Oem van Moesenbroek

 

Literatuur:

M. Balen, Beschryvinge der stad Dordrecht, 2 delen (Dordrecht 1677)

 

I. Jan Oem Hermansz., geboren ca. 1525, houtkoper, overleden op 10 juli 1588, trouwde ca. 1565 Eleonora van Slingelandt, overleden op 10 aug. 1620

ORA Dordrecht inv. 1580, f. 34: op 13 febr. 1596 verkoopt Elisabeth van der Linde, weduwe van Jacob Muijs van Holij, baljuw van Zuid-Holland en schout van Dordrecht, aan Leonora van Slingelant, weduwe van Jan Oom Hermansz., een leeg erf of twee houttuinen aan de Landzijde omtrent de Nieuwkerkstraat, liggende tussen het huis van Jan Woutersz. bakker en het huis van de koopster, strekkende van de straat tot op de stadshaven. Koopvoorwaarde is, dat de bewoners van verkoopsters twee huizen een vrije doorgang over het huis zullen hebben. Het ene huis wordt door verkoopster zelf bewoond en staat op de hoek van de Nieuwkerkstraat en het andere huis staat tussen dat hoekhuis en het huis van Herman Oom.

ORA Dordrecht inv, 1586, f. 13: op 16 aug. 1611 verklaart Willem Jansz. Jaeger, schipper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Anneken Fransdr., ongehuwde persoon, een bedrag van 200 gl., verbindende de helft van een huis in de Houttuin [= de Oude Houttuin in de Voorstraat, staande tussen de houttuin van de weduwe en erfgenamen van Jan Oom houtkoper en het huis van Jan Willemsz.

Kinderen:

a. Wilhelmina Oem, overleden 9 sept. 1602, trouwde Willem Boucquet, zoon van Jan Willemsz. Boucquet en Margriet van Blijenburg

b. Daniel Oem

c. Johan Oem, volgt IIa

d. Herman Oem, volgt IIb

e. Wilhelmina Ooms, trouwde Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten, Kath.) 30 juli/8 sept. 1612 (de bruidegom geassisteerd met mr. Herman van Heumel, schepen van Den Bosch, zijn vader, en Godefroij Absalons, zijn behuwd oom, de bruid met haar moeder, Leonora van Slingelandt, en mr. Willem Boucquet, licentiaat in de rechten, haar behuwd broeder) mr. Hendrick van Heumel (van Heumen), van ‘s-Hertogenbosch (1612)

IIa. Johan Oem, jongman wonende te Dordrecht (1609),overleden 29 aug. 1630, trouwde Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten, Kath.) 12/31 mei 1609 (de bruidegom geassisteerdmet zijn broer Herman Oom Jansz., de bruid met haar moeder Anna van den Ende) Cornelia Grijp (Grijph), jonge dochter wonende te Dordrecht (1609), dochter van Rochus Grijp, muntmeester-generaal in Holland en van de Verenigde Nederlanden, en Anna van den Eijnde.

(Balen, o.c., deel II, p. 1179; Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie, deel X [‘s-Gravenhage 1956], p. 99)

24 juni 1642: verklaart Cornelia Grijph, weduwe van Johan Oem, dat Jacob de Broucxelles, heer van Giessendam, haar schoonzoon, op 14 mrt. 1642 heeft doen verkopen zekere 5 morgen land onder IJsselmonde, op voorwaarde, dat hij niet gehouden zou zijn daarvoor enige waarborg te stellen. Aangezien echter de koper, mr. Marthijnis Douw, advocaat wonende te Leiden, weigert de koopsom te betalen, zolang hem niet gebleken is uit de betreffende bescheiden, dat de heer van Giessendam de eigenaar van het land is, stelt de comparante zich ervoor waarborg. (ONA Dordrecht inv. 83, f. 270)

