Staphorst(ius)

Literatuur.

A. Bredius, De Schilder Abraham Staphorst, in Oud Holland 1938, p. 87-92

https://www.nikhef.nl/~louk/STAPHO/generation3.html#3b[hierna aan te halen als Lapikás]

I. ds. Casparus Staphorst(ius), geboren 1594/1595, afkomstig uit Leeuwarden, promoveert te Franeker 1616, predikant te Edam 1618-1643, te Dordrecht 1643-1679, testeert met zijn vrouw op 23 nov. 1633 (Bredius, p. 89),begravenDordrecht (Grote Kerk) 22 sept. 1679 (een zwarte baar voor dominee Stafort bij het Steegoversloot), zoon van Claes Staphorst en Maijke Jansdr. van Benthem, trouwde NG Amsterdam 27 sept. 1624 (ondertrouw) Maria Keuvens, geboren ca. 1603, afkomstig uit Dantzig, 2e NN

Trouwboek Amsterdam 27 sept. 1624: Casparus Staphorstius van Leeuwarden 29 jaar oud predikant te Edam en Maria Keuvens van Dantzig 20 jaar oud geassisteerd met haar aangetrouwde oom Heijndrick Coenes en haar tante Elijsabeth Goosen.

In het testament, dat Casparus Staphorstius passeert op 23 juli 1677, noemt hij zijn kinderen: Abraham, Nicolaas, Samuel, Anna en Elisabeth Staphorst.

(Lapikás)

Kinderen:

a. Nicolaas Staphorst, geboren naar schatting ca. 1630 te Edam, volgt II.

b. ds. Samuel Staphorstius, geboren Edam 1634, predikant te Heerjansdam, overleden Den Haag 26 febr. 1709,trouwde Jannetta van Ravesteijn

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 136ve.v.: op 24 aug. 1680: verkopen mr. Jacob van Ravesteijn, advocaat te Dordrecht, Elisabeth van Ravesteijn, de vrouw van schout Cornelis van de Graeff, Govert de Witt, als man van Maria van Ravesteijn, ds. Samuel Staphorstius, predikant te Heerjansdam, als man van Jannetta van Ravesteijn, notaris Hugo van Dijck, als man van Adriana van Ravesteijn,Catharina van Ravesteijn, weduwe van Pieter Hackius, wonende te Leiden, en voornoemde mr. Jacob van Ravesteijn en Govert de Witt, als voogden over de twee minderjarige kinderen van Clara van Ravesteijn, samen tevens vervangende Margarita van Wetten, dochter van Clara van Ravesteijn, allen erfgenamen van Aernout van Ravesteijn, resp. hun vader, behuwd vader en grootvader, voor 4375 gl. aan Yda Aertsdr., weduwe van Johannes van de Schepper, burgeres van Dordrecht, een huis binnen Dordrecht [sic: in het Steegoversloot], staande tussen het huis van Hendrick Francken, veertigraad van Dordrecht, en dat van kapitein Johannes Boogaert, met de tuin daarachter liggende “over de gracht”, en de huur ervan voor twintig jaar a 25 gl. per jaar, welke tuin eigendom is van de schutterij.

Dochter:

b-1. Maria Staphorst, gedoopt NG Heerjansdam 31 juli 1662, overleden Noordgouwe (Schouwen-Duiveland) 21 nov. 1738, trouwde NG Heerjansdam 27 okt. 1683 Hermanus Specht

c. Abraham Staphorst, geboren naar schatting ca. 1638, kunstschilder,woonde in 1658/1659 in Londen, ca. 1660 Italië, in 1666 in Den Haag, in 1667 in Amsterdam (Bredius, p. 87-90), in 1671Norwich, overleden in of na 1671, trouwde NN

