Immerseel

I. Joost Jacobsz. van de Blom (alias van Immerseel), jong gezel van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1623), weduwnaar van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1651), trouwde 1e NG Dordrecht 30 april/16 mei 1623 Maria Gerardusdr. Schepens, van “Vossemaer” wonende bij de heer van Wulven (1623), 2e NG Dordrecht 22 okt./5 nov. 1651 (procl. in de Waalse Kerk) Elisabeth Cornelisdr. Conincx, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1651), dochter van Cornelis Jacobsz. en Susanna Jansdr.

ORA Dordrecht inv. 1623, f. 65v: op 29 nov. 1670 verkopen Joost Jacobsz. van Immerseel, als echtgenoot van Elijsabeth Cornelisdr., en Heijlten Cornelisdr., weduwe van Adriaen van Nieuwervaert, samen kinderen en erfgenamen van Susanna Jansdr., weduwe van Cornelis Jacobsz., aan Abraham Smack, metselaar en burger van Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis en de kaatsbaan van de verkopers en het huis van Nicolaes Hendricxsz. Rootmerdingh, met het gebruik van de gang achter het huis, komende tot aan de gracht.

ONA Dordrecht inv. 276, f. 532: op 7 okt. 1677 testeren Joost Jacobsz. van Immerseel en zijn vrouw Elisabeth Cornelisdr. Conincx, burgers van Dordrecht, beiden wat ziekelijk zijnde. De testateur legateert, als hij de eerststervende is, aan zijn vier [voor]kinderen Gerrit, Cristiaan, Abraham en Sara van Immerseel, of bij vooroverlijden hun wettige nakomelingen, elk een somma van 150 gl. Als zij de eerstoverlijdende is, maakt zij aan haar voordochter Pietronella Francois la Reviere, of bij vooroverlijden aan haar wettige nakomelingen, een bedrag van 200 gl. Tot erfgenamen van al hun overige na te laten goederen benoemen zij hun kinderen Jacobus, Johannes en Cornelis van Immerseel, of bij vooroverlijden hun wettige nakomelingen, en de langstlevende van hen beiden in een kindsgedeelte. Aangezien hun zoon Jacobus van Immerseel geen handwerk heeft geleerd, maar alleen ervaring heeft met het bedienen van hun kaatsbaan, wensen zij, dat hij na het overlijden van de langstlevendevan hen beiden zal mogen aannemen hun huis en kaatsbaan in de Nieuwstraat voor de prijs, die twee onpartijdige mr. meester metselaars te Dordrecht zullen vaststellen. Tot voogden over hun minderjarige erfgenamen benoemen zij de langstlevende van hen beiden.

ONA Dordrecht inv. 277, f. 39: op 6 mei 1678 verklaren Gerrit van Immerseel en Corstiaen van Immerseel, beiden burgers van Dordrecht, zoons van wijlen Joost Jacobsz. van Immerseel, dat zij van hun stiefmoeder, Lijsbet Cornelisdr., ontvangen hebben ieder een somma van 150 gl., als betaling van hun vaderlijke erfportie, overeenkomstig het testament, dat hun vader gepasseerd heeft voor notaris H. van Dijk te Dordrecht op 7 okt. 1677.
ORA Dordrecht inv. 1645, f. 110v: op 3 mei 1711 verkopen Jacobus van Immerseel, burger van Dordrecht, en Pieternella Francoisse, weduwe van Gerrit van Immerseel, kinderen [resp. zoon en dochter] van Lijsbet Cornelisdr., weduwe van Joost van Immerseel, volgens hun moeders testament, dat zij heeft gepasseerd ten overstaan van notaris E. Venlo in Dordrecht op 22 dec. 1700, voor 390 gl. aan Willem Kimijser, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis met kaatsbaan erachter, staande in de Nieuwstraat tussen het huis van Abraham Smack mr. metselaar en dat van Jan van Soest.
Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):
Ex 1:
a. Gerardus van Immerseel, juni 1638, volgt IIa
b. Christiaen (Corstiaan) Immerseel, nov. 1640, volgt IIb
c. Abraham van Immerseel, aug. 1642. volgt IIc
d. Sara, 16 okt. 1645
Ex 2:
e. Jacobus van Immerseel, 30 nov. 1654, beheerder van de kaatsbaan in de Nieuwstraat
f. Cornelis van Immerseel, geboren naar schatting ca. 1656
g. Johannes van Immerseel, 22 jan. 1657
IIa. Gerardus van Immerseel, gedoopt NG Dordrecht juni 1638, jongman van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1666), twijnder, trouwde NG Dordrecht 31 okt. 1666 (ondertrouw) Pieternella Francoisdr. la Reviere, geboren naar schatting ca. 1645, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1666), dochter van Francois NN en Elisabeth Cornelisdr. Conincx
ORA Dordrecht inv. 1639, f. 135: op 8 juni 1702 verkoopt Elisabeth Taarlingh, echtgenote van Jacob van Botland en eerder weduwe van Marinus Braber, voor 1000 gl. aan Pieternella Franchois, weduwe van Gerrit Immerseel, burgeres van Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen de Tolbrug en het huis van Roghus van Groeningen. De koopster is schuldig aan Theodora Debits een somma van 600 gl.
Kinderen (o.a.: allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Marijcke van Immerseel, 27 mei 1675, jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Beurs (1699), weduwe van Dordrecht wonende bij de Beurs (1718), trouwde 1eGerecht/NG 5/20 april 1699 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Margrietje Cleijn, de bruid met haar moeder Pieternel van Immerseel) Hendrik Kleijn, jongman van Dordrecht wonende aan de Beurs (1699), 2e Gerecht/NG Dordrecht 1/15 mei 1718 Matthijs Struijkmans, weduwnaar van Mulheijm wonende in de Tolbrugstraat (1718)
ORA Dordrecht inv. 1646, f. 89: op 10 mei 1716 verkoopt Cristoffel Bitter, burger van Dordrecht, voor 1300 gl. aan Maria van Immerseel, weduwe van Hendrik Klijn, een huis op de Groenmarkt bij de Beurs, staande tussen het huis van de weduwe van notaris Jacob de Jongh en dat van Boudewijn van Sevenom.
ORA Dordrecht inv. 1655, f. 168: op 16 febr. 1740 verkoopt Jacobus van der Koogh, zaagmolenaar en burger van Dordrecht, als man van Grietie Klijn, voor zichzelf en tevens als voogd over de minderjarige mede-erfgenamen van Matthijs Struijckmans en diens vrouw Maria Immerseel, beiden te Dordrecht overleden, voor 1460 gl.aan Adriaan Meulemans, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Beurs, staande tussen het huis van juffrouw Hoffman en dat van Simon Soldaat, en voor 215 gl. aan Jan Kerkering, winkelier en burger van Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat Landzijde, staande tussen het huis van Hermanus van de Velde en dat van Aalbert Nieuwenhuijse.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 101v: op 15 mei 1755 verkopen Jacob van Immerseel, burger van Dordrecht, voor de helft, en Gerard Struijkman, mr. bakker en burger van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Belia en Marija Klijn, minderjarige dochters van wijlen Hendrik Klijn, voor drie vierde parten in de wederhelft erfgenamen ab intestato van Elisabeth van Immerseel, weduwe van Jan van den Heuvel, voor 150 gl. 10 st. aan Jacobus van der Koog, zaagmolenaar wonende even buitenDordrecht, zeven achtste parten in een huis in de Augustijnenkamp, staande tussenhet huis van de weduwe Van Nispenen dat van Leendert Schell, van welk verkochte huis het overige vierde part toebehoort aan de koper als man van Margita Klijn.
