Van Bree

I.Thonis Adriaensz. van Bree, geboren naar schatting ca. 1515, kuiper te Dordrecht, overleden inof na 1576, trouwde NN (Anna Willemsdr. ?)

– 21 mei 1550: Thoenis Adriaensz. kuiper voor de ene helft en heer PieterRuijten, pastoor van het Heilig-Sacramentsgasthuis, voor de andere helft, zijn borgen voor Lambrecht Hendricxsz. schipper. (ORA Dordrecht inv. 693, f. 18)

– 23 nov. 1556: Tonis Ariensz. kuiper verleent procuratie ad recipienda debita aan zijn vrouw Anna Willemsdr. (ORA Dordrecht inv. 700, f. 101)

– 29 mei 1560: Adriaen Jansz. van Bree, Tonis Adriaensz. van Bree, Pieter Jansz. en Jasper Jansz., als voogden van Marigen Jansdr. van Bree en tevens vervangende Lenaert Jansz. en Cornelis Jansz., verkopen aan Lenaert Meusz. een huis in de Kolfstraat, staande tussen de tuin van Frans Adriaensz. en het huis van Adriaen Goetsaen. Waarborgen: voornoemde Tonis Adriaensz. van Breeen Pieter Jansz. Koper is schuldig een bedrag van 28 ponden Vlaams. Borg: zijn broer Meus Meusz.(ORA Dordrecht inv. 722, f. 38 e.v.)

– 19 mrt. 1569: Thonis Adriaensz. kuiper verkoopt aan Frederick Jansz. wever een losrente van 3 gl. jaarlijks, verzekerd op een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van Willem Reijersz. en dat van Mathijs Jacobsz. kuiper. (ORA Dordrecht inv. 708, f. 153)

– 23 juni 1576: Thoenis Adriaensz. van Bree kuiper is borg voor Jan Danckartsz. metselaar, die een huis in de Breestraat koopt. (ORA Dordrecht inv. 711, f. 144v)

– 25 juni 1581: Cornelis Thonisz. kuiper, voor zichzelf en Jan Danckersz. metselaar, als man en voogd van Aerjaentgen Thonisdr., samen vervangende de weeskinderen van Aert Thonisz. Buijs en Arien Thonisz. kuiper transporteren aan Herber Jansz. brouwer een rentebrief van één gouden Beierse gulden jaarlijks, verleden door Thonis Mathijsz. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 201v)

– 7 mei 1584: Cornelis Theunisz. kuiper, Jan Danckersz., als man van Adriaenken Theunisdr. en Aechgen Thomasdr., weduwe van Arien Theunisz. kuiper, als vervangende haar zoon Tomas Arijensz., onmondig weeskind en Anneken Aertsdr., als vervangende Grietgen Aertsdr. en Claerken Aertsdr., haar zusters, onmondige weeskinderen, verkopen aan Jacob Florensz. huistimmerman een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van Wouter Jansz. schiptimmerman en dat vanArien Willemsz. kleermaker. Waarborg: Aert Geeritsz. kuiper. Koper is schuldig aan verkopers een bedrag van 537 gl. Borg: Schiltman Dircxsz. (ORA Dordrecht inv. 737, f. 499)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Cornelis Thonisz./Teunisz. (Nuijs), volgt II

b. Aerjaentgen Thonisdr., trouwde Jan Danckertsz. metselaar

c. Aert Thonisz. Buijs, kuiper te Dordrecht, overleden tussen 15 okt. 1568en 23 juni 1576, trouwde Thoentgen Cornelisdr.

– 5 mrt. 1567: Aelbertgen Simonsdr. verkoopt aan Aert Thoenisz. alias Buijs een huis in de Breestraat, staande tussen het huis genaamd “de Baers” en dat van Cornelis Willemsz. bakker. Waarborg: Willem Jacobsz. schipper. Koper is schuldig aan verkoopster een somma van 470 gl. Borgen: Anthoenis Adriaensz. kuiper enLenert Jansz. schipper. (ORA Dordrecht inv. 707, f. 132 v)

– 15 okt. 1568: Aert Thoenisz. kuiper verkoopt Maerten Huijgensz. schipper een huis in de Heer Heymansuysstraat, staande tussen het huis van Adriaen de schrijnwerker en dat van Cornelis Jansz. wever. Waarborg: Thoenis van Bree. De koper is schuldig aan Aert Thoenisz. een somma vam 31 ponden groten Vlaams. Borgen: Cornelis Gerritsz.schipper en Gerrit Aertsz. schipper.(ORA Dordrecht inv. 726, f. 167v)

