Halling (II)

Halling (II)

Gebruikte literatuur:

M. Balen, Beschryvinge der stad Dordrecht, 2 delen (Dordrecht 1677)

I. Ocker Halling Jansz., geboren naar schatting ca. 1430, raad van Dordrecht 1475, 1476, overleden St. Servaasdag 1482, trouwde 1e Arnolda van Alblas (OSP), 2e Elisabeth Winters Adriaensdr.

Kinderen (o.a.; ex 2):

a. Jan Halling Ockersz., volgt II

b. Maria Halling Ockersdr., trouwde Jacob Quekel Hugensz., ambachtsheer van Wieldrecht, heer van Oudelandsambacht, baljuw van Zuid-Holland (Balen, o.c., deel II, p. 1072)

II. Jan Halling Ockersz., geboren naar schatting ca. 1460, kocht in 1491 een huis in de Oude Houttuin (Voorstraat), genaamd “het Gulde Hoofd”,burgemeester van ’s herenwege van Dordrecht tussen 1509 en 1531, trouwde 1 aug. 1487 Elisabeth Boogaard, dochter van Cornelis Boogaard Geritsz. en Ermgaerd de Juede Screvelsdr., geboren in 1473, overleden in 1557 (Balen, o.c., deel II, p. 1072)

Kinderen:

a. Ocker Halling Jansz., volgt IIIa

b. Pauwels Halling Jansz., volgt IIIb

IIIa. Ocker Halling Jansz., geboren 18 dec. 1493, tresorier van Dordrecht, overleden in 1545, trouwde Maria van Vliet Symonsdr., overleden in 1558 (Balen o.c., deel II, p. 1073)

Kind:

a. Schrevel Halling Ockersz., volgt IVa

IIIb. Pauwels Halling Jansz., geboren naar schatting ca. 1500, ritmeester onder de heer van Cruningen in de oorlog tegen Bremen anno 1574, trouwde 1527 Margriete Oem Jacobsdr., geboren 1512, overleden 1600, dochter van Jacob Oem Jacobsz. en Katrina van Krooswijk Jansdr.(Balen, o.c., deel II, p. 1076)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Jan Halling Pauwelsz., volgt IVb

b. mr. Jacob Halling Pauwelsz., geboren 1532, secretaris en pensionaris van Dordrecht, overleden 25 okt. 1596, trouwde 18 jan. 1563 Cornelia van der Bies Hermansdr.

ORA Dordrecht inv. 1581, f. 154v: op 15 jan. 1600 Jan Govertsz. van Beaumont, als man van Geertruijt Jacobsdr., Pieter Schaep, als man van Margrieta Jacobsdr., Matheus van der Goes, als man van Adriana Jacobsdr. en Elisabeth Jacobsdr., geassisteerd met Herman Spiegel, als haar “gekoren” voogd, allen erfgenamen van mr. Jacob Paulij, in zijn leven raad in het Hof van Holland, verklaren, dat zij op 14 sept. 1597 middels Johan Pauli, rekenmeester van de rekeningen in Holland, en Cornelis de Vrijes, dijkgraaf van Bonaventurea, resp. hun oom en neef, aan Aernt Maertensz., secretaris van de thesaurie te Dordrecht, verkocht hebben de helft van 14 morgen land in Mijnsheerenland.

ORA Dordrecht inv. 1582, f. 27 e.v.: op 7 mrt. 1601 verkopen Johan Pauli, meester van de Rekeningen in Holland, Cornelis de Vrijes Willemsz., als man van Lievina Dingemans, Jan Govertsz. van Beaumont, als man van Geertruijt Jacob Paulijs, Matheus van der Goes, als man van Adriana Jacob Paulijs, mr. Pijeter Schaep, als man van Margrijeta Paulijs, en Cornelis Dijter, als man van Elijsabeth Jacob Paulijs, alle erfgenamen van Margareta Jacob Ooms, voor 2800 gl. aan Gerard Henricxsz. en diens broer Aernt Henricxsz. een huis in de Houttuinen, staande tussen het huis genaamd “de Kemel” en het huis genaamd “‘t Hoff van Hollandt”, alsmede een houttuin of plaats tegenover het genoemde huis omtrent de Kerkstraat, liggende tussen het huis van Jan Jansz. koopman en dat van Jan Willlemsz. busmaker, strekkende van de straat tot achter aan de haven. Op 12 mei 1601 verklaart Aernt Henricxsz., dat bij kaveling aan hem is toegevallen het huis, waarvoor hij aan verkopers schuldig is een bedrag van 1216 gl. Aan zijn broer Gerrit is bij de kaveling de houttuin toegevallen, waarvoor die aan de verkopers een bedrag van 784 gl. schuldig is.

Kinderen (volgorde onzeker):

b-1. Jan Halling, geboren 25 dec. 1564, generaal der artillerie, OSP Dieppe 7 febr. 1592

b-2. Margaretha Halling, geboren naar schatting ca. 1565,trouwde Pieter Schaep Gerritsz., schepen van Amsterdam

Kind:

b-2-1. mr. Gerard Schaep Pietersz., geboren Amsterdam 1599, jong gezel geboren te Amsterdam (1623), schepen van Dordrecht 1627, 1628, schepen van Amsterdam, ambassadeur bij de Republiek Engeland 1651 (Balen, o.c., deel II, p. 1078), diplomaat, genealoog en historicus, overleden Amsterdam 1654, trouwde NG Dordrecht 1 okt. 1623 (ondertrouw) Johanna Visschers Johansdr., jonge dochter van Zevenbergen wonende te Dordrecht (1623)

