Borret

Huibert Borret

Huijbert (Huijbrecht)Borret (Boret),geborenKerstmis 1655, koopman in spijkers en ijzerte Dordrecht, burger van Dordrecht 10 okt. 1682, overleden te Dordrecht 19 juni 1730*, begraven in de Grote Kerk van Dordrecht met zijn vrouw en zoon Huijbert(zerk), trouwde 1e Luik (St. Jean Bapt.) 12 jan. 1681Anna Waltherij, gedoopt Luik (St. Jean Bapt.) 28 jan. 1661, overleden Dordrecht 27 aug.1704,begraven Dordrecht (Grote Kerk)1 sept. 1704 (Anna Walterij vrouw van Huijbert Boret, het huis met rouw behangen, vier koetsen boven het getal [begraafboek Grote Kerk]), dochter van Pierre Waltherij en Margarite Vinario, 2e Marie Anna Cornélie de Jozée, gedoopt Luik (Ste. Walburge) 24 jan. 1669, overleden ald. 28 sept. 1746, dochter van Pierre de Jozée en Anna Jurin.

* Dodenregister RK gemeente Dordrecht (DTB 80): 19 juni 1730 Dominus Hubertus Borret possessor huijus domus [eigenaar van dit huis, nl. het grote huis aan de Kuipershaven op de hoek van de Schrijversstraat, dat Borret ter beschikking stelde om er rooms-katholieke godsdienstoefeningen te houden] et patronus ecclesiae, provisus viatico ac s. unctione extrema.

Familiewapens Borret en Walteri in de gevel van het huis Kuipershaven 42 (beschrijving van het familiewapen Borretin Nederl. Patriciaat jg. 49 [1963], p. 85). (foto: www.gevelstenen.net)

“Die handel in mee of meekrap [rode verfstof] werd [sedert het einde van de 18e eeuw] uitgeoefend in het pand Kuipershaven 41/42, dat de toepasselijke naam “Het Meevat” draagt. Ter plaatse werd in 1699 door Hubert [Huijbert] Borret een viertal huisjes en kelders gekocht en vervangen door het thans nog bestaande pand. … [In de natuurstenen onderpui bevindt zich een poortje met bovenlicht van smeedijzer, in het midden waarvan een vat is uitgebeeld, oorspronkelijk een spijkervat, later rood geverfd en voorstellende een meevat.] De stichter, Hubert Borret, was een aanzienlijk Luiks koopman, die zich in 1682 als grossier te Dordrecht vestigde. Hij was rooms-katholiek en zijn vestiging hier ter stede stond in verband met de soepele houding der stadsregering tegenover de katholieken sedert 1672. Hubert Borret, vurig katholiek als hij was, is de grondlegger van de rooms-katholieke kerk in Dordrecht geweest. In 1711 deed het schisma in Dordrecht zijn intrede en beide kerken op de Hoge Nieuwstraat en de Voorstraat (het Kruis) bleven eigendom van de oud-katholieken. Hubert Borret stelde alles in het werk om hier een katholiek geestelijke te krijgen en een kerk te stichten. … [Reeds in 1707 werd er een rooms-katholieke] godsdienstoefening gehouden en wel in het huis het Meevat, het fraaie woonhuis van Borret. Uit het kerkelijk register blijkt dat de eerste doopsels en vormsels in de woning van Borret door priesters van buiten werden verricht. Met recht mag men daarom “het Meevat” op de hoek van de Schrijversstraat als de bakermat van katholiek Dordrecht beschouwen. Later werd een ander pakhuis van Borret, eveneens op de Kuipershaven [links van de voormalige pastorie, nu Boumanhuis (verslavingszorg, Kuipershaven 40), welk gebouw dateert van 1903 en aan de linkerzijde staat van “het Meevat”], ook als kerk gebruikt. … In 1717 gelukte het aan Borret om een eigen priester, Leonardus Vinquedes, te krijgen en nadien begint de groei van het aantal katholieken in Dordrecht. Bij zijn dood, in 1730, kon Borret met voldoening op zijn arbeid terugzien. … In de jaren 1737 tot 1739 ging men tot de bouw van een kerk over. Door een gift van f. 2500, – van mevrouw Oem was men in staat twee pakhuizen te kopen en op die plaats een nieuwe kerk te bouwen.” (C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht [Zaltbommel 1974], p. 236-237)

