Willemot (Wilmot)

I. Jan Willemot, geboren naar schatting ca. 1555, koopman te Dordrecht, overleden vóór 8 mei 1614, trouwde naar schatting ca. 1580 Beatricx Dammarij, overleden in of na 1617
– 1606: Jan de Willem Otth [Willemot] betaalt in de verponding 6 gl. voor zijn erf aan de Nieuwe Haven. Belenders: Laurens Lenders, die huurt van Velgracht [Volgraaf], en Ariaen Gillisz. in Hoogstraten. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3966, f. 40v)
– 8 mei 1614: Beatricx D’Amerij, weduwe van Jan Willemot, in zijn leven koopman en burger van Dordrecht, verleent procuratie aan Lambrecht Buijs, koopman en burger van Dordrecht, om voor haar te innen van Willem Bartelsz. “ketelaar”, wonende te Vlissingen, een somma van 91 gl. 17st. wegens de levering van ketelbanden, die omtrent een jaar geleden aan hem, Willem Bartelsz., zijn verkocht en naar Vlissingen zijn vervoerd door schipper Dirck den Fluweelen. (ONA Dordrecht inv. 11, f. 329, notaris P. Eelbo)
– 16 juni 1617: compareert voor notaris P. Eelbo Beatricx Damarij, weduwe van Jan Willemot, in zijn leven koopman, wonende te Dordrecht, ziek te bed liggende, “laquelle … declare … de la pure et libre volonté avoir quitté absolument Jean Willemot, son fils, de la somme de environ sept mille florins, par lui receu, a savoir partie durant de la vie de son feu pere, et la plus grande partie apres le deces decelluy par ladite comparante avecques l’interest de ladite somme desia echeuz et lesquels viendront encore a echoir jusques au trespas de ladite comparante … bien endentu que ledit Jan Willemot … apres le deces de ladite comparante sera tenu et obligé de payer a Guillaume de Neurenburch, son beau frere, la somme de mille florins sans intrests et a Gillis Steens, faiseur de picques, environ huict cens florins, qui luy sont deus, aussi sans aucuns interests, quoy faisant ledit Jan Willemot … demeurera a jamais quite et dechargé de la reste des sept mille florins dessus mentionés et l’interest deceux … declarant a ceste fin avoir remis [a Jean Willemot] … la reste dessusdits sept mille florins et l’interest en pure et absolue donnation entre les vivants ou en forme de legaet … a cause et pour occasion des grandes pertes et mesavontures que son dit filz Jean Willemot a eu au faict de ses trafficques et merchandises, et autres grandes raisons ladite comparante a ce mouvantes”. (ONA Dordrecht inv. 12, f. 71v)
– 24 juni 1617: “comparut pardevant moij Paul Eelbo notaire publicq etc. residant en la ville de Dordrecht … Beatricx Dammarij vefue de feu Jan Wllemot en son vivant marchant demeurant en … Dordrecht gisant au lict malade , mais estant en son bon sens, entendement et memoire … [qui] a faict et ordonné par ce present instrument sa disposition testamentaire … [et] venant a la disposition de [ses] biens declare ladite testatrice comme ainsy soit que par donnation entre les vivants passé pardevant moy, notaire … en date du sixieme jour de ce present mois de junij ella a quitté a son filz Jehan Willemot la somme d’environ sept mille florins monnoye d’Hollande par ledit Willemot recu, partie durant la vie de son feu pere et la reste de ladite testatrice sa mere avecques tout les interests de ladit somme deja eschus et encore a eschoir jusques au trespas de ladite testatrice soubz condition que ledit Willemot sera tenu apres le deces de sadite mere de payer hors desdites sept mille florins … mille florins sans interets a Guillaume de Norenburgh son … [beau] frere et a Gille Steens, faiseur des picques, environ de huict cent desdits florins. Et pour interpretation de ladite donnation declarait ladite testatrice estre son … volonté expresse que touchant les susdits … mille florins que deverait avoir ledit van Neurenburch ledit Willemot sera tenu de donner audit van Neurenburch seulement cincq cents … florins et les autres restants cincq cents florins a Laurens Poisson aussy … [beau] filsz de ladite testatrice sans interest … et touchant la somme de trois mille florins que ledit Poisson at sur interest de ladite testatrice que ledit Poisson sera tenu incontinent apres le deces de ladite testatrice de donner hors desdites trois mille florins a Guillaume de Neurenburch la somme de quinze cents … florins par ainsy ledit van Neurenburch et Poisson aivront chascun deulx mille florins pour leur part avecques quoy ladite testatrice entendt et veult expressement pour certaines raysons et considerations elle a ce movants que ledit van Neurenburch et Poisson seront egalles alencontre de la susdite donnation par elle faict a Jehan Willemot son filz, ledit Willemot estant icy present acceptant … ce qui dessus est ordonné … Declarant en outre ladite testatrice que apres son trepas [ses] deulx filles Marie et Margarite femmes dedits van Nurenbeurch et Poisson auront e[n]tre eulx deulx toute les acoutrements et linge apartenant au corps et dos de ladite testatrice et alencontre dequoy ledit Jan Willemot at eu tout les accoutrements et linge de son feu pere. Et touchant les autres biens tant maisons, meubles, argent, monnoye ou non, et autres biens nul de reservés, veult ladite testatrice que ledit Jehan, Marie et Margarite ou leur hoirs partiront amiablement par egalle portion … Passé en … Dordrecht au logis de ladite testatrice en presence de Hans Calix marchant et Daniël Pauli … demeurants en Dordrecht, [comme] temoins”. (ONA Dordrecht inv. 12, f. 80 e.v.)