Kind:

b-2-1-1. Cornelia Schaep, gedoopt NG Dordrecht mei 1628, trouwde Willem de Beveren

b-3. Paulus Halling, geboren 1579, OSP (Balen, o.c., deel II, p. 1079)

b-4. Geertruijt Jacobsdr., geboren 30 dec. 1565, trouwde Jan Govertsz. van Beaumont (Balen, o.c., deel II, p. 1078)

b-5 Adriana Jacobsdr. (Pauli), trouwde 1e NG Dordrecht 18 sept. 1594 (ondertrouw, attestatie gegeven om in Den Haag te trouwen) Herman van de Putte Hermansz., van Antwerpen (1594), vermoedelijk overleden in de zomer van 1596, zoon van Herman van de Putte en Johanna van de Bossche, 2e NG Dordrecht 19 dec. 1599/14 jan. 1600 Matheus van der Goes Andriesz., van Dordrecht (1599), stapelier van de generaliteits artillerie, trouwde 2e NG Dordrecht 14 mrt./25 april 1604 Alijt van Beveren Jacobsdr., van Dordrecht (1604), 3e NG Dordrecht 18 nov./2 dec. 1607 Adriana van Blijenborch Adriaensdr.

ORA Dordrecht inv. 1580, 77: op 20 juni 1596 verklaart Willem Aertsz. korenkoper schuldig te zijn aan Herman van de Putte een bedrag van 2200 Vlaamse ponden, wegens de koop van een huis aan de Poortzijde, genaamd “‘t Lam”, staande tegenover de Karnemelksteiger. Het huis is door Willem Aertsz. gekocht van mr. Jacob Pauli, raad in het Hof van Holland, de schoonvader van Herman van de Putte.

ORA Dordrecht inv. 1580, f. 92v: op 21 aug. 1596 ratificeert Adriana Pauli, weduwe van Herman van de Putte, namens haar kind, bij haar verwekt door Herman van de Putte, de overdracht, die door haar schoonmoeder, Johanna van de Bossche, op 15 juni 1596 namens Herman van de Putte is gedaan ten overstaan van schepenen van Antwerpen ten behoeve van Pauwels van Lare en diens echtgenote, Barbara de Neve, van een rente van 29 gl. 11 st., 15 en “halff mijten Brabants erfelijk metten achterstelle” sedert 23 okt. 1594, welke aan Herman van de Putte toekwam op een groot huis, genaamd “ den Gulden Leeuw”, staande in de Camerstraat te Antwerpen.

ORA Dordrecht inv. 1580, f. 99v: op 3 aug. 1596 compareren Adriana Jacobsdr. Pauli, weduwe van Herman van de Putte Hermansz., enerzijds en Pieter van de Putte Hermansz., als oom en voogd van Herman van de Putte, het negen maanden oude weeskind van Adriana Pauli, bij haar verwekt door Herman van de Putte, en Johan Pauli, oom en voogd van het kind, geassisteerd met Johanna van de Bossche, het kinds grootmoeder, François Scillemans, wegens zijn echtgenote mede oom van het kind, en Tanneke van de Putte, vrouw van Gerard Schoor, tante van het kind, anderzijds. Zij verdelen de nagelaten boedel van Herman van de Putte, overeenkomstig hetgeen bepaald is in diens testament van 31 aug. 1595. Na het overlijden van Adriana en indien haar kind voor zijn mondigheid komt te overlijden, zullen zijn naaste verwanten van vaderszijde een bedrag van 1500 gl. ontvangen. Borg: mr. Jacob Pauli, raad ordinairs in het Hof van Holland, de vader van Adriana Pauli.

b-6. Elisabeth Jacobsdr. (Pauli), trouwde 1e NG Dordrecht 28 jan./18 febr. 1601 Cornelis Dijtert (Diter) Woutersz., van Dordrecht (1601), 2e NG Dordrecht 10 okt./7 nov. 1604 Hans Pijl Jansz., weduwnaar van Zevenbergen (1604)

c. Arnoldina Halling, trouwde 6 mei 1561 Dingman Eynouts Verboom Nicolaasz.

Kind:

c-1. Lievina Dingmansdr. Verboom, geboren 24 febr. 1563, trouwde NG Dordrecht 31 juli/16 aug. 1580 Cornelis de Vries Willemsz., muntmeester van de Munt van Holland te Dordrecht (Balen o.c., deel II, p. 1076)

ORA Dordrecht inv. 1579. f. 144: op 4 mrt. 1594 verkoopt Cornelis de Vries Willemsz., als man van Levina Dingmans, aan Adriaen Cornelisz., wonende te Nieuwerkerk in Duvelant, drie diverse tienden van landen, die hij heeft liggen onder Nieuwerkerk onder de heren van Sint Salvator te Utrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 600 gl.

