Santschelt

 

I. Cornelis Jochumsz. (van Santschelt), van Dordrecht  wonende aan de Pelserbrug naast”de Drie Astonnen”(1613), kuiper trouwde NG Dordrecht 31 mrt./21 april 1613 Neeltgen Jacob Stevensdr., van Dordrecht wonende bij de Pelserbrug in”Hoboken”(1613)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Jochum, jan. 1615

b. Mariken, juni 1616

c. Jacob Cornelisz. van Santschelt, mrt. 1618, trouwde Heijltje Jans

Kind:

c-1. Neeltge Jacobsdr. van der Santschelt, gedoopt NG Dordrecht 15 mrt. 1651, trouwde Maerten Verbrouck

Kind:

c-1-2. Krijntie, gedoopt NG Dordrecht 23 jan. 1679

d. Jochum Cornelisz. van Santschelt, dec. 1619, volgt IIa

e. Steven Cornelisz. van Santschelt,febr. 1622, volgt IIb

f. NN, juli 1625

g. Cornelis, aug. 1626

IIa. Jochum Cornelisz. van Santschelt, gedoopt NG Dordrecht dec. 1619, weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Pelserbrug (1660), kuiper, trouwde NG Dordrecht/Dubbeldam 24 okt./7 nov. 1660 Diewertge Hendriksdr. Gelderblom, jonge dochter van Wijngaarden wonende bij de Pelserbrug (1660)

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 77v: op 9 april 1686 verkopen Pauwels Eemont en Corstiaen van Terneij, burgers van Dordrecht, als executeurs-testamentair van Pieter Cornelisz. Houck, viskoper en burger van Dordrecht, en zich sterk makende voor Diewertgen Hendriks, weduwe van Jochem van Santschelt en de verdere erfgenamen Berbera Silvester, vrouw van Pieter Cornelisz. Houck, voor 1000 gl. aan Jacobus Engelbrecht, burger van Dordrecht, een huis in de Elfhuizen, staande tussen het huis van de weduwe van Willem Jansz. van Couverden en dat van Abigail Thomas. 

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Hendrick, 2 jan. 1662

b. Hendrijck van Santschel, 2 april 1663, volgt IIIa

c. Jacob, 18 febr. 1665

d. Jacob, 1 aug. 1667

e. Janneke van Santschel, 19 dec. 1668, trouwde 30 april 1692 Gillis Spaen, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 12 febr. 1707 (Gillis Spaen, schipper, wonende buiten de Vuilpoort)

Kinderen (allen NG gedoopt Dordrecht):

e-1. Heijndrick, 20 sept. 1692

e-2. Dijna, 1 febr. 1696

e-3. Maijke, 16 febr. 1702

e-4. Jochem, 7 jan. 1707

IIb. Steven Cornelisz. van Santschelt, febr. 1622, trouwde NG Dordrecht 29 juni 1642 Engelke Hendriks

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 68v: op 20 april 1684 verkopen Cornelis Stevensz. van Santscheldt, kuiper en burger van Dordrecht, Lijsbet en Gijsbertje Stevensdrs. van Santscheldt, als vervangende Barbera en Hendrixen van Zantscheld, hun zusters, meerderjarige ongehuwde personen, burgeressen van Dordrecht, kinderen en erfgenamen van Engeltje Hendrix, wedwue van Steven Cornelisz. van Zantschelt, voor 330 gl. aan Teunis Reijniersz. van Bommel een huis in de Dolhuisstraat, staande tussen het huis van Adriaen Herberts en dat van Willem Rogiers.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Cornelis Stevensz. van Santschelt, 30 april 1643

b. Berber van Santschelt, 11 aug. 1645

c. Hendrixen van Santschelt, geboren naar schatting ca. 1650

c. Aeghje, 1 mrt. 1652

d. Lijsbeth van Santschelt, 26 mrt. 1655

e. Gijsbertge van Santschelt, 29 aug. 1659

IIIa. Hendrik van Santschelt, gedoopt NG Dordrecht 2 april 1663, mr. kuiper, trouwde Dordrecht 12 jan. 1687 Ariaentje van der Wielen, trouwde 2e Johannes van Gilzingh (van Gelsingh)

ORA Dordrecht inv. 1750, f. 63: op 13 mrt. 1698 verkopen “Pieter Gerritse Schuijten, Blijcker buijten deser Stede Soo voor hem selven en als last en procuratie hebbende van Jan Willemse van Leen als in Huwelijck hebbende Jenneken Gerritse Schuijten, Dirk Gerritse Schuijten, bijde blijckers buijten dese Stad, en Cap.n Johan Langswaart in Huwelijck hebbende Belia Gerrits Schuijten alle borgers deser Stad” voor 150 gl. aan Hendrick van Santschell, mr. kuiper en burger van Dordrecht, een loods, zonder meer alleen staande op de Stadssingel tussen de Spui- en Vriesepoort tegenover de blekerij van Wouter van Lill.