-23 juni 1576: Jan Danckarts metselaar verklaart schuldig te zijn aan Thoentgen Cornelisdr., weduwe van Aert Thoenisz. Buijs kuiper, een bedrag van 300 gl. wegens koop van een huis in de Breestraat, staande tussen het huis genaamd “de Baers” en het huis van Cornelis de Backer. Waarborg voor verkoopster: Franck Cornelisz. schipper. Borg voor koper: Thoenis Adriaensz. van Bree kuiper. (ORA Dordrecht inv. 711, f. 144v)

Kinderen:

c-1. Anneken Aertsdr.

c-2. Grietgen Aertsdr.

c-3. Claerken Aertsdr.

d. Arien Thonisz. kuiper, overleden ca. 1583, trouwde Aechgen Thomasdr.

– 4 mei 1571: Jan Huijgensz. koekenbakker en Aernt Adriaensz. kaaskoper, verkopen, elk voor de helft, aan Adriaen Thoenisz. kuiper een huis op de hoek van de Raamstraat, staande tussen de stadsgracht en het huis van Dirck Willemsz. (ORA Dordrecht inv. 728, akte 544)

Kind:

d-1. Thomas Arijensz.

II. Cornelis Thonisz./Teunisz. (Nuijs), geboren ca. 1544, kuiper te Dordrecht, overleden te Dordrecht ca. 1615,trouwde naar schatting ca. 1570 Jobken Ariensdr. Stoop, geboren ca. 1544, overleden in of na 1618

– 4 dec. 1566: op verzoek van Jan van Slingelant, schepen in wette te Dordrecht, verklaren Adriaenken Pietersdr., ongeveer 76 jaar oud en Jopken Stoopen, 22 jaar oud, dat twee of drie maanden geleden ene Jan van Dort Woutersz.aan hen deposanten heeft verzocht “dat zij zouden willen ten besten spreecken tusschen hem ende Cornelia van Slingelant zijn huisvrouwe ende dat ten zelfden tijde dvoorsz. Jan van Dort onder andere woerden zeijde ten aenhoeren van haer getuijgen: wat heeft hem Jan van Slingelant (denoterende den requirant voorn.) te moijen mittet recht, ick en gae jegens hem nijet te recht maer jegens mijn huisvrouw ende teerste dat hij mij int gemoet coempt zoe zall ick hem doersteecken met zijn eigen geweer.” (ORA Dordrecht inv. 706, akte 186)

– 7 aug. 1576: Cornelis Thonisz. kuiper verkoopt aan de weeskinderen van Adriaen Cornelisz. Turffcloot en Marijken Claesdr., een jaarlijkse losrente van 6 gl., verzekerd op een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Henrick Pietersz. en dat van de erfgenamen van Gijsbert van Haerlem. (ORA Dordrecht inv. 711, f. 169v)

– 1580 (50e penning Dordrecht, f. 64): Nuijs de kuiper betaalt voor zijn huis in het Steegoversloot3 gl. 4 st., belenders: Gijsbert van Haerlem en Henrick Pietersz. [Hasseldonck]

– 3 juli 1584: verklaring op verzoek van Jan Danckersz. metselaar door Cornelis Thonisz. kuiper, ongeveer 40 jaar oud en Floris Leendertsz. speelman, ongeveer 29 jaar oud, beiden burgers van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 737, f. 582)

– 30 mei 1587: op verzoek van de weduwe van Jacob van Beveren verklaart Cornelis Thonisz. kuiper, ongeveer 42 jaar oud, dat hij buurman is van Henrick Pietersz. Hasseldonck. (ORA Dordrecht inv. 717, f. 183v)

– 17 april 1590: overeenkomst tussen Damas Jobsz. kamerbewaarder en Cornelis Thonisz. Nuijs kuiper aangaande een muur, toebehorende aan Nuijs en staande in het Steegoverslootlangs de gang, die ligt naast het huis van Damas Jobsz. (ORA Dordrecht inv. 741, f. 20 e.v.)