– 14 juli 1618: overeenkomst tussen Laurens Poijsson, als man van Margareta Wilmot, Jan Wilmot de jonge, en Guilliam van Norenborch, als man van Maria Wilmot, kinderen en erfgenamen van Jan Wilmot de oude zaliger, betreffende de eigendom van een huis op de Nieuwe Haven aan de kade, met het pakhuis daarnaast, uitkomende in de Hoge Nieuwstraat, alsmede van een huis en het erf, dat tussen beide voornoemde huizen ligt. Jan Wilmot zal behouden het huis en erf op de Nieuwe Haven, zoals het staat en ligt tot aan de eerstdaags op te richten heining tussen beide huizen, belend door ’s herenstraat aan de ene en het huis van Boudewijn Pietersz. van Duijnen aan de andere zijde. Aan Laurens Poijsson en Guilliam van Norenborch is toebedeeld een huis in de Hoge Nieuwstraat, staande tussen ’s herenstraat en het huis van de erfgenamen van Geerit Houben. (ORA Dordrecht inv. 759, f. 58v)
– 1619: de erfgenamen van Jan Willemot betalen in de verponding voor hun huis aan de Nieuwe Haven 9 gl. Belenders: Pijeron Lambijnon en Jacob Rose van Aecken. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968, f. 43v)
– 29 sept. 1621: Guillaume de Neurenburch koopman, als echtgenoot van Marie, dochter van wijlen Jehan Willemot de oude, Laurens Poisson [Posson], als man van Margarite, dochter van wijlen Jehan Willemot de oude, en Elisabeth Donneau, weduwe van Jean Willemot de jonge, allen erfgenamen van Jean Willemot de oude, wonende te Dordrecht, verklaren, dat Cateline Barbanoij ongeveer 40 jaar lang in het huis van Jean Willemot de oude heeft gewoond, en dat zij op die dag “ont faict general compte et liquidation par ensemble avecque ladite Cateline Barbanoij de tout de quy est passé durant ledit temps ente ledit feu Jean Willemot lainé tant du service faict par ladite Cateline, despens de bouche, que autrement rien de reserve.” Weshalve zij aan haar schuldig zijn een bedrag van 200 gl. Hollands geld. (ONA Dordrecht inv. 13, f. 136v, notaris P. Eelbo)
Kinderen (volgorde onzeker):
a. Jan Willemot, geboren naar schatting ca. 1585, volgt II
b. Marie Willemot, gedoopt Waals Geref. Dordrecht 11 mrt. 1587 (getuigen: Coune de Norenbergh, Marie de Norenbergh), trouwde vóór 24 febr. 1613 Willem (Guillaume) Coenen van Neurenburch, geboren te Namen (naar schatting ca. 1580), koopman in gehouwen steen te Dordrecht, overleden Dordrecht 4 juni 1641
c. Margarite Willemot, trouwde in of vóór 1617 Laurens Poisson, weduwnaar van Luik (1629), trouwde 2e 23 okt. 1629 Janneke Berend Berendsdr., trouwde 1e 30 dec. 1613 Aert Jansz. Vogel, naaldenmaker
II. Jan Willemot, geboren naar schatting ca. 1585, koopman te Dordrecht, overleden ca. 1620 (tussen 26 juni 1619 en 12 juni 1620), trouwde vóór 5 mei 1613 Elisabeth Donneau (Donnaij, Domaij), overleden in of na 1652, trouwde 2e Waals Geref. Dordrecht 9 mrt. 1625 Piron de Sompre, korporaal op de Generaliteitsbrug (vermeld 1625), Maasschipper
– 20 nov. 1615: Boudewijn Pietersz. van Duijnen, burger van Dordrecht, verleent procuratie aan Corstiaen Coenraetsz. wijnkuiper en aan zijn, comparants, vrouw Dorete Fijten van Neren, om te verkopen, transporteren, met een hypotheek te belasten etc. zeker huis, genaamd “de Jongen Nachtegael”, staande op de Nieuwe Haven tussen het huis van Jan Willemot en dat van Lens Hermansz. Maasschipper. (ONA Dordrecht inv. 11, f. 613v, notaris P. Eelbo)
