Ravesteijn

I. Jan Jacobsz. van Ravesteijn, trouwde NG Dordrecht 10/25 aug. 1592 Lijsbeth (Elisabeth) Martels Barentsdr., van Roermond (1592)
(Prometheus VI, p. 63)
Kinderen (o.a.):
a. Aert, gedoopt NG Dordrecht juli 1601, volgt II
b. Catelijna van Ravesteijn, gedoopt NG Dordrecht juni 1605, trouwde Maerten Joosten van Duijven
Weeskamer Dordrecht inv. 27, f. 294v: extract uit het testament van Catharina van Ravesteijn, laatst weduwe van Maerten Joosten van Duijven, gepasseerd voor notaris Arent van Neten te Dordrecht op 29 mrt. 1679. Zij heeft tot executeurs-testamentair en tot voogden benoemd mr. Jacob van Ravesteijn advocaat, alsmede Govert de With en Hugo van Dijck, notarissen te Dordrecht, resp. haar neef en behuwd neven.
II. Aernout (Arent, Arnoult) Jansz. van Ravesteijn, gedoopt NG juli 1601, van Dordrecht (1625),stadschoolmeester te Geertruidenberg, wonende ald.,commies van de gemene middelen te Dordrecht, commies van het “comptoir” van de raad en rentmeester-generaal van de Grafelijksheidsdomeinen,overledentussen14 mrt. en 21 mei1680, trouwde NG Dordrecht 14 dec. 1625/13 jan. 1626 Monica Jacobsdr. van der Eijck, geboren naar schatting ca. 1605, van Dordrecht (1625), wonende in de Breestraat

ORA Dordrecht inv. 1616, f. 95: op 11 april 1656 verkoopt Cornelis Embrechtsz., mandenmaker en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Nelleken van de Wiele, aan Arnoult van Ravesteijn, commies van het “comptoir” van de raad en rentmeester-generaal van de Grafelijkheidsdomeinen, een huis [in de Voorstraat]tegenover de Nieuwbrug, staande tussen het Mazelaarsstraatje en het huis van de weduwe van mr. Gerrard van de Thuijnen.

