Houbraken

Geraadpleegde literatuur:

Ons Voorgeslacht 2010, p. 499 e.v.

W. Frijhoff e.a. (red.) Geschiedenis van Dordrecht van 1572 tot 1813 (Hilversum 1988)

C.J.P. Lips, Wandelingen door Oud-Dordrecht (Zaltbommel 1974)

I. Jan Cornelisz. Houbraken, vermeld te ‘s-Hertogenbosch in 1561, overleden ca. 1578, trouwde Perina (Peterken) Dirick Leeuwen, mogelijk afkomstig uit Grave, overleden vóór 17 juli 1578

– 3 jan. 1587: Cornelis Dircxsz. spelmaecker, als man van Christina Houbraecken, en Pieter Houbraecken, beiden voor zichzelf en tevens vervangende Joris Houbraecken en Rutger Houbraecken, allen kinderen van wijlen Jan Cornelisz. Houbraecke, verlenen machtiging aan Cornelis Houbraecke Jansz. spelmaecker, hun broer, die in Gorinchem woont, om namens hen te vorderen en te innen alle verlopen interesten, die zij tegoed hebben van de Staten van Brabant over het kwartier van ‘s-Hertogenbosch wegens een losrente van 100 gl. jaarlijks “den penning sestien”, die zij op de Staten van Brabant sprekende hebben. (ORA Dordrecht inv. 717, f. 109v)

Kinderen:

a. Joris Jansz. Houbraken, volgt II

b. Peter Jansz. Houbraken

c. Heijlken Jansdr. Houbraken

d. Christina Houbraecke, trouwde Cornelis Dircxsz. spelmaecker

e. Pieter Houbraecke

f. Rutger Houbraecke

g. Cornelis Houbraecke Jansz., spelmaecker, wonende te Gorinchem (1587)

(Cf. Ons Voorgeslacht 2010, p. 501)

II. Joris Jansz. Houbraken, woonde te Aken en Dordrecht, vermeld te Dordrecht in 1601, woonde naast de kopermolen van Diederick Hoeufft op het Nieuwe Werk te Dordrecht, bezat met Hoeufft een molen buiten de St. Jorispoort, doopsgezind, overleden kort vóór 1 april 1628, trouwde NN (hij was drie maal gehuwd)

– 1606: Joris Houbraecken “in de Lissen” betaalt 12 ponden voor zijn huis in de Voorstraat (tussen Visbrug en Prinsenstraat). Belenders: Andries Matijsz. schoenmaker en de weduwe van Ariaen Back. (Verponding Dordrecht 1606, f. 188v e.v.)

– 10 mei 1609: Dionijs Willemsz., Pieter Fransz. Schoutet en Aert Schut, brouwers te Dordrecht,transporteren aan Dirck Govertsz. molenaar een korenwindmolen, staande buiten de Spuipoort, die zij gekocht hebben van Sacharias Anthonisz. en Nicolaes Maertensz., huistimmerlieden. Waarborg: Adriaen Geeritsz. Hoogeveen. Dirck Govertsz. zal aan genoemde huistimmerlieden de jaarlijkse termijnen van 400 gl. (van een totale somma van2325 gl.) voldoen, die de verkopers aan Sacharias en Nicolaes beloofd hebben.Voor het gevalDirck daarbij in gebreke blijft,stelt Michiel Cotermans brouwer zich borg voor debetaling van die jaarlijkse termijnen. Compareren voorts Joris Houbraecken en Cornelis Cornelisz. bakker, die verklaren, dat indien Cotermans wegens de door hem gepresteerde borgtocht enige schade zal lijden, zij hem daarvan zullen “indemneren”. (ORA Dordrecht inv. 750, f. 76v e.v.)

