Van der Neth

I. Wouter Cornelisz. van der Neth, geboren ca. 1563, van Dordrecht (1593), schipper, pachter van de wijnen (ORA Dordrecht inv. 11, f. 275v, akte dd 18 febr. 1614), overleden ca. 1645, trouwde NG Dordrecht 14 febr./14 mrt. 1593 Maricken Coenen, van Dordrecht (1593), trouwde 1e Hendrick Cornelisz.

ONA Dordrecht inv. 8 f. 36: overeenkomst dd 6 okt. 1620 tussen Cornelis Lenertsz., Arien Cornelisz., wonende in Papendrecht, en Wouter Cornelisz. van der Net, enerzijds en Jacob Huijbertsz., Bastiaen Huijbertsz. en Cornelis Cornelisz. Tulijck, anderzijds, betreffende het bevissen van de visserij, die Cornelis Lenertsz. en Jacob Huijbertsz. van de heer van Goudriaan hebben gepacht. Cornelis Lenertsz., Arien Cornelis en Wouter Cornelisz. zullen alle pachten van voornoemde visserij betalen.

ORA Dordrecht inv. 1600, f. 88: op 7 dec. 1623 verkopen de erfgenamen van Grietken Cornelisdr. aan Johan Bom van Cranenburch een huis op de hoek van de Wijnbrug, staande tussen het huis van Wouter Cornelisz. van der Neth en de Wijnbrug.
ONA Dordrecht inv. 55, f. 634: op 6 jan. 1627 testeert Wouter Cornelisz. van der Net, burger van Dordrecht. Hij benoemt tot erfgenamen zijn zoons Cornelis, Coenraet en Gerrart van der Net, alsmede Maijken Jansdr., de dochter van zijn overleden zoon Jan Woutersz. van der Net, door hem verwekt bij Geertruijt Thomasdr., en Hendricxken Hendricksdr., voordochter van zijn overleden vrouw Marijkcen Coenen. Tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemt hij zijn schoonzoon Frans Dircksz. Wijcke en Abraham en Willem Jansz. Palm.
ORA Dordrecht inv. 1602, f. 115v: op 16 nov. 1627 verkoopt Wouter Cornelisz. van der Net, burger van Dordrecht, aan Marijken Pietersdr., weduwe van Jan Huijgen van der Crab, de helft van een huis in de Kolfstraat, staande naast het huis van de weduwe van Jan Fiot. Waarborg: Cornelis Woutersz. van der Net.
ONA Dordrecht inv. 56. f . 304: op 7 jan. 1628 verklaart Wouter Cornelisz. van der Net, burger van Dordrecht, ongeveer 65 jaar oud, op verzoek van de ijzerkopers te Dordrecht, dat de ijzerwaag ald. vanaf 30 mrt. 1616 verpacht is geweest.
ONA Dordrecht 1606, f. 1: op 7 jan. 1634 verkoopt Jan van Slingelant, als mede-erfgenaam van zijn vader, Jan van Slingelant Boudewijnsz, voor 350 gl. aan Wouter Cornelisz. van der Neth drie naast elkaar staande huisjes in de Loverstraat, staande tussen de achtergevel van Digna Mes en de gang van Digna Mes.
Weeskamer Dordrecht inv. 20, f. 285: op 10 jan. 1645 extract in het weesboek ingeschreven van het testament van Wouter Cornelisz. van der Net, gepasseerd op 17 aug. 1644. Hij heeft hij tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemd zijn zoon Cornelis Woutersz. van der Net en zijn “zwager” [schoonzoon] Frans Dircxsz. Wijcken.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Cornelis Woutersz., mrt. 1594, volgt II
b. Coen Woutersz. van der Neth, dec. 1596, weduwnaar van Dordrecht, wijnkoper wonende in de Wijnstraat (1626), koekenbakker (vermeld in 1622), trouwde 1e Aeltgen Maertensdr. van Noorden 2e NG Dordrecht 24 mei/9 juni 1626 Cornelia van de Hoghemors Dircxdr., van Dordrecht, woont in Schiedam bij Dirck Clootwijck (1626), trouwde 2e 1 mei 1649 (huw. voorwaarden) Gosuinus Sprongh
ONA Dordrecht inv. 27, f. 15: op 21 jan. 1622 leggen Henrick Barentsz., blauwverver, 56 jaar oud, Sacharias Anthonisz. Blocq huistimmerman, 46 jaar oud, en Aert Jorisz. metselaar, 40 jaar oud, burgers van Dordrecht, op verzoek van Coenraad Woutersz.van der Neth, koekenbakker wonende te Dordrecht, een verklaring af. Henrick en Sacharias verklaren, dat Willem Ariensz. van der Burch aan Coenraad het huis “de Arcke Noach” voor twee jaar heeft verhuurd, hetgeen door Aert Jorisz. wordt bevestigd.
