Bordels

I. Hubrecht (Hubert) Hendriksz. Bordels, geboren ca. 1565, van Roermond (1586), overleden ca. 1640, gezworen wijnroeier te Dordrecht, trouwde 1e NG Dordrecht 26 jan./9 febr. 1586 Ycken Caerle Jansdr., geboren naar schatting ca. 1565, begraven Dordrecht okt. 1618, 2e NG Dordrecht 23 aug. 1626 (ondertrouw; per schrijven van De La Vigne) Catharina Gosewijn, weduwe van Olivier de la Rue

– 8 mei 1603: verklaring door o.a. Huijbert Bordels, 38 jaar oud, ten behoeve van Maerten Maessen, “ackerman” buiten Roermond. (ORA Dordrecht inv. 899)

– 1608 (verponding Dordrecht): Huijbert Bordels betaalt 22 ponden voor zijn huis in de Gravenstraat. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3967, f. 67v)

– 22 okt. 1618: Hubrecht Bordels, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Mariken Jaspers, weduwe van Abraham Baltensz., wonende te Gorinchem, blijkens procuratie gepasseerd voor notaris Jasper Jansz. van Peursum, notaris aldaar, op 25 [sic] okt. 1618, alsmede Anneken Scheij, weduwe van Isaack Baltensz., met haar gekoren voogd, transporteren aan Pieter Aertsz. molenaar een huis achter het Bagijnhof, genaamd “den Grooten Raempt”. Waarborgen: Hubrecht Bordels en Jan van Dongen. (ORA Dordrecht inv. 759, f. 83v)

– 12 dec. 1623: Hubrecht Bordels, koopman te Dordrecht, verkoopt aan de Vaders van het Oude-Mannenhuis te Dordrecht, t.b.v. die Oude Mannen een jaarlijkse losrente van 25 gl., verzekerd op zijn huis in de Gravenstraat, genaamd “de Blauwe Leeuw”, staande tussen het huis van de weduwe van Adriaen Apersz. en dat van Tanneken Mathijs. (ORA Dordrecht inv. 764, f. 89)

– 19 jan. 1627: Catharina Gooswijn, vrouw van Hubrecht Bordels, stelt zich borg voor Jan Blandaeu, burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 766, f. 68)

– 14 jan. 1633: Huijbert Bordels, gezworen wijnroeier te Dordrecht en zijn zoon Christoffel Huijbertsz. Bordels, assistent van zijn vader, leggen een verklaring af. (ONA Dordrecht inv. 80, f. 65)

– 31 mrt. 1634: Hubert Bordels, gezworen wijnroeier te Dordrecht, ongeveer 69 jaar oud, legt een verklaring af. (ONA Dordrecht inv. 58, f. 364v)

– 21 mei 1639: Hubrecht Bordels vermeld als belender van een huis in de Gravenstraat. (ONA Dordrecht inv. 59, f. 932v)

– 27 april 1641: Catharijn Gosuin, laatst weduwe van Hubrecht Bordels, wonende te Dordrecht, ziek te bed liggende, testeert voor notaris D. Eelbo. Zij legateert aan de huisarmen van de Waalse gemeente te Dordrecht een bedrag van 40 gl. (ONA Dordrecht inv. 60, f. 326v)

Kinderen:

a. Carel Bordels, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1587, wijnroeier te Dordrecht, trouwde Anna Bisschops

b. Mattheus Bordels, geboren naar schatting ca. 1590, volgt IIa.

c. Johan Bordels

d. Christoffel Bordels, geboren ca. 1599, volgt IIb

e. Jenneken Bordels, geboren naar schatting ca. 1605, trouwde NG Dordrecht 28 aug. 1639 (zijn derde huwelijk) Bastiaen Aertsz. van Houwelingen, gedoopt NG Dordrecht 5 juni 1580, zoon van Aert Bastiaensz. en Aelken van Beaumont, overleden ca. 1647 [Ons Voorgeslacht 1974, p. 51]

IIa. Mattheus Bordels, geboren naar schatting ca. 1590, wijnkoper te Dordrecht, overleden in 1625, trouwde NG Dordrecht 5 dec. 1617 Grietken van Beaumont, geboren ca. 1595,dochter van Kornelis van Beaumont en Henrica Eemhouts

ORA Dordrecht inv. 1601, f. 134v: op 21 nov. 1625 verkoopt Margrieta van Beaumont, weduwe van Mattheus Bordels, voor 2000 gl. aan Carel Bordels, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van de koper en het huis, genaamd “’t Flesken”.

ORA Dordrecht inv 1621, f. 121v: op 30 april 1667 verkoopt Jaecques Verdonck, als man van Gelijna van der Fles, voor zichzelf en tevens vervangende Joost Outemans, als man van Maria van der Fles, voor 500 gl. aan Margreta van Beaumont, weduwe van Mattheus Bordels, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Jacob Mesch schilder en dat van Isaac de Meijer.

Kind:

a. Cornelis Bordels, gedoopt NG Dordrecht 1619, volgt III

b. Margrieta Bordels, geboren naar schattingca. 1620, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent de Tolbrug (1640), weduwe van Dordrecht wonende bij de Tolbrug (1653),trouwde 1eNG Dordrecht 14/30 okt. 1640 mr. Pieter van de Honaert, van Dordrecht wonende omtrent de Tolbrug (1640), raad in wette van Dordrecht, commies-stapelier, 2e NG Dordrecht 19 okt./4 nov. 1653 Cornelis van Esch, weduwnaar van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven(1653)

ORA Dordrecht inv. 1626, f. 24: op 4 juni 1677 verkoopt Margrieta Bordels, eerst weduwe van mr. Pieter van den Honaert en laatst weduwe van Cornelis van Esch, voor 10.000 gl. aan de kinderen en erfgenamen van dr. Johan de Jongh, lid van de Oudraad van Dordrecht, een huis bij de Beurs op het Marktveld, staande tussen het huis en de brouwerij van Hendrick van den Santheuvel, genaamd “den Orangieboom” en het huis van ds. Johannes Dibbetius, waar uithangt “den Nachtegael”.

