Mesjan

I. Claes Jansz., trouwde NN

Kinderen:

a. Adriaen Claesz., volgt II

b. Neelken (Cornelia) Claes Jansdr. [Mes], geboren naar schatting ca. 1575, van Dordrecht (1597), overleden 30 jan. 1651, trouwde NG Dordrecht 6/13 april 1597 Niclaes Jansz. Raeijen, kleermaker van Maastricht (1597)

ONA Dordrecht inv. 87, f. 338: op 14 dec. 1648 testeren Claes Jansz. Raeijen en zijn vrouw Cornelia Claesdr., burgers van Dordrecht. Zij vermaken aan de langstlevende van beiden het vruchtgebruik van alle goederen, die de eerststervende zal nalaten. Zij legateren aan Johan Weller of zijn vrouw of bij vooroverlijden hun kinderen een bedrag van 200 gl. De testateur legateert aan de kinderen en kleinkinderen van zijn overleden broer Gerrit Raeijen samen een bedrag van 750 gl., aan de kinderen en nakomelingen van zijn overleden broer Michiel Raeijen samen eveneens 750 gl. en aan Wilhelmina, Cornelia en Machtelt van den Steen 200 gl. Tot zijn enige erfgename benoemt hij zijn nicht Angneta Laurensdr., die bij de testateur inwoont, wegens de grote diensten, die zij aan hem heeft bewezen. Als de testateur de eerstoverlijdende is en Angenetha Laurensdr. gaat trouwen, zal zijn vrouw aan haar een bedrag van 500 gl. moeten uitreiken. De testatrice legateert aan haar man of bij vooroverlijden zijn erfgenamen een bedrag van 4000 gl. aan goede rentebrieven of obligaties en dat ter compensatie van de schade, die hij geleden heeft door de processen, die haar neef Wijnant Jansz. en zijn schoonvader Frans Claesz. e.a. tegen hem geëntameerd hebben. Zij legateert aan de kinderen van haar nicht Fransie Fransdr. een bedrag van 400 gl. , aan Cornelis Baerthoutsdr., haar “pille”, 200 gl., en aan Wilhelmina, Cornelia en Machtelt van den Steen of de langstlevende van hen drieën 200 gl. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij Jacobmijntgen Jansdr. , dochter van haar broer Jan Claesz., voor de ene helft en Jan Arijensz. Mesjan, Baerthout Arijensz. Mesjan, en Fransken Arijensz. Mesjan, kinderen van haar broer Arijen Claesz., voor de wederhelft, op voorwaarde, dat Baerthout van de door hem te erven goederen zijn leven lang alleen het vruchtgebruik zal hebben. De testateuren wensen, dat hun twee huizen, het ene staande op de Groenmarkt, in welk huis zij wonen, en het andere op de hoek van de Kolfstraat, waarin Gouken Jacobsdr., weduwe van Abraham van de Water, woont, zullen toekomen het ene aan de erfgenamen van de testateur en het andere aan de erfgenamen van de testatrice. Tot executeur en voogd benoemen zij de langstlevende van hen beiden en dijkgraaf Johan van den Steen.

ONA Dordrecht inv. 101, f. 182: inventaris dd 1 nov. 1657 van de goederen, die zijn nagelaten door Nicolaes Jansz. Raeijen en diens vrouw Neeltgen Claesdr. Mes, bevat o.a.:

Baten:

een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Lambrecht Hulsthout en dat van Willem Andriesz., welk huis volgens testament van 14 dec. 1648 moet komen aan de erfgenamen van Nicolaes Jansz. Raeijen,

een huis [in de Voorstraat], staande tussen de Kolfstraat en het huis van Isaack Jansz. Hutten, dat volgens voornoemd testament moet komen aan de erfgenamen van Neeltgen Claesdr. Mes,

rentebrieven en obligaties,

verscheidene “speciën van gelde”, samen bedragende 4739-10-8.

Lasten (o.a.):

Neeltgen Claesdr. Mes heeft geërfd van Lauken Jansdr. een somma van 3388 gl. 3 st., die betaald is aan Augustijn Aertsz. Lefever smid, als man van Jacomijntgen Jan Claesdr. Mes, Wijnandt Jansz, van Houten, als man van Fransken Frans Claesdr. Mes, Jan Arijensz. Mesjan, Fransken Arijensdr. Mesjan en Baerthout Arijensz. Mesjan.

