vanouds genaamd”Maastricht”, staande op de Varkenmarkt tussen het huis van Jacob Jacobsz. en dat van Adriaen van Driel. Het huis heeft aan de achterzijde een vrije uitgang op de Nieuwe Haven omtrent het huis van Ambrosius Wiggers. De kooppenningen “sullen gebragt werden inde consignatie deser Stadt, omme daarvan bij sententie van preferentie en concurrentie te werden gedisponeert”. (ORA Dordrecht inv. 801, f. 127v e.v.) Notaris Van Dijck, in dezelfde hoedanigheid, verkoopt op genoemde datumvoor 200 gl.aan Martijnis van Stockum, burger van Dordrecht, een huis genaamd “de Drie Fretten”, staande in de Raamstraat tussen het huis van Cornelis van Nispen en de weduwe van Hendrick Schij [Scheij], en voor 175 gl. aan Willem van Doorn een huis in de Raamstraat, zijnde een gedeelte van het klooster,”corresponderende op d’ gragt” en uitkomende met een gang in de Raamstraat, staande tussen het huis van Lijsbet Ticken [Eijcken], weduwe van Aart Cornelisz. van Spaad, en dat van de weduwe van Hendrick Scheij. (ORA Dordrecht inv. 801, f. 128 e.v.)

Kinderen:

a. Balthasar, gedoopt Waals Geref. Dordrecht 12 aug. 1657 (getuigen: Balthasar de la Tour, Jeanne Weijers)

b. Jennicke Latour, gedoopt NG Dordrecht 24 sept. 1659, jonge dochter van Dordrecht (1678)trouwde NG Dordrecht 25 sept./11 okt. 1678 Pieter Johannesz.Roelands, jongman van Breda (1678)

Kinderen:

b-1. Jacobus Roelands, koopman te Breda

b-2. Pieter Roelands, schepen van Sluis in Vlaanderen

b-3. Maria Catharina Roelands, gedoopt NG Breda 25 mei 1689, overleden Gilze 9 nov. 1732, trouwde Francois Collemans, ontvanger van Gilze

b-4. Johannes Roelands, trouwde Elisabeth Croon, woonde in 1735 bij Bergen op Zoom

c. Maria de la Tour, gedoopt Waals Geref. Dordrecht16 okt. 1661,jonge dochter van Dordrecht, wonende omtrent d Lange Houten Brug (1698), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 1 mei/3 juni 1698 (de bruidegom geassisteerd met zijn goede kennis Pieter Broeders, de bruid met haar goede kennis Magdalena van Haerlem) Leendert van Hinsbergen (van Heijnsbergen), jongman van Nijmegen, wonende achter het Stadhuis [van Dordrecht] (1698)

Kinderen:

c-1. Paulus van Heijnsbergen, gedoopt NG Dordrecht 16 febr. 1699

c-2. Maria van Heijnsbergen, gedoopt NG Dordrecht 28 april 1702, woonde in 1735 te Nijmegen

d. Catrina Latour, gedoopt NG Dordrecht 18 dec. 1662, trouwde NN

Zoon:

d-1. Johan Hendrik Damisse, secretaris van Ginneken en Gilse

e. Willem, gedoopt NG Dordrecht4 mrt. 1665, jong overleden

f. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 5 april 1669

g. Jacob La Tour, gedoopt NG Dordrecht 16 mei 1671, jongman van Dordrecht, wonende op de Varkenmarkt (1699), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 1/16 nov. 1699 (de bruidegom geassisteerd met zijn zwager Leendert van Heijnsbergen, de bruid met haar nicht Cornelia van de Crab) Anna van Dommelen, jonge dochter van Leerbroek, wonende omtrent de Beurs [te Dordrecht] (1699)

Kinderloos overleden.

ORA Dordrecht inv. 818, f. 17 e.v.: op 10 mrt. 1735 compareren voor schepenen te Dordrecht Hendrik Latour, distillateur en burger van Dordrecht, broer van Jacobus Latour, overleden te Dordrecht, voor een vierde part, Adriaan ’t Hooft, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Johan Hendrik Damisse, secretaris van Ginneken en Gilse, nagelaten zoon van wijlen Catharina Latour, die mede een zuster was van Jacobus Latour, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. van Dijck te Sprang op 6 mrt. 1735, voor een vierde part, dezelfde Adriaan ’t Hooft als door de voornoemde procuratie gesubstitueerd zijnde door Johan Hendrik Damisse, als procuratie hebbende van Jacobus Roelands, koopman te Breda, die een zoon was Jenneke Latour, eveneens een zuster van Jacobus Latour, volgens procuratie gepasseerd voor schout en schepenen van Ginneken en Bavel op 23 dec. 1734, dezelfde Adriaan ’t Hooft als door eerder genoemde procuratie dd 6 mrt. 1735 gesubstitueerd zijnde door Johan Hendrik Damisse, als procuratie hebbende van Pieter Roelands, oud-schepen van Sluis in Vlaanderen, zoon van voornoemde Jenneke Latour, volgens procuratie gepasseerd voor notaris L. M. Nemeghen te Sluis op 24 dec. 1734, dezelfde Adriaan ’t Hooft als door het Gerecht van Dordrecht volgens besluit dd 1 febr. 1735 aangesteld tot voogd over de vijf minderjarige kinderen van Francois Collemans, ontvanger te Gilse, verwekt bij Maria Roelands, die ook een dochter was van voornoemde Jenneke Latour, dezelfde Adriaan ’t Hooft als door het Gerecht van Dordrecht bij voornoemd besluit aangesteld tot voogd over de twee minderjarige kinderen van Elisabeth Croon, weduwe van Johannes Roelands, wonende bij Bergen op Zoom, verwekt bij voornoemde Johannes Roelands, die mede een zoon was van voornoemde Jenneke Latour, samen voor een vierde part, en Hendrik La Tour, als procuratie hebbende van Paulus en Maria van Heijnsbergen, beiden nagelaten kinderen van Maria Latour, bij haar verwekt door Leendert van Heijnsbergen, welke Maria Latour eveneens een zuster was van Jacobus La Tour, volgens procuratie gepasseerd voor burgemeesters, schepenen en raden van Nijmegen op 22 dec. 1734, voor een vierde part. De comparanten, als erfgenamen van Jacobus Latour, verkopen voor 665 gl. aan Hendrik Schouten, burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen de hoek van de Dwarsgang en het huis, dat op diezelfde dag is getransporteerd aan Pieter Evenwel. De koper is schuldig aan Jan Rutte, burger van Dordrecht, een somma van 500 gl., verbindende het voornoemde huis.

h. Hendrick La Tour, gedoopt NG Dordrecht 6 dec. 1673, jongman van Dordrecht, wonende op de Varkenmarkt (1699),trouwde Gerecht/NG Dordrecht 25 okt./15 nov. 1699 (de bruidegom geassisteerd met zijn zwager Leonardus van Heijnsbergen, de bruid met haar moeder) Christina van Haerlem, jonge dochter van Dordrecht, wonende omtrent de Beurs (1698)

i. Aletta, gedoopt NG Dordrecht 17 aug. 1677

j. Wilhm, gedoopt NG Dordrecht 18 juli 1678, jong overleden

k. Adriana, gedoopt NG Dordrecht 19 sept. 1679

l. Willem, gedoopt NG Dordrecht 29 nov. 1680