17 nov. 1642: Cornelia Grijph, weduwe van Johan Oem Jansz., verkoopt aan Johannes Rijcken, een huis in de Oude Houttuin, staande tussen het huis van Davit Joosten [van Convent] en dat van Pieter de Jaeger, met alle vrijdommen en servituten, die het huis heeft volgens de oude brieven daarvan zijnde, wat onder meer inhoudt, dat het huis aan de zijde van Davit Joosten zijn hele vrije muur heeft, met een gang, waardoor de huizen van Huijgo Muijs van Holy zaliger en Geeraert Nenij hun vrije doorgang hebben, een aan de zijde van Pieter de Jaeger zijn halve muur. De koopsom bedraagt 6200 gl. en 100 gl. voor de Armen. Bij de koop zijn niet inbegrepen de behangsels van goudleer en “tappijtserijen” en de schilderijen. Ook blijft eigendom van de verkoopster de paardenstal, die zij zal mogen laten afbreken en met zich meenemen. (ONA Dordrecht inv. 83, f. 339 e.v.)

Kinderen:

a. Eleonora Maria Oem, van Dordrecht (1641), trouwde 1e Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten, Kath.) 11 mrt./10 april 1641 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Charles de Bruxelles, de bruid met haar moeder Cornelia Grip, weduwe van Johan Oem) Jacob de Bruxelles, heer van Giessendam, geboren in het Sticht van Utrecht, 2e ca. 1655 Philip Daneels, Ridder, baron van Attenroden en Werze, overleden 23 nov. 1660, 3e NN van Boedenhove, baron van Loire

IIb. Herman Oem Jansz., geboren ca. 1567, overleden 20 aug. 1634,mtrouwde Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten, Kath.) 14 april/1 mei 1605 (de bruidegom geassisteerd met mr. Willem Boucquet, zijn zwager, de bruid met haar vader Anthoenis Jordes en haar tante Margarieta van Beaumont) Cornelia Anthoenisdr. (de Zee), overleden 7 juni 1645 (Balen, o.c., deel II, p. 1180)]

12 jan. 1612: Jan van Slingelandt Boudewijnsz. en Herman Oom Jansz., vervangende de overige eigenaars van het huis, genaamd “Slingelantskamer, staande in de Vriesestraat, verkopen voor 100 gl. aan de vaders van het Sacramentsgasthuis te Dordrecht, een stuk erf van 8 voeten en 4 duimen van het genoemde huis, strekkende van de buitenkant van de gevel tot “naer binnen inden huijse ende erfve toe” (ORA Dordrecht inv, 1589, f. 4)

12 april 1613: Cornelis van Diemen, Cornelis van Diemen de jonge, Clara van Diemen, weduwe van Cornelis Vinck, geassisteerd met Adriaen Vinck en Herman Oem Jansz., als voogd van Jacob van Diemen, verkopen voor 5600 gl. aan Pieter Pietersz. pompmaker een huis, genaamd “de Henne”, staande[in de Voorstraat]omtrent de Munt tussen het huis van Gijsbrecht Cornelisz. pasteibakker en dat van Hendrick Henricksz. Wijnants kleermaker. Het huis heeft een vrije uitgang in het Steegoversloot. Waarborgen: Ernst Schrieck en Herman Oom Jansz.De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 4000 gl. Borgen: Isaack Roovers en Barbara Denijs. (ORA Dordrecht inv. 1590, f. 33 e.v.)

1626: Herman Oom Jans houtkoper aangeslagen in de 1000e penning van Dordrecht voor een vermogen van 60.000 gl.