ORA Dordrecht inv. 1752, f. 141: op 10 nov. 1716 verkoopt “Ariaantie van der Wiel in eerste huwelijk gehad hebbende, Henderik van Santschelt, en nu huijsv: van Joh: Gelsing (edogh aan haer hebbende behouden volgens huwelijxe voorwaarden de administratie van haere goederen en sulx de gemeenschap vandien gesecludert en voor soo veel des noots den voorsz. Gelsingh als man en voogd van sijne voorsz. Huijsv.)”, voor 100 gl. aan Johan Carrelebur een loods buiten de Spuipoort, staande tussen ’s Landswerf en de gang van de weduwe van Pieter Gerritsz. Schuijten.

ORA Dordrecht inv. 1753, f. 100: op 6 mrt. 1725 verkoopt Ariaentie van der Wiele, weduwe van Hendrik van Santschel, voor 300 gl. aan Willemina Kuijpers, weduwe van Hendrik van Blaa, een tuin buiten de Spuipoort in het Geldeloze Pad, liggende tussen de tuin van Samuel de Jager en die van Okker van Wesel.

ORA Dordrecht inv. 145, f. 192 e.v.: “Aan de Ed. Groot Agtb. Heeren den Heere Presideerende Borgermr. en Regeerders der Stad Dordrecht.
Geeft Seer onderdanig en met behoorlijke Eerbiedigheijt te kenne Adriaantie van der Wiel, borgeresse alhier eerst wed: van Hendrik van SandSchel ende Lest van Johannes Gilzingh dat sij Supplte in haar eerste houwelijk onder andere verwekt heeft gehadt een Soon genaamt Jochem van Santschel dewelke in April van den Jaare 1723 voor Soldaat naar Oostindie gevaaren Sijnde aldaar is Comen te Overlijde nalaatende twee moederloose en vaaderloose kinderen genaamt Adriana van Santschel oud twaalff Jaaren en Hester van Santschel, Oud tien Jaaren dat Seedert het vertrekt van haare voorn. Soon naar Oostindien tot huijden toe desselfs voorn. twee kinderen door haar Supplte. sijn gealimentert gewerden in Cost, Drank, Cleederen, reeding en verdere Lighaams behoefften uijt oorsaake dat haar Supplte. Soon deselve sijne kinderen naakt, en berooijt Sonder eenige goederen te bezitten alhier te Lande was Latende dat bij Testament van Sussanna van Santschel bejaarde ongehuwde dogter binnen dese Stadt In dato den 27 Decemb. 1728 voor de Notaris Bartholomeus van der Star en getuijge alhier gepasseert aan de kind off kinderen van Jochem van Santschel is gemaakt en gelegateert eend erde part inzeekre Obligatie ten Laste van t Gemeene Landt van Hollandt en Westvries Landt ten Comptoire binnen dese Stadt staande ten naame van Sussanna van Santschel houdende in Capitaal drie hondert Guldens van dato den 2 Novb: 1712 fol. 917 verso Geaggreeert den 22 feb. 1713 no. 7866 Register fol: 547 ende de twee overige derde parten in deselve Obligatie aan Marijke van Santschel dogter van Hendrik van Santschel sijn gemaakt en gelegateert gewerden Soo nogtans en onder die bepaaling dat bij aldien de voorn. Marijke van Santschel deser weerelt quame afflijvigh te werde Sonder kint off kinderen in tleve naar te late dat in Soodanige geval haare voorsz. portie van twee derde parten in de voorsz: Obligatie sal moeten gaan en Coomen aan de voorn. kint off kinderen van de voorn: Jochem van Santschel is gemaakt en gelegateert een silvere Beugel van een Tas nevens een riem met seilver beslagh, als twee silvere kettingjes, een do: naaldekooker, een do. vingerhoed, een halff silver schaartie met een silver messie Hegie alles blijkende bij voorsz. Testament war van Extract