Kinderen (o.a.):

a. Elisabeth de Vries, gedoopt NG Dordrecht 9 sept. 1582,trouwde NG Dordrecht 26 dec.1604/1 febr. 1605John Ogle

NG, 26 dec. 1604: Johan Ogle Ridder luitenant kolonel van generaal Franchoijs Veer en kapitein van een compagnie voetknechten en Elijsbeth de Vrijes Cornelisdr. van Dordrecht, getrouwd 1 febr. 1605

[On Dec. 26th 1604 were married in the Dutch Reformed Church of the city of Dordrecht (prov. Holland, United Provinces) Sir John Ogle lt. colonel of general Francis Vere and captain of a company of foot-soldiers and Elisabeth de Vries daughter of Cornelis de Vries of Dordrecht, and were married in said church on Febr. 1st 1605. Sir Johan Ogle was born in Bolton, Northumberland on Febr. 25th 1568and was buried in Westminster Abbey, Londonon March 17th 1640. He was a son of Luke Ogle of Eglingham and Julian NN. Elizabeth, daughter of Cornelis Willemsz. de Vries and Levina Dingemansdr., waschristened in the Dutch Reformed Church of Dordrecht on Sept. 9th 1582. Her parents were married in the same church on Aug. 16th 1580, after they had been betrothed there on July 31th 1580. Elizabeth’sfather, Cornelis Willemsz. de Vries, was mayor (“burgemeester”) of Dordrecht in 1599 en 1600 [M. Balen, De beschryvingevan de stad Dordrecht (Dordrecht 1677) vol. I. p. 256]. John Ogle and Elizabeth Cornelisdr. de Vries had 4 sons and 7 daughters. Two them werechristened in the Dutch Reformed Church of Dordrecht, Levina on Dec. 17th 1605 and Cornelis in March 1622.]

Sir John Ogle.

[Sir John Ogle (geboren in 1568,overleden in 1640) diende sedert 1589 als militair in de Nederlanden, eerst onder Francis Vere, later onder Horace Vere. Hij nam deel aan de slag bij Nieuwpoort (1600),het beleg van Oostende (1601-1604) en(als kolonel) de verovering vanSluis (1604). Prins Maurits maakte hem gouverneur van Utrecht, was echter niet tevreden over zijn optreden tijdens de crisis van 1618 en verving hem door sirHorace Vere. Ogle keerde terug naar Engeland en nam in 1634 deel aan de gevechten in Ierland. (Nieuw Nederlandsch Biographisch Woordenboek, deel V (Leiden 1921), kolom 384)]

b. mr.Dingman de Vries, geboren 1588 (Balen o.c., deel II, p. 1076), van Dordrecht (1620, 1629), doctor in de rechten, trouwde 1e NG Dordrecht 9 febr. 1620 (door schrijven van Den Haag, bescheid gegeven om daar te trouwen) Elisabeth Magnus, jonge dochter van Middelburg wonende in ‘s-Gravenhage 1620),2e NG Dordrecht 2 dec. 1629 (door schrijven van Utrecht, 11 dec. 1630 [sic] bescheid gegeven om daar te trouwen) Anna Canters, jonge dochter van Utrecht en daar wonende (1629)

ORA Dordrecht inv. 178, f. 398 e.v.: op 23 aug. 1658 verlenen Adriaen van Blijenburch, heer van Naaldwijk, als man van Levina de Vries, en Cornelis de Vries, kinderen en erfgenamen van Elijsabeth Magnus, oudste dochter van wijlen Jacob Magnus, ridder en heer van Bergambacht etc., procuratie aan een niet met naam en toenaamvermelde persoon om van jonkheer Jan van Schijnegen, heer van Wijnegen, als commies van de impost in het Kwartier van Gent, te eisen betaling van een rente van 12 ponden 10 schellingen jaarlijks, die Sijmon Magnus gekocht heeft voor zijn zoon, voornoemde Jacob Magnus.

ORA Dordrecht inv. 179, f. 559 e.v.: op 8 okt. 1663 verlenen Adriaen van Blijenburch, heer van Naaldwijk, als man van Levina de Vries, en Cornelis de Vries, kinderen en erfgenamen van Elijsabeth Magnus, oudste dochter van wijlen Jacob Magnus, ridder en heer van Bergambacht etc., procuratie aan Johan Baron van Reede, heer van Renswoude, om te verhandelen een rentebrief op de Staten van Vlaanderen, ten bedrage van 15 Vlaamse ponden jaarlijks, welke rentebrief op 29 jan. 1569 is verleden ten behoeve van Adriaen Cornelisz. en Adriaen Coppe Meeusz.

ORA Dordrecht inv. 180, f. 446: op 8 okt. 1663 verlenen Adriaen van Blijenburch, heer van Naaldwijk, als man van Levina de Vries, en Cornelis de Vries, kinderen en erfgenamen van Elijsabeth Magnus, oudste dochter van wijlen Jacob Magnus, ridder en heer van Bergambacht etc., die een zoon was van Simon Jacobsz. Magnus, burgemeester van Middelburg, procuratie aan mr. Pieter van der Dussen te Delft, om aan Marcellus van de Goes of een andere persoonte transporteren een rentebrief ten laste van de vier leden van Vlaanderen, tenbedrage van 75 Tournooise ponden jaarlijks, welke rentebrief Simon Magnus gekocht heeft voor zijn zoon, Jacob Magnus.

Kinderen (o.a, ex 1):

b-1. Levina de Vries, trouwde Adriaen van Blijenburg Adriaensz., heer van Naaldwijk

b-2. Cornelis de Vries

IVa. Schrevel Halling Ockersz., geboren naar schatting ca. 1515, tresorier van Dordrecht 1555-1558, eigenaar van de huizen “het Hemelrijk” en “de Draak” in de Wijnstraat,overleden 18 april 1558 (begraven in de Augustijnenkerk), trouwde 1538 Wilhelmina van Drenckwaert, overleden tussen 1585 en 1590, dochter van Willem van Drenckwaert Boudewijnsz., heer van Giessenburg en half Puttershoek, burgemeester van Dordrecht, en Cornelia van Steenhuysen Wouwericksdr. (cf. NNBW, deel 7, kol. 385; Balen, o.c., deel II, p. 1073 noemt haar ten onrechte Wilhelmina van Mousienbrouck enhetgeen hij omtrent haar ouders vermeldt is evenmin juist)

– 1558 (10e penning Dordrecht), f. 23 [internet]: de weduwe van Schrevel Ockersz. is eigenares van het huis genaamd “de Mannekens” met de wijnkelder daaronder, staande in de Wijnstraat,daarnaast:de weduwe en erfgenamen van Schrevel Ockersz., diezijn eigenaren van twee naast elkaar staande huizen, resp. “het Hemelrijk” en “de Draak” metelk een wijnkelder daaronder.