ONA Dordrecht inv. 55, f. 88v: op 20 dec. 1624 testeren Coenraet Woutersz. van der Net, koopman en burger van Dordrecht, hij gezond, zij ziek in bed liggende. Zij benoemen tot erfgenaam de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn, wanneer de eerststervende komt te overlijden zonder kinderen na te laten, aan diens erfgenamen ab intestato uit te keren een somma van 500 gl.
ORA Dordrecht inv. 1611, f. 96: op 28 febr. 1646 verkopen Dirck van Clootwijck en Frans Dirksz. Wijcke, als procuratie hebbende van Cornelia Dirksdr. Hoogemos, weduwe van Coen Woutersz. van der Neth, voor 2000 gl. aan Geerloff Fransz. van de Merck, burger van Dordrecht een huis omtrent het Groothoofd, staande tussen het “plankier”, genaamd “het Casteel van Heijdelberch” en het huis van Frans Jansz. Boeff.
ONA Dordrecht inv. 69, f. 27: huwelijkse voorwaarden dd 1 mei 1649 tussen Gosuinus Sprongh en Cornelia Dircx, weduwe van Coenraet Woutersz. van der Net.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
b-1. Dirck van der Net, okt. 1626, wijnkoper, trouwde ca. 1648 Jennette van den Bosch
ONA Dordrecht inv. 44, f. 458: op 3 aug. 1648 legt Dirck van der Net, burger van Dordrecht, 25 jaar oud [sic], op verzoek van Henrijck de Haen, als man van Emerentia van der Wijelen, een verklaring af.
ONA Dordrecht inv. 44, f. 547: op 29 okt. 1648 verleent Dirck van der Net, wijnkoper en burger van Dordrecht, als man van Jennette van den Bosch, procuratie aan ds. Cornelis Simonides, predikant in Klundert, om van Nicolaes Henricxsz. van der Stoup, wonende ald., te eisen, dat hij behoorlijke rekening aflegt van de goederen, die Van der Nets vrouw zijn aangekomen bij overlijden van haar vader en grootvader.
b-2. Maiken Coenen (van der Neth), okt. 1628
b-3. Joannes van der Neth, april 1636
ONA Dordrecht inv. 69, f. 304: op 3 sept. 1654 testeren Joannes van der Neth, wonende te Rotterdam, en Maria van der Neth, wonende te Dordrecht, kinderen van Coenraet van der Neth, ongetrouwde personen, maar oud genoeg om hun testament te maken. Zij benoem elkaar tot erfgenaam, op voorwaarde, dat hun moeder Cornelia Dircx Hoogemos haar leven lang het vruchtgebruik van de goederen van de eerststervende van hen beiden, maar ook dat van de langstlevende, zolang die ongetrouwd zal blijven, zal krijgen. Na het overlijden van de eerststervende moet uit zijn of haar goederen een bedrag van 300 gl. gereserveerd worden voor een rouwkleed t.b.v. hun moeder, hun stiefvader Gosuinus Sprongh en de langstlevende van hen beiden.
ONA Dordrecht inv. 135, f. 115: op 2 mei 1656 verklaart Johannes Coenraatsz. van der Net, kruidenier van burger van Rotterdam, dat hij van zijn neef Dirck van der Net ontvangen heeft de goederen, die hij heeft geërfd van zijn grootvader Wouter Cornelisz. van der Net en waarvan Dirck en voor hem zijn vader Cornelis Woutersz. van der Net het beheer gehad hebben.
c. Gerrit Woutersz. van der Neth, mei 1599
d. Jan Woutersz. van der Net, overleden vóór 6 jan. 1627, trouwde Geertruijt Thomasdr.
Kind:
d-1. Marijken Jansdr.