Authenticq ten desen Geannexeert gaat dat Susanna van Santschel, het voorsz. haar Testament metter dood hebbende Geconfirmeert en naderhandt medde Sonder kint off kinderen int leve naartelate ongehuwdt overleden is, de bove gemelte Marijke van Santschel vervolgens die voorsz. gelegateerde twee derde parten in de voorn: Obligatie van drie Hondert Gulde Capitaal naar inhoude van t boven gementioneerdt Testament van Susanna van Santschel aan de kindt off kinderen van Jochem van Santschel (sijnde de voorsz: Adriana, en Hester van Santschel) gekomen wesende deselve kinderen alsnu eijgenaars gewerden sijn van de bovengemelte geheele obligatie van drie Hondert Gulde Capitaal en Intressen daar op verloopen mitsgaders van het verder Silverwerk aan haar Lieden Gelegateert Ende dewijl het Regtens is dat kinderen dewelke goederen Zijn besittende selfs niet door haare ouders veel min door een Grootmoeder behoeven gealimentert te werde Soo keert de Suppl.te haar tot UEd. Groot Agtb. Seer Ootmoedig versoekende dat UEd. Groot Agtb. de Testamentaire voogden gestelt bij de meergemelte Susanna van Santschel Sijnde Cornelis de Witt, meester bakker alhier ende Jacob Spaan, deecken van ’t Groot Schippers Gilde binnen dese Stad onder wie de voorszs. obligatie en het verder Silverwerk is berustende bij appoinctement in margine dezer gelieven et qualificeeren en authoriseeren en voor soo veel desnoots te ordonneeren omme aan haar Supplte. te demanueeren en over te geven de bove gemelte aan de voorn. kinderen gelegateerde Obligatie van drie hondert Gulden Capitaal met de bescheijde daar tie Specterende en met d’intresse daar op verloope mitsgaders alle het silverwerk bij t voorsz. Testament van Susanna van Santschel aan de kind of kinderen van Jochem van Santschel (sijnde allenelijk Adriana en Hester van Santschel hier vooren gemeld) ende haar Suppte. wijders te qualificeren en authoriseeren omme het voorsz. Silverwerk mitsgaders de voorn. Obligatie van drie Hondert Gulde Capitaal te mogen verkoopen deselve Obligatie aan den Cooper te Transporteeren en voor de vrijwaringe te verbinden de persoonen, en goederen van de voorsz. pupille Adriana en Hester van Santschel Ten eijnde omme uijt die Cooppenn. te procedeeren van de gemelte Obligatie en het voorsz. Silverwerk te Connen vinden Soo verre Sal Connen strekken het gunt Sij Supplte. aan de voorn. Pupille Adriana en Hester van Santschel nu Seedert Vijff Jaare aan alimentatie als anders heeft verstrekt Te meer dewijle Sij Supplte. is een vrouw van geringe middelen bejaard Swak en dikwerff siekelijk en vervolgens Selfs Seer wel noodig hebbende t’gunt Sij vermits de Slegte neeringe met een klijn winkeltie waar van sij bestaan moet is winnende Twelk diende &a. (was get.) Adriaantie van der Wiel, P.V.Gelsdorp procr.

(In margine Stond)
De Caemere alvoorens disponeeren Committeert dheren mr. Govert van Slingelandt vrijhr: van Slingeland en Mattheus Onderwater Schepenen deser Stad Dordregt omme de Supplte. mitsgrs. Cornelis de Witt, mr. bakker en Jacob Spaan, deeken vant Groot Schippersgilde in qualiteijt als bij de neevenstaande req.te op den inhoude van dien nader te hooren en wijders te dienen van haar Ed:e Considesatie en advijs. Actum primo Junij 1728 (was get.) R: Nolthenius.