Kinderen ex 1(o.a.):
a-1. Hendrik Kleijn, gedoopt NG Dordrecht 23 dec. 1699, jongman van Dordrecht wonende op de Groenmarkt (1729),trouwde Gerecht/NG Dordrecht 8/24 april1729 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Marijke van Immerseel, eerst weduwe van Hendrik Kleijn, thans echtgenote van Matthijs Struijkman, de bruid met haar vader Cornelis van Wijk)Johanna van Wijck, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1729)
Kinderen:
a-1-1. Maria Klijn, gedoopt NG Dordrecht 4 april 1730
a-1-2. Sibilla (Belia) Klijn, gedoopt NG Dordrecht 22 sept. 1731
a-2. Piternella, gedoopt NG Dordrecht 14 aug. 1705
a-3. Margrita Klijn, gedoopt NG Dordrecht 30 dec. 1707, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Beurs (1733), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 26 nov./13 dec. 1733 (de bruidegom met mondeling consent van zijn vader Willem van der Koogh, de bruid geassisteerd met haar moeder Maaijke van Immerseel, eerst weduwe van Hendrik Kleijn, thans echtgenote van Mattijs Struijkmans) Jacob van der Koog, jongman van Dordrecht wonende op de Noordendijk (1733),zaagmolenaar
Ex 2:
a-4. Gerrit Struijkmans, gedoopt NG Dordrecht 25 sept. 1720
b. Sara, 2 aug. 1677
c. Joost, 5 april 1680
d. Jacobus van Immerseel, 13 aug. 1681, volgt IIIa
e. Elisabeth (Lijsbeth) van Immerseel, 7 juli 1683, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Beurs (1707), trouwde Gerecht/Dordrecht 16 okt./6 nov. 1707 (attestatie te vertonen, de bruid geassisteerd met haar moeder) Jan van den Heuvel, jongman geboortig van Ophemert onlangs gewoond hebbende te Delft en nu te Dordrecht omtrent het Stadhuis (1707)
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 108: op 23 mrt. 1741 verkoopt Agata Gardenier. weduwe van Boudewijn de Haan, koopvrouw te Dordrecht, voor 250 gl. aan Lijsbet van Immerseel, weduwe van Jan van den Heuvel, wonende te Dordrecht, een huis vooraan in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Nicolaas Sliep en dat van Boudewijn Beenhackker.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 101v: op 15 mei 1755 verkopen Jacob van Immerseel, burger van Dordrecht, voor de helft, en Gerard Struijkman, mr. bakker en burger van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Belia en Marija Klijn, minderjarige dochters van wijlen Hendrik Klijn, voor drie vierde parten in de wederhelft erfgenamen ab intestato van Elisabeth van Immerseel, weduwe van Jan van den Heuvel, voor 150 gl. 10 st. aan Jacobus van der Koog, zaagmolenaar wonende even buitenDordrecht, zeven achtste parten in een huis in de Augustijnenkamp, staande tussenhet huis van de weduwe Van Nispenen dat van Leendert Schell, van welk verkochte huis het overige vierde part toebehoort aan de koper als man van Margita Klijn.
IIb. Christiaen Immerseel, gedoopt NG Dordrecht nov. 1640, jongman van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1666), kleermaker, trouwde NG Dordrecht 23 mei/14 juni 1666 Cornelia Blommendael (van Bloemendael), jonge dochter van Dordrecht wonende in Heenvliet (1666)
Kinderen (o.a.: allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Joost, 4 aug. 1667
b. Antoni, 28 nov. 1668
c. Johannes van Immerseel, 9 april 1672, volgt IIIb
d. Maria van Immerseel, 10 okt. 1678, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1703), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 17 juni/1 juli 1703 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder, de bruid met haar moeder en met consent van heer vader) Claes Cornelisz. Soeteman, jongman van Dordrecht wonende buiten de Sluispoort (1703)
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 134: op 2 jan. 1725 verkoopt Gerardus Verveer, notaris te Dordrecht, die door het Gerecht van Dordrecht is gemachtigd tot het verkopen van de goederen, die zijn nagelaten door Caatie Hagers, de vrouw van Poulus de Meijer, die wegens zijn “innocentie” is “geconfineert” in het Leprooshuis te Dordrecht, voor 200 gl. aan Marijken Immerseel, weduwe van Nicolaas Soeteman, een huis op de Vest aan het einde van de Kolfstraat, staande tussen het huis vanCrijnis van der Heijst en dat van Jacob Verstraten.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 138: op 17 juni 1728 verkoopt Francois van der Lisse, wijnkoper te Dordrecht, als executeur-testamentair van Jacomina van Bergen, die in Dordrecht is overleden, voor 300 gl. aan Marija Immerseel, weduwe van Klaas Soeteman, een huis in de Dwarsgang, staande tussen het huis van Maria van der Lisse en de stadsgracht, alsmede een huis in de Tolbrugstraat Landzijde, staande tussen het huis van Jacob Jacobse en dat van Johannes Smits.
ORA Dordrecht inv. 1652, f. 113v: op 7 nov. 1730 verkoopt Coenraad Gisius, burger van Dordrecht, voor 50 gl. aan Maria Immerseel, weduwe van Nicolaas Soeteman, een huis achter in de Vriesestraat, staande in een gangetje tussen het huis van Aletta {NN] en de stadsgracht.
ORA Dordrecht inv. 1755, f. 6v: op 29 mei 1742 verkoopt Joris Telders, mr. kleermaker en burger van Dordrecht, als executeur van de boedel van wijlen Cornelia Laurentius, bejaarde, ongehuwde persoon, voor 105 gl. aan Maria van Immerseel, weduwe Nicolaas Soeteman, burgeres van Dordrecht, een huis op de Gevolde Gracht, staande tussen het huis van Cornelis van Nieuwervaart en dat van de koopster.