– 9 nov. 1592: Bartout Cornelisz., burger van Dordrecht, ongeveer 38 jaar oud, verklaart op verzoek van Cornelis Thonisz. kuiper, dat hij tijdens het leven van wijlen Reijer Bastiaensz. diezelfde Reijer dikwijls heeft bezocht ten huize van de rekwirant en dat hij hem verscheidene malen tegen Cornelis heeft horen zeggen: “Cornelis, ick hebbe u gegeven ende geve u alsnoch mijn bedde daer ick op slape met mijn kiste ende tgene daerinne is, ende voorts alle tgene ick tmijnen overlijden tuwen huijse zal hebben, vuijtgesondert mijne rente en andere brieven, begerende dat ghij dzelve goederen nae mijnen overlijden als u vrij eijgen goet zult behouden.” De attestant heeft ook gehoord, dat Cornelis Thonisz. die gift onder dankzegging heeft aanvaard. (ORA Dordrecht inv. 742, f. 149)

– 25 aug. 1594: Theus [Matheeus] Jansz. kuiper draagt in aanwezigheid van Jan Jansz. viskoper en Cornelis Thonisz. Nuijs kuiper, alsaangetrouwde ooms vanzijn weeskinderen,aan de Weeskamer te Dordrecht over een inventaris van de goederen, die zijn overleden vrouw Marijken Stoop Adriaensdr. met hem in gemeenschappelijk bezit heeft gehad. (Weeskamer Dordrecht inv. 744)

– 11 febr. 1597: Damas Jobsz. van Slingelant bezit een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Cornelis Thonisz. kuiper en dat van Jan Mercusz. schrijnwerker. (ORA Dordrecht inv. 744, f. 142)

– 1601/1602: Cornelis Thonisz. van Bree is achtman van het Kuipersgilde te Dordrecht. (Gildenarchieven Dordrecht inv. 471, f. 23v)

– 15 dec. 1603: op verzoek van Roelandt Smith legt Cornelis Thonisz. Nuijs kuiper, 60 jaar oud,een verklaring af. (ORA Dordrecht inv. 899, geen folionrs.)

– 30 jan. 1604: verklaring op verzoek van Jan Aertsz. van den Put, als voogd van het weeskind van Cornelis Pietersz., door Marijken Jacobs, weduwe van Jacob Pietersz. Vos, 60 jaar oud. Zij getuigt, dat op Baafmis 1602 bij haar gekomen is Roelandt Smith, die klaagde, dat Cornelis Thonisz. Nuijs zijn huis gevorderd had en dat wilde laten verkopen “voor sijn achterwesen dat hij aen hem [Nuijs] ten achteren was”. Compareren mede Cornelis Thonisz. Nuijs en zijn vrouw Jobgen Lenaertsdr., die verklaren, dat de schuldbrief, die hij, Nuijs, op het huis van Roelandt Smith sprekende had, voor 600 gl. verkocht is aan de rekwirant in zijn voornoemde hoedanigheid. (ORA Dordrecht inv. 899, geen folionrs.)

– 28 mei 1607: Cornelis Thonisz. kuiper is borg voor Arien Cornelisz. kuiper, die van Willem Matijsz. schiptimmerman een huis op de Nieuwe Haven koopt. (ORA Dordrecht inv. 749, f. 36v e.v.)

– 14 mrt. 1612: Sijmon Muijs, burger van Dordrecht, verkoopt voor 1200 gl. aan Cornelis Thonisz., kuiper en burger van Dordrecht, een huisje op de Nieuwe Haven, staande achter het huis genaamd “de Drie Coningen” [in de Wijnstraat bij de Nieuwbrug], toebehorende aan Sijmon Muijs, tussen het erf van Willem van Beveren en dat van Pauwels Weijts. Het huisje en erf zijn45 stadsvoeten en 8 1/2 duim lang, elke voet is 12 duimen lang. Waarborgen: dr. Arent Muijs van Holij, baljuw van Zuid-Holland en Jan de Vries. Koper kent schuldig aan verkoper een somma van 800 gl.. te betalen met jaarlijkse termijnen van 120 gl. Borg: Sijmon Cornelisz. van Gesel, oudraad in wette van Dordrecht voor de ene helft en Pieter Jansz. houthaker voor de andere helft. (ORA Dordrecht inv. 753, f. 24v)

– 5 aug. 1617: de erfgenamen van Maria Verboort, weduwe van Geerart Vrients, verkopen aan Geerart Thints, koopman te Dordrecht, de helft van een huis in het Steegoversloot, staande tegenover de Sint Jorisdoelen [thans de Rechtbank Dordrecht]tussen het huis van PieterAriensz. Mes kleermakeren het huis van de weduwe van Cornelis Thonisz. Nuijs kuiper. (ORA Dordrecht inv. 758, f. 73)