Gevelversiering in het huis Het Meevat aan de Kuipershaven. (Foto: www.gevelstenen.net)

17 okt. 1681: Lambert van Bree kuiper verklaart namens Belia Sam, weduwe van Willem Marckusse, koopvrouw te Keulen, verhuurd te hebben aan Huijbert Borret koopman een huis, vanouds genaamd “de Druijff”, staande op de Nieuwe Haven tussen het huis van de erfgenamen van Matthijs Pompe, heer van Slingeland, van achter uitkomende op de Nieuwe Haven en het huis van de heer Duercant, gedurende vier achtereenvolgende jaren, aanvangende in mei 1682 en voor 230 gl. per jaar. (ONA Dordrecht inv. 314, f. 75)

– Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 9 sept. 1692: een kind van Huijbrecht Boredt koopman in de Druijf bij de brouwerij van de Swaen bij de Schrijversstraat op de Nieuwe Haven “ofte op de kaeij”.

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 47v: op 2 mei 1699 verkoopt Cristina Pompe, weduwe van Burgerus Belaerts, voor 1400 gl. aan Huijbert Borreth, koopman te Dordrecht, vier bovenwoninkjes met kelders, staande en gelegen in en langs de noordzijde van de Schrijversstraat, belend ten zuiden door de Schrijversstraat, ten westen de “gemene” straat lopende langs de haven, ten noorden het pakhuis en erf van verkoopster en ten oosten de stal van verkoopster.

-13 dec. 1704: Digna Maria van Slingeland, weduwe van Louis van der Putten, koopman te Dordrecht, verkoopt voor 8000 gl. aan Hubert Borret en Louis de Court, kooplieden te Dordrecht, een schip, voorheen genaamd “de Maegt” en nu “de Vligende Mercurius”, waar schipper op is Dirck Lants van Rotterdam. Het schip ligt in “Sint Maerten” in Frankrijk en wordt door de weduwe verkocht “sodanigh en in dier voegen als het selve van Amsterdam geëquipeert in zee gelopen is.” (ONA Dordrecht inv. 602, f. 259 e.v.)

– 25 mrt. 1705: Hubert Borret, koopman te Dordrecht, weduwnaar, testeert voor notaris A. Hagoort te Dordrecht. Hij legateert aan zijn nicht Machtildis Treck een somma van 25 rijksdaalders jaarlijks, aan haar zuster 25 rijksdaalders jaarlijks, aan Margareta Waltherij, zuster van zijn overleden vrouw, religieuze in het kloosterDes Anges te Luik 200 pistoletten jaarlijks “voor haere doceurs”, enaan de vier zoons van Leendert Leendertsz. van Mechelen, wonende te Dordrecht, ieder de somma van 100 gl. Hij prelegateert aan zijn twee jongste zoons, Guillaume en Jacobus Borret, elk 2000 gl., ten opzichte, dat hij ten lijve van zijn drie oudste kinderen, m.n. Pieter, Franchoijs en Margareta Borret, gekocht heeft een jaarlijkse lijfrente ten laste van het gemeneland van Holland, elk van 2000 gl. kapitaal. “Ende geconsideeert dat de twee outste soonen van den testateur, met naeme Pieter en Francoijs in de negotie van spijckers en ijser sullen konnen succederen, gelijck hiernaer verders wort verclaert, ofte anders haer proffijt inde coopmanschap sullen konnen doen”, verklaart de testateur nog te prelegateren aan zijn dochter Margareta Borret, zijn zoon Guilliaume Borret en zijn jongste zoon Jacobus Borret elk een somma van 10.000 gl. Tot erfgenamen van zijn al zijn overige na te latengoederen benoemt hij zijn vijf kinderen. Voorwaarde is echter, dat Pieter en Franchoijs op hun twee vijfde parten in de erfenis zullen moetenaannemen voor een somma van 20.000 gl.testateurs twee huizen, genaamd “de Druijff” en “het Spijckervat”, staande op de Nieuwe Haven [Kuipershaven], “de Druijff” tussen het pakhuis “den Toorn”, toebehorende aan de erfgenamen van Abraham Sam, en”het Spijckervat” op de hoek van de Schrijversstraat, alsmede de tuin van de testateur, gelegen in het Berkepad tussen de St. Jorispoort en de Vriesepoort op grond van de Merwede.De testateur wenst, dat de negotie van spijkers en ijzer door Pieter en Francois samen in compagnonschap zal worden gedaan, “soo voor eijge reekeningh als inde commissiën die sijlieden souden mogen crijgen”, ofschoon zij bij het overlijden van de testateur nog minderjarig zullen zijn, en dat dat compagnonschap tenminste 8 jaar zal moeten duren. Voorts, dat Francois bij zijn oudste broer zal mogen inwonen, mits betalende voor zijn kost, drank en inwoning een bedrag van 300 gl. jaarlijks. “Ende geconsidereert [dat] tot het doen der negotie veel penningen van noode sijn, soo sullen …Pieter en Franchois Borret de voorsz. somme van twintich duijsent gulden geduijrende den tijt vande voorsz, acht jaeren op interest mogen houden, en daervan aen haer andere broeders en suster moeten betaelen interest tegens drie gulden tien stuijvers ten hondert int jaer”. Tot executeurs-testamentair en voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemt de testateur mr. Guilliaume Waltherij, advocaat te Luik, en Laurens de Jongh, arts te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 440, akte

