De nakomelingen van Adriaan van Cleijburg

I. Adriaan van Cleijburg Cornelisz., geboren naar schatting ca. 1460,baljuw van Voorne (1494, 1504), overleden ca. 1510, zoon van Cornelis Gillisz. van Cleijburgh en Lijsbeth Pietersdr., trouwde naar schatting ca. 1485 Dignum van Drencwaert, geboren naar schatting ca. 1465 (Ons Voorgeslacht 1983, p. 193 e.v.)

NB: Dignum (of Digna)is een dochter van Willem Bouwensz. van Drenckwaart, geboren naar schattingca. 1435, burgemeester van Dordrecht 1474-1485, overleden 1488, getrouwd met Magtelt van Pallaas. (Johan van Beverwijck, ’t Begin van Hollant in Dordrecht [Dordrecht 1640], p. 18-19).Uit dit huwelijk o.a. een zoon Boudewijn van Drenckwaart, geboren ca. 1468, baljuw en rentmeester van Voorne,overleden Brielle 4 sept. 1496 (28 jaar oud), getrouwd met Margareta van Cleiburg Cornelisdr.Willems Bouwensz.’vader, Boudewijn Willemsz. van Drenckwaart, leenman van Putten, schepen van Geervliet,was eigenaar van een hoeve of woning genaamd “Drenkwaart”, liggende bij het dorp Westenrijk of Zuidland. Hij overleed op 25 nov. 1452 te Geervliet en werd in de kerk aldaar begraven. Hij was getrouwd met Maria van Heenvliet, een bastaarddochter van Zweder van Heenvliet, ridder enbaljuw van West-Voorne 1400-1401.(Gens Nostra 1990, p. 452; S. van Leeuwen, Batavia Illustrata, p. 937-938).

NB: Maria van Heenvliet wordt ook beschouwd als dochter van Zweders broer Jan van Heenvliet, zie: Arnold van der Heijden, Genealogie van de heren van Naaldwijk (Historisch Archief Westland), p. 31-31.

– 11 juli 1495 Joost Cornelisz. bij dode van zijn vader Cornelis Gillisz. beleend met het vierde deel van het ambacht van de slijken van Nieuw Naters oost aan Pancrasgors en een zestiende deelvan het ambacht van Naters, bedijkt met de Nieuwe Gote. (Ons Voorgeslacht 1978, p. 428)

– 19 jan. 1532: Margaretha, dochter van Cornelis [Gillisz.] van Kleiburg beleend met het voornoemde leen bij dode van haar broer Joost van Kleiburg. (Ibidem)

– 20 juli 1538: Nikolaas Bartholomei voor Willem van Drenkwaard Boudewijnsz., burgemeester van Dordrecht, bij dode van Margaretha van Kleiburg, zijn moeder. (Zelfde leen als hierboven: ibidem)

– 20 nov. 1510: Cornelis Adriaen Cornelisz. beleend met 3 gemet land in de parochie van Oostvoorne (leen 232), bij dode van zijn vader. (Ons Voorgeslacht 1978, p. 414)

Kinderen uit dit huwelijk:

a. Heer Willem van Cleijburg, volgt IIa.

b. Neelken, volgt IIb.

c. Lijsbeth, volgt IIc

d. Cornelis Adriaen Cornelisz., overleden tussen 20 nov. 1510 en 7 okt. 1519 (Ons Voorgeslacht 1978, p. 414)

IIa. Heer Willem van Cleijburg, geboren naar schatting ca. 1495,priester en kanunnik van de Grote Kerk te Dordrecht, later kanunnik te Oostvoorne, overleden tussen 1566 en 1586

– 19 april 1543: Pieter Jansz. van Rotterdam verkoopt aan Heer Willem van Cleijenborch, priester en kanunnik van de Grote Kerk, een huis, erf, tuin en toebehoren in de Heer Mathijsstraat [Kolfstraat], staande en gelegen tussen de stadsgracht en ’s herenstraat. Borg: Herman van der Bies Henrixsz. (ORA Dordrecht inv. 693, f. 12)

-5 en 21 aug. 1546: Heer Willem Cleijenborch, priester en kanunnik, cum tutore verleent procuratie aan Willem Vastartsz., zijn neef, en Henrick van Stapeleom te transporteren aan Heer Cornelis Zass een huis en erf, staande en gelegen “in den elleboch van’t Manhuijsstraetge tegens dat Outmanhuijspoert over” tussen de vleesstal van Aert Govertsz. de vleeshouwer en het huis van Heer Jan de Basconter (ORA Dordrecht inv. 695, f. 17v). Koper kent schuldig aan verkoper 4 ponden 13 schellingen 4 duiten Vlaams. Waarborg voor verkoper: mr. Frans Willemsz. cum tutore (id., f 21v)

