Klootwijk

I. Jacob Pietersz. (van den Eijnde), goudsmid te Dordrecht, overleden vóór 4 okt. 1575,trouwde vóór 1541, Neeltje Dircksdr. vanClootwijck, overledentussen 11 mrt. 1579 en23 jan. 1580, dochter van Dirck Jansz. van Clootwijck, schout/heemraad van ‘s-Grevelduin-Capelle, en Geertruijt Jan Doedijnsdr.

(http://www.klootwijk.net/dak.asp?gen=1087)

– 4 okt. 1575: Jan Jacobsz. Doudijn transporteert aan Dirck Jacobsz. [Clootwijck] en Rochus Grijp, als ooms en voogden van Jacob Pietersz. en Marijcken Pietersdr., onmondige weeskinderen van wijlen Pieter Jacobsz., een rentebrief van 9 gl. jaarlijks, verleden door Herman Adriaensz. huistimmerman,welke hem (Doudijn) ten huwelijk is gegeven door zijn moeder Neeltgen van Clootwijck, weduwe van Jacob Pietersz. goudsmid. (ORA Dordrecht inv. 732, f. 13)

– 11 mrt. 1579: Trijn Blommaerts van Heusden, geassisteerd met Aert Frederix, haar zwager, verklaart, dat zij overeengekomen is met Neeltgen van Clootwijck, weduwe van Jacob Pietersz., dat zij de rente van 6 gl. 5 st. jaarlijks, die Neeltgen en de weeskinderen van Pieter Jacobsz. sprekende hebben op haar, Trijns,huis in Heusden, staande in de Engesteeg, dat nu afgebrand is, zal aflossen met twee termijnen van 50 gl., de eerste met Pasen en de tweede met Kerstmis eerstvolgende. (ORA Dordrecht inv. 1571, f. 32 e.v.)

– 23 jan. 1580: Dirck Jacobsz. goudsmid, Jan Jacobsz. “offslaeger”, Damas Aertsz. van de Poel, als man van Marijken Jacobsdr., Geertruijt Jacobsdr., voornoemde Dirck Jacobsz. nog als oom en voogd van de twee kinderen van wijlen Pieter Jacobsz. goudsmid, en Cornelia Queeckels, als moeder van die weeskinderen, allen erfgenamen van wijlen Neeltken van Clootwijck Dircxdr., weduwe van Jacob Pietersz. “van Huesden”, resp. hun moeder en grootmoeder, transporteren aan Rochus Grijp, generaal van de Munt te Dordrecht, hun zwager een heemraadsrentebrief van twee ponden Vlaams en een rentebrief van drie Rijnse gl. van 20 stuivers het stuk jaarlijks. Genoemde erfgenamen en Rochus Grijp transporteren aan Geertruijt Jacobsdr., hun zuster, een rentebrief van twee ponden jaarlijks. (ORA Dordrecht inv. 714, f. 11 e.v.)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Anna van den Eijnde, geboren naar schatting ca. 1545, overleden 10 juli 1612, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk), trouwde Rochus Grijp, goudsmid, muntmeester-generaal in Holland 1580, idem in de Verenigde Provinciën (commissie 11 juli 1586), overleden 12 nov. 1592, zoon van Joost Grijp en Grietje Doensdr. van den Berch (Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie, deel X [‘s-Gravenhage 1956], p. 99)

Kind:

a-1. Cornelia Grijp (Grijph), geboren naar schatting ca. 1580,trouwde in 1609 Johan Oem, overleden 29 aug. 1630, zoon van Johan Oem Hermansz. en Alienora van Slingeland Jansdr. (Balen, o.c., deel II, p. 1179)

b. Dirck Jacobsz.Clootwijck, geboren ca. 1549, volgt II

c. Maricken Jacobsdr., trouwde Damas Aertsz. van der Poel, muntenaar te Dordrecht

21 jan. 1579: Damas Aertsz. van de Poel verklaart voldaan en betaalt te zijn door zijn oom, Cornelis Cornelisz. Tjong schoenmaker van al hetgeen hij geërfd heeft van Jaepgen Cornelisdr. zijn moeder. (ORA Dordrecht inv. 1571, f. 15)

23 mrt. 1579: Damas Aertsz. van de Poel muntenaar transporteert aan Rochus Grijp, generaal van de Munt van Holland, een rentebrief van 7 gl. jaarlijks, verleden door Cornelis Jansz. bakker. (ORA Dordrecht inv. 1571, f. 37)

16 mei 1592: Damas Aertsz. van de Poel, verkoopt aan zijn zwager Dirck van Clootwijck Jacobsz. een jaarlijkse losrente van 8 gl., verzekerd op een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Henrick de Briever en dat van Henrick de Coninck. (ORA Dordrecht inv. 1556, akte 384)

d. Pieter Jacobsz.Clootwijck, goudsmid te Dordrecht ca. 1572 (ORA Dordrecht inv. 720, akte 286 dd 15 mrt. 1592), overleden vóór 4 okt. 1575, trouwde Cornelia (Neeltgen)Quekel (Queeckels), trouwde 2e Hans van Straelen

– 4 okt. 1575: Jan Jacobsz. Doudijn transporteert aan Dirck Jacobsz. [Clootwijck] en Rochus Grijp, als ooms en voogden van Jacob Pietersz. en Marijcken Pietersdr., onmondige weeskinderen van wijlen Pieter Jacobsz., een rentebrief van 9 gl. jaarlijks, verleden door Herman Adriaensz. huistimmerman,welke hem (Doudijn) ten huwelijk is gegeven door zijn moeder Neeltgen van Clootwijck, weduwe van Jacob Pietersz. goudsmid. (ORA Dordrecht inv. 732, f. 13)