– 22 juni 1612: Joris Houbraken stelt zich borg voor Gielis Gielisz. koperslager. (ORA Dordrecht inv. 753, f. 78)

– 1614: In een pand aan de Wolwevershaven, thans nr. 44, werd in 1614door Diederick Hoeufft een koperhuis gesticht. “Hoeufft was een van de vele protestantse vluchtelingen uit Limburg. Eerst had hij enkele jaren in Aken vertoefd en daar kennis gemaakt met de inheemse koperindustrie. Toen hij zich later in Dordrecht gevestigd had, richtte hij een fabriek op voor het gieten van koperen voorwerpen en het maken van geslagen koperen huishoudelijke artikelen. Deze fabriek kreeg de naam van “Het Koperhuis”. De stad gaf aan de stichter de grond in eeuwige huur, terwijl de arbeiders, die vrijwel zonder uitzondering uit Aken afkomstig waren, vrijdom van tocht en wacht kregen. Hoeufft werkte een tijdlang met Joris Houbraecken als compagnon, doch de samenwerking vlotte op den duur niet en nadat zij eerst het Koperhuis in tweeën gedeeld hadden, werd later Hoefft weer alleen eigenaar. Zijn erfgenamen verkochten het pand aan Dirck Aeldertsen de Veer, die het fraaie pand liet bouwen, dat [dateert van 1658 en]… wordt toegeschreven aan bouwmeester Pieter Post, die ook het huis “de Onbeschaamde” en misschien ook “het Bever-Schaep” ontwierp. (Lips, o.c., deel I, p. 224-225; zie ook Frijhoff, o.c., p. 42-43)

– 14febr. 1614: zijn aangetekend voor schepenen van Dordrecht Joris Houbraeken weduwnaar van Marijken Lambrechtsdr. geassisteerd met Cornelis Cornelisz. pasteibakker en Tanneken Hendricx jonge dochter geassisteerd met Lijsbet Jansdr. beiden wonende te Dordrecht

– 6 febr. 1615: comp. voor schepenen van Dordrecht Johan Berck, Ridder, eerste raadpensionaris van Dordrecht enerzijds, en Goris Jacobsz., Johan de Loutere, Joris Houbraecke en Diederick Hooft, kooplieden en burgers van Dordrecht, “possesseurs en eerste fondateurs” van een volmolenen korenmolen, “gaande metten watere”, liggende buitendijks in de heerlijkheid Merwede,anderzijds. Berck heeft aan de overige comparanten, “tot commoditeijt” van die molen, verkocht een stuk land, dat zij zullen gebruiken voor het aanleggen van een weg naar de molen. Het land ligt aan de weg “teijnde de sestich roeden der stadt Dordrecht”, beginnende halverwege die weg en strekkende “ter halven bermsloot toe”, bij de dijk tussen het voornoemde land aan de noordzijde, en langs de boomgaard van Giellis van Belle of Pieter Gadvuijt, en voorts achter die boomgaard en de boomgaard van Adriaen van Hoogeveen brouwer, en langs de andere boomgaarden aldaar, liggende aan de zuidwestzijde, ter grootte van 538 roeden, zulks als het door Sijmon Jansz., gezworen landmeter, is afgemeten. (ORA Dordrecht inv. 756, f. 6v e.v.)

– 24 febr. 1617: Diederick Heuft en Joris Houbraecken, kooplieden en burgers van Dordrecht, zijn tot een overeenkomst gekomen aangaande het koperhuis, dat staat op de Nieuwe Haven, “haerluijder tsaemen int gemeen toecomende”. Zij hebben de eigendom van het koperhuis onderling verdeeld, zodat Houbraecken het zuidwestelijke gedeelte in eigendom zal hebben, nl. het nieuwe gebouw, zoals dat “betimmerd” staat op het erf, dat zij, comparanten, van de stad Dordrecht in eeuwige huur hebben aangenomen, zijnde breed van voren aan de havenzijde 3 roeden en achter aan de vest 1 roede. Hij zalvoorts nog in bezit krijgen de helftvan het ovenhuis, staande als voornoemd, ongeveer 21 voeten breed en “diep betimmert” ongeveer 24 voeten, en nog aan de kade omtrent 18 voeten “inde eersten … timmeringe” en diep ongeveer 24 voeten van onderen tot boven. Heuft zal de rest van het voornoemde koperhuis behouden, zoals dat gelegen is in het noordwestelijke deel van het erf, inclusief het werkhuis, strekkende naar achter toe tot aan het ovenhuis, en de helft van dat ovenhuis. De comparanten verklaren tevens, dat zij samen hebben opgericht een kopermolen, die staat buiten de St. Jorispoort van Dordrecht op stadsgrond.Aan de comparanten behoort elk de helft van die kopermolen toe. (ORA Dordrecht inv. 758, f. 17v e.v.)