II. Cornelis Woutersz. van der Neth, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1594, van Dordrecht, woonde op de hoek van de Wijnbrug (1616) trouwde NG Dordrecht 24 jan./16 febr. 1616 Aelke Hendrick Barentsdr. de Haen, van Dordrecht, wonende in “den Blauwen Sack” (1616)
ONA Dordrecht inv. 1608, f. 19: op 7 mei 1639 verkopen Barent Henricxsz. de Haen en Cornelis Woutersz. van der Neth, als man van Aeltgen Hendricxsdr. de Haen, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Franchoijs Staesz. van Hoochstraten, als man van Jacobmintgen de Visscher, zijn nicht, samen vervangende Anneken Huijbertsdr. en Gillis van den Bossche, als voogd van de kinderen van Abraham Huijberts, samen erfgenamen van wijlen Henrick Barentsz. en Beatricx Willemsdr. van den Bossche, voor 2200 gl. aan Abraham Back, apotheker en burger van Dordrecht, een huis bij de Wijnbrug, staande tussen het huis van Michiel van Wassenhoven, genaamd “de Gouden Ketting”, en dat van Gerrit Jansz. van Reenen. De koper is schuldig aan Barent Henricxsz. de Haen en Cornelis Woutersz. van der Neth een somma van 1800 gl. Borg: Dirck Sijmonsz. Coppelaer.
ONA Dordrecht inv. 1609, f. 56: op 8 april 1642 verkoopt notaris Johan Schoormans, als curator van de boedel van Geertruijt Jansdr., weduwe van Jan Houbraecken, aan Cornelis Woutersz. van der Neth en Wouter Cornelisz. van der Neth de jonge, burgers van Dordrecht, een huis bij het Marktveld, staande tussen de Tolbrug en het huis van de kinderen van Cornelis Jansz. Mesian. De kopers zijn schuldig aan de verkoper een somma van 1000 gl.
ORA Dordrecht inv. 1611, f. 96v: op 28 mrt. 1646 verkopen Cornelis Woutersz. van der Neth en Wouter Cornelisz. van der Neth, burgers van Dordrecht, voor 3500 gl. aan Jacob Abrahamsz. van Wijngaertstrate, burger van Dordrecht, een huis, staande tussen de Tolbrug en het huis van Cornelis Jansz. Mesian. Waarborg: Barent de Haen, burger van Dordrecht. De koper is schuldig aan Cornelis Woutersz. van der Neth een bedrag van 1000 gl. Borg: Abraham Leendertsz. van Wijngaertstrate, burger van Dordrecht.
ONA Dordrecht inv. 62, f. 445: op 8 mei 1648 testeren Cornelis Woutersz. van der Net, marktschipper van Dordrecht op Gorinchem, en zijn vrouw Aeltgen Hendriksdr. de Haen, hij gezond, zij ziek in bed liggende. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen. De langstlevende zal gehouden zijn hun nog ongetrouwde zoons Dirck en Jan van der Net te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan elk een somma van 1000 gl. uit te keren en een bedrag van 100 gl. voor de “luijrkorf” van hun aanstaande bruiden. Hun zoon Wouter is reeds mondig.
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht)::
a. NN, mei 1616
b. Wouter Cornelisz. van der Neth, jan. 1618, jongman van Dordrecht, wonende bij de Wijnbrug (1637), marktschipper op Gorinchem (ONA Dordrecht inv. 45, f. 291, akte dd 21 juni 1650), trouwde NG Dordrecht 29 mrt./21 april 1637 Helena (Leendertgen) Lenaertsz., jonge dochter van Dordrecht, wonende op de Tolbrug (1637)
ONA Dordrecht inv. 59, f. 621v: op 11 febr. 1638 testeren Wouter Cornelisz. van der Net schipper en zijn vrouw Leendertgen Lenertsdr., burgers van Dordrecht, hij gezond, zij ziek in het kraambed liggende. Zij legateren aan de NG huisarmen van Dordrecht een somma van 25 gl. Tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan onder hen allen een bedrag van 3000 gl. uit te keren, alsmede het geld, dat de opbrengst zal zijn van de verkoop van de kleren van de eerststervende.