– 1 dec. 1578: Jan Jacobsz. van Oudewater is schuldig aan Hans van Straelen, als man van Neeltgen Queeckels, Vincent Hanneman, als man van Christina Queeckels, en Rochus Grijp en Dirck Jacobsz. [Clootwijck] goudsmid, als ooms en voogden van de kinderen van Neeltgen Queeckels, bij haar verwekt door wijlen Pieter Jacobsz. goudsmid, en het onmondig weeskind van Marija Queeckels, allen erfgenamen van wijlen Jacob Queeckel, in zijn leven baljuw van Zuid-Holland, *wegens de koop van een huis aan de Poortzijde [Wijnstraat] omtrent de Wijnbrug, genaamd “de Wilde Weerelt”, een somma van 700 gl. Borgen: Jan Henricxsz. tingieter en Joest Coenensz. tingieter. (ORA Dordrecht inv. 734, f. 156)

*[ I. Jacob Quekel, ambachtsheer van Wieldrecht en Heeroudelandsambacht, trouwde Marie Halling Ockersdr.

Kinderen (o.a.):

a. Marie Quekel, overleden in 1539, trouwde Gijsbert van de Valk

b. Jacob Quekel, volgt II

II. Jacob Quekel Jacobsz., heer van Wieldrecht, Oudelandsambacht enz., baljuw van Zuid-Holland. Hij overleed in 1558 of 1559. (Inscriptiones Van Buchel, p. 211, 265 en 278 [internet]), trouwde Cornelia Mol Jorisdr., weduwe van Hugo, ambachtsheer van Heerjansdam

Kinderen:

a. Marie Quekel, trouwde N. van der Strenit, uit Brielle

b.Neeltgen Quekel, trouwde Pieter Jacobsz. Clootwijck

c. Jacob Quekel, trouwde Marie van Bucchel

d. Christina Quekel, trouwde Vincent Hanneman Nicasiusz.

(Johan van Beverwijck, ’t Begin van Hollant in Dordrecht [Dordrecht 1640], p. 100-101)]

e. Cornelia Queckels, trouwde Jan Albertsz. van Stralen

– 14 mei 1587: Vincent Hanneman, als “van zijnen huijsvrouwen Christina Queckels”, oom en voogd van de twee weeskinderen van Cornelia Queckels, verwekt door Jan Albertsz. van Stralen, verkoopt aan Dirck van Clootwijck Jacobsz., als oom en voogd van Jacob Pietersz., de zoon van zijn broer, Pieter Jacobsz., verwekt bij Neeltgen Queeckels, de helft van een huis, staande tegenover de Kruiskapel aan de Landzijde[de Kruiskapel stond in de Voorstraat tegenover de Nieuwbrug *]tussen het huis van Adriaen Govertsz. Mozienbrouck en dat van de weduwe en erfgenamen van Jan Sijbertsz. kruidenier. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 488 gl. (ORA Dordrecht inv. 717, f. 175 e.v.)

Kinderen (volgorde onzeker):

d-1. Jacob Pietersz. (Queckel), onmondig in 1587, woonde in 1589 te Utrecht, overleden tussen 23 mrt. 1589 en 25 mei 1589, trouwde NN

– 23 mrt. 1589: Jacob Pietersz. Queckel, “residerende” te Utrecht, transporteert aan zijn oom Dirck Jacobsz.Clootwijckeen rentebrief van 2 ponden groten Vlaams, verleden door Reijer de Jonge Reijersz. op 13 dec. 1557. (ORA Dordrecht inv. 718, f. 218)

– 25 mei 1589: Dirck Jacobsz.Clootwijck, burger van Dordrecht, verklaart, dat van wege Cornelis van Reijnegom, inwoner van Utrecht, door de gezworen kamerbewaarder van Dordrecht arrest is gedaan op een onder hem, comparant, berustende custing- of schepenschuldbrief, sprekende op zeker huis, staande tegenover de Kruiskapel te Dordrecht en toebehorende aan mr. Maximiliaen Bouman chirurgijn, waar nu woont Joachim Jansz. Comparant belooft die custingbrief niet van de hand te doen, voordat Van Reijnegom volledig betaald is van hetgeen hem nog toekomt wegens twee obligaties, die zijn verleden door zijn (Clootwijcks) neef Jacob Pietersz., t.w. een bedrag van 200 gl. (ORA Dordrecht inv. 718, f. 259)

ONA Dordrecht inv. 16, f. 202: testament dd 4 mrt. 1630 van Clementia van Beaumont, ambachtsvrouwe van de Kleine Lindt, weduwe van Arendt Maertensz. Zij legateert o.a. aan de dochters van Jacob van Clootwijck, alias Jacob Queckel, zoon van Cornelia Queckels, genaamd Cornelia en Janneken, wonende te Utrecht, elk een bedrag van 100 gl.