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 26v: op 22 juni 1683 verkopen Willem Bollaert, oud-burgemeester en thesaurier van Tholen, en Franciscus Dibbetius, predikant aldaar, als executeurs-testamentair en voogden over de onmondige erfgenamen van Margrita Bordels, laatst weduwe van Cornelis van Eijsen [sic], lid van de Oudraad van Dordrecht, voor 9425 gl. aan Henricus Francken, predikant te Dordrecht, een huis, vanouds genaamd “de Lantscroon”, staande op de Groenmarkt tegenover de Tolbrug tussen het huis van Dudley Irish, Engels koopman, en dat van Abraham Cuijper, als man van de weduwe van Gerardt Vos, alsmede een tuin met twee woningen aan de uitgang op de Varkenmarkt en een erf, dat uitkomt in de Tolbrugstraat, vanouds genaamd “de Coeijstalle”.

kinderen:

b-1. Margareta, aug. 1641

b-2. Sophia, aug. 1642

b-3. Thomas, 23 aug. 1643

b-4. Geertruijt, 1 okt. 1644

IIb. Christoffel (Stoffel) Bordels, geboren ca. 1599, jongman van Dordrecht, wijnkuiper (1631), weduwnaar van Dordrecht wonende in de Visstraat (1637), gezworen wijnroeier te Dordrecht (1641), trouwde 1e NG Dordrecht 13/29 juli 1631 (door schrijven van Den Haag)Janneken Gerritsdr. van Toll, jonge dochter wonende in ‘s-Gravenhage (1631), 2e NG Dordrecht/Zwijndrecht 8/29 nov.1637 Grietje Gillisdr. (Margarita Libert), geboren naar schatting ca. 1615, jonge dochter van Luik wonende in de Visstraat te Dordrecht (1637), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 22 sept. 1679 (een baar voor Margriet Liebert tapster op de Varkenmarkt), trouwde 2e NG Dordrecht/Brandwijk 13/27 juni 1649 (bescheid gegeven om op Brandwijk te mogen trouwen) Joost Dirksz., jongman van Tiel,varend gezel, wonende op de Nieuwe Haven (1649). 3e NG Dordrecht/Westmaas 3/17 juni 1663 Philip de Bonte tegelbakker, weduwnaar van Leiden, wonende op de Riedijk te Dordrecht (1663), die haar heeft verlatenin 1664 of het begin van 1665

Kinderen van Joost Dirksz. en Margarita Gillisdr. Libert (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Dirck, 2 april 1651

b. Jelis (Jillis,Gillis) van Ringen, 22 febr. 1653

– 23 juni 1693: compareert Jan Rens, burger van Dordrecht,echtgenoot van Ida Bordels, universele erfgename van haar enige broer, wijlen Jillis van Ringen. Hij verleent procuratie aan Lambert Vijffhuijsen, procureur bij het Hof van Holland, om voor hem waar te nemen zodanig proces “als hij tegens Adriaen Ooms qualitate qua (sonder nochtans die qualiteijt te advoijeren) is hebbende”. (ONA Dordrecht inv. 382, geen folionrs.)

c. Belia, 31 mrt. 1655

d. Belia, 3 okt. 1661

– 31 okt. 1636: op verzoek van de pachters van de impost en de accijns van de wijnen te Dordrecht leggen Cornelis Daniëlsz., 30 jaar oud en Barent Barentsz. Eemont, 32 jaar oud, beiden deurwaarders van de “gemene middelen” en Christoffel Bordels, gezworen wijnroeier, ongeveer 36 jaar oud, inwoner van Dordrecht, voor schepenen van Dordrecht een verklaring af. Cornelis Daniëlsz. en Christoffel Bordels verklaren, dat zij op 21 okt. 1636 geweest zijn ten huize van Jan Engelsen, waard in “de Rooden Leeuw”, om de wijn, die hij in zijn kelder had, te peilen en dat Bordels daarbij een vaatje Franse wijn, “wesende Cant”, heeft aangetroffen, waarin hij “bij peijlinge bevont te wesen 19 stoopen wijn, hetwelck hij, Cornelis Daniëlsz., sulcx heeft geannoteert ende aengeteijckent.” Zij verklaren voorts, dat Rochus Rochusz. en de rekwiranten de vrouw van Jan Engelsen hebben gevraagd, of zij geen andere wijn meer in huis hadden danhet vaatje, dat door Bordels gepeild was, hetgeen de vrouw ontkend heeft. Samen met Eemont verklaart Bordels verder, dat zij op verzoek van de rekwiranten op 24 okt. d.a.v. weer bij Jan Engelsen zijn geweest en in zijn kelder een vaatje Franse wijn hebben aangetroffen,dat volgens de peiling, die Bordels toen heeft verricht, 29 stopen wijn bevatte. Compareert mede Pieter Pietersz. van Standonck, collecteur van de wijnen te Dordrecht, 35 jaar oud, die verklaart dat op 17 okt. 1636 in het wijnkantoor namens Jan Engelsen een vaatje Franse wijn van 32 1/2 stopen is aangebracht, waarvoor hij een biljet heeft geschreven en die door hem te boek gesteld is. Volgens Van Standonck is er sedertdien dag geen andere wijn meer op naam van Jan Engelsen aangegeven. (ORA Dordrecht inv. 908 geen folionrs.)

– 26 okt. 1639: Christoffel Bordels, ongeveer 40 jaar oud, legt een verklaring af. (ONA Dordrecht inv. 81, f. 387)

– 22 mei 1641: Christoffel Bordels, ongeveer 42 jaar oud, gezworen wijnroeier te Dordrecht, legt op verzoek van de pachters van de impost op wijn te Dordrecht een verklaring af. (ONA Dordrecht inv. 83, f. 42)

– 3 okt. 1643: Cornelis van Beveren ridder, heer van Strevelshoek en West-IJsselmonde, oud-burgemeester van Dordrecht, verkoopt aan Christoffel Bordels wijnroeier een huis en erfop de Nieuwe Haven [Varkenmarkt], genaamd “de Croon”, beginnende voor aan de straat van de Nieuwe Haven en strekkende tot aan het erf van mr. Nicolaes Schavart, staande en gelegen tussen het erf van de koper en het erf of de gang van brouwerij “het Haentie”. Koper is schuldig eem bedrag van 300 gl. In margine: op 15 okt. 1659 compareerde Arijen van den Reijt namens Joost Dircxz., die getrouwd is met de weduwe van Christoffel Bordels en toonde de originele brief, waarbij bleek, dat de schuld volledig was voldaan. (ORA Dordrecht inv. 774, f. 58v e.v.)

– 21 nov. 1646: Jannette du Bois, vrouw van Willem van Meroijen, tevoren weduwe van Gerrit [Goossensz.] van Colster, verkoopt aan Stoffel Bordels een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van kapitein Gerrit van Duijnen en het huis van de weduwe van Jan van Piggelen. Waarborgen: Gijsbert van Dalen en Lambert Lambinon. Koper is schuldig aan verkoopster een bedrag van 2000 g. Borgen: Jan Michielsz. Deijlman brouwer en Jacob de Moor biersteker, beiden burgers van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 775, f. 147)

– 21 juni 1647: Geerardt van Duijnen verklaart aan Christoffel Bordels verhuurd te hebben voor vier achtereenvolgende jaren een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Wouter de Gelder, genaamd “de Zeehond” en het huis genaamd “het Cromhout”, “’t welck in tochte beseten wert bij de weduwe van Frans Rutten”,voor 100 gl. per jaar. (ONA Dordrecht inv. 86, f. 194)