“Hij werd door zijn vader bij een schilder in de leer gedaan, maar in het boek der leerjongens van het St. Lucasgilde te Dordrecht is hij niet te vinden. Vervolgens werd hij naar Italië gezonden, om zich verder in de schilderkunst te bekwamen, waarvoor zijn vader hem een jaargeld van ƒ 300 toelegde. Hij bleef 5½ jaar in Italië, en had, door zich sober te behelpen, slechts ruim ƒ 600 van het hem toegelegde geld gebruikt, zoodat hij meende nog ƒ 1650 van zijn vader te kunnen vorderen. Maar daar deze de uitbetaling weigerde, betrok zijn zoon hem in rechten. Voor schepenen van Dordrecht werd bij vonnis van 8-7-1665 de vader in het gelijk gesteld, alsook voor het Hof van Holland 30-7-1666.
Dat de verstandhouding tusschen vader en zoon veel te wenschen overliet, blijkt uit hetgeen Houbraken omtrent hem mededeelt. Hij was een goed portretschilder, maar los van levenswandel, die niet schroomde in de kroeg zijn vader te karikatureeren. Zijn verblijf in Italië moet in de jaren 1654-1658 vallen, daarna heeft hij ook minstens twee malen in Engeland vertoefd. Uit het testament van zijn vader 23-6-1677 blijkt, dat hij gehuwd is geweest, en kinderen naliet. Van zijn portretkunst is niet veel bekend, een portret van lord Robert Ruwell bevond zich indertijd op Woburn Abbey in Engeland.” (Lapikás)

Kolonel Alexander Popham of Littlecote, Wiltshire, portret door Abraham Staphorst

ONA Dordrecht inv. 294, f. 188: op 4 juni 1663 verklaart Jacob Mes, grofschilder en burger van Dordrecht, op verzoek van Cornelia Dirx, weduwe van Jan Jansz. van der Hoeven, dat hij wat minder dan een jaar tevoren, dat hij samen met Abraham Staphorst, fijnschilder te Dordrecht, geweest is ten huize van de rekwirante “omme accort te treffen over het maken van een conterfeitsel tusschen de requirante ende … Staphorst”, namelijk een portret van haar en haar twee zoons, levensgroot op een doek of paneel. Staphorst heeft daarvoor gevraagd 12 ponden groten Vlaams, maar de rekwirante heeft hemslechts 6 ponden groten Vlaams geboden. Na diverse malen loven en bieden, heeft de rekwirante Staphorst tenslotte 40 gl. geboden, op voorwaarde. dat”bijaldien hij het voorn. conterfeitsel nae haer … sin quame te perfectionneren dat sij dan seven ponden Vlaems in het geheel sijnde noch twee gl. meer aen hem soude betaelen”. Waarop Staphorst heeft gezegd: “Wel ick ben verseeckert dat gijmeerder sult toeleggen wanneer het sal volmaeckt sijn … ick sal … daer toe doeck laeten gereet maken ende [het] werck metten eerstenbeginnen”.

ONA Dordrecht inv. 302, f. 301: op 3 jan. 1671 verleent Abraham Staphorst, wonende te Norwich in Engeland, procuratie aan Cornelis van Someren, notaris te Dordrecht, om te vervolgen voor de Hoge Raad in Holand zodanig proces als tussen hem, comparant, en zijn vader, ds. Casparus Staphorst, predikant te Dordrecht, “eerstelijk voor de Camere Judicieel [van Dordrecht] .. ende naderhant voor de Hove van Hollandt is getermineert, ende waer van bij hem, comparant, aen den opgemelten Hogen Rade sal werden geappeleert ofte gereformeert deselve proceduren te moogen renuntieren … ende … voor gemelte Camere of elders … te eijschen ende vervolgen van den voorn. doms. Staphorst, al het geenehem comparant uijt cragte vande testamentaire en codicillaire dispositievan sijne moeder zaliger van den selve is competerende … [en] bij afsterven van … sijnen vader arrest te doen op desselfs totalen boedel ten eijnde die sal blijven onverdeelt, ter tijt toe hij constituant van sijn voorn, prentensie sal zijn voldaen” en dan met zijn zusters en broers over te gaan tot de verdeling van zijn vaders goederen.

d. Anna Staphorstius, geboren naar schatting ca. 1640, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 11 nov. 1686 (een baar voor de weduwe van Abraham Heijblom, op de Lindengracht), trouwde 1e 12 dec. 1662 ds. Franciscus Wijngaerdts, predikant op Ceylon 1652-1660, in Sliedrecht 1664-1666, overleden in 1666 (Lapikás), 2e 3 april 1674 Abraham Francoisz. Heijblom, apotheker, veertigraad van Dordrecht (1672), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 28 juli1685 (een zwarte baar voor Abraham Heijblom, apotheker en veertigraad, bij de Wijnbrug)

NG trouwboek Dordrecht 11 mrt. 1674: Abraham Heijblom apotheker veertigraad van Dordrecht weduwnaar en Anna Staphorst weduwe van ds. Franciscus Wijngaerts wonende bij de Munt, getrouwd op 3 april 1674

ONA Dordrecht inv. 198, f. 318: inventaris van de boedel, nagelaten door Abraham Heijblom, veertigraad van Dordrecht, gemaakt op 10 aug. 1685 ten overstaan van Anna Staphorstius, zijn weduwe, geassisteerd met haar broer Nicolaes Staphorstius, Pieter Anthonij Melanen, als man van Elisabeth Heijblom, en Dirck Spruijt, als testamentaire voogd over Sibilla, Abraham en Willem Heijblom, Abraham Heijbloms minderjarige kinderen.