2 jan. 1631: Adriaen van Cuijckhoven, koopman en burger van Zevenbergen, verkoopt voor 2200 gl. aan Herman Oem, houtkoper en burger van Dordrecht, een huis met houttuin en plaats over de straat, staande en gelegen op de Nieuwe Haven, tussen het huis van de weduwe van Michiel Anthonisz. van Middelhovenen dat van de weduwe van Daniël Oem. Waarborg: dr. Cornelis van Someren, lid van de Oudraad. (ORA Dordrecht inv. 1604, f. 63)

Kinderen (o.a.):

a. Johan Oem, volgt III

b. Maria Cornelia Oem, geboren28 aug. 1624 jonge dochter(1645), overleden 9 juli 1688,trouwde Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten, Kath.) 10/30 mei 1645 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder, zijn broer mr. HenrijckHonig en zijn oom Ariaen van Muijlwijck, de bruid met haar moeder en haar broermr. Anthonij Oom)Cornelis Hoijnck (Honig), heer van Papendrecht

(https://www.historischbarendrecht.nl/genealogie-van-cleys-oem.html#BM189

https://blokland.dordtenazoeker.nl/papendrecht_deel3e.htm)

III. Johan Oem (Hermansz.), geboren naar schatting ca. 1605, jongman van Dordrecht (1628),overleden 4 febr. 1661, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 5 febr. 1661 (een baar op de Nieuwe Haven, het blazoen, 8 gl., 13 maal luiden), trouwde Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten, Kath.) 30 mei/18 juni 1628 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Herman Oom Jansz., de bruid met haar nicht Cornelia Grip) Barbara van Slingelant Francoijsdr.

ONA Dordrecht inv. 88, f. 286: op 6 nov. 1649 verklaart Johan Schoormans, notaris te Dordrecht, dat hij op die dag op verzoek van Adriaen van Muijlwijck, heer van Papendrecht, is geweest ten huize van Johan Oem Hermansz., houtkoper te Dordrecht, en daar gezien heeft twee stambomen van het geslacht Oem. In het ene heeft hij bevonden Tielman Oem, heer van Papendrecht, wiens vader was Godtschalck Oem, heer van Wijngaarden etc., welke Tielman Oem getrouwd was met Clementia Fijck, van wie o.a. een kind was Elizabeth Oem, die getrouwd was met Petrus Schoock, baljuw van Zuid-Holland, waaruit voortgesproten zijn Muijlwijck, Hoinck en Pene. In de andere stamboom heeft de notaris bevonden Thielman Oem, leenman van Holland, wiens vader was Jacob Oem, welke Thielman Oem getrouwd was met Clementia van Belitterswijck, die o.a. een kind had, genaamd Cornelia Oem, die getrouwd was met Adriaen de Jode, burgemeester en thesaurier van Dordrecht, waarvan afkomstig is Carel van Aertrijck, wiens dochter getrouwd is met Abel van Nispen.

Kinderen (o.a.):

a. Antonius Oem, volgt IV

IV. Antonius (Anthonij) Oem, geboren naar schatting ca. 1630, jongman geboortig van Dordrecht en daar wonende (1659),koopman te Dordrecht (ONA Dordrecht inv. 256, f. 39), muntmeester te Dordrecht (1681), heemraad van de Zomerlanden (1681-1688), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 9 aug. 1690 (een zwarte baar voor Antonij Ooms op de Varkenmarkt), trouwde Gerecht/Dordrecht (onderscheiden gezindten, Kath.) 9/26 juli 1659 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Jan Oom Hermansz. en de bruid met haar moeder Margarita Oom, weduwe van de dijkgraaf Jan Simonsz. In der Velden)Cornelia Indervelde, jonge dochter geboortig van Dordrecht en daar wonende (1659), begraven Dordrecht (Grote Kerk)17 juni 1692 (een zwarte baar voor de weduwe van Antonij Oom op de Varkenmarkt).

ONA Dordrecht inv. 256, f. 27 e.v.: op 17 febr. 1676 verklaart Anthonij Oem, wonende te Dordrecht, als regent van het Godshuis van Slingelant van den Tempel, staande in de Vriesestraat op de hoek van de Nieuwe Breestraat, dat hij op 16 juni 1675 aan Adriaen Vermeulen, stadsbode te Dordrecht, verkocht heeft voor 4 gl. per jaar de helft van een zijmuur, komende naast het huis van Vermeulen in de Vriesestraat.