ORA Dordrecht inv. 1619, f. 2: op 7 jan. 1661 verkoopt Cornelis van Slingelant, postmeester en koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van ds. Laurentius Laurentius, predikant te Amsterdam, voor 4000 gl. aan Arnoult van Ravesteijn, commies van de gemene middelen te Dordrecht, een huis achter in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Jan Francken en dat van Willem Jacobsz. timmerman.
RAD, archief 731 (Polder de Lage Nesse), inv. 75: extract uit de rekening over de jaren 1666-1667 van Arnold van Ravesteijn, als rentmeester van de ambachtsheren “buiten noorden”.
ONA Dordrecht inv. 237, f. 39: op 27 jan. 1676 legt op verzoek van de ambachtsheren van de Zwijndrechtse Waard Aernout van Ravesteijn, hun gewezen rentmeester, een verklaring af.
ORA Dordrecht inv. 1627, f. 64v e.v.: op 14 okt. 1679 verkoopt mr. Jacobus van Ravesteijn, advocaat te Dordrecht, als procuratie hebbende van Aernout van Ravesteijn, voor 1000 gl. aan Pieternella van der Hoeve, “bejaerde”, ongehuwde persoon, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Meijnicus Paradijs en dat van Jacobus van der Hoeve.
Weeskamer Dordrecht inv. 27, f. 318: op 21 mei 1680 extract ingeschreven uit het testament van Arnold van Ravesteijn, gepasseerd voor notaris Arent van Neten op 14 mrt. 1680, waarin hij tot voogden over de twee minderjarige kinderen van zijn overleden dochter, Clara van Ravesteijn, heeft aangesteld zijn zoon Jacob van Ravesteijn en zijn schoonzoon Govert de Witt, notaris te Dordrecht. De voogden aanvaarden de voogdijop 21 mei 1680.
ORA Dordrecht inv. 1627, f. 136ve.v.: op 24 aug. 1680: verkopen mr. Jacob van Ravesteijn, advocaat te Dordrecht, Elisabeth van Ravesteijn, de vrouw van schout Cornelis van de Graeff, Govert de Witt, als man van Maria van Ravesteijn, ds. Samuel Staphorstius, predikant te Heerjansdam, als man van Jannetta van Ravesteijn, notaris Hugo van Dijck, als man van Adriana van Ravesteijn, Catharina van Ravesteijn, weduwe van Pieter Hackius, wonende te Leiden, en voornoemde mr. Jacob van Ravesteijn en Govert de Witt, als voogden over de twee minderjarige kinderen van Clara van Ravesteijn, samen tevens vervangende Margarita van Wetten, dochter van Clara van Ravesteijn, allen erfgenamen van Aernout van Ravesteijn, resp. hun vader, behuwd vader en grootvader, voor 4375 gl. aan Yda Aertsdr., weduwe van Johannes van de Schepper, burgeres van Dordrecht, een huis binnen Dordrecht [sic, staande in het Steegoversloot], staande tussen het huis van Hendrick Francken, veertigraad van Dordrecht, en dat van kapitein Johannes Boogaert, met de tuin daarachter liggende “over de gracht”, en de huur ervan voor twintig jaar a 25 gl. per jaar, welke tuin eigendom is van de schutterij.
Kinderen
a. Clara van Ravesteijn, geboren naar schatting ca. 1625, jonge dochter van Geertruidenberg, wonende inhet Steegoversloot(1647), trouwde NG Dordrecht 28 april/14 mei 1647 Nicolaas van Wette, jongman van Dordrecht wonende bij de Roobrug (1647), commissaris van de recherche
ORA Dordrecht inv. 1620, f. 31v: op 8 mei 1663 verkoopt Arnoult van Ravesteijn, als procuratie hebbende van zijn dochter, Clara van Ravesteijn, voor 4200 gl. aan Sijmon van Helft, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Oude Houttuin [Voorstraat], staande tussen brouwerij “het Cruijs” en het huis van de kinderen en erfgenamen van Herman Oom Hermansz.
b. Elisabeth van Ravesteijn. geboren naar schatting ca. 1630, jonge dochter van Dordrecht wonende in hetSteegoversloot (1651),trouwde NG Dordrecht 3/19 sept. 1651 dr. Johannes Gevaerts, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1651), medicinae doctor
ONA Dordrecht inv. 236, f. 297 e.v.: op 12 sept. 1675sluiten Elisabeth van Ravesteijn, weduwe van dr. Johan Gevaerts,en Theodorus Hartcamp (1), “gerenomeert en seer expert constigh schilder” te Dordrecht, een overeenkomst aangaande “d’onderwijsinge, leeringe, en promotie in de schilderconst” aan haar zoon Jacob Gevaerts. Zij zal Hartcamp hiervoor een bedrag van 500 gl. betalen.
ORA Dordrecht inv. 1629, f. 107: op 19 sept. 1684 verkopen notaris Govert de With, daartoe gemachtigd door het Gerecht van Dordrecht, geassisteerd met Arnoldus Gevaerts en Cornelis de Raven, als man van Mondina Gevaerts, voor zichzelf en tevens vervangende hun broer, Jacobus Gevaerts, en Fredrick Hendrick Leembrugge, als man van Adriana Gevaerts, voor 1400 gl. aan Maria en Catharina van Hensboom, “bejaerde”, ongehuwde personen, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Aelbertus Hoogeveen en dat van Pieter de Jongh, welk verkochte huis laatst eigendom was van Elisabeth van Ravesteijn, weduwe van Johannes Gevaerts.
Kinderen:
b-1. Jacob Gevaerts, gedoopt NG Dordrecht 13 mei 1652
b-2. Mondina Gevaerts, trouwde NG Dordrecht 1 juni 1681 Cornelis de Raven
b-3. Arnoldus Gevaerts, gedoopt NG Dordrecht 5 april 1656
b-4. Adriana Gevaerts, trouwde Frederick Hendrik Leembrugge
c. Maria van Ravesteijn, geboren naar schatting ca. 1635, jonge dochter van Geertruidenberg wonende in het Steegoversloot(1658), trouwde NG Dordrecht 30 juni/ 16 juli 1658 Govert de With, jongman van de Dussen wonende in de Nieuwe Breestraat(1658), notaris te Dordrecht
ORA Dordrecht inv. 1634, f. 8 e.v.: op 25 febr. 1693 verkoopt Arnold de With, koopman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn moeder Maria van Ravesteijn, weduwe van Govert de With, notaris te Dordrecht,voor 2000 gl. aan Arent van Zeventer, winkelier en burger van Dordrecht, een huis bij de Nieuwbrug, staande tussen het huis van de weduwe van mr. Jan Bol en de weduwe van Willem van Burick. Waarborg: mr. Jacob van Ravesteijn, advocaat te Dordrecht. De koper is schuldig aan Geertruijt van der Hulck, weduwe van Hendrick Francken, veertigraad van Dordrecht.
d.Jannetta van Ravesteijn, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1636,trouwde vóór 1662 ds. Samuel Staphorstius, predikant te Heerjansdam