– 20 okt. 1622: Joris Houbraecken, burger van Dordrecht, verkoopt aan Adriaen Deckers een jaarlijkse losrente van 36 gl., verzekerd op een huis op de nieuw gegraven haven, genaamd “het Coperhuijs”, staande tussen het erf van Dirck Hooft en de stadsvest. (ORA Dordrecht inv. 1599, f. 87v)

– 27 jan. 1624: Joris Houbraecken, burger van Dordrecht, verkoopt voor 1175 gl. contant aanDirck Heuft de helft van “alsulcke huijre vande boesems caijen ende ackertiens als sij saem in huijre hebben van de Stadt Dordrecht tot behouve vande copermolen gaende met den water buijten St. Joris Poorte gelegen in Stadts vesten den welcken sij tsamen daerop gestelt ende gemaeckt hebben met alle de verbeterschap ende timmeragie vande voorsz. Copermolen ende aencleven vandien als mede de buijten gorssen omtrent twee mergen vande Ed. heeren Berck ende Segwaert in eeuwige huijre genoemen behoorende mede tot behouff vande voorsz. Copermeulen”. (ORA Dordrecht inv. 1601, f. 5)

– 1626: Joris Houbraken, op de Kade van het Nieuwe Werk, aangeslagen voor een vermogen van 4000 gl. (1000e penning Dordrecht 1626, f. 51)

– 12 okt. 1632: Jan en Ysaack Houbraecken, erfgenamen “onder benefitie van inventaris” van hun vader zaliger, Joris Houbraecken, verkopen voor 640 gl. aan Dirck Heuft, koopman en burger van Dordrecht, een huis met ovens, staande op het Nieuwe Werk aan de vest tussen het ovenhuis van Heuft en het huis van Jan Jansz. de Haen. (ORA Dordrecht inv. 769, f. 64v)

Kinderen (o.a.):

a. Isaack Jorisz. Houbraken, volgt IIIa

b. Jan Jorisz. Houbraken, volgt IIIb

(Ons Voorgeslacht 2010, p. 502)

c. Catharina Houbraken, geboren te Aken naar schatting ca. 1590, jonge dochter, wonende te Dordrecht(1613),trouwde Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten; de bruidegom geassisteerd met Pieter van Geleijnen, de bruid met haar vader, Joris Houbraken, en Janneken Aerts) 22 okt. 1613 (ondertrouw) Laurens Schijn van Aken, weduwnaar (1613)

IIIa. Isaack Jorisz. Houbraken,geboren te Aken, overleden Dordrecht 4 nov. 1646, trouwde Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 6 april 1628 Elisabeth Stollwerck, geboren te Aken, overleden Dordrecht 19 dec.1642

– ORA Dordrecht inv. 1605, f. 9: op 10 okt. 1631 verkoopt Baerthout Gerritsz., burger van Dordrecht, voor 4200 gl. aan Isaac Houbraken, burger van Dordrecht, een huis [in de Voorstraat] achter het Stadhuis, genaamd “het Vliegende Hart”, staande tussen het huis van de weduwe van Pauwels Arijensz.en dat van Jan Jansz. van Dongen. Waarborg: Steven Aertsz. van Doorn, wijnkoper en burger van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoper een somma van 2200 gl. Borg: Jan Houbraecken, burger van Dordrecht.

– 7 mrt. 1646: Ysaack Houbraecken, burger van Dordrecht, is schuldig aan Jacob Nijessen een somma van 600 gl., verbindende een huis [in de Voorstraat] achter het stadhuis, staande tussen het huis van Samuel Barentsz. van der Heijden en dat van Jan Schoor bakker. Het huis is reeds belast met een hypotheek van 4000 gl. (ORA Dordrecht inv. 775, f. 95v e.v.)