ORA Dordrecht inv. 735, f. 192v: op 23 dec. 1579 verkoopt Guilhelma van Drenckwaert, weduwe van Screvel Ockersz. aan Anthonis Jansz. in de Wingert 1/5 deel van een huis, genaamd “Denemercken”, staande bij de Nieuwbrug tussen het huis van de erfgenamen van Jan int Vosken en dat van de weduwe van Claes van de Graeff. Waarborg: Ocker Willemsz. kamerbewaarder.

ORA Dordrecht inv. 738, f. 241: op 20 sept. 1585 verkoopt Guilhelmina van Drenckwaert, weduwe van Screvel Ockersz., aan Damas Woutersz. de helft van een huis, dat genoemd wordt “den Blauwen Gevel”, staande aan de Poortzijde [Wijnstraat] tegenover de Grote Kraan, welk huis bewoond wordt door genoemde Damas Woutersz., zoals zij dat huis heeft geërfd van haar vader. Het gehele huis is belast met diverse losrenten, samen bedragende 129 gl. 5 st. jaarlijks, die staan ten laste van de erfgenamen van wijlen Wouwerick van Drenckwaert, heer van Giessenburg. Compareerde mede Damas Woutersz., die verklaarde van de voornoemde renten en lasten van 129 gl. en 5 st. voldaan en bevrijd te zijn door Willem van Drenckwaert Boudewijnsz.

– 9 okt. 1590: Jan Screvelsz., Jacob van Drijel Cornelisz., als man van Cornelia Screvelsdr., en Arend Woutersz. [van Goudhoeven], als man van Machteld Schrevelsdr., allenerfgenamen van wijlen Wilhelmina van Drenckwaert, weduwe van Screvel Ockersz., verkopen aan Jan van Slingeland Boudewijnsz. een huis genaamd “de Mannekens” met de wijnkelder daaronder, staande tegenover de Wijnbrug aan de Poortzijde tussen het huis van Arendt Woutersz., genaamd “den Draeck” en het huis van Cornelis Oem lakenkoper genaamd “Swartsenborch”, met ook de uitgang tot achter in het straatje ter breedte van “vijerdalve” voet. Waarborg: Damas Barthouts Woutersz., ambachtsheer van de Sandelinghe. (ORA Dordrecht inv. 719, f. 223v)

– 12 mei 1592: Anthonis Jansz. in de Wijngaert verkoopt aan Steven Gerritsz., koopman te Dordrecht, zijn “actie en recht” in een huis genaamd “Denemercken”, staande tegenover de Nieuwbrug tussen het huis “’t Vosken” en het huis van de weduwe van Claes van de Graeff, uitgezonderd een gerecht 1/20 deel, dat toekomt aan Adriaen Govertsz. Mosienbrouck, welke “actie en recht”hij gekocht heeft zowel van de commissarissen van de Staten van Holland, als van Wilhelmina van Drenckwaert, in haar leven weduwe van Schrevel Ockersz. De koper is schuldig aan verkoper wegens de koop van 19/20 delen van voornoemd huis een somma van 1900 gl. Borg: Adriaen Jobsz.. (ORA Dordrecht inv. 720, f. 121)

Kinderen (cf. Balen, deel II, p. 1073):

a. Kornelia Screvelsdr.Halling, overleden 4 juni 1606, trouwde Jacob van Driel Cornelisz.

Kind:

a-1. Elisabeth van Driel Jacobsdr., geboren naar schatting ca. 1570, wonende te Dordrecht (1595),trouwde Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten: kath.; debruid geassisteerd met haar vader Jacob van Driel en haar moeder Cornelia Screvelsdr.) 24 april/21 mei 1595 Emanuel van der Steene (van den Steen), jong gezel te Dordrecht (1595)

b. Johan Halling (Jan Screvelsz.),geboren in 1542, trouwde Adriana Saffe Kornelisdr.

– 12 sept. 1575: op verzoek van Wilhelmina van Haeften, douairiere van Assendelft, verklaren jonkheer Pieter heer Arentsz. van Heerjansdam, schepen in wette van Dordrecht, en Jan Screvelsz., ongeveer 32 jaar oud, dat ongeveer 3 weken tevoren zij geweest zijn ten huize van de weduwe van Screvel Ockersz., waar mede aanwezig was de voornoemde rekwirante. Zij heeft toen in hun aanwezigheid daar ontboden een zekere Damas Cornelisz. korenkoper, aan wie zij gevraagd heeft: “En hebbe ick u nijet last gegeven omme mijn penningen vande buijtenoorden van Zwindrecht te ontfangen”. Damas heeft daarop geantwoord:”Jae, maer ick hebbe de penningen gegeven [aan] Cornelis Evertsz. tot betalinge vant achterwesen van mijn heer van Gouweraen”. (ORA Dordrecht inv. 732, f. 18v e.v.)

c. Okker Halling, trouwde Maria van de Lind Damasdr., overleden in 1588 (OSP)

d. Kornelis Halling, overleden in 1571, ongehuwd

e. Machtild Halling, geboren in 1552, trouwde Arend van Goudhoeven, dijkgraaf van Dubbeldam