– 2 febr. 1719: ondertrouwd voor het Gerecht te Dordrecht Hendrik de Saive, weduwnaar van Luik en Tresia d’ Josee, jonge dochter van Luik, geassisteerd met Huijbert Borret, “haare oom responderende voort consent vande moeder”, getrouwd 26 mrt. 1719 (Trouwboek Gerecht [onderscheiden gezindten] Dordrecht)

– 15 okt. 1720 (acta NG kerkenraad Dordrecht): “Rapporteerd de ouderling Van der Linden, dat sigh geïnformeerd had, aangaande de preekheer van Boiret [sic], en berigt ontfangen had, dat deselve geen Jesuijt, maar een Dominicaner zijn soude.” (SA Dordrecht, archief 27, inv. 12, f. 233)

– 31 okt. 1720 (acta kerkenraad Dordrecht): “Blijft aan den ouderling Van der Linden als nog aanbevolen, om so haast, en so verre mogelik is, te vernemen of de preeckheer van Boiret een Jesuwiet is ofte een Dominikaner.” (ibidem)

– 25 april 1726: Hendrik de Saive en Maria Theresia de Jozé, echtelieden te Dordrecht, benoemen de langstlevende van hen beiden en Huijbert Borret, koopman te Dordrecht, tot voogden over hun gezamenlijke kinderen. Hij benoemt Borret tevens tot voogd over zijn voorkinderen. (ONA Dordrecht inv. 802, akte 34)

– 2 juni 1730: Hubert Borret testeert (besloten testament: zie hieronder)

– 6 nov. 1730: compareert voor notaris A. van Nievelt te Dordrecht Jacob Angelo Borret, koopman te Dordrecht, te kennen gevende, dat zijn vader zaliger in diens besloten testament, gepasseerd op 2 juni 1730, waarvan de akte van opening is gepasseerd op 1 juli 1730 voor dezelfde notaris,bepaald heeft, dat aan ieder van zijn kleinkinderen “aan goede effecten soude moeten werden geadsigneert ofte belegt” een bedrag van 10.000 gl., op voorwaarde, dat ieder van zijn, testateurs, kinderen “van dat fideïcommis aan desselvs kinderen gemaakt sal genieten … het suijvere provenue dat naar betalinge van alle lasten … daarvan sal komen te provenieren”. De comparant verklaart voorts, dat hij ten behoeve van zijn kinderen zal “adsigneren” zodanige effecten als hem bij akte van toedeling uit de boedel van zijn vader zaliger zijn toebedeeld, t.w. 1. een huis op de Nieuwe Haven, staande op de hoek van de “Geschreve Straat” [Schrijversstraat], in welk huis hij thans woont, 2. een pakhuis genaamd “Van den Broeck”, 3. een pakhuis genaamd “N. 1”, 4. een pakhuis genaamd “de Kuijper”, staande naast het huis van de weduwe van Hubert Borret, en 5. een tuin, gelegen buiten de stad Dordrecht in het Berkepad. Al deze effecten zullen legaliter blijven verbonden tot het moment, waarop zijn, comparants, kinderen mondig worden en van de voornoemde somma van 10.000 gl. voldaan en betaald zullen zijn. Compareren mede Jacob Cramer, koopman te Rotterdam, nomine uxoris, en Guilliam Borret, wonende te Luik, die beloven ten behoeve van hun kinderen “ten eersten” gelijke akte van assignatie te zullen passeren, elk ter somma van 10.000 gl. en “met aanwijsinge der effecten”. (Kopie van deze akte in ORA Dordrecht inv. 816, f. 132v e.v.)