– 1563-1566 (lijfrenten): heer Willem van Cleijburch ten lijve van Cornelis, zijn natuurlijke zoon, een jaar rente. Idem ten lijve van Digna, zijn dochter en Ariaenken, zijn dochter. (Thesauriersrekeningen Brielle)

– 17 mei 1586: compareert Willem van Beaumont Fransz., als man en voogd van Digna Heijthoven Jacobsdr., als voor 1/3 deel in de helft erfgenaam van wijlen Willem van Cleijborch, enerzijds en Digna Willemsdr. van Cleijburch voor zichzelf en voor het kind van haar overleden broer met haar gekoren voogd, anderzijds.Zij verklaren met elkaar overeengekomen tezijn aangaande “alle de questiën ende gescillen die geresen sijn ende daerover processen sijn geweest so voor den gerechte van den Briel als voor den Hove van Hollant” tussen mr. Adriaen Vastertsz. voor de ene helft en mr. Adriaen Heijthoven, zijn broer Adriaen Heijthoven en voornoemde Willem van Beaumont in zijn voornoemde hoedanigheid, erfgenamen van heer Willem van Cleijborch, in zijn leven kanunnik te Oostvoorne, tegen Willem Heerman, als curator en “toesiender” van de nagelaten kinderen van heer Willem van Cleijborch, legatarissen bij testament van hun vader en wel als volgt: dat Willem van Beaumont “in volle voldoening van sijn aenpaert ende voor sijne quote sal transporteren ende overdragen aan de voorsz. Digna van Cleijburch” een rentebrief van 12 gl. jaarlijks en aan Digna en hetkind vanhaar overleden broer zal uitkeren een somma van 230 gl., te betalen de helftopKerstmis 1586 en de andere helft op Kerstmis 1587.(ORA Dordrecht inv. 738, f. 419r en v)

Hij had tenminste vier natuurlijke kinderen:

a. Cornelis Willemsz.van Cleijburg, overleden in of vóór 1584

– 1584: vermeld wordt het nagelaten weeskind van Cornelis Willemsz. van Cleijburg, grootmoeder van het kind is Hadewij Corstiaans, wonende te Oostvoorne (Hof van Holland). (Kwartierstaat Maryse Barends [internet], kw. 33872)

b. Digna van Cleijburg Willemsdr., overleden ca. 1598

– 26 nov. 1579: op verzoek van Digna Cleijborgh Willemsdr. verklaren Adriaen Jacobsz. Heethouve, brouwer te Dordrecht, 46 jaar oud, en Willem Pauwelsz., secretaris van Dordrecht, 50 jaar oud, dat de rekwirante “alsnoch ende jeghenwoordelijk in levende lijffve is” en woont te Dordrecht in de omgeving van de Grote Kerk. (ORA Dordrecht inv. 713, f. 242)

c. Ariaenken van Cleijburg, overleden vóór 1586

d. Huijch (Hugo) Willemsz. van Cleijburg alias Brouwer, burgemeester van Brielle, overleden tussen 1594-1607

IIb. Neelken (Cornelia) Adriaensdr., trouwde Vastart Willemsz., overleden tussen 1537en 15 juni 1543

– 7 okt. 1519: Vastraad Willemsz. beleend met 3 gemet onder Oostvoorne voor Cornelia Adriaensdr., zijn vrouw, bij dode van Cornelis Adriaensz., haar broer. (Ons Voorgeslacht 1978, p. 414)

– 15 mrt. 1532: Joost van Bronkhorst, kastelein van Oostvoorne, ridder, bij overdracht door Vastraad Willemsz. voor Cornelia, dochter van wijlen Adriaan Cornelisz. van Kleiburg. (Zelfde leen als hierboven: ibidem)

– 15 juni 1543: compareren Neeltge, Vastardt Willemszoons weduwe, voor de ene helft en Willem Vastartsz. voor zichzelf voor 1/4 deel en als procuratie hebbende van mr. Adriaen Vastartsz., zijn broer,voor het resterende 1/4 deel. Zij verkopen aan Cornelis Crooswijck Jansz., schepen van Dordrecht, een huis, erf, “spiker”, tuin en toebehoren, genaamd “Keijserrijck”, staande aan de Poortzijde [Groenmarkt], tussen het huis van Marichen, de weduwe van Damas Philipsz. en dat van Dirck van Bea[u]mont Govertsz. Borg: Willem de Bije Pietersz. (ORA Dordrecht inv. 693, f. 40)

– 6 nov. 1543: Cornelis Wor Jansz. metselaar verkoopt aan Neeltgen Vastert Willemszoons weduwe een huis, staande aan de Poortzijde op de Vogelmarkt [Groenmarkt]aan de havenzijde tussen het huis van Heer WouterPieter Staesz. en dat van Jorden de bakker (ORA Dordrecht inv. 693, f. 71)

– 19 jan. 1544: Cornelia Vastert Willemszoons weduwe is schuldig aan Cornelis Wor Jansz. wegens de koop van voornoemd huis 355Car.gl. Borg: haar zoon Willem Vastertsz., lid van de Achten te Dordrecht (ORA Dordrecht inv. 693, 87v)

Kinderen van Vastart Willemsz. en Neeltgen Adriaensdr.:

a. Willem Vastartsz., achtraad van Dordrecht (1544), overleden vóór 21 mei 1551, trouwde Mariken van Wels

Hij had een natuurlijke zoon:

a-1. Joost Willem Vastersz.