ONA Dordrecht inv. 256, f. 348 e.v.: op 26 juni 1677 testeren Anthonij Oem en zijn vrouw Cornelia Indervelde, wonende te Dordrecht. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd.

ONA Dordrecht inv. 190,f. 94v: op 26 mei 1684 verkopen Pieter Bisschop en Johan Moijweer, als procuratie hebbende van mr. Pieter Stricken van Scharlaecken, enige zoon en erfgenaam van Johan Stricken, voor 3275 gl. aan Anthonij Oem een huis, genaamd “Jerusalem”,staande op de Varkenmarkt, uitkomende op de Nieuwe Haven en belend doorhet huis van de erfgenamen van Willem Weijers aan de ene zijde en dat van IJda Rochus aan de andere.

Kinderen (o.a.):

a. Jan Oem, volgt V

V. Jan Oem, heer van Moesenbroek. geboren naar schatting ca. 1665, muntmeester te Dordrecht, overleden 21 mei 1701, trouwde Oud-Kath. Dordrecht 17 dec. 1695 Maria van der Steen, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 29 nov. 1745 (Maria van der Steen, weduwe van Jan Oem van Moessenbroek, laat kinderen na, 7 koetsen extra, de grote boete, een wapenbord)

Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten): op 2 nov. 1695 de trouwbeloften aangetekend tussen Johan Oem geboortig van Dordrecht meerderjarige jongman en Maria van der Steen jonge dochter geassisteerd met Maria van Rijn weduwe van Johan van der Steen haar moeder en Adrianus van Rijn haar oom, 16 nov. 1695 getrouwd. 

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 162 e.v.: op 16 dec. 1702 verkoopt mr. Johan Hoijnck, advocaat voor het Hof van Holland, als procuratie hebbende van Barbara Maria Oem, wonende te Gent, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. B. de Dobbele te Gent op 5 dec. 1702, voor 3000 gl. aan Maria van den Steen, weduwe van Johan Oem van Meusienbroeck, voor zichzelf en als moeder en voogdes over haar minderjarige kinderen, bij haar verwekt door Johan Oem van Meusienbroeck, een huis, vanouds genaamd “Jerusalem”, welk huis haar, constituante, is aangekomen uit de boedel van haar ouders, staande op de Varkenmarkt en uitkomende op de Nieuwe Haven, belend door het huis van Govert de With aan de ene en het huis van Geurt Servaase aan de andere zijde.

ORA Dordrecht inv. 1659, f. 155 e.v.: op 21 sept. 1751 verkoopt mr. Jacob Roest, wonende te Dordrecht, als echtgenoot van Elisabeth Oem van Moesenbroek, en als procuratie hebbende van Johan Oem, wonende te Amsterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris F.J. Gallee te Amsterdam op 9 mei 1749, en van Cornelis Oem, wonende te Haarlem, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Beunt te Haarlem op 20 nov. 1750, samen enige erfgenamen van Maria van den Steen, weduwe van Johan Oem van Moesenbroek, voor 1000 gl. aan Johan Warling, wijnkoopman te Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, uitkomende op de Knolhaven, staande tussen het huis of pakhuis van Aletta en Catharina Geurssen en het koetshuis en de stal van burgemeester mr. Paulus Gevaerts.

Kinderen (allen Oud-Kath. (Voorstraat) gedoopt in Dordrecht):

a. Antonij Herman Oem, 29 okt. 1696 (doopheffers: Hermanus Oem, Maria van Rijn), volgt VI

b. Johannes Simon Herman Oem, 29 okt. 1698 (doopheffers: Simon Inder Velde, Isabella Hooghwout) overleden op 25-05-1771 te Amsterdam. Licentiaat in de Godgeleerheid in Leuven. Proviseur van het Hollands. (https://www.historischbarendrecht.nl/genealogie-van-cleys-oem.html#BM189)

c. Cornelius Alardus Oem, 13 mrt. 1701 (doopheffers: RD Alardus van den Steen, Cornelia Oem), heer van Sandelingenambacht, overleden Haarlem 12 febr. 1777, begraven Dordrecht 18 febr. 1777, trouwde Haarlem 17 jan. 1730 Anna Catharina de Kies van Wissen