– 23 febr. 1618: Jopken Ariensdr., weduwe van Cornelis Thonisz. Nuijs [de volgende woorden zijn doorgehaald: en Thonis Cornelisz. voor henzelf en vervangende hun zwager Bartholomeus Willemsz., hun zwager Arien Jacobsz. en hun dochter resp. zuster GeertkenCornelisdr.] verkopen voor 1900 gl., waarvan 700 gl. contant, aan Jan Thonisz. Schut een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van de weduwe van Damas Jobsz. van Slingelant en dat van Sijmon Jansz. landmeter. Waarborgen: Adriaen Cornelisz., Thonis Cornelisz. en Bartholomeus Willemsz. (ORA Dordrecht inv. 759, f. 16)

– 10 mei1618: Jobken Stoopendr., weduwe van Cornelis Thonisz. Nuijs, wonende te Dordrecht en Adriaen Cornelisz. Stoop kuiper, wonende te Dordrecht, verklaren schuldig te zijn aan Willem Louricx, koopman te Luik, een bedrag van 300 gl. wegens geleverd klaphout, dat door Anthonis Cornelisz., resp. hun zoon en broer, is ontvangen, “oversulcx dat Anthonis Cornelisz. de voorn. somme van penningen op sijn vaderlijke ende moederlijke successie ten tijde van de vervaldach vandien weder sal moeten missen ende ontberen, twelck den voorn. Thonis Cornelisz. alhier mede comparerende sulcx verclaerde voor nu ende alsdan te accorderen”. Borg: Andries Vervorst, koopman te Dordrecht. Adriaen Cornelisz. Stoop verklaarde voor deze borgtocht speciaal verbonden te hebben het huis waarin hij woont, staande op de Nieuwe Haven tussen het huis van Lambert de Pot en dat van Hubert van Hocht. (ORA Dordrecht inv. 759, f. 34v)

Kinderen:

a.Adriaen Cornelisz. Stoop (alias van Bree), geboren naar schatting ca. 1580, kuiper van Dordrecht (1604),haringkuiper, achtman van het Kuipersgilde, overledentussen 1639 en18 jan. 1652, trouwde NG Dordrecht 25 april/9 mei 1604 Beelken Pouwels Lambrechtsdr., van Arnhem, wonende te Dordrecht (1604)

– 28 mei 1607: Willem Matijsz., schiptimmerman te Dordrecht, verkoopt aan Arien Cornelisz., kuiper en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Hubrecht van Hocht en de loods van verkoper. Koper kent schuldig aan verkoper een somma van 813 gl., te betalen met jaarlijkse termijnen van 150 gl. Borg: Cornelis Thonisz. kuiper. (ORA Dordrecht inv. 749. f. 36 e.v.)

– 1626 en 1639:Adriaen Cornelisz. van Bree haringkuiperis achtman van het Kuipersgilde(Gildenarchieven Dordrecht inv. 471, f. 33 en 39)

Kinderen:

a-1. Jan Adriaensz. van Bree, achtman van het Kuipersgilde in 1648/1649 (Gildenarchieven Dordrecht inv. 471, f. 39)

a-2. Paulus Adriaensz. van Bree, achtman van Kuipersgilde in 1651/1652 (Gildenarchieven Dordrecht inv. 471)

b. Adriaenten Cornelis Teunisz., van Dordrecht (1605),geboren naar schatting ca. 1580, trouwde NG Dordrecht 4/28 sept. 1605 (procl. te Schoonhoven)Bartholomeus Willemsz., van Schoonhoven (1605), kleermaker

c. Teunis Cornelisz. van Bree, volgt III

d. Geertgen (Geertruijt)Cornelisdr. van Bree, overleden in of na 1631, ongehuwd

III. Teunis Cornelisz. van Bree(t), geboren naar schatting ca. 1585, kuipersgezel van Dordrecht (1608),weduwnaar van Dordrecht, kuiper wonende op het Nieuwe Werk (1636), trouwde 1e NG Dordrecht 21 sept./14 okt. 1608 Lijsbeth Hubrecht Claesz., van Antwerpen (1608), trouwde 2e NG Dordrecht 10/26 febr. 1636 (sponsa debet testimonium parentis) Margriet (Grietge) Pieters, jonge dochter van Maastricht wonende in de Vleeshouwersstraat (1636)