Kinderen:

d-1-1. Cornelia Queckel

d-1-2. Janneken Queckel

d-2. Marijcken Pietersdr.

e. Jan Jacobsz. Doudijn (Dudain, Dudijn), geboren ca. 1551, weduwnaar van Dordrecht (1598), “offslaeger” [afslager = iemand, die bij een openbare verkoping of verpachting belast is met de afslag], trouwde 1e NG Dordrecht 1 jan. 1573 (ondertrouw) Margrijeta Jansdr., 2e NG Dordrecht 8 mrt. 1598 Trijnken Henricxdr. van “Santen” in het Land van Kleef (1598)

[NB: niet dezelfdeals de kunstschilder Jan Doudijn, bekend van o.a. “de Brand van Nieuwkerkte Dordrechtin het jaar 1568”, aangezien die reeds in 1560 een stuk vervaardigde, waarop de munters van de Munt van Holland stonden afgebeeld. (Balen, o.c., p. 682)]

– 17 febr. 1579: Jan Jacobsz. Dudijn, burger van Dordrecht, verleent procuratie ad lites aan mr. Adriaen Dircxsz., procureur voor het Hof van Holland. (ORA Dordrecht inv. 1571, f. 25v)

– 23 jan. 1580: Dirck Jacobsz. goudsmid, Jan Jacobsz. “offslaeger”, Damas Aertsz. van de Poel, als man van Marijken Jacobsdr., Geertruijt Jacobsdr., voornoemde Dirck Jacobsz. nog als oom en voogd van de twee kinderen van wijlen Pieter Jacobsz. goudsmid, en Cornelia Queeckels, als moeder van die weeskinderen, allen erfgenamen van wijlen Neeltken van Clootwijck Dircxdr., weduwe van Jacob Pietersz. “van Huesden”, resp. hun moeder en grootmoeder, transporteren aan Rochus Grijp, generaal van de Munt te Dordrecht, hun zwager een heemraadsrentebrief van twee ponden Vlaams en een rentebrief van drie Rijnse gl. van 20 stuivers het stuk jaarlijks. Genoemde erfgenamen en Rochus Grijp transporteren aan Geertruijt Jacobsdr., hun zuster, een rentebrief van twee ponden jaarlijks. (ORA Dordrecht inv. 714, f. 11 e.v.)

– ORA Dordrecht inv. 714, f. 313: op 7 mei 1582 stelt Jan Jacobsz. Doudin zich borg voor Pieter Jacobsz. Stercke wegens “alzulcke actie ende recht”, waarvoor Caerl Jansz. wijnkuiper hem, Stercke, heeft doen arresteren te Dordrecht.

– 9 juli 1585: Jan Jacobsz. Doudijn transporteert aan zijn broer Dirck Jacobsz. vanClootwijckdrie schepenenschuldbrieven. Hij verkoopt tevens aan zijn broer 1/6 part van “anderhalve gaerde lants gelegen tot Cappel”, hem comparant aangekomen bij overlijden van zijn moeder Neeltgen vanClootwijck. (ORA Dordrecht inv. 738, f. 200v en 201)

– 7 sept. 1586: verklaring op verzoek van Thomas Jansz. koperslager en Jan Jansz. lijndraaier door o.a. Jan Jacobsz. Doudijn, 35 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 739, f. 30)

– 7 aug. 1593: Damas Aertsz. van der Poel muntenaar verkoopt aan Roelant Joosten, viskoper en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Henrick de Briever en dat van Henrick Conincx goudsmid, niet meer belast dan met een rente van 6 gl. jaarlijks, die Lijsken Cors daar op heeft, een rente van 6 gl. jaarlijks, die Jacob van Diemen daar op heeft, een rente van 12 gl. jaarlijks, die Floris Eeuwoutsz. daar op heeft en een rente van 8 gl. jaarlijks, die Dirck Jacobsz.Clootwijckdaar op heeft. Waarborg: Jan Jacobsz. Doudijn. koper kent schuldig aan verkoper een somma van 500 gl., te betalen met 100 gl. alle jaren op meidag. Borg: Henrick de Briever. (ORA Dordrecht inv. 743, f. 80v)

Kinderen van Jan Jacobsz. Doudijn (allen NG gedoopt te Dordrecht):

ex 1:

e-1. Geertruijt, 18 nov. 1579

e-2. Jacob, 11 aug. 1581

e-3. Peter, 23 dec. 1584

e-4. Isaac, 1 juni 1589

ex 2:

e-5. Henric, 1 juli 1599

II. Dirck Jacobsz.Clootwijck, geboren ca. 1549, goudsmid te Dordrecht, overleden vóór 21 sept. 1620, trouwde Margarite Hendricxdr.

– 23 mrt. 1589: Jacob Pietersz. Queckel, “residerende” te Utrecht, transporteert aan zijn oom Dirck Jacobsz.Clootwijckeen rentebrief van 2 ponden groten Vlaams, verleden door Reijer de Jonge Reijersz. op 13 dec. 1557. (ORA Dordrecht inv. 718, f. 218)