ORA Dordrecht inv. 1657, f. 218v: op 27 april 1747 verkoopt Marija Immerseel, weduwe van Claes Soeteman, wonende te Dordrecht, voor 60 gl. aan Willem Nieuwenhuijse, schoenmaker en burger van Dordrecht, een huisje in een gang in de Vriesestraat, staande tussen het huis van de koper en dat van Jannetje de Gester.
ORA Dordrecht inv. 1660, f. 146: op 24 juli 1753 verkopen Joost Soetemans, Jacob van Adrichem, als man van Anthonia Soetemans,, en Cornelis Soetemans, allen burgers van Dordrecht, enige kinderen en erfgenamen van Maria Immerseel, weduwe van Nicolaas Soetemans, voor 65 gl. aan Jan Warnier, uitdrager te Dordrecht, een huis in de dwarsgang, staande tussen het huis van de koper en stadsgracht, aan Hermanus Borstee, uitdrager te Dordrecht, voor 160 gl. een huis in de Tolbrugstraat Landzijde, staande tussen het huis van Neeltje van den Bergh en het huis, dat wordt bewoond door Cornelis van der Kloos, aan Cornelis Vernes, timmermansbaas wonende even buiten Dordrecht, een huis in de Botgensstraat, staande tussen het huis van Jacob Kuijpers en dat van Lammert Madoo, en aan Arij Knock, mazelaar te Dordrecht, voor 102 gl.een huis in de Botgensstraat, staande tussen het huis van Lammert Madoo en dat van de weduwe De Koninck.
ORA Dordrecht inv. 1661, f. 85v, akte dd24 febr. 1755: bij de boedelscheiding dd 23 febr. 1755 tussen de kinderen en erfgenamen van Maria Immerseel, weduwe van Nicolaas Soeteman, is aan CornelisSoeteman toebedeeld een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Jan Verboor en dat van Barent Santman, alsmede een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van de weduwe Ouburgh en dat van Barent Santman. Cornelis Soeteman, mr. bakker en burger van Dordrecht, is schuldig aan Hendrik van Buul, mr. zilversmid en burger van Dordrecht, een somma van 450 gl., verbindende voornoemde huizen.
e. Antonia van Immerseel, 26 april 1680
ORA Dordrecht inv. 1643, f. 146v: op 16 dec. 1710 verkoopt Meijnsje Vermeulen, de vrouw van Arij de Jager, schipper e burger van Dordrecht, dochter en erfgename van Gerrit Vermeulen, burger van Dordrecht, voor 265 gl. aan Antonia van Immerseel, jonge dochter, een huis in de Augustijnenkamp, staande tussen het huis van juffr. De Bois en dat van Hendrik van Ringe.
f. Jacobus van Immerseel, 27 april 1682, jongman van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1701), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 11/25 dec. 1701 Angenieta van Oostrum, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1701)
g. Sara, 18 okt. 1683
IIc. Abraham van Immerseel, gedoopt NG Dordrecht aug. 1642, jongman van Dordrecht wonende in de Nieuwstraat (1667), trouwde NG Dordrecht 31 juli 1667 (ondertrouw) Catarina Pietersdr. Baltus, jonge dochter uit het Bergsland wonende in de [Oude] Houttuin (1667)
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Joost, 5 dec. 1668
b. Metje Abrahamsdr. van Immerseel, 26 sept. 1670, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Varkenmarkt (1699), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 15 nov./7 dec. 1699 (de bruidegom geassisteerd met Johannes Matthijsen, zijn oom, de bruid met Annighie van der Meijl, haar tante) Hendrik Joosten van den Branden, jongman van Dordrecht wonende op de Hoge Nieuwstraat (1699)
c. Maria, 9 dec. 1672
IIIa. Jacob van Immerseel, gedoopt NG Dordrecht 13 aug. 1681, jongman van Dordrecht wonende omtrent de Beurs (1703), trouwde Gerecht/NG 22 april/6 mei 1703 (de bruidegom geassisteerd met zijn oom Jacobus van Immerzeel, de bruid met haar vader Pieter Vonck) Dorothea Vonck, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Boom (1703)
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Gerrit, 9 okt. 1705
b. Margarita, 28 dec. 1707
c. Jacob van Immerseel Jacobsz., 24 mrt. 1713
ORA Dordrecht inv. 1662, f. 192v: op 25 sept. 1759 verkoopt Arij de Jongh, wonende even buiten Dordrecht, voor 369 gl. aan Jacob van Immerseel Jacobsz., koolmeter en burger van Dordrecht, een huis op de Lindengracht, staande tussen het huis van Aart van der Snik en dat van Abraham de Voogt.