– 12 nov. 1631: compareren Sijken Bruijnen, weduwe van Cornelis Matheeusz., voor haarzelf en vervangende Dirck Cornelisz., Gerrit Vogel, en Govert Aertsz.,erfgenamen van Cornelis Matheeusz. en Arijen Cornelisz. Stoop, Teunis Cornelisz. en Bartholomeus Willemsz., als man en voogd van Arijaentgen Cornelisdr. en Geertruijt Cornelisdr., jonge dochter, cum tutore, als mede-erfgenamen van Cornelis Matheeusz.. Zij verkopen voor 300 gl. contant aan Jan Gerritsz. oudekleerkoper een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van de comparanten en het huis van Maerten Pietersz. molenaar. In plaats van waarborgen stellen zij hiervoor als borg een huis, staandetussen het voornoemde huis en het huis van Hendrick Wijnantsz. kleermaker. (ORA Dordrecht inv. 769, f. 13v e.v.)

– 17 nov. 1631: compareren Arijen Cornelisz. Stoop, Teunis Cornelisz. van Breet, beiden kuipers, Bartholomeus Willemsz. kleermaker, als man en voogd van zijn vrouw en Geertgen Cornelisdr. van Breet, samen erfgenamen van Cornelis Teuwesz. “soo veel als aengaet de goederen bij hem in tochte beseten ende geërft van Wijffve Stoopendr.”. Zij verklaren ontvangen te hebben uit handen van de kinderen van Cornelis Jansz. van Munster een somma van 136 gl. “tot redemtie ende over de voldoeninge” van het aandeel, welke zij comparanten gehad hebben in het huis, gekomen zijnde van voornoemde Wijffve Stoopendr., waarvan het resterende deel toekomt aan de kinderen van Cornelis Jansz. van Munster volgens een gift,diedoor Jan Marcelisz. en zijn vrouw aan die kinderen is gedaan. Comparanten tekenen met een merk, behalve Bartholomeus Willemsz., die tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 34, f. 292 e.v.)

(10 nov. 1631: Jan Marcelisz. [van den Berch] en zijn vrouw Neeltgen Jacobsdr. [van Loon], inwoners van Dordrecht, verklaren dat zij aan de kinderen van Cornelis Jansz. van Munster, t.w. Baetgen, Janneken en Jan Cornelisz., geschonken hebben een huis waar uithangt “de Stad Munster”, staande in de Heer Heymansuysstraat, tussen het huis van Adrijaen van Hoogeveen, brouwer in “het Cruijs” en de dwarsgang, eertijds gekomen uit het sterfhuis van Jan Jansz. viskoper. [ONA Dordrecht inv. 34, f. 289 e.v.])

– 16 sept. 1643: Catarina Oliviersdr, bejaarde dochter, verkoopt voor 700 gl. aan Anthonis Cornelisz. van Bree, kuiper en burger van Dordrecht, een huis in de Lombardstraat, staande tussen het huis van Jan Cornelisz. Schoen en het huis genaamd “de Jager”, belast een hypotheek van 450 gl., die Mels Gijsbertsz.daarop sprekende heeft,welke koper te zijnen laste neemt. Waarborg (voor verkoopster): Mels Gijsbertsz. (ORA Dordrecht inv. 774, f. 56v)

– 1653/1654 en 1658/1659: Anthonij van Bree haringkuiper is achtman van het Kuipersgilde (Gildenarchieven Dordrecht inv. 471)

Gevelsteen met kuiper, olievaten en hoepelsin de Suikerstraat te Dordrecht. (www.gevelstenen.net)

Degene, die de steen heeft gerestaureerd, heeft blijkbaareen fout gemaakt. Op de plaats van de letters EN M aan het begin van de tweede regel heeft waarschijnlijk oorspronkelijkhet spiegelbeeld van delus aan de rechterzijde gezeten. Taalkundig gezien en vanuit het oogpunt van symmetrie en vlakverdeling is dat ook veel logischer. (Zie: J. Hoevenberg,De Kuiper in de Suikerstraat, in: Oud-Dordrecht 2010, nr. 3, p. 23)