Kinderen (o.a.):

e-1. Wouter van Goudhouven, geboren Dordrecht 1577, geschiedschrijver, overleden Dordrecht 1628

Zijn hoofdwerk is een vermenigvuldigde en verbeterde uitgave van de Hollandsche of Divisie-kronijk, die in 1517 voor het eerst, vervolgens in 1591 en tenslotte in 1595 uitkwam. (Dordrecht 1620.) Hij schreef ook een boekje over de geschiedenis van Dordrecht, dat echter niet is uitgegeven. (www.dnbl.org)

IVb. Jan Halling Pauwelsz., geboren 14 nov. 1540, rekenmeester van Holland 1596-1605, overleden 10 jan. 1605 (begraven in de Nieuwkerk van Dordrecht), trouwde 3 juni 1570 Elisabeth van der Bies Hermansdr. (Balen, o.c., deel II, p. 1079)

Kind:

a.Paulus Halling, geboren 28 jan. 1579, trouwde Delft 15 febr. 1609 Catharina van der Dussen, geboren 1587, overleden 15 aug. 1651, dochter van Jacob Huijgensz. van der Dussen, heer van Haringcarspel, en Truytge Willemsdr. van Heemskerk

Catharina van der Dussen

Kind:

a-1. Johan Pauwelsz. Halling, gedoopt NG Dordrecht mei 1611, overleden 17 okt. 1661, trouwde Delft (Oude Kerk) 24 mei/8 juni 1636 Catharina Boudewijnsdr. de Man

1652 (200e penning Dordrecht) mr. Johan Halling Pauwelsz. in het Steegoversloot, “comp. … en exhibeerde seecker billiet vande heeren van Delft daer bij sijn E. getacxeert is op 221 gls. is hij bij doleantie gesteld op” twee ponden. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3979, f. 57)

Weeskamer Dordrecht inv. 23, f. 14v: op 12 mei 1654 extract in het weesboek ingeschreven van een codicil van Catharina de Man, de echtgenote van mr. Johan Hallingh, lid van de Oudraad te Dordrecht gepasseerd voor notaris J. Cop te Dordrecht op 30 dec. 1653.

b. Herman Halling Jansz. volgt V

V. mr. Herman Halling Jansz., geboren naar schatting ca. 1580, burgemeester van Dordrecht, overleden tussen 1638 en febr. 1657, trouwde 13 mrt. 1612Anna de Jonge Willemsdr.

ORA Dordrecht inv. 1601, f. 47 e.v.: op 6 mei 1613 verkopen mr. Francois van der Burch, Abraham van Leeuwen, als man van Sophia van der Burch, en Philips Apersz., als man van Engeltgen van der Burch, voor 3050 gl. aan Herman Hallingh, een huis, vanouds genaamd “het St. Jacobshuijs”, staande in de Grotekerksbuurt, met nog een klein huis achter het grote huis, belend ten oosten door de gang van de verkopers, ten westen door het huis van Cornelis van Beverwijck en ten noorden door zeker portaal of gang, die de verkopersvoor zichzelf behouden. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 1850 gl.

ORA Dordrecht inv. 1601, f. 19v: op 7 mrt. 1624 verkoopt Michiel Pompen, thesaurier van de reparaties, als gemachtigde van de bestuurders van Dordrecht, aan mr. Herman Hallinck, lid van de Oudraad, een leeg erf buiten de Vuilpoort, zijnde het veertiende erfaan de Gevangentoren, liggende tussen het dertiende erf, dat is gekocht door Geerit Dircxsz.Crouff en hetvijftiende erf, dat is gekocht door Sebastiaen van de Graeff, als curator van Cornelis van der Putte.

ONA Dordrecht inv. 178, f. 23 e.v.: op 2 febr. 1657 verlenen mr. Johan van den Honaert, als man van Cornelia Hallingh, Johan Hallingh, mr. Wilhem Hallingh en Pauwels Hallingh, kinderen en erfgenamen van Herman Hallingh, procuratie aan hun zwager, mr. Adriaen van der Mast, als man van Elisabeth Hallingh Hermansdr., om ten overstaan schout en schepenen van Schobbelandsambacht te transporteren zekere boomgaard, die zij van hun vader geërfd hebben, en die door hun vader in erfpacht uitgegeven is aan Cornelis Adriaensz. Jonghsten, liggende in Schobbelandsambacht bij het Zwijndrechtse Veer aan de straatweg.

Kinderen (o.a.):

a. Cornelia Hallincq Hermansdr., gedoopt NG Dordrecht mrt. 1615, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1640), trouwde NG Dordrecht 4/20 nov. 1640 (proclamatie te ‘s-Gravenhage) mr. Johan van den Honert, jongman van Dordrecht wonende in Den Haag (1640), advocaat voor het Hof van Holland

Kind:

a-1. mr. Herman van der Honert, geboren Dordrecht 2 aug. 1645, gedoopt NG Dordrecht 9 aug. 1645,doctor juris (Leiden 29 juni 1666), verscheidene malen burgemeester van Dordrecht tussen 1702 en 1727, overleden Dordrecht 6 aug. 1730, begraven ald. 11 aug. 1730, trouwde 30 juli 1675 Anna de Witt, geboren ‘s-Gravenhage 27 dec. 1655, overleden 26 nov. 1725, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 1 dec. 1725 (Anna de Witt, vrouw van burgemeester mr. Herman van den Honert, 10 koetsen extra, wapenbord voorgedragen 5 sleepmantels),dochter van Johan de Witt, raadpensionaris van Holland, en Wendela Bicker (NNBW [internet])