Aan Augustijn Aertsz. Lefever is met goedkeuring van de mede-erfgenamen overgedragen een brief van het graf in de Grote Kerk, gelegen voor de Korenkoperskapel achter de preekstoel, waarop staat een P en een S.

Na aftrek van de lasten resteert een bedrag van 6204- 4-0, waarvan aan Augustijn Aertsz. toekomt de helft, t.w. 3102-2-0, aan Jan Arijensz. Mesjan een derde in de wederhelft, t.w. 1034-08, aan Fransken Arijensdr. Mesjan idem, nl. 1034-0-8, en aan de vijf voor- en nakinderen van Baerthout Arijensz. Mesjan, nl. 1034-0-8.

Het huis op de hoek de Kolfstraat wordt toebedeeld aan Augustijn Aertsz. Lefever.

ONA Dordrecht inv. 90, f. 536: op 3 mei 1652 verklaart Baerthout Arijensz. Mesjan, zoon van wijlen Adriaen Claesz., mede-erfgenaam ab intestato van Neeltgen Claesdr., zijn tante, de vrouw van Nicolaes Jansz. Raijen, dat hij van Raijen ontvangen heeft een bedrag van 376 gl. 9 st. 3 penn., zijnde een derde deel van een derde in een somma van 3388 gl. 3 st., welk bedrag Neeltgen Claesdr. geërfd heeft van haar tante Lauken Jansdr., volgens haar testament, dat zij gepasseerd heeft ten overstaan van notaris H. van Naerden op 12 april 1608. Borgen: Jan Arijensz. Mesjan en Fransken Arijensdr. Mesjan, weduwe van Lodewijck van der Stel.

c. Frans Claesz., trouwde Janken Jansdr.

Kind:

c-1. Fransie Fransdr., gedoopt NG Dordrecht nov. 1586, trouwde Wijnant Jansz. van Houten

d. Jan Claesz., trouwde NN

Kind:

d-1. Jacobmijntgen Jansdr., trouwde NG Dordrecht 18 nov. 1629 Augustijn Aertsz. Lavever

II. Adriaen Claesz., van Dordrecht (1599), overleden tussen 12 juni 1600 en 12 april 1609, trouwde NG Dordrecht 17 okt./4 nov. 1599 Marijken Barthoutsdr., weduwe van Dordrecht (1599, 1609), wonende bij de Vismarkt (1609), trouwde 1e NN, 3e NG Dordrecht 12 april/3 mei 1609 Daniël Cornelisz. Vredenburch, van Dordrecht (1609) 4e Jan Adriaensz. Munter

ORA Dordrecht inv. 745, f. 197 e.v.: op 12 juni 1600 verkopen Arien Claesz., als man van Mariken Baerthoutsdr., en Arien Pietersz. Boon voor 450 gl. aan Claes Ouwensz. van Gorchum [Gorinchem] de helft van een huis genaamd “het Cromhout”, staande in de Visstraat tussen het huis van Nout Cornelisz. viskoper en dat van Joris Celi Engelsman. Waarborg voor Arien Pietersz. Boon: voornoemde Arien Claesz. De koper is schuldig aan Arien Pietersz. Boon wegens koop van 1/4 part 214 gl., waarvan te betalen aan Cornelis Woutersz. bierdrager 173 gl. en aan Arien Pietersz. Boon 41 gl. Borg: Anthoni Henricxsz. van den Beemt.

ONA Dordrecht inv. 61, f. 443: op 22 juni 1645 testeert Marijken Baerthoutsdr., laatst weduwe van Jan Adriaensz. Munter, burgeres van Dordrecht. Zij prelegateert aan haar dochter Francijna Mesjan al haar kleren, juwelen en zilverwerk. Zij wenst dat Francijna op haar erfportie zal aannemen het huis, waarin zij, testatrice, woont, genaamd “Tilburch”, staande omtrent de Grote Vismarkt, met ook de grote kleerkast en bedstee, staande op de grote kamer, mits haar dochter inbrengt in de gemeenschappelijke boedel een bedrag van 3600 gl. Zij prelegateert ook aan Francijna de pacht van twee volgelkooien in Werkendam of de leverantie van de eenden “vandien”, mits haar dochter voldoet, hetgeen zij, testatrice, beloofd heeft aan de kooiker te betalen. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zijn haar zoons Johan en Baerthout Mesjan en haar dochter Francijna of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Zij schenkt aan de beide kinderen van haar zoon Baerthout Mesjan, m.n. Anneken en Petronella, de alimentatie, die zij, toen de kinderen bij haar in de kost woonden, voor hen betaald heeft.