Kinderen (ex 1):

a. Huijbert Tonisz. van Bree, geboren naar schatting ca. 1610, kuiper te Dordrecht

b. Adriaen, gedoopt NG Dordrecht nov. 1613

c. Thonis, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1615

d. NN, gedoopt NG Dordrecht april 1618

– 25 febr. 1636: Huijbert Tonisz. kuiper, jongman en burger van Dordrecht, verklaart met zijn vader Tonis Cornelisz. van Breet overeengekomen te zijn, dat hij voor zijn moederlijke goederen van zijn vader ontvangen zal een bedrag van 12 gl. Beiden tekenen met een merk. (ONA Dordrecht inv. 38, f. 55)

– 18 jan. 1652: Huijbert Teunisz. van Bree, kuiper en burger van Dordrecht, is schuldig aan Willem Robbertsz. Vernock, burger van Dordrecht, een bedrag van 200 gl. Borg: Beeltgen Pouwelsdr., weduwe van Arijen Cornelisz. van Bree (ONA Dordrecht inv. 89, f. 31 e.v.)

Kinderen (ex 2, allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Jopke (Jobje, Jopje) Theunisdr. van Bree, 28 juli 1637 (de vader wordt in het doopboek abusievelijk Cornelis Teunissen genoemd), trouwde 1e Cornelis Pietersz. Danser, 2e NG Dordrecht 9 sept. 1668 Willem Jansz. Kop, meester-metselaar te Dordrecht (ONA Dordrecht inv. 288, akte dd 22 sept. 1700)

b. Pieter, juni 1640, volgt IV

c. Catarina, 7 juli 1643

IV. Pieter Teunisz. van Bree, gedoopt NG Dordrecht juni 1640, jongman van Dordrecht, kuiper wonende in de Vriesestraat (1662), weduwnaar van Dordrecht, kuiper wonende op de Hil [Bethlehemplein] (1667),trouwde 1e NG Dordrecht 26 mrt./10 april 1662 (getrouwd in de Augustijnenkerk) Magdaleentje Maertens, weduwe van Dordrecht, wonende in de Vriesestraat (1662), trouwde 1e Willem Willemsz. metselaar, trouwde 2e NG 25 dec. 1667/8 jan. 1668 Machtelt Nunnickhoven, jonge dochter van Dinslaken (Dld.) wonende bij de Nieuwbrug (1667)

– 6 febr. 1674: kapitein Nicolaes Lesiere en Lodewijck van Loo als voogden over de minderjarige kinderen en erfgenamen van wijlen Steven Claesz. van Esch, in zijn leven glaesmaker en burger van Dordrecht, verkopen aan Pieter Theunisz. van Bree, kuiper en burger van Dordrecht een huisje in de Heer Heymansuysstraat, staande tussen het huis van Cornelis de Vries en dat van Otto de Bruijn, voor 160 gl., gedeeltelijk contant en gedeeltelijk met het overnemen van een rentebrief van 6 gl. jaarlijks. (ORA Dordrecht inv. 788, f. 83 e.v.)

Kinderen (ex 2, allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Margriet, 8 febr. 1668

b. Teunis, 14 mei 1670

c. Maria, 27 okt. 1673

d. Pieter, 18 juli 1675, volgt V

e. Maeijke, 15 febr. 1681

V. Pieter van Bree, gedoopt NG Dordrecht 18 juli 1675, jongman van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1698), trouwde Gerecht/NG 9/24 nov. 1698 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Pieter van Bree, de bruid geassisteerd met haar moeder Catrijntie van de Meij) Cornelia van de Meij, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Boom (1698), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 6 sept. 1747 (Cornelia van de Meij, weduwe van Pieter van Bree, tegenover het Nieuwpoortje, laat kinderen na, met de “ordinaire” koetsen, in de kerk), dochter van Jan de Meij en Catharina van Bockum

– 26 juli 1719: begraven Catrijna van Bockum, weduwe van Jan de Meij, op de Varkenmarkt (Begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