Tot de boedel behoren:

– een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Balthasar Waelen en dat van kapitein Willem Raelhoff, in welk huis de overledene gewoond heeft,

– achter het huis staat een houten loods, uitkomende in de ’s Heer Boeijenstraat, verhuurd in twee partijen, het grootste deel aan Johannes van Hoochstraten voor 24 gl. per jaar, het andere deel aan Crijn Blankert sledenaar voor 14 gl. per jaar,

– de apothekerswinkel met vijzels, mortieren, schalen, bekkens, kastjes, dozen, laden, kannen, potten, flessen, glazen en medicamenten, die zich zowel in de winkels als op de zolders bevinden,

– ene huis in de Wijnstraat op de hoek van de Kleine Kraan, thans genaamd Hengstensteiger, staande tussen die steiger en het huis van Aelbert Cuijp, verhuurd aan Jacob Faljaert voor 140 gl. per jaar,

– onder dit huis een wijnkeldertje, uitkomende in de Hengstensteiger, verhuurd aan Barent van der Neth voor 12 gl. per jaar,

– een nieuw gebouwd huis in de Voorstraat bij de Lombardbrug aan de havenkant, staande tussen het huis van kapitein Rijck Hendricxsz. de Ruijt en dat van Hendrik Costerus bakker, verhuurd aan Alegonda Oomelinck voor 120 gl. per jaar,

– een huis in de dwarsgang van de Vriesestraat, staande tussen het huis van Pieter van de Werff en dat van Anthonij Willemsz., verhuurd aan Hilleken Joosten voor 28 gl. per jaar,

– twee stenen huisjes, staande naast elkaar op stadsgrond buiten de St. Jorispoort op de hoek van het Manternach [Matena’s]pad tussen dat pad en het volgende houten huisje, het voorste huisje is verhuurd aan Judith Pieters voor 26 gl. per jaar en het andere huisje is verhuurd aan Maeijken [sic] voor 26 gl per jaar,

– een houten woonhuisje, vanouds genaamd “de Schotse Kerck”, staande buiten de St. Jorispoort tussen de twee voornoemde huisje en de tuin van kapitein Geerit Pietersz. van Allevrunden, verhuurd aan Pieter Sneeuw schipper voor 7 st. per week,

– een tuin liggende achter voornoemde huisjes, uitkomende in het Matena’spad, verhuurd aan kapitein Jan Francken voor 36 gl. per jaar,

– een zestiende part in een fluitschip, genaamd “Neurenberch”, samen met de uitrusting kostende 1200 ponden.

Schilderijen:

In de grote benedenzaal:

– een tronie met achtkanten lijst

– een groot landschap van A. Cuijp

– een schilderij met twee kinderen en een bok door Bisschop

– een groot schilderij zijnde een jacht van Diana

– een dito zijnde de doop van Jezus Christus in de Jordaan

– een groot schilderij zijnde één van de bijvrouwen van de Turkse sultan

– een schilderijtje met een “mans postuur”

– een groot schilderij van twee naakte “als vooren”

– een schilderij met een oude man en een doodshoofd

– twee kleine stukjes van Poelenburch

– een schilderij van de oude Simeon door Rembrandt

De lofzang van Simeon door Rembrandt (1669)

– een schilderij zijnde een “smitgen”

– een landschapje

– een langwerpig landschap van Mompert

– een landschapje met een boerendans

– twee schilderijen door Abraham Hondius, één van de herders op het veld en de andere van de geboorte van Christus

– een vrouwentronie

– een oudemans tronie

– een doodshoofd met “pluijmagie”

– een “seetgen” van Parcellus

– een Italiaans stukje met muilezels

– een schilderij in de schoorsteen van Abrahams offerande

– “waterken” met een scheepje

– een mans tronie

In de kelderkeuken:

– een landschap

– een “seetgen”