ONA Dordrecht inv. 44, f. 130: op 10 juli 1647 verklaren Geerit Jansz., Jan Willemsz. en Wouter Bastiaensz., allen wonende te Werkendam, dat zij aan Maeijken Barthoutsdr., wonende te Dordrecht, zullen verkopen alle vogels, die zij in hun twee kooien zullen vangen. Jan Arijensz. Mesian, waard in “de Kolf” te Dordrecht, en Francijna Arijensdr., weduwe van Lodewijk van der Stell, stellen zich borg voor Maeijken Barthoutsdr., hun moeder.

Kinderen:

a. Fransken (Francina) Mechan, gedoopt NG Dordrecht febr. 1625, trouwde NG Dordrecht 21 april/7 mei 1624 Lodewijk van der Stel, wijnkoper

ONA Dordrecht inv. 269, f. 66: op 26 april 1663 verklaren Francina Mesian, weduwe van Lodewijck van der Stel, en Maria van der Stel, haar dochter, elkaar tot waarborg gesteld te hebben voor alle lasten en “evictie”, die iemand in de toekomst zal mogen pretenderen, op een tuin buiten de Vriesepoort aan de straatweg naar de St. Jorispoort, liggende tussen de tuin van Willem van der Roer en die van Barent van Radesteijn, welke tuin door Simon van der Stel, resp. hun zoon en broer, is verkocht aan Pieter Waelen.

b. Baerthout Adriaensz. Mesian, volgt III

c. Jan Adriaensz. Mesian, jong gezel van Dordrecht wonende in de Voorstraat tegenover “de Lindeboom” (1623), glasschrijver te Dordrecht, herbergier te Rotterdam, trouwde NG Dordrecht 10 sept. 1623 (ondertrouw) Susanna Theunis Jansdr., wonende in de Kolfstraat in “Amersvoort” (1623), 2e Maeijken Geeritsdr.

ONA Dordrecht inv. 90, f. 540: op 5 mei 1652 verklaart Maeijken Geeritsdr., de vrouw van Jan Arijensz. Mesjan, herbergier wonende te Rotterdam, dat zij haar toestemming verleent aan hetgeen haar man met zijn zuster Fransken Arijnensz. Mesjan wil verkopen uit de goederen, die zijn gekomen uit de erfenis van hun tante Neeltgen Claesdr., de vrouw van Niclaes Jansz. Raeijen, die nog steeds tot aan zijn overlijden het vruchtgebruik van die goederen heeft.

ONA Dordrecht inv. 179, f. 661: op 7 aug. 1661 verklaart Jan Arijensz. Mesjan, burger van Dordrecht, maar wonende te Leiden, schuldig te zijn aan zijn zuster Francijna Arijensdr. Mesjan, weduwe van Lodewijk van der Stel, een bedrag van 100 gl., verbindende daarvoor o.a. de jaarlijkse interest van een kapitaal van 1100 gl., waarvan het vruchtgebruik aan hem is gelegateerd door zijn oudtante van vaderszijde, Lauken Jansdr.

III. Baerthout Adriaensz. Mesjan, geboren ca. 1602, jong gezel van Dordrecht wonende omtrent de Vismarkt (1625), weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Augustijnenkerk (1640), borduurwerker, hoedenkramer, trouwde 1e NG Dordrecht 14 dec. 1625/6 jan. 1626 Geertruijdt Corstiaensdr. Vogelsangh, van Dordrecht woont naast secretaris Mathijs Berck (1625), dochter van Corstiaen Gerritsz.en Maeijken Claesdr., 2e NG Dordrecht 4/27 nov. 1640 Anneken (le of de) Blom Jacobsdr., gedoopt NG Dordrecht nov. 1613, van Dordrecht wonende bij de Augustijnenkerk (1640), dochter van Jacob Gabriëlsz. le Blom en Elisabeth Pietersdr. de Vouw, trouwde 2e ca. 1656 Cornelis Kempenaer

ONA Dordrecht inv. 78, f. 69v: op 16 dec. 1632 legt Barthout Adriaensz. Mesjan, hoedenkramer en burger van Dordrecht, op verzoek van Cornelis Adriaensz. Cruijdenier, burger van Dordrecht, een verklaring af.