– 16 mrt. 1646: Ysaack Houbraecken is schuldig aan Arijen Jacobs een bedrag van 1200 gl., welke hij belooft aan voornoemde Jan [sic] Jacobs terug te betalen meteen jaarlijkse interest van 5 %, verbindende hetzelfde huis. (ORA Dordrecht inv. 775, f. 96 e.v.)

Kind:

a. Joris Houbraken, geboren naar schatting ca. 1630, jongman van Dordrecht (1650), verkoper van stokvis en haring, koopman wonende op de Nieuwbrug, trouwde 1e Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 30 juni/16 juli 1650 Maria Samuelsdr., jonge dochter van Dordrecht (1650), dochter van Samuel NN en Grietje Hendriksdr. van der Dussen, 2e NG Dubbeldam 4/18 dec. 1667 Hendrickje van Heteren Hendricksdr., van Nijmegen (1667)

Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten): op 30 juni 1650 aangetekend de trouwbeloften tussen Joris Houbraecken jongman van Dordrecht geassisteerd met Trijntgen Jansdr. van Sallem de vrouw van Willem Dircxsz.Vos zijn nicht en Maria Samuelsdr. jonge dochter van Dordrecht geassisteerd met Herman Jansz. Mets haar behuwd oom geassisteerd [sic]met Arent Walen en Cornelis de Jong schepenen, op 16 juli 1650 getrouwd [Zie Ons Voorgeslacht 2010]

– 13 jan. 1656 (acta NG kerkenraad Dordrecht): “Heeft D[ominee] Buijtendijckius, volgens de commissie vande E. Vergadering voor desen Sijn Edelheid gegeven aangaande Jooris Houbrake woonende bij de Nieubrugge, rapport gedaen dat Sijn E. na voorige ondersoeckinge soo van een vroom en onbespraeckt leven, als goede kennisse van de Christelijcke gereformeerde religie, sulcx had bevonden, dat Sijn E. oordeelde, te mogen geadmitteert worden, is daerop selve binnen gestaen, en heeft versocht, eerst te mogen gedoopt, en daerna ten H. Avontmael toegelaten te worden, sijn hem voorgedragen de voorneme hooftstucken der Chr: religie, op welcke na dat hij hadt geantwoort heeft oock beloofte gedaen van een onergerlijck en onbespraeckt leven te sullen leijden, heeft in bedenckinge genomen de plaets en tijt, om met den eersten den H. doop te ontfangen”. (Erfgoedcentrum DiEP, archief 27, inv. 6, f. 261v)

– 6 mrt. 1659: Joris Houbraecken, winkelier en burger van Dordrecht, is schuldig aan Jacob Jansen en diens vrouw Grietgen Hendriksdr. van der Dussen, zijn “behuwde” vader en moeder, een somma van 1200 gl. (ONA Dordrecht inv. 138, f. 152)

– 29 april 1659: Aelbert Cuijp, enige zoon en erfgenaam van wijlen Jacob Cuijp, verkoopt aan Joris Houbraecken, burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwbrug, staande op de hoek van de trap, tussen die trap of steiger en het huis van Goossen de Bruijn. Koper verkoopt aan verkoper een jaarlijkse losrente van 120 gl. (ORA Dordrecht inv. 782, f. 17 e.v.)