VI. Antonij Herman Oem, 29 okt. 1696 (doopheffers: Hermanus Oem, Maria van Rijn), overleden 10 juni 1728, trouwde RK Dordrecht 20 april 1723 Elisabeth Catharina Josephina van Kuijckhoven

Kinderen (o.a.):

a. Elisabeth Maria Cornelia Oem, gedoopt RK Dordrecht 8 febr. 1727 (doopheffers: Joanna van Kuijckhoven, Maria van den Steen, weduwe Oem, “avia”), jonge dochter geboren en wonende te Dordrecht (1746), overleden Overveen (Bloemendaal) 18 mrt. 1785, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 25 mrt. 1785 (Elisabeth Maria Cornelia Oem van Moesenbroek, weduwe Roest van Alkemade, van haar buitenplaats buiten Haarlem, ’s avonds vóór 10 uur bijgezet, met 6 flambouwen extra, een wapenbord, laat kinderen na, stil begraven), trouwde Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten)/RK Dordrecht 23 aug./12 sept./13 sept. 1746 (de bruidegom heeft schriftelijk consent van zijn ouders, Dirk Roest en Geertrudis Dutrij, de bruid geassisteerd met haar oom, Cornelis Oem) Jacob Roest jongman geboren en wonende te Amsterdam (1746)

Trouwboek Amsterdam 26 aug. 1746: aangegeven Jacob Roest jongman wonende op de Keizersgracht en Elisabeth Oem van Moesenbroek jonge dochter van Dordrecht en daar wonende

RK trouwboek Dordrecht 13 sept. 1746: praenobilis dominus Jacobus Roest en praenobilis domicella Elisabetha Oem van Moesenbroek

ORA Dordrecht inv. 1659, f. 74v e.v.: op 13 okt. 1750 verkoopt Cornelis Martin Brouwer, wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Adriaan Brouwer van der Werff, raad en vroedschap van Gorinchem, volgens procuratie gepasseerd voor notaris M. Mekern te Groinchem op 29 sept. 1750, en als procuratie hebbende van Arnout Gevers, oud-schepen van Rotterdam, als man van Margareta Maria Brouwer, en van Hendrik van Beesting, oud-schepen van Rotterdam, als man van Adriana Martina Brouwer, volgens procuratie gepasseerd voor notaris F. van Lier te Rotterdam op 6 okt. 1750, samen enige kinderen en erfgenamen van Adriaan Brouwer, overleden te Dordrecht, voor 8400 gl. aan Jacob Roest van Moesenbroek een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het hus van mr. Govert van Slingeland, vrijheer van Slingeland, en dat van de erfgenamen van Jacoba Maria van de Graaff, weduwe van Govert Braats.

ONA Amsterdam inv. 14433, aktenr. 348179: op 14 nov. 1761 verleent Jacob Roest van Moesenbroek, wonende te Dordrecht, procuratie aan Hendrik Waarensburg om te compareren voor schepenen van Amsterdam en aldaar te transporteren aan Jan Willem Storts een huis op de Pijpenmarkt of St. Lucieburgwal, zijnde het tweede huis van de dam, waar “het Lam” in de Gevel staat. 