– 22 okt. 1754: compareren Marija Horens, weduwe en erfgename van Pieter van Bree, Otto Rinks, echtgenoot van Maggeltje van Bree, Johannes Radius, echtgenoot van Johanna van Bree enHendrik Louwa, weduwnaar van Catharijna van Bree, “soo in sijn privé uijt hoofde van de gemeenschap, en nog als bij de … Weesmeesteren deser Stad gequalificeert sijnde wegens het gedeelte de vijff kinderen door wijle sijne voorsz. huijsvrouw nagelaten competerende”, allen wonende te Dordrecht, enige erfgenamen van wijlen Cornelia de Meij, weduwe van Pieter van Bree. Zij verkopen aan Arij Bikbergen, meester-smid en burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen de “stalling” van brouwerij “den Orangeboom” en het huis van de bakker Hooijman voor 640 gl. Dezelfde verkopers transporteren aan Marija Horens, weduwe van Pieter van Bree, een huis aan de Riedijk, staande tussen het huis van Hendrik Louwa en dat van Commerijna Lokemijer, verkocht voor 220 gl. en aan Johannes Radius, burger van Dordrecht, een huis aan de Riedijk, staande tussen het huis van Leendert de Koningh en dat van Casparus Lokemijer, verkocht voor 365 gl. (ORA Dordrecht inv. 825, f. 55v e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Pieter van Bree, 23 okt. 1700, trouwde Marija Horens

ORA Dordrecht inv. 1655, f. 114v: op 5 mei 1739 verkoopt Catharina van Loon, weduwe van Johannes Boonen, wonende te Dordrecht, voor 1005 gl. aan Pieter van Bree, mr. metselaar en burger van Dordrecht, een huis in de Boomstraat, staande tussen het huis van Huijbert van der Mande en dat van de erfgename van Jonas Millaert. De koper is schuldig aan Anthonij van der Strenge, mr. loodgieter te Dordrecht, een somma van 700 gl.

ORA Dordrecht inv. 1657, f. 57: op 2 febr. 1745 verkopen Jan van den Brink, burger van Dordrecht, als man van Cornelia de Jager, voor zichzelf en tevens vervangende Leendert de Jager en Frans de Wijs, als man van Ariaantje de Jager, wonende te Rotterdam, samen kinderen en erfgenamen van Maria Noordegraaff, weduwe van Pieter de Jager, voor 210 gl. aan Pieter van Bree, mr. metselaar en burger van Dordrecht, een huis op de Taankade bij het Blauwe Bolwerk, staande tussen het huis van dr. Hendrik van Convent en dat van de kinderen van Tielman Trekdam.

ORA Dordrecht inv. 1660, f. 45: op 6 juni 1752 verkoopt Cornelis van Rijn, burger van Dordrecht, voor 200 gl. aan Pieter van Bree, burger van Dordrecht, een huis aan de Riedijk, staande tussen het Hoefijzerstraatje en het huis van Cornelis Schram.

ORA Dordrecht inv. 1664, f. 202v: op 9 juli 1765 verkoopt Pieter van Gelsdorp, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Hendrik Louwa, volgens procuratie gepasseerd voor notaris A. Heeremans te Waalwijk op 6 juni 1765, voor 260 gl. aan Maria Hoorens, weduwe van Pieter van Bree, een huis aan de Riedijk tegenover het Melkpoortje, staande tussen het huis van Gerrit Matena en dat van de weduwe van Pieter van Bree.

b. Catharina van Bree, 20 jan. 1703, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Riedijk (1728), weduwe van Dordrecht wonende bij de Riedijk (1739), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 5 juli 1754 (Catharina van Bree, vrouw van Hendrick Louwa, laat kinderen na, op de Riedijk, met “ordinaire” koetsen), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 23 jan./8 febr. 1728 (de bruidegom geassisteerd met Pieter Tijsse, zijn goede kennis en de bruid met Cornelia van der Mijl, weduwe van Pieter van Bree, haar moeder), Sake Goises, jongman van “Dragtmen” in Friesland wonende op de Riedijk (1728), trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 24 sept./25 okt. 1739 (de bruidegom met schriftelijk consent van zijn ouders Jan Louwa en Magrita Morees) Hendrik Louwa, jongman van Luik wonende te Eijsden (1739)

ORA Dordrecht inv. 1657, f. 28: op 4 juni 1744 verkoopt Leendert de Koningh, mr. chirurgijn en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Wouter Starrenburgh, wonende te Rotterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris G. Kolff te Rotterdam op 1 nov. 1743, voor 575 gl. aan Hendrik Louwa, burger van Dordrecht, een in de Voorstraat [Riedijk] tussen het Nieuwpoortje en het Hoefijzerstraatje, staande tussen het huis van de weduwe van Huijg van Vliet en dat van de weduwe van Pieter van Bree. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 475 gl.

c. Jan, 19 aug. 1705

d. Macheltje van Bree, 9 febr. 1707, trouwde Otto Rinks

e. Johanna van Bree, 4 nov. 1715, trouwde Johannes Radius