d. Pieternella, 26 sept. 1717
e. Sophia, 28 jan. 1720
IIIb. Johannes van Immerseel, gedoopt NG Dordrecht 9 april 1672, tabakverkoper, twijnder,trouwde naar schatting ca. 1710 Anna Frackin, gedoopt NG Dordrecht 4 nov. 1685, dochter van Jacob Jansz. (Frackin), grofsmid, en Cathrijn Kellenaer
ORA Dordrecht inv. 1644, f. 14: op 10 mrt. 1711 verkopen Cornelis van Gijbland, koopman te Dordrecht, Jan Nering en Cornelis van Hombroeck, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Cornelis en Hendrik Nering en van Helena en Berbera Nering, kinderen van wijlen Cornelis Nering en Elisabeth Schift, samen erfgenamen van Helena van Hingen, weduwe van Leendert Schift, voor 350 gl. een huis op de Lindengracht, staande tussen de huizen van de verkopers aan weerszijden.
ORA Dordrecht inv. 1645, f. 37v: op 6 juli 1713 verkopen Pieter Franquin en Johannes Immerseel, als man van Anna Francquin, voor zichzelf en als voogden over Jacob en Geertruijd Franquin, samen kinderen en erfgenamen ex testamento van Jacob Franquin, mr. smid en burger van Dordrecht, volgens testament gepasseerd voor notaris H. van Wetten te Dordrecht op 24 mrt. 1713, voor 240 gl. aan Damas Pietersz. Broers, mr. steenhouwer en burger van Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Jan de Bruijn mr. timmerman en dat van Lijntie van Beaumont.
ORA Dordrecht inv. 1646, f. 111: op 3 nov. 1716 verkoopt Hendrik de Ridder, burger van Dordrecht, voor 400 gl. aan Johannes Immerseel, burger van Dordrecht, zeven naast elkaar staande huisjes in de watergang naast de brug in de Nieuwstraat.
ORA Dordrecht inv. 1648, f. 17: op 19 mrt. 1718 verkoopt Abel de Vries, landmeter, als man van Cornelia van Stabroek, die eerder weduwe was van Matthijs Peijan, voor 114 gl. aan Pieter Fraecquin en Jan Immerseel, burgers van Dordrecht, een huis op de Hil, staande naast het huis van Jan Geleijnse, en voor 154 gl. aan dezelfde kopers een huis in de Weeshuisstraat, staande tussen het huis van Cornelis Huijbertse en dat van Segert Voorhoff, alsmede een huisje in de Zakkendragersstraat..
ORA Dordrecht inv. 1648, f. 42v: op 19 juni 1718 verkoopt Johann Vogel, als voogd over de minderjarige kinderen van Jan Jansz. van de Bergh, voor 225 gl. aan Johannis Immerseel, burger van Dordrecht, een huis op de Lindengracht, staande tussen het huis van de koper en dat van Wessel van Dale.
ORA Dordrecht inv. 1649, f. 170: op 3 sept. 1722 verkoopt Pieter Fracquin, mr. smid, voor 155 gl. aan Johannes Immerseel, tabakverkoper wonende te Dordrecht, de helft in drie huisjes, het eerste staande in de Weeshuisstraat naast het huis van Cornelis Huijbertse, het tweede in de Zakkendragersstraat, komende recht achter het voorgaande, en het derde op de Hil, staande naast Jan Gelijn.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 56: op 12 okt. 1723 verkopen Goris Meesters en Johannes van Doorn, als voogden overhet minderjarige voorkind van Pieter Meesters, krankenbezoeker te Dordrecht, en nog als procuratie hebbende van Jenneke van Eijsden, weduwe van Pieter Meesters, voor zichzelf en als moeder en voogdes, samen met Goris Meesters en Jan Sijmonsz. van Eijsden, als voogden over de minderjarige nakinderen van Pieter Meesters, verwekt bij Jenneke van Eijsden, allen erfgenamen van Pieter Meesters, tevens vervangende Jan Sijmonsz. van Eijsden, als medevoogd over genoemde nakinderen, voor 176 gl. aan Johannes Immerseel, burger van Dordrecht, burger van Dordrecht, een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Aalbert Jonkhout en dat van de weduwe van Cornelis Hooijman.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 178v: op 5 juli 1725 verkoopt Hendrik Costerus, meerderjarige ongehuwde persoon, burger van Dordrecht, voor 465 gl. aan Jan Immerseel, burger van Dordrecht, een huis, bestaande uit twee onderscheidene woningen, staande naast elkaar in de Mariënbornstraat tussen het huis van Hermanus Groenendaal en dat van de weduwe van Jacobus van Lier.