– 24 juni 1617: “comparut pardevant moy, Paul Eelbo …, Jehan Willemot marchant demeurant en [Dordrecht] … disant que sa mere Beatricx Dammerij par certain contract de donnation entre vifs passé pardevant moy en date [16 juni 1617] a quitté audit comparant la somme de environ cincq mille florins en recompense dequoy ledit comparant a declaré … de donner … a sadite mere tant que elle sera vivant la somme de septante florins … et pardessus cela promet payer … tout les interests a Gille Steens faiseur de picques ou ayant cause les huict cents florins … que ledit comparant luy doit en vertu de ladite donnation et ce jusques a ce quil aurai satisfaits lesdits huict cent florins”. (ONA Dordrecht inv. 12, f. 82)
– 31 aug. 1618: Johan Willem Oth, koopman en burger van Dordrecht, verkoopt aan Jaecques Lesvecq, koopman en burger van Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 62 gl., gehypothekeerd op een huis en “logie”, staande op de Nieuwe Haven tussen het huis van Boudewijn Pietersz. en dat van Piron Lambinon. (ORA Dordrecht inv. 1595 (nieuw), f. 67v)
– 26 juni 1619: compareren voor notaris P. Eelbo Jean Willemot en Jean Willemsz., beiden “van competenten ouderdom”, kooplieden en burgers van Dordrecht, die op verzoek van Hendrick de Four, kleermaker van Luik, verklaren, dat zij Hendrick al lange tijd kennen “ende dat hij is een man met eeren staende ter goede name ende fame ende dat hij hem althoos tot Luijdick [Luik] wel ende eerlijk heeft gedragen”. Beiden tekenen met hun naam. (ONA Dordrecht inv. 12, f. 443)
– 12 juni 1620: notaris Paulus Eelbo vervoegt zich op verzoek van Guillame van Neurenburch, koopman te Dordrecht, bij diens broer Coenraet van Neurenburch, en vraagt hem, of het niet waar is, dat op verzoek van Coenraet en door bemiddeling van Mathijs de Lairesse de voornoemde gebroeders een dag eerder zijn samengekomen in de herberg “Luijdick” op het Nieuwe Werck te Dordrecht, in gezelschap van Mathijs de Lairesse, Piron Lambinon, Franchois de Meijer en Laurens Poisson, om daar “int vrindelijcke te accorderen belangende de differentie van sekere somme van penningen die den voorsz. Coenraet op sijnen voorn. broeder Guillame was pretenderende beroerende seker huijs gestaen opt … Nieu Werck”, dat nu toebehoort aan Laurens Poisson en lange tijd geleden door Coenraet aan Guillame is verkocht. De notaris vraagt Coenraet, of hij zijn broer toen “met veel onredelijcke woorden ende redenen … niet bejegent heeft … seggende onder andere dat zijn broeders Pieter en … Guillame eer dieven waren … ende dien volgende … Coenraets eere ende fame gestolen hadden omme redenen dat sijlieden geseijt hadden dat [hij] … henlieden wel vier duijsent Ca. guls. schuldich was als mede dat wijlen Jan Willemot za. een oirsaecke was van sijn verderff vermits hij den voorsz. Guillame jegens hem Coenraet op geruijt hadde ende datmen … Willemot wel gekent hadde, dat hij boefken plach te heeten ende dat Wijnant Jansz. wel wat van hem wist, daer bij voegende dat hij eens ofte twee mael geheel cael daer uijt was geweest”. Notaris Eelbo vraagt Coenraet vervolgens, of hij al datgeen voorschreven is “staande wilde houden”. Coenraet antwoordt daarop, dat “hij niet wiste tgeene vooren verhaelt staet gesegt te hebben vermits hij wat gedroncken hadde, ende in collere was doentertijt ende bijaldien hij sulcx geseijt hadde dat het hem leet was”. (ONA Dordrecht inv. 12, f. 587 e.v.)