– 26 april 1648: Christoffel Bordels, wijnroeier te Dordrecht, ziek te bed liggende, verklaart te prelegateren aan zijn dochter Ida Bordels, door hem verwekt bij Margarieta Gillisdr.,gezien haar minderjarigheid, een somma van 200 gl. Hij benoemt tot universele erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen zijn kinderen Balthazar en Janneke Bordels, door hem verwekt bij zijn eerste vrouw Janneke Gerritsdr. van Thol, alsmede zijn dochter Ida Bordels en zijn tweede vrouw Margarita Gillisdr. Tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemt hij Gerart van Duijnen en Johan Machielsz. Deijlmans. Hij tekent met “Stoffel Bordels”. (ONA Dordrecht inv. 68, f. 441 en 442)

-3 febr. 1649: “geapprobeert d’acte van schiftinge ende deelinge vande boedel van Christoffel Bordels gedaen bij de weduwe vande voorsz. Bordels ter eenre en Johan Michielsz. Deijlman en Gerrit van Duijnen, de voogden van des voorsz. naergelaeten weeskinderen ter andere zijde, gepasseerd voor de notaris Eelbo” op 3 febr. 1649. (ORA Dordrecht inv. 61, f.4v)

– 10 aug. 1654: compareren voor notaris A. van Neten Joost Dircxsz., tavernier in “de Weijman”, en zijn vrouw Marguarita Gillisdr. Hij benoemt tot erfgenamen zijn vrouw en eventueel na te laten kinderen. Zijbenoemt tot erfgenaam haar voorkind, bij haar verwekt door Christoffel Bordels, haar eventuele kinderen, bij haar te verwekkendoor Joost Dircxsz. en Joost Dircxsz. zelf. Zij benoemen elkaar tot voogden over hun minderjarige efgenamen. Zij tekent met een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 133, f. 377 e.v.)

– 11 febr. 1663: Margrieta Lijbert, weduwe van Joost Dircxsz., waard in de herberg “de Weijman”, verhuurt aan Herman Claesz. van Leijchen voor 16 Vlaamse ponden per jaar een huis genaamd “de Pollepel”, staande op de Varkenmarkt tussen het huis van de heer van Strevelshoek en het huis, genaamd “’t Haantie”. (ONA Dordecht inv. 294, f. 305)

– 25 mei 1663: comp. voor notaris A. Meijnaert Phillips de Bonten, “patteel ende tegelbacker”, burger van Dordrecht en Margareta Libert, weduwe van Joost Dircxsz., om huwelijkse voorwaarden te maken. Er zal geen gemeenschap van goederen zijn. De bruid zal aan de bruidegom na het voltrekken van het huwelijk een somma van 1000 gl. uitkeren en in zijn “coopmanschappe ende neringe” inbrengen. De bruidegom heeft een minderjarige voorzoon, genaamd Daniël de Bonte en zij heeft een minderjarige voorzoon [genaamd Gillis Joosten]. (ONA Dordrecht inv. 247, f. 328 e.v.)

– 24 juni 1663: comp. voor schepenen van Dordrecht Margrieta Gillisdr., weduwe van Joost Dircxen, geassisteerd met haar huidige man Philips Bonte, “ende verclaerde voor de voldoeninge ende uijtreijckinge van de somme van ses hondert Car. guldens tot alimentatie, die sij comparante schuldich ende gehouden is te doen aen haer kint bij den voorsz. haeren man zaliger aen haer verweckt, volgende desselfs testamentaire dispositie, specialijk verbonden te hebben” en ten eerste een huis in de Visstraat, genaamd “den Weijman”, staande tussen het huis van Aelbertus Hoolant en dat van de weduwe van Roelant Scheij en ten tweede een huis op de Nieuwe Haven, staande naast het huis van de heer van Strevelshoek.(ORA Dordrecht inv. 784)

– 16 okt. 1663: comp. voor schepenen van Dordrecht Margrietha Gillisdr. Libert, vrouw van Philip Bonte en laatst weduwe van Joost Dircxsz. Zij verklaart “in dote ende tot sustentement van’t huwelijck bij hare dochter Ida Bordels aengegaen met Aert Heijmansz. van Outheusden den selven haren schoonzone ende dochter te cederen een vrije vischstal, sijnde een van vijftich gelegen op de Groote Vischmarckt … ende dat ten somme van vijffhondert gulden.” (ORA Dordrecht inv. 784, f. 77v)

– 20 okt. 1663: Aert Heijmansz., echtgenoot van Ida Bordels, verklaart dat hij van zijn schoonmoeder Margrieta Libert een visstal te Dordrecht heeft gekocht voor 1000 gl., waarvan reeds is betaald 200 gl. en waarvan hij de rest zal voldoen met jaarlijkse termijnen van 100 gl. (ONA Dordrecht inv. 247, f. 437)

– 30 okt. 1663: comp. voor notaris A. van Neten Marguarita Libert, vrouw van Philip de Bonten, wonende te Dordrecht, gezond van lichaam en geest. Zij legateert aan Maijken Frans, wonende in de Raamstraat, een somma van 50 gl. “ende dat in vergeldinge … van de goede vrientschappen bij de testatrice van de moeder van de voorsz. Maijke Frans genoten”. Zij prelegateert aan haar minderjarige zoon Gillis Joosten, bij haar verwekt door haar inmiddels overleden twee man, Joost Dircxen, de somma van 1100 gl. “zoo tot voldoeninge van zijne vaderlijcke goederen als begrotinge van’t gunt haer dochter Yda Bordels ten tijde haerder houwelijck … genoten heeft.” Zij benoemt tot voogden over haar minderjarige zoon en andere minderjarige erfgenamen Abraham van den Brande, wijnkoper te Dordrecht en Willem Beijen, “Fransoijche” schoolmeester in Mijnsheerenland. Akte door testatrice ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 142, f. 646)

– 21 febr. 1665: Margrieta Libert, vrouw van Phillipus de Bondt, gewezen steen- of tegelbakker te Dordrecht, geeft te kennen, dat haar man haar heeft verlaten en uit Dordrecht is vertrokken. Hij heeft het merendeel van haar meubelen en huisraad met zich meegenomen, niet meer overlatende dan diverse schulden en lasten. De suppliante is te weten gekomen, dat haar man verscheidene van die goederen “frauduleus versteecken ende gebracht heeft onder eenen N. van Beeck” op de Riedijk te Dordrecht om bij gelegenheid die weer tot zich te nemen. De suppliante verzoekt de bestuurders van Dordrecht om aan Gualtherus Walthery, notaris in Dordrecht, toestemming te geven die goederen te verkopen en de kooppenningen daarvan in ontvangst te nemen en om Van Beeck te bevelen de onder hem berustende goederen vrij te geven. Verzoek wordt toegestaan. (ORA Dordrecht inv. 66, f. 43 e.v.)