– 13 sept. 1578: Joost, natuurlijke zoon van Willem Vastersz., transporteert aan Huijch Cool Huijgensz., als voogd en momboir over de vier weeskinderen van Clara Cools, zijn overleden zuster, ten behoeve van die kinderen een rentebrief van 24 ponden van 40 groten het stuk jaarlijks en heeft de voornoemde Joost Willem Vastersz. “gehouden bij sijnen desen brieve hem vrij ende vranck toe te comen oock den selffden te mogen versetten ende vercopen tot sijnen belieffe ende vrijen wille ende dat bij consente van sijnen oom Adriaen Vastaertsz.” Hij transporteert tevens aan de voogd van genoemde kinderen een rentebrief van 6 gl. jaarlijks.(ORA Dordrecht inv. 734, f. 116v)

b. mr. Adriaen Vastersz., raad in Friesland

– 21 mei 1551: mr. Adriaen Vastertsz., raad ordinaris van Zijne Majesteits Hof in Friesland en Mariken van Wels, weduwe van Willem Vastertsz., verkopen aan Willem Ockersz., lid van de Achten van Dordrecht, een huis in de Houttuin [Voorstraat], staande tussen het huis van Beatris Cornelis Wittesz. en dat van Sebastiaen Adriaensz. Koper kent schuldig een somma van 1700 gl. van 40groten het stuk. (ORA Dordrecht inv. 721, f. 52v)

IIc. Lijsbeth van Cleijburch (Elisabeth Adriaensdr. van Kleyenburch), geboren naar schatting ca. 1490, overleden in of na 1537, trouwde Jacob Adriaensz. Heijthoven, overleden in of vóór 1578

Kinderen uit dit huwelijk (volgorde willekeurig):

a. mr. Adriaen Heijthove, advocaat voor het Hof van Holland

– 8 juni 1567: mr. Adriaen Heijthoven, advocaat voor het Hof van Holland, Adriaen Jacobsz. Heijthoven voor zichzelf en Willem van Beaumont, als man en voogd van Digna Heijthoven Jacobsdr., verlenen procuratie ad lites aan Rochus Woutersz., schout van Bleskensgraaf. (ORA Dordrecht inv. 707, f. 6v)

Hij had een zoon Joest en twee dochters, waarvan er een Neeltgen heette:

– 1585: de stad Dordrecht betaalt aan Neeltgen, de dochter van mr. Adriaen Heijthoven, 2 ponden lijfrente voor het jaar 1584, betaald bij kwitantie van Niclaes Gregorij. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 2607 [thesauriersrekening Dordrecht], f. 42v)

b. Arien Jacobsz. Heijthoven, brouwer te Dordrecht, geboren ca. 1533, brouwer te Dordrecht, overleden 1611, trouwde Pietertgen Moelens, trouwde 2e 1575 Cornelia Herberts (Herbrechts), overleden 1580 (ORA Dordrecht inv. 736, f. 215, akte dd 26 juli 1581)

– 9 aug. 1578: Adriaen Jacobsz. Heijthoven, brouwer en poorter van Dordrecht, verkoopt aan zijn broer, mr. Adriaen Heethoven, advocaat voor het Hof van Holland, een jaarlijkse losrente van 9 gl., verzekerd op het huis en de brouwerij, waarin hij thans woont. Comp. mede Jacob Adriaensz. Heijthoven, de oudste zoon van de comparant, die verklaart, dat hij zijn oom, mr. Adriaen Heijthoven, “ontlast” en ontslaat van de “onderstanden”, die hij, mr. Adriaen Heijthoven, bewezen heeft aan zijn, Jacobs, vader, aan hemzelf, en aan zijn zusters en broers. Tevens ontslaat hij zijn oom van de borchtocht, waarvoor hij zich samen met wijlen Jacob Adriaensz. Heijthoven en Willem van Beaumont, resp. Jacobs grootvader en oom, verbonden heeft t.b.v. Jacobs vader om te voldoen de uitkoop van zijn, Jacobs, moederlijke goederen. (ORA Dordrecht inv. 713, f. 32v e.v.)