ORA Dordrecht inv. 1670, f. 167: op 27 april 1779 verkoopt “Mattheus Rees Heeren Mattheusz: Raad in de vroedschap, en Oud Burgemeester dezer Stad &: &: in qualiteit als door wijlen Vrouwe Pieternella Rees, wed.e wijlen de Heer Herman Vingerhoedt, in zijn Ed. Leven in den Agten dezer Stad, bij Testament op den 6 junij 1769 voor den Notaris Gerardus Verveer en getuigen alhier ter Steede gepasseert, met en nevens den Wel Ed. Gestr. Heer Mattheus Rees Gillisz: aangestelde, dan vermits ’t vooroverlijden van Laatstgemelde Heer, nu alleen fungeerende Executeur, in haar Wel Ed. Geboore boedel, en voogd over de minderjarige daar in geregtigd”, voor 9150 gl. aan Elisabeth Oem, weduwe van mr. Jacob Roest, ene huis in de Wijnstraat omtrent het Groothoofd aan de havenzijde, alsmede het huis ernaast, staande tussen het huis van Elizabet Philippina van Slingelandt, weduwe van mr. Johannes Dierkens en dat van commies Driesprong. 

ORA Dordrecht inv. 1674, f. 75: op 7 juni 1785 verkoopt “Den Heere Theodorus Johannes Roest van Alkemade, wonende binnen dese Stad, in qualiteit als mede Erfgenaam van wijlen zijne moeder Vrouwe Elizabet Oem van Moesenbroek, in leven Douariere van den Heere Jacob Roest van Alkemade, gewoond hebbende binnen dese Stad, en nog als met en benevens de Heeren Denijs Adriaan Roest van Alkemade, wonende te Amsterdam, en Jacobus Henricus de Wijkerslooth, wonende te Haarlem, door wijlen gemelde vrouwe Elizabet Oem van Moesenbroek Douariere Roest, gestelde voogden over haare minderjarige nagelatene kinderen en mede Erffgenamen, en nog als door gemelde Heeren Denijs Adriaan Roest van Alkemade, en Jacobus Henricus de Wijkerslooth in gemelde haare qualiteit bij volmagt verleden voor den Notaris Julius Hendrik Froichen te Haarlem residerende en zekere getuigen in dato 28 Meij 1785” voor 270 gl. aan Jacobus Havers, timmermansbaas te Dordrecht, een paarden- of beestenstal, staande in de Mariënbornstraat tussen het huis van Hendrik Grondhout en de Molenpoort.

ORA Dordrecht inv. 1758, f. 228: op 20 sept. 1785 verkopen “den Heer Theodorus Johannes Roest van Alkemade, wonende binnen dese Stad, in qualiteit als mede Erfgenaam van wijlen zijne moeder vrouwe Elizabet Oem van Moesenbroek in leven Douariere van den Heere Jacob Roest van Alkemade, gewoond hebbende binnen dese Stad, en nog als met en benevens de Heeren Denijs Adriaan Roest van Alkemade, wonende te Amsterdam, en Jacobus Henricus de Wijkerslooth, wonende te Haarlem door wijlen gemelde vrouwe Elizabet Oem van Moesenbroek Douairiere Roest gestelde Voogden over haare minderjarige nagelatene Kinderen en mede Erfgenamen en nog als door gemelde Heeren Denijs Henricus de Wijkerslooth in gemelde haare qualiteit bij volmagt verleden voor den Notaris Julius Hendrik Froichen te Haarlem residerende en zekere getuigen in dato 28 Meij 1785 hier toe Speciaal geauthoriseert, en gequalificeert”, aan Fredrik Noak en Hendrik Giltaij Cornelisz., wonende binnen Dordrecht, en Arij Rijke, wonende buiten Dordrecht, “de beterschap van een thuin staande ende gelegen aan den Sandweg, na bij den Noordendijk buiten de St. Jorispoort eve buiten dese Stad, te weten aan Fredrik Noack, het gedeelte van den zelven thuin strekkende voor van de weg, tot agteren met de huisinge ingesloten groot 62 roeden voor f 700 guldens en tot rantsoen f 35, aan Hendrik Giltaij Cornelisz het gedeelte strekkende agter den thuin van gem: Giltaaij groot 30 Roeden voor f 375 guldens, en tot rantsoen f 18-15-0 en aan Arij Rijke het gedeelte strekkende agter den thuin van voorn: Rijke groot 30 roeden voor f 325 guldens en tot rantsoen f 16 guldens 5 stuivers, en dus te samen met f 1470 (volgens conditie en Acte van Koop daar van zijnde gepasseert voor den notaris J.H. Schultz van Haegen en zekere getuigen binen dese Stad residerende in dato den 13 junij 1785)”, gelegen tussen de tuin van voornoemde Giltaij en het huis van Willem Bax.