ONA Dordrecht inv. 112, f. 25: op 20 jan. 1657 testeert Leendertgen Leendertsdr., weduwe van Wouter Cornelisz. van der Neth, marktschipper van Dordrecht op Gorinchem, ziek in bed liggende. Zij legateert aan Anna en Aeltie Woutersdr., haar minderjarige dochters, elk een somma van 1000 gl., een zilveren sleutel en onderriem, en dat aangezien haar dochter Maria Woutersdr., echtgenote van Jacob Roscam Fredricksz., boven het geld, dat in het testament van haar ouders aan haar gemaakt is, “vvtgeset is met een [bruilofts]feest”, kleren en andere goederen. Zij benoemt tot haar erfgenamen van haar overige na te laten goederen haar drie dochters. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar zwagers Dirck en Johan van der Neth, kooplieden te Dordrecht.
ONA Dordrecht inv. 112, f. 31: op 28 jan. 1657 verkopen Jacob Roscam Fredricksz., als man van Maria Woutersdr. van der Neth, Dirck en Johan van der Neth, beiden kooplieden te Dordrecht, als voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Wouter Cornelisz. van der Neth en Leendertgen Leendertsdr., hun ouders, voor 3000 gl. aan Johannes Corstiaensz. Chijs, burger van Dordrecht, een huis op de Tolbrug, staande tusen het huis van Stoop Adriaensz. [sic] en dat van Huijbrecht Schalck.
ONA Dordrecht inv. 112, f. 293: voorwaarden dd 25 aug. 1657, waarop Jacob Roscam Fredriksz., als man van Maria van der Neth, en Dirck en Jan van der Neth, burgers van Dordrecht, als voogden over de minderjarige kinderen van Wouter Cornelisz. van der Neth en Leendertgen Leendertsdr., hun overleden ouders, willen verkopen een huis bij de Wijnbrug, staamde tussen het huis van Johan van Haarlem en dat van Barent Schunij, met de achterwoning daartoe behorende, een huis in de Breestraat, staande tussen het huis van Maerten Abrahansz. en dat van [NN] van Dijck, alsmede een huis in de Dwarsgang bij de brug, staande achter het huis van Johannes Stabroeck, waar uithangt “Sint Jan”, en naast de gracht.
ONA Dordrecht inv. 112, f. 302: op 1 sept. 1657 verklaren Johan van der Neth, als medevoogd over de minderjarige kinderen van wijlen Wouter Cornelisz. van der Neth en Leendertgen Leendertsdr., en Jacob Roscam, als man van Maria van der Neth, die samen als kinderen en erfgenamen van genoemd echtpaar een derde part van het huis “de Appelkelder”, staande bij de Wijnbrug tussen het huis van Arnoult van der Goes en dat van Pompeus Berck, bezitten, aan Dirck van der Neth, die twee derde parten van genoemd huis bezit, voor 900 gl. het resterende derde part te hebben verkocht.
ONA Dordrecht inv. 112, f. 398: inventaris dd 2 nov. 1657 van de boedel, nagelaten door Wouter Cornelisz. van der Neth en diens vrouw Leendertgen Leendertsdr., bescheven op verzoek van Jan Roscam Fredricksz., Johan van der Neth en Dirck van der Neth, als voogden over de minderjarige kinderen van genoemd echtpaar:
– een groot huis bij de Wijnbrug, aangenomen door Jacob Roscam Fredriksz. voor 4305 gl.
– een huis op de Tolbrug, verkocht aan Johan Chijs, burger van Dordrecht, voor 3000 gl.
– een huis in de Breestraat, verkocht aan Jan Bartholomeusz. van der Schuijr voor 1160 gl.
– een huisje in de Dwarsgang, door de voogden t.b.v. de minderjarige kinderen aangenomen voor 630 gl.
– een derde part in de “Appelkelder”, staande bij de Engelse kerk, 900 gl.
– het aandeel van de boedel in twee huisjes in de Loverstraat, getaxeerd op 225 gl., welke in gemeenschappelijk bezit moeten blijven, aangezien Hendriksken Hendriksdr. [de vrouw van Frans Dirksz. Wijcken] daarvan haar leven lang het vruchtgebruik heeft
– meubels: 2697 gl. 7 st. 8 penn.
– contant geld: 534 gl. 19 st.
– ontvangen uit de nering van de “Appelkelder” na het overlijden van Leendertgen Leendertsdr.:
286 gl.
– ontvangen van Jacob Roscam Fredriksz. wegens het restant van de koopsom van het door hem gekochte schip: 350 gl.
– nog voor de door hem gekochte huisraad: 318 gl.
– met nog enkele overige posten komt het totaal aan baten op 14.349 gl. 14 st.
