Genealogische sprokkels

Geraadpleegde literatuur.

M. Balen, Beschryvinge der stad Dordrecht, 2 delen (Dordrecht 1677)

W. Nijman, “Hier leyt begraven”. Grafzerken in de Grote Kerk te Dordrecht (Dordrecht z.j. [1989])

Volgorde is alfabetisch op familienaam/voornaam.

Adriaen Pietersz. schiptimmerman

1629: “Betaelt [aan] Adriaen Pietersz. schiptimmerman vijff hondert twee en tseventich ponden 17 sch. 3d.over ’t maecken van eene nieuwe chaloup tot bewaring van’t stapelrecht, het vertimmeren van de stadtschuijten als mede het leveren van torcken, riet ende pectonnen, gebrant over de victorie van de silvere vloot, Wesem ende ’s Hertogenbosch, bij vijer decl. ende quitantiën. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 2997, f. 55v)

Andries Adriaensz. schout van Dubbeldam

I. Andries Adriaensz., geboren ca. 1560,”op Dubbeldam” (1584), schout van Dubbeldam (na 1602, vermeld 1626, 1627),mogelijk begraven Dordrecht dec. 1627, trouwde 1e NG Dordrecht 29 jan./12 febr. 1584Petercken Jansdr., weduwe van Cornelis Jansz., 2eca. 1585 Luijcxken Willemsdr., geboren naar schatting ca. 1560, overleden in of na 1638

– 21 mrt. 1602: op verzoek van Adriaen Claesz., als echtgenoot van Mariken Baerthoutsdr., eerder weduwe van Pieter Henricksz. den ouden Boon, legt Andries Adriaensz., inwoner van Dubbeldam, een verklaring af. (ORA Dordrecht inv. 898)

– 1 april 1602: vermeld wordt Jacob Ariensz., schout van Dubbeldam (ORA Dordrecht inv. 898)

– 20 nov. 1612 comp. voor notaris W. van den Brouck Adriaen Abrahamsz., wonende op de Merwede, ongeveer 40 jaar oud en Andries Ariensz., wonende op Dubbeldam, 51 jaar oud. (ONA Dordrecht inv. 5, f. 67v)

– 19 aug. 1613: verklaring op verzoek van de ambachtsheer van Dubbeldamdoor o.a. Andries Ariensz., 52 jaar oud. (ONA Dordrecht inv. 5, f. 119v)

– 13 mei 1614: comp. voor notaris A. Cloots Andries Ariensz. en Luijcxken Willemsdr., echtelieden wonende te Dubbeldam. Zij benoemen tot erfgenaam de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden en alimenteren tot zij 18 jaar zijn geworden en hun dan een somma van 500 gl. uit te keren, met uitzondering echter van hun oudste zoon Adriaen Andriesz., die bij zijn huwelijk en daarna van hen testateuren al giften heeft ontvangen, die ten minste 500 gl. bedragen. (ONA Dordrecht inv. 52, f. 46 e.v.)

– 10 juli 1621: Andries Ariensz., schout van Dubbeldam, verklaart overgedragen te hebben aan Arien Abrahamsz. 300 roeden land aan de Heerweg, komende aan de rede van de Merwede, belend ten oosten door de landen van Michiel Pompe en ten zuiden en westen door de landen van verkoper. (ORA Dubbeldam inv. 19, f. 149)

– 1626 (1000e penning van Dubbeldam): Andries Adriaensse schout aangeslagen voor een vermogen van 8000 gl. (Ons Voorgeslacht 2005, no. 571, p. 239)

– 29 april 1627: Andries Adriaensz., schout van Dubbeldam, is borg voor Abraham Jansz. Bonten bleker. (ORA Dordrecht inv. 766, f. 80 e.v., akte dd 3 mei 1627)

– dec. 1627: ontvangen van de schout van Dubbeldam “van een geleent graft sonder eijgendom” -18 gl. (Archief van de NH gemeente te Dordrecht, inv. 1697, f. 40)

– 1638 (200e penning van Dubbeldam): Luijcxken Willems, weduwe van Andries Arijensz. schout, aangeslagen voor een vermogen van 1000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3 inv. 3978, f. 87)

Kinderen (gedoopt NG Dordrecht):

a. Adriaen Andriesz., geboren naar schatting ca. 1585, volgt II

b. Marijken Andriesdr, geboren naar schatting ca. 1595, overleden in 1623 (tussen ca. jan. 1623 en10 april 1623, kort nadat zij bevallen was van haar dochter Marijcken), trouwde NG Dordrecht/Papendrecht 9 jan./6 febr.1622 (5 febr. 1622 bescheid gegeven om op Papendrecht te trouwen, daar getrouwd 6 febr. 1622 blijkens akte van ds. Scharlaken dd 6 febr. 1622) Lambrecht Lambrechtsz. (Schaep), bouwman van Baarn in het Sticht van Utrecht wonende op Dubbeldam (1622), overleden vóór 11 nov. 1665, trouwde 2e NG Dordrecht 20 okt./19 nov. 1624 Anneke Leenaert Cornelisdr., van Dubbeldam (1624), dochter van Leendert Cornelisz. Coijman en Janneken Barthout Jansdr. (Ons Voorgeslacht 2005, no. 571, p. 241)

– 19 april 1623: comp. Lambert Lambertsz., wonende op Dubbeldam, weduwnaar van Marijcken Andriesdr., enerzijds en Andries Ariensz. schout, als grootvader en bloedvoogd van Marijcken Lambertsdr., ongeveer 3 maanden oud, dochter van Lambert Lambertsz. en Marijcken Andriesdr., anderzijds. Volgt de boedelscheiding. (ORA Dubbeldam inv. 19. f. 89 e.v.)

Kind:

b-1. Marijken Lambertsdr. gedoopt NG Dordrecht febr. 1623, overleden na 5 april 1679

c. Pieterken Andries Adriaensdr., geboren naar schatting ca. 1600, van Dubbeldam (1627), weduwe van Jan Geenen wonende te Dubbeldam (1641), trouwde 1e NG Dordrecht 10 okt./2 nov. 1627 Jan Gemen (Geenen), bouwman van Jeronijmusambacht [Heer Oudelandsambacht] wonende op Dubbeldam (1627), overleden in 1641,2e NG Dubbeldam 13 nov./4 dec. 1644 (proclamatie te Ridderkerk)Goossen Dircxsz. Moledijck, jong gezel van Ridderkerk wonende te Dubbeldam (1641)

– 1638 (200e penning Dubbeldam): Jan Geenen aangeslagen voor een vermogen van 1000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3 inv. 3978, f .89)

– 1667 (200e penning Dubbeldam): Goossen Dirksz. Molendijck aangeslagen voor een vermogen van 1000 gl. (Ons Voorgeslacht 2004, no. 561, p. 203)

Kinderen:

c-1. Ariaenken, gedoopt NG Dordrecht aug. 1628

c-2. Catalina, gedoopt NG Dubbeldam 25 april 1632

c-3. Neeltjen, gedoopt NG Dubbeldam 12 febr. 1634

c-4. Wouter Jansz. (Eijckenkooijmck), gedoopt NG Dubbeldam 9 dec. 1635

c-5. Maijken, gedoopt NG Dubbeldam 22 nov. 1637

c-6. Marijcken, gedoopt NG Dubbeldam 19 dec. 1638

c-6. Lena, gedoopt NG Dubbeldam 24 nov. 1641

d. NN, gedoopt NG Dordrecht juni 1603

e. NN, gedoopt NG Dordrecht april 1605

II. Adriaen Andriesz., geboren naar schatting ca. 1585, landman van Dubbeldam (1606), landbouwerte Dubbeldam (vermeld 1627), trouwde NG Dordrecht 1/15 okt. 1606 Neelten Jacob Adriaensdr., van Dubbeldam (1606), overledenca. 1626

– 24 april 1627: comp. Arien Andriesz., weduwnaar van Neeltgen Jacobsdr., Jacob Ariensz. en Arien Gerritsz., als naaste bloedverwanten van Neeltgen Jacobsdr. en voogden over hun kinderen, t.w. Catalina, ongeveer 18 jaar, Jacob, ongeveer 16 jaar oud,Goossen, 15 jaar oud,Arien, ongeveer 13 jaar oud,Ariaentge, ongeveer 12 jaar oud,Anneken, 9 jaar oud,Andries, 6 jaar oud,Willemken, 5 jaar oud, Arien,3 jaar ouden Pieter Ariensz., ongeveer 1 jaar oud. Comparanten hebben een overeenkomst gesloten betreffende de verdeling van de goederen, die door wijlen Neeltgen Jacobsdr. zijn nagelaten.Haar weduwnaar zal de gehele nalatenschap behouden, inclusief huis, schuur, berging, bruikweer van huurlanden, beesten, zowel paarden als koeien en jonge beesten, inboedel, huisraad en gedorst en ongedorst graan. Dat alles op voorwaarde, dat hij zijn kinderen zal onderhouden tot zij de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt en hen dan zal “uitzetten” naar staat en gelegenheid van zijn boedel en hun elk een bedrag van10 gl. zal uitkeren. Actum coram Andries Ariensz. schout en Adriaen Cornelisz. bakker en Cornelis Ariensz. IJescoet,heemraden. (ORA Dubbeldaminv. 19, f. 97v e.v.)

– 24 april 1627: comp. Arien Cornelisz. bakker, getrouwd met Beatris Bastiaensdr., weduwe van Adriaen Jacobsz., enerzijds en Arien Andriesz., als behuwd oom van Jacob Ariensz., 19 jaar oud en Arien Ariensz., ongeveer 18 jaar oud, anderzijds en treffen een overeenkomst aangaande de boedelscheiding. (ORA Dubbeldam inv. 19, f. 98v)

Kinderen:

a. Catalina, geboren ca. 1609

b. Jacob, geboren ca. 1611

c. Goossen, geboren ca. 1612

d. Arien, geboren ca. 1614

e. Ariaentge, geboren ca. 1615

f. Anneken Ariensdr., geboren ca. 1618,volgt III

g. Andries, geboren ca. 1621

h. Willemken, geboren ca. 1622

i. Arien, geboren ca. 1624

j. Pieter, geboren ca. 1626

III. Anneken Ariensz., geboren ca. 1618, overledenna 8 nov. 1687,trouwde naar schatting ca. 1645Arien Ariensz. Cooijman alias Ambachtsheer, schepen te Hardinxveld 1671-1672, overleden vóór 30 juli 1682(zie Genealogie Alblasserwaard s.v. Ambachtsheer)

– 9 april 1651: Arie Ariensz. en Annaken Ariens lidmaten van de NG gemeente te Boven-Hardinxveld.

– 30 juli 1682: Dirck van Vendelo, meester-kleermaker te Hardinxveld, als man van Pleuntjen Jansdr. Bol, verkoopt aan Joost Cornelisz. Buijck een huisje, staande tussen Steenenhoeck en de Steenestraat te Hardinxveld, belend zuid Willem Sandersz. van Lopick, als echtgenoot van Cornelia Ariens en noord de weduwe van Arien Ariensz. Cooijman.(ORA Hardinxveld inv. 4, f. 31)

– 8 nov. 1687: Annigje Ariensdr., weduwe van Arien Ariensz. Ambagtsheer, in zijn leven schepen van Hardinxveld, ziek in bed liggende,testeert ten overstaan van de Harinxveldse notaris P. Backer. Zij prelegateert aan Pieter Ariensz. Ambagtsheer, haar oudste zoon, een somma van 30 gl. jaarlijks “voor een huertje, ofte gedane diensten”, ingaande op de trouwdag van haar overleden zoon Cornelis Ariensz. Ambagstheer,die ongeveer elf jaar eerder gehuwd is. Bovendien legateert zijn aan haar zoon Pietereen bedrag van 200 gl. en een bed met toebehoren, ter compensatie van hetgeen zij aan haar andere zoons, Andries en Cornelis, bij hun huwelijk gegeven heeft.Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar zoons Pieter en AndriesAriensz. Ambagtsheer en het kind van haar overleden zoon, genaamd Arien Cornelisz. Ambagtsheer. Akte gepasseerd ten huize van de testatrice. Zij tekent met een merkje. (ONA Hardinxveld, inv. 2)

Kinderen: (volgorde onzeker)

a. Pieter Arijensz. Ambachtsheer, geboren naar schatting ca. 1645, overleden in of na 1687, vermoedelijk ongehuwd

b. Andries Arijensz. Koijman alias Ambachtsheer, geboren naar schatting ca. 1650, lidmaat van de NG gemeente te Boven-Hardinxveld op 25 dec. 1677,trouwde NG Wijngaarden 25 nov. 1673 (otr.)Sijchje Geemensdr. Bouman, van Wijngaarden (1673)

– 27 juli 1675: comp. voor schout en heemraden van Hardinxveld Cornelis Jansz., lijndraaier te Hardinxveld, die verklaart voor 297 gl. en 10 st. aan Andrijes Arijensz. Ambachtsheer, wonende te Hardinxveld, verkocht te hebben een huis in de Peulestraat, belend oost de sloot aan het land van Joost Pietersz. van der Meulen, zuid de weduwe van Arijen Jansz. Decker, west Theunis Cornelisz. Buijtendijck en noord de erfgenamen van Thomas Hendriksz. Wandelaer. (ORA Hardinxveld inv. 3)

– 5 april 1679: comp. voor schout en heemradenvan Dubbeldam Andries Ariensz. Ambachtsheer, voor zichzelf en uit naam van zijn moeder Anneken Ariensdr., Cornelis Maertens, wonende op Hardinxveld, als echtgenoot van Anneken Pieters, Aert Gillisz. van Heck, alsechtgenoot vanAnneken Floris (*)en Maijken Lamberts, dochter van Maijken Andriesdr., allen nakomelingen van Luijcxken Willems, weduwe van Andries Ariensz., in zijn leven schout van Dubbeldam. Zij sluiten een overeenkomst met Goossen Dircxsz. Molendijck, heemraad van Dubbeldam, weduwnaar van Pieterken Andriesdr., dochter van voornoemde Andries Ariensz. eneerder gehuwdgeweest met Jan Geene. (ORA Dubbeldam inv. 1, f. 158v)

* Op 30 jan. 1692 comp. voor schout en schepenen van Hardinxveld Annighie Floris, weduwe van Aert de Heck, in zijn leven schoolmeester te Schelluinen. (ORA Hardinxveld inv. 4, f. 91v)

– 21 dec. 1684: Andries Ariensz. Ambagtsheer, wonende te Harinxveld, is schuldig aan Jan Andriesz. een bedrag van 150 gl. wegens geleende penningen. Hij tekent met zijn naam. (ONA Hardinxveld inv. 632)

Kinderen (allen NG gedoopt te Hardinxveld):

b-1. Arijen, 16 dec. 1674 (get.: Geemen Jansz., Cornelis Arijensz. Koijman, Annigje Arijens)

b-2. Neeltie, 19 mrt. 1676 (get.: Geemen Jansz., Pleuntie Geemens, Stijntje Arijens)

b-3. Cornelis, 23 okt. 1678 (get.: Arij Dircxz., Pieter Arijens, Annigje Meertens)

b-4. Cornelis, 14 juli 1680 (get.: Pieter Arijens, Cornelis Meertens, Annigje Meertens)

b-5. Geemen, 21 juli 1683 (get.: Arij Leenderts, Pieter Arijens, Ariaentje Geemens)

b-6. Cornelis, 7 april 1686 (get.: Arij Leenderts, Dirck Arijens, Neeltje Geemens)

b-7. Annichje, 16 jan. 1689 (get.: Pieter Coijman, Luijcxje Jacobs)

c. Cornelis Arijensz. Ambachtsheer, geboren naar schatting ca. 1650,overleden vóór 28 sept. 1681 (mogelijk in of vóór mei 1680,NG Nieuwpoort 17nov. 1676 (met attestatie van Hardinxveld en Streefkerk)Annighie Meertens (van Zant), die trouwde 2enajaar 1681Arien Roelen Versloot, vestigen zichin 1683 te Streefkerk

– juli 1677: Annigje Meertens, lidmaat van de NG gemeente te Hardinxveld, met attestatie van Streefkerk

– 31 dec. 1681: Joghem Theunissen, wonende te Hardinxveld en Pieter Leendertsen, wonende te Giessendam, knecht van Annigjen Meertens, verklaren op verzoek van Arien Roelen Versloot, echtgenoot van Annigjen Meertens, dat zij op 28 sept. voorleden geweest zijn omtrent het huis van rekwirants vrouw, die toen weduwe was van Cornelis Arijensz. Ambagtsheer, waar voorbij kwam rijden Johan van de Grient, pachter van het gemaal in de Alblasserwaard, met zijn gevolg. Van de Grient had een zak met meel bij zich, die hij Pieter Leendertsen, Annigjes knecht,had afgenomen. De pachter heeft Annigjen gevraagd, waaraan zij haar zak herkende en zij heeft geantwoord “Aen de scheur die daer boven in is”, waarop Van de Grient is weggereden, met de zak bij zich. (ONA Hardinxveld inv. 2)

– 18 april 1683: Pons Cornelisz. Metselaer en Aert Bastiaens, wonende te Giessendam, verklaren op verzoek van Neeltje Gillisdr. van der Putten, weduwe van Cornelis Meertensz., dat Annigje Meertens, vrouw van Arien Roelen Versloot,omtrent mei 1680 is komen wonen in het huis van rekwirante, staande onder Giessen Buitendams. (ONA Hardinxveld inv. 2)

– 16 mei 1683: Arien Roelen Versloot en Annigje Maertens laten dopen (NG Streefkerk) een dochter Marigje

– 18 juli 1683: comp. o.a. Arien Roelen Versloot, getrouwd met Annigjen Meertens, wonende onder Streefkerk. (ONA Hardinxveld in 2)

– 12 jan. 1693: comp. voor schepenen van Hardinxveld Arien Roelen Versloot, tegenwoordig wonende te Nieuwerkerk, als echtgenoot van Annighie Meertens, die weduwe was van Cornelis Ariensz. Ambachtsheer en zulks behuwd vader [stiefvader]van Arien Cornelisz. Ambachtsheer, nagelaten weeskind van Cornelis Ariensz. Ambachtsheer, door hem verwekt bij Annighie Meertens, enerzijds en Andries Ariensz. Ambachtsheer, wonende onder de heerlijkheid Hardinxveld, anderzijds. Comparanten verklaren, dat zijmet elkaargedeeld en gescheiden hebben zekere twee huizen en erven met alles wat daaraan aard- en nagelvast is, “gecomen van de vader en moeder van Andries Arienssen Ambaghtsheer en des kints grootvader en grootmoeder zaliger resp.” Akte door comparanten ondertekend.(ORA Hardinxveld inv. 15, zonder folionrs.)

– 17 jan. 1695: Arien Roelen Versloot, als behuwd vader [stiefvader] en voogd van Arien Cornelisz. Ambagtsheer, minderjarig kind van wijlen Cornelis Ariensz. Ambaghtsheer, door hem verwekt bij Annighjen Maertens, verkoopt in die hoedanigheid voor 322 gl. en 10 st. aan Bastiaen Ariensz. de Haes en Pieter Joosten Buijck, beiden wonende te Hardinxveld, een huis en erf, binnen- en buitendijks, belend oost Bastiaen Ariensz. de Haes en Pieter Joosten en west Marij Joosten Buijck binnendijks en Andries Ariensz. Ambaghtsheer buitendijks. (ORA Hardinxveld inv. 4, f. 103)

Kind:

c-1. Arijen Cornelisz. Ambachtsheer, gedoopt NG Hardinxveld 20 febr. 1678 (get.: Willem Meertens, Pieter Arijens, Annigje Arijens), overleden in of na 1695

d. Arien Ariensz. Cooijman de Jonge, kooiman van de heer van Saftingen, overleden vóór 13 juli 1679

– 13 juli 1679: comp. voor P. Backer, notaris te Hardinxveld,Annigje Ariensdr., wonende te Hardinxveld, weduwe en boedelhoudster van Arien Ariensz. Cooijman en moeder en erfgename van wijlen Arien Ariensz. Cooijman de Jonge. Zij verleent procuratie aan Dirck Crijnen, wonende onder Giessendam en Aerjamelieff [sic], bakker te Antwerpen in Brabant, “omme wegens haer comparante, als erfgenaeme van den voorn. haeren soone Arien Ariensz. Cooijman zaliger, in te vorderen en ontfangen van den boedel van den heere van Saftingen zaliger, ofte van die geene die daerover de directie mogen hebben, de somma van aght en t negentigh guldens, die haer comparante competeren vande gemelten boedel, als reste van een jaer huijre bij gemelten haeren soon saliger als cooijman aenden voorsz. heere van Saftingen zaliger verdient”, daarvan kwitantie te ontvangen, etc. Zij tekent met een merkje. (ONA Hardinxveld inv. 1, f. 189 e.v.)

Cornelis Adriaensz. teerkoper:

I. Cornelis Adriaensz., geboren ca. 1525, teerkoper te Dordrecht, overleden in of na 1607, trouwde 1e Marichgen Henrixdr.,2e Neeltken Herbertsdr., overleden tussen 18 dec. 1594 en 23 aug. 1607, trouwde 1e Adriaen de Both, 2e Pieter Cornelisz. de verwer

– 1 febr. 1580: Arien Cornelisz. schipper, voor zichzelf en Machiel Thijsz. schipper, als man van Grietgen Cornelisdr., verklaren te zijn betaald en voldaan door hun vaderresp. schoonvader, Cornelis Ariensz. teerkoper, van alle goederen, die zij hebben geërfd van hun moeder Marichgen Henricxdr. (ORA Dordrecht inv. 735, f. 208v)

– 30 juli 1580: verklaring door Neeltgen Herbertsdr., vrouw van Cornelis Ariensz. teerkoper.ORA Dordrecht inv. 736, akte 46)

– 20 aug. 1580: op verzoek van Arien Aertsz. Haen van Streefkerk verklaren Fop Huijge uit Nieuw-Lekkerland, ongeveer 40 jaar oud, en Cornelis Jan Ockersz., schout van Alblas, ongeveer 62 jaar oud, dat zij op 16 of 17 juni 1580 zijn geweest ten huize van Cornelis Jan Ockersz. op de Riedijk in Dordrecht, waar benevens de rekwirant mede aanwezig waren Cornelis Ariensz. teerkoper en Thomas Damasz., die kwestie bleken te hebbenaangaandeeen zekerelandpacht over het jaar 1579. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 89v e.v.)

– 1 okt. 1580: Cornelis Adriaensz. teerkoper transporteert aan Aeltgen Fransdr. een rentebrief van 30 st. jaarlijks, gepasseerd voor schout en heemraden van Hendrik-Ido-Ambacht door Joris Cleijsz., welke rentebrief zijn vrouw is aangekomen door overlijden van Heijltgen Jan Wijnendr. (ORA Dordrecht inv. 736, f.)

– 2 mei 1583: Cornelis Adriaensz. teerkoper, als getrouwd hebbende de weduwe van Pieter Cornelisz. de verwer, transporteert aan Adriaen Govertsz. Mosiënbrouck, voor de ene helft en Cornelis Adriaensz. stadsbode, voor de andere helft een rentebrief van 1 pond Vlaams jaarlijks, gepasseerd voor schout en heemraden van Alblas en verleden door Cornelis Joost Henricxsz. (ORA Dordrecht inv. 737,f. 18v)

– 11 mrt. 1588: verklaring door o.a. Cornelis Ariensz. teerkoper, 63 jaar oud, op verzoek van Adam Oloffsz. hoedenmaker. (ORA Dordrecht inv. 740, f. 73)

– 9 mrt. 1602: comp. Cornelis Adriaensz. teerkoper en zijn vrouw Neeltken Herbertsdr., hij gezond, zij ziek. Hij herroept de bepaling van fideï-commis, waarmee hij in een eerder testament (datum en verdere bijzonderheden niet vermeld) de goederen, die zijn dochter Grietken Cornelisdr. zal erven, heeft belast. Zij herroept het legaat van 1000 gl., dat zij eerder heeft gemaakt aan de kinderen van haar dochter Heijlken Adriaensdr. de Both. (ONA Dordrecht inv. 3, f. 87 e.v.)

– 25 juli 1603: Cornelis Adriaensz. teerkoper bevestigt zijn testament van 18 dec. 1594. Zijn dochter zal alleen het vruchtgebruik hebben van de goederen, die haar toekomen bij overlijden van haar vader, terwijl haar kinderen de eigendom daarvan zullen erven, of bij vooroverlijden haar naaste vrienden en erfgenamen ab intestato. Als administrateur van die goederen stelt hij aan Hendrick Sijmonsz. van Slingelandt. (ONA Dordrecht inv. 4, 79v e.v.)

– 1606 (verponding Dordrecht): Cornelis Ariaensz. teerkoper betaalt 15 ponden voor zijn huis in de Torenstraat bij de Schipperskapel. Belenders: Cornelis Ariaensz. Venijs en de weduwe van Philips Roeloffsz. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3966, f. 92)

– 23 aug. 1607: comp. Cornelis Adriaensz., teerkoper en burger van Dordrecht “ende verclaerde alsnoch te persisteren bij de verclaring bij hem ende wijlen Neeltken Herbertsdr. zijne zaliger huijsvrouwe gedaen in zeker instrument notariael” voor notaris Damas Jobsz. van Slingelandt gepasseerd op 18 dec. 1594, voor zoveel aangaat de huwelijkse voorwaarden tussen hem comparant en zijn voornoemde overledenvrouw voor het aangaan van hun huwelijk onderling gemaakt en voor zover aangaat de kwestie tussen hem comparant en zijn vrouw enerzijds en Thomas Damasz. [teerkoper], als getrouwd geweest met Commertken Herbertsdr. anderzijds, uitstaande is geweest en nog uitstaande zou mogen zijn. Hij herroept eerdere testamenten, gepasseerd op 9 mrt. 1602 en 25 juli 1603, en benoemt tot erfgenaam van de helft van zijn na te laten goederen zijn zoon Adriaen Cornelisz., op voorwaarde, dat hij die goederen niet zal verkopen, verbeuren,belasten of op een andere manier vervreemden, maar zal nalaten aan zijn kinderen of aan zijn naaste verwanten en erfgenamen ab intestato. Op dezelfde voorwaarde vermaakt hij aan zijn dochter Grietken Cornelisdr. en haar kinderen de wederhelft van zijn nalatenschap, waarvan 1/3 deel zal toekomen aan Grietken en 2/3 deel aan haar kinderen.Grietken Cornelisdr.zal echter hetvruchtgebruikhouden vandat laatste 2/3 deel. Tot executeurs-testamentair benoemt hij mr. Adriaen van Moeussenbrouck en Robbrecht Cornelisz., die hij ook, naast zijn zoon Adriaen Cornelisz.,aanstelt tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen. Hij tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 7, f. 1 e.v.)

Kinderen (ex 1; volgorde onzeker):

a. Adriaen Cornelisz. (Pecklap), geboren naar schatting ca. 1560, schipper te Dordrecht, overleden tussen 23 aug. 1607 en 7 febr. 1618, trouwde vóór 31 dec. 1590 Marijcken Apersdr. (zie genealogie Van den Brande I op deze website)

Geen nakomelingen.

b. Grietken Cornelisdr., volgt II

II. Grietken Cornelisdr. geboren naar schatting ca. 1560, trouwdevóór 1 febr. 1580Michiel Matthijsz. schipper

Kinderen:

a. Marijken (Maritge) Michiel Tijsdr., geboren naar schatting ca. 1590, “van Dordrecht” (1613),trouwde NG Dordrecht 28 april/9 juni 1613 Jan Gillisz. van der Horst (Verhorst), “van Dordrecht” (1613), wijnkuiper/wijnkoper te Dordrecht

– 13 sept. 1613: testeert Mariken Michielsdr., vrouw van Jan Gillisz. van der Horst, ziek te bed liggende. Zij legateert aan de Armen 25 gl. en aan haar nicht Maijken Rutten een bedrag van 12 gl., haar zilveren onderriem, een zilveren keten in een koker en een zilveren sleutelriem. Tot universele erfgenaam van al haar overige goederen benoemt zij haar voornoemde man. (ONA Dordrecht inv. 11, f. 158v e.v.)