– 5 aug. 1622 (deze akte is doorgehaald en kennelijk niet afgemaakt): ten overstaan van notaris P. Eelbo verklaren Franchoijs Everts en Anthoine Geritsz. Schut, burgers van Dordrecht, op verzoek van Elisabet Donnaij, weduwe van Jan Willemot, burger van Dordrecht, dat Jan Willemot in zijn leven gildebroeder [sic] was. (ONA Dordrecht inv. 13, f. 214v)
– 9 nov. 1622: Elisabeth Donnaij, weduwe van Jan Willemot, wonende te Dordrecht, verleent procuratie ad lites aan Anthoine Mibaiste en Pierre Mibaiste, zijn zoon, wonende in Den Haag, om voor haar waar te nemen het proces contra de magistraat van de stad Luik en de “Conseil Privé” van de prins[-bisschop] van Luik, hangende voor de Staten Generaal der Verenigde Provinciën , “touchant les afronts, extersions et schandales que lesdits Magistrat et Conseil Privé … ont faict au susdit mary de ladite comparante”. (ONA Dordrecht inv. 13, f. 334, notaris P. Eelbo)
– 6 febr. 1624: Elisabeth Donnaij, weduwe van Jan Willemot, “openbare coopvrouwe”, wonende te Dordrecht, verklaart schuldig te zijn aan Guillaume le Chastelijn, koopman te Sedan, een somma van 563 gl. Hollands geld wegens leverantie van hout, door haar man van Le Chasteleijn gekocht, met een jaarlijkse interest van “de penning XVI” [6,25 %]. (ONA Dordrecht inv. 14, f. 26 e.v., notaris P. Eelbo)
– 6 febr. 1624: Elisabeth Donnaij, weduwe van Jan Willemot, verklaart schuldig te zijn aan Guillaume le Chasteleijn, koopman te Sedan, een bedrag van 218 gl. wegens leverantie van “roode heije”, die zij via Jaques Lamet ontvangen heeft. (ONA Dordrecht inv. 14, f. 27 e.v., notaris P. Eelbo)
– 22 april 1625: Piron Sompre, tegenwoordig korporaal op de Generaliteitsbrug, als man van Elisabeth Donneau, die eerder gehuwd was met wijlen Jan Willemot de jonge, wonende te Dordrecht, verleent procuratie aan zijn vrouw om te compareren voor weesmeesters van Dordrecht en daar vertichting te passeren nopende de alimentatie van zijn vrouws drie onmondige voorkinderen, bij haar verwekt door Jan Willemot de jonge, alsmede haar kinderen wegens hun vaderlijke goederen te “bewijsen” onder hen allen eens de somma van 800 gl., uit te keren op het moment, waarop zij mondig worden of wanneer zij gaan trouwen. Voor de nakoming hiervan verbindt de comparant een huis en een pakhuis, staande op de Nieuwe Haven tussen het huis van Phlips Moens en ’s herenstraat. Hij tekent met een merkje. (ONA Dordrecht inv. 55, f. 160v, notaris D. Eelbo)
– 29 april 1625: overeenkomst tussen Elizabeth Donneau, weduwe van Jan Willemot, thans echtgenote van Piron Sompers, korporaal op de Generaliteitsbrug, en Maria Willemot, de vrouw van Guillaume Norenburgh, en Margaretha Willemot, de vrouw van Laurens Posson, als tantes van vaderszijde van de drie nagelaten kinderen van Jan Willemot, verwekt bij voornoemde Elijsabeth Donneau, genaamd Gillis, 11 jaar oud, Willem, ongeveer 9 jaar oud, en Lijsbeth Willemot, ongeveer 7 jaar. De weduwe zal alle goederen, die Jan Willemot de jonge heeft nagelaten, behouden en belooft haar kinderen bij het bereiken van hun mondigheid een bedrag van 266 gl. uit te keren. Voor de nakoming hiervan verbindt zij een huis op de Nieuwe Haven, staande tussen het huis van Philips Moons en ’s herenstraat. (Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 28)
– 22 juni 1632: Lambert Lambinon, koopman en burger van Dordrecht, ongeveer 34 jaar oud, verklaart op verzoek van Piron Somprez, Maasschipper, dat hij, deposant, bij overslag bevonden heeft, dat de aluin, die Piron aan hem in januari 1632 “in stucken” geleverd heeft, niet meer woog dan 10.833 Luikse ponden. (ONA Dordrecht inv. 57, f. 761, notaris D. Eelbo)