– 19 dec. 1678: Margarita Liebert, weduwe van Philip de Bont,verhuurt voor 66 gl. per jaar aanLambertus van Bree, meester-kuiper te Dordrecht, het werkhuis, de plaats en de “vuerkamer”, staande en gelegen achter het huis op de Varkenmarkt, waarin zij woont, genaamd “de Landskroon”. (ONA Dordrecht inv. 442, f. 261 e.v.)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

Ex 1:

a. Balthasar Bordels, juni 1632, wijnroeier te Dordrecht, overleden na 15 mrt. 1652

– 15 mrt. 1652: Balthazar Bordels wijnroeier, verklaart, dat zijn [stiefmoeder] Marguarita Gillis, weduwe van Christoffel Bordels wijnroeier. zowel vóór als na het overlijden van zijn vader veel moeite gedaan heeft, opdat “hij comparant de voorsz. wijnroeijeplaetse van de voorsz. zijne vader mochte bediene, ’t welck eijntelijk bij d’selve te wege gebracht is, sulcx dat hij comparant d’selve wijnroeije tegenwoordich is bedienende ende alsoo d’voorsz. zijne vader mede achtergelaten heeft een minderjarige dochter genaempt Ida Borders [sic], bij den selven aen d voorsz. sijne schoonmoeder [= stiefmoeder] verweckt, alsnu out wesende ontrent twaelff jaeren, die welcke alsnoch behoorlijcken opgebracht ende gealimenteert moet werden, welck volgende hij comparant belooft heeft en beloofde mits desen uit te reijcken ende te betalen uit sijne winsten ende verdiensten vande voorsz. wijnroeije aende voorsz. sijne schoonmoeder tot opbrenginge vande voorsz. Ida Bordels” jaarlijks een somma van 40 gl. tot Ida de leeftijd van 20 jaar bereikt heeft. (ONA Dordrecht inv. 64, f. 69)

b. Jannetjen, febr. 1634

c. Ida, okt. 1636, jong overleden

Ex 2:

d. Ida Bordels, gedoopt 1 febr. 1640, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Visstraat (1659), weduwe van Dordrecht wonende in de Visstraat (1685), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 24 juni 1710 (de weduwe van Johannes Rens in het Steegoversloot), trouwde 1e NG Dordrecht/De Lindt 19 okt./2 nov. 1659  (procl. te Gorinchem) Aert Heijmansz. van Oudheusden, jongman van Gorcum en daar wonende (1659), bakker, 2e NG Dordrecht 2/19 dec. 1685 Johannes Rens (Jan Renst), van Dordrecht, factoor wonende tegenover de Munt [in de Voorstraat] (1685), viskoper (1709), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 29 mrt. 1710 (Johannis Rens tegenover de Munt, “tot den 30 voort Weeshuijs”)

– 16 mrt. 1652: compareert voor notaris D. Eelbo Ida Bordels, dochter van wijlen Christoffel Bordels, “out over de twaelf jaren soo zij verclaerde”, gezond van lichaam en geest. Zij benoemt tot erfgenamen haar stiefvader Joost Dircksen en haar moeder Marguarita Gillisdr., hetzij samen of bij vooroverlijden de langstlevende van hen beiden. Zij tekent met haar naam. (ONA Dordrecht inv. 64, f.72)

– 27 juli 1660: compareert voor notaris D. Eelbo Ida Bordels Christoffelsdr., vrouw van Aert Heijmansz. bakker, gezond van lichaam en geest. Zij benoemt als erfgenamen haar eventuele kinderen, of, als zij kinderloos komt te overlijden, haar moeder Marguarita Gillisdr., “ofte bij vooraflijvicheit der selver haere beijde broeders van halve bedde, met namen Dirck ende Gillis Joosten”, of hun nakomelingen. Zij tekent met haar naam. (ONA Dordrecht inv. 66, f. 58 e.v.)

ONA Dordrecht inv. 247, f. 406 e.v., akte dd15 sept. 1663: “Memorie ofte Staedt van de goederen die Aert Heijmansz. [van Oudheusden], getrout hebbende Ida Bordels, van Margareta Lijbert, jegenwoordich huijsvrouwe van Philips de Bonte, bij taxatie aengenomen heeft, breeder gespecificeert op den inventaris ende de taxatie bij Cornelia Fiot en Ariaentgen [sic], geswore uijtdraechsters, van ijder stuck gedaen”:

o.a.:

– 4 schilderijen 3 gl.

– een schilderij van een “schaapshooft” 5 gl.

– een schilderij “sijnde een zeevaert” 4 gl.

– een schilderij “sijnde een roomer”

– een landschap 1 1/2 gl.

– een groot schilderij van het Riedijkshoofd te Dordrecht 12 gl.

– een grote Bijbel 5 gl.

– een kleine Bijbel 4 gl.

– 15 grote en kleine boeken 5 gl.

-3 schilderijen 1 bloemkool en 2 bloempotten 4 gl.

– een schilderij zijnde een kasteel 3 gl.

– een bloempot 6 gl.

– nog een bloempot 6 gl.

– een fruijtagie met een roomer 3 gl.

– een achtkanten schilderijtje 3 gl.

– een landschap met een lamoen 6 gl.

– 2 matten met een schilderijtje 1-4-0

– Aert Heijmansz. heeft aangenomen te betalen voor Philips de Bonte 13-18-0

ONA Dordrecht inv. 50, f. 178: op 6 april 1664 legt Aert Heijmansz., viskoper en waard in “de Weijman” in de Visstraat, 28 jaar oud, ten overstaan van notaris G. de Jager, een verklaring af.

ONA Dordrecht inv. 143, f. 281 e.v.: ten overstaan van notaris A. van Neten testeren op 15 mei 1664 Aert Heijmansz. van Outheusden, tavernier in de herberg “de Weijman” in de Visstraat en zijn vrouw Ida Bordels, hij ziek in bed liggende en zij gezond.

ONA Dordrecht inv. 228, f. 428: op 26 nov. 1664 leggen Aeltgen Thijsdr. Sterck, jonge dochter, 23 jaar oud, Woutertgen Jans, weduwe van Philips Maertens, 32 jaar oud en Abraham van Gelichuijsen “bosmaecker”, 18 jaar oud, op verzoek van Philip Bonte, plateelbakker te Dordrecht, hun buurman, een verklaring af. Zij getuigen “gesien te hebben dat Aert Heijmans van Outheusden, des requirants huijsvrouw behout sone [d.w.z. schoonzoon van Margarita Libert, de vrouw van Philip Bonte], geassisteert met twee a drie vischknechten, sijn vrouwe zuster ende anderen op heden is gecomen voor de deur van derequirant, stellende aldaer groot gewelt met dreijgementen ende anders, soodanich dat den requirant sijn deur moest toe sluijten, helpende eenige van hen getuijgen de requirant vant gewelt verlossen, waer over zij van de voorsz. Aert Heijmans seer hart ende hevich wierden gescholden, die oock den requirant voor een schelm ende anders scholde.”