– 26 nov. 1579: op verzoek van Digna Cleijborgh Willemsdr. verklaren Adriaen Jacobsz. Heethouve, brouwer te Dordrecht, 46 jaar oud, en Willem Pauwelsz., secretaris van Dordrecht, 50 jaar oud, dat de rekwirante “alsnoch ende jeghenwoordelijk in levende lijffve is” en woont te Dordrecht in de omgeving van de Grote Kerk. (ORA Dordrecht inv. 713, f. 242)

– 22 nov. 1581: Adriaen Jacobsz. Heijthoven, brouwer te Dordrecht, gaat bij het Hof van Holland in beroep tegen “alsulcke appoinctemente ofte sententie als bij de Camere Juditiale … van Dordrecht [op 7 nov. 1581] … gepronuncieert es tot voordeele van eenen Claes Mathijs voor hem selven ende van wegen de weeskinderen van Michiel Mathijssen ende [tot] achterdeele van hem comparant”. (ORA Dordrecht inv. 714, f. 256v)

– 5 dec. 1581: Adriaen Jacobsz. Heijthoven, brouwer te Dordrecht, verklaart, dat hij “tot satisfactie” van moederlijke goederen van zijn kinderen Willem en Evert Adriaensz., verwekt bij Neeltgen Herbertsdr., zijn tweede vrouw, belooft uit te keren aan elk van beiden een jaarlijkse losrentevan 50 gl., tot wanneer zij 18 jaar zullen zijn geworden. Hij verbindt hiervoor zijn huis en brouwerij, staande in de Kannekopersbuurt aan de Landzijde [Voorstraat], staande tussen de plaats van de erfgenamen van Ghisbert van Haerlem en het huis, genaamd “de Bonte Koe”, in welk huis Thonis Woutersz. de stoeldraaier heeft gewoond en waarin hij is overleden, alsmede een windmolen, genaamd “de Backerinne”, staande buiten de Vuilpoort. Heijthoven herroept deze akte kort daarna, mogelijk nog op dezelfde dag. (ORA Dordrecht inv. 714, f. 264 e.v.)

– 27 mrt.1620 of 1623 comp. voor een Rotterdamse notaris Adriaentje Jorisse, laatst weduwe van Rut Anthonisz., eerder weduwe van Evert Adriaensz. Heythoen. Zij verklaart, dat haar schoonvader Adrianus Heythoen,overleden in 1611,in 1575 is getrouwd met Cornelia Herbrechts of Herberts, die is overleden in 1580. Bij zijn huwelijk heeft hij goederen ingebracht ter waarde van 14.293 gl., die door zijn broer mr. Adriaan Heythoen advocaat zijn verkocht, met inbegrip van de vroonlanden, diecomparante zijn aangekomen vanwegehaar mans grootmoeder Elisabeth Adriaansdr. van Kleyenburg, gelegen in de St. Lijsbethspolder in de omloop van Dirksland. Zij verklaart voorts, dat haar schoonvader,toen hij genoemde vroonlanden heeft laten verkopen, “niet en heeft geweten wat hij dede”, omdat hij toen een oude, blinde, kreupele, doveen arme man was, en dat hij dat niet heeft mogen doen, aangezien die vroonlanden “subiect en legaal sijn weeskinderen verbonden stonden”.Comparantes man Evert is in 1616 op zee verdronken, en begraven te Rotterdam,waarna zij in 1617is hetrouwd met Rut Anthonisse uit Lekkerkerk, die nu ook is overleden. De comparante verklaart, dat zij is ook is”naestende”de portie in de heerlijkheid St.Lijsbethspolder, die haar schoonvadertoekwamen welke eertijdsdoor de tante van haar schoonvader,Cornelia van Kleyenburg, in het jaar 1537 is verkocht aan Jacob Willemsz.De comparante verleent procuratie aan Aert Harmensz. Wor, wonende te Dordrecht, om voornoemde vroonlanden en de portie in de heerlijkheid St.Lijsbethspolder te verkopen.(ONA Rotterdam inv. 117, akte 129, uitkoop dd 18 aug. 1620 en id., inv. 102, akte 65, procuratie dd 27 mrt. 1620 [doorgehaald en vervangen door 27 mrt. 1623])

Kinderen:

b-1. Neelken

b-2. Lijsbet

b-3. Jacob Adriaensz. Heijthoven

b-4. Willem Adriaensz. (ex 2)

b-5. Evert Adriaensz. Heythoen (ex 2), geboren naar schatting ca. 1575overleden 1616,trouwde NG Dordrecht 17 mrt. 1602 (otr.)Adriaentje Jorisse, trouwde 2e Rut Anthonisz.