– 15 mrt. 1592: op verzoek van de schutmeesters en dekens van de drie schutterijen van Dordrecht verklaren Cornelis Cornelis ’t Jong, ongeveer 66 jaar oud, Henrick Barentsz., essayeur van de Munt, 57 jaar oud en Dirck Jacobsz.Clootwijckgoudsmid, ongeveer 43 jaar oud, bij de eed door hen als schutters gedaan (en Henrick Barentsz. bij zijn ambtseed), dat in het jaar 1572 “het silverwerck vande drie schutteriën deser stede, als silvere coppen, beeckers, ende croesen, geëmployeert is geweest ten dijenste van Zijne Excellentie hooger memoriën tot betalinge van de ruijteren ende knechten doen ter tijdt in Gelderlandt leggende ende dat tzelve silverwerck opte Munte gelevert is in handen van Blasius Boucquet, doen ter tijdt wisselaer ende Rochus Grijp midtsgaders Pieter Jacobsz.Clootwijck, goutsmeden, sonder dat sij deposanten door de lanckheijt van de tijdt onthouden hebben de speciën ende ’t gewicht vandijen. Verclaerende voorts dat van tselve silverwerck geslaghen ofte gemunt zijn geweest penningen van zeven stuvers, nu ter tijt doende thijen stuvers ende dat zoo veele alsser gemunt waren getelt sijn geweest in handen vande thesaurier Mannemaker. Seggende sij deposanten voor redenen van haerlieder wetenschap, dat zij tvoorsz. silverwerck hebben helpen handelen als weesende de voorsz. Cornelis ’t Jong inden jare [1572] deecken bij de schutterie van de geheele haecx binnen deser stede en de voorsz. Dirck Jacobsz. verclaerde, dat hij alle andere tgelt aende voorsz. thesaurier Mannemaker overgetelt heeft.” (ORA Dordrecht inv. 720, akte 286)

ONA Dordrecht inv. 12, f. 632: op 21 sept. 1620 testeert Margarite Hendricxdr., weduwe van Dirck Jacobsz. van Clootwijck, wonende te Dordrecht. Zij bevestigt het testament, dat zij op 29 dec. 1593 gepasseerd heeft met haar man voor notaris F. de Buijlere te Dordrecht, aangevuld met het hierna volgende. Zij wenst, dat haar zoon Dirck van Clootwijck na haar overlijden het huis, staande tussen de Bollensteiger en het huis van Marten Sijmonsz. van Loo, waarin zij woont, overneemt, op voorwaarde, dat hij in de gemeeenschappelijke boedel inbrengt een bedrag van 6000 gl. En dat overeenkomstig het contract, dat is gesloten op 8 febr. 1619 voor notaris P. Eelbo ten overstaan van Jacob en Pieter van Clootwijck en Dirck Lambrechtsz. Hoogemors en Jan de Louter, haar zoons resp. haar schoonzoons.

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Jacob Dirksz. van Clootwijk, trouwde 1e 8 sept. 1602 Catelijna Adriaensdr. Schoormans, 2e 2 april 1606 Mariken Coenen

ONA Dordrecht inv. 10, f. 694: op 24 okt. 1612 verhuurt Marten van Baelen pletsverkoper voor 150 gl. per jaar aan Jacob Dirksz. van Cloetwijck, beiden burgers van Dordrecht, een huis in de buurt van de Kruiskapel, staande tussen het huis van Jacques Lesquesque en het steigertje van het huis van juffrouw Grijp.

ONA Dordrecht inv. 81, f. 279: op 14 okt. 1638 testeert Stijntgen Reijniersdr., weduwe van IJsbrant Dircxsz., inwoonster van Dordrecht. Zij legateert aan de kinderen van Bartelmeeus Jansz., wonende in Beijerland, een bedrag van 12 gl. en aan de kinderen van Jacob Jansz., wonende in Beijerland, een bedrag van 12 gl. Tot haar erfgenamen benoemt ze Adriaen, Pieter, Jacob en Dircxken van Clootwijck, de kinderen van wijlen Jacob Dircxsz. van Clootwijck.

ONA Dordrecht inv. 83, f. 492: testament dd 2 okt. 1643 van Susanna Coenen, weduwe van Anthonij van Nuijssenburch, ziek in bed liggende. Zij wil, dat de goederen, die haar zuster Sara Coenen van haar zal komen te erven en waarvan zij alleen het vruchtgebruik zal hebben, na haar, Sara’s, overlijden zullen komen aan de kinderen van haar overleden broer Jacob Coenen en de kinderen van Maria Coenen, bij haar verwekt door Jacob van Clootwijck.

ONA Dordrecht inv. 84, f. 23: op 18 febr. 1644 verklaren Adriaen en Jacob van Clootwijck Jacobszonen, beiden ongehuwd, burgers van Dordrecht, enerzijds en Dingna Swaen, weduwe van Pieter van Clootwijck Jacobsz., dat zij tot een overeenkomst zijn gekomen betreffende de verdeling van de nalatenschap van Jacob van Clootwijck en Maria Coenen, hun, comparanten, ouders en schoonouders, alsmede ouders van voornoemde Pieter Clootwijck, hun broer resp. man. Daarbij is aan Adriaen en Jacob toebedeeld het huis waarin hun ouders hebben gewoond en zijn overleden. Dingna Zwaen is aanbedeeld aan een somma van 1500 gl. In gemeenschappelijk bezit blijft een aandeel in de Westindische Compagnie (kamer Dordrecht) van 825 gl. kapitaal.

ONA Dordrecht inv. 84, f. 449: op 19 okt. 1645 verklaren ds. Cornelis Sijmonides, predikant in Klundert, weduwnaar van Sara Coenen, enerzijds, en Adriaen van Clootwijck, voor zichzelf en tevens procuratie hebbende van zijn broer Jacob van Clootwijck, Adriaen Coenen, voor zichzelf en als voogd van zijn zuster Geertruijt Coenen, samen erfgenamen van Sara Coenen, anderzijds, dat zij de goederen, die zij nagelaten heeft, hebben verdeeld. Ds. Sijmonides zal aan de erfgenamen voldoen een somma van 2357 gl. 13 st., die Sara Coenen van haar zuster Susanna Coenen heeft “gedeelt”. De erfgenamen behouden o.a. de helft en een derde part in de wederhelft van een huis, staande tegenover het Steegoversloot, genaamd “het Cruijs”, de helft en een derde part in de andere helft in een aandeel van 1600 gl. in de Westindische Compagnie, een obligatie van 118 gl. ten laste van Pieter van Clootwijck, en alle kleren en juwelen van Sara Coenen. Daarvoor zal ds. Sijmonides behouden al de overige goederen, die zijn vrouw heeft nagelaten.