ONA Dordrecht inv. 233, f. 355 e.v.: op 15 dec. 1672 compareren voor notaris G. de With Cornelis Bordels, wijnroeier te Dordrecht, Jacob Bordels, varend persoon wonende te Gouda, Abraham van Elslandt wijnkoper, als man van IJda Hendricksdr. Bordels, voor zichzelf en namens Aechjen Michiels, weduwe van Huijbert Bordels en Aert Heijmansz. van Outheusden, als man van IJda Stoffelsdr. Bordels, samen eigenaars van een graf, liggende voor de preekstoel in de buik van de Augustijnenkerk te Dordrecht, “tegens of annecx een van de pilaren”, gekomen van Arijen Bransen en laatst gestaan hebbende op naam van Cornelis Bordels. Zij verkopen het graf aan de Augustijnenkerk en verklaren door Alewijn van Halewijn, rentmeester van de kerken in Dordrecht, volledig voldaan te zijn van de koopsom, namelijk 30 gl.

– 23 aug. 1673: compareert voor notaris J. Hellu Ida Bordels, vrouw van Aert Heijmansz. van Outheusden. Zij benoemt haar man tot universeel erfgenaam, op voorwaarde, dat hij na haar overlijden aan elk van hun kinderen bij mondigheid of eerder huwelijk een bedrag van 1000 gl. zal uitkeren, of, ingeval de kinderen voordien komen te overlijden een zelfde bedrag aan haar moeder, Margarita Libert, of bij vooroverlijden van haar moeder aan haar halfbroer Gillis Joosten. Zij benoemt tot voogd over haar minderjarige erfgenamen Johannes Schepens, burger van Dordrecht. Akte door testatrice ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 337)

Acta NG kerkenraad Dordrecht (archief 27, inv. 9, geen folionrs.), 31 juli 1675: “IJda Bordels weerdinne in de Crimpert Salm sal over ergerlijck herberg houden tegen toecomende donderdach voor dese vergaderinge ontboden worden.”

Idem, 2 jan. 1676: “IJda Bordels ingestaen zijnde ende over haer ergerlijck herberg houden aengesproken, heeft aengenomen in’t toecomende ’t selve te sullen naerlaten op welcke belofte ’t gebruijck des H. Avondmaels haer toegestaen is, doch sal haer man Aert Heijmansz. om sijn habituele dronckenschap door den predicant van’t quartier geassisteert met een ouderlingh ’t gebruijck des H. Avondmaels ontseijt worden.”

Idem, 24 mrt. 1678: “Is seeckere clachte in de vergadering ingebracht van het schandaleus huijshouden van seeckere herberch inde Vischstraet, daer de Crimpert Salm uijthancht. Vermits de absentie van de collega Oostrum als predicant vant quartier, is sulckx ad notam genomen en vermits D. Oostrum staende dese vergaderinge noch toequam, welcke ons nader openinge heeft gegeven, en verhaelt, dat de vrou van dat huijs [Ida Bordels] al ontrent de twee jaren van het H. Avontmael was afgehouden en noch derhalven was onder censure, is voor goet ingesien de predicant vant quartier voornoemt te versoecken een wakent ooge te willen houden. Ondertussen heeft de vergaderinge geoordeelt niet ondienstich te sijn, dat de vrou sal alhier ontboden werden.”

– 20 jan. 1681: compareren voor notaris G. de Jager jr. Ida Bordels, weduwe van Aert Heijmansz. van Outheusden, enerzijds, en Carel Borris, burger van Rotterdam, en daar wonende, anderzijds. De eerste comparante heeft voor drie jaren aan de tweede comparant verhuurd een huis te Dordrecht, vanouds genaamd “de Weijman”, staande in de Grootvisstraat, het eerste jaar voor 120 gl. en de laatste twee jaren voor 125 gl. jaarlijks. (ONA Dordrecht inv. 129, f. 6)

– 7 jan. 1688: compareert voor notaris E. Venlo Ida Bordels, tegenwoordig echtgenote van Jan Rens, die verklaart buiten gemeenschap van goederen met hem te zijn getrouwd, en dat tot haar goederen behoort een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Johannes Schepens en haar eigen huis, welk huis zij heeft geërfd van haar vader Stoffel Bordels en dat is belast met een custingbrief van 1100 gl., “per reste van meerder somme”, door Stoffel Bordels verleden t.b.v. Jannette du Bois voor schepenen van Dordrecht op 21 nov. 1646, laatstelijk berustende onder Pieter Hulsthout, inwoner van Dordrecht, met een jaarlijkse interest van 4 1/2 procent. Om haar te vrijen van een half procent interest jaarlijks heeft haar schoonzoon Theunis Dermoeije, getrouwd me haar dochter Metje van Outheusden, bij haar verwekt door haar vorige man Aert van Outheusden, deze custingbrief voor haar aan Hulsthout afgelost en haar bovendien een bedrag van 300 gl. Zij is hem derhalve in totaal een bedrag van 1400 gl. schuldig, welke zij belooft af te lossen met een jaarlijkse interest van 4 procent. Voor de nakoming hiervan verbindt zij de huurpenningen van het voornoemde huis. (ONA Dordrecht inv. 487)

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3984, f. 147, ca. 1693: de weduwe van Aert Heijmansz. betaalt voor haar huizen in de Visstraat resp. 18 st. en 1 gl. 7st. lantaarngeld.

– 23 juni 1693: compareert Jan Rens, burger van Dordrecht,echtgenoot van Ida Bordels, universele erfgename van haar enige broer, wijlen Jillis van Ringen. Hij verleent procuratie aan Lambert Vijffhuijsen, procureur bij het Hof van Holland, om voor hem waar te nemen zodanig proces “als hij tegens Adriaen Ooms qualitate qua (sonder nochtans die qualiteijt te advoijeren) is hebbende”. (ONA Dordrecht inv. 382, geen folionrs.)

ONA Dordrecht inv. 194: op 10 okt. 1696 verleent Beata de Haen, eerst weduwe van Johan van der Neth en later van mr. Sijmon van Leeuwen, aan een niet met naam en toenaam vermelde persoon procuratie om voor schepenen van Dordrecht aan Ida Bordels te transporteren een huis in de Visstraat, genaamd “de Crimpert Salm”, staande naast het huis van de koopster. De koopsom bedroeg 1400 gl., “waer aen de voorsz. coopersse afslach gestreckt heeft, soodanigen schepen schultbrieff als de erfgenamen van Jan Mattheusz. van Beverwijck opt voorsz. huijs ende erfve spreeckende hebben, innehoudende per reste de somme van [bedrag niet vermeld] gulden capitael, dewelcke deselve gehouden is te nemen tot haeren laste.”

ORA Dordrecht inv. 804, f. 132: op 9 sept. 1704 verkopen kapiteins Adriaen en Francois van Wageningen, wonende te Dordrecht, voor zichzelf en als executeurs van het testament van wijlen Helena Bouff, weduwe van Johannes van Wageningen, in zijn leven koster van de Nieuwkerk, mede als procuratie hebbende van Johan van Wageningen, Melsert Hagens, echtgenoot van Christina van Wageningen en Jan Elckes, als man van Adriana van Wageningen, voor 305 gl. contant aan Ida Bordels, vrouw van Jan Rens, een huis in de Heer Heijmansuijssttraat, staande tussen het huis, dat diezelfde dag is getransporteerd aan Jan Nieuburg en het huis van Jan den Romijn.