Herman van den Honert

Anna de Witt

– 15 mei 1698: Francois Aux Brebis, koopman wonende te Amsterdam, als man van Elisabeth Pompe van Slingelant Michielsdr., mede-erfgename van Elisabeth de Lange, weduwe van mr. Michiell Pompe van Slingeland, lid van de Oudraad te Dordrecht, verkoopt voor 8500 gl. aan mr. Herman van den Honert, lid van de Oudraad te Dordrecht, “een groot aensienlijck” huis in het Steegoversloot tegenover de St. Jorisdoelen, staande tussen het huis van Jacobus Beij en dat van Pieter Willemsz. van Venloo [sic]. (ORA Dordrecht inv. 1636, f. 138 e.v.)

ORA Dordrecht inv. 1651, f. 19v: op 22 april 1727 verkoopt Pieter van Venrooij, burger van Dordrecht, voor 510 gl. aan mr. Herman van den Honert, oud-burgemeester van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de koper en dat van Jacob Telders.

b. Johan Halling, gedoopt NG Dordrecht april 1616, volgt VI

c. Elisabeth Halling, gedoopt NG Dordrecht juli 1617, jonge dochter vanDordrecht wonende bij de Grote Kerk (1647),trouwde NG Dordrecht 2/18juni 1647 mr. Adriaen van der Mast, jongman van Dordrecht wonende in de Houttuin (1647), licentiaat in de rechten, schepen van Dordrecht (Balen, o.c., deel II, p. 1082)

ONA Dordrecht inv. 194, akte 131: op 15 aug. 1697 verklaren Catharina Snouck, weduwe van Johan van der Mast, burgemeester van Dordrecht, enerzijds, en Johanna van der Mast, weduwe van mr. Herman Halling, vroedschap en secretaris van Dordrecht, anderzijds, dat zij door “intercessie” van mr. Herman van den Honert, vroedschap van Dordrecht, overeengekomen zijn, dat de rekeningen van Catharina Snouck nopende de administratie, die haar man heeft gehad aangaande de nalatenschap van Adriaen en Anthonij van der Mast en die van Elisabeth Hallingh, welke rekeningen zijn nagezien door Johanna van der Mast, door mr. Herman van der Mast zodanig moeten worden gesloten als vermeld staat in de marge van die rekeningen. Catarina Snouck zal binnen een maand na de datum van deze akte rekening doen van de administratie van voornoemde goederen, die Johan van der Mast sedert 1681 heeft gehad.

Kinderen (o.a.):

c-1. Johan van der Mast, gedoopt NG Dordrecht 8 juli 1650,jongman van Dordrecht wonende in de Houttuin (1676), waterschepen van Dordrecht, trouwde NG Dordrecht8/21 nov. 1676 Catharina Snouck Adriaensdr., jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug (1676)(zie ook Balen o.c., deel II, p. 1082-1083)

c-2. Johanna van der Mast, gedoopt NG Dordrecht 16 juli 1655, trouwde NG Dordrecht 21 jan. 1680 mr. Herman Halling

d. mr. Willem Halling, gedoopt NG Dordrecht okt. 1619, burgemeester van ‘herenwege 1662, 1663 (Balen, o.c. deel II, p. 1083)

e. Pouwels Halling, gedoopt NG Dordrecht okt. 1620, schepen van Dordrecht, OSP (Balen, o.c., deel II, p. 1082)

f. Anna, gedoopt NG Dordrecht sept. 1623, jong overleden

VI. Johan Halling, gedoopt NG Dordrecht april 1616, jongman van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1640), burgemeester van Dordrecht 1664, 1665, 1668, 1669, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 3 febr. 1706 (oud-burgemeester Johan Hallingh, bij het stadhuis, het huis met rouw behangen, zeven “sloepe”, een wapenbord aan de Grote Kerk),trouwde 2 okt. 1640 Margrieta Berk, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1640), dochter van Johan Berk, burgemeester van Dordrecht, en Johanna van Diemen. (Balen, o.c., deel II, p. 1083)

Portret van Johan Hallincq Hermansz., door Godfried Schalcken (1692)

Kinderen:

a.Herman Halling, gedoopt NG Dordrecht juli 1641, jongman van Dordrecht (1680), secretaris van Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 21 jan./6 febr. 1680 Johanna van der Mast, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Houttuin (1680)

Kind:

a-1. Adriaan Hermansz. Halling, geboren naar schatting ca. 1685,

b. Anna, gedoopt NG Dordrecht 2 juni 1645

c. Johanna Halling, gedoopt NG Dordrecht 24 aug. 1646, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Grote Kerk (1669),trouwde NG Dordrecht 28 april/14 mei 1669 Hendrik Onderwater, jongman van Dordrecht wonende achter het stadhuis (1669)