ONA Dordrecht inv. 93, f. 188: op 9 sept. 1655 verklaren Adriaen van Clootwijck en Jacob van Clootwijck, dat zij onderling verdeeld hebben de goederen, die zijn nagelaten door hun ouders, hun broer en zuster, Pieter van Clootwijck en Dircxken van Clootwijck, en hun tantes Sara Coenen, de vrouw van ds. Cornelis Sijmonides, en Susanna Coenen, de vrouw van Anthonij van Nuijssenburch. Daarbij is aan Adriaen toebedeeld het huis, genaamd “de Drie Zilveren Bekers”, staande op de hoek van de steiger tegenover de Munt, waarin zij, comparanten, wonen, de helft van het huisje, staande tegenover het Steegoversloot naast het huis “Altenae” en alle overige goederen. Aan Jacob is toebedeeld al het geld, dat hij van zijn broer gekregen heeft en de alimentatie, die hij na het overlijden van zijn ouders van zijn broer heeft ontvangen of die hij nog krijgen zal.

Kinderen (ex 2):

a-1. Adriaen van Clootwijck Jacobsz., geboren ca. 1609, trouwde 17 april 1644 Catharina Rottermont

ONA Dordrecht inv. 84, f. 305: op 13 mrt. 1645 testeren Adriaen van Clootwijck, zilversmid, en zijn vrouw Catharina Rottermont, wonende te Dordrecht. Hij benoemt tot erfgenamen de kinderen, die hij nog bij zijn vrouw zal verwekken, of bij vooroverlijden van die kinderen zijn broer Jacob van Clootwijck of diens nakomelingen. Zijn vrouw, als zij de langstlevende is, zal gehouden zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk, waarvoor zij genieten zal het vruchtgebruik van die goederen, die hij nalaten zal. Als zij gaat hertrouwen, vervalt haar recht op het vruchtgebruik. Na zijn overlijden of na het overlijden van hun laatste kind, moet de testatrice aan zijn broer een bedrag van 1000 gl. uitkeren. Zij benoemt tot erfgenaam haar man, die gehouden zal zijn aan hun kinderen uit te reiken, die haar, testatrice, aanbestorven zijn bij overlijden van haar moeder Hester Donckers. Als de kinderen voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden, zal haar man het vruchtgebruik genieten van de goederen, die zij heeft geërfd van haar moeder. Als hij echter gaat hertrouwen, zal zijn recht op het vruchtgebruik ophouden. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot voogd.

ONA Dordrecht inv. 84, f. 444: op 3 okt. 1645 verlenen Adriaen Coenen, voor zichzelf en als voogd van Geertruijt Coenen, zijn zuster, en Jacob van Clootwijck, meerderjarige ongehuwde persoon, procuratie aan Adriaen van Clootwijck, resp. hun neef en broer, om te compareren voor mr. Sebastiaen Francke, raad in het Hof van Holland, en van hem aan te horen zodanige eis en conclusie als ds. Cornelis Sijmonides, predikant in Klundert, weduwnaar van hun tante Sara Coenen, tegen hen zal willen entameren.

ONA Dordrecht inv. 85, f. 158: op 4 aug. 1646 verklaren Adriaen en Jacob van Clootwijck ontvangen te hebben van Adriaen Dircxsz. van Angeren, als man van Dingna Swaen, eerder weduwe van Pieter van Clootwijck, hun broer, een somma van 284 gl. 3 st. tot voldoening van hetgeen hun nog toekwam van een obligatie, die zij geërfd hebben van hun tante Sara Coenen, echtgenote van ds. Cornelis Sijmonides.

ONA Dordrecht inv. 91,f. 3: op 5 jan. 1653 verlenen Sijmon Rottermont, muntmeester van Holland, en Adriaen van Clootwijck, als man van Catharina Rottermont, kinderen en erfgenamen van Adriaen van Rottermont, in zijn leven muntmeester van de Munt van Holland, procuratie ad lites van mr. Willem van den Kerkhoven, raad van de Princesse Royale [Maria Stuart, weduwe van stadhouder Willem II] en advocaat voor het Hof van Holland, om waar te nemen het proces, dat kapitein Johan van den Bosch, namens zijn zwager Leonardt Casembroot, tegen de comparanten en hun mede-erfgenamen heeft aangespannen.

ONA Dordrecht inv. 139, f. 509: verklaring dd 25 sept. 1660 door Adriaen van Clootwijck, 51 jaar oud, Steven de Rouw, 37 jaar oud, en Geerit de Veer, 44 jaar oud, resp. deken, oud-deken e overman van het Goud- en Zilversmedengilde te Dordrecht, op verzoek van Abraham Verschueren, deken, en Phlips van den Heuvel, keurmeester van het Goud- en Zilversmedengilde te Rotterdam.

ONA Dordrecht inv. 120, f. 182: op 22 febr. 1661 verklaren kapitein Adriaen van Clootwijck en steven de Rou, dekens, een Franschoijs Leermans, achtman van het Zilversmedengilde te Dordrecht, op verzoek van Pieter Hermansz. Berckhout, zilversmid en burger van Schiedam, dat zij nooit enig zilverwerk, door de rekwirant gemaakt, in stukken hebben geslagen of doen slaan.