– 18 sept. 1730: inventaris van de goederen, nagelaten door Hubert Borret, overleden te Dordrecht op 19 juni 1730, beschreven door notaris A. van Nievelt. Jean Ovelingh en Jacob Cramer, kooplieden te Rotterdam, verklaren, dat zijalle effecten, goederen, schulden en lasten van de boedel te goeder trouw hebben opgegeven en laten inventariseren.

Tot de boedel behoren o.a.:

* een huis met een kelder of pakhuis daaronder, staande aan de zuidzijde van de Nieuwe Haven [Kuipershaven]omtrent brouwerij “De Swaen”

* een huis met pakhuis daaronder, staande op de Nieuwe Haven [Kuipershaven] tussen de Schrijversstraat en het huis van [naam niet ingevuld], waarvan de bovenwoning is verhuurd aan Jacob Angelo Borret

* een pakhuis aan de noordzijde van de Nieuwe Haven [Wolwevershaven], genaamd “Van den Broeck”, staande naast het pakhuis “de Koolput”, omtrent de Walevest

* een pakhuis aan de zuidzijde van de Nieuwe Haven, genaamd “Luijck no. 1”

* een pakhuis, staande naaste het voorgaande, genaamd “no. 2”

* een pakhuis naast het voornoemde woonhuis “ten naeme van Huijbert Borret”

* een tuin buiten de St. Jorispoort in het Berckepad

* obligaties

* contant geld, bedragende een somma van 3868 gl. en 17 st.

* al hetmeubilair, huisraad, goud en zilver is tussen de weduwe en de kinderen van de overledene “tot onderlingh genoege” verdeeld

(ONA Dordrecht inv. 621, f. 196 e.v.)

– 17 febr. 1731 (acta NG kerkenraad Dordrecht): “… raekende het placaet van Haer Ed. Groot Mog. tegens het pausdom, Art. 3 van de … Acte van den 8 feb. rapporteerde de Gecomitteerden dat sij waeren onderrigt geworde, dat den paep van Boret, wiens naem was Leonardus Vinketes, van de ordre der Bedelmunken van St. Dominicus, hier in de Stadt was gekome in den jaere 1712 [sic], geboortig sijnde van Tongeren, drie uuren boven Maestricht in het Lant van Luijck,voor welck rapport de Heere gecommitteerden sijn bedanckt [door de praeses] …, en is hier op geresolveert een commissie te decerneere aen de Heer Praesident Burgemeester deser Stadt om te vertoone dat volgens gemelte placcaet Art. 2 den voorn. paep geremoveert moge worden en sijn daertoe gecommitteert D. praeses en scriba nevens de twee voorsittende Heeren ouderlingen.” (Archief van de NH gemeente Dordrecht [archief 27], inv. 14. f. 11)

– 11 okt. 1731: Henrij de Saive, koopman en winkelier te Dordrecht, als procuratie hebbende van Maria Anna Cornelia de Jozé, weduwe van Hubert Borret, koopman te Dordrecht, verkoopt voor 2250 gl. aan Jacob Angelo Borret, koopman te Dordrecht, een huis met kelder of pakhuis daaronder, staande aan de zuidzijde van de Nieuwe Haven [Kuipershaven], van achteren omtrent brouwerij “de Swaen”, in welk huis Hubert Borret gewoond heeft en waarin hij is overleden. (ORA Dordrecht inv. 816, f. 192)

Kinderen (o.a.; allen ex 1):

a. Huybert Borret, geboren ca. 1682,koopmanen burger vanAntwerpen, overleden 21 sept. 1703, begraven in de Grote Kerk van Dordrecht