De lasten bedragen 3360 gl. 15 st. Resteert aan baten 10.988 gl. 19 st.
Daarvan komt aan Anna en Aeltjen van der Neth, de minderjarige kinderen, toe elk de somma van 1500 gl., ter vergelijking van het bedrag, dat Jacob Roscam Fredriksz. en zijn vrouw aan uitzet, bruiloft etc. gekregen hebben. Resteert 7988 gl. 19 st.
Minus het salaris van notaris A. Muijs van Holy, t.w. 37 gl. 16 st. resteert 7951 gl. 3 st. Ieders portie bedraagt ene derde part daarvan, ofwel 2650 gl. 7 st. 10 penn.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
b-1. Maria Woutersdr. van der Neth, geboren naar schatting ca. 1638, trouwde Jacob Roscam Fredricksz., schipper
ONA Dordrecht inv. 112, f. 182: op 24 mei 1657 testeren Jacob Roscam Fredriksz. en zijn vrouw Maria Woutersdr. van der Neth, burgers van Dordrecht, hij gezond, zij ziek in bed liggende. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen. De langstevende zal gehouden zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan onder hen allen een bedrag van 500 gl. uit te keren, alsmede de kleren van de eerststervende, maar niet diens juwelen en kleinodieën, die de langstlevende zal mogen behouden.
ONA Dordrecht inv. 259, f. 153: op 8 dec. 1682 maken Jacob Roscam, schipper en burger van Dordrecht, en zijn vrouw Maria van der Neth, hij ziek, zij gezond, hun testament. Tot hun erfgenaam benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk te onderhouden, die gehouden zal zijn hun kinderen onder hen allen een somma van 11.000 gl. uit te keren. Als hij als eerste komt te overlijden, moet zijn oudste zoon Fredrick Roscam zijn moeder uit zijn erfportie een somma van 10.000 gl. laten behouden, aangezien hij zijn vader zal opvolgen als marktschipper van Dordrecht op Gorinchem en ook in zijn vaders plaats zal hebben het meesterschap in de Munt van Holland te Dordrecht. Zes jaar na het overlijden van zijn vader zal Frederick de plaats van knaap in de Munt van Holland moeten afstaan aan zijn oudste broer en zal de testatrice moeten betalen de kosten van het doen van de meesterproef door haar oudste zoon. Tot voogden stellen zij aan de langstlevende van hen beiden, alsmede Pompejus de Roovere, heer van Hardinxveld.
b-2. Cornelis, jan. 1640
b-3. Anna Woutersdr. van der Neth, 30 mrt. 1643, trouwde Benjamin Morritz.
b-4. Aeltje Woutersdr. van der Neth, 4 okt. 1645 trouwde Pieter Sinjeur, zeilmaker te Rotterdam
ONA Dordrecht inv. 231, f. 452: op 1 mei 1670 verleent Beatrix de Haen, weduwe van Johannes van der Neth, in zijn leven voogd van Aeltgen Woutersdr. van de Neth, thans echtgenote van Pieter Sinjeur, zeilmaker te Rotterdam, procuratie aan Justinus de With, burger van Dordrecht, om voor schepenen van Dordrecht aan Anna Willemsdr. te transporteren een schepenen schuldbrief van 1000 gl.
b-5. Coenraet, juli 1647
c. Dirck van der Neth, okt. 1622
ONA Dordrecht inv. 59, f. 822: testament dd 25 dec. 1638 van Hendrick Barentsz. de Haen, twijnder en burger van Dordrecht, ziek in bed liggende. Hij legateert aan de zoon van zijn dochter, Dirck Cornelisz. van der Net, een twijnmolen met wiel, vormen etc. en legateert aan Willemtgen Abrahamsdr., die bij hem inwoont, een bedrag van 20 gl.