– een keuken met een geslacht varken

– een schilderij met prins Maurits

– een landschap met vergulde lijst

– een schilderij met perziken

– een tronie met achtkanten lijstje

– een schilderij van de overledene, nog jong zijnde

– de portretten van Abraham en Sibilla Heijblom

– een portret van de grootmoeder van de overledene

– een portret van Elisabeth Liesvelt

– een portret van de broer “vande selve”

– een vrouwentronie in devotie

– een schilderij van Petrus met de sleutels in zijn hand

– een groot schilderij zijnde een “zeevaert”

– een schilderij zijnde een oude vrouw van Rembrandt

– twee tronies zijnde een altaarstukje

– een landschapje door Sachtleven of Both

– het portret van de overledene “met swart bereijt”

– een vrouw met een kind in luiers door Rembrandt

– een schilderij zijnde een barbier door d’Hee… [gedeeltelijk onleesbaar]

– een kwakzalver

– een prent van Adriaen Stalbemt [Zuid-Nederlandse kunstschilder, 1580-1662] met ebbenhouten lijst en glas ervoor

– een dito van Erasmus

– nog een schilderij van dito

– een schilderij van de geboorte van Christus

– een tempeltje of perspectief

– een stukje met een paardje van Wouwerman

– rond stukje met vierkanten lijst zijnde een “brandeken”

In het zijkamertje:

– een schilderij zijnde een liermannetje

– een Mariabeeld

– een bloempot

– een portret van Paulijntgen

– een achtkantig stukje zijnde een zanger door B. Cuijp

– een boerengezelschap

– een mannetje spelende op een pijpzak op een koperen plaatje

– een “fruijtagie”

– een herder en drie koeien door Cuijp

– een klein landschapje

Op de bovenvoorkamer:

– een langwerpig stuk schilderij zijnde een boerenkermis door Droochsloot

– het portret van Willem Heijblom

– een klein schilderijtje zijnde een “zeestrandeken”

– een groot schilderij van het Avondmaal van Jezus Christus en zijn discipelen

– een schilder van de apostel Petrus met een haan

– een schilderij zijnde een veldslag door Benjamijn Cuijp

– een schilderij van de brand van Troje waarin Aeneas zijn vader Anchises wegdraagt

– een rond landschapje met achtkantige lijst

– een schilderij van Droochsloot

– twee klein portretjes van Abraham Heijblom en Ermken Opde Camp zaliger

– een schilderij zijn de geboorte van Christus door Benjamijn Cuijp

– een schilderij van Petrus in de gevangenis door Benjamijn Cuijp

– de begrafenis van Jezus Christus door Benjamijn Cuijp

– een schilderij met koeien

Op het knechtenkamertje:

– een schilderij met een Mariabeeldje

– een schilderij met een herder en herderin door Cuijp

– een landschapje

– een vanitas

Op het achterzomerkamertje:

– een landschap

– nog een groot landschap

– een schilderij zijnde een klopje

Portret van een klopje

“Een klopje of kwezel, ook ‘geestelijk maagd’ of ‘geestelijk dochter’ (filia devota) genoemd, was een ongehuwde katholieke vrouw die ten overstaan van een priester een kuisheidsgelofte aflegde en daarbij meestal, niet door gelofte gebonden, gehoorzaamheid betrachtte aan een overste, ook wel biechtvader genoemd.” (Wikipedia)

– nog een dito zijnde een non

– een schilderij met een reiger

– twee kleine “scheepvaerdekens”

– een “winterken” in het rond

– de afneming van Christus van het kruis

Lasten van de boedel:

– volgens de huwelijkse voorwaarden van 3 jan. 1674 heeft de weduwe, Anna Staphorstius, recht op 200 gl. jaarlijks haar leven lang gedurende, in een codicil dd 31 juli 1676 heeft Abraham Heijblom aan haar gelegateerd, boven een “eerlijcke rouw”, een somma van 500 gl.

Weeskamer Dordrecht inv. 28, f. 114v: extract dd 11 jan. 1687 in het weesboek ingeschreven van het testament, dat Anna Staphorstius, laatst weduwe van Abraham Heijblom, apotheker en veertigraad van Dordrecht, heeft gepasseerd voor notaris A. van Neten te Dordrecht op 21 aug. 1686.

e. Elisabeth Staphorstius, geboren naar schatting ca. 1645, trouwde 5 april 1682 ds. Philippus Specht, predikant in Krimpen a/d Lek, overleden in 1692 (Lapikás)

