Mol

Geraadpleegde literatuur:

M. Balen, De Beschryvinge van Dordrecht (Dordrecht 1677)

I. Dirck Mol

Kinderen:

a. Adriaen Dirksz. Mol, volgt II

b. Cornelia Dirksdr. Mol, trouwde Henrick Hoijnck Ottesz.

Kind:

b-1. Dirk Hoijnck Henricksz., trouwde Maria Oem Daniëlsdr.

b-2. Marie Hoijncx, trouwde Willem de Jonge

RA Hendrik-Ido-Ambacht inv. 1: op 10 okt. 1602transporteert Dierick Hoijnckx, wonende te Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd door zijn zuster Marie Hoijncx, weduwe van Willem de Jonge van Dordrecht, wonende in Den Haag, op 14 aug. 1602, aan Casper Beeck, koopman van wijnen, wonende te Dordrecht, 244 roeden land, gelegen in het Volgerland van Schilmanskinderenambacht

c. Heijltgen (Helena) Dirksdr. Mol, trouwde Pieter Rochusz. van den Honert

Kinderen:

c-1. Henrik van den Honert Pietersz., trouwde NG Dordrecht 11 febr./4 mrt. 1590 (beiden van Dordrecht)Annicken Gijsbrecht Jansdr. van den Engel (zie de kwartierstaat Van Erven op deze website)

c-2. Thomas van den Honert

c-3. Geertruijd van den Honert

c-4. Dirk van den Honert

c-5. Cornelia van den Honert

(Balen, o.c., deel II, p. 1279)

c-3.

d.Cornelia Dirksdr. Mol, trouwde 1e Blasius van Haerlem, overleden 1575, 2e Willem de Jonge

II. Adriaen Dirksz. Mol, overleden vóór 20 dec. 1569,trouwde naar schatting ca. 1560 Reijn[s]borch van Beaumont Jansdr.

– 20 dec. 1569 (“Roerende de dood van Adriaen Mol Dircxsz.”): compareren Reijnborch van Beaumont Jansdr., weduwe van Adriaen Mol Dircxsz., enerzijds en Adriaen Pietersz. Nan, als naaste bloedvoogd van het weeskind van Adriaen Mol Dircxsz., verwekt bij Reijnborch van Beaumont Jansdr., genaamd Dirck Mol Adriaensz, 8 jaar oud en Henrick Hoijnck Ottesz., als vader en voogd van zijn kind, verwekt bij Cornelia Dirck Molsdr., Pieter Rochusz. [van den Honert], als man van Heijltgen Mol Dircxdr., Blasius van Haerlem, als echtgenoot vanCornelia Dirck Molsdr., voor zichzelf en tevens vervangende hun andere zusters, als ooms en tantes van voornoemd weeskind, anderzijds. Zij verklaren de boedel van wijlen Adriaen Mol Dircxsz. verdeeld te hebben. De weduwe krijgt de ene helft en het weeskind de wederhelft van een huis in de Kannekopersbuurt [in de Voorstraat], genaamd “den Haes”, welk huis belast is met een losrente van 6 Vlaamse ponden, eenjaarlijkse losrente van 6 Vlaamse pondenuit zekere rentebrief van 13 Vlaamse ponden jaarlijks,waarvan zij, comparanten, verklaren de resterende 7 Vlaamse ponden aan Janneken Cornelisdr. Oem, weduwe van Jan Govertsz. van Beaumont, overgedragen te hebben, ter voldoening van een gelijk bedrag, welke Janneken aan Adriaen Mol en Reijnborch van Beaumont geleend heeft, een rentebrief van 3 gl. jaarlijks, verzekerd op een huisje in de Vleeshouwersstraat, 1 pond 10 sch. en 6 gr. Vlaams contant geld, eenobligatie, sprekende op Adrijaen Tijssen te Mechelen, inhoudende 9 ponden 13 sch. 3 gr. Vlaams en een schuld van ongeveer 90 gl., die de weduwe van Herman Krapte “Danswijck” aan de boedel schuldig is. Het weeskind alleen is aanbedeeld de gehele somma van 36 ponden, 3 sch. en 3 gr. Vlaams, welke is gekomen van dekleren en het”geweer” van Adriaen Mol, waarvan de doodschulden [begraveniskosten] zijn afgetrokken, een zwart “mans tabbert”, gevoerd met bont en een rode zijden hoed met pluimen.De eventueel nogopde nalatenschap te vallenlasten zullen door de weduwe en het weeskind elk voor de helftbetaald worden. (ORA Dordrecht inv. 709, akte 62)

Kind:

a. Dirck Mol Adriaensz., geboren ca. 1561