Kind:

c-1. Boudewijn Onderwater, vrijheer van Papendrecht en Matena,gedoopt NG Dordrecht 30 jan. 1673, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 29 jan./14 febr.1702 (de bruidegom geassisteerd met Hendrik Onderwater en Johanna Halling, heer en vrouwe van Papendrecht, zijn ouders, de bruid met haar moeder Cornelia de Roovere, vrouwe van Brandwijk en Gijbeland, weduwe van Samuel Everwijn, heer vanBrandwijk en Gijbeland, burgemeester van Dordrecht, en Pompejus de Roovere, heer van Hardinxveld, oud-burgemeester van Dordrecht, haar oom van moedeszijde)Susanna Everwijn, gedoopt NG Dordrecht 17 nov. 1673, dochter van Samuel Everwijn en Cornelia de Roovere

d. Margriete, gedoopt NG Dordrecht 22 nov. 1649

e. Erckenraet, gedoopt NG Dordrecht 2 febr. 1651

f. Johan Hallincq, gedoopt NG Dordrecht 2 febr. 1660, volgt VII

VII. mr. Johan Hallincq, gedoopt NG Dordrecht 2 febr. 1660, burgemeester van Dordrecht, hoofdofficier van Dordrecht, baljuw van Zuid-Holland, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 11 sept. 1728 (mr. Johan Hallincq, regerend burgemeester van Dordrecht, met een wapenbord en acht paar sleepmantels), trouwde NG Dordrecht 28 juli 1686 Elijsabeth Beljaerts Cornelisdr., begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 4 nov. 1726 (Elisabeth Belijaerts, echtgenote van mr. Johan Halling, oud-burgemeester en hoofdofficier van Dordrecht, baljuw van Zuid-Holland, met zes sleepmantels en een wapenbord, twaalf koetsen extra, de tweede boete)

Kinderen (o.a.):

a. Margareta Johanna Hallincq, gedoopt NG Dordrecht 5 dec. 1687

b. Beatris Cornelia, gedoopt NG Dordrecht 15 juli 1691

c. Beatrix en Cornelia, gedoopt NG Dordrecht 31 jan. 1695

d. Johan Herman Hallincq, gedoopt NG Dordrecht 3 jan. 1706, OSP, overleden op 9 april 1753, begraven Dordrecht (Nieuwkerk)16 april 1753 (mr. Johan Herman Hallincq, raad en vroedschap van Dordrecht, baljuw van Zuid-Holland, hoogdijkheemraad van de Alblasserwaard, laat geen kinderen na, een wapenbord voorgedragen, tien koetsen extra),trouwde 1729Cornelia van den Sandheuvel, trouwde 2emr. Samuel Onderwater

ORA Dordrecht inv. 1653, f. 184v e.v.: op 1 juni 1734 compareren voor schepenen van Dordrecht mr. Johan Herman Hallincg, baljuw van Zuid-Holland en lid van de Oudraad van Dordrecht, voor zichzelf en samen met Hendrik van den Santheuvel Anthonisz. procuratie hebbende van zijn zuster, Margarita Johanna Hallincg, beiden kinderen van wijlen mr. Johan Hallincg, burgemeester van Dordrecht en baljuw van Zuid-Holland, en Elisabeth Beljaerts, samen voor een derde part, voornoemde Hendrik van den Santheuvel, lid van de Oudraad te Dordrecht, voor zichzelf en samen met Johan Herman Hallincg procuratie hebbende van Bartholomeus van den Santheuvel en mr. Adriaan van den Santheuvel Anthonisz., advocaat voor de resp. Hoven van Justitie in de provincie Holland, en nog van voornoemde mr. Adriaan van den Santheuvel, “bij substitutie” namens zijn broer Johan van den Santheuvel Anthonisz., kapitein in het Nederlandse leger, garnizoen hebbende in Grave, en van Johanna en Emmerentia van den Santheuvel Anthonisdr., en voornoemde Hendrik van den Santheuvel tevens vervangende zijn in het buitenland verblijvende broer, Diderik van den Santheuvel Anthonisz., alsmede Albertus van Nievelt, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Elisabeth Hartel, weduwe van kapitein Cornelis van den Santheuvel Antonisz., als moeder en voogdes van haar twee, door hem verwekte kinderen, allen tezamen kinderen en kindskinderen van wijlen Anthonij van den Santheuvel, in zijn leven lid van de Oudraad van Dordrecht, en Helena Beljaerts, samen voor het tweede derde part, en voornoemde Johan Herman Hallincg en Hendrik van den Santheuvel Anthonisz., als procuratie hebbende van Govert van Slingeland, heer van de Lind en ontvanger-generaal van de provincie Holland, wonende te Den Haag, als vader en testamentaire voogd van zijn dochter, Susanna van Slingeland, vrouwe van West-IJsselmonde, door hem verwekt bij Ernestina de Bevere, die inmiddels is overleden, dochter van Ernest de Bevere, heer van West-IJsselmonde en burgemeester van Dordrecht, en Geertruijd Beljaerts, voor het resterende derde part, allen erfgenamen van Cornelia Beljaerts, weduwe van Isaeck Bernarts, De comparanten verkopen voor 5100 gl. (en een rantsoen van ca. 35 gl.) aan Bartholomeus van den Santheuvel, achtraad van Dordrecht, mr. Adriaan van den Santheuvel, Johanna van den Santheuvel en Emmerentia van den Santheuvel, elk voor een vierde part, een woonhuis en een brouwerij daarachter, genaamd “de Bel”, met twee koetshuizen, een stal, rosmolen, azijnplaats, mouterij en verdere toebehoren, staande in de Voorstraat omtrent de Botgensstraat tussen het huis, dat bewoond wordt door Jacob van de Graaff, schout van Dordrecht, en het huis van Smits [sic], strekkende voor van de straat tot achter aan de stadsvest. Aangezien de kopers mede-erfgenamen voor een achtste part in een derde part zijn, wordt van de koopsom (plus rantsoen) een bedrag van 855 gl. 17 st. aftrokken, zodat voor hen overblijft te betalen een somma van 4279 gl. 8 st.