ONA Dordrecht inv. 670, akte 80, f. 280 e.v.: op 25 nov. 1707 compareren voor notaris B. van Gelsdorp Ida Bordels, vrouw van Jan Rens, enerzijds, en Metje van Outheusden, weduwe van Teunis Dermoeijen, anderzijds, te kennen gevende, dat tussen hen geschil is ontstaan “over eene capitale somme van [1400 gl.], mitsgaders van eene capitale somme van [500 gl.] met de resp. daarop verschenen interessen, alsmede over betalinge, de welke de tweede comparante voor de eerste comparante over bieren als andersints sustineerde te hebben gedaen, belopende in alles tot dato deses de somme van [3492 gl. 15 st.] waarjegens de eerste comparante sustineerde dat over een bedt met sijn toebehooren, mitsgaders twee schilderijen alsmede over betalingen ende leverantie van kaas aen de tweede comparante gedaen, aan voors. somme van [3492 gl. 15 st.] moesten afgetrokken werden de somme van [664 gl. 10 st.] over al ’t welk bereijts judiciële proceduren waren geëntameert, ende geschapen stondt daardoor niet alleen grote kosten ende moeijten te sullen komen, maar ook meerdere verwijderingen resulteren, hetwelk sij comparanten verclaarden tussen hen, wesende moeder ende doghter alsoo niet te behooren”. Door intercessie van mr. Joan Becius, advocaat te Dordrecht, zijn zij overeengekomen, dat de eerste comparante tot “securiteit” van de voldoening van voornoemde bedragen van 1400 gl. en 500 gl. met een jaarlijkse interest van 4 procent ten behoeve van de tweede comparante zal verbinden haartwee huizen, het ene staande in de Visstraat tussen het huis van kapitein Gerrit van Duijnen en dat van de weduwe van Jan van Piggelen, welk huis zij, IdaBordels, heeft geërfd van haar vader Stoffel Bordels, en het andere staande op de Varkenmarkt, voortijds belend door het erf van Cornelis van Beveren, heer van Strevelshoek, aan de ene zijde, en het erf of de gang van brouwerij “’t Haantje”, beide onbelast. De twee comparante belooft daartegen op zich te nemen “de kosten op de voorsz. hypothecatie te vallen”. De eerste comparante verklaart behalve de genoemde bedragen van 1400 en 500 gl. ook aan haar dochter schuldig te zijn een somma 928 gl. 5 st., die zij zal voldoen in termijnen. Akte door beiden ondertekend.

ORA Dordrecht inv. 806, f. 68: op 14 jan. 1708 verklaart Jan Rens, echtgenoot van Ida Bordels, te approberen en te ratificeren het contract, dat is gesloten tussen zijn vrouw en haar dochter Mettie van Outheusden, weduwe van Teunis Dermoeijen, ten overstaan van notaris B. van Gelsdorp te Dordrecht op 25 nov. 1707. Jan Rens en Ida Bordels verklaren “bij dese tot securiteijt van de restitutie van soodanige somme van [1400 gl. en van 500 gl.] als de voorsz. Metje van Outheusden van de voorsz. Ida Bordels uitwijsens den voorsz. contracte is competerende met de intressen daer op te verloopen” speciaal te verbinden haar, tweede comparantes, huizen, het ene staande in de Visstraat, eertijds tussen het huis van kapitein Gerrit van Duijnen en dat van de weduwe van Jan van Piggelen en het andere op de Varkenmarkt, eertijds belend door de huis van Cornelis van Beveren, heer van Strevelshoek aan de ene zijde en de erf of de gang van brouwerij “’t Haentje” aan de andere.

– 11 juli 1709: Jan en Rens en zijn vrouw Ida Bordels stellen zich borg voor Abraham van Oldenzeel, gewezen diaken te Loosduinen, “thans hier ter stede”, resp. hun stiefzoon en zoon. (ONA Dordrecht inv. 714, f. 323 e.v.)

– 16 dec. 1709: Jan Rens, viskoper, en zijn vrouw Ida Bordels verhuren voor 210 gl. per jaar aan Warnard Roos, appeltonder, het huis, waarin zijn vooralsnog wonen, staande in de Voorstraat tegenover de Munt, waar uithangt “de Vergulde Appelton”, strekkende van ’s Herenstraat tot achter op de Appelhaven. (ONA Dordrecht inv. 714, f. 579)

– ORA Dordrecht inv. 808, f. 56v: op 21 mei 1711 compareren voor notaris P. van Son te Dordrecht Metje van Outheusden, laatst weduwe van Theunis Dermoeije, alsmede Heijme van Outheusden, viskoper te Dordrecht, en Jan van Outheusden, kinderen en erfgenamen van Ida Bordels, laatst weduwe van Jan Rens. De twee eerste comparanten verklaren, dat zij aan de derde comparant, Jan van Outheusden, hebben toebedeeld en in volle eigendom overgedragen voor een somma van 250 gl. “derselver gemeen huijs en erve”, staande en gelegen in de Heer Heijmanssuijstraat tussen het huis van Jan Nieuburgh en het huis van Jan den Romijn, strekkende voor uit de straat tot achter tegen de stadsgracht, welk huis door de derde comparant wordt bewoond. Jan zal behalve de 250 gl. “nog daarenboven tot sijnen laste … nemen, alle de onbetaalde lasten desselver huijse, tot meij [1711] …, incluijs de somme van [30 gl. 12 st. 6 penn.] … omme bij de twee eerste comparanten uijt de verdere effecten van de voorsz. hare moeder mede ijder bij de finale schijdinge van de voorsz. boedel soo veele vooruijt getrocken en aaenbedeelt” te worden.

ONA Dordrecht inv. 651, akte 17, f. 51: op 10 april 1714 compareren voor notaris S. de Moraaz Willem Dermoeij, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Jan van Outheusden varend gezel, volgens procuratie gepasseerd op 31 dec. 1712 voor notaris P. van Son te Dordrecht, beiden zoons en mede-erfgenamen van IJda Bordels, laatst weduwe van Jan Rens en verklaren procuratie te verlenen aan Jacob Quintingh, meester zilversmid [te Dordrecht], om te compareren voor schepenen van Dordrecht en aldaar voor 720 gl. te transporteren een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van de weduwe Dorre en dat van [naam niet ingevuld]. Akte door comparanten ondertekend.

ORA Dordrecht inv. 809, f. 97 e.v.: op 12 april 1714 compareren Heijman van Outheusden, Jacob Quinting, meester-zilversmid te Dordrecht, getrouwd met Johanna Margrita Dermoeij, als last en procuratie hebbende van Willem Dermoeij, volgens procuratie gepasseerd voor notaris S. de Moraaz te Dordrecht op 10 april 1714 en procuratie hebbende van Jan van Outheusden, volgens procuratie gepasseerd voor de Dordtse notaris P. van Son op 31 dec. 1712, en Frans Dermoeij en Stoffel Dermoeij, allen kinderen en kleinkinderen van IJda Bordels, in haar leven weduwe van Jan Rens. Comparanten transporteren aan Govert Gravendijk, commandant van de “stads slikschuijten” en viskoper te Dordrecht een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Antonij van Dooren en het huis bewoond door Joghem Vreempt. Gravendijk betaalde voor het huis 720 gl. contant. Hij verkocht het tien jaar later aan de hoedenmaker Matthijs van der Vloet.