– 28 mrt. 1703: Huijbert Borreth, koopman te Dordrecht, verklaart op 26 april 1701 “bij forme van donatie inter vivos [schenking onder de levenden]” aan zijn oudste zoon, Huijbert Borret, koopman en burger van Antwerpen, geschonken te hebben alle goederen, kredieten en “actiën”, welke hem, Borret senior, toekomen in Cadiz en Sevilla, opdat zijn zoon zich daarmee kan vestigen “tot Spaens handelaer en negotiant.” (ONA Dordrecht inv. 722, f. 26 e.v.)

b. Pieter Borret

c. Francois Borret

d. Margareta Anna Borret, jonge dochter wonende te Dordrecht (1713), begraven Rotterdam 29 dec. 1761 (weduwe van Jacob Cramer, liet na 8 meerderjarige kinderen, Grote Kerk, eigen, 4 1/2 uur beluiden, Leuvehaven bij de Zwaansteeg), trouwde Rotterdam (stadstrouw, aangetekend met attestatie van Dordrecht) 5 aug. 1713 (ondertrouw)Jacob Cramer, gedoopt RK Rotterdam (Leeuwenstraat) 12 mrt. 1682, jongman (1713), koopman te Rotterdam, zoon van Dominicus Craemers en Christina Pirots

Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 3 aug. 1713: Jacobus Cramer jongman en koopman te Rotterdam geassisteerd met Christina Pirot weduwe van Dominicus Cramer zijn moeder en Margareta Anna Boret jonge dochter geassisteerd met Hubert Boredt haar vader koopman te Dordrecht, getrouwd op 20aug. 1713 (getrouwd RK Dordrecht 22 aug. 1713)

ORA Dordrecht inv. 1654, f. 108v: op 24 juli 1736 verkoopt Hendrik Kummich, wonende te Rotterdam, als procuratie hebbende van Jacob Cramer, koopman te Rotterdam, voor 1300 gl. aan Matthijs Rens, koopman te Dordrecht, een pakhuis, “gedesigneert met No. 2”, staande op de [Nieuwe] haven tussen brouwerij “de Swaan” en het pakhuis van Jacob Borret, met een vijfde part in een achterwoning, “geapproprieert tot Dienst offeninge”, komende achter tegen het pakhuis van Jacob Borret

e. Guillaume Louis Francois Borret, gedoopt Dordrecht 26 okt. 1698, vestigde zich te Luik, trouwde Luik (Ste. Cath.) 16 mrt. 1719 Maria Dossin.

f. Jacobus Angelus Borret, gedoopt Dordrecht 8 april 1703, koopman te Dordrecht, begraven Antwerpen 11 juli 1767, trouwde ’s Hertogenbosch 3 mei 1722 Anna Maria Catharina van Niel

ORA Dordrecht inv. 819 f 147v d.d. 29-9-1739: Jacob Borret, coopman, verkoopt aan Obbe de Heer, schipper, een geheel huijs en erf genaempt ‘de Druijff’ staande ende gelegen aan de zuijdsijde van de Nieuwe haven omtrent de brouwerije van de Swaan binnen dese stad, belent het pakhuijs op heden getransporteert aen de heer Mr. Herman Franciscus Ketelanus aan de eene en het agter of koetshuijs van Jan de Bruijn aan de andere zijde. Koopsom ƒ 1825,–,plus rantsoen:intotaal ƒ 1870:8 (In margine:volgens de verkoop gepasseerd voor notaris Jacob Beudt.)

ORA Dordrecht inv. 819, f 148, d.d. 29-9-1739: Jacob Borret, coopman, verkoopt aan de heer Mr. Mr. Herman Franciscus Ketelanus, secretaris en administrateur van de Weeskamer: Een pakhuijs en erff alsmede een gangh ofte erff daer benevens off annex staande ende gelegen aan de zuijdsijde van de Nieuwe haven belent de brouwerije van de Swaan aan de ene en het huijs op heden getransporteert aan Obbe de Heer aan de andere zijde. om ƒ 1035:5:0 (Volgens condities gepasseerd voor notaris Jacob Beudt op 6-8-1739.)

[Zie Nederl. Patriciaat, jg. 49 (1963), p. 85 e.v.]