ONA Dordrecht inv. 58, f. 696: op 7 juni 1635 passeert Maijken Claesdr., laatst weduwe van Pieter Verhagen *, burgeres van Dordrecht, haar testament. Zij prelegateert aan Maijken Baerthoutsdr. haar zilveren onderriem en aan Anneken Baerthoutsdr. een bedrag van 30 gl. voor het kopen van een zilveren onderriem, overwegende, dat zij aan Petronella en Marguarita Baerthoutsdr. elk als pillegift een zilveren schaal heeft gegeven. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij de vier kinderen van haar overleden dochter Geertruijdt Corstiaensz., bij haar verwekt door Baerthout Mesjan, m.n. Petronella, Marguarita, Maria en Anna Baerthoutsdr. Als die kinderen ongehuwd komen te overlijden, wenst de testatrice, dat de door hen van haar te erven goederen zullen toekomen aan haar erfgenamen ab intestato. Als voogden over haar minderjarige erfgenamen stel zij aan Isaack van der Heijden, predikant te Sliedrecht, haar neef, Wouter Boucquet, haar goede bekende, en haar vader.

* NG trouwboek Dordrecht 26 aug. 1618: Pieter Verhagen boekdrukker weduwnaar van Antwerpen en Maike Claesdr. geboren van Wesel weduwe van Cors Geeritsz. viskoper woont in de Vriesestraat tegenover de molen, getrouwd op 9 sept. 1618

ORA Dordrecht inv. 1607, f. 95 e.v.: op 29 juli 1638 verkopen Jacob Stoop, achtraad van Dordrecht, namens de kinderen van wijlen Maerten van Dilsen, en Dirck Jansz. Both, bakker en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Burchien de Both Jansdr., weduwe van Maerten van Dilsen, aan Baerthout Arijensz. Mesian, burger van Dordrecht, een huis bij het Steegoversloot, staande tussen het huis van de weduwe van Jacob Gabrielsz. en dat van Henrick Henricxsz. bakker. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 1325 gl. Borg: Marijcken Baerthouts, weduwe van Jan Arijensz. munter.

ONA Dordrecht inv. 60, f. 506: op 4 febr. 1642 maakt Elisabeth Pietersdr. de Vouw, weduwe van Jacob le Blom, burgeres van Dordrecht, haar testament. Zij prelegateert aan drie ongehuwde kinderen Catharina, Elisabeth en Jacob Jacobsz. le Blom, boven de 1600 gl., die zij wegens hun vaderlijke goederen hebben ontvangen voor de feesten, kleren, etc., die ook haar getrouwde dochter Anneken le Blom tijdens haar huwelijk heeft gehad, elk een somma van 900 gl. Zij benoemt haar dochter Anneken, de vrouw van Baerthout Arijensz. Mesjan, tot haar erfgenaam in de legitieme portie en tot erfgenamen van al de overige goederen, die zij zal nalaten, haar overige drie kinderen. Zij wenst, dat haar zoon het huis, waarin zij woont, genaamd “de Drije Cramers”, staande bij de Augustijnenkerk, zal aannemen op zijn erfportie, mits hij daarvoor in de gemeenschappelijke boedel inbrengt een bedrag van 2500 gl. Haar beide ongehuwde dochters zullen het huis mogen huren voor 20 Vlaamse ponden per jaar en een derde part in de verponding. De goederen, die haar dochter Anneken zal erven, boven haar legitieme portie, zal moeten beheerd worden door Catharina, de andere dochter van de testatrice.

20 juni 1646: verkoopt Baerthout Mesian, burger van Dordrecht, aan Genefaes Hermans, beenhakker en burger van Dordrecht, een huis omtrent het Steegoversloot, genaamd “den Coninck van Vranckrijck”, staande tussen het huis van Jacob Gabriëlsz. le Blom en het huis van Geerit Henricxsz. Waarborg: Jan Ariensz. Mesian, burger van Dordrecht. Koper verkoopt aan Gijsbert van Dalen ten behoeve van de drie kinderen van verkoper, verwekt bij wijlen Geertruijt Corstiaensdr., zijn overleden vrouw, een jaarlijkse losrente van 55 gl., verzekerd op het voornoemde huis. Borg: Arijen Jansz., beenhakker en burger van Dordrecht. ORA Dordrecht inv. 775 (oud), f. 121 e.v.)