ONA Dordrecht inv. 149, f. 231: op 4 dec. 1670 verkopen Maria de Sont, weduwe van Adriaen Coenen, lid van de Oudraad in Dordrecht, Elisabeth Coenen, Lijdia Coenen en Adriana Coenen, mondige voordochters van Adriaen Coenen, en Corstiaen Ghijsen, als voogd over Jacobus en Anthonij Coenen, minderjarige nakinderen van Adriaen Coenen, door hem verwekt bij Maria de Sont, tevens vervangende zijn medvoogden Johan de Wit, ambassadeur van de Republiek in Polen, Cornelius van Vliet, predikant in Utrecht, en Johan de Gelder, koopman te Dordrecht, voor een vierde part, samen vervangende Cornelius van Vliet, als weduwnaar van Geertruijt Coenen, voor een vierde part, en Maerten van Leeuwen, koopman te Dordrecht, als man van Maria van Clootwijck, vervangende zijn schoonmoeder Catharina Rottermondt, weduwe van Adriaen van Clootwijck, voor twee vierde parten, voor 3150 gl. aan Jacob Stoop, bakker en burger van Dordrecht, een huis tegenover de Munt van Holland, staande aan de havenzijde tussen het huis van Thomas Oulrij en dat van Thomas Wittingh.

Kinderen:

a-1-1. Marij van Clootwijck, gedoopt NG Dordrecht 3 mei 1645, trouwde Maerten van Leeuwen, koopman

ONA Dordrecht inv. 296, f. 14: op 10 dec. 1665 maken Maerten van Leeuwen, meerderjarige jongman, koopman en burger van Tiel, en Marija van Clootwijck, jonge dochter, geassisteerd met haar moeder Catharina Rottermont, weduwe van Adriaen van Clootwijck, huwelijkse voorwaarden. Catharina Rottermont zal boven de uitzet, die zij haar dochter zal geven, haar ten huwelijk geven de helft van een huis, genaamd “de Starknoop” of vanouds “het Kruijs”, staande in de Voorstraat tussen het huis “Altena” en het huis “het Wapen van Gelder”, en een heel huis met alle meubels en huisraad, staande in de Voorstraat tussen de Appelsteiger en het huis “de Klock”, en dat op voorwaarde, dat Catharina Rottermont in het huis mag blijven wonen tot het ogenblik, waarop zij gaat hertrouwen. De toekomstige echtgenoten nemen op zich hun moeder jaarlijks haar leven lang een bedrag van 150 gl. uit te keren, welke uitkering zal ophouden wanneer zij weer bij hen in gaat wonen. Indien de bruidegom voor de bruid zal komen te overlijden zonder kinderen na te laten, zal zij behouden de kleinodieën, die hij haar bij het aangaan van het huwelijk zal schenken, alsmede een bedrag van 3000 gl. en alle meubelen, die hij bij het aangaan van het huwelijk zal inbrengen. Voorwaarde daarbij is evenwel, dat de bruid, indien zij gaat hertrouwen, zij aan zijn erfgenamen ab intestato zal overdragen de helft van hetgeen hij haar gegeven heeft. Als zij de eerststervende is, krijgt hij de kleinodieën, die hij haar zal geven, en een bedrag van 2000 gl. Als hij gaat hertrouwen, moet hij de de helft van hetgeen hij krachtens deze huw. voorwaarden heeft gekregen aan haar moeder overdragen, tenzij haar moeder dan niet meer in leven is.

ONA Dordrecht inv. 217, f. 287v: op 14 aug. 1677 testeert Jacob Sonnemans, koopman te Dordrecht. Hij benoemt tot zijn erfgenamen zijn kinderen of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Wanneer hij geen kinderen nalaten zal, benoemt hij tot zijn erfgenamen zijn broer Mateus Sonnemans en de kinderen van Elisabeth en Theodora Sonnemans, zijn zusters, op voorwaarde dat zij aan Hester Rottermont, oudste dochter van muntmeester Simon Rottermont, aan Geertruijt de Bruijn, oudste dochter van Pieter de Bruijn, ontvanger van de 200e penning, en aan het eerste kind van Maria van Clootwijck, bij haar te verwekken door haar man, Maerten van Leeuwen, dat naar hem, testateur vernoemd zal worden, of anders aan Arnoldus van Leeuwen, zoon van Maerten van Leeuwen, elk een bedrag van 1000 gl. zullen uitkeren. Tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemt hij zijn vrouw Magdalena Sonnemans, de advocaat mr. Cornelis Hechtermans en Abraham Maes, koopman te Dordrecht.

a-1-2. Jacob, gedoopt NG Dordrecht 1 aug. 1651

a-2. Jacob van Clootwijk Jacobsz.

ONA Dordrecht inv. 85, f. 154: op 4 aug. 1646 testeert Jacob van Clootwijck, ongehuwde persoon en burger van Dordrecht, Hij legateert aan Sijmon Rottermont een bedrag van 200 gl. Tot erfgenaam van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn broer Adriaen van Clootwijck, op voorwaarde, dat hij van die goederen zijn leven lang alleen het vruchtgebruik zal hebben en waarvan de eigendom na Adriaens dood zal vererven op diens kinderen of bij ontbreken daarvan op de naast bloedverwanten van de testateur. [Voorwaarde daarbij zal zijn, dat, indien zijn broer door ouderdom, ziekte of “quaede fortuijn ende andre ongelucken”, de genoemde goederen zal nodig hebben voor zijn onderhoud, hij die goederen mag gebruiken tot de laatste penning toe. (Deze bepaling ontbreekt in testateurs volgende testament dd 4 aug. 1646 in ONA Dordrecht inv. 85, f. 159.)] Tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemt de testateur zijn broer Adriaen van Clootwijck en Sijmon Rottermont.