c. Digna van Heijthoven Jacobsdr., volgt III

III. Digna van Heijthoven Jacobsdr., trouwde naar schatting ca. 1540 Willem van Beaumont Fransz., geboren ca. 1518, schoenmaker te Dordrecht, deken van het Schoenmakersgilde te Dordrecht (ORA Dordrecht 712, f. 10, attestatie dd 23 jan. 1579),overleden na 1601 (Ons Voorgeslacht 1974, p. 50-51), zoon van Frans van Beaumont en Agatha Scrijvers. (M. Balen, Beschryvinge van de stad Dordrecht [Dordrecht 1677])

– 23 aug. 1585: Adriaen Ariensz. Medemblick, burger van Dordrecht, verklaart, “dat hij uijt crachte vande naestinge bij Willem van Beaumont, rechtelijcken aen hem versocht, overgedragen … heeft in gerechte eijgendom aen voorsz. Willem van Beaumont Fransz. … een gerechte dorde paert van zes ende vertich gemeten cosbaer lants gelegen inden ambocht vanden Bommel onder de juerisdictie van Olkensplaete inden landen van Putte … bij den voorschreve Adriaen Ariensz. eertijts gecoft van Adriaen Jaecobsz. Heijthoeven, brouwer tot Dordrecht, den voorsz. Willem van Beaumonts huijsvrouwe broeder, vuijt crachte vande brieve van eijgendom van daete den VIIen decembris anno [1583] … den selven Beaumont overgelevert … ende bekenne in voldoeninge van den landen boeven verhaelt vuijt handen van Haddeman Joostensz. van wegen de voorsz. Beaumont den XVen Novembris anno [1584] … ontfangen te hebben aen gelden de somme van [721 gl.] …” (ORA Dordrecht inv. 738, f. 224)

Kinderen uit dit huwelijk:

a. Elisabeth van Beaumont Willemsdr., trouwde 1e Haddeman Joosten, geboren ca. 1541, korenkoper te Dordrecht,overleden na 1582,2e NG Dordrecht 17 sept. 1589 (ondertrouw) Hendrik van der Stegen

– 28 okt. 1570: op verzoek van Cornelis Lodewijcxsz. bakker leggen Adriaen Jansz. Papendrecht, 30 jaar oud, en Haddeman Joosten korenkoper, ongeveer 28 jaar oud, een verklaring af. Haddeman Joosten getuigt, dat hij op 9 sept. 1570 met anderen geweest is ten huize van Willem Gijsbrechtsz. van Diemen, waar toen mede aanwezig waren de rekwirant, Adriaen Jansz. Papendrecht en Adriaen Ariensz.”opte accordatie van seeckere coopmanschap van terruwe” door Arien Ariensz. van voornoemde Papendrecht gekocht. Nadat zij die overeenkomst besproken hadden, hebben Arien Ariensz. en Papendrecht ruzie gekregen, waarbij eerstgenoemde “zijnen poingaert nemende bij de punt soude den voersz. Arien Jansz. Papendrecht daermede geworpen hebben gehadt te waere tselve bijden requirant … ende andere belet hadde geweest”. De rekwirant heeft Arien zijn ponjaard afgenomen en dreigde die in stukken te breken, waarop Arien tegen hem zei: “Ziet dat ghij mijnen poingaert nijet en breecke off ghij sult daer acht gulden voir geven ende ghij hebt mijnen poingaert willen breecken ende dat zall u noch ter etter ende ten bloede vuijt zweeren”. De rekwirant heeft daarop gereageerd met de volgende of overeenkomstige woorden: “Soude mij dat soe qualijk becomen … soe waer het tijt dat ick toe staech”, waarna hij een kroes wijn heeft gepakt, waarmee hij Arien wilde slaan. De kroes kwam echter op de hand van Haddeman Joosten terecht, “die tselve schutte [afweerde]”. Toen Arien dat zag nam hij een zoutvat van de tafel en sloeg daarmee de rekwirant op het hoofd, zodat het bloed eruit stroomde. De akte eindigt met de mededeling, dat Arien Ariensz. bevestigt al hetgeen Haddeman Joosten verklaard heeft. Dit is echter onlogisch en vermoedelijk wordt hier Adriaen Janz. Papendrecht bedoeld.(ORA Dordrecht inv. 728, f. 14v e.v.)