– 16 sept. 1613: Marijken Michielsdr., echtgenote van Jan Gillisz. wijnkoper, ziek in een stoel bij het vuur zittende, legateert aan haar zuster Pieterken Michielsdr. al haar kleren en al haar linnen. (ONA Dordrecht inv. 7, f. 130)

– 3 dec. 1617: Gillis Pietersz. Romeijn, huistimmerman en burger van Dordrecht, verkooptaan Jan Gillisz. van der Horst, koopmanvan wijnen, een huis op de Boom, genaamd “den Thooren”, zijnde het vierde erf van de Boom, staande tussen de erven, die tegenwoordig “betimmerd” worden door Henrick Jansz. huistimmerman. Waarborgen: Jan Cornelisz. vleeshouwer en Nicolaes Pietersz. Cramer, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 758, f. 115)

– 18 dec. 1617: Jan Gillisz. van der Horst, wijnkoper te Dordrecht, bekent schuldig te zijn aan Marijgen Cornelisdr. een bedrag van 800 gl., daarvoor verbindende een huis op de Boom, aan weerszijden belend door de huizen van Jan Jansz. huistimmerman c.s. (ORA Dordrecht inv. 758, f. 118v)

– 1626 (verponding Dordrecht): Jan Gillisz. bezit een huis op de Boom, belend door het huis van Sijmon Warnier goudsmiden dat van de weduwe van Maerten van Bergen, geen bedrag vermeld. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3970, f. 67v)

– 6 sept. 1628: Jan Gillisz. van der Horst, wijnkoper te Dordrecht, verklaart tot verzekering van bepaalde goederen ter waarde van 2000 gl., die bijtestament door Cornelis Adriaensz. teerkoper, de grootvader van zijn vrouw, gepasseerd voor notaris W. van den Brouck te Dordrecht op 23 aug. 1607, onder bepaling vanfideï-commisnagelaten zijn (en door zijn, comparants, vrouw geërfd), van welke goederen hij 1 morgen land in Sliedrecht, gemeen met de erfgenamen van Nicolaes Woutersz. van den Burch,heeft verkocht aan Leendert Willemsz. enenige afgeloste renten, mitsgaders de verwisseling van een rentebrief van 300 gl. en een halve rentebrief van 400 gl. voor een obligatie van 800 gl. “bij forme van wederschiftinge met sijns huijsvrouwen suster”, welke goederen na overlijden van zijn vrouw moeten komen op haar kinderen of, bij ontbreken daarvan, haar naaste verwanten en erfgenamen ab intestato, speciaal verbonden te hebben een huis, staande op de Boom tussen het huis van Sijmon Warnier en het huis van kapitein Meeus den Boer, benevens een aantal roerende goederen. In margine: comp. Jan Gillisz. van der Horst en ds. Johannes Gijsius, als behuwdoom van diens kinderen en verklaren voorgaande akte te houden voor gecasseerd, derhalve geroyeerd op 21 juni 1634.(ORA Dordrecht inv. 767, f. 36 e.v.)

– 1633 (verponding Dordrecht): Jan Jacobsz. wijnkoper huurt een huis van Jan Gillisz. Verhorst op de Boom, belend door het huis van Sijmon Warnier zilversmid, hij betaalt hiervoor in de verponding 12 ponden 10 s. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 97)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a-1. Michiel, jan. 1615

a-2. Boudewijn, mrt. 1616

a-3. Grietken, mrt. 1617

a-4. Maeijken, okt. 1619

b. Petronella (Pieterken) Michiel Matthijsdr., volgt III

III. Petronella Michiel Matthijsdr.,geboren naar schatting ca. 1595,jonge dochter van Dordrecht (1617), trouwde NG Dordrecht 6/27 aug. 1617 (procl. Streefkerk)Joannes Gijsius, geboren ca. 1583,weduwnaar van Oostende (1617), predikant te Streefkerk van 4 april 1610 tot 1652, overleden in 1652, zoon van ds.Jan Ghijs de Hazebrouckeen Francina Hackis (Hacke), trouwde 1eNN,trouwde 3e NG Dordrecht 27 april/13 mei 1636 (procl. te Streefkerk)Maria Aertsdr.Cool(s), van Dordrecht, wonende in de Houttuin (1636),overleden in1677 of 1678

Ds. Jan Gijs de Hazebroucke zoon van Pierre, van Oostende, uitgeweken naar Sandwich (Engeland), teruggekeerd in 1573, predikt onder het Kruis, gevangen genomen, maar vrijgelaten op voorspraak van zijn broer, procureur Willem Ghys, daarna predikant te Yerseke 9 febr. 1581, teruggekeerd naar Oostende 4 sept. 1581, overleden vóór 27 juni 1587, trouwde naar schatting ca. 1580 Francijntje Hacques, die trouwde 2e 27 juni 1587 Carel van den Broecke. (Kwartierstatenboek Prometheus XV [Delft 1998], p. 239, kw. 16.300 en 16.301)

– 7 febr. 1618: Johannes Gijsius, predikant te Streefkerk, voor zichzelf en vervangende zijn zwager Jan Gillisz. van der Horst, Jacob Ariensz. [van den Brande] huistimmerman, burger van Dordrecht, voor zichzelf en vervangende zijn broer en zusters, Cornelis Willemsz. blokmaker, voor zichzelf en Jacob Ariensz. en Cornelis Willemsz. nog als bloedvoogden van de nagelaten kinderen van Marijcken Ariensdr., verwekt door Daniël Willemsz., allen erfgenamen van wijlenArien Cornelisz. Pecklap, verkopen voor 1685 gl. aan Willem Dingmansz. van Bergen, burger van Dordrecht, een huis omtrent hetGroothoofd, staande tussen het huis genaamd “Hemert” en het huis waar uithangt “Nieumegen”. Waarborg: Cornelis Willemsz. blokmaker. (ORA Dordrecht inv. 759, f. 11) [Zie ook genealogie Van den Brande I op deze website.]

– 22 juni 1634: Jan van der Horst Gillisz., makelaar in wijnen te Rotterdam, verkoopt voor 1600 gl. aan ds. Johannes Gisius, predikant te Streefkerk, een huis op de Boom, genaamd “den Thoren”, staande tussen het huis van Sijmon Warnier zilversmid en dat van Geertruijt Leendertsdr. (ORA Dordrecht inv. 770, f. 33v)

– 9 april 1639: Judith Jansdr., weduwe van Simon Warnier, burgeres van Dordrecht, verklaart te begeren, dat haar oudste zoon Joannes Warnier zal worden aangekaveld het huis, waarin zij tegenwoordig woont, staande op de Boom tussen het huis van Gillis Langle en het huis, dat toekomt aan ds. Joannes Ghijsius. (ONA Dordrecht inv. 59, f. 893)

– 5 juli 1655: Johannes Abelsz. de Vries en Francijna Gijsius, echtelieden wonende te Dordrecht, verklaren, dat Marija Cool, weduwe van ds. Johannes Gijsius, hun stiefmoeder, op 4 juni 1655, ten overstaan van de echtgenotes van ds. Van de Corput en Gijsbert de Decker, de zusters van Francijna Gijsius, en ds. Henricus Dibbets, predikant te Dordrecht, rekening gedaan heeft van de inkomsten en uitgaven, die zij gehad en gedaan heeft wegens de goederen, die Francijna geërfd heeft van haar grootvader en haar ouders. (ONA Dordrecht inv. 177, f. 266)

– 26 jan. 1657: comp. Maria Cool, weduwe van ds. Johannis Ghisius, in zijn levenpredikant te Streefkerk en Abigael Ghijsius, weduwe van Ghijsbert de Decker, in zijn leven wijnkoper te Dordrecht, dochter van ds. Johannes Ghijsius. Zij verklaren verkocht te hebben aan Johannes [Abelsz.] de Vries, echtgenoot van Fransijna Ghijsius, elk hun 1/6 part in een huis met alles wat daarin aard- en nagelvast is, staandebij de Lange Brug, genaamd “de Thoren”, tussen het huis van Geurt Op de Camp wijnkoper en dat van Adriaen van Angers. Koper belooft eveneens aan Johannes Ghijsius, Jacobus Ghijsius en Arijen Arijensz. Brantwijck, getrouwd met Sara Ghijsius, voor hun resp. 1/6 part in voornoemd huiselk een bedrag van 500 gl. te betalen. Aangezien het 1/6 part van Abigael Ghijsius haar is nagelaten onder bepaling van fideï-commis, mag hij niet direct aan haar een somma van 500 gl. betalen. De 500 gl., die hij schuldig is aan Maria Cool, zal hij voldoen met jaarlijkse termijnen van 100 gl. Akte ondertekend door Maria Kool, Abijgael Gijsuijsus en Johannes de Vries. (ONA Dordrecht inv. 136, f. 20 e.v.)

– 22 sept. 1665: comp. Jacobus Ghijsius, predikant te Brandwijk, Adriaen Adriaensz. Brantwijck, als echtgenoot van Sara Ghijsius, Abigael Ghijsius, laatst weduwe van Nicolaes Coesvelt en Francijna Ghijsius, vrouw van Jan de Vries, tegenwoordig verblijvende in Oost-Indië. Zij verklaren voldaan en betaald te zijn door Maria Cool, weduwe van ds. Johannes Ghijsius, hun vader resp. schoonvader, in zijn leven predikant te Streefkerk, van een obligatie van 800 gl., staande ten laste van de gemene middelen van Holland en West-Friesland, van welke obligatie Maria Cool door haar man zaliger het vruchtgebruik is gelegateerd. Akte door comparanten ondertekend.(ONA Dordrecht inv. 144, f. 427 e.v.)

– 5 april 1678: extract in het weesboekingeschreven van het testament van Maria Cool, weduwe van ds. Johannes Ghisius, predikant in Streefkerk en haar zuster Catharina Cool, gepasseerdop 26 mei 1677. (Weeskamer Dordrecht inv. 27, f. 87)

Kinderen (allen NG gedoopt te Streefkerk)

a. Joannes Gijsius, 16 juni 1617 (get.: Jan Gillisz. van der Horst, Francina Hacke)

b. Sara Gijsius, 29 nov. 1620 (get.: idem en Cornelia Koils), trouwde naar schattingca. 1655 (vóór 26 jan. 1657) Arien Ariensz. Brandwijk, meester-timmerman te Nieuw-Lekkerland, zoon van Arien (Claesz.) Brandwijk en Niesken Adriaensdr. Middelaer (Kwartierstatenboek Prometheus XV [Delft 1998], p. 124, kw. 4074 en 4075; idem, p. 179, kw. 8148 en 8149)

Uit dit huwelijk:

b-1. Jannigje Ariensdr. Brandwijk, gedoopt NG Nieuw-Lekkerland 2 mei 1666, trouwde Lekkerkerk 25 jan./22 febr.1693 Geen Jansz. Pak (in’t Veld), gedoopt NG Lekkerkerk 16 jan. 1669,schepen van Lekkerkerk, trouwde 2e Lekkerkerk 3 april 1716 Annigje Willemsdr. Hofland (Kwartierstatenboek Prometheus XV [Delft 1998], p. 79-80, kw. 2036 en 2037), zoon van Jan Pietersz. Pack (in’t Veld) en Maritje Geenendr. (idem, p. 124, kw. 4072 en 4073)

c. Abigail Gijsius, 26 febr. 1623 (get. ds. Joannes Bocardus, Maritge Michielsdr.), trouwde Ghijsbert de Decker, wijnkoper te Dordrecht

d. Jacobus Johannesz. Gijsius, geboren naar schatting ca. 1625 (hiaat doopboek Streefkerk), predikant te Brandwijk (1665), trouwde ca. 1654 Johanna Jansdr. Brouwer

Kinderen:

d-1. Petronella, gedoopt NG Streefkerk 29 nov. 1654 (get.: Joh. Gijsius, Francijne Gijs, Marichje Pauwels [Sterrenborch, vrouw van Arij Jansz. Brouwer])

d-2. Johannes, gedoopt NG Streefkerk 10 sept. 1656 (get.: Johannes Gijsius, Arij Jansz. Brouwer)

e. Francijne Gijsius, geboren naar schatting ca. 1625 (hiaat doopboek Streefkerk), trouwde Johannes Abelsz. de Vries, wijnkoper te Dordrecht

Bramaker:

Jan de Bramaecker, geborenca. 1539 vermoedelijk te Brussel (in 1594 wordt hij genoemd “Jan de Bramaker van Bruijssel”),vestigde zich ca. 1585(vóór 1589) definitief te Dordrecht, komende van Brussel(mogelijk kort nadat diestadzich aan het belegeringsleger van dehertog van Parma had overgegeven op 10 mrt. 1585: cf. G. Parker, De Nederlandse Opstand [Utrecht 1981]. p. 208), lakenkoper te Dordrecht (vermeld vanaf 1594), koopman van wollen lakens (vermeld in 1600), eigenaar van een huis aan het Marktveld [Voorstraat bij het Scheffersplein] te Dordrecht, overleden te Dordrecht tussen 2 okt. 1619 en18 dec. 1619 (begraven in de Grote Kerk okt. 1619, zerk), trouwdenaar schatting ca. 1570 Lijske (Elisabeth) van Orley, geboren ca. 1544 vermoedelijk te Brussel, overleden Dordrecht 5 jan. 1614 (zerk in de Grote Kerk), dochter van Gomaert van Orley, tapijtmaker en schilder te Brussel en Elisabeth van Coninxloo Jansdr. (Gens Nostra 1965; Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie 1972, p. 168. Voor het schildersgeslacht Van Orley zie A. Wauters, Bernard van Orley [Parijs 1893], p. 9 e.v.)

– 11 juli 1594: Jan Mercusz. schrijnwerker verkoopt aan Jan de Bramaker van Brussel, lakenkoper te Dordrecht, een huis aan de landzijde [Voorstraat], staande tussen het huis van Thonis Willemsz. wijnkoper en dat van Geerit Jansz. in den Engel. Waarborg: Pieter Ariensz. lijndraaier. Koper kent schuldig aan verkoper een somma van 3196 gl., te betalen in termijnen van 450 gl., alle jaren op Bamisdag. Borg: Anthonie van Leest. (ORA Dordrecht inv. 743, f. 200v)

– 24 aug. 1600: verklaring op verzoek van Jan den Braeijmaecker, koopman van wollen lakens, door Dirck Lambrechtsz. kruidenier, ongeveer 30 jaar, Geerit Veder, ijzerkramer, ongeveer 32 jaar oud en Andries Adriaensz. suikerbakker, ongeveer 40 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 897)

– 16 juni 1604: comp. Jan de Bramaker, 65 jaar oud, Roeloff Dircxsz. van Duren, 40 jaar oud, Adriaen Koenen, 56 jaar oud, Gerrit Fransz. Snouck, 67 jaar oud, Frans Gerritsz. Snouck, 45 jaar oud, Lambrecht Hulshout, 37 jaar oud enMelchior van de Brouck, 37 jaar oud, allen grossiers en lakenkopers te Dordrecht. Zij verklaren op verzoek van Franchoijs van Bonckelwaert, pachter van de “wolle lakenen over Dordrecht”, dat zij “door de tweedracht ende oneenicheijt tusschen den Engelschen coopluijden van lakenen ende den coopluijden van desen lande nopende den tarre ontstaen ende ’t verbot vande E. Heeren Staten daer op gevolcht sedert den 1en october lestleden, wesende ’t ingaen vande pacht vande requirant, totten 1en martij 1604 toe, egeene Engelse lakenenen hebben mogen incoopen …. Verclaren wijders dat ten tijde sijlieden egeene Engelsche lakenen incochte ende egeene neringe en hadde haere knechts ende dienaers van haerlieden sijn vertrocken, sulcx dat sij deposanten jegenwoordich, ’t voorsz. verbot affgedaen sijnde, haere Engelsche lakenen qualijk connen bereijt crijgen omme geverwette worden”. Gepasseerd in de Grafelijksheidsmunt van Holland in tegenwoordigheid van Hans Wijckmans munter en JacopWijncooper.(ONA Dordrecht inv. 3, f. 331)

– 2 okt. 1619: Jan de Bramaker de oude, burger van Dordrecht, verkoopt aan Jan de Bramaker [de jonge] het huis waarin hij comparanttegenwoordig woont, staande op het Marktveld [Voorstraat bij het Scheffersplein] tussen het huis van Gerrit Vedder en dat vanJan Jansz. in den Engel. Koper is schuldig een bedrag van 6500 gl. In margine: comp. Jan de Bramaker de jonge en verklaart, dat hij dit huis op zijn naam heeft laten zetten, maar dat hij wil, dat het aan een ander wordt overgedragen, gelijk hij hierbij doet, namelijkaan zijn zuster Barbara Jansdr. Bramaker, op wiens naam betreffende brief is geschreven. (ORA Dordrecht inv. 760, f. 91v)

– jan. 1614: de vrouw van Jan de Bramaker begraven in de Grote Kerk (Archief van de NH gemeente van Dordrecht, inv. 1691)

– okt. 1619: Jan de Bramaker begraven in de Grote Kerk (Archief van de NH gemeente van Dordrecht, inv. 1691)

– zerk in de St. Ponciaanskapel van de Grote Kerk te Dordrecht (deze kapel behoorde toe aan het gilde van de Wantsnijders of Lakenkopers):

Wapen: twee cherubijntjes houden een medaillon vast, waarin een alliantiewapen is te zien. Het manlijk wapen bevat een ster en een vis. Op het vrouwelijke wapen staan links twee balken en rechts een klimmende leeuw en lelie. (zie foto hieronder)

Opschrift: “Hier syn begraven de eersame … Bramaker sterf de …. anno 1619 ovt … ende eerbare Elysabeth van Orley syn huysvrouwe s[t]erf de 2 jan. [1614]out 70 jar en de Petronella de Bramaker jonge dochte[r] sterf de 10 Oct. 1602 ovt 12 jar … de Bramaker … W.V.N … ende Barbara de Bramaker huysvrovw van Cornelys Bellaerts sterf den 2 ivny ovt synde 43 iaren ano. 1621.” Daaronder een zandloper. (Nijman, o.c., p. 42)

Zerk van de familie De Bramaker in de Grote Kerk. (Juni 2008)

– 10 febr. 1620: comp. voor notaris P. Eelbo te Dordrecht Lambrecht Hulshouts, als weduwnaar van Elisabet Jansdr. Bramaeckers, Clara Bramaeckers, geassisteerd met haar broer Jan de Braemaecker, Arent Walen, als echtgenoot van Marijken Jan Bramaeckersdr., Jan de Bramaecker zelf, Jaques van Wassenhoven, als man en voogd van Sara Bramaecker, Barbara Bramaecker, geassisteerd met notaris Pauwels Eelbo, Hendrick Bos, als man van Judith Bramaecker, envoornoemde Lambrecht Hulshouts en Arent Walen tevens vervangende de weeskinderen van wijlen Gillis Braemaecker, allen kinderen resp. “swagers” [schoonzoons] van wijlen Jan de Braemaecker, en allenwonende te Dordrecht. Comparanten verklaren, dat Jan de Bramaecker kort vóór zijn overlijden zijn huis op het Marktveld te Dordrecht heeftverkocht aan zijn dochter Barbara de Braemaecker en dat zij comparanten op 18 dec. 1619 bijeen zijn gekomen en in de verkoop van dat huis aan Barbarahebben toegestemd.Zij hebben echter daaraan devoorwaarde verbonden, nl. dat,wanneer tijdens het leven van Barbara of na haar overlijden het huis wederom verkocht wordt, hun broer Jan de Bramaecker, “voor ijmant vremts”, de keuze zal hebben om het aan te nemen, of dat, indien hij dat niet zou willen, de overige comparanten of hun erfgenamen die optie zullen hebben. (ONA Dordrecht inv. 12, f. 535 e.v.)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Lijsken (Elisabeth) Braijmakeckers Jansdr., geboren naar schatting ca. 1570, van Dordrecht (sic, vermeld1592), trouwde NG Dordrecht 15 nov. 1592 (otr., getr. door ds. Corputius in nov. 1592) Lambrecht Hulshoudts(Hulshout), geboren ca. 1567, lakenbereider van Breda (1592)

b. Gillis Braeijmaker Jansz., geboren naar schatting ca. 1570, van Brussel (1594), overleden vóór 15 sept. 1612, trouwde NG Dordrecht/Haarlem 3/17 juli 1594 (“ten begeerte van die van Haerlem”, bescheid gegeven om te Haarlem te trouwen op 17 juli 1594)Margretha Goetkint, geboren naar schatting ca. 1575 vermoedelijk te Mechelen, jonge dochter van Mechelen wonende te Haarlem (1594),dochter van Gillis Goekindt en NN

– 21 febr. 1602: Gielis de Bramaecker, 30 jaar oud, legt een verklaring af t.b.v. de pachters van de bieraccijns. (ORA Dordrecht inv. 898)

– 15 sept. 1612: comp. Johan de Bramaecker en Lambert Hulshout, lakenkopers wonende te Dordrecht, resp. grootvader en behuwd oom, en beiden testamentaire voogden van de onmondige kinderen van wijlen Gillis Jansz. Bramaecker en Margareta Goekindt, in hun leven ook gewoond hebbende te Dordrecht. Comparanten verlenen procuratie aan Hans van Tijenen, twijnder wonende te Haarlem, om zich aldaar te vervoegen ten sterfhuize van Janneken van Tijenen, die “tochteresse” was van Gillis Goekindt, overleden te Beverwijk en Gillis Elandt, overleden te Haarlem en vervolgens met de mede-erfgenamen over te gaan tot scheiding van de goederen, die Gillis Goekindt, grootvader van genoemde kinderen, heeft nagelaten. (ONA Dordrecht inv. 22, f. 297)

Kinderen (volgorde onzeker):

b-1. Jan, gedoopt NG Dordrecht 1595

b-2. Lijsbeth de Braeijmaecker Gielisdr.,geboren naar schatting ca. 1600, van Dordrecht (1625), trouwde NG Dordrecht 9 mrt./1 april 1625 Andries Adriaen Andriesz., maeldenier(handelaar in ijzeren voorwerpen), van Dordrecht (1625)

b-3. mogelijk: Anna Braijmaeckers, jonge dochter van Dordrecht (1626), trouwde NG Dordrecht 15 mrt./14 april 1626 Jaques Toebast, jong gezel van Haarlem (1626)

b-4. Aegidius, gedoopt NG Dordrecht 1602

c. Clara de Bramaecker, trouwde Willem Adriaensz. (van Wijngaarden)

Kind:

c-1. Adriaen, gedoopt NG Dordrecht 1609

d. Marijken Jansdr. de Bramaecker, geboren schatting ca. 1575, trouwde ca. 1600 Arent Walen

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

d-1. Simon, 1603

d-2. Johannes, 1604

d-3. Elisabeth, 1606

d-4. Gommert, 1609

d-5. Abraham, 1612

d-6. Isaack, 1613

d-7. Elisabeth, 1614

e. Jan de Bramaeker de jonge, overleden tussen 10 febr. 1620 en 7 febr. 1621

f. Barbara de Bramaecker, geboren ca. 1580,jonge dochter van Brussel (1620),overleden Dordrecht 2 juni 1621 (zerk in de Grote Kerk), trouwde NG Dordrecht 9/25 febr. 1620 Cornelis Cornelisz. Bellaerts (Beljaerts), jong gezel van Dordrecht wonende in brouwerij “de Belle” (1620)

g. Judith de Bramaecker Jansdr., geboren naar schatting ca. 1584 vermoedelijk te Londen, van Londen (1610),trouwde NG Dordrecht 25 juli/17 aug. 1610 Hendrick Bos Hansz., zijdenlakenkoper van Antwerpen (1610)

h. Sara de Bramaecker, geboren naar schatting ca. 1585, van Brussel (1612),trouwde NG Dordrecht 1612Jaques van Wassenhoven

– 2 juni 1655: Sara Bramaker, weduwe van Jaecques Wassenhoven, geassisteerd met Jeremias van Wassenhoven, haar zoon, verkoopt voor 3800 gl. aan Philps Ruijsch een huis [in de Voorstraat] tegenover de Augustijnenkerk, staande tussen het huis van Jacobmina Thibouts, weduwe van Thomas de Widt en dat van kapitein Willem Claesz. Kilsdonck, met het achterhuis uitkomende op de Appelkade. (ONA Dordrecht inv. 177, f. 264 e.v.)

i. Susannicken de Bramaecker, gedoopt NG Dordrecht8 jan. 1589, overleden Dordrecht in of vóór 1620(zerk in de Grote Kerk, z.d., mogelijk begraven in okt. 1605 (de dochter van Jan de Bramaker [Archief van de NH gemeente van Dordrecht, inv. 1691])

j. Petronella de Bramaecker, geboren ca. 1590, overleden Dordrecht (zerk in de Grote Kerk) 10 okt. 1602

Hendrik van den Brande: ingenomen in het Armenhuis te Dordrecht op 15 nov. 1734, overleden 18 mrt. 1740, begraven 22 mrt. 1740 (Archief Weeshuis inv. 617, f. 7)

Van der Burg

I. Francois (Frans) van der Burgh ?

Kinderen:

a. Johannes van der Burgh, volgt II

b.Hendrick van der Burgh, geboren Arnhem naar schatting ca. 1685, jongman van Arnhem, behorende kerkelijk onder Dubbeldam, wonende onder de Merwede(1712), weduwnaar van Ariaantie Pieters, wonende te Dordrecht (1716), begraven Dordrecht (Grote Kerk)31 dec. 1726 (Hendrick van der Burgh, in de Visstraat, laat geen kinderen na),trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht12/28 juni 1712(de bruidegom geassisteerd met zijn vader, de bruid met Cornelia Cambij, haar aangetrouwde zuster en bij mondeling consent van haar moeder) Ariaentie Pieters, jonge dochter van Dordrecht wonende onder Merwede (1712), trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 18 okt. 1716 (volgens attestatie van ondertrouw van Brakel dd 15 okt. 1716, op 1 nov. 1716 attestatie gegeven) Emmeken Ariensdr. van Willigen (van Wilsen), jonge dochter wonende te Brakel (1716), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 4 mei 1730 (Emmigie van Wilsen, weduwe van Hendrik van der Borgh, vooraan in de Visstraat, met gewone koetsen, laat geen kinderen na)

– 9 mei 1714: mutueel testament van Hendrik van der Burg en zijn vrouw Ariaentie Pieters, gepasseerd voor notaris G. Mugge te Dordrecht. Benoemen elkaar tot erfgenaam en voogd. (Weeskamer Dordrecht inv. 31 [weesboek], f. 210)

– 30 dec. 1726:overleden Hendrick van der Burgh, in de Visstraat, zonder wezen, volgens verklaring van Johannes van der Burg dd 17 febr. 1727 (Weeskamer Dordrecht inv. 114 [dodenregister], f. 20)

– 28 april 1730: testament van Emmigie Ariensdr.van Willigen, weduwe van Hendrick van der Burg, wonende te Dordrecht, gepasseerd voor notaris R. Nolthenius. Legaat voor haar nicht Huijbertje Sijmonsdr. van der Meijden. Erfgenamen: haar broer Baije Ariensz. en haar zusters Neesje en Teuntje Ariensdr. van Willigen. (ONA Dordrecht inv. 904, akte 25)

Kind (ex 1):

a. Frans, gedoopt NG Dordrecht 6 juni 1714, jong overleden

Kind (ex 2)

b. Frans, gedoopt NG Dordrecht 23 aug. 1718, jong overleden

II. Johannes van der Burgh, geboren Arnhem naar schatting ca. 1680, jongman van Arnhem wonende buiten de Vriesepoort onder de Merwede (1710), overleden in of na 1727,trouwde Gerecht/NG Dordrecht 20 april/4 mei 1710 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader, de bruid met Jacomijntie van Leeningen, haar zuster) Maeijcken van Leeningen, jonge dochter van Sleeuwijk wonende in het Steegoversloot (1710), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 29 juli 1719 (Maaijke van Leenen, vrouw van Johannes van der Burch)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Frans, 1 okt. 1713

b. Cornelis, 25 febr. 1716

c. Johannes, 20 juli 1719

Van Dam

I. Leonardus van Dam, jongman van Heusden (1686), bakker wonende in de Hoge Nieuwstraat te Dordrecht (1686), trouwde NG Dordrecht 14/29 april 1686 Margrietje Veltmans, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Houttuin 1686)

Kinderen:

a. Elisabeth, gedoopt NG Dordrecht 6 juni 1686

b. Adrianus, volgt II

II. Adriaen (Adrianus) van Dam,gedoopt NG Dordrecht 8 okt. 1688, jongman van Dordrecht (1726), trouwdeGerecht/NG Dordrecht 17 okt. 1726(ondertrouw, volgens attestatie van ondertrouw teWell,op 3 nov. attestatie gegeven) Susanna Barbara van Aken, jonge dochter van Well (1726)

Kinderen:

a. Margrieta, gedoopt NG Dordrecht 15 okt. 1727

b. Anna Magdalena, id.15 nov. 1729

c. Leonora, id. 17 mrt. 1731

d. Adriana Elizabeth, id. 16 mrt. 1733

a. Roeland Leonard van Dam, volgt II

III. Roeland Leonard van Dam, gedoopt NG Dordrecht 17 okt. 1742, jongman van Dordrecht wonende in de Gravenstraat (1770), veertigraad (1787), oudraad (1793) en schepen van Dordrecht (1794),trouwde Gerecht/NG 19 okt./4 nov. 1770 (impost 30 gl., de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Susanna Berbera van Aaken, weduwe van Adriaen van Dam ende bruid met haar vader Cornelis van Hombroek) Agatha van Hombroek, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Wolwevershaven (1770)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Adriaan van Dam, 25 sept. 1772, woonde in Den Haag (1829), trouwde Gerecht Dordrecht 11 mei 1798 Margaretha Maria Coenraads

Kinderen:

a-1. Coenraad Adriaan Johan, gedoopt NG Dordrecht 27 juli 1803

a-2. Roeland Leonard, id. 19 juni 1807

b. mr. Roeland Leonard van Dam, 11 jan. 1775, lid van de Staten van Zeeland, wonende in ‘s-Gravenpolder op Zuid-Beveland (1829)

c. Cornelis van Dam, 26 juli 1776, grondeigenaar, wonende te Utrecht (1829)

d. Leonard van Dam, 8 nov. 1777

e. Antony van Dam, 27 nov. 1778

f. Susanna Barbara van Dam, 16 mrt. 1781, rentenierster, ongehuwd, wonende te Dordrecht (1829)

g. Hendrik van Dam, 25 sept. 1782

h. Antonia (Anthonetta)van Dam, 27 sept. 1788, trouwde Jacob Hoogwerff Armstrong

i. Agathus van Dam, 20 mrt. 1790

j. Jacob Anthonij van Dam, geboren Dordrecht 13 sept. 1791, gedoopt NG ald. 24 sept. 1791, koopman, zonder beroep (1828), ongehuwd, OSP,overleden Dordrecht 3 juni 1828 (in het huis Wijnstraat B:13)

– 29 mei 1829: comp. Guillaume Jacob Louis Maritz, particulier wonende te Dordrecht, als gevolmachtigde van Hendrik Verhoeff, notaris aldaar, en verklaart, dat op 1 juni 1829 door notaris Verhoeff in de Stadsconcertzaal boven de Waag in de Wijnstraat (nr. B:211), op verzoek van mr. Roeland van Dam, lid van de Staten van Zeeland en wonende te ‘s-Gravenpolder op Zuid-Beveland en van Jacob Hoogwerff Armstrong, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Adriaan van Dam, zonder beroep, wonende te ‘s-Gravenhage, Cornelis van Dam, grondeigenaar wonende te Utrecht, Susanna Barbara van Dam, rentenierster, meerderjarig en ongehuwd, Anthonetta van Dam, echtgenote van voornoemde Jacob Hoogwerff Armstrong, Agatha Roelandia Leonora van Dam en Christiaan Gerard van Dam, beiden zonder beroep en wonende te Dordrecht, minderjarig doch geëmancipeerd, begonnen zal worden met de veiling van een schilderijenverzameling, welke is nagelaten door Jacob Anthonij van Dam.