– 1633: Dirck Willemsz. zeilmaker huurt van de weduwe van Jan Wilmot een huis aan de Nieuwe Haven en betaalt daarvoor in de verponding 9 gl. Belenders: Pieron Lambinon en Phillips Moens. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3971, f. 50v)
– 19 nov. 1636: Elisabeth Donneau, de vrouw van Piron Sompre, Maasschipper, wonende te Dordrecht, verklaart, dat zij in mindering van een somma van 330 gl., welke zij schuldig is aan Maria Beijen, weduwe van Jan Pisset, wonende te Rotterdam, aan Maria Beijen overgedragen heeft de jaarlijkse huurpenningen van haar pakhuis, staande naast haar huis op de Nieuwe Haven, welk pakhuis thans verhuurd is aan Arnoult [de] Moor voor 48 gl. per jaar. (ONA Dordrecht inv. 59, f. 344, notaris D. Eelbo)
– 5 juni 1652: Piron de Sompre, burger van Dordrecht, als man van Elijsabeth Donnaij, eerder weduwe van Jan Willemot, en Willem Willemot, burger van Leiden, voor zichzelf en vervangende zijn broer Gillis Willemot, die in Zweden verblijft, tevens voor zijn zwager Abdius Mollinen, als man van Elijsabeth Willemot, samen kinderen en erfgenamen van Jan Willemot, verwekt bij Elijsabeth Donnaij, verkopen aan Matthijs Buddin de Want een huis en pakhuis op de Nieuwe Haven, waar uithangt “de Stadt Luijck”, staande tussen Jacob Moens en de steeg of straat [vermoedelijk het Venloostraatje], gaande voor de haven naar de Hoge Nieuwstraat, strekkende voor van de haven af tot achter aan het huis, dat toebehoort aan Anna Libert, weduwe van Jan Hardij. Waarborg: Willem Willemot. Johan Norenburch, raad in wette, stelt zich borg voor Willem Willemot, indien deze niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. (ORA 778, f. 115 e.v.)
Kinderen:
a. Jan Willemot, gedoopt Waals Geref. Dordrecht 5 mei 1613, jong overleden (vóór 22 april 1625)
b. Gillis Willemot, geboren ca. 1614, verbleef in 1652 in Zweden
c. Willem Willemot, geboren ca, 1616, volgt III
d. Elisabeth Willemot, gedoopt NG Dordrecht april 1618, jonge dochter geboren te Dordrecht (1649), trouwde Waals Geref./NG Dordrecht 19 juni/6 juli 1649 Abdius Mollinen (Moline), jongman geboren te St. Lambert, lakenkoper (1649)
III. Willem Jansz. Willemot (Wymot) sr., geboren ca. 1616, jongman van Dordrecht, wonende op het Rapenburg te Leiden (1642), blauwsteenkoper, steenhouwer, weduwnaar (1645), trouwde 1e Leiden 24 sept. 1642 Petronella Jansdr. van Hoorn, 2e Leiden 9 nov. 1645 Marytgen Jansdr. van Nettesenne, jonge dochter van Amsterdam (1645)
– 3 mei 1642: voor notaris D. Eelbo te Dordrecht compareren Maria Willemot, weduwe van Guilliam van Norenburch, koopvrouw, en haar zoon Johannes van Norenburch *, koopman, beiden wonende te Dordrecht. Zij verlenen procuratie aan Philippus Cornelisz. Achthoven om te compareren voor schepenen van Leiden en hen daar te verbinden als borgen voor een somma van 5575 gl., zijnde de kooppenningen van een huis op het Rapenburg te Leiden, staande op de hoek van de Colfmakersteeg, welke Willem Willemot, mr. steenhouwer te Leiden, als koper van dat huis schuldig is aan de weduwe en erfgenamen van Claes Jansz. van Tethrode, en hen tevens te verbinden als borgen voor de “hooftsomme vandien” [sic; bedrag niet vermeld], welke Willem Willemot schuldig is aan de weduwe en erfgenamen van Arent Fredricxsz. van Haverenberch wegens de koop van een groot leeg erf, gelegen aan de Oude Vest tegenover de Stadstimmerwerf van Leiden. Comparanten tekenen met hun naam (hij met “Jean van Neurenberg”). (ONA Dordrecht inv. 60, f. 567v e.v.)
* 1641: “de heer Johan Norenborgh is int [Metselaars- en Steenhouwers]gilt gekomen van wegen het steenhouwerschap in’t begin van Julius”. (Gildenarchieven Dordrecht inv. 669)
Kind:
a. Willem Willemot jr., gedoopt Leiden 5 juni 1657, steenhouwer te Leiden
(Zie: Ir. J. J. Terwen, Enkele nieuwe gegevens omtrent het Loridanshofje, in Leids Jaarboekje 1955, p. 131 e.v.)