21 juli 1651: Abraham Andriesz., voor zichzelf en als procuratie hebbende van Adriaen van Bonckelwaert, Clara van Bonckelwaert, weduwe van Abraham Schut, Cornelis van Bavel, als man van Maeijken Andries, Isaac Andriesz., Hendrick Cornelisz, als man van Lijsbeth Isaecx, Andries Andriesz., Anthonij Vogelsanck, Michiel Vogelsanck en Margreta Vogelsanck, allen erfgenamen van Pieter Verhagen en Maeijken Baerthoutsdr. Mesian, Dirck Tegelberch, als man van Petronella Baerthoutsdr. Mesian, voor zichzelf en vervangende Ridchard Farington, als echtgenoot van Anneken Baerthoutsdr. Mesian, allen erfgenamen van wijlen Mariken Claesdr., weduwe van Pieter Verhagen, verkopen aan Roelant Isaacxsz. van Stabroeck, burger van Dordrecht, een huis [in de Voorstraat] omtrent de Wijnbrug, staande tussen het huis of de poort [de Berckepoort] van mr. Matthijs Berck, heervan Godschalksoord, raadpensionaris en secretaris van Dordrecht, en het huis van Laurens Michielsz. van Leen. Waarborgen: Abraham Andriesz., Michiel Vogelsanck en Dirck Tegelberch. Koper is schuldig aan Elisabeth van Deuren, weduwe van Gijsbert Harincx, 2100 gl. Borgen: Johannes Isaacxsz. van Staebroeck, bode van Dordrecht op Zeeland. (ORA Dordrecht inv. 778 (oud), f. 57 e.v.)

ONA Dordrecht inv. 111, f. 301: op 27 juli 1656 comp. Anna Jacobsdr. de Blom, weduwe van Baerthout Messian, wonende te Dordrecht, geassisteerd met Cornelis Kempenaer, wonende te Utrecht, enerzijds en Jacob de Blom enJan Joosten Villeboort, als man van Catarina de Blom, als oom en aangetrouwde oom van Elisabeth en Cornelia Messian, kinderen van wijlen Baerthout Messian en Anna de Blom, anderzijds. Anna Jacobsdr. de Blom verklaart, dat zijn binnenkort gaat hertrouwen met Cornelis Kempenaer als haar tweede man en dat haar kinderen van haar eerste man geen goederen geërfd hebben. Derhalve wil zij aan haar beide kinderen als schenking onder de levenden elk een bedrag en een fatsoenlijke uitzet geven.

ONA Dordrecht inv. 111, f. 308: op 27 juli 1656 passeren Cornelis Kempenaer, jongman wonende te Utrecht, geassisteerd met Carel de Kempenaer koopman, zijn vader, wonende te Utrecht, en Anneken Jacobsdr. de Blom, weduwe van Baerthout Messian, geassisteerd met Jacob de Blom en Jan Joosten Villeboort, resp. haar broer en zwager, hun huwelijkse voorwaarden. Carel Kempenaer zal tot onderstand van het aanstaande huwelijk inbrengen een somma van 2000 gl. in baar geld, goudsmidsgereedschap ter waarde van 500 gl. en een lijfrentebrief van 25 gl. jaarlijks, op voorwaarde, dat hij zijn leven lang de opbrengsten van de lijfrentebrief zal krijgen. De bruid zal al haar goederen inbrengen, uitgezonderd een somma van 2000 gl. en een fatsoenlijke uitzet, die zij aan haar beide minderjarige dochters gegeven heeft.

ORA Dordrecht inv. 1618, f. 10: op 18 mrt. 1659 comp. Fransken Fransdr., weduwe van Wijnant Jansz. geassisteerd met Arent van Kruijskercken, Jan Mesian, Fransken Mesian, weduwe van Lodewijck van der Stel, geassisteerd met haar broer Jan Mesian, Richard Farrington, als man van Anna Barthoutsdr. Mesian, als man van Anna Barthoutsdr. Mesian, voor zichzelf en tevens vervangende mr. Jacob Witbol, als man van Maeijken Baerthoutsdr. Mesian, Dirck Tegelbergh, als man van Petronella Barthoutsdr. Mesian, zijn zwager, en samen nog vervangende Jacobmintgen Jansdr., weduwe van Augustijn Aertsz. la Febre, allen erfgenamen van Laeuken Jansdr. Zij verkopen aan Bartel Willemsz. van de Hil, burger van Dordrecht, voor 450 gl. een huisje op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Matthijs van Want en dat van Huijbert de Jong drappier. Waarborgen: Arent Jansz. Cruijskercken, wijnkoper en burger van Dordrecht, Fransken Fransdr. en Fransken Mesian.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