– ca. 21 nov. 1570: verklaring op verzoek van Willem Becker van Nijmegen door Haddeman Joosten korenkoper, 28 jaar oud, en Adriaen Adriaensz., ongeveer 21 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 709, akte 448)

– 27 febr. 1576: Haddeman Joosz. verkoopt aan Maerten Jansz. schoenmaker een huis in het straatje, genaamd het Kousken, staande tussen het huis van Sion Lus en dat van Jan van Wels. (ORA Dordrecht inv. 711, f. 69v)

– 16 juli 1576: Haddeman Joosten, ongeveer 35 jaar oud, legt op verzoek van David Henricxsz. uit Zwijndrecht, een verklaring af. (ORA Dordrecht inv. 732, f. 155v)

– 21 nov. 1578; Haddeman Joostensz., achtraad van Dordrecht, verleent procuratie aan zijn zwager Pieter Gillisz., schipper van Rotterdam, om te vorderen de interesten, die hem toekomen uit een rentebrief van 4 ponden jaarlijks, sprekende op Cornelis Gillisz., wonende in Heenvliet, die nu betaald worden door Jan Jonckers in Heenvliet, welke rentebrief aan hem is getransporteerd door Huijch Vergoes. (ORA Dordrecht inv. 713, f. 60v)

– 11 febr. 1579: Haddeman Joosten, achtraad van Dordrecht, stelt zich borg voor Pieter Gillisz., schipper van Rotterdam, voor het recht, dat jonkheer Willem van Zuijlen van Nijvelt, schout van Dordrecht, “pretenderende is hem [op Pieter Gillisz.] … te competeren”, waarvoor hij hem heeft laten arresteren en zijn schip “in den boom” doen houden. (ORA Dordrecht inv. 1571, f. 23)

– 19 dec. 1582: comp. voor schepenen van Dordrecht o.a. Haddeman Joosten, “toeziender” van het Armen-Weeshuis te Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 416)

b. Agatha van Beaumont Willemsdr., trouwde 1eNG Dordrecht 31 dec. 1581/16 jan. 1582 Jacob Govertsz. van Eijck, 2e NG Dordrecht 18 juni/11 juli 1589 Cornelis Dirksz. Praam

c. Aaltje van Beaumont Willemsdr., volgt IV

IV. Aaltje van Beaumont Willemsdr,trouwde 1e (vóór 25 mei 1575) Aert (Se)Bastiaensz. (van Houwelingen), zoon van Bastiaan Jacobsz. en Jenne de Jonge, 2e NG Dordrecht 14 jan. 1590 Herman Godschalksz., schipper te Dordrecht

– 25 mei 1575: Aert Sebastiaensz., als man en voogd van Aeltken Willemsdr., verkoopt aan Jopken Soetmansdr., als “muije” van de weeskinderen van Laurens Ariensz. schipper, ten behoeve van die kinderen, een rentebrief (ORA Dordrecht inv. 710, f. 365v)

ORA Dordrecht inv. 1601, f. 49v e.v.: op 6 juni 1624 verklaren Hermen Godschalcxsz., Frans Aertsz., Sebastiaen Aertsz. en Willem Aertsz., voor zichzelf en dedrie laatstgenoemden tevens vervangende hun zuster, Janneken Aertsdr., samen erfgenamen ex testamento van Aeltken van Beaumont, de vrouw van Hermen Godschalcxsz. en moeder van devier voornoemde kinderen, dat zij de goederen, die Aeltken heeft nagelaten, hebben verdeeld, waarbij aan Willemo.a. is toegevallen een huis in de Kannenkopersbuurt, genaamd “’t Joppenvat”, staande tussen het huis van dr. Cornelis van Someren en dat van Jan Henricxsz. Bot. Willem is schuldig aan Hermen een somma van 2520 gl. en aan zijn broers en zuster een bedrag van 1680 gl.

Kinderen:

a. Bastiaen Aertsz. van Houwelingen, gedoopt NG Dordrecht 5 juni 1580, volgt V

b. Frans Aertsz.

c. Willem Aertsz.

d. Janneken Aertsdr. van Houweningen, trouwde ca. 1613 Willem Gerritsz. van Galen, lakenkoper te Oudewater

ORA Dordrecht inv. 1604, f. 35v: op 20 juni 1630 verkoopt Janneken Aertsdr. van Houweningen [sic] voor 1600 gl. aan Cornelis Jansz. schoenmaker een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Henrick Wagens en de poort van de Heelhaaksdoelen. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 1200 gl.

V. Bastiaen Aertsz. van Houwelingen, gedoopt NG Dordrecht 5 juni 1580, weduwnaar van Dordrecht wonende in de Gravenstraat (1633), munter te Dordrecht, trouwde 1eca. 1602Lowijsken Jansdr. van de Bogaert, 2e NG Dordrecht 11 dec. 1633 (ondertrouw) Anneken Jacobsdr. Morel, weduwe van Rotterdam wonende bij de Nieuwbrug (1633), trouwde 1e Christoffel Schrijvers zijdeverver

ORA Dordrecht inv. 753, f. 103: op8 sept. 1612 verkoopt Hendrik Pietersz. Starrenborch aan Bastiaen Aertsz. muntenaar een huis en erf in de Oude Houttuin omtrent de Boom, belend door het huis van Geerit Gijsbertsz., waar uithangt “Delft”.