e. Adriana van Ravesteijn, gedoopt NG Dordrecht juni 1640, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1660),trouwde NG Dordrecht 2/28 sept.1660 Hugo van Dijck, jongman van Dordrecht wonende in de Kannenkopersbuurt [Voorstraat] (1660)
ORA Dordrecht inv. 1622, f. 137: op 7 dec. 1669 verkoopt Hugo van Dijck, commies “ten comptoire” van de gemene middelen, voor 3350 gl. aan Aelbrecht van Hoogeveen, brouwer te Dordrecht, een huis in het Steegoversloot tegenover de ingang van het Hof, staande tussen het huis van de koper, dat staat op de hoek van de Doelstraat, en het huis van de commies Aernout van Ravesteijn.
f. Jacob van Ravesteijn, gedoopt NG Dordrecht 20 febr. 1642
g. Catharina, gedoopt NG Dordrecht 23 nov. 1643
h. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 26 aug. 1645
i. Christina, gedoopt NG Dordrecht 18 febr. 1647
III. mr. Jacob van Ravesteijn, gedoopt NG Dordrecht 20 febr. 1642, weduwnaar (1709),docotr in de beide rechten, advocaat te Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk)4 sept. 1715 (mr. Jacob van Ravestijn, bij de Beurs, drie koetsen extra) trouwde 1e naar schatting ca. 1670Caatje Jansdr. van den Bos, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 juli 1708 (Katie Jans van den Bos, de vrouw van mr. Jacob van Ravesteijn, in de Marijbonstraat [Mariënbornstraat]), 2e 4 april 1709 (huw. voorwaarden Dordrecht) Elike Diemasz., jonge dochter
ORA Dordrecht inv. 1632, f. 21v: op 24 mei 1689 verkoopt mr. Jacob van Ravesteijn, advocaat voor de Hoven van Justitie, wonende te Dordrecht, voor 3000 gl. aan kapitein Jan van Slingelant, houtkoper en burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Geertruijt van der Hulck, weduwe van Hendrick Francken, en dat van Johannes Melanen
IV. Catrijna van Ravesteijn, geboren naar schatting ca. 1675, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Mariënbornstraat (1699), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 1/15 febr. 1699 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Neeltje Willems, de bruid met haar moeder Caetje Jans) Abraham Fane (Vernee), jongman van Dordrecht wonende in de Vrankenstraat (1699)
Noten:
(1)

Ludowyk, or Caspar Smits, or Smith or Gaspar Smitz (1635 in Zwartewaal – 1707 in Dublin), was a Dutch Golden Age painter.

Biography[edit]

According to Houbraken he was called Ludowyk Smits, nicknamed Hartkamp, and was the teacher of the painters Simon Germyn and Garret Morphy.[1] Smits came to live in Dordrecht for a few years with the organist Joan Kools, whose wife traded in paintings, when he was 40 in 1675.[2] He started by making “penitent Maria Magdalenes“, but made his living primarily by painting fruit and flower still lifes in the manner of Jan Davidsz de Heem and Willem van Aelst.[2] He used cheap paint that faded quickly, and when his customers complained he said that the paint lasted longer than the money that was paid for them.[2]

According to the RKD he was known under the names Lodewyk, Gaspar, and Magdalen Smits, as well as the alias Theodorus Hartkamp.[3] Abraham Bredius found Dordrechtse documents in the archives there to prove that Houbraken’s Ludowyk Smits and Horace Walpole’s Gaspar Smits were the same person [4] He was a member of the Guild of St. Luke in Dublin from 1681 to 1688, and according to Walpole he was active in Ireland until his death in 1707.[3] (Wikipedia)