De verzameling bevat o.a.:

nr. 21: Michel Ange Buonorotti, “eene Madonna, met eene gouden glorie omringd”, voor 81 gl. verkocht aan Cornelis Vriesendorp, inwoner van Dordrecht

nr. 27: A Cuijp, “een vrouwe portretje”

nr. 30: A van Dijk, Christus aan het kruis

nr. 81: F.van Mieris de Oude, portret van admiraal graaf van Wassenaar Obdam, “gekleed in een prachtig oranjekleurig satijnen kleed, aan een tafel zittend, en bezig zijnde het huwelijks contract zijner dochter met den Hertog van Montmorencij optestellen; op eene tafel, bedekt met een fraai kleed, ziet men eenen inktkoker, boeken en papieren, met afhangende zegels.” [Dit is een portret van Jacob van Wassenaer van Duivenvoorde (1649-1707) en dusniet van de beroemde admiraal.Het is ook nietgeschilderd door Frans van Mieris, zoals de catalogus vermeldt, maar door de Leidse fijnschilder Willem van Mieris. Hetstaat afgebeeld op de website www.verenigingrembrandt.nl ]

nr. 82: Idem. Een liereman, die zit te slapen bij een tafel, terwijl een vrouw zijn beurs uit zijn zak heeft gehaald. Op de achtergrond twee mannen, aan wie de vrouw de beurs toont en die daarom schijnen te lachen.

nr. 83: Idem. Een bevallig vrouwtje, die een brief aanneemt van een vermomde man. Aan de linkerzijde een tafel meteen kooi, waaruit een papegaai komt, die van een schotel metkersen eet.

nr. 89: B. Murillo. Een zwaardveger, die in zijn werkplaats bezig is wapenrustingen schoon te maken.

nr. 102: Rembrand van Rijn: De besnijdenis van Christus in de Tempel. “De zamenstelling bestaat uit zestien fuguren, welke alle vol van uitdrukking zijn.”

nr. 103: Rembrand van Rijn: “Een Hollandsch familiefeest, ter linker zijde ziet men een tafel, waaraan onderscheidene zittende figuren geplaatst zijn, ter regter zijde komen een oude man en eene oude vrouw de kamer in, welke door den huisvader, benevens door zijne vrouw en kinderen, schijnen verwelkomd te worden.”

nr. 104: Rembrand van Rijn: “Het portret van eenen ouden man, ten halven lijve.”

(ONA Dordrecht inv. 1449, akte 1662)

Jop Pietersz. Danser: op 13 aug. 1590 verklaren Michiel Mathijsz. brouwer, 21 jaar oud en Arien Willemsz., 36 jaar oud, op verzoek van Michiel Spranger van Geertruidenberg, burger van Dordrecht, dat ongeveer een maand of zes weken geleden zij door Job Pietersz. schipper alias den Dansser verzocht zijn om de rekwirant te bezoeken, “die deerlick gequestst ende sieck te bedde lach ende naer dat zij deposanten den reqt. bezocht ende den voorsz. Job Pietersz. geseijt hadden hoe dat hij reqt. zeer kranck was, heeft den zelven Job Pietersz. teghens hen deposanten geseijt dat hij den reqt. garne zelffs eens spreken zoude ende dat zijluijden daertoe haer best zouden doen, verclarende voorts dat den voorsz. Job Pietersz. ten aenhoren van hen deposanten seijde dat hij het verkerft hadde ende begeerde dat zij deposanten ten besten souden spreken seggende nijettemin den selve Job Pietersz. dat hij den reqt. nijet gequetst en hadde maer dat hij reqt. hem selve gequetst soude hebben. (ORA Dordrecht inv. 719, f. 289 e.v.)

Dassen

I. Jan Jansz. Dassen, schipper, jongman uit het Land van Luik, wonende in een schip op de Nieuwe Haven te Dordrecht(1630), Maasschipper, weduwnaar van St. Pieter bij Maastricht. wonende “’t scheep”(1640), trouwde 1e NG Dordrecht 14/30 april 1630 Geertruijt Maerten Conincksdr., jonge dochter van Dinslaken in het Land van Kleef wonende op de Nieuwe Haven te Dordrecht (1630), overleden in 1639 of 1640, 2e NG 22 april/6 mei1640 Dordrecht Willemken Jacob Cuijpersdr., van Venlo, wonende “’t scheep” (1640)

– 29 jan. 1636: Jan Dassen, schipper van Sint Pieter,getuige bij het passeren van een procuratie door Jan op Hall, Maasschipper wonende te Roermond. (ONA Dordrecht inv. 59, f. 15v)

– 26 mei 1640: comp. Jan Dassen, Maasschipper van Sinte Pieter, weduwnaar van Geertruijt Maerten Conincxdr., enerzijds. en Gillis Goossensz. Coninck, mitsgaders Trijntgen Maerten Conincxdr., weduwe van Herman Jansz. kleermaker, resp. oom en tante en zulks naaste verwanten en “de apparenste voochden” van de nagelaten kinderen van wijlen Geertruijt Maerten Conincxdr., hun zuster, anderzijds. Comparanten zijn overeengekomen, “naer voorgaende inspectie, overslach ende estimatie” van de goederen, diedoor voornoemde Geertruijt zijn nagelaten, nopens de scheiding van haar boedel, dat Jan Dassen, haar weduwnaar, alleen bedeeld blijftaan alle goederen, geen enkele daarvan uitgezonderd, mits hij op zich neemt alle lasten en schulden vandiente dragen, dat hij zijn vijf kinderen, verwekt bij Geertruijt Maertensdr. Coninck, genaamd Heijltgen, 9 jaar oud, Aeltgen, 7 jaar oud, Catharina, 5 jaar oud, Maerten, 4 jaar oud en Geertruijt, 5 maanden oud, zal onderhouden tot zij 20 jaar zijn geworden en hun dan samen een somma van 150 gl.zal uitreiken, welk bedrag is gekomen van de kleren van hun moeder zaliger, met de verlopen interest daarvan “jegens den penning sestien jaerlijcks”. Jan Dassen tekent met een merkje. (ONA Dordrecht inv. 60, f. 196v e.v.)

Kinderen (ex 1)

a. Heijltgen, gedoopt NG Dordrecht febr. 1631

b. Aeltgen, geboren ca. 1633

c. Catharina, geboren ca. 1635, volgt II

d. Maerten, geboren 1636

e. Geertruijt, geboren dec. 1639

II. Catharina Dassen, geboren ca. 1635, jonge dochter van Dordrecht, wonende bij de Lombardbrug,begraven Dordrecht (Grote Kerk) 14 april 1690,trouwde NG Dordrecht 23 april/7 mei 1656 Jacob Aertsz. Aerdemans, jongman van Zevenbergen, bakker, wonende bij de Vuilpoort te Dordrecht (1656), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 19 jan. 1682(een baar tegenover de Houten Brug [over de Nieuwe Haven] op de hoek van de Vleeshouwersstraat voor Jacob Aerdemans bakker)

– 27 dec. 1653: comp. voor notaris A. van Neten Anthonij van Tereuver, Franse schoolmeester, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broeders en zusters, alsmede de kinderen en erfgenamen van wijlen de heer secretaris Pieter Coenen. Comparant verleent procuratie aan mr. Jacob Verdoolt, chirurgijn te Zevenbergen, zijn zwager, om te compareren voor drossaard en schepenen van Zevenbergen en daar over te dragen aan Roelandt de Haen “soodanige part ende portie als hem comparant nevens d’voorsz. sijne broeders ende susters” ende kinderen van Pieter Coenen toekomt in een huis, erf en toebehoren, staande aan de zuidzijde van de Havenkant te Zevenburgen, eertijds gekomen van wijlen Francijna Francken, de tante van de comparant en na haar overlijden “in tocht beseten” door Hendrick Jan Marijnissen, haar inmiddels overleden echtgenoot. Getuige is o.a. Pieter Aerdemans. (ONA Dordrecht inv. 133, f. 98)

– 30 okt. 1654: comp. voor notaris A. van Neten Gabriël Lievens, wonende onder Zevenbergen, en verklaart schuldig te zijn aan zijn “behoude suster” Geertruijt Aertsdr. Aerdemans een sommavan 118 gl. wegens geleende penningen. Getuige is o.a. Pieter Aertsz. Aerdemans. (ONA Dordrecht inv. 133, f. 484)

– 30 okt. 1654: Gabriël Lievens, wonende te Zevenbergen, is schuldig aan Jacob Aertsz. Aerdemans, zijn “behoude broeder”, een bedrag van 140 gl. wegens geleende penningen. Getuige is o.a. Pieter Aertsz. Aerdemans, inwoner van Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 133, f. 485)

– 6 nov. 1654: Geertruijt Aertsdr. Aerdemans en Pieter Aertsz., broeder en zuster, tegenwoordig wonende te Dordrecht, verklaren voldaan en betaald te zijn door Anthonij van Tereuver, Franse schoolmeester en burger van Dordrecht, hun “broeder van halven bedde”, van hetgeen hun toekomt wegens hun vaderlijke en moederlijke goederen en van hetgeen zij geërfd hebben van hun tante wijlen Francina Francken. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 133, f. 563)

– 9 febr. 1657: Gabriël Lievens, wonende “int Clunderslandt”, draagt over aan zijn zwager Anthoni van Tereuver, Franse schoolmeester te Dordrecht, twee paarden en twee koeien, samen ter waarde van 300 gl. (ONA Dordrecht inv. 136, f. 30)

– ca. 7 mei 1657 [datum onleesbaar]:compareren voor notaris A. van Neten Anthonij van Tereuver, Franse schoolmeester te Dordrecht en zijn vrouw Maria van Gewas. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot voogd over hun minderjarige erfgenamen. (ONA Dordrecht inv. 136. f. 118)

– 14 aug. 1662: comp. voor notaris A. van Neten Jacob Aerdemans en Catharina Dasse, echtelieden, burgers van Dordrecht, hij ziek te bed liggende en zij gezond. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd. De langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen, wanneer zij gaan trouwen, een bedrag van 200 gl. uit te keren. Akte door beiden ondertekend. Getuigen: Wijnandt ClingenborchMaasschipper en Andries van Gewas bakker. (ONA Dordrecht inv. 141, f. 353 e.v.)

– 5 juni 1690: op 29 mrt. 1690 heeft Catharina Dasse, weduwe van Jacob Aerdemans, burgeres van Dordrecht, ten overstaan van notaris J. van Naeltwijck te Dordrecht tot voogden benoemt haar “swagers”Jan Vermeer en Jacobus van Dongen, burgers van Dordrecht. Deze beide personen compareren op 5 juni 1690 ter Weeskamer van Dordrecht en verklaren de voogdij te aanvaarden. (Weeskamer Dordrecht inv. 28, f. 286 e.v.)

Abraham de Decker: trouwde NG Dordrecht 18 mrt. 1607 (ondertrouw) Maijcken van de Brem(b)en (van den Branden)

NG trouwboek Dordrecht 18 mrt. 1607: Abraham de Decker kruidenier wonende bij het Sint Jansgasthuis en Maeijcken van de Brembden wonende te Amsterdam, beiden van Antwerpen, door schrijven van Amsterdam, bescheid gegeven op Amsterdam 1 april 1607

Kinderen:

a. Jeremias de Decker, gedoopt NG Dordrecht aug. 1609, overleden Amsterdam dec. 1666, dichter, auteur van “Rijm-oeffeningen” (Amsterdam 1659) en “Lof der Geldzucht” (posthuum uitgegeven Amsterdam 1667) (NNBW, deel I [Leiden 1911], kol. 691-693)

Jeremias de Decker, geschilderd door Rembrand van Rijn in 1666 (Hermitage, Sint Petersburg)

b. Johannes, gedoopt NG Dordrecht juni 1611

Eik (Under Eyck,Undereick,Unter Eick)

Konsistorialakten Duisburg, 29 april 1643: genoemd worden de nieuwe en afgaande ouderlingen, o.w. “Matthias under Eyck welcher vor etliche Tagen schon valedicirt und mit der Wohnung gen Dort in Holland gerückt mit gebührlichen Danksagung erlassen und dimittiret.” Noot van de bewerker: “Theiss (Matthias) unter Eick war seit 1641 Ältester, am 3.11.1641 ist in der Salvatorkirche ihm und seiner Frau Catharina eine Tochter Anna Magdalena getauft worden.” Zijn vrouw, Catharina Wijntges, behoorde tot een welgestelde en voorname familie te Duisburg.(Vriendelijke mededeling van mevr. B. Lüdecke te Ratingen.)

Matthijs van der Eijck en Catharina Wijntges (Wijntjes) laten dopen (NG Dordrecht):

a. Elizabeth, 20 jan. 1644

b. Catharina, 28 febr. 1646

Anna van Esch: ingenomen in het Armenhuis te Dordrecht op 24 juni 1740, overleden 17 nov. 1746, begraven 21 nov. 1746 (Archief Weeshuis Dordrecht inv. 617, f. 113)

Barend Ewoutsz.

I. Barent Euwoutsz., jongman “van der Goude” [Gouda], schippersgezel, wonende aan de Vest bij de Riedijkspoort te Dordrecht (1634), weduwnaar van Dordrecht wonende op de Riedijk (1640), trouwde 1eNG Dordrecht 15 jan. 1634 (ondertrouw) Digneken (Dingentien) Stevensdr., van Geertruidenberg, weduwe van Jan Fransz. de Vischer schipper, wonende aan de Vest bij de Riedijkspoort (1634), 2e NG Dordrecht 11 mrt. 1640/2 april 1640 Aeltie Cornelis, van Dordrecht,weduwe van Teunis Ariensz. schipper, wonende op de Riedijk (1640)

Kinderen (ex 1):

a. Mariken, gedoopt NG Dordrecht okt. 1634

b. Steven, volgt II

c. Hendrick Barentsz. (Delor), gedoopt NG Dordrecht 1 febr. 1638, jongman van Dordrecht, wonende aan het Nieuwkerkhof (1661), schippersgast (1661), schipper (1667), weduwnaar van Dordrecht, wonende aan de Riedijk (1667), trouwde 1e NG Dordrecht ‘s-Gravendeel4/18 sept. 1661 Anneken Hermansdr. van der Mandelen, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Riedijkstraat (1661), 2e NG Dordrecht 9 jan. 1667 (ondertrouw) Lucretia (Cresia) Aartsdr. (van Steenbergen), van Dordrecht, weduwe van Gerrit Cornelisz. schippersgast, wonende aan het Groothoofd (1667)

d. Sijbrandt, gedoopt NG Dordrecht 3 jan. 1640

Kinderen (ex 2, o.a.):

e. Ewout Barentsz., gedoopt NG Dordrecht 11 dec. 1651

II. Steven Barendsz., gedoopt NG Dordrecht mrt. 1636, jongman van Dordrecht, varend gezel, wonende op de Riedijk (1660), schuitenvoerder te Dordrecht (1664), overleden te Dordrecht aan de pest in het laatst van het jaar1664, trouwde NG Dordrecht/Grote Lindt 30 mei/13 juni 1660 Aeltgen Cornelisdr. (Smeblock), jonge dochter van Dordrecht, wonende op de Riedijk (1660), weduwe van Steven Barentsz., wonende aan de Riedijk (1670), dochter van Cornelis Jacobsz. Smeblock, havenmeester te Dordrecht, (en Dirksken Jansdr. ?), trouwde 2e NG Dordrecht 1/17 juni 1670 (per schrijven van Geertruidenberg) Cornelis Claesz., jongman van Geertruidenberg, scheeptimmerman wonende buiten de Sluispoort (1670)

– 11 mrt. 1665: compareert voor notaris A. van Neten te Dordrecht Jacob Olin, pestmeester ordinaris te Dordrecht. Hij verklaart ten behoeve van degene, die het zal aangaan, dat hij in het laatst van 1664, zonder de juiste dag onthouden te hebben, is geweest voor het ziekbed van Steven Barendtsz., in zijn leven schuitenvoerder en burger van Dordrecht, ziek aan de Gave Gods te bed liggende, maar nog goed zijn verstand en spraak machtig, die verklaarde, dat, indien “Godt de heere hem quaem te haelen, sijn vvtterste wille te wesen”, dat zijn broer en zusters na zijn overlijden een bedrag van 18 gl. zouden krijgen en dat hij al zijn overige goederen zou nalaten aan zijn vrouw, Aeltgen Cornelis, die hij benoemde tot zijn universeel erfgenaam en tot voogdes over hun kinderen. (ONA Dordrecht inv. 144, f. 133)

– 16 aug. 1666: Hendrick Barentsz., schuitenvoerder en burger van Dordrecht, verleent procuratie aan zijn vrouw Anneken Hermans en aan Aeltgen Cornelisdr., weduwe van Steven Barentsz., om namens hem, als mede-erfgenaam van wijlen Jenneken Stevens, weduwe van Thomas Daremans, overleden te ‘s-Hertogenbosch, te treden”in deselffs sterfhuijs” en te participeren in de verdeling van de door Jenneken nagelaten goederen. (ONA Dordrecht inv. 145, f. 431)

– 24 sept. 1666: voor notaris A. van Neten te Dordrecht compareert Aeltgen Cornelisdr., weduwe van Steven Barentsz., burgeres van Dordrecht. Zij benoemt tot voogd over haar twee minderjarige kinderen, bij haar verwekt door Steven Barentsz., haar vader Cornelis Jacobsz. Smeblock, getijmeester aan de Riedijkspoort. Compareert mede Cornelis Jacobsz. Smeblock, die verklaart de voogdij te aanvaarden. Aeltgen tekent met een merkje. (ONA Dordrecht inv. 145, f. 512)

– 16 okt. 1669: compareren voor Arent van Neten, notaris te Dordrecht, Aeltgen Cornelisdr., weduwe van Steven Barentsz. en dochter van Cornelis Jacobsz. Smeblock, in zijn leven getij- en havenmeester aan de Riedijk te Dordrecht, enerzijds en Arijen Jansz. Pluijm schipper, anderzijds. De comparanten zijn overeengekomen, dat indien Pluijm zal verkrijgen het getij- en havenmeesterschap in de plaats van wijlen Cornelis Jacobsz. Smeblock, waartoe op diezelfde dag een rekest aan het stadsbestuur van Dordrecht gepresenteerd zal worden, hij gehouden zal zijn Aeltgen tot mei 1670 in het huis te laten wonen, waarin zij tegenwoordig woont, zonder daarvoor huur te eisen, en dat hij bovendien Aeltgen gedurende 6 jaar een bedrag van 20 gl. zal uitreiken, welke uitkering zal ophouden,als zij gaat hertrouwen of wanneer zij komt te overlijden. (ONA Dordrecht inv. 149, f. 116)

– 26 aug. 1667: Cornelis Jacobsz. Smeblock en Dircxken Jansdr., echtelieden wonende te Dordrecht, zijn schuldig wegens geleende penningen een somma van 200 gl. aan Casper Jorisz., bleker en burger van Dordrecht. Hij tekent, zij zet een merkje. (ONA Dordrecht inv. 146, f. 506)

Kinderen:

a. Barent Stevensz., gedoopt NG Dordrecht 3 juli 1662, jongman van Dordrecht, wonende op de Kleine Vismarkt (Palingstraat), schippersgast (1683), trouwde NG Dordrecht 15 aug. 1683 (ondertrouw) Hendrica Coesvelt, jonge dochter van Doesburg, wonende bij de Schrijversstraat (1683)

b. Dingena Stevens, gedoopt NG Dordrecht 22 dec. 1663, jonge dochter van Dordrecht, wonende in het Riedijkstraatje (1691), trouwde NG Dordrecht 21 okt./4 nov. 1691 Cornelis Jansz., jongman wonende in het Riedijkstraatje (1691)

van Gastel (parenteel van Cornelis Cornelisz. van Gastel, vleeshouwer/beenhakker te Dordrecht)

I. Cornelis Cornelisz. van Gastel, geboren naar schatting ca. 1575, vleeshouwer van Oud-Gastel (1598), beenhakker van Oud-Gastelwonende naast brouwerij “de Sleutel” [aan de Groenmarkt te Dordrecht] (1620),beenhakker te Dordrecht,begraven Dordrecht (Grote Kerk)16 febr. 1644 (een baar bij brouwerij”de Sleutel”voor Cornelis van Gastel beenhakker,één maal luiden), trouwde 1e NG Dordrecht 14/28 juni 1598 Neeltken Decker Jansdr., geboren naar schatting ca. 1575,van Antwerpen (1598), trouwde 2e NG Dordrecht 9 febr./8 mrt. 1620 Neeltien Cornelis Simonsdr., van Rotterdam, wonende in “den Leijhamer” te Dordrecht (1620)

– 12 mrt. 1643: compareren voor schepenen van Dordrecht Cornelis en Jan Cornelisz. van Gastel, beiden beenhakkers, TheunisWillemsz. kleermaker, als man en voogd van Janneken van Gastel, voor zichzelf en vervangende Matheus van Lottum, als man en voogd van Digna van Gastel, allen kinderen van Cornelis van Gastel en Neeltgen Decker. Zij verklaren boven de borgtocht, die zij elkaar op 25 febr. 1643 hebben “geïnterponeerd”, voor de lichting van de penningen, die hun bij preferentie toekomen wegens de verkoop van een verkocht huis en visstal, toebehoord hebbende aan hun voornoemde vader, tevens te verbinden een door hen gekocht huis, staande op de Vogelmarkt [Groenmarkt]tussen het huis van Jan Gijsbertsz. en dat van Adriaen Vinck. (ORA Dordrecht inv. 774, f. 8)

– 10 febr. 1644: compareert voor notaris J. Schoormans te Dordrecht Cornelis Cornelisz. van Gastel, beenhakker en burger van Dordrecht, ziek te bed liggende. Hij legateert bij codicil aan Cornelis Jorisz. van der Lip, de zoon van zijn dochter Dingentgen Cornelisdr., zijn, comparants, vleesstal, die zijn kleinzoon na zijn overlijden als zijn eigen vleesstal mag aanvaarden en gebruiken, op voorwaarde dat daarvoor aan zijn dochter Dingentgen op haar erfdeel een somma van 100 gl. gekort zal worden. Hij verklaart tevens dat zijn zoon Jan Cornelisz. van Gastel de vleesstal, die hij aan hem heeft gegeven, mag houden zonder dat hem daarvoor iets op zijn erfportie in mindering gebracht zal mogen worden. Geen handtekening. (ONA Dordrecht inv. 84, f. 16)

Kinderen (ex 1, allen NG gedoopt te Dordrecht)

a.Dingena (Digna) Cornelisdr. van Gastel, mrt. 1601, van Dordrecht wonende bij de Vismarkt (1624) trouwde 1e NG Dordrecht/Zwijndrecht 17 mrt./8 april 1624 (sponso consensum capitanei, procl. te Grave) Jurien van der Lip Pietersz., ruiter onder ritmeester Holsteijn liggende in garnizoen binnen Grave (1624), trouwde 2e voor 1643 Matheus van Lothum

Kind (ex 1)

a-1. Cornelis Jorisz. (sic) van der Lip, geboren naar schatting ca. 1625, jongman van Grave wonende bij de Visbrug te Dordrecht (1648), trouwde NG Dordrecht /Dubbeldam 19 april/3 mei 1648 Pieternella Ariensdr. (Arentsdr.) (Hoefijzer), geboren ca. 1630,jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Tolbrug (1648)

– 2 febr. 1649: Cornelis Jorisz. van der Lip beenhakkeren Petronella Arijensdr., echtelieden en burgers van Dordrecht, testeren ten overstaan van notaris Daniël Eelbo te Dordrecht. Mutueel testament: de langstlevende moetaan hun gezamenlijke kinderen, als zij gaan trouwen of hun mondigheid bereiken, “samen ende onder hen allen” een bedrag van 300 gl. uitkeren.Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 69, f. 8 e.v.)

– 12 mrt. 1661: comp. voor notaris A. van Neten te Dordrecht Willem van Orten koopman, 24 jaar oud, Cornelia van Orten, 20 jaar oud en Cathalijntge Machiels, 20 jaar oud, beiden ongehuwde dochters, allen wonende te Dordrecht. Zij verklaren op verzoek van Cornelis Jorisz. van der Lip, beenhakker en burger van Dordrecht, dat op 7 mrt. 1661 zij attestanten hebben gehoord en gezien, dat in het huis van Leendert van Orten, lakenkoper te Dordrecht, de twee provoosten van de burgerkrijgsraad [de staf van de burgervendels]stonden, die zeer beschonken waren en riepen, dat Willem van Orten gedreigd had hen te slaan, en dat daarop Cornelis van der Lip, die door omstanders erbij geroepen was, “met bequame redenen seijde dat sulcx niet waer en was, replicerende alsdan d’voorsz. provoosten tegens den voorn. Cornelis van der Lip dese ofte gelijcke woorden: ghij liegtet als een schelm”. (ONA Dordrecht inv. 140, f. 132)

– 31 okt. 1662: comp. voor notaris A. van Neten te Dordrecht Jan Pietersz. schipper, weduwnaar van Neeltgen Arijensdr. Wijcke, Wessel Zachariasz. Ram, echtgenoot van Neeltgen Theunisdr. Oubutter en Jan Pietersz. en Adriaen Cornelisz. de Veer, als voogden over Anneken en Cornelis Theunisz. Oubutter, beiden minderjarig, alle drie kinderen en samen met de eerste comparant erfgenamen van wijlen Neeltgen Arijensdr. Wijcke. Comparanten verkopen aan Cornelis Jorisz. van der Lip beenhakker een loods of stal, staande in de Torenstraat tussen het huis, dat toekomt aan voornoemde kinderen aan de ene zijde en de gang van het huis van Jan Francken aan de andere zijde. Koper zal hiervoor aan verkopers betalen een somma van 250 gl. in contant geld. (ONA Dordrecht inv. 141, f. 526v)

– 7 dec. 1668: comp. voor notaris A. van Neten te Dordrecht Pieternella Ariens, vrouw van Cornelis van der Lip beenhakker, 38 jaar oud en Johannes van der Mast, burger van Dordrecht. Zij verklaren op verzoek van Hendrick Stickers, wonende te “Dartelen int Stift van Reckelijckhuijsen”, dat Lisbet Hendricx, jonge dochter van Dartelen, bij haar attestante als dienstmaagd gewoond heeft en zich toen fatsoenlijk gedragen heeft, op zodanige wijze als dat een dienstmeid betaamt. (ONA Dordrecht inv. 147, f. 945)

– 23 okt. 1670: comp. voor notaris A. van Neten te Dordrecht Cornelis van de Lip beenhakker en Pieternella Ariensdr., echtelieden en burgers van Dordrecht. Zij verlenen procuratie aan Catharijna van der Beeck, vrouw van Johan Olis, konvooimeester en voormalig schepen van Heusden, om in hun naam te ontvangen van de Bewindhebbers van de VOC, resp. kamer Amsterdam en Rotterdam, de drie maanden gage, die hun zoons Jurian, Arijen en Cornelis Cornelisz. van der Lip, diein het voorgaande jaar 1669 naar Oost-Indië zijn uitgevaren. Hun zoons hebben diedrie maandengagejaarlijks aan hun ouders besproken en gemaakt, en wel voor zo lang zij in Indië zullen verblijven.Comparanten tekenen met hun naam. (ONA Dordrecht inv. 151, f. 406)

– 16 jan. 1685 comp. voor notaris A. van Neten te Dordrecht Claes, Maria enElisabeth Corstiaensz., allen mondige kinderen van wijlen Corstiaen Cornelisz., Grietgen Cornelis en Willemtge Cornelis, Anthonij van Oosterwijck, als man van Anneken Jansdr. Dammerij,enige dochter van wijlen Fijchge Frans, Frans Jansz., Jan Gillisz., als man van Lijntge Jacobs, Pieter Aertsz. Dammer, als man van Dingna Abrahams en Cornelis van der Lip, als man van Pieternella Arijensdr., allen legatarissen van wijlen Maijken Arijensdr. Cautier, weduwe van Jan Corstiaensz. van Wageningen, in zijn leven schrijnwerkeren burger van Dordrecht. Zij verklaren elk ontvangen te hebben uit handen van de “geïnstitueerde” erfgenamen van voornoemde Maijken Cautier het aan hun nagelaten legaat. Cornelis van der Lip ontvangt een bedrag van 400 gl. (ONA Dordrecht inv. 171, f. 236 e.v.)