ORA Dordrecht inv. 1604, f. 22 e.v.: op 19 april 1630 verklaart Bastiaen Aertsz., burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Geertruijt Jans een somma van 100 gl., verbindende een huis in de Oude Houttuin omtrent de Boom, staande tussen het huis van Claes de verver en dat van Gerrit Gijsbertsz.

ORA Dordrecht inv. 1611, f 145v e.v.: op 17 nov. 1646 verkopen notaris Pieter van der Merck, als man van Janneken Spriet, voor zichzelfen als procuratie hebbende van Hadewij Arijenszdr., weduwe van Cleijs Jacobsz., en Jacob Cleijsz. schipper, Marijcken Cleijsdr., meerderjage ongehuwde persoon, Jasper Cornelisz. Spriet, Cornelia Struijs, weduwe van Jan Cornelisz. Spriet, Elias van der Weij, als man van Hillegont Spriet, Cornelis Gerritsz. Romp, Marijcken Gerritsdr., weduwe van Hans Thomas, en Pieterken Gerrits, meerderjarige ongehuwde persoon, samen erfgenamen ex testamento van Bruijn Meijndertsz. en Pieterken Arijensdr., aan de kinderen van Bastiaen Aertsz. van Houweningen een huis in de Torenstraat tussen het huis van Cornelis Fransz. huistimmerman en het Nieuwkerkhof.

Kinderen (o.a.):

Ex 1:

a. NN, gedoopt NG Dordrecht aug. 1602

b. Aert, gedoopt NG Dordrecht dec. 1606

c. Digna Bastiaensdr. van Houwelingen, gedoopt NG Dordrecht april 1609, trouwdeNG Zwijndrecht/Dordrecht 21 nov. 1628Theunis Lambrechtsz., geboren ca. 1601, varend gezel, van Zwijndrecht (1628),

ONA Dordrecht inv. 93, f. 242, akte dd 9 nov. 1655 Pieter Lambertsz., schiptimmerman en burger van Dordrecht, stelt zich borg voor Teunis Lambertsz. en Johannes Bastiaensz. van Houwelingen wegens ongeveer anderhalve morgen land, gelegen in het Oost-Zomerland voor Heinenoord, gemeen met Pieter Leendertsz. van der Wael c.s, welk land zij verkocht hebben aan Pieter Leendertsz. van der Wael, voor zichzelf en namens hun “consorten”, als erfgenamen van Bastiaen Aertsz. van Houwelingen.

d. Johannes Bastiaensz. van Houwelingen,volgt VI.

Ex 2:

e. Alette, gedoopt NG Dordrecht mei 1635

VI. Johannes Bastiaensz. van Houwelingen, geborennaar schatting ca. 1610,jongman van Dordrecht wonende in de Wijngaardstraat (1638), schrijnwerker, gezworenevan de Munt van Holland te Dordrecht,trouwde NG Dordrecht 25 april/11 mei 1638 Jannigje Melis (Nelis), jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijngaardstraat (1638)

ONA Dordrecht inv. 177, f. 309 e.v.: op 19 sept. 1655 verklaren Laurens van Duijnen, provoost van de Munt van Holland, Johannes Bastiaensz. van Houwelingen en Staes Geeritsz. van Wageningen, gezworenen van de Munt van Holland, burgers van Dordrecht, op verzoek van de gezellen van de Munt van Zeeland, dat alle gezellen, die in de Munt te Dordrecht werken, vrijdom genieten van de navolgende imposten en accijnzen, t.w. impost van het gemaal, van de bieren, van de wijnen, van het bestiaal, zowel van wege de stad Dordrecht als de Staten van Holland, van de impost van de boter, het zout en de zeep, alsmede vrijstelling van “tocht ende wacht”.

Kinderen

a. Arnoldus van Houwelingen, gedoopt NG Dordrecht jan. 1639, munter, aanspreker, trouwde 1e Janneken Aertsdr. van Asperen, 2e Jenneken Doorschot

Weeskamer Dordrecht inv. 27, f. 408: op 24 mrt. 1682 in de weeskamer getoond extract uit het testament van Arnoldus Jansz. van Houwelingen, munter, en Janneken Aertsdr. van Asperen, gepasseerd ten overstaan van G. de With, notaris te Dordrecht, op 25 aug. 1663. Zij hebben elkaar benoemd tot voogd over hun minderjarige erfgenamen.

ONA Dordrecht inv. 190, f. 283 e.v.: huwelijkse voorwaarden dd 18 juli 1685 tussen Aernoldus van Houwelingen, aanspreker “ter begraeffenisse” te Dordrecht, weduwnaar, enerzijds en Jenneken Doirschot, jonge dochter, geassisteerd met haar broer Godefroij Doirschot, anderzijds. De bruid zal niet gehouden zijn bij te dragen in de alimentatie van het onmondige voorkind van de bruidegom.