ORA Dordrecht inv. 1674, f. 105v: op 20 sept. 1785 verkopen “Theodorus Johannes Roest van Alkemade, wonende binnen dese Stad in qualiteit als mede Erfgenaam van wijlen zijne moeder Vrouwe Elizabet Oem van Moesenbroek in leven Douariere van den Heere Jacob Roest van Alkemade gewoond hebbende binnen dese Stad, en nog als met en nevens de Heeren Denijs Adriaan Roest van Alkemade, wonende te Amsterdam, en Jacobus Henricus de Wijkerslooth wonende te Haarlem door wijlen gem. vrouwe Elizabet Oem van Moesenbroek Douariere Roest gestelde voogden over haare meerderjarige nagelaten Kinderen en mede Erfgenamen, en nog als door gem. Heeren Denijs Adriaan Roest van Alkemade, en Jacobus Henricus de Wijkerslooth in gemelde haare qualiteit bij volmagt verleden voor den notaris Julius Hendrik Froichen te Haarlem residerende, en zekere getuigen in dato 28 meij 1785 gequalificeert”, voor 6090 gl. aan Pieter Morjé, koopman te Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in de Wijnstraat bij het Groothoofd aan de havenzijde, staande tussen het huis van Isaac de Kuijser en dat van de weduwe Dierkens.

ORA Dordrecht inv. 1674, f. 106: op 20 sept. 1785 verkopen “Theodorus Johannes Roest van Alkemade, wonende binnen dese Stad in qualiteit als mede Erfgenaam van wijlen zijne moeder Vrouwe Elizabet Oem van Moesenbroek in leven Douariere van den Heere Jacob Roest van Alkemade gewoond hebbende binnen dese Stad, en nog als met en nevens de Heeren Denijs Adriaan Roest van Alkemade, wonende te Amsterdam, en Jacobus Henricus de Wijkerslooth wonende te Haarlem door wijlen gem. vrouwe Elizabet Oem van Moesenbroek Douariere Roest gestelde voogden over haare meerderjarige nagelaten Kinderen en mede Erfgenamen, en nog als door gem. Heeren Denijs Adriaan Roest van Alkemade, en Jacobus Henricus de Wijkerslooth in gemelde haare qualiteit bij volmagt verleden voor den notaris Julius Hendrik Froichen te Haarlem residerende, en zekere getuigen in dato 28 meij 1785 gequalificeert”, voor 900 gl. aan Adrianus Bemolt, kleermakersbaas te Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van oud-burgemeester Abraham Hendrik Onderwater en dat van de koper.

ORA Dordrecht inv. 1674, f. 106v: op 20 sept. 1785 verkopen “Theodorus Johannes Roest van Alkemade, wonende binnen dese Stad in qualiteit als mede Erfgenaam van wijlen zijne moeder Vrouwe Elizabet Oem van Moesenbroek in leven Douariere van den Heere Jacob Roest van Alkemade gewoond hebbende binnen dese Stad, en nog als met en nevens de Heeren Denijs Adriaan Roest van Alkemade, wonende te Amsterdam, en Jacobus Henricus de Wijkerslooth wonende te Haarlem door wijlen gem. vrouwe Elizabet Oem van Moesenbroek Douariere Roest gestelde voogden over haare meerderjarige nagelaten Kinderen en mede Erfgenamen, en nog als door gem. Heeren Denijs Adriaan Roest van Alkemade, en Jacobus Henricus de Wijkerslooth in gemelde haare qualiteit bij volmagt verleden voor den notaris Julius Hendrik Froichen te Haarlem residerende, en zekere getuigen in dato 28 meij 1785 gequalificeert ” voor 450 gl. aan Hendrik Flamme, wonende te Dordrecht, een huis in de Vleeshouwersstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Willem Smeetjes.