Uit het huwelijk van Aert Heijmansz. van Outheusden en Ida Bordels werden zes kinderen geboren, allen Nederduits Gereformeerd gedoopt te Dordrecht:

d-1. Belia, 11 aug. 1660, jong overleden

d-2. Metje van Outheusden, 11 jan. 1662, trouwde Teunis Dermoeijen

d-3. Hester, 4 mei 1664, jong overleden

d-4. Heijmen van Outheusden, 18 nov. 1667, viskoper te Dordrecht

d-5. Abraham van Oldenzeel, geboren naar schatting ca. 1670, jongman van Dordrecht wonende [in de Voorstraat] bij de Munt (1693), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 25 jan./1 febr. 1693 (de bruidegom geassisteerd met Andries Mannes, de bruid met haar moeder) Cornelia Rensen, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Munt (1693)

d-6. Johannes, 18 dec. 1676, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 13 mei 1678 (een kind van Aert Heijmensz. tapper in de Visstraat)

d-7. Johannes (Jan) van Outheusden, 12 april 1679, varend gezel

(zie ook pagina De Crimpert Salm op deze website)

III. Cornelis Bordels, gedoopt NG Dordrecht 1619, jongman van Dordrecht, wonende voor het Bagijnhof, twijnder (1644), trouwde NG Dordrecht 31 juli 1644 (ondertrouw; per schrijven van Schiedam)Judith de Spinooij, jonge dochter van Schiedam en daar wonende (1644)

[Ons Voorgeslacht 1974, p. 48-49]

Kinderen (o.a.):

a. Mattheus Bordels, gedoopt NG Dordrecht 2 nov. 1646, volgt IV

b. Pieter, gedoopt NG Dordrecht 1 juni1652

c. Cornelia, gedoopt NG Dordrecht 16 febr. 1656

d. Hendricksken, gedoopt NG Dordrecht 21 nov. 1657

e. Hendrik Bordels, 1 nov. 1659, trouwde Maeijken Aerts

Kinderen:

e-1. Judik Bordels, gedoopt NG Dordrecht 12 febr. 1685, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Tolbrug (1716), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 20 dec. 1716/5 jan. 1717 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Geertruijt van Bergen en met mondeling consent van zijn vader Jan van Leijden, de bruid met haar broer Cornelis Bordels en volgens schriftelijk consent van haar moeder) Hermanus van Leijden, jongman van Dordrecht wonende bij het Groothoofd (1716)

ORA Dordrecht inv. 1756, f. 23: op 14 nov. 1754 verkoopt Judik Bordels, weduwe van Hermen van Leijen, voor 110 gl. aan Michiel Verheggen, wonende buiten Dordrecht, de beterschap van een huis, staande aan de weg buiten de St. Jorispoort tegenover de blekerij van Adriaan ’t Hooft tussen het huis van Teunis van Heel en dat van Dirk de Kok.

e-2. Cornelis Bordels, geboren naar schatting ca. 1690, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1715), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 27 okt./17 nov. 1715 (de bruidegom geassisteerd met Maeijke Aertse,de vrouw van Jan Kloot, zijn moeder, de bruid met Jenneken Bijlevelt, weduwe van Cornelis Louwen, haar moeder)Catharina Louwen, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort (1715)

Kinderen:

e-2-1. Hendrika, gedoopt NG Dordrecht 16 juni 1716

e-2-2. Maria, gedoopt NG Dordrecht 29 mei 1719

e-2-3. Cornelis Bordels, gedoopt NG Dordrecht 29 nov. 1722, jongman van Dordrecht wonende in de Voorstraat tegenover de Lombardbrug (1754), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 18 april/5 mei 1754 Jacoba van Hoogstraten, jonge dochter van Dordrecht wonende in Kolfstraat (1754)

ORA Dordrecht inv. 1663, f. 5v: op 5 febr. 1760 verkoopt Magteltje Heijmans, weduwe van Gerard van der Mijl, wonende te Dordrecht, voor 300 gl. aan Cornelis Bordels, korenmeter te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen de stadsgracht en het huis van Maria Biertjens.

ORA Dordrecht inv. 1676, f. 239: op 26 april 1792 verkoopt Jacoba van Hoogstraeten, weduwe van Cornelis Bordels, wonende te Dordrecht, voor 875 gl. aan Cornelis Pieterman, wonende te Dordrecht, een huis [op het Bagijnhof] tegenover het Oudevrouwenhuis, staande tussen de brug en het huis van Van Dijk.

Kinderen:

e-2-3-1. Caetje, gedoopt NG Dordrecht 25 sept. 1756

e-2-3-2. Elizabeth, gedoopt NG Dordrecht 18 aug. 1759

e-2-4. Matteus, gedoopt NG Dordrecht 7 aug. 1725

IV. Mattheus Bordels, gedoopt NG Dordrecht 2 nov. 1646, jongman van Dordrecht wonende in de Kolfstraat (1670),weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Gravenstraat (1691), kuiper,wijnroeier te Dordrecht, overleden tussen 5 dec. 1704 en 25 mei 1705, trouwde 1e NG Dordrecht 27 juli 1670 (ondertrouw) Anna Oudlandt, gedoopt NG Dordrecht 19 juni 1651, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Tolbrugstraat Waterzijde (1670), dochter van Steven Jaspersz. (Oudlandt) en Grietje Gillis, 2e NG Dordrecht 10 juni 1691 (ondertrouw) Elisabeth van Drongelen, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Lombardstraat (1691)

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 26v: op 30 april 1675 verkoopt Arien Ariensz. Huijser, burger van Dordrecht, voor 3250 gl. aan Mattheus Bordels, gezworen wijnroeier en burger van Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Leendert van Deijl en dat van Govert Maes.

ORA Dordrecht inv. 1626, f. 124v: op 21 dec. 1678 verkoopt Isaack de Coninck, bankhouder van de Bank van Lening te Dordrecht, als procuratie hebbende van Maria Pots, weduwe van Thomas van de Marck, heer van De Leur en oud-burgemeester van Schoonhoven, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. van de Kervel te Den Haag op 20 dec. 1678, voor 430 gl. 16 st. aan Matheus Bordels, gezworen wijnroeier en burger van Dordrecht, “Seker Erff groot acht hondert vijff en sestigh voeten, in sijn geheel begrip, volgens de metinge bij den Lantmeter van Nispen gedaen, beginnen van ’t erff bij Sr. Jan Prs. Gront gecocht, springende achter het huijs van Govert Maes, tot het huijs van Leendert van Deijl, ter breete van ’t huijs van(de) voors. cooper, en t huijs van Govert Maes, tegens de heijninck van Samuel Thooft, waer van de separatie aen d’eene kant int gemeen met Sr. Jan Prs. Gront, en aen d’ander kant met de wed. Gelsdorp en van Deijl, naer proportie tot gemeene costen sal moeten werden gedaen ende onderhouden (als voors. te extenderen)”.