[NG trouwboek Dordrecht 27 okt. 1651: Jan Corstiaensz. van Wageningen schrijnwerker weduwnaar wonende in de Vriesestraat en Marij [Arijensdr.] Cautier jonge dochter wonende in de Nieuwe Breestraat, beiden van Dordrecht, getrouwd in Groote Lindt op 5 nov. 1651]

Kinderen (o.a.):

a-1-1. Jurian (Joris) Cornelisz. van der Lip, in 1669 naar Oost-Indië

a-1-2. Arien Cornelisz. van der Lip, geboren ca. 1650, in 1669 naar Oost-Indië,opperzeilmaker op het oorlogsschip “Hontslaerdijck” (1690)

– 3 mrt. 1690: ten overstaan van notaris J. Melanen leggen Arijen Cornelisz. van der Lip, 40 jaar oud, opperzeilmaker op het oorloggschip “Hontslaerdijck” onder kapitein Jan van Convent, en Claes Pietersz. de Vlieger, 27 jaar oud, kwartiermeester op datzelfde schip, een verklaring af op verzoek van Cornelis Ouboter en Cornelia van den Berch, echtelieden wonende te Dordrecht. Zij getuigen, dat zij goed gekend hebben wijlen Arijen Cornelisz. Ouboter, zoon van dat echtpaar, die als onderzeilmaker op de “Hontslaerdijck” gevaren heeft. Van der Lip verklaart, dat Ouboter, nadat hij ongeveer een maand lang aan boord van het schip ziek gelegen heeft, op 11 jan. 1690 is overleden. Beide attestanten hebben Ouboter daags daarna, op last van kapitein Van Convent, helpen begraven “op Pleijmuijden” [Plymouth]. (ONA Dordrecht inv. 193, f. 301 e.v.)

a-1-3. Cornelis Cornelisz. van der Lip, in 1669 naar Oost-Indië

a-1-4. Evert Cornelisz. van der Lip

a-1-5. GeerardCornelisz. van der Lip, gedoopt NG Dordrecht 14 mrt. 1672

b. Sara Cornelisdr. van Gastel, april 1603

c. Cornelis Cornelisz. van Gastel, mrt. 1605, beenhakker

– 11 okt. 1651: Cornelis van Gastel, beenhakker en burger van Dordrecht, is wegens geleende penningen schuldigaan Willem van Brouckhuijsen een bedrag van 400 gl., daarvoor verbindende een huis op de Vogelmarkt [Groenmarkt], staande tussen het huis van Jan Gijsbertsz. wijnkoper en dat van Arijen Vinck. (ORA Dordrecht inv. 778, f. 62v e.v.)

d. Johannes, febr. 1607

e. Johannes (Jan) Cornelisz. van Gastel, april 1611, beenhakker

f. Willem, mei 1613

g. Jacomijntken Cornelisdr. van Gastel, okt. 1615

h. Janneken Cornelisdr.van Gastel, van Dordrecht, wonende in de Kolfstraat (1641), trouwde NG Dordrecht/Zwijndrecht 4/18 aug. 1641 Theunis Willemsz. (Bocks), kleermaker, jongman van Dordrecht wonende op de Riedijk (1641)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

h-1. Willem, 23 nov. 1643

h-2. Neeltgen Theunisdr. Boecks, 27 mei 1647, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijngaardstraat (1673),trouwde NG Dordrecht/Dubbeldam 29 okt./12 nov. 1673 Anthonij Claesz. Battaer (Pottaar), jongman van Dordrecht, varend gezel, wonende in het Mazelaarsstraatje (1673)

– 5 juni 1691: begraven een meerderjarig [sic]kind van Anthonij Potaer visknecht (Begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

h-3. Willem, 17 okt. 1649

h-4. Maeijcke, 27 dec. 1652

Geefraet

I. Simon Simonsz. (Geefraet), jongman van Fijnaart (1656), schipper (1656), arbeider (1669), wonende bij de Vuilpoort te Dordrecht (1656), wonende in de Vleeshouwersstraat te Dordrecht (1669), trouwde 2e NG Dordrecht/Groote Lindt29 dec. 1669/12 jan. 1670 (getrouwd inDe Linde) Niesje Jans, uit Gulickerland, weduwe van Nicolaes Jonasz. van Gelder, wonende in het Steegoversloot (1669),trouwde 1e NG Dordrecht/Heeroudelandsambacht 21 mei/11 juni 1656 (proclamatie te Fijnaart, zijn op Hieronymusambacht [Heeroudelandsambacht] getrouwd) Janneke Cornelisdr. de Vlucht, geboren naar schatting ca. 1620, jonge dochter van Dordrecht (1647), wonende buiten de Spuipoort (1647), weduwe van Jacob Dircksen blauwverver(1656), wonendein de Vleeshouwersstraat (1656), overleden tussen 1663 en 1669, dochter van Cornelis Gerrardtsz. de Vlucht schiptimmerman en NN, trouwde 1e NG Dordrecht 14 april/12 mei 1647 (proclamatie te Amsterdam, getrouwd op bescheid van Amsterdam) Jacob Dircksz. Bierkes verver, jongman van Dordrecht wonende buiten de Vriesepoort (1647)

-27 april 1657: compareren voor notaris A. van Neten Gerrit de Vlucht, Willem de Vlucht en Arijen de Vlucht, gebroeders, allen schiptimmerlieden en burgers van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Arijen Willemsen, als echtgenoot van Maijken Cornelis de Vlucht, Matthijs Cornelissen, als man van Machtelt Cornelisdr. de Vlucht en Simon Sijmonsz., als man van Janneken Cornelisdr. de Vlucht, allen kinderen en erfgenamen van Cornelis Gerrardtsz. de Vlucht, in zijn leven schiptimmerman en burger van Dordrecht. Comparanten verlenen procuratie aan Jacob Jansen, wonende aan de Oude Giessen, om te vorderen van Betken Philpsdr., weduwe van Bastiaen Arijensz. Bosch, in zijn leven schipper te Brielle, betaling van zekere bijlbrief, op 11mrt. 1651 door Bastiaen Arijensz. gepasseerd voor waterschepenen van Dordrecht, inhoudende “per reste” een somma van 550 gl. en spruitendeuit de koopvan een kromstevenschuit, die door Cornelis Gerrardtsz. aan Bastiaen Arijensz. is verkocht. (ONA Dordrecht inv. 136, f. 103)

Kinderen (ex 1, allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Catelina, 10 mrt. 1657, volgt II

b. Simon, 2 mrt. 1661

c. Cornelia Simonsdr. Geefraet, 27 mei 1663

II. Catelina (Catharina) Simonsdr. Geefraet, gedoopt NG Dordrecht 10 mrt. 1657, jonge dochter van Dordrecht (1677), wonende in de Dolhuisstraat te Dordrecht (1677), trouwde NG Dordrecht 25 april/10 mei 1677 (per schrijven van Rotterdam, op 10 mei 1677 attestatie gegevenvoor Rotterdam) Meltsart Durant, jongman van en wonende te Rotterdam (1677)

– 10 mei 1677: attestatie van de NG gemeente van Dordrecht voor Catharina Geferaet, jonge dochter, wonende in de Dolhuisstraat, vertrekt naar Rotterdam (NG trouwboek Dordrecht)

Anneken Geritsdr.: op 7 jan. 1574 verklaren Geerit Cornelisz. stoeldraaier, ongeveer 47 jaar oud, Philips van der Does, ongeveer 54 jaar oud, Blasius Boucquet de jonge, ongeveer 33 jaar oud en Anneken Snouck, weduwe van Adriaen Stoop, ongeveer 40 jaar oud, op verzoek van Anneken Geritsdr., weduwe van Jan Michielsz. snijder, dat zij ongeveer twee jaar geleden met Jan Michielsz., kleermaker van Doesburg, is getrouwd, dat zij deposanten op haar bruiloft zijn geweest, dat uit dit huwelijk een dochter is geboren, genaamd Stijntgen Jansdr., die nog in leven is en in Dordrecht woont, en dat Jan Michielsz. ongeveer 14 dagen na St. Jacob laatstleden is overleden in Schoonhoven. (ORA Dordrecht inv. 731, f. 95v)

Van de Graaf

NN van de Graaf, trouwde NN (Dorothea ?)

Kinderen:

a. Walraven van de Graeff, lt. kol.van het Nederlandse Regiment infanterie Van Smitsberg, overleden ca. 1675, trouwde Wouterina Donck

Kinderen (volgorde onzeker):

a-1. Aertie Elisabeth van de Graeff

a-2. Dorothee van de Graeff

b. Huijbert van de Graeff, volgt II

II. Huijbert (Hubrecht) van de Graeff, geboren naar schatting ca. 1630, vermoedelijk te Zaltbommel, jongman van Bommel en daar wonende (1652), weduwnaar van Dordrecht (1656), weduwnaar van Bommel wonende bij de Grote Kerk te Dordrecht (1662), wijnkuiper, koopman, pondgaarder te Dordrecht, overleden ca. 1705, trouwde 1e NG Dordrecht 6/27 okt. 1652 Digna (Dingentgen) van der Hoop, van Dordrecht, weduwe van Herman van der Dussen wijnkoper, wonende aan de Grote Kerk (1652), 2e NG Dordrecht 27 aug. 1656 (otr., op 12 sept. bescheid gegeven omin Bommel te trouwen) Anneken Bruijsten, jonge dochter van Bommel en daar wonende (1656), 3e NG Dordrecht 17 sept./1 okt. 1662 Janneken Buijs, van Breda, weduwe van Bartholomeus van der Kemp, wonende bij de Grote Kerk te Dordrecht (1662)

Kinderen:

Ex 1:

a. Dorothea, gedoopt NG Dordrecht 1653, jong overleden

Ex 2:

b. Elisabeth van de Graeff, gedoopt NG Dordrecht 1658,trouwde Johannes van Wetten

c. Johannes van de Graeff, gedoopt NG Dordrecht 1660

I. Sebastiaen van de Graef, trouwde Agneta Bacx

Kinderen (o.a.):

a. Jacob, gedoopt NG Dordrecht okt. 1617, volgt II

b. Cornelis, gedoopt NG Dordrecht aug. 1620

c. Francoijs, gedoopt NG Dordrecht 1627

d. Nicolaes, gedoopt NG Dordrecht 1630

II. Jacob (Bastiaensz.) van de Graef, gedoopt NG Dordrecht okt. 1617, trouwde Elisabeth van Druijnen (van Drunen)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Maria, 1641, jong overleden

b. Maria van de Graeff, 1643, trouwde Adriaen Braets [zie Overlijdensregister Doopsgezinde gemeente Dordrecht]

Kinderen:

b-1. Jacob Braets, gedoopt NG Dordrecht 10 nov. 1664, trouwde NG Dordrecht 19 dec. 1688 (otr.) Susanna Terwen

b-2. Govert Braets, gedoopt NG Dordrecht 19 dec. 1666

c. Balthazar, 1645

d. Sebastiaan, 1647

e. Adriaen, 1649

f. Angniet, 1650

g. Jacomina, 1655

Steven van Hall

Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten [RK]) 13 april 1747: de trouwbeloften aangetekend tussen Steven van Hall jongman van Emmerik wonende bij de Engelenburgse brug, hebbende schriftelijk consent van zijn ouders Dirk van Hall en Elisabet Dams, echtelieden, en Anna Margareta Ruijmers jonge dochter van Dordrecht, woont tegenover de Pelserbrug, geassisteerd met haar vader Otto Ruijmers, getrouwd op 29 april 1747

Anna Margarita Ruimers (Romers, Römers, Roemers), weduwe van Stephanus van Hall, begraven Venlo (kerkhof) 28 aug. 1781

– 31 aug. 1753: Steven van Hall, koopman te Dordrecht,verleent procuratie aan Johannes Willem Goossens, notaris te Emmerich, om aldaar “te doen arrest en te nemen in beslagh, mitsgaders verseekerde handt, alle soodanige huijsraet, meubilen en inboel van sijn comparants broeder Monsr. Jan van Hall en desselfs huijsvrouw Maria Masseling, wonende op T Leegmeer even buijten Emmerick, item ook alle sijn boekschulden welke hij nog te pretenderen heeft van sijne debiteuren, alle het welke zijlieden op den 28e deser maant Augustus aan en ten behoeve van hem comparant in eenen … onverbreekelijken erfcoop hebben vercogt en afgestaan bij acte daarvan ten selven dage gepasseert voor de Heer geconstitueerde als notaris …, waarbij sijn comparants vader Monsr. Dirk van Hall voor en ten behoeve van hem comparant alle die goederen en boekschulden, in de voorschreve acte van vercoop gespecificeert, in eijgendom heeft aangenomen gehadt” en datalles in mindering van een somma van 1635 gl. 8 st. en 12 p., die comparant van zijn broer nog tegoed heeft wegens verkoop en leverantie van thee, tabak en “rapper”. (ONA Dordrecht inv. 934, akte 92)

Kinderen (allen RK gedoopt te Dordrecht, behalve g t/m k):

a. Theodorus, 5 febr. 1748 (ss: Theodorus van Hall, Casparina van der Linde)

b. Casparina, 8 jan. 1749 (ss: Otto Ruijmers, Casparina van der Linde)

c. Elisabetha, 5 mrt. 1751 (ss: Joannes Ruijmers, Catharina Lenskens)

d. Joannes Henricus, 4 juni 1754 (ss: Rudolphus van Hal, Brigitta van Hal)

e. Anna Hermina, 13 juli 1756 (ss: Gijsbertus Koude, Hermina Ruimers)

f. Otto, 16 juli 1759 (ss: Henricus van Hal, Catharina Ligtermoed)

g. Henricus Otto, ged. RK Kaldenkirchen 18 sept. 1760

h. Maria Catharina, ged. RK Kaldenkirchen 11 april 1763

i Joannes Jacobus, gedoopt RK Kaldenkirchen 25 mei 1765

Trouwboek Gerecht Dordrecht 26 april 1804: Jacobus van Hall jongman geboren te Kaldekerken bij Venlo, wonende in het Torenstraatje, geassisteerd met Christinade Visser, die heeft verklaard dat de bruidegom geen ouders meer heeft en Ida Machielsen jonge dochter geboren te Dordrecht, wonende in de Augustijnenkamp, geassisteerd met haar vader Cornelis Machielse, getrouwd op 12 mei 1804

j. Joanna Lucia, gedoopt RK Kaldenkirchen 21 sept. 1767, begraven Venlo (kerkhof) 23 aug. 1781

k. Matthias Antonius, gedoopt RK Venlo 25 aug. 1773

Grietje van Hals: rekest aan burgemeester en schepenen van Dordrecht dd 13 april 1734: “Geven onderdanig te kennen de Diaconen en armbezorgers deser stadt, dat de supplianten sedert eenigen tijt bedeelt hebben[de] een Grietje … [sic] laast weduwe van Claas van Hals door de wandeling genaamt Griet in den tooren, met derselver drie kinderen alle oudt tusschen de zes en twaalff, hebben ondervonden, dat deselve Grietje van Hals, niet alleen vervallen is in de uijterste armoede, invoegen de supplianten in plaatse van te kunnen volstaan met aan deselve te geven een tamelijke subsidie, zig genootsaakt vinden deselve met hare voorsz. drie kinderen ’t eene maal en als uijt de handt te onderhouden, maar ook dat deselve sig soo seer in den drank komt te buijten te gaan, en verder gans onbehoorlijk te gedragen, dat de supplianten niet sonder reden bedugt sijn, dat van ’t gene aan haar in ’t vervolg mogte werden bedeelt niets ofte zeer wijnig zoude werden besteedt tot eene behoorlijke opvoeding van de voorsz. drie klijne kinderen maar in tegendeel dat de aalmoessen door haar op een schandelijke wijse tot verderff van haar selve en hare voorsz. drie kinderen zouden werden misbruijkt zonder dat de supplianten sig in staat bevinden van het selve te praevenieeren, ten zij de voorn. Grietje van Hals wierde gebragt onder een behoorlijk opsigt. Dog alsoo het selve sonder kennisse en bewilliging van UEd. Groot Agtb. niet kan nogte vermag geschieden ende ook voor de Diaconije een al te sware last zoude sijn deselve ende hare voorsz. drie kinderen affsonderlijk te besteden, soo keeren de supplianten sig tot UEd. Groot Agtb. ootmoedelijk versoekende dat UEd. Groot Agtb. gelieven goet te vinden en te verstaan dat de voorn. Grietje van Hals door de supplianten werde gealimenteert in ’t Leprooshuijs deser stadt, ende dat haare voorsz. drie kinderen, als sijnde alleen [= allen]boven de de ses jaaren, werden gealimenteert en opgevoedt in het Armhuijs deser stadt … In margine stont voor appostille: De Camere alvorens te disponeerenordonneert dat dese requeste sal werden gestelt in handen van de heeren Vaders en Regenten van ’t Armhuijs binnen dese stadt, omme haar Ed. Groot Agtb. te dienen van derselver consideratiën en advis. Actum Dordrecht den 13e april 1734 … Vervolgens stont: Ter voldoening van het appoinctement van UEd. Groot Agtb. soo hebben heeren Vaders sig geïnformeert op dese requeste en bevinden dat het sesde [artikel] van haar Ed. ordonnantie segt, dat geene kinderen welkers vader of moeder in dese stadt woonen, mogen worden ingenomen, maar deselve gebrek hebbende van de diaconije moeten werden bedeelt, derhalven soude heeren Vaders van advis sijn dat dese kinderen tot het huijs niet specteerden en het gedane versoek behoorde te werden affgeslagen, niettemin sig refererende aan de dispositie van UEd. Groot Agt. Dordrecht 15 april 1734 … Stont nogh: De Camere gesien hebbende het schriftelijk advijs van de Heeren Vaders en Regenten van ’t Armhuijs, mitsgaders gesien en geëxamineert hebbende ’t vorenstaande request ende geleth waar op in dese te letten stonde, accordeert de supplianten haar versoek, vinden mitsdien goet dat Grietje van Hals door de supplianten in het Leprooshuijs deser stadt sal werden gealimenteert ende dat hare drie kinderen sullen werden gebragt in het Armhuijs deser stadt, omme aldaar door het gemelte Armhuijs gealimenteert en opgevoet te werden. Actum den 17e april 1734.” (ORA Dordrecht inv. 111, f. 134 e.v.)

Van Halteren

I. Hans van Halteren, van Bergen op Zoom (1583), overleden tussen 4 jan. 1588 en 18 mrt. 1588,trouwde NG Dordrecht 6/27 nov. 1583 Anneken Lambert Heringsdr., van ‘s-Hertogenbosch (1583)

– 18 mrt. 1588: Jacob van Halteren, als broer en voogd van de nagelaten weeskinderen van wijlen Hans van Halteren, door hem verwekt bij Anneken Lambert Heringsdr. en Willem Herings, als oom en voogd van voornoemdeAnneken Lambertsdr., en beide comparanten tevens als executeurs van het testament van Hans van Halteren en Anneken Lambertsdr., gepasseerd op 4 jan. 1588, verlenen procuratie ad recipienda debita aan Willem van Kolff, wonende te Haarlem. (ORA Dordrecht inv. 718, f. 33 e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Tanneken, mrt. 1585

b. Sara, juni 1586

c. Johannes (Jan) Jansz. van Halteren, april 1588 (na het overlijden van zijn vader gedoopt), volgt II

II. Jan Jansz. van Halteren, gedoopt NG Dordrecht april 1588, lakenbereider van Dordrecht wonende in het Steegoversloot bij Frans Jansz. de bakker (1615), deken van het lakenbereidersgilde te Dordrecht (1641), droogscheerder (1667), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 27 febr. 1667 (een baar bij de Riedijk voor Jan van Halteren de Oude, droogscheerder), trouwde NG Dordrecht 9 aug. 1615 Sara Laurens Clementsdr., van Dordrecht wonende ten huize van Claes Cornelisz. in de Kannekopersbuurt (1615), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 11 mei 1660 (een baar op de hoek van de Houtsteiger [bij de Nieuwbrug] voor de vrouw van Jan van Halteren)

– 11 mei 1625: mr. Thomas Laurens, inwoner van Leiden, verkoopt aan Jan Jansz. van Halteren, burger van Dordrecht, een huis in de Kannekopersbuurt, staande tussen het huis van Isaack de Coninck en de Houtsteiger, voor een somma van 2500 gl., waarvan 500 gl. contant en de rest te betalen met jaarlijkse termijnen van 200 gl. (ORA Dordrecht inv. 765, f. 100)

– 1633 (verponding Dordrecht): Voorstraat bij de Nieuwbrug: Jan Jansz. van Halteren, eigen, betaalt 16 ponden en 15 st. Belender: Jan van Ruijtenborch, die huurt van Jacob Jacobsz. Bornwater. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 90)

– 26 aug. 1641: Johan van Halteren, deken van het lakenbereidersgilde te Dordrecht, is getuige bij het passeren van een attestatie. (ONA Dordrecht inv. 63, f. 544)

– 12 aug. 1662: Jan van Halteren, koopman en burger van Dordrecht, verleent procuratie aan Hendrick van Bergen, notaris en procureur in Oud-Beijerland, om te vorderen van Cornelis Jansz., inwoner van Oud-Beijerland, een bedrag van 52 gl. en 10 st. wegens leverantie van kousen en linnen. (ONA Dordrecht inv. 247, f. 146)

– 2 juni 1665: Jan van Halteren, burger van Dordrecht, verkoopt voor 1575 gl. aan Pieter Boeijman, hoedenmaker te Dordrecht, een huis op de hoek van de Houtsteiger, genaamd “de Harde Bollen”, staande tussen die steiger en het huis van de weduwe van Lambert Schot. (ORA Dordrecht inv. 784, f. 26v e.v.)

– 19 okt. 1667: compareren voor notaris G. Waltherij Johan van Halteren, voor zichzelf en Adriaen van der Reijt, als man van Lijsbet van Halteren, samen met Anneken van Halteren, hun zuster resp. schoonzuster,erfgenamen van wijlen Jan Jansz. van Halteren, hun vader, enerzijds en genoemde Anneken van Halteren, anderzijds. Johan van Halteren en Adriaen van der Reijt verkopen aan Anneken van Halteren een huis omtrent de Boom, waar uithangt “den Blauwen Voet”, staande tussen het Nieuwkerkstraatje en het Torenstraatje, welk huis heeft toebehoord aan hun vader, Jan Jansz. van Halteren, belend aan de ene zijde door het huis van Henrick Mes schipper en aan de andere zijde door het huis van Pieter de Bruijn. De koopsom bedraagt 1800 gl, waarbij is bedongen, dat daarop in mindering gebracht zal worden hetgeen de kinderen van deverkopers vanwijlen Jan van Halteren zullen erven. Koopster zal aan de vrouwen van verkopers bovendien een “vereeringe” van 25 gl. elk geven. Akte door de drie comparanten ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 298, f. 42 e.v.)

Kinderen (o.a.):

a. Lijsbeth van Halteren, gedoopt NG Dordrecht nov. 1617, trouwde NG Dordrecht 14 okt. 1640 (ondertrouw) Adriaen van der Reijt

b. Jan van Halteren, geboren naar schatting ca. 1620, winkelier van Dordrecht wonende bij de Vismarkt (1660),

trouwde Dordrecht 4/2 april 1660 Maria van de Wier, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Vismarkt (1660)

Kind:

b-1. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 24 april 1661

c. Anna van Halteren, gedoopt NG Dordrecht aug. 1621. trouwde Jan Abrahamsz. de Haen (zie pagina “De nakomelingen van

Abraham Klaasz. de Haen”)

Van der Hoff (Grave, Dordrecht):

I. Adam Pietersz. (van der Hoff), trouwde Anna Marija Sc(h)enkels.

Uit dit huwelijk:

a. Zacharias, geboren te Grave naar schatting ca. 1705, volgt II

b. Pieter van der Hoff, geboren te Grave naar schatting ca. 1710, jongman van De Graaff [= Grave]wonende in de Kolfstraat (1732), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 12 okt. 1732 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Adam Pietersz. van der Hoff, de bruid met haar behuwd broeder Pieter Damis) Jannetje van der Swits (van der Smits), jonge dochter van Dordrecht wonende op de Lindengracht (1732)

c. Anna Catrina, gedoopt NG Dordrecht12 sept. 1711

d. Margrita, gedoopt NG Dordrecht 15 juli 1714

e. Hendrick, gedoopt NG Dordrecht 5 aug. 1716

f. Anna Catharina van der Hoff, gedoopt NG Dordrecht 8 nov. 1718, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Riedijk (1745), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 29 april/16 mei 1745 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Steven Sebus, de bruid met haar vader Adam van der Hoff) Matthijs Sebus, jongman van Dordrecht wonende bij de Riedijk (1745)

g. Hendrick, gedoopt NG Dordrecht 20 okt. 1720

h. Hendrik, gedoopt NG Dordrecht 11 okt. 1722

i. Hendrick van der Hoff, gedoopt NG Dordrecht 10 juni 1725, jongman van Dordrecht wonende bij de Riedijk (1747), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 30 nov./17 dec. 1747 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Adam van der Hoff, de bruid met haar moeder GeertruijVermazen, weduwe van Hermanus Hopman) Elisabeth Hopman, jonge dochter van Dordrechtwonende in de Vleeshouwersstraat (1747)

j. Adam, gedoopt NG Dordrecht 25 juli 1728

II. Zacharias van der Hoff, jongman van De Graaff [= Grave], meester-kuiperte Dordrecht, begraven Dordrecht30 okt. 1769,trouwde Gerecht/NGDordrecht 14/30 okt. 1729 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Adam van der Hoff, de bruid met Anna van Nassauw, weduwe van Cornelis van Nispen, haar nicht) Geertruij Mugge, gedoopt NG Dordrecht 14 febr. 1703, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kolfstraat (1729),begraven Dordrecht 7 jan. 1784, dochter van Gillis Mugge en Agatha Hooglander

– 29 mrt. 1732: ontvangen als burger van Dordrecht Zagharias van der Hoff, geboren in de stad Grave, getrouwd met een burgersdochter, mits doende de behoorlijke eed en betalende 10 ponden van 40 groten het pond, “als blijvende gesecludeert [uitgesloten van het kiezen van gildebesturen] enhoudende zijn domicilium binnen dese Stadt”. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 1977, f. 15)

– 25 juni 1737: Jacobus van der Elst, enige erfgenaam en executeur-testamentair van zijn vrouw Catharina de Val, volgens testament gepasseerd voor notaris G. Verveer te Dordrecht op 5 juni 1733, welke Catharina was enige dochter en erfgename van Jan de Val steenhouwer, verkoopt aan Zacharias vander Hoff meester-kuiper een huis aan de Nieuwe Haven [thans nr. 2-3 (vriendelijke mededeling van mevr. A. Balm-Kok)] omtrent de Rode Brug, staande tussen het huis van de kinderen en erfgenamen van de weduwe van Arent Kuijter en het huis van de heer Hartman, voor 1850 gl. (ONA Dordrecht inv. 1010, akte 92)

– 7 nov. 1737: Jacobus van der Elst, burger van Dordrecht, transporteert aanZacharias van der Hoff, meester-kuiper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven bij de Roobrug, staande tussen het huis van Willem Hartman en dat van Lambert Kuijter, gekocht voor 1850 gl. contant(ORA Dordrecht inv. 818, f. 215)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Anna Maria, 14 okt. 1729

b. Gillis Pompejus, 8 mei 1732

c. Agatha, 9 juni 1734

d. Anna Catharina, 19 febr. 1736

e. Hendrika, 16 nov. 1737

f. Simon, 3 sept. 1740

g. Hendrika 22 jan. 1744

Hendrik Davidsz. Hoffer

NG trouwboek Dordrecht 15 juli 1640: Hendrick Davidsz. Hoffer jongman van Zierikzee en daar wonende en Francijntgen Thomas Jochumsdr. van Dordrecht wonende aan de Boom, procl. Zierikzee, getr. 21 sept. 1640.

12 jan. 1650: “In presentie van Walterus Lavecq en Joost Jansz. kleermaecker soo is Susanne [sic] gevraegt ten eijnde dat sij des weijgerich blijft dat sij hout als waerachtig ende voor bekent ’t gene dat men haer vragen sal. … off nijet waerachtigh is dat de vrouwe wonende op Blau Bolwerck haer heeft gerecommandeert off gesproocken van de persoon van Henrijck Hoffer om met hem te trouwen. [Zij weigert hierop te antwoorden.] … dat sij op gisteren avont is verwagt ten huijse van Abram Hoffer en dat sij van voornemen was aldaer te eten ende overnacht te blijven. [Zij zegt, dat dat niet waar is.] (ONA Dordrecht inv. 39, f. 107 e.v.)