II. Nicolaas Staphorst, geboren naar schatting ca. 1630 te Edam, jongman van Edam wonende bij de Munt (1652), veertigraad te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 21 juli/6 aug. 1652 Johanna Hillen, gedoopt NG Dordrecht dec. 1631,jonge dochter van Dordrecht wonendein de Wijnstraat (1652),begraven Dordrecht (Grote Kerk) 30 april 1714 (Johanna Hillen, weduwe van Nicolaas Staphorst, in de Wijnstraat bij de Gravenstraat, met één koets extra), dochter van Jan Hillen en Ida Fransdr. Heijblom

ONA Dordrecht inv. 260, f. 236: op 3 aug. 1685 verklaren Johannis Staphorst, wonende te Dordrecht, meerderjarig, enCasparus Staphorst, wonende in ‘s-Gravenhage, getrouwd en bijgevolg mondig, beiden kinderen van Nicolaas Staphorst en Johanna Hillen, dat Jan Hillen en Ida Heijblom, hun grootouders van moederszijde, in hun testament, op [datum niet vermeld]verleden voor notaris A. van Neten te Dordrecht, hen, comparanten, hebben benoemd tot erfgenamen van hun na te laten goederen, waarvan hun moeder haar leven lang het vruchtgebruik zal hebben. In datzelfde testament hebben hun grootouders tot voogden over hun minderjarige erfgenamen benoemd Abram Heijblom en notaris Hugo van Dijck. Aangezien Heijblom inmiddels is overleden en Van Dijck zich gaarne van de voogdijschap ontheven zou zien, ontlasten zij hem van die voogdij en verlenen machtiging aan hun vader om hun goederen te beheren.

ONA Dordrecht inv. 292, f. 388: op 15 okt. 1709 testeert Jenneken Hillen, weduwe van Nicolaas Staphorstius, veertigraad te Dordrecht. Zij institueert haar zoon Johannis Staphorst of bij vooroverlijden zijn kinderen in de “blote”, legitieme portie. Hij krijgt de keuze die te aanvaarden of, als hij dat liever heeft, krijgt hijeen lijfrente van 300 gl. jaarlijks. In al haar overige goederen benoemt zij tot erfgenamen haar zoons Casparus en Nicolaes Staphorst of bij voorverlijden hun kinderen, met dien verstande evenwel, dat Nicolaas van de door hem te erven goederen alleen zijn leven lang het vruchtgebruik krijgt. Na zijn overlijden zullen die goederen toekomen aan zijn kinderen of bij het ontbreken vandien aan zijn broers Johannis enCasparus of bij vooroverlijden hun kinderen. Tot voogden benoemt de testatrice haar zoons Nicolaes en Casparus Staphorst.

Kinderen: (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Maria, 1 mei 1656, jong overleden

b. Johannes, 14 mrt. 1658

c. Casparus, 2 mei 1661

d. Nicolaas Staphorstius jr., 28 april 1664, trouwde Haarlem 8 febr. 1692 (huw. voorwaarden) Sara Longespee

ORA Dordrecht inv. 193, f. 30: op 21 juni 1693 testeren Nicolaes Staphorst de jonge, koopman in twijn, en zijn vrouw Sara Longespee, wonende te Haarlem. Zij herroepen de huwelijkse voorwaarden, die zij op 8 febr. 1692 hebben gepasseerd voor notaris P. Baes in Haarlem. Hij maakt aan zijn vrouw het vruchtgebruik haar leven lang gedurende van de goederen, die hij zal nalaten en waarvan de eigendom zal moeten komen aan zijn vader en moeder of bij vooroverlijden van hen beiden op zijn naast verwanten en erfgenamen ab intestato. Zij benoemt haar man tot erfgenaam “in allen de conquesten of winsten die staende huwelijck gevallen souden mogen zijn” en maakt aan haar man het vruchtgebruik zijn leven lang gedurende van de goederen, die zij bij het aangaan van hun huwelijk heeft ingebracht en die zij gedurende hun huwelijk nog erven zal. De eigendom van die goederen zal na haar overlijden toekomen aan haar naaste verwanten en erfgenamen ab intestato.

ONA Dordrecht inv. 287, f. 395: op 23 dec. 1698 verhuurt Ghijsbert van Slingelant, ontvanger van de verpondingen te Breda, voor 180 gl. per jaar aan Nicolaas Staphorstius jr. een huis met een tuintje erachter, staande in de Kannenkopersbuurt tussen het huis van Isaack Canin en dat van Johan Daelman, uitkomende in de Wijngaardstraat.