– 19 mei 1663: Sijmon Florisz., zandman en burger van Dordrecht, verklaart, dat hij acht dagen tevoren ten huize van Grietgen van der Dussen, tavernierster op de Nieuwbrug, tegen haar gezegd heeft, dat haar dochter Maria Samuels, de vrouw van Joris Houbraecken, “doen sij vrijster was een bastaert kindt soude hebben gehad en daervan inde craem gelegen in ‘s-Gravenhaghe … [maar dat] geschiet te sijn door onerdachtsaemheijt ende in groote dronckenschap niet wetende wat hij geseijt heeft derhalven hem sulcx van herten leet te wesen houdende hij comparant d’voorsz. Maria Samuels voor een eerlijck persoon”. (ONA Dordrecht inv. 142, f. 274)

– 24 april 1668: Joris Houbraecken, winkelier en burger van Dordrecht, verklaart, dat hij op 4 jan. 1668 door het Gerecht van Dordrecht is gecondemneerd omaan Jacob Jansz. Ridder, als man van Grietgen Hendricx van der Dussen, te “namptiëren” een somma 500 gl. Hij verbindt daarvoor een huis op de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Gooswinus de Bruijn en de trap naar de Houtsteiger. (ORA Dordrecht inv. 786, f. 17v e.v.)

– 9 jan. 1674: Govert de With, notaris te Dordrecht, als executeur-testamentair van Grietgen Hendriksdr. van der Dussen, laatst echtgenote van Jacob Jansz. Ridder en als curator van de goederen van Jacob Jansz. Ridder, verkoopt voor 2950 gl. aan Cornelis Gorisz. van der Tuijt, huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis op de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Gosuinus de Bruijn en de trap of gang op de Houtsteiger. De koper mag op de koopsom in mindering brengen een somma van 800 gl., die op het huis gehypthokeerd staat t.b.v. Samuel en Lijsbeth Houbraecken, kleinkinderen van Grietgen Hendiksdr. van der Dussen, alsmede een somma van 500 gl., die Aelbert Cuijp op het huis sprekende heeft. (ONA Dordrecht inv. 214, f. 4)

Kinderen (ex 1):

a-1. Isaack Jorisz. Houbraken, gedoopt NG Dordrecht 7 juli 1651, trouwde Maria Adriaensdr. de Heer

– 27 mrt. 1675: Isaack Houbraken, burger van Dordrecht, wegens zijn blindheid geassisteerd met zijn vrouw, Maria Adriaensdr. de Heer, verkoopt voor 165 gl. aan Adriaen Wijnen, winkelier te Dordrecht, een huisje of achterwoning in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van de verkoper en dat van de erfgenamen van postmeester Slingelant. (ORA Dordrecht inv. 789, f. 20 e.v.)

– 28 april 1693: Isaack Hoebraecken, burger van Dordrecht, is schuldig aan Maria van der Lis een somma van 100 gl., verbindende een huis [in de Doelstraat] bij “de Houthaeck”, staande tussen de Mariënbornstraat en het huis van Adriaen Krijnen. (ORA Dordrecht inv. 1634, f. 20v)

a-2. Samuel Houbraecken

a-3. Lijsbeth Houbraecken

IIIb. Jan Jorisz. Houbraken, koperslager, woonde op de hoek van de Tolbrug aan de Groenmarkt, overleden eind 1636 (aan de pest?), trouwde Geertruyt Jansdr. van Griethuysen

(Ons Voorgeslacht 2010, p. 503)

– 1626: Jan Houbraken, op de Tolbrug, aangeslagen voor een vermogen van 4000 gl. (1000e penning Dordrecht 1626, f. 26v)

– 28 jan. 1628: Gillis Gillisz., koperslager en burger van Dordrecht, verkoopt voor 4000 gl. aan Jan Houbraecken, koperslager en burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Tolbrug, staande tussen het huis van de erfgenamen van Cornelis Jansz. Mesian en de Toblrug, strekkende van voren van de straat tot achter met een kelder aan de bovenkant tot op de haven en aan de onderkant tot aan de zijmuur van het huis van Huijbrecht Aertsz. Waarborg: Jacob de Meijer, zijdenlakenkoper en burger van Dordrecht (ORA Dordrecht inv. 1604, f. 14)