ORA Dordrecht inv. 1650, f. 179: op 5 juli 1725 verkoopt Hendrik Costerus, meerderjarige ongehuwde persoon, voor 300 gl. aan Jan Immerseel, burger van Dordrecht, een huis in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van Isaacq de Laar en dat van Maarten van der Burg.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 111v: op 26 febr. 1728 verkoopt Dirk van Masijk, burger van Dordrecht, voor 300 gl. aan Jan den Burger en Jan Immerseel een huis, bestaande uit drie woninkjes, staande in de Manhuisstraat tussen het huis van Govert Goset en het huis van de verkoper.
ORA Dordrecht inv. 1651, f. 165v: op 14 okt. 1728 verkoopt Hendrik Kuijpers voor 200 gl. aan Jan den Burger en Jan Immerseel, burgers van Dordrecht, een huis in de Raamstraat, staande tussen de stadsgracht en het huis van Lijsbeth Verheul.
ORA Dordrecht inv. 1653, f. 110: op 5 mei 1733 verkoopt Seger Ravesteijn, wonende in Den Haag, voor 300 gl. aan Johannes Immerseel, burger van Dordrecht, een huis op de Lindengracht, staande tussen het huis van Cornelis van der Clock en dat van [NN] Hordijck.
ORA Dordrecht inv. 1656, f. 135: op 1 nov. 1742 verkoopt mr. Nicolaas Marchal, als rentmeester van het Armenhuis te Dordrecht, voor 320 gl. aan Johannes Immerseel, twijnder en burger van Dordrecht, een huis op de Lindengracht, laatst eigendom geweest van Wessel van Daalen en staande naast het huis van Mattheus de Vries.
ORA Dordrecht inv. 1663, f. 161: op 27 april 1762 verkoopt Anna Frackin, weduwe van Johannes Immerseel, wonende te Dordrecht, voor 200 gl. aan Aart van der Snik, metselaarsknecht, burger van Dordrecht, een watergang met daarin zeven woninkjes, staande in de Nieuwstraat aan de brugtussende stadsgracht en het huis van Joost Soeteman.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 34v: op 2 mei 1769 verkoopt Jacob Immerseel, koopman in garens te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende zijn zuster Cornelia Immerseel, kinderen en erfgenamen van Anna Fracking, weduwe van Johannes Immerseel, 1e voor 120 gl. aan Johannes de Quint, burger van Dordrecht, een huis op de Lindengracht over de brug, staande tussen de Nieuwstraat en het huis van de verkopers, 2e voor 130 gl. aan Hendrik van Scheers, mandenmakersbaas te Dordrecht, een huis in de Weeshuisstraat, staande tussen het huis van Elias Storm en het pakhuis van de koper, 3e voor 98 gl.aan Hendrik van Scheers een huis in de Zakkendragersstraat, van achteren belend door het huis van Elias Storm aan de ene zijde en het pakhuis van de koper aan de andere, 4e voor 160 gl. aan Hendrik Kever, “confiturier” te Dordrecht, een hui in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Jan Singels en het huis van Johannes Boshek, en 5e voor 185 gl. aan Johannes Boshek, tabakverkoper te Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het koetshuis van Jacob Adriaan Braats en het huis van Hendrik Kever.