Lager Stond
De Camere gehoort het rapport van heeren Commiss.en mitsgrs. gesien en geexamineert hebbende de neevenstaande req.te accordeert de Supplte. haar versoek qualificeert en authoriseert mitsdien Cornelis de Witt, mr. bakker en Jacob Spaan deken vant Gropot Schippers Gilde , als testamentaire voogden over Adriana en Hester Sandschel respectivelijk breeder bij de neevenstaande requeste gemeld omme aan de Supplte. te demanieeren en overtegeven te Obligatie ten Lasten van het Gemeene land van Holland en West vries Landt ten Comptoir binnen dese Stad Staande ten name van Susanna van Santschel Capp. drie Hondert Gulden van dat den 2 novemb. 1712 fol: 917 verso geaggt. den 22en Februarij 1713 N. 7868 regist. fol: 547 met de bescheijden daar toe specterende en met de Intressen daar op verloopen mitsgaders alle het Silverwerk bij Testamente van Susanna van Santschel aan de kind off kinderen van Jochem van Santschel alle mede respectivelijk breeder bij de neevenstande req.te gementioneert authoriseert en qualificeert wijders de Supplte. omme het voorn: Silverwerk mitsgaders de gemelte Obligatie van drij Hondert Guld: Capp: te moogen verkoopen die aan den Cooper te Transporteeren en voor de vrijwaringe te verbinden de persoonen en Goederen van de gemelte Adriana en Hester van Santschel ten eijnde omme uijt de Coopp: te Connen vinden Soo verre het Sal Connen Stukken het Gnt Sij Supplte. aan deselve Adriana en Hester van Santschel aan alimentatie als anders heeft verstrekt.
Actum den 13 Julij 1728 (was get.) R: Nolthenius.”

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Diverina, 7 nov. 1687

b. Diverina van Santschel, 4 mei 1689, trouwde Willem van Driel

Kinderen:

b-1. Jacobus, gedoopt NG Dordrecht 5 mei 1717

b-2. Hendrik, gedoopt NG Dordrecht 11 okt. 1718

c. Maijke van Santschell, 18 juni 1690

ORA Dordrecht inv. 1647, f. 2: op 5 jan. 1717 verkoopt Jacob van Dijck, notaris te Dordrecht, als curator van de boedel van wijlen Willemijna Verrijck, weduwe van Jacobus van Driell, voor 870 gl. aan Marija van Santschell, meerderjarige, ongehuwde persoon, burgeres van Dordrecht, een pakhuis met grutmolen, “onlangs nieuwgemaeckt”, staande in de Borgensstraat tussen het huis van Edwart de Cherff en het pakhuis van Christiaen Loogeman.

ORA Dordrecht inv. 1649, f. 130: op 9 dec. 1721 verkoopt Maria van Santschell, ongehuwde persoon, voor 170 gl. aan Willem van Driel, haar zwager, een huis met een grutmolen daarin, staande in de Botgensstraat tussen het huis van de weduwe D’Cerf en het erf van Cristiaan Lokeman.

d. Jochem van Santschelt, 10 mei 1691, soldaat, overleden in Oost-Indië tussen 1723 en 1728, trouwde 12 mei 1715 Maria de Bond

ORA Dordrecht inv. 1660, f. 123: op 20 mrt. 1753 comp. Hendrika van Driel, meerderjarige ongehuwde persoon, als procuratie hebbende van Willem de Bondt, wonende in het Proveniershuis te Schiedam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris S. Knappert te Schiedam op 30 jan. 1753, en als procuratie hebbende van haar moeder Elisabeth de Bondt, weduwe van Simon van Driel, alsmede Alexander van Ulp en Adriana van Santschel en Hester van Santschel, allen wonende te Dordrecht en samen erfgenamen van Johanna de Bondt, weduwe van Evert Pliers, die in Dordrecht is overleden en Adriaan Verveer, kruidenier te Dordrecht, als man van Cornelia van Poeteren, en Catharina van Poeteren, weduwe van Jan van der Hent, wonende te Dordrecht, als enige erfgenamen ab intestato van Evert Pliers van vaderszijde en nog de twee laatstgenoemden tevens vervangende de erfgenamen van moederszijde van Evert Pliers, Zij verkopen aan Catharina van den Brouck, ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, voor 410 gl. een huis op de Nieuwbrug, staande naast het huis van de weduwe van Pieter Steenwijk.

Kinderen:

d-1. Adriana van Santschelt, 5 aug. 1716

d-2. Hester van Santschelt, 6 febr. 1718

ORA Dordrecht inv. 1669, f. 239v: op 28 okt. 1777 verkopen Anthonij Bax, notaris, en Arnoldus Kolster, eerste klerk ter secretarie, beiden te Dordrecht, als curators van de insolvente boedel van Hester van Zandschel, voor 1620 gl. aan Adrianus van Werkhoven, wonende te Alblasserdam, een huis in de Voorstraat aan de Landzijde omtrent de Kolfstraat, staande tussen het huis van Thomas Walpot en dat van Pieter van Lier.

e. Cornelis, 2 nov. 1695