ONA Dordrecht inv. 135, f. 492: op 17 nv. 1656 verklaart Jacob van Clootwijck, jongman en burger van Dordrecht, tot restitutie van hetgeen hij jaren lang van zijn broer, kapitein Adriaen van Clootwijck, ontvangen heeft, omvattende bijna al zijn, comparants, goederen, hem te schenken al zijn goederen, op voorwaarde, dat hij, Adriaen, zij nbroer de rest van zijn leven zal onderhouden.

a-3. Pieter van Clootwijck, trouwde Dingna Swaen, trouwde 2e Adriaen Dircxsz. van Angeren

a-4. Dircxken van Clootwijck

b. Pieter Clootwijk, lakenkoper, trouwde 15 april 1607 Grietgen Schalcksdr. Wor

ONA Dordrecht inv. 83, f. 97v: op 8 sept. 1641 verlenen Pieter van Clootwijck, lakenkoper en burger van Dordrecht, als man van Dingna Swaen, voor zichzelf en tevens vervangende Johan Terhagen, als man van Jennetta Swaen, wonende in Woudrichem, procuratie aan Jenneta Swaen en Dingna Swaen, om te compareren in het sterfhuis van Lijntgen Willemsdr., vrouw van Adriaen Rommersz., hun oudtante, overleden te Gastel, en samen met haar overige erfgenamen haar boedel te scheiden.

ONA Dordrecht inv. 110, f. 224: op 10 aug. 1655 testeert Grietgen Schalcken, weduwe van Pieter van Clootwijck, wonende te Dordrecht. zij prelegateert aan haar dochter Cornelia van Clootwijck of bij vooroverlijden haar nakomelingen enige kleren, een oude kleerkast en een somma van 400 gl. en aan haar zoon Dirck van Clootwijck, haar zoon, een gelijk of meerder bedrag, welke hij haar boedel schuldig is wegens de huur van haar huis. Aan haar dochters dochter, Margareta de Veer, legateert zijn enkele kleren en een kleine blokkast. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar zoon Dirck en haar dochter Cornelia of bij vooroverlijden hun kinderen en verdere nakomelingen. Tot voogd over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij Manten Abrahamsz. Oeijens.

Kinderen:

b-1. Dirck van Clootwijck

b-2. Cornelia van Clootwijck, geboren ca. 1612, trouwde Gerrit Michielsz. de Veer, geboren ca. 1616, zilversmid

ONA Dordrecht inv.139, f. 361: verklaring dd 7 juli 1660 door o.a. Cornelia van Clootwijck, de vrouw van Gerrit de Veer, 48 jaar oud.

ONA Dordrecht inv. 139, f. 509: verklaring dd 25 sept. 1660 door o.a. Gerrit de Veer, 44 jaar, overman van het Goud- en Zilversmedengilde te Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 142, f. 587: op 30 sept. 1663 testeren Gerrit Machielsz. de Veer zilversmid en zijn vrouw Cornelia van Clootwijk, hij ziek in bed liggendde, zij gezond. Zij benoemen tot hun erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen bij mondigheid of huwelijk een bedrag van 25 gl. uit te keren.

ONA Dordrecht inv. 143, f. 30: op 23 jan. 1664 verkoopt Cornelia van Clootwijck, weduwe van Gerrit de Veer, goudsmid en burger van Dordrecht, voor 1525 gl. aan Philips Daelman een huis in de Vriesestraat, staande tussen het huis van Machiel Jansz. metselaar en dat van de weduwe van Jan Jacobsz. van Wesel.

c. Jenneken Diericxsdr., trouwde vóór 1 okt. 1601 Dirck Lambrechtsz. Hoogenmors

d. Cornelia van Clootwijck, trouwde Jan de Louter

ONA Dordrecht inv. 88, f. 298: testament dd 15 nov. 1649 van Cornelia Clootwijck, weduwe van Johan de Louter. Zij legateert aan Johannes Cruijslander, zoon van haar dochter Cornelia de Louter, een bedrag van 600 gl., aan Jannetta Cruijslander, dochter van haar dochter Cornelia de Louter, een somma van 600 gl. en aan Louter Cruijslander, zoon van haar dochter Cornelia de Louter, een somma van 1000 gl. Als de drie genoemde kinderen voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden, zullen de legaten toekomen aan het kind van haar overleden dochter Janneken de Louter, bij haar verwekt door Jacob Baenen, of bij vooroverlijden testarices erfgenamen ab intestato. Zij benoemt tot erfgenamen van haar overige na te laten goederen haar dochter Cornelia de Louter en haar kinderen voor de ene helft en het kind van dochter Janneken de Louter voor de wederhelft. Tot voogden benoemt zij haar schoonzoons Jacob Baenen en Isaacq Cruijslander, haar broer Dirck van Clootwijck en haar aangetrouwde neef Pierius Cool.