Ex 1:

a. Maeijken Mesjan, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Houttuin (1651), trouwde NG Dordrecht 3 dec. 1651 (ondertrouw) Jacob Witbol(s), jongman van Dordrecht wonende bij de Boom (1651), mr. chirurgijn

ONA Dordrecht inv. 107, f. 190: op 13 sept. 1652 comp. Jacobus Witbol, mr. chirurgijn, en zijn vrouw Maria Baerthoutsdr. Mesjan, wonende te Dordrecht en beiden ziek van lichaam, om hun testament te maken. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd. De langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of totdat zij gaan trouwen en hun dan een bedrag van 100 gl. uit te keren.

Kinderen:

a-1. Maria, gedoopt NG Dordrecht 25 sept. 1652

a-2. Adriaen, gedoopt NG Dordrecht 9 okt. 1653

b. Anna Mesian, febr. 1630, jonge dochter van Dordrecht wonende tegenover Mijnsherenherberg (1650), trouwde NG Dordrecht 29 mei/ 24 juni 1650 Richard Farington, jongman van Leicester wonende bij de Vismarkt (1650), schilder, koopman

Richard Farrington, rivierlandschap met jagers en schepen (foto: Dordrechts Museum)

ONA Dordrecht inv. 121, f. 83: op 20 juni 1662 bekent Richard Fariton, koopman te Dordrecht, als man van Anneken Misjan, mede-erfgename van haar grootmoeder Marichien Claesdr., burgeres van Dordrecht, schuldig te zijn aan Richard Otley, koopman van Engelse Court te Dordrecht, een somma van 250 gl. Tot meerder zekerheid verbindt hij een derde part in een recipisse van 1200 gl. kapitaal, die hem is aanbestorven bij overlijden van voornoemde Marichien Claesdr.

d. Arien, juli 1632, jong overleden

c. Margriete, mrt. 1634, jong overleden

d. Petronella Mesjan, volgt IV

Ex 2:

f. Lijsbeth (Elisabeth) Mesian, 7 aug. 1643, ongehuwd

g. Cornelia Mesian, 6 jan. 1645, trouwde Johan van Hoochvelt, koopman te Utrecht

ONA Dordrecht inv. 182, f. 247: op 2 april 1669 verklaren Johan van Hoochvelt, koopman wonende te Utrecht, als man van Cornelia Baerthoutsdr. Mesjan, en Anna le Blom, thans echtgenote van Cornelis de Kempenaer, als procuratie hebbende van haar minderjarige dochter Elisabeth Baerthoutsdr. Mesjan, dat zij ontvangen hebben van Bartholomeus van Bergen, lakenkoper en burger van Dordrecht, een losrentebrief ten laste van het gemeneland van Holland, groot 700 ponden kapitaal, die bij de scheiding van de boedel van Niclaes Jansz. Raijen en Neeltgen Claesdr. Mes op 1 nov. 1657 aan zijn vrouw en haar zuster Elisabeth Baerthoutsdr. Mesjan is toebedeeld. Borg: Jacob le Blom, burger van Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 182, f. 248: op 2 april 1669 verklaart Johan van Hoochvelt, koopman te Utrecht, als man van Cornelia Baerthoutsdr. Mesjan, dat bij de scheiding van de boedel van Niclaes Jansz. Raijen en Neeltgen Claesdr. Mes op 1 nov. 1657 aan zijn vrouw en haar zuster Elisabeth Baerthoutsdr. Mesjan is toebedeeld een obligatie ten laste van het gemeneland van Holland, inhoudende een somma van 700 ponden, welke bij nadere kaveling is aanbedeeld aan zijn schoonzuster, waarvoor hij is gecompenseerd met geld en andere effecten.

IV. Petronella Mesjan, geboren naar schatting ca. 1630, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Augustijnenkerk (1648), trouwde NG Dordrecht 7/23 juni 1648 Dirck Tegelberg, jongman van Dordrecht wonende voor het Bagijnhof (1648), zilversmid

Kinderen:

a. Pieter, gedoopt NG Dordrecht 2 febr. 1657

b. Anna, gedoopt NG Dordrecht 18 nov. 1661

c. Anna Maria, gedoopt NG Dordrecht 2 jan. 1665