Ingenool:

I. Arendt Ingenool Barendsz., jongman van Dordrecht, wijnkoper wonende aan de Grote Kerk (1651), trouwde NG Dordrecht 16 april/2 mei 1651 (procl. Amsterdam) Ida Boonen Dircksdr., geboren naar schatting ca. 1625, jonge dochter van Dordrecht, wonende op de Nieuwe Haven (1651)

Kinderen (o.a.)

a. Dirck Ingenool, gedoopt NG Dordrecht 30 mrt. 1654, trouwde Maria Smits

b. Arent Ingenool, volgt II

II.Arent (Arnoldus) Ingenool, gedoopt NG Dordrecht 21 mei 1664, jongman van Dordrecht (1692), twijnder (vermeld 1692), weduwnaar wonende bij de Spuistraat (1695), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 20 april/4 mei 1692 (de bruidegom geassisteerd met Theodorus Boon, de bruid met Dijna Verheij, de vrouw van Jacobus van Tricht) Caterijna Rossa (Roffa, Raffa, Rouffars, van Hees), gedoopt NG Dordrecht 23 mrt. 1670, jonge dochter van Dordrecht (1692), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 okt. 1695 (een baar voor de vrouw van Aernoldus Ingenool, tegenover de Spuistraat, 2 maal luiden), dochter van Arnout Rouffa(er) en Maria van der Poel, 2e Gerecht/NG Dordrecht 18 dec.1695/2 jan. 1696 (de bruid geassisteerd met Marijcke van Tricht, haar tante) Maria Paradijs, gedoopt NG Dordrecht 29 april 1673, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Spuistraat (1695), dochter van Matthijs Paradijs en Maria de Latour.

– 22 nov. 1692: Arnoldus Ingenool twijnder, Catharina Roffa, Johanna Roffa en Johannes Verstappen schoolmeester verkopen voor 700 gl. aan Laurens van Evelingen twijnder een huis in de Augustijnenkamp, staande tussen het huis van Adriaen Heckenhouck twijnder en dat van kapitein Van der Made. (ORA Dordrecht inv. 797, akte 1)

Leendert Jansz. Jongkint (Steenbergen): op 19 nov. 1622 comp. voor schepenen van Dordrecht “Maeijcken Pietersdr. weduwe van Leendert Jansz. Jongkint iegenwoordich woonende binnen deser stede ende verclaerde sij comparante dat, alsoo in Julio voorleden door ’t innemen van Steenbergen bij den vijants leger sij comparante vvt derselver stede gevlucht is binnen deser stede, ende van meijninge te sijn omme alhier metter woone te continueren, sij comparante te raede geworden is met de diaconen deser stede aen te gaen seecker accoort nopende de alimentatie ende onderhout van alle haere nootsaeckelijcke behouften, voor haer leven lanck geduijrende, in desen manieren naervolgende, te weten dat sij comparante ten behouve vande voorsz. Diaconen is cederende, transporterende ende overdraegende mits desen” 200 gl. met de interestdaarvan á 7 % jaarlijks volgens zeker authentiek extract berustende bij de Weeskamer te Steenbergen ten laste van een zekere Cornelis Crijns, 299 gl. 7 st. aan contant geld en 350 gl. met de interest daarvan, die Aelbert Jacobsz., burgemeester te Steenbergen, aan haar schuldig is, alle welke penningen de diaconen na haar overlijden mogen aanvaarden als hun eigen vrije goederen, waarvoor de diaconen,t.w. Philips Apersz., boekhouder van de diaconie, Abraham Jansz. Koopman en Dirck Jacobsz. Absouen Aert Schut, allen diaconen, beloofd hebben Maeijcken Pietersdr. haar leven lang te onderhouden en alimenteren, zo in “aet, dranck, cleedinge ende reedinge” en mede te zorgen voor huisvesting, vuur en licht “alles in discretie ende billicheijt”. (ORA Dordrecht inv. 763, f. 91 e.v.)

Jan van der Kaa: gedoopt NG Dordrecht 3 sept. 1695, zoon van Jan Cornelisz. van der Kaa en Geertruij Hendriksdr. Toele

Trouwboek Gerecht Dordrecht 4 april 1717: Johannes van der Kaa, jongman van Dordrecht, wonende op de Varkenmarkt, geassisteerd met zijn moederGeertruijt Toelen, weduwe van Jan Cornelisz. van der Kaa en Maria van Swol jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Sarisgang, geassisteerd met haar moederCaetje Janse, weduwe van Huijbert van Swol, getr. 18 april 1717

Begraafboek Nieuwkerk Dordrecht 17 dec. 1725: Marija van Swol, vrouw van Jan van der Kaa, in de Kolfstraat, laat vier kinderen na.

Archief Weeshuis Dordrecht (archief nr. 18), inv. 367, f. 145: op 4 okt. 1732 zijn gepresenteerd twee kinderen, genaamd Geertruij, gedoopt 16 juli 1717 en Catreijna, gedoopt 3 febr. 1719, van wie de vader was Jan van der Kaa en de moeder Mareijke van Swol. Geertruij is gezonden naar het Heilige-Geesthuis der Grote Kerk, omdat zij over de 14 jaar was, en Catreijna is door de heren Vaders aangenomen. De vader, onlangs overleden, is kuiper geweest in de brouwerij van “het Anker” en gildebroeder in het Tappersgilde.

Kalfkens/Liesveld (Dordrecht)

ORA Dordrecht inv. 1555, akte 329: op 20 mrt. 1590 verkopen Beeltgen Coppen Hermansdr., weduwe van Jan Calffkens de oude, met toestemming van Jan Calffkens de jonge, predikant te Meerkerk in het Land van Vianen, Goossen Calffkens, Margarita Calffkens, weduwe van Thielman van Beeck, Rutger van Doesborch, als man van Agnes Calffkens, Barendt Clippelhout, als man van Geertruijdt Calffkens, enChristina Calffkens, samen vervangende Pieter Calffkens, jong gezel wonende te Rotterdam, allen erfgenamen van Jan Calffkens de oude, aan Willem van Lijesveldt Aertsz., echtgenoot van Elizabeth Jansdr. Calffkens, een huis op de Nieuwe Haven omtrent St. Joost, staande tussen het huis van Cornelis Aertsz. huistimmerman en dat van Beeltgen Coppen. Het huis wordt bewoond door Barendt Clippelhout. De koper is schuldig aan Beeltgen Coppen een somma van 706 gl.

ORA Dordrecht inv. 1579, f. 182v e.v.: op 9 mei 1594 verkopen Beeltgen Calffkens, weduwe van Jan Calffkens, Willem van Liesvelt *, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Rutger van Doesburch, zijn zwager, mr. Jan Calffkens, predikant te Langerak, Barent Clippelhout, burger te Wesel, en diens vrouw Geertgen Calffkens, voornoemde Liesvelt en Beeltgen Calffkens tevens vervangende Grietgen Calffkens, weduwe van Thielman van Berck [sic], enGoossen Calffkens enPieter Calffkens voor zichzelf, aan Arent Cock, burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, tussen het huis van Willem van Liesvelt en dat van de weduwe De Doot. De koper is schuldig aan Beeltgen Calffkens een somma van 1100 gl.

NG trouwboek Dordrecht 11 dec. 1580: Willem Aertsz. Liesvelt van Dordrecht en Lijsbeth Kelfkens Jansdr. van Nijmegen, getr.op 5 febr.1581, hebben gebracht attestatie, dat de geboden ook te Nijmegen gegaan zijn.

ORA Dordrecht inv. 1587, f. 90: op 28 juni 1610 verkoopt Hendrick Pietersz. Starrenborch, als voogd van de weeskinderen van wijlen Cornelis Adriaensz. twijnder, tevens vervangende zijn medevoogd, Willem van Liesvelt Aertsz., geassisteerd met Anthonis Hendricksz., de stiefvader van voornoemde kinderen, voor 775 gl. aan Hendrick Jansz. een huis in de Vriesestraat, staande tussen de Ploegkapel en het huis van Frans Geij. De koper is schuldig aan de weeskinderen een somma van 419 gl. Borg: Hendrick Barentsz. blauwverver.

ORA Dordrecht inv. 1590, f. 37: op 22 april 1613 verkoopt Jacob Stoop, als curator van deboedel van Willem van Liesvelt, aan Johan van Wetten, koopman en burger van Dordrecht, een huis achter in de Gravenstraat, staande tussen het huis, genaamd “den Ceulschen Dom”, en het huis van Hendrick van Naerden. De koper is schuldig aan Jacop Stoop Dircxsz.”in zijn privé” een somma van 1025 gl. Borgen: Herman Claesz. van Ravesteijn houtkoper en mr. Johan van de Graeff, burger van Dordrecht.

Antonius Kisselius: geboren Zaandam 1690, predikant van de Evangelisch-Lutherse gemeente van Dordrecht juli 1723, gekomen uit Purmerend, emeritius 1746, (J. L. van Dalen, Geschiedenis van Dordrecht, deel II [Schiedam 1987], p. 811),begraven in de Augustijnenkerk van Dordrecht 23 dec. 1758 (graf 80, zie A. Nelemans, Sepulture ofte Graftboeck van de Augustijnenkerck te Dordrecht [Sliedrecht 1998], p. 68), trouwde naar schatting ca. 1720 Anna Debora Akerhoog, begraven in de Augustijnenkerk van Dordrecht (graf 80, zie Nelemans, o.c., p. 68)

ORA Dordrecht inv. 815, f. 253v e.v.: op 4 okt. 1729 verkoopt Abraham Targier, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Susanna Terwen, weduwe van Jacob Braats, van Anna Terwen,Berbera Terwen en van Sara Kopijn, wonende te Dordrecht, voor 1310 gl. aan Anthonius Kisselius, Luthers predikant te Dordrecht, een huis achter op het Bagijnhof, staande tussen de brug of stadsgracht en het huis van Jan van de Lindt, mr. huistimmerman.

Begraafboek Augustijnenkerk Dordrecht 23 dec. 1758: de eerwaarde heer Antonius Kisselius, in zijn leven leraar in de gemeente toegedaan de Confessie van Augsburg, in de Wijnstraat, laat kinderen na, met twee koetsen boven het getal, eerste boete.

Idem 27 dec. 1783: Anna Debora Akerhoog, weduwe van Anthonius Kisselius, in zijn leven leraar in de Lutherse gemeente, laat kinderen na, met twee koetsen extra, in de Wijnstraat bij de Wijnbrug, niet luiden, om 11.00 uur begraven.

Johannes Kisselius: “Speciale procuratie van meer dan een persoon. Heden den 13e Julij 1803 compareerden voor mij Jan Hendrik Schultz van Haegen openbaer en bij den Hove van Holland geadmitteerd Notaris binnen Dordrecht resideerende, in tegenwoordigheid van de naatenoemene getuigen Den Heer Johannes Kisselius meerderjarig jongman geadsisteerd met zijne vader den Heer Anthonij Kisselius en Mejuffrouw Jeanne Frederique Marie van Hoven meerderjarig en ouderloos wonende de comparanten alle binnen deze Stad. Dewelke verklaarde te volmagtigen Pieter Pappillon en Servaas Hendrik Lotzy beide gezwoore klerken ter Secretarie dezer Stad te zamen en een ieder hunner in het bijzonder omme te compareeren voor commissarissen van de huwelijke zake binnen deze Stad of alwaar en voor wie zulks nodig zij en henlieden te doen opnemen en ondertrouwen mitsdien hun lieden persoonen in en omtrent dezelve ondertrouw te verbeelden en daar omtrent alles te doen en verrigten wat dien aangaande nodig zij en vereischt zal werden en zij comparanten present zijnde zoude konnen moeten en gehouden zijn te doen al het welke in desen werd gehouden voor geïnsereerd, alles met macht van substitutie en belofte van approbatie onder de verbanden als naar rechten. Aldus verleden binnen Dordrecht voornoemd in tegenwoordigheid van Adriaan van der Straaten en Melchior Uijterlimmige jr. als getuigen.” (ONA Dordrecht inv. 1211, akte 32)

Rachel Kisselius: gedoopt Luthers Dordrecht 10 nov. 1727, begraven Dordrecht (Augustijnenkerk) 13 nov. 1775 (Rachel Kisselius, ongehuwd, in de Wijnstraat aan de Wijnbrug, met twee koetsen extra, niet luiden), begraven in de Augustijnenkerk van Dordrecht in graf nr. 80(A. Nelemans, Sepulture ofte Graftboeck van de Augustijnenkerck te Dordrecht [Sliedrecht 1998], p. 68),dochter van ds. Antonius Kisselius en Anna Debora Akerhoog

Kleiburg

Rembrandt, Haasje van Cleijburg (1634)

Nakomelingen van Haasje Cleijburg:

I. Haasje Cleijburg,overleden Paasdag 1641, trouwde Dirk Pesser, brouwer te Rotterdam, zoon van Jan Dirksz. Pesser en Aagje Claasdr. van der Horst

Kinderen:

a. Maria, volgt II

b. Jacob, geboren 1617, advocaat te Rotterdam

II. Maria Pesser, geboren Rotterdam naar schatting ca. 1615, overleden ald. 19 nov. 1675, trouwde Rotterdam 18 dec. 1635 Reinier van der Wolf, brouwer in de “Swarte Leeuw” en schepen ald.

Kinderen (o.a.)

a. Anna van der Wolf

b. Dirk van der Wolf, schepen van Rotterdam

c. Gerrit van der Wolf, schepen van Schieland

d. Hester van der Wolf, jonge dochter van Rotterdam (1676. trouwde Rotterdam (stadstrouwboek,ondertrouw) 24 okt. 1676 (3e proclamatie 15 nov. 1676) Bartholomeus Hartsoucker, Remonstrants predikant te Hoorn, trouwde 1e 1674 Reijnoutge Gaermans, 3e Maria Hendriksdr. Panser

Heyl, en Zeegewensch Op ’t Huwelijck van de Eerwaerdige, welgeleerde D. Bartholmaeus Hartsoeker, Predikant in de Remonstrantse gemeente tot Hoorn, En de Eerbaere Deughdtsame Juff r . Reynouda Gaerman.

Ter Bruyloft van den E. Bruydegom D. o . Bartholomaeus Hartsoeker, En sijn E. Bruydt Juff r . Reynouda Gaerman.

In Nuptias doctissimi Viri Bartholomaei Hartsoeker, Ecclesiastae Hornani, lectissimaeque Virginis Reinoldae Gaerman. (z.j. [1674])

(de) Klerk

I. Cornelis Clerck, trouwde Roosendaal (NB) 28 jan./18 febr.1713 Seijke (Lucia) van Havenbeeck, geboren te Klundert naar schatting ca. 1690, weduwe van Cornelis Clerq, van de Klundert, wonende op de Tolbrug (1735), overleden na 30 jan. 1751, trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 7 dec. 1735/1 jan. 1736 Jan Krom, weduwnaar van Maastricht wonende in Steenbergen (1735)

Kinderen (o.a.):

a. Cornelis Klercq, gedoopt NG Roosendaal 30 sept. 1714, volgt II

b. Arnoldus Petrus de Klercq, gedoopt NG Roosendaal 2 april 1724., jongman van Roosendaal wonende tegenover de Pelserbrug te Dordrecht (1751), overleden Bergen op Zoom 1 febr. 1807, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 30 jan./14 febr.1751 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Luscia van Havenbeeck weduwe van Cornelis Klerck, de bruid geassisteerd met haar stiefmoeder Maria Scheij weduwe van Willem Pickaart en met consent van haar voogd Gijsbert Gips) Willemina Pickaart, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1751)

II. Cornelis (de)Klerk, gedoopt NG Roosendaal 30 sept. 1714, jongman vanRoosendaal wonende op de Tolbrug te Dordrecht (1735),grutter te Dordrecht, overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht op 30 juni 1775 (impost 3 gl.), begraven Dordrecht (Augustijnenkerk)1 juli 1775 (Cornelis de Klerq, in de Nieuwstraat, laat kinderen na, met “ordinaire” koetsen,niet luiden) trouwde Gerecht/NG Dordrecht 7/25 dec. 1735 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Luscia van Havenbeek weduwe van Cornelis Clerq, de bruid met haar moederAdriana Kok weduwe Jan Versteegh) Hermina Versteeg, jonge dochter van Bommel wonende in de Steenstraat te Dordrecht (1735), overlijden aangegeven bij de gaarder te Dordrecht op 3 juni 1783 (impost 3 gl.), begraven Dordrecht (Augustijnenkerk)4 juni 1783 (Hermina Versteegh, weduwe Cornelis Klercq, in de Kolfstraat, laat kinderen na, om 10 uur begraven, met “ordinaire” koetsen,niet luiden)

– 19 dec. 1740: ten overstaan van notaris R. Nolthenius te Dordrecht testeren Cornelis Klercq, grutter en burger van Dordrecht. en zijn vrouw Herremijna Versteegh, hij ziek, zij gezond. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen. De langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen te onderhouden, alimenteren etc. tot hun mondigheid of eerder huwelijk en hun dan een bedrag van 50 gl. uit te keren. (ONA Dordrecht inv. 908, akte 57)

-2 dec. 1752: begraven het kind van Cornelis Clerq, in de Nieuwstraat, de ouders leven, beste graf (begraafboek Nieuwkerk Dordrecht)

– 19 juli 1775: is ter Weeskamer geëxhibeerd het testament van Cornelis Klercq en zijn vrouw Herremijna Versteeg, gepasseerd voor notaris R. Nolthenius te Dordrecht op 19 dec. 1740. Hierin is de langstlevende van hen beiden tot voogd aangesteld. Compareert Herremijna Versteeg, die verklaart de voogdij te aanvaarden. (Weeskamer Dordrecht inv. 36, f. 374v)

– 27 mei 1783 (testament van een persoon, die beneden de 4000 gl. is gegoed,zonder fideï-commis): voor de Dordtse notaris A. Bax testeert Hermina Versteeg, weduwe van Cornelis Klerk, inwoonster van Dordrecht. Zij legateert aan haar zoon Cornelis Klerk de keuze “om haar wagen, of de vrijdom of het regt van dien, thans door hem in hure gebruikt, of als huurder waargenomen werdende, met alle gevolgen en aankleven deszelven”, aan te nemen voor een bedrag van 900 gl. Aan haar dochter Adriana Klerk, echtgenote van Jan Velthuizen, legateert zij al haar kleren. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar kinderen, op voorwaarde, dat zij in haar boedel zullen inbrengen al hetgeen zij in het toekomende aan haar schuldig zullen zijn. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij Eliza Louis van der Horst, binnenvader van het Stadskrankzinnig- en verbeterhuis en de stadschirurgijn Abraham de Quindt. (ONA Dordrecht inv. 908, akte 64)

– 18 juni 1783: is ter Weeskamer geëxhibeerd het testament van Hermina Versteeg, weduwe van Cornelis Klerk, gepasseerd voor de Dordtse notaris A Bax op 27 mei 1783, waarin tot voogden zijn benoemd Eliza Louis van der Horst en Abraham de Quindt. Beiden verklaren de voogdij te aanvaarden. (Weeskamer Dordrecht inv. 37, f. 134v)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Cornelis, 20 okt. 1736, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 8 juni 1737 (het kind van Cornelis de Klerk, in de Nieuwstraat, beide ouders leven, een graf aan het klokhuis)

b. Johannes Klerk, 10 nov. 1737, mogelijk begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 19 april 1745 (het kind van Cornelis de Clerq, in de Nieuwstraat, de ouders leven, beste graf)

c. Lissia (Lecia) Pieternella Klercq, 26 april 1739, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1770), trouwt Gerecht/NG Dordrecht 5/21 okt. 1770 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Hermanus Schippers, de bruid met haar vader Cornelis Klercq) Johannes Schippers, jongman van Dordrecht wonende te Hendrik-Ido-Ambacht (1770)

d. Adriana, 20 mei 1742, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 9 juli 1742 (het kind van Cornelis de Clerq, in de Nieuwstraat, de ouders leven, graf aan het klokhuis)

e. Cornelis Klercq,21 dec. 1743, volgt III

f. Adriana Clercq, 7 april 1747, jonge dochter geboren te Dordrecht wonende in de Kolfstraat(1780), weduwe van Jan Velthuisen, geboren en wonende te Dordrecht (1789), overleden Puttershoek 5 dec. 1805,trouwt Gerecht/NG Dordrecht 6/21 mei 1780 (de bruidegom geassisteerd met zijn goede vriendin Hermina Versteeg weduwe van Cornelis Clercq en de bruidgeassisteerd met haar moeder Hermina Versteeg weduwe van Cornelis Clerq) Jan Velthuizen, jongman van Dordrecht wonende in de Prinsenstraat (1780), trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 6 juni 1789 (ondertrouw, attestatie gegeven op 21 juni 1789, volgens attestatie van ondertrouw te Puttershoek dd 6 juni 1789) Evert Heijstek, weduwnaar van Stijntje Kuijpers, geboren te Almkerken wonende te Puttershoek (1789) [zie stamboom Boden (internet)]

g. Johanna, 15 jan. 1750

h.Johannes, 27 mei 1752

i. Hermannes Klerk, 22 dec. 1754, trouwde Maria Thinot

j. Pieter, 6 febr. 1757, vermoedelijkbegraven Dordrecht (Nieuwkerk) 17 nov. 1759 (het minderjarig kind van Cornelis de Klerq, in de Nieuwstraat, de ouders leven, beste graf)

k. Anna, 22 okt. 1760, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 6 nov. 1760 (het kraamkindje van Cornelis de Clerq, in de Nieuwstraat, de ouders leven, beste graf)

III. Cornelis Klercq, gedoopt NG Dordrecht 21 dec. 1743, jongman geboren te Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1775), overleden ca. 1780,trouwt Gerecht/NG Dordrecht 20 mei/4 juni 1775 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Cornelis Klercq; Jan van Harthals, neef van de bruid, heeft verklaard, dat zij geen ouders meer heeft; bij het verkrijgen van haar burgerrecht heeft zij een akte van indemniteit overhandigd) Jannetje (Johanna, Anna)van Harthals, jonge dochter geboren te Groot-Ammers wonende in de Vriesestraat te Dordrecht (1775)

Kinderen:

a. Herremijne (Hermina) Klercq, gedoopt NG Dordrecht 7 aug. 1776, jonge dochter geboren te Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1798), overleden Dordrecht 11 okt. 1832 (Hermina Klercq, zonder beroep, 56 jaar, vrouw van Aart Schouman, 59 jaar, verwer, wonende te Dordrecht, Nieuwstraat C:1241),trouwt Gerecht/NG Dordrecht 26 mei/9 juni 1798 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Martinus Mol, de bruid met haar vader Cornelis Klercq) Johannes Mol, gedoopt NG Dordrecht 28 juni 1778,jongman geboren te Dordrecht wonende in de Kolfstraat (1798), zoon van Martinus Mol en Ida Nagels, huwelijk ontbonden door echtscheiding op 6 nov. 1804,trouwde 2e Dordrecht 16 okt. 1816 Aart Schouman, gedoopt NG Dordrecht 27 febr. 1774, schilder (1816), verwer (1832),werd lid van tekengenootschap “Pictura” te Dordrechtop 7 okt. 1796, liet middels zijn broer Martinus op 1 okt. 1806 weten, dat hij bedankte als lid, trad opnieuwtoe op 2 okt. 1816, maar liet door Izak Schouman op 16 sept. 1822 opnieuw bekend maken, dat hij geen lid meer wenste te zijn, er zijn geen werken van hem bekend,overleden Dordrecht 15 aug. 1848 (Aart Schouman, zonder beroep, weduwnaar van Hermina Klercq, Nieuwstraat C:1241),zoon van Apolonius Schouman en Adriana Koning. [Zie J. Erkelens, Een vergeten Aart Schouman, Documentatieblad Werkgroep 18e eeuw, nr. 46, juni 1980, p. 28 e.v. Het beroep schilder wordt vermeld in de Liste Civique van Dordrecht uit 1811 en in een notariële akte van 14 juli 1836, betreffende een zaak waarin Aart een zekere Joh. Rijmerik vertegenwoordigt. (Ibid.) NB: niet te verwarren met zijn oudoom Aart Schouman, gedoopt NG Dordrecht7 mrt. 1710, tekenaar, kopergraveur en glasetser, overleden te Den Haag op 5 juli 1792, zoon van Leendert Schouwman en Cornelia de Vos, vestigde zich in 1753 voorgoed in Den Haag, een veelzijdig kunstenaar, die portretten schilderde en vooral vogels.(Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel V (Leiden 1921), p. 701]

– 25 sept. 1816: huwelijkse voorwaarden van Aart Schouman en Hermina Klerck, eerder gehuwd met Johannes Mol. Bruidegom en bruid zullen in het huwelijk inbrengen alle goederen, die zij op dat moment bezitten. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn. Bij ontbinding van het huwelijk [door scheiding] zullen alle goederen van beide comparantenof de waarde daarvan, daarbij inbegrepende goederen, die tijdens het huwelijk zijn verworven, door de ene comparant aan de andere comparant of diens erven worden overgedragen. De goederen van de eerststervende, door hem of haar bij het aangaan van het huwelijk ingebracht, zullen toekomen aan de langstlevende. Als zij de eerststervende is, legateert zij aan haar erfgenamen ab intestato of ex testamento alle goederen, die zij staande het huwelijk heeft verkregen door erfenis of schenking, op voorwaarde dat haar aanstaande man van die goederen tot aan zijn overlijden of het moment, waarop hij gaat hertrouwen, het vruchtgebruik zal genieten. (ONA Dordrecht inv. 1388, akte 1142)

b. Heijltie Klercq, gedoopt NG Dordrecht 21 mrt. 1778, jonge dochter geboren te Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1798), trouwt Gerecht/NG Dordrecht 5/19 mei 1798 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Matthijs Andriessen, de bruid met haar vader Cornelis Klercq) Anthonij Andriessen, jongmangeboren teDordrecht wonende in de Nieuwe Breestraat (1798)

Kooijmans

I. Arij Teunisz. Kooijmans (Koijman, Kouman), jongman van Zierikzee, wonende buiten de Sluispoort van Dordrecht (1735), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 15 dec. 1735/8 jan. 1736 (de bruidegom geassisteerd met Jacoba Weversluijs, weduwe van Jan Thuijnen, zijn goede kennis, en de bruid met haar broer Jan Driessen*) Lijsbet Driessen, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Raamstraat (1735), dochter van Matthijs Driessen en NN

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Thomas Kooijmans, 16 juli 1737, volgt II

II. Thomas Kooijmans, gedoopt NG Dordrecht 16 juli 1737, jongman geboren te Dordrecht, wonende in de Kleine Spuistraat (1760) Gerecht/NG Dordrecht 8 mei 1760 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeij Borgje de Visser, weduwe van Jan Andriesse*) Pieternella Gijsbertsdr. van Alblas

– 1751: Thomas Kooijmans, zoon van Arij [Teunisz.]Kooijmans en Lijsbeth Driese, ingenomen in het Armhuis te Dordrecht 18 febr. 1751, gedoopt 16 juli 1737. “Is den 28 mei 1758 zonder uijtsetting in zijn dagelijkse kleederen uijt het Huijs gezet, wegens zijn slegte conduite, ontrent zijn slegt spreeken tegens sijn overigheijds placaet, ontrent het gaen in de herbergen, ende ongehoorsaamheijd tegens den Rentmr., die hem uijt naam van de Regenten; savents te vooren ordonneerde van in ’t donker gat te gaan tot nader ordre, ’t welk hij niet heeft gelieve te accepteren, en is doe de voors. Resolutie van de Regenten op dato voors. hem aengezeijt.” (Archief Armhuis Dordrecht inv. 617, f. 284)

– 11 juni 1792: Teuntie van Onna, in het Achterom, begraven uit het huis van Thomas Koijmans (begraafboek Nieuwkerk Dordrecht)

* Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 24 dec. 1728: Jan Driessen jongman van Ligevoort [vermoedelijk Lichtervoorde bij Borculo], wonende buiten de Spuipoort van Dordrecht, geassisteerd met zijn vaderMattijs Driessen, en Burghje Cornelisdr. Visser, jonge dochter van Dordrecht, wonende buiten de Sluispoort, geassisteerd met Ariaentie Pons, de vrouw van Cornelis van der Mast, haar muij, getr. 11 jan. 1729

Idem 16 jan. 1733: Mathijs Driesse, jongman van Dordrecht, wonende in de Raamstraat, geassisteerd met Burgje Visser, de vrouw van Jan Driesse, zijn schoonzuster, en Adriana van Scheers, weduwe van Bastiaen Damisse, van Dordrecht, getr. 1 febr. 1733

b. Cornelia, 1 nov. 1739

c. Hendrikje, 26 jan. 1743

d. Matthijs Kooijmans, 17 juli 1744

Rut Kornelisz.

Rut Cornelisz., geboren naar schatting ca. 1540, trouwde naar schatting ca. 1565 Grietken Cornelisdr.