ONA Dordrecht inv. 90, f. 135: op 9 mei 1651 testeert Cornelia van Clootwijck, weduwe van Johan de Louter, wonende in Sommelsdijk. Zij legateert aan de kerk aldaar een bedrag van 25 gl., aan Johannes Cruijslander, haar kleinzoon, 500 gl., aan Louter Cruijslander, mede haar kleinzoon, 1000 gl., “om redenen dat hij naer haer testatrices man zaliger is genoemt”, aan Jannetta Cruijslander, haar kleindochter, 500 gl. Zij legateert aan haar dochter Cornelia de Louter al haar kleren. Zij benoemt tot erfgename van al haar overige na te laten goederen haar dochter Cornelia de Louter of bij vooroverlijden haar kinderen, voor de helft een Janneken Baene, dochter van wijlen Jannichien de Louter, haar dochter, voor de wederhelft. Tot voogden benoemt zij haar schoonzoons Isaac Cruijslander en Jacob Baene, haar broer Dirck van Clootwijck en haar aangetrouwde neef Geerardt Sprong.

Kinderen:

d-1. Cornelia de Louter (de Loutre), gedoopt NG Dordrecht aug. 1612, trouwde 17 april 1633 Izaak Jansz. Cruijslander

Kinderen:

d-1-1. Johannes Cruijslander, gedoopt NG Dordrecht april 1634

d-1-2. Janneken Cruijslander

d-1-3. Louter Cruijslander

d-2. Janneken de Louter, gedoopt NG Dordrecht april 1617, trouwde Jacob Baenen

e. Dirck Dirksz. Clootwijck, volgt III

III. Dirck Dircksz. Clootwijk, trouwde 8 mei 1616 Maijken Adriaensdr. Hacke

ONA Dordrecht inv. 81, f. 298: op 14 dec. 1638 verkoopt Neeltien Dircxdr. van Clootwijck, weduwe van Jan de Loutre, geassisteerd met haar zwager Jacob Aertsz. Baene, voor 7075 gl. aan haar broer Dirck Dircxsz. van Clootwijck, een huis op de hoek van de Wijnbrug, daaronder begrepen de woning, waarin Pieter Pietersz. Muijshont woont, strekkende voor van de straat tot achter op het Gewet [Grote Appelsteiger] en staande tussen de Wijnbrug en het huis van Geerit Jansz. hoedenkramer.

ONA Dordrecht inv. 86, f. 238: op 18 aug. 1647 testeren Dirck van Clootwijck en diens vrouw Marij Adriaensdr. Hacke, hij ziek in bed liggende, zij gezond. Zij benoemen tot erfgenaam en voogd de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan uit te zetten in kleding, feesten en geld, zoveel als het de langstlevende goeddunken zal. Zij benoemen hun twee getrouwde dochters tot erfgenamen van de eerstoverlijdende in hetgeen zij voor hen betaald hebben aan uitzetting, feesten en geld. Aan de onmondige kinderen maken zij elk een somma van 2500 gl. en aan hun zoon Adriaen bovendien de kleren van de testateur en aan hun dochters Maria en Jannetta de kleren van de testatrice.

ONA Dordrecht inv. 96, f. 44: op 19 april 1661 verklaren Adriaen van Clootwijck, wijnkoper, Pierius Cool, als man van Margarita van Clootwijck, en Maria van Clootwijck, meerderjarige ongehuwde persoon, kinderen van wijlen Dirck van Clootwijck en Maria Adriaensdr. Hacke, dat hen wel bekend is, dat hun ouders verkocht hebben aan Pieter de Roovre, heer van Hardinxveld, 21 morgen 3 hont land, gelegen in vier partijen in West-IJsselmonde.

ONA Dordrecht inv. 96, f. 44v: op 27 mei 1661 verklaart Gerard Henckelius, predikant te Driel, als man van Jannetta Clootwijck, dochter van wijlen Dirck van Clootwijck en Maria Adriaensdr. Hacke, dat hem wel bekend is, dat zijn schoonouders verkocht hebben aan Pieter de Roovre, heer van Hardinxveld, 21 morgen en 3 hont land, liggende in vier partijen in West-IJsslemonde.

Kinderen:

a. Adriaen van Clootwijk, jongman van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug (1657), wijnkoper, trouwde NG Dordrecht/Sommelsdijk 6 mei/25 juni 1657 (procl. te Sommelsdijk) Poulina Baene, jonge dochter van Sommelsdijk en wonende ald. (1657)

ONA Dordrecht inv. 94, f. 213: op 2 febr. 1658 testeren Adriaen van Clootwijck en zijn vrouw Poulina Baene, wonende te Dordrecht, hij gezond en zij ziek in het kinderbed liggende. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen. De langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan een somma van 200 gl. uit te keren.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht)

a-1. Dirck, 1 febr. 1658

a-2. Aart Bane, 25 juli 1659

a-3. Adriaen, 1 aug. 1664

a-4. Alejaen, 13 april 1668

b. Maria van Clootwijck

c. Adriana van Clootwijck, trouwde NG Rotterdam 24 aug. 1642 (ondertrouw) Pieter Roos

ONA Dordrecht inv. 106, f. 3: op 6 jan. 1661 verklaart Pieter Roos, wijnkoper te Rotterdam, aan zijn schoonvader Dirck van Clootwijk, koopman te Dordrecht, getransporteerd te hebben een somma van 3000 gl.

d. Jannetta van Clootwijck, trouwde 24 okt. 1655 Gerhard Henckelius, predikant te Driel

Kind:

d-1. Theodorus Adolphus Henckelius, gedoopt NG Dordrecht 29 okt. 1656

e. Margarita van Clootwijck, trouwde Pierius Cool