ONA Dordrecht inv. 90, f. 600: op 24 juni 1652 testeert Dirck van der Neth, ongehuwde persoon, burger van Dordrecht, ziek in bed liggende. Hij legateert aan Hendricxken Hendricxdr., zijn tante, 150 gl., aan zijn nichten Angenietgen en Willemijntgen Abrahamsdr. elk een somma van 50 gl., aan Lijsbet Rochus, zijn nicht, 25 gl., aan Beatrix Vissers, zijn nicht, die in Haarlem woont, 25 gl., aan de kinderen van Jacobmijntgen Jansdr. 25 gl., aan Grietgen Jacobs, de vrouw van Jan Woutersz., 100 gl. met een gouden kettinkje, aan Aeltgen Thijssen, de vrouw van Jacob Hendricxsz. van Stabroeck, 50 gl. en aan Grietgen Jansdr., zijn dienstmaagd, 100 gl. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij de kinderen van zijn broer Wouter Cornelisz. van der Neth voor de ene helft en de kinderen van Johannes van der Neth, zijn broer, voor de andere helft, op voorwaarde, dat zijn broer Wouter en diens vrouw Leendertgen Leendertsdr. of de langstlevende van hen beiden, alsmede zijn broer Johannes en zijn vrouw Beatrix de Haen of de langstlevende van hen beiden van hetgeen hun kinderen van hem zullen erven hun leven lang het vruchtgebruik zullen hebben. De testateur doet afstand van een bedrag van 1200 gl., dat Wouter Cornelisz. van der Neth in diens codicil van 164. [sic] aan hem geprelegateerd heeft. Tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemt hij zijn broers Wouter en Johannes van der Neth en zijn neef Johannes de Haen.
ONA Dordrecht inv. 111, f. 291: op 20 juli 1656 verzoekt Dirck Cornelisz. van der Neth, die sedert het overlijden van zijn broer Wouter Cornelisz. van der Neth de bediening van het van marktschip van Dordrecht op Gorinchem heeft gehad, deze te mogen overdragen aan Jacob Roscam Fredricksz., de man van de oudste dochter van zijn overleden broer.
ONA Dordrecht inv. 207, f. 41: op 7 april 1667 verleent Johannes van der Neth, koopman te Dordrecht, als enige erfgenaam van zijn broer Dirck van der Neth, procuratie aan Arnoldus Vrancken, procureur voor het Gerecht van Maastricht, om in ontvangst te nemen van Henrick de Wensel van Santen, wonende in Valkenburg in het Land van Overmaas, een somma van 300 gl., volgens obligatie gepasseerd t.b.v. Dirck van der Neth op 8 dec. 1660.
d. Willemke, nov. 1624
e. Jan Cornelisz. van der Neth, jan. 1626, volgt III
f. Hendrick, aug. 1627
III. Jan Cornelisz. van der Neth, trouwde Beata de Haen
ONA Dordrecht inv. 249, f. 215: op 6 nov. 1666 geeft Johan van der Neth, voor zichzelf en als erfgenaam van Dirck van der Neth, beiden kinderen en erfgenamen van Cornelis Woutersz. van der Neth, opdracht aan een Dordtse notaris om zich te vervoegen aan het huis van Jacob Roscam, getrouwd met Maria van der Neth, en Benjamin Morritsz., getrouwd met Anna van der Neth, kinderen en erfgenamen van Wouter Cornelisz. van der Neth, de broer van Johan en Dirck van der Neth, aangezien hij, Johan van der Neth, te weten gekomen is dat hun vader in een codicil dd 2 aug. 1648 aan hem en zijn broer Dirck geprelegateerd heeft elk een somma van 1200 gl., welk bedrag zijn nooit ontvangen hebben, en aan Roscam en Morritsz. te vragen of zij genegen zijn aan hem de twee maal 1200 gl. aan hem te voldoen.
ONA Dordrecht inv. 224, f. 283: op 15 nov. 1667 verkoopt Aeltgen Wesselsdr., weduwe van Dirck van Cruchten, voor 4200 gl. aan Johannes van der Neth, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Visstraat, staande tussen het huis van Neeltgen Gijsberts, weduwe van Aert Hendriksz. Smits en de Sarisgang.
ONA Dordrecht inv. 184, f. 54: op 28 mrt. 1669 testeren Johan van der Neth, wijnkoper, en diens vrouw Beata de Haen, burgers van Dordrecht, hij ziek in bed liggende en zij gezond. Zij benoemen tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn, als hij of niet gaat hertrouwen,hun kinderen bij hun huwelijk of mondigheid onder hen allen een bedrag van 8000 gl. uit te keren. Als hij of zij wel gaat trouwen wordt dit bedrag verhoogd tot 15.000 gl. Indien de testateur als eerste komt te overlijden, zonder kinderen na te laten, legateert hij aan zijn nichten Marija Coenraetsdr. van der Neth en Aeltgen Woutersdr. van der Neth elk voor de helft een bedrag van 3000 gl.