ORA Dordrecht inv. 1674, f. 106v: op 20 sept. 1785 verkopen “Theodorus Johannes Roest van Alkemade, wonende binnen dese Stad in qualiteit als mede Erfgenaam van wijlen zijne moeder Vrouwe Elizabet Oem van Moesenbroek in leven Douariere van den Heere Jacob Roest van Alkemade gewoond hebbende binnen dese Stad, en nog als met en nevens de Heeren Denijs Adriaan Roest van Alkemade, wonende te Amsterdam, en Jacobus Henricus de Wijkerslooth wonende te Haarlem door wijlen gem. vrouwe Elizabet Oem van Moesenbroek Douariere Roest gestelde voogden over haare meerderjarige nagelaten Kinderen en mede Erfgenamen, en nog als door gem. Heeren Denijs Adriaan Roest van Alkemade, en Jacobus Henricus de Wijkerslooth in gemelde haare qualiteit bij volmagt verleden voor den notaris Julius Hendrik Froichen te Haarlem residerende, en zekere getuigen in dato 28 meij 1785 gequalificeert”, voor 2400 gl. aan Anthonij van den Santheuvel een koetshuis en stal, staande op de stadsvest of Nieuwewerk tussen het koetshuis van mr. A.H. van der Meij van der Linden en het huis van de weduwe van Kasparus Bremkes.

Kinderen:

a. Theodorus Johannes Roest van Alkemade, geboren Dordrecht 15 jan. 1754,jongman geboren en wonende te Dordrecht (1779), lid van de Staten-Generaal 1814-1815, lid van de Tweede Kamer 1815-1818, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland 1820-1829,overleden Den Haag 29 sept. 1829, trouwde Oud-Gastel 15 mrt. 1779 (ondertrouw) Margareta Jacoba barones van Wassenaar, jonge dochter geboren en wonende te Oud-Gastel (1779)

Trouwboek Gerecht/onderscheiden gezindten Dordrecht (Kath.): op 20 mei 1779 is ter secretarie van Dordrecht getoond een attestatie van de heerlijkheid Oud-Gastel in het markiezaat van Bergen op Zoom dd 15 mei 1779, waarbij bleek, dat voor de officier en schepenen van voornoemde heerlijkheid in ondertrouw zijn gegaan Theodorus Johannes Roest van Alkemade, jongman geboren en wonende te Dordrecht, en Margareta Jacoba barones van Wassenaar, jonge dochter geboren en wonende te Oud-Gastel, met opdracht om de geboden mede te Dordrecht te laten gaan, de geboden onverhinderd gegaan zijnde is daarvan attestatie verzonden op 4 juni 1779.

Theodorus Johannes Roest van Alkemade

b. Jacques de Roest d’Alkemade, geboren Dordrecht 3 jan. 1764, overleden Schaarbeek 11 sept. 1830, trouwde 1787 Elisabeth de Roest d’Alkemade

c. Maria Elisabeth Roest van Alkemade, geboren Dordrecht 27 nov. 1766, overleden Schaarbeek 31 mei 1842, trouwde Utrecht 28 aug. 1787 Frans Johannes Nicolaas baron de Wijkerslooth van Royestein, geboren Utrecht 6 jan. 1757, luitenant der karabiniers, overleden Parijs 22 mei 1821

ORA Dordrecht inv. 1675, f. 243v: op 9 dec. 1788 verkoopt Franciscus Joahnnes de Wijckersloot, als man van Maria Elisabeth Roest, wonende onder Overveen, voor 15.700 gl. aan mr. Lambert Pieter van Tets, schepen van Dordrecht, een huis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Boudewijn Onderwater en dat van mr. Jacob Karsseboom.