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 4v: op 1 febr. 1689 verkoopt Jacob de Jongh, als gemachtigde van Steven Jaspersz. Outlandt, voor 1000 gl. aan Mattheus Bordels, gezworen wijnroeier te Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde omtrent de Varkenmarkt, staande tussen het huis van de weduwe van Lambert Bouvij en dat van Jan Sonsieck.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 147v: op 17 okt. 1702 verkoopt Mattheus Bordels, burger van Dordrecht, voor 610 gl. aan Lammert Visser, burger van Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat Waterzijde, staande tussen het huis van de weduwe van Jan Bovij en dat van de weduwe Kempenaar.

Weeskamer Dordrecht inv. 29, f. 249: op 5 dec. 1704 verklaart Mattheus Bordels, gewezen wijnroeier te Dordrecht, tot voogd over zijn minderjarige erfgenamen benoemd te hebben Adolf van der Linden, wijnkoper te Dordrecht. op 25 mei 1705 verklaart Adolf van der Linden de voogdij aanvaard te hebben

Weeskamer Dordrecht inv. 33, f. 85v: op 27 mei 1726 extract ingeschreven van het testament van Elisabeth van Drongelen, weduwe van Mattheus Bordels, dat zij heeft gepasseerd ten overstaan van notaris B. van der Star te Dordrecht op 24 aug. 1720. Zij heeft daarin tot haar universele erfgename benoemt haar nicht Soetje van Wageningen, echtgenote van Francois Beut.

Kinderen (o.a.):

a.Margrieta Bordels, gedoopt NG Dordrecht 4 april 1673,trouwde Jacob Verhoeven

b. Adriana Bordels, gedoopt NG Dordrecht 2 nov. 1676, trouwde Adolf van der Linden Adolfsz. (zie genealogie Van der Linden op deze website)

c. Cornelia Bordels, gedoopt NG Dordrecht 2 okt. 1678, ongehuwd

d. Steven Bordels, gedoopt NG Dordrecht 23 mei 1681, jongman van Dordrecht wonende op de Varkenmarkt (1707), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 7/21 aug. 1707 (de bruid geassisteerd met haar moeder) Catharina Huttenus, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Varkenmarkt (1707)

ORA Dordrecht inv. 1642, f. 74v: op 16 febr. 1708 verkopen Adriana Huttenis, Pieter Kant, als man van Catarina Huttenis, Jan Huttenis en notaris Bartholomeus van Gelsdorp, als procuratie hebbende van Steven Bordels, als man van Catarina Huttenis, en van Ida Huttenis, samen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Catarina Sam, weduwe van Arent Huttenis, voor 1475 gl. aan Michiel Schouhamer een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Tomas Rijkerts en dat van Jan Pop.

ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 19: op 5 april 1712 verkopen Johan van Gelsdorp, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Jan de Ridder, als man van Janetta van Gelsdorp, Gijsbert Schoen, als man van Catarina van Gelsdorp, Bartholomeus van Gelsdorp, notaris te Dordrecht, Jan van Helmont, als man van Ida Huttenus, en Stephanus Bordels, als man van Catharina Huttenus, samen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Eleonora Bartholomeus, weduwe Pieter van Gelsdorp, tevens vervangende Hendrik van Gelsdorp, resp. hun broer en oom, voor 4000 gl. aan Willem Bruijn, suikerraffinadeur te Dordrecht, een huismet wijnkelder op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van de kinderen van de weduwe Van Cittert en het huis van Nicolaes van Amelsdonk.

ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 20: op 5 april 1712 verkopen “Sr. Johan van Gelsdorp Coopman binnen dese Stad als Last en procuratie hebbende van Srs. Jan de Ridder als in huwelijk hebbende Juffr. Jannetta van Gelsdorp, Gijsbert Schoen, in huwelijk hebbende Juffr. Catarina van Gelsdorp, Bartholomeus van Gelsdorp, Notaris en procr. binnen dese Stad, mitsgaders Srs. Jan van Helmont in Huwelijk hebbende Juffr. Ida Huttenus ende Stephanus Bordels in Huwelijk hebbende Juffr. Catharina Huttenus te samen kinderen kitnskinderen en Erfgenamen van wijle Eleonora Bartholomeus in haer leven wed.e wijlen Sr. Pieter van Gelsdorp, vervangende haer sterkmakende en rato Caverende voor Sr. Hendrik van Gelsdorp hare Broeder ende Oom”, voor 1100 gl. aan Fredrik Schoonenburg, “fabrijk” van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van de weduwe Van Cittert en dat van Adolf van der Linden.

ORA Dordrecht inv. 1647, f. 80v: op 2 nov. 1717 verkoopt Dirkie Kruijmers, weduwe van Roelant Rijckenburg, mr. bakker te Dordrecht, voor 775 gl. aan Steven Bordels, burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Bartholomeus Crillaert en het huis van de koper.

ORA Dordrecht inv. 1658, f. 52: op 24 okt. 1748 verklaart Elisabeth Bordels, voor zichzelf en als procuratie hebbende van haar zusters Anna en Warandina Ida Bordels, wonende te Dordrecht, dat zij en haar zusters schuldig zijn aan mr. Johan van Gelsdorp, koopman te Dordrecht, een somma van 1000 gl., verbindende een huis en het daarnaast staande pakhuis aan het einde van de Gravenstraat tegenover de Varkenmarkt, staande tussen het huis van mr. Johan Hendrik de Roo en dat van Adriaan van Dam.

ORA Dordrecht inv. 1671, f. 40v: op 11 mei 1780 verkoopt Herman Hering, apotheker wonende te Dordrecht, als procuratie hebbende van Anna Bordels en Warnardina Ida Bordels, gezusters, beiden bejaard en ongehuwd, wonende te Dordrecht, als enige erfgenamen van hun zuster Elizabeth Bordels, voor 3400 gl. aan Jan Frans de Haas, wonende te Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Roeland Leonard van Dam en dat van de blikslager Van de Weg.

Kinderen (o.a.):

d-1. Elisabeth Bordels, gedoopt NG Dordrecht 29 dec. 1711

d-2. Anna Bordels, gedoopt NG Dordrecht 18 febr. 1714

d-3. Warandina Ida Bordels, gedoopt NG Dordrecht 18 aug. 1719

d-4. Mattheus, gedoopt NG Dordrecht 19 aug. 1722, vermoedelijk jong overleden

d-5. Arent, gedoopt NG Dordrecht 20 april 1725, vermoedelijk jong overleden

e. Cornelis Bordels, gedoopt NG Dordrecht 5 jan. 1687