Kinderen:

a. Soetken Rutten, geboren ca. 1567 (ONA Dordrecht inv. 11, f. 170v e.v.), trouwde 1e Laurens Cornelisz., 2e Matheeus Apersz. zeilmaker (zie genealogie Van den Brande I op deze website)

b. Machtelt Rut Cornelisdr., geboren naar schatting ca. 1570, trouwde NG Dordrecht 3 nov. 1596 (ondertrouw, beiden van Dordrecht) Jan Aertsz. “hoeijstoffeerder”

Uit dit huwelijk:

b-1. Bastiaentgen Jansdr., geboren naar schatting ca. 1597,trouwde NG Dordrecht 27 aug. 1617Abraham Pietersz. Mortier

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

b-1-1. NN, okt. 1618

b-1-2. NN, aug. 1620

b-1-3. Machtelt, jan. 1622

b-1-4. Pieter, sept. 1623

b-1-5. NN, nov. 1624

c. Frans Rutten, gedoopt NG Dordrecht 1 nov. 1578 (zie pagina De Crimpert Salm op deze website)

d. Neelken, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1586

Kronauer

Hendrik Kronauer, geboren te Hensbagh mei 1751, arbeider te Dordrecht, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 14 nov. 1811 (arme lijken), trouwde naar schatting ca. 1785 Anna Rozina Schaarman, geboren te Mannheim ca. 1757, overleden Dordrecht in huis E:346 aan de Hoogt te Dordrecht op 19 okt. 1834 (78 jaar oud), dochter van Adam Schaarman en Antje Schuts

– 11 aug. 1785: ontvangen als burger van Dordrecht Hendrik Cronouwer, geboren tot Hensbagh, buiten de Provincie, betaalt voor het burgerrecht (met uitsluiting van de gildenbesturen) 20 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 1978, f. 16)

– 1811 (Liste Civique Dordrecht): Hendrik Kroonhouwer, ouvrier, geboren mei 1751 (Stadsarchief Dordrecht nr. 4, inv. 169, wijk B, nr. 396)

– 4 juli 1829: overleden in het Gasthuis te Dordrecht Henderik Kroonnouer, zonder beroep, geboren en wonende te Dordrecht, ongehuwd, zoon van Henderik Kroonnouer, overleden te Dordrecht en van Antie Schaarman, 70 jaar oud, wonende te Dordrecht. (BS Dordrecht)

Johannes van der Linden

Op 4 april 1729 comp. voor notaris W. Boon Johannes van der Linden, wonende te Dordrecht, 57 jaar oud, die op verzoek van Hillegonda de Reus, weduwe van Gerrit Schot, wonende te Rotterdam, verklaart, dat Jan Schot, zoon van de rekwirant, die nu25 jaar oud is, “altijd is geweest en nog is zeer gering van verstant, ja genoegzaam innocent en niet in staat om zig zelve te gouverneren, veel min om te trouwen of om van eenige goederen administratie te hebben, dat dezelve zig ook zeer quaadaardig en brutaal is aanstellende wanneer zijn wil niet opgevolgt werd, met vloeken, slaan, en smijten, zonder iemand te ontzien, ende dat denselven Jan Schot insgelijcx is zeer verquistende, alles koopende wat hij ziet, en mede op den borg als hij geen geld heeft en dreigende den menschen, als zij hem om geld daarvoor aanspreken, te slaan, gevende den comparant voor redenen van wetenschap dat hij nu wel twaalf jaren agter den anderen met den voorn. Jan Schot familiaar heeft omgegaan” en voorts dat hij, comparant,de laatste reis, die de man van de rekwirant als schipper naar Oost-Indië heeft gemaakt, is meegevaren en in 1721 als ziekentrooster is “gerepatrieert”, op welke reis ook Jan Schot is meegevaren. Voortsdat hij ten huize van de rekwirante en haar echtgenoot “familiaar heeft verkeert” en Jan Schot nog tot okt. 1728 bij hem in de buurt heeft gewoond. (ONA Rotterdam inv. 2230, f. 100)

Sion(d) Lus: Siond Lus tafelhouder, wonende in de “Voorstraat”tussen Grote Kerk en Tolbrugstraat, betaalt 20 gl. in de 50e penning van 1580. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3962, f. 12v)

Sion Lus, “tafelhouder van leninge” te Dordrecht, transporteert op 1588 aan Hendrick van Nispen Adriaensz., oudraad in wette van Dordrecht, een rentebrief van 43 gl. 10 st. jaarlijkse losrente, verleden door Victor Cornelisz. van Blenckvliet uit Beijerland voor schepenen aldaarop 10 mei 1583 (ORA Dordrecht inv. 740, f. 35v)

Michiel Mathijsz. bosmaker: op 18 juni 1591 comp. voor schepenen van Dordrecht Marijken Jansdr., die getrouwd is geweest met wijlen Pieter Jansz. kleermaker, enerzijds en Michiel Mathijsz. en Jan Willemsz., beiden bosmakers te Dordrecht, als voogden van Hans Pietersz., 13 jaar oud en Lijntgen Pietersdr., 12 jaar oud, nagelaten weeskinderen van Pieter Jansz. kleermaker, door hem verwekt bij Marijken Jansdr.,anderzijds.Comparanten verklaren, dat zij de nagelaten boedel van Pieter Jansz. verdeeld en gescheiden hebben, met dien verstande, dat Marijken Jansdr. de gehele boedel zal blijven bezitten, in ruil waarvoor zij heeftbeloofd haar kinderen vrij te houden van alle schulden en lasten, hen zal opvoeden en onderhouden en als zij achttien jaar worden een somma van drie ponden groten Vlaams zal uitreiken. (ORA Dordrecht inv. 719, f. 359)

Michiel Mathijsz. brouwer.: geboren ca. 1569 [zie bij Jop Pietersz. Dansser], brouwer te Dordrecht, overleden tussen 1594 en 5 febr. 1603, zoon van Mathijs Matheeusz. en Heijltgen Jansdr.,trouwde NG Dordrecht 12/26 jan. 1592 (beiden van Dordrecht)Katharina Jacob Jansdr.

-1594 (verponding Dordrecht): Mathijs Matheusz. brouwer – 37 ponden 10 s. en Michiel Mathijsz. – 11 ponden 5 s. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3 inv. 3965, f. 93v)

– 5 febr. 1603: Magdaleentgen Claesdr., weduwe van Geurt Geeritsz. schipper, is schuldig aan Trijntgen Jacobsdr., weduwe vanMichiel Thijsz., een somma van 170 gl. wegens geleende penningen, daarvoor verbindende een huis op het Groothoofd, staande tussen het huis van Herri Loge in Londen en dat van Lambert Ariaensz. bakker. (ORA Dordrecht inv. 746, f. 210 e.v.)

– 18 dec. 1608: Passchier Gillisz., bakker en burger van Dordrecht, verkoopt aan Jan Mathijsz. brouwer, als voogd van het nagelaten weeskind van wijlen Michiel Mathijsz., ten behoeve van dat weeskind, een jaarlijkse losrente van 12 gl., verzekerd op een huis in het Steegoversloot, genaamd “de Plouch”, staande tussen het huis van Pieter Ariensz. Mes kleermaker en het huis van Hendrick den Backer. Op 3 mei 1620 comp. Cornelia Machielsdr. en Gijsbert Claesz., haar gekoren voogd in deze, en tonen de originele brief met de kwitantie op de rug daarvan. Zij verklaren volledig betaald en voldaan te zijn. Losrentebrief derhalve geroyeerd. (ORA Dordrecht inv. 750, f. 58)

-23 nov. 1609: comp. Jan Mathijsz., voor zichzelf, Adriaen Stevensz. zeilmaker, getrouwd geweest met Marijcken Thijsdr., Jan Fransz. Both, als man en voogd van Catharina Jacobsdr., die eerder gehuwd is geweest met Michiel Mathijsz., Jan Mathijsz. en Adriaen Stevensz. nog als voogden van het nagelaten weeskind van Michiel Mathijsz., door hem verwekt bij Catharina Jacobsdr. en Willem van Dilsen, als man en voogd van Catharina Gijsbrechtsdr., die eerder gehuwd is geweest met Sijbert Mathijsz., allen erfgenamen van wijlen Mathijs Matheeusz. en Heijltgen Jansdr., resp. hun vader en moeder, schoonvader en schoonmoeder en grootvader en grootmoeder.Comparanten hebben de nalatenschap van Mathijs Matheusz. en Heijltgen Jansdr. onderling verdeeld. Daarbij is aan Willem van Dilsen het tot de boedel behorende huis en brouwerij aanbedeeld op voorwaarde, dat hij aan het voornoemde weeskind een somma van 984 gl. zal uitreiken. (ORA Dordrecht inv. 750, f. 177v)

van Naerssen (zie Balen, o.c., p. 1149)

I. Cleijs van Naerssen Woutersz., geboren naar schatting ca. 1365, schepen en gasthuismeester in Dordrecht 1400, mogelijk overleden in of vóór 1404, trouwde NN

– 4 mei 1404: Costijn Jansz. en Costijn Jacopsz. waert verklaren, dat het land, dat de kinderen van Cleis van Naerssen in het Land van Putten bezaten, verworven is door Jote, de weduwe van Oude Willem Florisz., maar dat zij “den selven kinderen vorschreven soeveel lants inde selve ambachte daert hem [sic, bedoelt is: van hen] of gehewonnen worde weder bewijsen sullen”. Voorts beloven zij dat, indien hieraan iets zal ontbreken, Jan Houtman Hugesz. als borg al hetgeen dat ontbreekt zal voldoen, en dat zijn broer Willem Graman Hugesz. zich op zijn beurt voor hem borg zal staan. Costijn Jansz. en Costijn Jacopsz. zullen Jan Houtman en Willem Graman hiervan kwijten en schadeloos houden. Als de kinderen van Cleis van Naerssen enige schade zouden mogen lijden, nadat zij wederom in de eigendom van het land bevestigd zijn, zullen Costijn Jansz. en Costijn Jacopsz. hun hiervoor een vergoeding betalen. (Stadsarchief Dordrecht nr.1, aktenboek 13)

Kinderen (o.a.):

a. Willem van Naerssen Cleijsz., volgt II.

II. Willem van Naerssen Cleijsz., geboren naar schatting ca. 1400, burgemeester van Dordrecht 1446, burgemeester ald. van ’s herenwege 1435-1439, trouwde NN

Kinderen (o.a.):

a. Jan Willemsz. van Naerssen, volgt III

b. Beatrix Willemsdr. van Naerssen, non in het St. Agnietenklooster te Dordrecht, overleden in of na 1504

– 11 mrt. 1504: Claes Willemsz., als gemachtigde van de Mater en het “gemeen convent van de besloten nonnen” van het Sint-Agnietenklooster te Dordrecht, comp. voor schepenen van Dordrecht en heeft aldaar namens jonkvr. Beatrix [Willemsdr.] van Naerssen, “professide” non in dat klooster, “goits tijts vertegen goits ende quaets naden recht vanden stede als vanden erfnisse ende nagelaten goeden van wijlen Laurens Barwouts”. En is “bewaert met vonnisse ende met allen recht”, dat het convent geen schade zal lijden vanwege al hetgeen Laurens in het laatst van zijn leven schuldig mag blijken te zijn geweest. (Stadsarchief Dordrecht nr. 1, aktenboek nr. 15, akte 833)

III. Jan Willemsz. van Naerssen, geboren naar schatting ca. 1445, schepen van Dordrecht 1477, 1478, trouwde Machtild van Amerongen

Kinderen (o.a.):

a. Anthonis Jansz. van Naerssen, volgt IV

IV Anthonis Jansz. van Naerssen, geboren naar schatting ca. 1475, overleden vóór 1520,trouwde Beatrix Thomasdr. de Graeff, dochter van Thomas de Graeff, muntmeester van Holland (vermeld 1520), en NN (Eufemia NN ?)

– 30 okt. 1503: comp. voor schepenen van Dordrecht Anthonis olijslager van Naerssen en “calengierde aldaer alsulcke coep als Jan Hermansz. die goutsmit gedaen hadde tegens Roeloff Woutersz. die backer vanden gehelen huijse ende erve genoemt den Nobel daer die selve Jan Hermans nu ter tijt inwoent. Ende dit dede hij met enen scepenenschultbrieff sprekende op Roeloff Woutersz. voirsz.” (Stadsarchief Dordrecht nr. 1, aktenboek nr. 15, akte 799)

– 25 febr. 1520: het stadsbestuur van Dordrecht draagt met toestemming van de naaste verwanten van Jan, Wouter en Machtelt Antonis Jansdr. van Naerssen, alledrie onmondige kinderen van Beatris Thomasdr. die Graeff, de voogdij over genoemde kinderen op aan hun grootvader, Thomas de Graeff, muntmeester van Holland. Borg: zijn zoon Heijnrick Thomasz. (Stadsarchief Dordrecht nr. 1, aktenboek nr. 15, akte 1201)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Jan Anthonisz. van Naerssen,geboren naar schatting ca. 1500 (onmondig in 1520), secretaris van Dordrecht 1542, trouwde Elisabeth de Jonge Reijersdr.

b. Machtelt Anthonis Jansdr. van Naerssen, geboren naar schatting ca. 1500

c. Wouter Anthonisz. van Naerssen, volgt V.

d. Katharina Anthonisdr. van Naerssen (Balen, o.c., p. 1149)

V. Wouter Anthonisz. van Naerssen, geboren naar schatting ca. 1505 (minderjarig in 1525), trouwde Beatrijs Anthonis Willems Wiltens

– 20 febr. 1525: op 25 febr. 1520 is muntmeester Thomas die Graeff voogd geworden over de onmondige kinderen van Anthonis Jansz. van Naerssen., nl. Jan, Wouter en Machtelt Anthonis. Aangezien Thomas die Graeff inmiddels “ter zielen gecomen is”, wordt op 20 febr. 1525 door het stadsbestuur van Dordrecht, met toestemming van de naaste verwanten van Wouter Anthonisz. van Naerssen, onmondige zoon, de voogdij van Wouter opgedragen aan jonkvr. Eufemia, de weduwe van Thomas die Graeff, en Jan Hermansz. de goudsmid. (Stadsarchief Dordrecht nr. 1, aktenboek nr. 15, akte 1362)

Kind:

a. Willem (Guillaume) Woutersz. van Naerssen, volgt VI.

VI. Willem (Guillaume) Woutersz.van Naersen, geboren ca. 1545, goudsmid te Dordrecht, overleden in of na 1592, trouwde Antonia Andries Anthonis Wiltens

– 14 dec. 1575: op verzoek van Arien Ariensz. verklaren Guillaume van Naerssen, ongeveer 30 jaar oud, en Reijnier Holtswijler, ongeveer 35 jaar oud, goudsmeden en burgers van Dordrecht, dat zij die dag gezien en “gevisiteert” hebben een gouden ring, die volgens Geerit van Nispen door de rekwirant gekocht was van een zekere Jacques Hennebert, “op zijn brugomsschap”, en dat die ring, met de steen daarin, volgens hen niet meer waard was dan alleen het gewicht aan goud, namelijk 3 gl. (ORA Dordrecht inv. 732, f. 49v)

– 25 april 1577: Adriaen Nobel van Breda verleent procuratie ad recipienda debita aan Guillaume van Naerssen en Jacob Aertsen, beiden poorters van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 733, f. 4v)

– 22 aug. 1592: Francois de Plancques, wonende in het dorp Oud-Beijerland, verklaart, dat hij machtiging verleend heeft aan zijn schoonvader, Guillaume van Naerssen, “tot het hoiren ende sluijten” van de rekening, die op 20 aug. door Thomas Jansz. van Wesel gedaan is uit naam van zijn moeder, Maria Jacobsdr. van Wesel, in aanwezigheid van mr.Jheronimus van Borre, raad ordinaris in hetProvinciale Hof van Holland. De comparant verklaart tevens, dat hij het huis in Oud-Beijerland, waarin hij woont, tot 1 mei 1593 gehuurd heeft van Geerit Maertensz., burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 720, f. 153v)

Kind:

a. Elisabeth van Naerssen, geboren naar schatting ca. 1570trouwde Francois de Plancques, wonende te Oud-Beijerland (1592)

Pelkman:

I. Jan Hendriksz. Pelckman, wafelbakker te Dordrecht, trouwde NN

– 25 mei 1662: Jan Hendriksz. Pelckman, wafelbakker en burger van Dordrecht, is schuldig aan Michiel Laurensz. van Leendt, koperslager en burger van Dordrecht, een bedrag van 100 gl. Akte door Pelckman ondertekend.(ONA Dordrecht inv. 141, f. 228)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Hendrick Jansz. Pelckman, geboren naar schatting ca. 1630, volgt II

b. Hillegont Jansdr. Pelckman, geboren naar schatting ca. 1635

– 10 april 1656: comp. Hillegont Jansdr. Pelckman, jonge dochter van Dordrecht. Zij verklaart, dat Daniël Hermansz. Craeijenburch, jongman van Leiden, die inDordrecht gewoond heeft, maar weer naar Leiden verhuisd is, “soo nu ende dan in eere ende deucht haer geselschap gesocht ende met haer gepraet ende gesproocken heeft, jae soo verre dat hij haer in eere ten huwelijcke versocht heeft, ende dat sijluijden daerinne den anderen (opt believen van haere respective ouders) verstaen ende belofte gedaen, mitsgaders over ende weer daerop ijets gegeven hebben. Ende alsoo den voorn. Daniël Hermansz. Craeijenburch van hier vertrocken is, sonder kennisse van de comparante ontrent een halff jaer geleden, ende tot dese tijt aen haer noeijt en heeft geschreven, en dat sij comparante oock van andere verstaen heeft, dat hij hem vanteert haert niet te begeeren, off noeijt naer haer te sullen vuijtsien, soo verclaerde sij comparante dat de lieffde ende affectie, die sij tot hem voor desen gehadt ende gedragen heeft, soodanich verandert ende verkout is, dat sij van gelijcken op hem noeijt… wil off sal sijen, veel min met hemin den huwelijcken staete treden, waeromme sij op haeren vader Jan Hendricxsz. Pelckman, borger deser Stede, vrundelijk ende ernstich versocht heeft … dat hem gelieffde sich te vervoegen tot Leijden aen den voorn. Daniël Hermansz. Craeijenburch ende sijnne ouders omme aende selve de voorsz. saecke te kennen te geven, over te leveren ’t gene hij Craeijenburch haer comparante gegeven heeft opt voorsz. belofte ende alwederomme te ontfangen ’t gene sij comparante daerop aen hem heeft gegeven, ende deselve belofte te annuleren, … daervan te passeren acte in forma ende voorts … [te] handelensulcx sijnen goede raet daertoe gedragen sal.” Zij tekent met een merkje. (ONA Dordrecht inv. 93, f. 357 e.v.)

II. Hendrick Jansz. Pelckman, geboren naar schatting ca. 1630, jongman van Dordrecht, wonende in de Kolfstraat (1657), (meester-) wieldraaier (1657, 1697), begraven Dordrecht 2 mrt. 1697 (Grote Kerk), trouwde NG Dordrecht 9/26 dec. 1657 Martina (Martijntgen) Hermandr., gedoopt NG Dordrecht juli 1636, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Vleeshouwersstraat (1657), overleden ca. 1678, dochter van Herman Meertensz. (Martensz.) en Jacomijntgen Pieter Jansdr.

Kinderen:

a. Herman Pelckman, volgt III

III. Herman Pelckman, gedoopt NG Dordrecht 29 sept. 1662, bierdrager, trouwde Maria Ouboter, gedoopt NG Dordrecht 10 sept. 1660, dochter van Cornelis Abelsz. Ouboter en Cornelia Adriaensdr. van den Bergh

– 28/29 dec. 1694: voorwaarden, waarop Hermen Pelckman bierdrager, als man van Marija Ouboter en Cornelia Ouboter, vrouw van Frans de Riedt, tegenwoordig op zee zijnde, en Arijen van den Bergh, meester-kleermaker, als procuratie hebbende van Frans de Riedt,samen erfgenamen van Tanneken Canijn, weduwe van Adriaen Jaspersz. van den Berch,willen verkopen “een bequaem ende wel beneringt huijs”, staande tegenover de Torenstraat op de hoek van de straat naar de opgang van de Boom, tussen het huis van kapitein Anthonij Walbeeck en genoemde straat, met een huisje en twee kamers daarachter, strekkende tot de grutmolen van kapitein Antonij Walbeeck. Bij de veiling op 28 dec.1694 is het huis opgehangen op 2000 gl. en opgehouden op 1600 gl. Op 29 dec. 1694 komen Herman Pelckman enArijen van den Berch overeen, dat Pelckman het huis etc. zalbehouden voor 1270 gl. Pelckman tekent met de letters HPM (ONA Dordrecht inv. 193, p. 226 e.v.)

– 21 april 1697: testeert voor notaris J. Melanen te Dordrecht Cornelis [Abelsz.] Ouboter, oud-schipper en burger van Dordrecht, ziek te bed liggende.Hij verklaart, “dat hij nu ontrent dord’half jaer aenden anderen bij Herman Pelckman ende Marija Ouboter, sijnen swager [= schoonzoon] ende dochter, inden kost gewoont heeft, sonder tot noch toe aende selve eenige montkosten goetgedaen te hebben”, en dat hij derhalve wenst, dat na zijn overlijden uit zijn na te latengoederenaan zijn dochter en schoonzoon terugbetaald zal worden hetgeen zij voor hem aan”mondkosten”uitgegeven hebben. Om redenen hem daartoe moverende benoemt de testateur zijn dochter Cornelia Ouboter, of bij vooroverlijden haar nakomelingen, slechts tot erfgenaam of erfgenamen in de “blote” legitieme portie. Tot erfgenamen van al zijn overige goederen stelt hij aan Maria Ouboter en haar manHerman Pelckman, die hij ook benoemt tot voogd over zijn minderjarige erfgenamen. Akte is door de testateur ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 194, akte 90, f. 210 e.v.)

Pieter Jansz. glasmaker

I. Jan Jansz., geboren naar schatting ca. 1555, van Dordrecht (1574), glaesmaker te Dordrecht, overleden vóór 8 febr. 1579 (vermoedelijkin 1574), trouwde NG Dordrecht mei 1574 Engelten Petersdr., van Middelburg (1579, 1603), trouwde 2e naar schatting ca. 1575 Marinus Cornelisz.3e NG Dordrecht8 febr. 1579 Jacob Adriaensz. glaesmaker, 4eNG Dordrecht 13 april 1603 (getr. 29 april 1603 door ds. Joannes Lydius)Dierick Mewisz. schipper, weduwnaar van Leiden

– 14 mei 1566: Sijmon Lenertsz. messenmaker verkoopt aan Pieter Pietersz. Spinoij een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van Jacob Adriaensz. en dat van de erfgenamen van Dirck Mol. Waarborg: Frans Anthonisz. stratenmaker. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 68 ponden 10 sch. Vlaams. Borg: Jacob Adriaensz. glaesmaker. (ORA Dordrecht inv. 705, akten 448 en 449)

– 16 nov. 1579: scheiding van de goederen nagelaten door Jan Jansz. glaesmakerdoor Jacob Ariensz., getrouwd met diens weduwe Engelken Pietersdr., enerzijds en Floris Eeuwoutsz., als naaste bloedverwant van Pieter Jansz.,4 1/2jaar oud, nagelaten weeskind van Jan Jansz. en Engelken Pietersdr., anderzijds. Aan Jacob Ariensz. zijn toebedeeld alle goederen, welke Jan Jansz. in gemeenschappelijk bezit met Engelken heeft gehaden een somma van 20 ponden groten Vlaams,diehet weeskind is aanbestorven door overlijden van zijn grootmoeder Digna Jansdr. In ruil daarvoor belooft hij zijn stiefkind op te voeden en te onderhouden tot zijn achttiende jaar, maar zal dan niet gehouden zijn hem iets uit te keren, “overmits d’voirsz. Jan Jansz., sijnen vader, egeen goede[re]n altoos achtergelaten heeft” en omdat Engelken maar korte tijdmet hem getrouwd geweest is. (ORA Dordrecht inv. 735, f. 175)

– 22 mei 1587: Jacob Adriaensz., glaesmaker en burger van Dordrecht, verleent procuratie aan zijn vrouw Engelken Pietersdr., geboren van Middelburg, om met de andere erfgenamen van wijlen Jan Pietersz., haar broer, die isoverleden te Middelburg, “te procederen tot behoorlijcke schifting scheijdinge ende deelinge van alle de goederen bij den voorsz. Jan Pietersz. metterdoot geruijmpt ende achtergelaeten.” ORA Dordrecht inv. 739, f. 170)

– 22 juni 1587: Jacob Adriaensz. glasmaker en zijn vrouw Engelken Pietersdr., burgers van Dordrecht, verlenen procuratie ad litesaan Simon van Habosch, boekverkoper wonende te Veere [Middelburg is doorgehaald] en Simon Brouckhoven, procureur voor het gerecht te Middelburg, in het bijzonder contra Jan Govertsz., inwoner van Middelburg. Engelken verklaart, dat zij aan Jan Govertsz. niet meer schuldig is dan 15 Rijnse gl.(ORA Dordrecht inv. 739, f. 190)

– 1594 (verponding Dordrecht): Jacob Ariaensz. glasmaker betaalt 5 ponden voor zijn huis in de Vleeshouwersstraat. Belenders: Jan Govert Diemertsz. smid en Lijntgen Koppens, die huurt van de weduwe van Rochus van Ha(a)rlem. (Stadsarchief nr. 3, inv. 3965, f. 25)

– 2 nov. 1602: Engelken Pietersdr., weduwe van Jacob Adriaensz. glasmaker, verkoopt aan Meijnart Segwaert Bartholomeusz., Jacob Frans Wittens, Franck van Muijlwijck, Pieter Cool Jacobsz. en deoverige erfgenamen van wijlen Beatrix Pietersdr. van Slingelandr., een jaarlijkse losrente van 4 gl., verzekerd op een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen haar eigen huis en dat van Jan Govertsz. smid. (ORA Dordrecht inv. 746, f. 176v)

– 15 febr. 1603: Engelken Pietersdr., weduwe van Jacob Ariaensz. glasmaker, verkoopt voor 250 gl. aan Pieter Jansz. van Erff in het Land van Gulik een huis op de hoek van de Raamstraat, staande op de Hil tussen het huis van Sijken Nijssen en de Raamstraat. Waarborgen: Pieter Willemsz. en Pieter Jansz. boormaker. (ORA Dordrecht inv. 746, f. 212)

– 1606 (verponding Dordrecht): Jacob Huijbertsz. huurt een huis in de Vleeshouwersstraatvan de weduwe van Jacob Ariaensz. glaesmaker en betaalt 7 ponden 11 sch. Belenders: Gerit Peijen, diehuurt van Jan Govertsz. smid en Willem Cornelisz., die eveneens een huis huurt van de weduwe van Jacob Ariaensz. glaesmaker en daarvoor6 ponden betaalt. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3966, f. 24v)

Kind (ex 1):

II. Pieter Jansz., geboren ca. 1574, van Dordrecht (1599), glaesmaker te Dordrecht, overleden na 26 aug. 1637,trouwde NG Dordrecht 14 nov. 1599(otr.)Lijsbet (Lisken) Willems, van Nier (?) (1599)

– 3 febr. 1600; verklaring door Frans Fransz. Boon, ongeveer 60 jaar oud en Pieter Jansz. glaesmaecker, ongeveer 25 jaar oud, op verzoek van Tobias Adriaensz. “oudekleerkoper”. (ORA Dordrecht inv. 897)

– 1606 (verponding Dordrecht): Pieter Jansz. glasmaker betaalt voor zijn huis in de Vleeshouwersstraat 10 ponden. Belenders: Steven Geritsz. mandenmaker, die huurt van Jan Cornelisz. vleeshouwer en Aert Paradij(s) nagelmaker. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3966, f. 24v)

– 1608 (verponding Dordrecht): Dirick van Leijen verhuurt een huis in de Vleeshouwersstraat aan Stijn Jansdr. appelkoopster. Belenders: Pieter Geritsz. Dou en de weduwe van mr. Anthonij [chirurgijn]. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3967, f. 25v en 26)

– 17 sept. 1611: Dirick Meeusz. van Leijen, schipper en burger van Dordrecht, verkoopt aan Steven Gerritsz., mandenmaker en burger van Dordrecht, twee huizen, staande naast elkaar in de Vleeshouwersstraat tussen het huis van Matgen Govertsdr. en dat van de weduwe van mr. Anthonis chirurgijn. Waarborgen: Reijnier Jansz. sledenaar, Jan Stevensz., Huijbrecht Diricxsz. en Samuel Jacobsz., schippers, allen burgers van Dordrecht. Koper kent schuldig aan verkoper een bedrag van 1226 gl. Borgen: Adriaen Thonisz. huistimmerman en Pieter Evertsz. waagknecht. (ORA Dordrecht inv. 752, f. f. 142v)

– 1619 (verponding Dordrecht): Pieter Jansz. glaesmaker betaalt voor zijn huis in de Vleeshouwersstraat 10 ponden. Belenders: Davit Vereel kleermaker en Aert Paradijs nagelmaker. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968, f. 26v)

– 14 jan. 1628: verklaring door Pieter Jansz. glasmaker, ongeveer 55 jaar oud, Jan Cornelisz. schiptimmerman, ongeveer 50 jaar oud en Janneken Cornelisdr., ongeveer 51 jaar oud, allen burgers van Dordrecht, op verzoek van Gooltgen Cornelisdr., weduwe van Jan Geeritsz. arbeider, wonende te Dordrecht. Attestanten verklaren, dat zij goed gekend hebben Cornelis Maertensz., die enige tijd geleden in Delft is overleden en die de neef was van Gooltgen, namelijk als zoon van Maerten Cornelisz. *, de broer van haar moeder, die Marijken Cornelisdr. heette. Zij verklaren voorts, dat Cornelis Maertensz. geen andere broers of zusters gehad heeft dan Sijken Maertensdr., die circa 25 jaargeleden op ongeveer 10-jarige leeftijd is overleden aan de Gave Gods [de pest]. Pieter Jansz. geeft voor redenen van wetenschap, dat hij van kindsbeen af in dezelfde buurt heeft gewoond als Cornelis Maertensz. en diens vader Maerten Cornelisz., dat hij lange tijd de voogd van Cornelis Maertensz. is geweest enook vele jaren diens goederen heeft beheerd.Jan Cornelisz. getuigt nog, dat hij voorleden zomer Cornelis Maertensz. in Dordrecht heeft ontmoet en dat die toen tegen hem heeft gezegd, dat Gooltgen Cornelisdr. zijn enige erfgenaam was. (ONA Dordrecht inv. 70, f. 92 e.v.)