ORA Dordrecht inv. 1666, f. 258: op 25 juli 1771 verkopen Jacob Immerseel, voor zichzelf en tevens vervangende zijn zuster Cornelia Immerseel, kinderen en erfgenamen van Anna Frackin, weduwe van Johannes Immerseel, die in Dordrecht is overleden, voor 160 gl. aan Christiaan Goudsbergen, timmermansbaas, een huis op de Lindengracht, staande tussen het huis van Jacob Immerseel en dat van [NN] Visser.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Catharina, 10 okt. 1712
b. Jacob Immerseel, 19 jan. 1714, koopman in garens
c. Cornelia Immerseel,16 aug. 1716
d. Christiaan Immerseel, 27 nov. 1722, volgt IV
e. Pieter, 30 aug, 1729
IV. Christiaen Immerseel, gedoopt NG Dordrecht 27 nov. 1722, jongman van Dordrecht wonende op de Lindengracht (1745), trouwde Gerecht/NG 29 april/16 mei1745 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Johannes Immerseel, de bruid met consent van haar vader Hendrik van der Meulen) Beatrix van der Meulen, jonge dochter van Dordrecht wonende tegenover de Munt (1745), trouwde 2e Martinus van As
Kind:
a. Johannes Immerseel, gedoopt NG Dordrecht 28 jan. 1746, volgt V
V. Johannes Immerseel, gedoopt NG Dordrecht 28 jan. 1746, jongman van Dordrecht wonende in de Voorstraat bij deKleine Spuistraat (1769),broodbakker, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 18 nov. 1769 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Beatrix van der Meulen, weduwe van Christiaan Immerseel en thans getrouwd met Martinus van As,de bruid met haar moeder Geertruij Baars, weduwe van Pieter Steenbus) Elisabeth Steenbus, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Voorstraat bij de Kleine Spuistraat (1769)
ORA Dordrecht inv. 1669, f. 34v: op 30 april 1776 verkoopt Adrianus van Werkhoven, broodbakker te Dordrecht, voor 4050 gl. aan Johannes Immerseel, broodbakker te Dordrecht, een huis in de Voorstraat aan de havenzijde bij de Nieuwbrug, staande tussen het huis van [NN] ’t Hooft en dat van Pieter Visser.
Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):
a. Christiaan Immerzeel, 16 sept. 1770, jongman geboortig van Dordrecht wonende in de Grotekerksbuurt (1795), trouwdeGerecht Dordrecht 520 juni1795 (de bruidegom geassisteerd met zijn ouders Johannes Immerseel en Elisabet Steenbus, de bruid met haar ouders Johannes Romijn en Sara Baasjouw)Teuntje (Leuntje) Cornelia Romijn, jonge dochter geboortig van Dordrecht en wonende in de Voorstraat (1795)
Kinderen:
a-1. Elisabeth, gedoopt NG Dordrecht 25 dec. 1795
a-2. Sara, gedoopt NG Dordrecht 23 nov. 1797
b. Pieter Immerzeel, 29 sept 1773, volgt VI
c. Johannes Immerseel, 3 juli 1776
Johannes Immerzeel

“Johannes Immerzeel werd 2 juli 1776 in Dordrecht geboren en 3 juli gedoopt. Hij overleed 9 juni 1841 in Amsterdam. Johannes was het derde kind (twee oudere broers en een zuster) uit het eerste huwelijk van Johannes Immerzeel (Dordrecht 1746-Dordrecht 1821), koopman/bakker, boekhouder van het Bakkersgilde en Elisabeth Steenbus (Dordrecht 1739-Dordrecht 1804).

Hij trouwde op 5 maart 1798 in Pfalzdorf, Rheinland (Du) met Adelaïde Louise Françoise Charlotte Cera (Parijs 1781-Haarlem 1850), dochter van Jean Cera en Louise Marie Musseau, afkomstig uit Italië.Uit dit huwelijk werden vijf zoons en vier dochters geboren:
– Jan Lodewijk Anthonij (Den Haag 1801-ca.1870, klerk, boekhandelaar)
– Charles Henri (Den Haag 1803-Den Haag 1878, advocaat, referendaris)
– Louise Elisabeth (Den Haag 1804-Rotterdam 1821)
– Sophie Charlotte (Den Haag 1807)
– Christiaan (Den Haag 1808-Cassel, België,1886, kunstschilder)
– Frederik (Rotterdam 21 juli 1814-Rotterdam 4 september 1814)
– Frederik (Rotterdam 22 augustus 1815-Rotterdam 28 maart 1816)
– Anna Maria (Rotterdam 1817-Den Haag 1883, kunstschilder)
– Cornelia Petronella (Rotterdam 1819-Haarlem 1853)

Johannes was een talentvol tekenaar en schilder, maar een slecht gezichtsvermogen dwong hem in een andere richting. Hij ontplooide zich als dichter, schrijver, kunsthandelaar en veilinghouder. Immerzeel werd een gerespecteerde boekhandelaar en succesrijke uitgever van literatuur. In zijn fonds verscheen naast eigen werk dat van Willem Bilderdijk (1756-1831), Rhijnvis Feith (1753-1824), Jan Frederik Helmers (1767-1813) en de dichtbundels van Hendrik Tollens (1780-1856) Bovendien was hij vanaf 1819 tot 1839 redacteur, ontwerper en uitgever van de Nederlandsche muzen-almanak, de belangrijkste literaire almanak van de 19de eeuw. Zijn magnum opus was een naslagwerk met de biografieën van Nederlandse en Vlaamse kunstschilders, beeldhouwers en andere kunstenaars uit de periode 1500-1850.