Zoon:

a. Jan Jansz. Houbraken, volgt IV

IV. Jan (Johan) Jansz. Houbraken, geboren naar schatting ca. 1625,lakenstopper te Dordrecht, lidmaat Doopsgezinde gemeente ald. 20 april 1647 (Jan Jansz. Houbraken, de zoon van Geertruijt Houbraken), mogelijk overleden 18 mei 1676 (Kerkboek van de Doopsgezinde gemeente van Dordrecht[DTB 78]), trouwdeUtrecht (nietNG) 7/21 okt. 1648Geertruijt (Truijgien) Aertsdr. Gudde, van Utrecht (1648) [Ons Voorgeslacht 2010, p. 504],overleden 12 okt. 1679 (als”Geertruijt Hoebraecken” ingeschreven in hetdodenregister van de Doopsgezinde gemeente van Dordrecht [DTB 78]), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 16 okt. 1679 (een baar voor de weduwe van Jan Hoebraecke stopper in de Kolfstraat), dochter van Aert Robbrechtsz. Gudde en NN

– 3 juli 1651: Johan Houbraacken, burger van Dordrecht, echtgenoot van Truijgien Aertsdr. Gudde en als zodanig mede-erfgenaam van wijlen Aert Robbrechtsz. Gudde, zijn vrouws vader, verleent procuratie aan Robbrecht van Hoochvelt om in ontvangst te nemen van de erfgenamen van mr. Pieter van Lommel, in zijn leven advocaat in het Hof van Utrecht, zijn (comparants) erfportie, zijnde een vierde deel, in een somma van 400 gl. met de daarop verlopen interesten, die hem toekomt van wege mr. Pieter van Lommel, verzekerd zijnde op een huis, hof en erf, met de drie daartoe behorende kamers, staande en gelegen aan de stadswal van Utrecht omtrent de Springhweg, belend noord Adriaen van Blanckendael, zuid de kinderen van wijlen Aert van Schendel en oost de erfgenamen van wijlen Johan van Dael. Hij tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 117, f. 234 e.v.)

– 2 mei 1656: een kind onder de arm van Jan Hoebraecken in de Kolfstraat (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

– 8 aug. 1656: een kind onder de arm van Johannis Hoetbraecke in de Kolfstraat (idem)

– 3 juli 1692: Johan van der Hoop, notaris te Dordrecht, gemachtigd zijnde tot het verkopen van het huis van Willem van de Voorn, mr. zilversmid te Dordrecht, verkoopt voor730 gl. aan Abraham Vermeulen, burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Francois Mol en dat van Jan Houbraken. (ORA Dordrecht inv. 797, f. 118v e.v.)

Kinderen (volgorde onzeker:)

a. Gertruyd Jansdr. Houbraken,geboren naar schatting ca. 1648,aangenomen tot lidmaat van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht 28 mei 1668 (Geertruijt Jansdr. Hoebraecken jonge dochter “en alsoo sij heel sieck was is’t selve in haeren vaders huijs geschiet”), ongehuwd,overleden Dordrecht 19 juni 1668

b. Annetje Houbraken, geboren naar schatting ca. 1650, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kolfstraat (1674), lidmaat Doopsgezinde gemeente Dordrecht 6 april 1670, trouwde NG Dordrecht 23 dec. 1674 (ondertrouw) Claes Broeksmit, jongman van Dordrecht, twijnder wonende in de Kolfstraat (1674)

c. Aert Houbraken, volgt V

d. Johannes Houbraken

V. Arnold (Aart) Houbraken, geboren Dordrecht 28 mrt. 1660, gedoopt in de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht en als lidmaat aangenomen op30 juni 1680, jongman van Dordrecht wonende op de Varkenmarkt (1685), kunstschilder en schrijver, schildersbiograaf, verhuist in 1709 naar Amsterdam,overleden Amsterdam 14 okt. 1719, begraven ald. (Nieuwe Zijdskapel) 18 okt. 1719,trouwde (ondertrouw)NG Dordrecht 20 mei 1685 (ondertrouw NG Alblasserdam 13 mei 1685 [met attestatie van Dordrecht], getr. NG Alblasserdam 3 juli 1685) Sara Souburgh, gedoopt NG Dordrecht 26 mei 1662, jonge dochter van Dordrecht,wonende op de Boom (1685),begraven Amsterdam (Nieuwe Zijdskapel) 25 okt. 1729,dochter van Jacobus Sasbout Souburgh en Emmerentia van Volsen

Arnold Houbraken, geportretteerd door zijn zoon Jacobus.