* vermoedelijk Maerten Cornelisz. smid, die in de verponding van 1606 voor zijn huis in de Vleeshouwersstraat 5 ponden betaalt. Belenders: Aert Ariaensz. koolweger en Steven Tonisz. bakker, die huurt van Jan Gijsbertsz. bakker. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3966, f. 26v)

– 1633 (verponding Dordrecht): Pieter Jansz. glasmaker betaalt voor zijn huis in de Vleeshouwersstraat 10 ponden (ontvangen op 20 juni 1639). Belenders: Tanneken Jansdr. “lijwaetierster” (huurt van Lambrecht Hulshout) en Guilliam Anose. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 26v)

– 11 aug. 1636: testament van Anthonij Glaude schaliedekker en diens vrouw Neeltgen Jansdr., inwoners van Dordrecht. Hij benoemt tot voogd over zijn minderjarige erfgenamen Pieter Jansz. glaesmaker, zijn goede bekendeen zij haar broer Govert Jansz. (ONA Dordrecht inv. 75, f. 61v e.v.)

– 26 aug. 1637: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Beliken Teunis, weduwe van Pieter IJmansz., gemaakt op verzoek vanBarent Hendriksz. de Haen en Wernaerdt Adriaensz., in aanwezigheid van Pieter Jansz. en Herman Maertensz., beiden glaesmakers en burgers van Dordrecht. Tot de boedel behoort o.a. een huis in de Vleeshouwersstraat, waarin Beliken is overleden, staande tussen het huis van de weduwe van Jasper Jansz. en dat van de erfgenamen vanAelbert Jansz. bakker. (ONA Dordrecht inv. 98, f. 177 e.v.)

Kinderen:

a. Ida, gedoopt NG Dordrecht febr. 1601

bJacomijntje (Jaquemijne) Pieter Jansdr., gedoopt NG Dordrecht mrt. 1603, van Dordrecht wonende in de Vleeshouwersstraat (1624), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 8 aug. 1657 (een baar in de Vleeshouwersstraat voor de vrouw van Hermen Maertensz. glaesmaker),trouwde NG Dordrecht 21 april/5 mei 1624 Herman Ma(a)rtensz., geboren ca. 1599,droogscheerder van Arnhem wonende in de Raamstraat te Dordrecht (1624), glaesmaker te Dordrecht (vermeld 1637-1657), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 28 aug. 1657 (een baar in de Vleeshouwersstraat voor Hermen Maertensz. glaesmaker)

– 20 juni 1652: verklaring door Cornelis Pietersz. Mispelhoeff houtkoper, ongeveer 64 jaar oud, Herman Maertensz. glaesmaker, ongeveer 53 jaar oud en Crijn Pietersz. van Diemen wijnkoper, ongeveer 36 jaar oud, allen burgers van Dordrecht, op verzoek van Jasper Arijensz. Sticker, steenkoper te Dordrecht. Deposanten verklaren, dat “het erffue voor de huijsinge van requirant gebruijckt is geweest soodanich ’t selve tegenwoordich gebruijckt wert, namentlijck dat het selve te vooren met hout ende daer naer met steen, pannen, plavuijsen, als anders, is beleijt ende beseth geweest, sulcx het nu is, latende alleen eenen doorpath totte caeije toe, sulcx alle andere buijr erffuen doen.” Gevende zij comparanten voor redenen van wetenschap, dat zij, de eerste omtrent 60 jaar, de tweede omtrent 30 en de derde van jongs af aan bij het huis van de rekwirant hebben gewoond. Getuigen: Jan Dircxsz. Claer en Boudewijn Wijnantsz.Herman Maertensz. tekent met een merk. (ONA Dordrecht inv. 90, f. 596 e.v.)

– 11 dec. 1657: in het weesboek ingeschreven een extract uit het testament van Herman Maertensz., glaesmaker en burger van Dordrecht, gepasseerd ten overstaan van notaris W. van der Elst (wiens protocollen verloren zijn gegaan) op 27 aug. 1657. Hij heeft daarin tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen aangesteld Nanning Haring Aelbertsz. en Pieter Gillisz. de Coninck, die op 11 dec. 1657 voor de Weeskamer verklaren, dat zij de voogdij aanvaarden. (Weeskamer Dordrecht inv. 23, f. 208)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

b-1. IJda, jan. 1625

b-2. Dingen, mrt. mrt. 1627

b-3. Martijntken, mrt. 1630

b-4. Lijsbeth Harmensdr., dec. 1632,jonge dochter van Dordrecht wonende in de Vleeshouwersstraat (1653), trouwde NG Dordrecht 30 mrt./27 april 1653 (bescheid gegeven om in Kijfhoek te trouwen 26 april 1653) Nanningh Aelbrechtsz. Harinck (Haring), jongman van Dordrecht, glaesmakerwonende in de Mariënbornstraat (1653)

b-5. Martijntgen Hermansdr., gedoopt NG Dordrecht juli 1636, trouwde NG Dordrecht 9/26 dec. 1657 Hendrik Jansz. Pelkman (zie hierboven)

b-6. Ida, febr. 1639

b-7. Aeltgen, 11 juni 1643

b-8. Hendrijcksge, 4 april 1646

b-9. een dochter, ongehuwd, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 sept. 1657 (een baar in de Vleeshouwersstraat voor de dochter van Hermen Maertensz. glasmaker)

c. Jan, gedoopt NG Dordrecht nov. 1604

Romein

I. Lambert Jansz. (Romeijn), jongman van Leiden, arbeider bij de straat (zakkendrager, mazelaar), wonende aan het Nieuwkerkhof (1667), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 5 nov. 1712 (Lambert Romeijn in de Kleine Spuistraat), trouwde NG Dordrecht 15 mei 1667 (ondertrouw, bescheid gegeven om in Leiden te trouwen, getrouwd in Zwijndrecht op 30 mei 1667 Maeijcke Jans, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Kleine Spuistraat (1667)

Trouwboek Gerecht Dordrecht 23 mei 1694: Joris Huijberts jongman mazelaar geassisteerd met Lambert Jansz. Romeijn zijn oom en Neeltje Dirricxdr. van Sevenhuijsen jonge dochter van Wieldrecht geassisteerd met Leena Dirricxdr. van Sevenhuijsen haar zuster, getrouwd op 6 juni 1694

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Jan (Johannes) Lambertsz. (den) Romeijn, 17 sept. 1668, jongman van Dordrecht (1694), schoenmakersgezel, schoenlapper, weduwnaar wonende op het Slikveld (1712), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 11/25 juli 1694 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader, de bruid met haar moeder) Geertje Ariensdr. van der Veen, jonge dochter van Barendrecht (1694), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 21 juli 1695 (een baar voor de vrouw van Jan Lambertsz. Romeijn schoenlapper achter de Kleine Spuistraat), 2e Gerecht/NG Dordrecht 10/24 april 1712 (de bruid geassisteerd met Hillegond van der Linden, haar tante) Anna van Ruijlen, jonge dochter van Dordrecht, wonende buiten de Vuilpoort (1712)

Kind (ex 1):

a-1. Lambert Romeijn, gedoopt NG Dordrecht 29 okt. 1694, jongman van Dordrecht, wonende in de Raamstraat (1721), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 29 aug. 1721 (ondertrouw; de bruidegom geassisteerd met zijn tante Lijntie Romeijn, de bruid met haar zuster Hendrika Brant) Maeijke Brant, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Pelserstraat (1721)

b. Catelijntje, 27 jan. 1670, jong overleden

c. Lijntie Romeijn, 3 april 1673

d. Pieter Lambertsz. Romeijn, 13 dec. 1675, volgt II

e. Hendrijck en Geertruij, 7 nov. 1678

f. Jannigje Lammertsdr. den Romeijn, geboren naar schatting ca. 1680

Trouwboek Gerecht Dordrecht 22 okt. 1713: Willem Aelbertse jongman wonende in het Molenstraatje geassisteerd met Josijntie Wouters en met schriftelijk consent van zijn moeder en Willemijntje Pieters jonge dochter wonende buiten de Spuipoort beiden van Dordrecht geassisteerd met haar nicht Jannigie Lammersdr. den Romeijn, getrouwd op 5 nov. 1713

II. Pieter Lammertsz. Romeijn, jongman van Dordrecht, wonende in de Kleine Spuistraat (1702) trouwde 1702 Grietje Ariensdr. Luijt, jonge dochter van Dordrecht, wonende buiten de Sluispoort (1702)

Frederick Schoonenburgh: zoon van de heer fabriek[meester] Schoonenburgh in het Steegoversloot, begraven op 19 juni 1708 (Begraafboek Grote Kerk)

Michiel Adriaensz. Spranger, schipper: geboren ca. 1560, deken van het Grootschippersgilde te Dordrecht (vermeld 1612), overleden ca. 1630, trouwde naar schatting ca. 1590 Marichen Roelantsdr., geboren ca. 1570. Uit dit huwelijk een dochter Heijltgen Michielsdr. Spranger, geboren naar schatting ca. 1590, trouwde NG Dordrecht 17 nov. 1613Lenaert Jansz. koekenbakker te Dordrecht. Uit dit huwelijk vermoedelijk geen kinderen, die hun moeder overleefd hebben. Zij laten dopen(NG Dordrecht), Janneke, sept. 1615 en Jan, nov. 1616

– 22 mei 1612: Michiel Adriaensz. Spranger en Pieter Cornelisz. Houtgiens, beiden mede vervangende Ghijsbrecht Claesz. de Roch, allen dekenen van het Grootschippersgilde te Dordrecht, enerzijds en Geerart Noije, koopman te Dordrecht, als gemachtigde van Willem Huijgen, burgemeester van Arnhem, anderzijds, zijn tot een overeenkomst gekomen aangaande het maken van een goot tussen het Schippershuis en het huis genaamd “de Goudtsblomme” te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 10, f. 151 e.v.)

– 22 juni 1613: Marichen Roelantsdr., vrouw van Michiel Adriaen Sprangersz., schipper en burger van Dordrecht, verklaart op verzoek op Jacob Jansz. Weert, schipper te Geertruidenberg, “tot dese haere verclaeringe rechtelijk gedaecht” door Dirck Gerrebrantsz. Stoop, kamerbewaarder van Dordrecht, dat ongeveer acht jaar geleden zij attestante en haar man zijn geweest in Geertruidenberg, ten huize van Jenneken Anthonis, weduwe van Jan Jacobsz. deWeert en dat deze Jenneken toen tegen haar kinderen en haar schoonzoon Herman Jansz., schipper te Geertruidenberg, getrouwd met Anna Jan Jacobsdr. de Weert, in naam van zijn vrouw en als voogd van over de kinderen van Jan Jacobsz. de Weert en Jennekens andere ongehuwde en onmondige kinderen, “den affscheijt maeckte” van wege de goederen, die waren nagelaten door Jan Jacobsz. de Weert. (ONA Dordrecht nv. 11, f. 110v e.v.)

– 19 mei 1615: testament van Michiel Adriaensz. Spranger, schipper en burger van Dordrecht en Maijken Roelantsdr., zijn vrouw. Zij herroepen eerdere testamenten, m.n. dat gepasseerd op 15 nov. 1601 ten overstaan van de Dordtse notaris H. Balis. Zij legateren aan de huisarmen van de Nieuwkerk teDordrecht een bedrag van 6 gl. Aangezien hun dochter Heijltgen Michielsdr. bij haar huwelijk door hen “eerlijk [is] vvtgeset”, benoemen zij elkaar over weer tot universeel erfgenaam zonder hun dochter verder nog iets te vermaken. Als Heijltgen kinderloos komt te overlijden, voordat de langstlevende van de testateuren gestorven is, zullen de goederen van de langstlevende na diens dood komen aan de naaste verwanten van de testateur, op voorwaarde, dat zij aan de naaste verwanten van de testatrice een somma van 600 gl. zullen uitkeren, namelijk aan de erfgenamen van Pieter Jan Meijnders alias Pieter Jan Scheerders 150 gl., aan de erfgenamen van Adriaen Jan Meijnders olieslager 100 gl., aan de erfgenamen van Jan Jansz. Meijnders 50 gl., de erfgenamen van Cornelis Jan Meijnders 50 gl., de erfgenamen van Adriaen Jan Joostens 150 gl. en de erfgenamen van Adriaen Jansz. van der Veken 100 gl. (ONA Dordrecht inv. 15, f. 383 e.v.)

– 18 mei 1617: Pauwels Willemsz., als man van Commerken Govertsdr., wonende op Hardinxveld en Crijn Pauwelsz., als man van Theuntgen Adriaens, wonende op Werkendam, van wie de vrouwen elk een “klucht” van moederszijde zijn van wijlen Neeltgen Hubrechtsdr., hun tante, geven te kennen, dat Neeltgen Hubrechtsdr., in haar testament, gepasseerd voor notaris P. Eelbo te Dordrecht op 4 jan. 1614, tot haar universeel erfgenaam heeft benoemd Michiel Spranger, schipper te Dordrecht. Comparanten zijn door Spranger voldaan en betaald van hetgeen hun is aangekomen bij overlijden van hun genoemde tante. (ONA Dordrecht inv. 12, f. 59v e.v.)

– 2 febr. 1618: testament van Heijltgen Michiel Sprangersdr., vrouw van Lenaert Jansz. koekenbakker, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan Adriaen,de kreupele zoon van Adriaen Adriaensz. Spranger de Jonge, wonende te Geertruidenberg, een bedrag van 100 gl. Zij benoemt als universele erfgenamen haar ouders Michiel Spranger en Maijken Roelants. Akte gepasseerd ten huize van haar vader, staande op de Riedijk naast de Nieuwpoort. (ONA Dordrecht inv. 12, f. 198v e.v.)

– 1 mei 1619: testament van Michiel Adriaensz. Spranger, schipper en burger van Dordrecht en Maijken Roelants, zijn vrouw. Zij legateren aan Adriaen Adriaensz. Spranger de Kreupele een bedrag van 50 gl. en benoemen tot erfgenaam de langstlevende van hen beiden en na het overlijden van de langstlevendehun naaste verwanten. Zij wensen, dat na het overlijden van de langstlevende zekere obligatie, die testateur heeft verleden ten behoeve van Jan Bom, brouwer in “het Vlies” te Dordrecht, inhoudende 500 gl. en ter voldoening van zekere waterbrief dd 31 mei 1618, inhoudende “meerder somme”, die wijlenJacob Spranger, testateurs broer, aan Bom schuldig was wegens geleverde bieren, gekort zal worden op het erfdeel van Jacobs kinderen. (ONA Dordrecht inv. 12, f. 403 e.v.)

-23 aug. 1619: verklaring door Michiel Adriaensz. Spranger, ongeveer 60 jaar oud, burger van Dordrecht, op verzoek van Cornelis Ruijs, wijnkoper te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 12, f. 465)

– 23 mei 1622: Herman Minnesanck, koopman van wijnen, ongeveer 48 jaar oud en Cornelis Mathijsz. Stoop, ongeveer 37 jaar oud, beiden wijnkuipers te Dordrecht, verklaren op verzoek van Pieter Slingberch, koopman van wijnen te Dordrecht, dat zij op diezelfde dag te Dordrecht in het schip van Michiel Spranger, schipper varende op Breda, hebben “gevisenteert seker Bordeaux ocxhooft Franse wijn” en bevonden hebben, dat “de onderste duijge vant selve ocxhooft besijd en deur malcanderen was staende”, wat zij menen geschied te zijn bij hetladen of door het rollen van het vat in het schip. (ONA Dordrecht inv. 13, f. 256)

– 26 mei 1622: Michiel Spranger, korenkoper, Hans Robbart, pondgaarder en Abraham Henricksz. van Slingelandt, korenkoper, burgers van Dordrecht, verklaren op verzoek van Cornelis Ruijs, koper van Rijnse wijnen, zoon van Claes Ruijs, dat hij is “een man van eren ende van een eerlick leven”. Michiel Spranger kent hem al meer dan 25 jaar. (ONA Dordrecht inv. 27, f. 151)

– 23 juni 1625: Michiel Adriaensz. Spranger, schipper, ongeveer 63 jaar oud en Adriaen Pietersz., schiptimmerman, ongeveer 47 jaar oud, burgers van Dordrecht, verklaren op verzoek van Michiel Pietersz. Hasegat, schipper te Dordrecht, dat zij in dec. 1624 met hun schepen gelegen hebben aan de Blaak en in de Beij “in het Bredase water”, benevens vele andere schepen, liggende samen ïn “dienst van den lande”. Spranger tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 55, f. 189)

– 21 mei 1626: testament van Grietgen Cornelis Evertsdr. van Geertruidenberg, ongehuwde dochter, ziek in bed liggende. Zij bevestigt haar eerdere testament, dat zij op 27 mei 1624 ten overstaan van notaris Laurens van de Kieboom heeft gemaakt, samen met haar inmiddels overleden zuster, Anneken Cornelis Evertsdr. Zij legateert aan Janneken Henricxdr., vrouw van Jan Henricksz. Berrevoets, 125 gl. in geld.en wat ijzeren en koperen gebruiksvoorwerpen. Opdat haar minderjarige erfgenamen, met name Maerten Claesz., zoon van wijlen Claes Hubertsz. [den] Ruijmen, door hem verwekt bij wijlen zijn vrouw Sijken Marten Berckhoensdr., tegenwoordig ongeveer 12 jaar oud, na haar overlijden niet onvoorzien zullen zijn van “goede zorge en toeverzicht”, benoemt zij naast Michiel Adriaensz. Spranger tot voogd Walterus Lesvecque. (ONA Dordrecht inv. 55, f. 443 e.v.)

– 23 sept. 1627: Michiel Adriaensz. Spranger, schipper te Dordrecht, transporteert aan Corstiaen van de Daesdonck, “voster te Genneken”, een drietal schuldbrieven. Hij tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 56, f. 214v)

– 1633 (verponding Dordrecht): de weduwe van Michiel Spranger betaalt voor een huis in de Torenstraat (op 12 okt. 1635) 5 1/2 pond. Het huis wordt belend door het huis vanLeendert Jansz. schipper, die huurt van Leendert Bouff en de oliemolen van Willem van der Elst. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 125v)

Michiel Spranger, vermoedelijk gedoopt NG Dordrecht aug. 1610, zoon van Jacob Adriaensz. Sprange[r] en NN, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 1666

Jannigje Stoel: ingenomen in het Armen-Weeshuis te Dordrecht op 1 juli 1766. “Is den 26 juli 1771 zonder uijtsetting uijt het huijs gezet omdat sij bij een jongen uijt het huijs met name Arie van der Meer in de kraam moest. Heeft niet meer gekregen van de Vrouwe Moeders als een oud manteltje met een oude rok van een oude vrouw met haar ondergoet om haar naaktheijt te bedecken.” (Archief Weeshuis Dordrecht inv. 617, geen folionrs.)

Agatha Adriaen Willemsdr. Stoop: op 20 sept. 1543 transporteert Cornelis Evertsz., als man en voogd van Agatha Adriaen Willemsdr. Stoop, “als alleen daer op bedeelt zijnde”, een losrentebrief van drie gulden jaarlijks aan Damas van der Linde en Pieter Govertsz., als dekenen van het O.L. Vrouwegilde ter Nieuwkerk van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 693, f. 55)

Teerling

I. Roeland Teerling, trouwde Beatris Wimants

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Isabelle, mrt. 1628

b. Christeyntken, mrt. 1629

c. Maritgen, april 1633

d. Hendrick Teerling, okt. 1635, volgt II

e. Roelandt Teerlingh Roelantsz., febr. 1637,jongman van Dordrecht,loodgieter, wonende bij de Munt (1659), trouwde NG Dordrecht 17 aug. 1659 (ondertrouw)Ariaentge Jansdr. Tack, jonge dochter van Middelburg, wonende bij de Sluispoort van Dordrecht (1659)

ORA Dordrecht inv. 799, f. 36: op 13 mei 1695 verkoopt Roelant Roelantsz. Taarlingh, mr. loodgieter en burger van Dordrecht, voor 7000 gl. aan Johannes Taarlingh, loodgieter en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Munt, staande tussen het huis van Johan Becius, oudraad van Dordrecht, en dat van Poul Eelbo, voormalig achtraad van Dordrecht. Koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 6500 gl. In margine: op 31 juli 1721 compareren Jan Kluijt, voor zichzelf en samen met Jan Gijben voogd over Roelant Taarling, zoon van wijlen Abram Taarling, alsmede Hendrick Taarling, voor zichzelf en vervangende de overige erfgenamen van wijlen Roeland Taarling de oude, en verklaren, dat deze schuld al menige jaren geleden is afgelost.De comparantenstellen zich tevens borg voor burgemeester Daniël Eelbo, die het huis, dat in de schuldbrief wordt vermeld, heeft gekocht en aan wie het op 31 juli 1721 is getransporteerd.
ORA Dordrecht inv. 799, f. 120: op 18 april 1696 verkoopt Anna de With, weduwe van mr. Willem Brandwijck van Blocklandt, burgemeester van Dordrecht, voor 6000 gl. aan Roelant Taarling Roelantsz., burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van dr. Lourens de Jongh en dat van Daniël van Veen.
Kinderen:
e-1. Anna, gedoopt NG Dordrecht 12 mrt. 1666
e-2. Roelandt, gedoopt NG Dordrecht 23 juli 1670

f. en g. Joris en Machtelt, okt. 1639

II. Hendrick Teerling, gedoopt NG Dordrecht okt. 1635, trouwde NG Dordrecht 13 aug. 1656 Maria Teerling

– 29 sept. 1688: Roelandt Teerling enAbraham Teerling Hendriksz., alsmede Roelandt Teerlingh en kapitein Ambrosius Wiggers, als voogden over Johannes Teerlinck, minderjarige zoon van Hendrick Teerlinck, verkopen voor 1180 gl. 9 st. aan Elisabeth Teerlingh, echtgenote van Marinus Braber, hun aandeel in een huis in de Voorstraat, staande tussen de Tolbrug en het huis van Franchois Mol. (ORA Dordrecht inv. 795, f. 117v e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Joris, 13 juni 1657

b. Roelandt Teerling, 14 april 1659

c. Abraham Teerling, 15 dec. 1660

d. Henrick, 25 nov. 1663

e. Elisabeth Teerling, 29 aug. 1666, trouwde Marinus Braber

f. Joris, 15 jan. 1668

g. Johannes Teerling, 1 juni 1669

Adriana Johanna Jacoba van Wageningen: Op 5 okt. 1897 testeert ten overstaan van notaris N.P. Jongkindt te Dordrecht Adriana Johanna Jacoba van Wageningen, particuliere te Dordrecht. Als zij eerder overlijdt dan haar zuster Boudewina Catharina Maria van Wageningen, particuliere wonende te Dordrecht, benoemt zij haar tot enige en algehele erfgenaam. Als testatrice de langstlevende van hen beiden is, vermaakt zij aan haar naaste verwanten de navolgende legaten:

aan haar neef Jan van Nievervaart Pieter Johansz., olieslager te Dubbeldam, haar schilderijen en vuurscherm, aan haar neef Anne Cornelis van Nievervaart te Dordrecht een mahoniehouten kabinet en secretaire, aan haar nicht Jacoba Roodenburg, weduwe van Karel van der Zande, te Arnhem, een ameublement, bestaande uit canapé, canapétafel, theetafel, zes stoelen en voetkussens, een bonheur du jour met alles wat daar bovenin staat, met uitzondering van een theeblad, zilveren theeservies en alles wat er verder op dat theeblad staat, aan haar neef Anne Cornelis Johannes Adrianus van Wageningen te Dordrecht het boven in haar bonheur du jour staande theeblad met zilveren theeservies etc. en een verguld eetservies, aan haar nicht Geetruijda Johanna Roodenburg, echtgenote van Jacob Coers te Arnhem, de pendule uit de voorkamer, een spiegel en lusters en alles wat verder op de schoorsteenmantel staat, twee voltaires en een rood satijnen stoeltje, aan de kinderen van haar broer Anne Cornelis van Wageningen alle ledikanten met bedden, met uitzondering van het ledikant, dat wordt gebruikt door haar dienstbode Maartje de Jager, aan haar neef Anne Cornelis van Wageningen Anne Cornelisz., oudste zoon van haar broer Anne Cornelis van Wageningen junior, een boekenkastje, aan haar nicht Christina Maria van Wageningen, oudste dochter van haar broer Anne Cornelis van Wageningen jr., een eikenhouten kabinet, aan haar nicht Geertruida Johanna van Wageningen, dochter van haar broer Anne Cornelis van Wageningen jr., een marmeren pendule en een spiegel, aan Paulina Angenita Petronella van Wageningen, weduwe van Dirk Jan Hoen en Johanna Agatha van Wageningen, dochters van haar broer Anne Cornelis van Wageningen, ieder een linnenkast, aan de vier dochters van haar broer Anne Cornelis van Wageningen al haar kleren, bed- en tafellinnen, gordijnen, overgordijnen en vloerkleden, aan Geertruida Johanna van Wageningen en Johanna Adriana van Wageningen, dochters van wijlen haar broer Jan van Wageningen, haar zilveren lepels en vorken, dessertzilver, zilveren soeplepel, zilveren theelepeltjes en al het verdere gemaakt zilver en haar bijouterie, met uitzondering van het gemaakt zilver, datzij aananderen heeft gelegateerd, aan haar nicht Geertruida Johanna van Wageningen wonende te [“Bergen op Zoom” doorgehaald], dochter van wijlen haar zuster Johanna Geertruida van Wageningen en wijlen Paul van Wageningen, 6000 gl. in contanten, aan haar nicht Paulina Angenita Petronella van Wageningen, weduwe van Dirk Jan Hoen, of bij vooroverlijden haar wettige nakomelingen, 6000 gl. in contanten, aan elk van de overige, bij haar overlijden nog in leven zijnde kinderen van haar broer Anne Cornelis van Wageningen, 2000 gl. in contanten, aan Geertruida Johanna en Johanna Adriana van Wageningen, dochters van haar overleden broer Jan van Wageningen, tezamen en ieder voor een gelijk aandeel 4000 gl. in contanten, aan haar nicht Catharina Wilhelmina van Wageningen, gehuwd met Didericus Anton Wolfframsdorff, wonende te Utrecht, dochter van wijlen haar zuster Johanna Geertruida van Wageningen, 2000 gl. in contanten, aan haar dienstbode Maartje de Jager, als zij bijtestatrices overlijden nog bij haar in dienst is en haar dienst niet heeft opgezegd, een ledikant met bed, 50 gl. in contanten voor het aankopen van enige meubelen en een uitkering, haar leven lang gedurende, van zes gl. per week.

Testatrice benoemt, onder de last van alle hiervoordoor haargemaakte beschikkingen, tot enige en algehele erfgenamen haar naaste bloedverwanten en tot executeurs van haar testament Jan van Nievervaart Pieter Johansz. en mr. Emond baron Collot d’Escurij, advocaat wonende te Dordrecht. Zij tekent met haar naam. (ONA Dordrecht inv. 2151, akte 447)

NB: het testament van haar zuster Boudewina Catharina Maria van Wageningen (ONA Dordrecht inv. 2151, akte 448 dd 5 okt. 1897), bevat dezelfde legaten en overige bepalingen. Zij benoemt haar zuster Adriana Johanna Jacoba van Wageningen tot universeel erfgenaam, indien die de langstlevende van hen beiden is.