Weeskamer Dordrecht inv. 29, f. 105v: extract uit het testament, dat Jenneken Jansdr. Doorschot, de vrouw van Arnoldus van Houwelingen, heeft gepasseerd op 21 okt. 1693 voor notaris F. Beud te Dordrecht. Zij heeft haar man benoemt tot erfgenaam of bij vooroverlijden diens kinderen.

b. Melis Jansz. (van Houwelingen), gedoopt NG Dordrecht sept. 1641, jongman van Dordrecht wonende in de Wijngaardstraat (1662), schippersgast,trouwde NG Dordrecht/Papendrecht 11/25 juni 1662 Janneken Theunis, weduwe van Dordrecht, wonende in de Torenstraat (1662) trouwde 1e Michiel Machel

Kinderen:

b-1. Jannetje, gedoopt NG Dordrecht 7 sept. 1663

b-2. Cornelia, gedoopt NG Dordrecht 18 okt. 1665

b-3. Lijsbeth, gedoopt NG Dordrecht 22 mei 1669, jonge dochter van Dordrecht (1694), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 11/25 juli 1694 (de bruidegom geassisteerd met zijn oom Marijnis Cool, de bruid met haar moeder) Frans Verhaegen, jongman van Dordrecht (1694)

Kinderen:

b-3-1. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 16 febr. 1695

b-3-2. Jannetje, gedoopt NG Dordrecht 10 mrt. 1697

b-3-3. Melis, gedoopt NG Dordrecht 25 febr. 1699

b-3-4. Hilletje, gedoopt NG Dordrecht 15 okt. 1702

b-3-5. Arien, gedoopt NG Dordrecht 3 juli 1704

b-3-6. Maeijke, gedoopt NG Dordrecht 23 sept. 1706

b-3-7. Theunis, gedoopt NG Dordrecht 15 febr. 1713

b-4. Melis van Houwelingen, gedoopt NG Dordrecht 24 april 1673, jongman van Dordrecht wonende in de Wijngaardstraat (1695), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 14 aug./5 sept. 1695 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Melis van Houwelingen, de bruid met haar moeder Lijsbeth van Dijck, weduwe van Machiel Dernede) Cristina Dernede, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Nieuwkerk (1695)

b-5. Teunis Melisz. van Houwelingen, gedoopt NG Dordrecht 17 okt. 1677, jongman van Dordrecht wonende op het Nieuwkerkhof (1703), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 2/16 dec. 1703 (de bruidegom en bruid geassisteerd met hun resp. moeders) Pleuntie Hendriksdr. Wiemans, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Riedijk (1703)

c. Lowijs, gedoopt NG Dordrecht 6 febr. 1649

d. Bastiaen, gedoopt NG Dordrecht 24 mrt. 1651

e. Salomon van Houwelingen, gedoopt NG Dordrecht 11 okt. 1652, jongman van Dordrecht wonende in de Munt (1680), slotenmaker, trouwde NG Dordrecht 11/26 aug. 1680 Maria Cornelisdr. Kool, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1680)

Kinderen:

e-1. Cornelis van Houwelingen, gedoopt NG Dordrecht 15 april 1686, jongman van Dordrecht wonende op het Bagijnhof (1710), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 27 april/11 mei 1710 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader) Johanna Perriens(Pergens), weduwe van Dordrecht wonende omtrent de Roobrug (1710), trouwde 1e Leendert Coole

e-2. Margarita, gedoopt NG Dordrecht 24 jan. 1688

e-3. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 18 sept. 1689

e-4. Louisa van Houwelingen, geboren naar schatting ca. 1690, jonge dochter van Dordrecht wonende bij het Bagijnhof (1717), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 17 okt./31 okt. 1717 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Leendert van Mechlen, de bruid met haar moeder Maria Kool en met schriftelijk consent van haar vader Salomon van Houwelingen) Pieter van Mechlen, jongman van Dordrecht wonende in de Gravenstraat (1717)

f. Louisjen van Houwelingen, gedoopt NG Dordrecht 6 aug. 1656, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Munt (1684), trouwde NG Dordrecht 13/27 aug. 1684 Reijnier van der Wael, jongman van Dordrecht wonende in de Doelstraat (1684), schiptimmerman

Kinderen:

f-1. Wilhelm, gedoopt NG Dordrecht 28 mrt. 1685

f-2. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 20 okt. 1686

f-3. Jan, gedoopt NG Dordrecht 29 april 1688

f-4. Heijltie, gedoopt NG Dordrecht 28 april 1690

g. Lijsbeth, gedoopt NG Dordrecht 12 okt. 1659