– 5 mei 1696: Johannes Laurensz., “goudslager” en burger van Dordrecht, verkoopt voor 300 gl. contant aan Arnoldus Hoebraken, mr. schilder en burger van Dordrecht, een tuin met een huisje daarop, staande en gelegen buiten de St. Jorispoort op de hoek van het eerste paadje aan de linkerkant, tussen de tuin van Pieter Quintingh mr. kleermaker en het genoemde paadje. (ORA Dordrecht inv. 878, f. 24v e.v.)

– 1 dec. 1699: Jacob van Dijck, notaris te Dordrecht, als door het Gerecht van Dordrecht aangestelde curator van de boedel van Jacob Latoer, burger van Dordrecht, volgens “appointement” dd 17 okt. 1699, verkoopt voor 1215 gl. aan Arnoldus [Aert] Houbraken, meester-fijnschilder en burger van Dordrecht, een huis, vanouds genaamd”Maastricht”, staande op de Varkenmarkt tussen het huis van Jacob Jacobsz. en dat van Adriaen van Driel. Het huis heeft aan de achterzijde een vrije uitgang op de Nieuwe Haven omtrent het huis van Ambrosius Wiggers. De kooppenningen “sullen gebragt werden inde consignatie deser Stadt, omme daarvan bij sententie van preferentie en concurrentie te werden gedisponeert”. (ORA Dordrecht inv. 801, f. 127v e.v.)

Arnold Houbraken was van 1699 tot 1709 eigenaar vaneen huis aan de Varkenmarkt, dat in 1663 was gebouwd in opdracht van de koopman Balthasar Latour.

– 26 juni 1703: Arnoldus Hoebraken, schilder en burger van Dordrecht, is schuldig aan Hermanus Groenendaal een somma van 500 gl., verbindende een huis op de Varkenmarkt, staande tussen het huis van Jacob Jacobse en dat van Arie van Driell. (ORA Dordrecht inv. 1640, f. 36 e.v.)

– 27 april 1709: Arnoldus Hoebraken, fijnschilder en burger van Dordrecht, verkoopt voor 1000 gl. contant aan Jacob Jacobsz., een huis, vanouds genaamd “Maastricht”, staande op de Varkenmarkt tussen het huis van de koper en dat van Adriaen van Driel. Het heeft een eigen, vrije uitgang op de Nieuwe Haven omtrent het huis van de erfgenamen van Ambrosius Wiggers. (ORA Dordrecht inv. 807, f. 13)

Houbraken “schilderde kleine genre-achtige, bijbelsche en mythologische voorstellingen, ook maakte hij plafondschilderingen en andere decoraties voor huizen, o.a. voor het Arent Maartenshofje te Dordrecht.” Hij was auteur van “De Groote Schouburgh der Nederlandsche kunstschilders en schilderessen”, in 3 delen, (waarvan één posthuum) uitgegeven te Amsterdam 1718 en 1721. (NNBW, kol. 388-389)

Artemisia herdenkt haar echtgenoot, koning Mausolos van Karië, door A. Houbraken

De roeping van Mattheus, door A. Houbraken

Kinderen (o.a.):

a. Antonina, gedoopt NG Dordrecht 31 mei 1686

b. Geertruijd, gedoopt NG Dordrecht 13 mrt. 1688

c. Jacobus Houbraken, gedoopt NG Dordrecht 17 dec. 1698, volgt VI

VI. Jacobus Houbraken, gedoopt Dordrecht 17 dec.1698, tekenaar/graveur, overleden in Amsterdam op 14 nov.1780, trouwde Amsterdam 21 juni 1733 Christina van Schaak (Ons Voorgeslacht 2010, p. 505)

Zelfportret van Jacobus Houbraken (1770)

Portret van Kenau Simonsdr. Hasselaer, door J. Houbraken