ORA Dordrecht inv. 1658, f. 74v e.v.: op 14 jan. 1749 verkoopt mr. Johan Herman Hallincq, lid van de Oudraad te Dordrecht en baljuw van Zuid-Holland, als man van Cornelia van den Sandheuvel, enige dochter van Adriaan van den Sandheuvel en Alida Everwijn, voor 3100 gl. aan Gijsbert Pott, commies “ten comptoire” van de gemene middelen te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Sacharias Kemp en dat van Bartholomeus Vervel

ORA Dordrecht inv. 1662, f. 92: op 18 april 1758 verkoopt Gerard Kelderman, stadhouder van de hoofdofficier van Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Samuel Onderwater, schepen in wette en lid van de Oudraad te Dordrecht, als man van Cornelia van den Sandheuvel, eerder weduwe van mr. Johan Herman Hallincq, lid van de Oudraad te Dordrecht, voor 5580 gl. aan Jacob van Wageningen, medicinae doctor te Dordrecht, een huis met een tuin erachter, staande en gelegen in de Grotekerksbuurt tussen het huis van Cornelia Everwijn, weduwe van Ocker Repelaer en dat van Cornelia Vivien

ORA Dordrecht inv. 1662, f. 92v e.v.: op 18 april 1758 verkoopt Gerard Kelderman, stadhouder van de hoofdofficier van Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Samuel Onderwater, schepen in wette en lid van de Oudraad te Dordrecht, als echtgenoot van Cornelia van den Sandheuvel, die eerder weduwe en erfgename was van mr. Johan Herman Hallincq, lid van de Oudraad van Dordrecht, voor 2325 gl. aan Arnold van Poelien, koopman te Dordrecht, een koetshuis en paardenstal in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Frans van Helmond en het Manhuisstraatje.

Mr. Johan Herman Hallingh, werd op 1 jan. 1706 geborenals zoon van mr. Johan Halling(Hallincq), burgemeester en schout van Dordrecht, en Elisabeth Beljaerts Cornelisdr. Johan Herman werd schepen van Dordrecht en baljuw van Zuid-Holland. Op 2 febr. 1729 trouwde hij in Dordrecht met Cornelia van den Santheuvel, dochter van Adriaen van den Santheuvel, baljuw van de Merwede, en Alida Everwijn. Hij overleed, zonder kinderen na te laten, op 9 april 1753 en werd op 16 april 1753 begraven.

Johan HermanHallingh kocht in 1734 het huis, dat naast zijn ouderlijk huis, “de Groene Weijde”, *stond en in 1742 een gedeelte van een naastliggende erf achter een andere woning. In 1742 kon hij eindelijk overgaan tot de stichting van zijn prachtige woning. Op 31 mei 1745 verzocht hij de Thesauriers en Achten van Dordrecht hem toestemming te verlenen om voor dat huis, ter weerszijden van het deurkozijn, “regt vooruijt, zamen drie hartsteenen dorpels met eenen hartsteenen zerk” te laten leggen, alsmede een nieuw stenen riool, dwars door de straat en recht vooruit door de Kleine Appelsteiger tot in de oude haven. Die toestemming werd hem gegeven op 10 juni 1745, mits hij een bepaald bedrag aan de stad Dordrecht betaalde. (Balm, De Groene Weijde, p.8 e.v.)

Het huis “De Groene Weijde” in de Voorstraat.

* 11 febr. 1734: Pieter Kopper, koopman te Rotterdam, echtgenoot van Sophia van Beaumont, verkoopt aan mr. Johan Herman Hallincg, voor 14.400 gl. een huis in de Voorstraat, staande tussen het huis van Matthijs Berk, vrijheer van Goidschalkoort, en het huis van de koper.

Cornelia van den Santheuvel, Hallinghs weduwe, hertrouwde op 10 nov. 1754 met de weduwnaar mr. Samuel Onderwater. Zij overleed op 29 mei 1773. In hun testament van 7 april 1751 hadden Johan Herman Hallingh en zijn vrouw tot erfgenamen vande langstlevende van hen beiden benoemd de kinderen van Boudewijn Onderwater en Susanna Everwijn voor de ene helft en de kinderen van Samuel Everwijn en Maria Onderwater voor de andere helft. Het huis in de Voorstraat werd door de erfgenamen op 13 en 17 juli 1773 publiekelijk geveild. Het wordt danbeschreven als een”extraordinaris, groot, nieuwgebouwt en wel-doortimmert dubbelt huijs”, met daarin “behangen kamers, behalve de kabinetten en kleinere appartementen”, met een mooie tuin, een stal voor 4 paarden en koetshuis daarachter, uitkomende in de Doelstraat, belend (in de Voorstraat) door het huis van Arnoldus Adrianus van Tets, raad en schepen van Dordrecht, en de weduwe De Koning aan de ene zijde en het huis van de verkopers aan de andere zijde.Dat laatste huis werd op genoemde datum eveneens te koop aangeboden en was aan de andere zijde belend door het huis van de erfgenamen van de heer Van der Wall. Beide panden werden op de veiling niet verkocht. “De Groene Weijde” werd vervolgens voor een somma van23.538 gl. en 18 st.dooréén der erfgenamen op zijnerfportie aangenomen, nl. mr. Hendrik Onderwater Hendriksz., een kleinzoon van Boudewijn OnderwaterenSusanna Everwijn.De nieuwe eigenaar was op 7 april 1771 in ondertrouw gegaanmet Sophia Adriana Hoeufft, de dochter van Pieter Hoeufften Adriana van den Brouke. (Balm, De Groene Weijde, p. 16 e.v.)