Anne Cornelis van Wageningen:

“Heden den 5 October 1803 compareerden voor mij Jan Hendrik Schultz van Haegen, openbaar en bij den Hove van Holland geadmitteerd Notaris, binnen Dordrecht residerende, in de tegenwoordigheid van de naatenoemen getuigen, de Heer Anne Cornelis van Wageningen, meerderjarig jongman, ter eenre en Mejuffrouw Geertruij Johanna Vermande, door het obtineeren van Brieven van veniam aetatis meerderjarige dochter, ter andere zijde, wonende de comparanten binnen dezer stede. Dewelken verklaarden te volmagtigen Pieter Papillon, en Servaas Hendrik Lotzy, beëdigde klerken ter Secretarie dezer stede, tezamen, en ieder afzonderlijk omme te compareren voor Schepenen Commissarissen tot de huwelijkszaken dezer stad en van de Merwede, en aldaar hen comparanten te doen aantekenen, en opnemen, in ondertrouw, ten dien einde hunne personen, en alles wat tot het doen van dezelve ondertrouw mogte worden vereischt, te verbeelden, en daar omtrend alles verder, en meerder te doen, en verrichten, wat nodig is, en zal werden gerequireerd, en zij comparanten tegenwoordig zijnde, zouden gehouden zijn, te doen, alles met belofte van approbatie, ratificatie, en verband als naar rechte. En compareerden mede voor ons Notaris en getuigen: Vrouwe Anna Cornelia de Bruijn, weduwe wijlen den Heer Jacob van Wageningen, moeder van den comparant ter eenre en de Heer Jan Vermande, vader van de ccmparante ter andere zijde, beide mede binnen deze stad woonagtig. Dewelken verklaarden te consenteren in het voorgenoomene Huwelijk van hun resp. bovengemelde kinderen. Verzoekende hier van Acte, die deze is. Aldus verleden binnen Dordrecht voornoemd in de tegenwoordigheid van Adriaan van der Straaten en Melchior Uijtterlimmigen jr. als getuigen.” Akte ondertekend door comparanten, hun resp. ouders en de getuigen. (ONA Dordrecht inv. 1211, akte 57)

Op 15 mei 1839 comp. voor notaris St. van Dorsser te Dordrecht 1) Anne Cornelis van Wageningen, koopman en zijn 2) vrouw Geertruida Johanna van Wageningen, 3) genoemde Anne Cornelis van Wageningen als vader van zijn vier nog minderjarige kinderen, door hem bij zijn echtgenote in huwelijk verwekt, genaamd Adriana Johanna Jacoba, Boudewina Catharina Maria, Florus en Geertruida Johanna van Wageningen, 4) Jacob van Wageningen Anne Cornelisz., procureur te Dordrecht, 5) Jacob Mauritz, koopman te Dordrecht, in deze vervangende Dirk Petrus van Wageningen, tweede stuurman aan boord van het fregatschip de “Oud-Alblas”, kapitein Strumphler, op reis naar Oost-Indië, welke Anne Cornelis van Wageningen en zijn vrouw de ouders en de voornoemde minderjarigen, benevens Jacob en Dirk Petrus van Wageningen, de broers en zusters zijn van wijlen Ottho Johannes van Wageningen Anne Cornelisz., in zijn leven commissionair, gewoond hebbende en kinderloos en ab intestato overleden op 26 mrt. 1839 te Dordrecht. Aangezien zijn broers en zusters op 11 april 1839 zijn nalatenschap hebben gerepudiëerd en de eerste drie rekwiranten de boedel niet anders aanvaard hebben dan onder het voorrecht van boedelbeschrijving, zal door notaris Van Dorsser en getuigen worden overgegaan tot het opstellen van een inventaris van de goederen, die zich bevinden in het huis Houttuinen A:241, waar de overledene heeft gewoond. De inventaris bevat hoofdzakelijk kleding en daarnaast tabaksdozen, scheermes en spiegel, schrijflessenaar, zilveren horloge, vaten met rijst, grootboek, journaal, contant geld en uitschulden. Jacob van Wageningen Anne Cornelisz. zal de nalatenschap in bewaring houden tot de openbare verkoop daarvan kan plaatsvinden. (ONA Dordrecht inv. 1793, akte 539)

Anne Cornelis Johannes Adrianus van Wageningen:

Op 29 april 1880 verkoopt Nicolaas Bernhart Donkersloot, medicinae doctor, wonende te Dordrecht aan het Steegoversloot, aan Anne Cornelis Johannes Adrianus van Wageningen, particulier wonende te Dordrecht aan het Maartensgat, voor 11.500 gl. contant een herenhuis, erf en tuin, staande en gelegen aan het Steegoversloot getekend C:1168 [in 1885 hernummerd naar nr. 45] met een afzonderlijk gebouw en erf ter zijde van het genoemde herenhuis en tuin en uitkomende aan de Augustijnenkamp getekend C:1155 (tezamen op de kadastrale legger van de gemeente Dordrecht bekend in sectie H nrs. 1385 en 1557), ter grootte van 4 aren en 40 centiaren. (ONA Dordrecht inv. 2123)

Op 12 jan. 1898 compareert voor notaris N. P. Jongkindt te Dordrecht in het Nederlandsch Koffiehuis Zahn tegenover het Scheffersplein Jan de Boer, kandidaat-notaris te Dordrecht, als ten deze bijzonder gemachtigde van Anne Cornelis Johannes Adrianus van Wageningen. koopman wonende te Dordrecht, volgens onderhandse volmacht dd 10 jan. 1898. Comparant verklaart in zijn voorschreven hoedanigheid voornemens te zijn om op heden ten overstaan van notaris Jongkindt in het genoemde koffiehuis te doen overgaan tot de openbare veiling en een week latertot de afslag en verkoop, namens voornoemde Van Wageningen, van een herenhuis met tuin en erf, staande aan het Steegoversloot te Dordrecht, getekend nr. 45, benevens een pand en erf aan de Augustijnenkamp aldaar, getekend nrs. 15 [zwart]en 15 rood, op de perceelsgewijze kadastrale legger van de gemeente Dordrecht bekend in sectie H, nrs. 1385 en 1557, samen groot 4 aren en 40 centiaren. Het herenhuis is geheel in eigen gebruik geweest, terwijl het pakhuis in de Augustijnenkamp nr. 15 zwartis verhuurd aan de heer W. Steiner voor 50 ct. per week. (Grondbelasting 1898: 37 gl. 8 ct.) Comparant verklaart, dat genoemde onroerende goederen behoord hebben tot de gemeenschap van goederen, welke bestaan heeft tussen Anne Cornelis Johannes Adrianus van Wageningen en Arendina Johanna Kisselius, wonende te Haarlem, wier huwelijk ontbonden is door echtscheiding bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Dordrecht dd 17 nov. 1897, terwijl laatstgenoemde van de voornoemde gemeenschap van goederen afstand gedaan heeft blijkens verklaring daarvan namens haar uitgebracht ter griffie van de Arrondissementsrechtbank te Dordrecht op 10 jan. 1898. Comparant verklaart voorts, dat het onroerend goed door Van Wageningen werd aangekocht blijkens koopcontract op 29 april 1880 voor notaris Jongkindt verleden en overgeschreven in het Hypotheekkantoor te Dordrecht op 1 mei 1880 (deel 352, nr. 92). De veiling is geschied op diezelfde avond om 7.30 u. in het genoemde koffiehuis en het perceel is opgeboden tot de som van 13.650 gl. door Sander Bremer, tangarijn [uitdrager] te Dordrecht. Op 19 jan. 1898 vindt de afslag plaats met de volgende uitslag: het perceel, staand in bod op 13.650 gl., is van hoger som afgeslagen tot op 15.000 gl., genoemde inzetter daaronder begrepen, zonder dat er werd gemijnd en is derhalve dit perceel daarvoor opgehouden. (ONA Dordrecht inv. 2152, akte 72 [proces-verbaal van veiling])

[Hij hertrouwde op 5 jan. 1899 in Ferwerd met Aukje Oreel. Zij gingen wonen te Dordrechtin een huis aan de Burgemeester De Raadtsingel nr. 7.

Zie A.C.J.A. van Wageningen, Een Dordtenaar in huwelijkszaken, in Oud-Dordrecht, 2005, nr. 2, p. 14 e.v.]

Christina van Wageningen: febr. 1734, rekest aan de burgemeester en schepenen van Dordrecht: Francois van Wageningen, als voogd over de minderjarige kinderen en erfgenamen van Christina van Wageningen, weduwe van Melsert Hagens, Sixtus Staalsmit, weduwnaar van Catharina Hagens, Tieleman Hagens, Maria Hagens en Christina Hagens, samen meerderjarige erfgenamen van Christina van Wageningen, weduwe van Melsert Hagens, geven te kennen, dat zij enige jaren lang in gemeenschappelijk bezit hebben gehad de nagelaten boedel van Christina van Wageningen en nu wel genegen zouden zijn die boedel te verdelen, overeenkomstig het contract dat zij hebben gepasseerd voor notaris Jacob Beudt te Dordrecht op 28 jan. 1734, “edog dat het selve contract niet anders was gepasseert dan onder approbatie van [burgemeester en schepenen van Dordrecht]”, om welke redensupplianten de bestuurders van Dordrecht nu verzoeken deze overeenkomst goed te keuren. Stond voor apostille: “De Camere [het Gerecht] gehoort hebbende het rapport van heeren Commissarissen [-schepenen Hendrik van den Santheuvel en mr. Cornelis de Witt dd 9 febr. 1734] mitsgaders gesien en geëxamineert dese nevenstaande Requeste accordeert de suppliante[n] haar verzoek … ” Actum Dordrecht 18 febr. 1734. (ORA Dordrecht inv. 111, f. 117v e.v.)

Dirk Jansz. van Wageningen: begraafboek Grote Kerk Dordrecht 19 mei 1678: een baar voor Dirck Jansz. van Wageningen, kaaskoper, op de Vogelmarkt [= Groenmarkt].

Florens van Wageningen: op 15 nov. 1837 verkopen Anne Cornelie van Wageningen, echtgenote van Jacob Staets Johannes Vriesendorp, commissionair, beiden wonende te Dordrecht, Cornelie Agathe van Wageningen, echtgenote van Jacob van Wageningen Dirksz., koopman, beiden wonende te Dordrecht en Adrienne Madeleine van Wageningen, echtgenote van Johannes Nicolaas Vriesendorp, beiden wonende te Dordrecht, aan Florens van Wageningen, koopman te Dordrecht, 3/4 delen in een huis met een open erf daartegenover, staande en gelegen op het Maartensgat te Dordrecht, gemerkt A:108, kadaster F: 217 en 248, belend door het huis van Adrianus van der Linden aan de ene zijde en het huis van Gerard Mauritz aan de andere, welk huis en erf verkoopsters is aangekomen blijkens akte van scheiding der nalatenschap van Florus van der Linden en diens echtgenote Agatha du Bois, op 24 dec. 1824 gepasseerd voor de Dordtse notaris G. Telders, waarvan het overige 1/4 deel toebehoord aan koper. Koopsom: 3750 gl. (ONA Dordrecht inv. 1791, akte 277)

Geertruida Johanna van Wageningen: benoemt op 5 mrt. 1898 haar zuster Johanna Adriana van Wageningen tot haar universele erfgenaam. (ONA Dordrecht inv. 2152, akte 167)

Johanna Adriana van Wageningen: benoemt op 5 mrt. 1898 haar zuster Geertruida Johanna van Wageningen tot haar universele erfgenaam. (ONA Dordrecht inv. 2152, akte 168).

Johanna Mariavan de Wagt: gedoopt 10 juli 1782, dochter van Pieter van de Wagt en Catrina Harsmijer. Ingenomen in het Armen-Weeshuis te Dordrecht op 7 aug. 1789, door haar vader op 1 juli 1791 thuis gehaald op last van de Vrouwen Regentessen, omdat hij inmiddels hertrouwd is, weer in het Weeshuis opgenomen op 19 sept. 1794, omdat de vader soldaat is. Uitgegaan met “volle uitset” op 28 april 1805. (Archief Weeshuis Dordrecht inv. 617, geen folionrs.)

Van Wassenhoven:

Michiel (Machiel)van Wassenhoven, geboren ca. 1550 (ruim 60 jaar in 1615), “commis vande vivres ende ammonitie van oorloge” op het Fort Crevecoeur (bij Den Bosch) in dienst van de Staten Generaal van de Verenigde Nederlanden (1615), begraven Dordrechtjuni 1621 (in de Augustijnenkerk), trouwde naar schatting ca. 1580 Barbara van Cottum (van Cottem), geboren naar schatting ca. 1555/1560, begravenDordrecht nov.1627 (in de Augustijnenkerk)

– 10 aug. 1615: comp. voor notaris P. Eelbo te Dordrecht Michiel van Wassenhoven, “commis vande vivres ende ammonitie van oorloge” op het Fort Crevecoeur in dienst van de Ed Mog. Heeren Staten Generaal der Verenigde Provinciën. Hij verklaart, dat zijn zoon Abraham van Wassenhoven, ongeveer 28 jaar oud, bij hem op Fort Crevecoeur ettelijke jaren lang heeft gewoond en hem behulpzaam geweest isin voornoemde dienst “ende gemerckt hij comparant gecomen totten ouderdom van in de ’t sestich jaren ende zijnen persoon bevint dagelijcx te debiliteren, als oock omme andere redenen”, hij daarom, “met believen ende welgevallen” van de Ed. Mog. Heren Staten Generaal, besloten heeft van zijn “officie” afstand te doen ten gunste van zijn zoon Abraham. Aldus gepasseerd te Dordrecht in aanwezigheid van Anthonis Biesheuvel en Daniël Pauli, inwoners van Dordrecht, als getuigen. (ONA Dordrecht inv. 11, f. 553v e.v)

– 1619: Michiel van Wassenhoven koopt een gemetseld graf in de Augustijnenkerk (graf 43), na zijn overlijden “toecomende [aan]sijn dochter Beatrix huijsvrouw van Mattijs Savery”. Op 26 jan. 1740 is dit graf verkocht aan doctor Peteris van Tiel. Omschrijving zerk: grafsteen met nr. 43, steen erg versleten, niet leesbaar, in het midden een cirkel met twee wapenschilden met helm en helmkleed getooid met een vlucht, schild zonder afbeelding, sluitsteen. Afmetingen grafkelder: 2,18 m lang, 0,83m breed en 1,60 diep. Geen inhoud.

In dit graf zijn begraven (o.a.):

Abraham van Wassenhoven nov. 1619

de dochter van Abraham van Wassenhoven mrt. 1620

Michiel van Wassenhoven juli 1621

een kind van Jacob van Wassenhoven nov. 1621

Jeremias van Wassenhoven dec. 1623

de weduwe van Michiel van Wassenhoven nov. 1627

de dochter van Jaqus van Wassenhoven 14 juni 1638

Machiel Wassenhoven 1 mei 1641

(A. Nelemans, Sepulture ofte Graftboeck van de Augustijnenkerck te Dordrecht [Sliedrecht 1998], p. 37)

Naast graf 54 in de Augustijnenkerk, “tussen de tweeden en derden pylaer een plaats [van] vyer wyette plouvyssen [vier witte plavuizen] coompeterende de kerck. Dese plaetsse is vercocht aan Barbara van Cottum huijsvrouw van Machyl van Wassenhoven anno 1623 den 20 december. Bevryt op den 7e januarij 1668, op 15 jan. 1688 van de kerck gerepareert. Debet 9-16-0.”

Graf 54: een gemetseld grafvan Barbara van Cottum, vrouw van Michiel van Wassenhoven, door haar gekocht op 20 dec. 1623. Het graf is bevrijd door Michiel van Wassenhoven op 7 jan. 1668. Op 3 aug. 1702 is het aan de kerk verkocht. Pondgraf. Grafsteen zonder tekst. (Nelemans, o.c., p. 46)

– 1620 (verponding Dordrecht): Michiel van Wassenhoven betaalt voor zijn huis op de Nieuwbrug 22 ponden. Belenders: Philips Huijbertsz. schoenmaker en de weduwe van Jan Cornelisz. lakenkoper. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3969, f. 83v)

– juli 1621: begraven Michiel van Wassenhoven, Augustijnenkerk (Archief van de NH gemeente te Dordrecht, inv. 1691)

Kinderen:

a. Beatrix van Wassenhoven (van Nassenhoven) Michielsdr., geboren naar schatting ca. 1584, van Brussel (1605), begraven Dordrecht 26 juni 1628 (Beatrijs Wassenhoven,[weduwe] van Mattheus Saverij, graf 20 in de Augustijnenkerk [Nelemans, o.c. p. 16]),trouwde NG Dordrecht 27 mrt./13 april 1605 Matthijs Paschier Severijnsz. (Saverij), van Luik (1605), moutmaker te Dordrecht (1605)

– 31 mrt. 1621: testament van Beatrix van Wassenhoven, weduwe van Matthijs Saverij, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan de NG huisarmen te Dordrechteen bedrag van 200 gl., aan de arme huisgenoten van de NG gemeente 100 gl., aan de armen van de Franse (Waalse) gemeente 150 gl., aan de Franse arme huisgenoten 50 gl., aan het Arme Weeshuis 100 gl., aan het Heilige-Geesthuis 50 gl., aan het Gasthuis 50 gl., aan de Oude Mannen 25 gl., aan behoeftige theologie-studenten 50 gl., aan de krankzinnige mensen 25 gl., aan de leprozen 20 gl.Voorts maakt zij aan haar neef Henrijck van Wassenhoven vier hemden, een zwart lakens “cleet”, een rouwmantel vanvier ellen lang en in geld een somma van 20 gl., aan haar behoeftige verwanten, die in Brussel wonen, 60 gl., aan haar zuster Catalina van Wassenhoven haar beste kleren, een aantal kettingen en haar beste diamanten ring, aan haar nicht Barbara van Wassenhoven een gouden kettinkje “om het hooft” eneen diamanten ring, gekomen van haar moeder zaliger, aanJaques Lamet en zijn vrouw lijnwaad en laken, ter waarde van 40 gl.,”tot cleederen van haer en haer kind”, aan haar neef Michiel van Wassenhoven haar trouwring en een zilveren “reijslepel”, aan haar neef Johannes van Wassenhoven haar geëmailleerde trouwring en een zilveren gaffel [vork], aan haar neef Jeremias van Wassenhoven een “mariagie”, te weten een gouden diamanten en robijnen ring en een zilveren gaffel, aan haar nicht Susanna van Wassenhoven haar sleutel- en onderrriem met een paar zilveren messen en een zilverenketting, aan haar nicht Lijsbet van Wassenhoven een gouden parelring met een kleine zilveren onderriem, aan het kind, waarvan haar zuster binnenkortzal bevallen, een paar zilveren zoutvaten, aan de kinderen, “die sij onder haer geslachte heeft geheven” of bij de doop van welke zij getuige was, elk een stuk goud, zoals zij in eendoor haar zelfop te stellenbrief nader zal beschrijven, aan haar neef Mattheus van de Brouck een zilveren gaffel enaan haar neef Bastiaen Huijgen een zilveren gaffel. Aan haar zuster Kathalina of bij vooroverlijden haar kinderen laat zij de eigendom van het huis genaamd “Hoochstraten” naen, als die zuster komt te overlijden zonder kinderen na te laten, dan aan de kinderen enkindskinderenvan haar broer Jaecques van Wassenhoven of aan het kind van Pieter van de Brouck.In dat geval echter zal de man van Kathalina zijn leven lang het vruchtgebruik van dat huis houden. Aan haar neefje Mathijs van de Brouck vermaakt zij hetzij een bedrag van 2000 gl. of het hoekhuis van de Nieuwbrug, staande naast “de Ster”, waarbij de keuze tussen beide huizen zal voorbehouden zijn aan haar zuster Kathalina. Als Mathijs gaat trouwen zaldit legaatvererven op de kinderen van haar broer Jaecques van Wassenhoven en de kinderen van haar zwagerPieter van Nes. Aan haar neefje Bastijaen Huijgen, zoon van Adriana van Wassenhoven legateert zij 1000 gl. of het huis in de Augustijnenkamp, waar uithangt “Sint Truijen”. Alshij ongehuwd of kinderloos komt te overlijdenzal dat geldbedrag of dat huis vererven op de kinderen van haar broer Jacques en de kinderenvan haar zuster Katalina. Aan die zuster en de kinderen van haar voornoemde broer vermaakt zij haar tuin met het huis daarop staande en aan de weduwe [sic] van haar broer, Sara de Braijmaker, als zij niet gaat hertrouwen, een rouwkleed. Aan de vrouw van Abraham van Nes, Jael Savarij, vermaakt zij zoveellaken als zij tot “een vlijeger [vrouwenmanteltje of jakje] en rock” nodig hebben zal, tot 8 gl. de el.Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij de kinderen van haar voornoemde broer Jacques voor de ene helft en haar voornoemdezuster Katalinaof bij vooroverlijden haar kinderen voor de andere helft. Tot executeurs en voogden benoemt zij Wouter Boucquet, Anthonij van de Bijesheuvel, haar zwagerPieter van Nes, haar neef Michiel van Wassenhoven en Cornelis Pietersz., haar goede bekende. Zij wenst, dat Hugo Bastiaensz. zich niet zal bemoeien met de voogdij over de kinderen van zijn overleden vrouw Adrijana van Wassenhoven. Zij sluit de Weeskamer uit van haar na te laten boedel. Akte door testatrice ondertekend. ONA Dordrecht inv. 26, f. 135 e.v.)

– 12 okt. 1627: Mr Jacob [Kindt] “vechtmeester” [schermmeester: zie 1000e penning Dordrecht anno 1626, f. 85]te Dordrecht, als man van Hillegont Cornelisdr. Praem, Damas Verlou kruidenier, als man van Anneken Cornelisdr. Praem, voor zichzelf en tevens vervangende hun onmondige broer Pieter Cornelisz. Praem, erfgenamen van wijlen Jan Henricxsz., hun grootvader, verkopen aan Beatricx van Wassenhoven, weduwe van Mathijs Savarij, een huis [in de Voorstraat] tegenover de Augustijnenkerk, genaamd “de Gulden Lelije”, staande tussen het huis van koopster enhet huis van Willem Pietersz. [Schaep]twijnder [welk huis is genaamd “het Blau Lam”]. Waarborg: Lijntgen Jansdr., weduwe van Cornelis Claesz. de Heer. Koopster kent schuldig aan verkopers een bedrag van 2500 gl. Borg: Jaecques van Wassenhoven, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 766, f. 107v)

b. Jacques van Wassenhoven, geboren naar schatting ca. 1585, van Brussel (1612), hoedenstoffeerder wonende op de hoek van de Nieuwbrug te Dordrecht (1612),zijdenlakenverkoper (1613), overleden na 1630,trouwde NG Dordrecht 13 mei/3 juni 1612 Sara de Braijmaker Jansdr., geboren naar schatting ca. 1585, van Brussel (1612), overleden na 31 mrt. 1631.[zie Genealogische Sprokkels -> Bramaker]

– 18 mrt. 1613: testeren voor notaris P. Eelbo te Dordrecht Jaques van Wassenhoven, zijdenlakenverkoper en burger van Dordrecht en zijn vrouw Sara Braijmakersdr., beiden gezond. Zij legateren aan de huisarmen van Dordrecht een bedrag van 20 gl. en benoemen tot erfgenaam de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun gezamenlijke kinderen op te voeden, te onderhouden, te laten leren etc. tot hun mondigheid of eerder huwelijk en hundan een bedrag van 300 gl. uit te keren. Indien de eerststervende van beiden geen kinderen zal nalaten,is de langstlevende verplicht aan de ouders van de eerstoverledene of diens vader of moeder een bedrag van 200 gl. uit te reiken, of bij vooroverlijden van beide oudersaan de naaste verwantenab intestato van de “eerstaflijvige” een zelfde bedrag. Zij benoemen tot voogden zijnerzijdsMathijs Saverij en harerzijds Lambrecht Hulshout ensecluderen de Weeskamer uit hun nalatenschap. Gepasseerd ten huize van comparanten, staande op de hoek van de Nieuwbrug, in aanwezigheid van Jaques Saverij koopman en Daniël Pauli, inwoners van Dordrecht. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 11, f. 35 e.v.)

– 17 juni 1620 Neelken Gijsbertsdr. van Haerlem, weduwe van Jan Geritsz. [van den Engel] verkoopt aan Jaecques van Wassenhoven, burger van Dordrecht, een huis aan het Marktveld aan de landzijde [Voorstraat bij het Scheffersplein], staande tussen het huis van Cornelia van der Hult en dat van de erfgenamen van Jan de Bramaker. Koper kent schuldig aan verkoopster een bedrag van 4000 gl. Borgen: Michiel van Wassenhoven en Matthijs Savarij, burgers van Dordrecht (ORA Dordrecht inv. 761, f. 84 e.v.)

– 7 febr. 1621: Jacob Geubels, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt aan Jaecques van Wassenhoven en Henrijck Bosch, beiden nomine uxoris, voor zichzelf en zich sterk makende voor de andere mede-erfgenamen van Johan de Bramaker de jonge, een huis in de Kleine Spuistraat, staande tussen het huis van de weduwe van Henrijck van Bree en het huis van de erfgenamen van Cornelis Jansz. Both. (ONA Dordrecht inv. 29, f. 33 e.v.)

– 1626 (1000e penning Dordrecht, f. 98v): Jaecques van Wassenhoven in de Voorstraat bij de Kolfstraatwordt aangeslagen voor een vermogen van 9000 gl.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

b-1. Barbara van Wassenhoven Jaquesdr., mei 1613, van Dordrecht, woont tegenover de Augustijnenkerk [Voorstraat](1637), trouwde NG Dordrecht 19 april/12 mei 1637 (proclam. Nijmegen) Govert van Aldenhoven, zijdenlakenkoper, weduwnaar van Gennip wonende te Nijmegen (1637), brouwer in brouwerij “het Kruis” te Dordrecht.

– 9 juli 1672: Govert van Aldenhoven, [weduwnaar van Barbara van Wassenhoven], gewezen brouwer in “het Cruijs” te Dordrecht, verklaart, dat hij volgens een overeenkomst, op 21 jan. 1671 tussen hem en zijn zoon Hendrick van Aldenhoven gepasseerd ten overstaan van notaris G. van Hemert, aan zijn genoemde zoon de brouwerij “het Cruijs” met de huizen en al wat daar verder toebehoort, voor een in die akte vermelde prijs heeft overgedaan aan zijn zoon, maar datzijn zoon “in gebreecke is blijvende, te voldoen de penningen en lasten, en te presteren de conditiën die hij bij’t voors. contract belooft heeft”. (ONA Dordrecht inv. 233, f. 210 e.v.)

b-2. Michiel van Wassenhoven, 1614, begraven Dordrecht 1 mei 1641 (in de Augustijnenkerk)

– 13 febr. 1634: comp. Michiel van Wassenhoven, wonende te Dordrecht, 19 jaar oud. Hij verklaart op verzoek van Pieter van Nes, wonende te Dordrecht, dat hij op zaterdag acht dagen tevoren “met den requirant is comen gaen door de St. Jorispoorte naer buijten toe, ende dat hem getuijge buijten de stad aldaer tegen gecomen is Hugo Bastiaensz., daer over dat den selve Hugo Bastiaensz. tegen hem getuijge seijde Goeden dach cosijn, waer op hij getuijge oock seijde Goeden dach neve Huijch, ende verclaerde hij getuijge noch dat den voorn. Hugo Bastiaensz. int voorbij gaen tegen den reqt. seijde Stuck dieves bent ghij daer, waerom doet ghij uwen hoett nijet aff ende waerom en spreekt ghij nijet, sonder dat den reqt. hem tot soodanich seggen eenige oorsaecke was gevende.” (ONA Dordrecht inv. 36, f. 56)

b-3. Lijsbeth, 1616, jong overleden (in of vóór 1619)

b-4. Joannes, 1618, begraven Dordrecht nov. 1621 (kind van Jacob van Wassenhoven, in de Augustijnenkerk)

b-5. Abraham, 1620

b-6. Susanna, 1621

b-7. Johannes, 1623

b-8. Jeremias, 1624

b-9. Beatrix, 1628

b-10. Elisabeth, 1630

c. Jeremias van Wassenhoven, gedoopt NG Dordrecht okt. 1586, begraven Dordrecht dec. 1623 (in de Augustijnenkerk)

– 13 juni 1623: testament van Jeremias van Wassenhoven, jongman, tegenwoordig wonende te Dordrecht. Legaten voor Cathalijntgen, de jongste dochter van Machiel van Wassenhoven (100 gl.), voor zijn zuster Adriaentgen van Wassenhoven, vrouw van Pieter van de Brouck (50 gl.), voor Machiel, zoon van Jaques van Wassenhoven (kleren), voor Mathijs van de Brouck, zoon van zijn zuster Adriaentgen van Wassenhoven (kleren). Tot universeel erfgenaam benoemt hij zijn moeder Barbara van Cottem, weduwe van Machiel van Wassenhoven. Getuigen: Cornelis Embrechtsz. mesmaker en Daniël Pauli, inwoners van Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 13, f. 456 e.v.)

d. Abraham van Wassenhoven geboren ca. 1587 (28 jaar in 1615), begraven Dordrecht nov. 1619 (in de Augustijnenkerk)

e. Adriaenken van Wassenhoven Michielsdr., geboren naar schatting ca. 1590, van Bommel (1616, 1626), wonende bij de Nieuwbrug te Dordrecht (1616), weduwe van Pieter van den Broecke lakenbereider (1626), trouwde 1eNG Dordrecht 2/18 okt. 1616 Pieter van den Broeck, van “Dermonde” (1616), lakenbereider wonende op de Pelserbrug te Dordrecht”bij eenen cleermaker” (1616), trouwde 2e NG Dordrecht 22 mrt./21 april 1626 Hugo Bastiaen Gijsbertsz. (van de Meer), gedoopt NG Dordrecht 24 febr. 1595, van Dordrecht (1626), zoon van Bastiaen Gijsbertsz. en Haesken Jansdr.

– 10 juni 1613: Gijsbert en Jan Bastiaensz. voor zichzelf en vervangende Willem Bastiaensz. en Agneta Bastiaensdr., hun broer en zuster, mitsgaders Henrick Gillisz. Stierman en Pieter Willemsz. Cranenburch, beiden in hun hoedanigheid van testamentaire voogdenover Hugo Bastiaensz., onmondige zoon van wijlen Sebastiaen Gijsbrechtsz., verkopen aan Anthoni Anthonisz., schrijnwerker en burger van Dordrecht, een erf met hetgeen daarop “getimmerd” staat, staande en gelegen in het Steegoversloot tussen het huis van koper en dat van Herman Aertsz. Waarborg: Gijsbert en Jan Bastiaensz. Koper kent schuldig aan verkoper een somma van 500 gl. (ORA Dordrecht inv. 754, f. 68v e.v.)

Kinderen (ex 1):

e-1. Matthijs van de Brouck

e-2. Johannes van de Brouck, gedoopt NG Dordrecht sept. 1618

Kinderen (ex 2):

e-3. Barbara van de Meer, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1627

e-4. Sebastiaen van de Meer, gedoopt NG Dordrecht aug. 1629

f. Catarina (Cathalijntgen) van Wassenhoven (van Westenhoven) Michielsdr., geboren naar schatting ca. 1600, van Crevecoeur [schans bij ‘s-Hertogenbosch] (1627), wonende in het huis”de Gouden Keten” te Dordrecht (1627), trouwde NG Dordrecht 11 april/4 mei 1627 Pieter Baerthoutsz. van Es, jong gezel, wonende in de Nieuwstraat te Dordrecht bij Baerthout Pietersz. bakker (1627)

De schansCrevecoeur ca. 1740

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

f-1. Barbara, jan. 1628

f-2. Maria, nov. 1630

f-3. Berbera, mei 1632

f-4. Baerthout, okt. 1633

f-5. Michiel, nov. 1635