Johannes groeide op in een gereformeerd gezin dat op de Voorstraat tegenover de Munt van Holland woonde. Zoals gebruikelijk bij een opvoeding in de midden en hogere klasse ontving hij teken- en schilderlessen. Die kreeg hij van Pieter Hofman (1755-1837), maar de opleiding tot kunstschilder nam een einde toen ‘een zwakheid van gezicht’ dat belette. Hij wijdde zich daarna met succes aan muziek, poëzie en, mogelijk autodidactisch, aan de studie van Frans, Duits, Engels en wellicht toen al van het Italiaans. Die kennis benutte hij voor het vertalen van bekende werken, vooral uit het Frans. Volgens zijn latere vriend, de dichter Hendrik Tollens, bezat hij die bekwaamheden al op 18-jarige leeftijd. Een verblijf op een van de Franse scholen in Dordrecht ligt dan meer voor de hand dan zelfstudie van een viertal talen.

Johannes was een vurig patriot en als lid van de Dordtse sociëteit Tot behoud van vrijheid en gelijkheid begroette hij de komst van de Fransen uitbundig in een tweetal gedichten. Zijn pro-Franse houding leidde in 1795 tot de functie van secretaris van de Krijgsraad in Dordrecht. Hoewel slechts 18 jaar, wordt dit feit bevestigd door Albert-Jan Verbeek (1758-1829) die vanuit Dordrecht in het Provinciaal Bestuur van Holland was gekozen. Het secretariaat zou in 1798 vervallen, reden voor Verbeek om Johannes aan te bevelen als commies op het bureau van Johannes Goldberg (1763-1828), de agent van nationale oeconomie der Bataafsche Republiek.

Johannes woonde in 1796 bij de 70-jarige Cornelis Bosman op de Boom nr. 67 bij het Groothoofd. Enkele huizen verder woonden twee broers van zijn toekomstige echtgenote, J. en B. Cera. Op 11 juni 1798 ondertekende Johannes ‘mijn onveranderlijken afkeer van het stadhouderlijk bestuur, het faederalismus, de aristocratie en regeeringsloosheid’. De voorspraak van Verbeek werd 5 juli 1799 gehonoreerd en Immerzeel aanvaardde de functie. Hij werd commis ter secretarie op een jaarwedde van 2.000 gulden. Johannes was intussen getrouwd en het echtpaar vestigt zich op de Houtmarkt in Den Haag. Johannes was later commies bij de Raad van Binnenlandse Zaken van 1802 tot 1805 en besloot op eigen verzoek zijn politieke loopbaan per 1 mei 1807.

Immerzeel was in 1804 gestart met een boekhandel/uitgeverij. Naast enkele vertalingen gaf hij het tijdschriftSchouwburg van de in- en uitlandsche letter- en huishoudkundeuit. Aan dit tijdschrift werkte onder anderen de arts Jacob Lodewijk Kesteloot (1778-1852), zijn latere zakenpartner, mee. Johannes was in Den Haag lid van diverse verenigingen: het dichtgenootschap Kunstliefde spaart geen vlijt en het toneelgezelschap Tot onderling vermaak. Vanaf 1807 maakte hij tevens deel uit van Les Vrais Bataves, de Haagse vrijmetselaarsloge.

Toen Immerzeel besloot zich volledig voor de boekhandel/uitgeverij in te zetten, deed hij dat samen met Kesteloot. Zij begonnen per 1 januari 1807 en voegden al snel een drukkerij toe. In 1808 volgden filialen in Amsterdam en Rotterdam. In Rotterdam opende Immerzeel in 1809 een ‘leesmuseum’ met Franse, Engelse en Nederlandse boeken. De onderneming legde zich vooral toe op de verkoop van Franse wetboeken en de Nederlandse vertalingen. Tegen het einde van 1810 liet Kesteloot wegens persoonlijke schulden beslag leggen op de boekenvoorraad. Het leidde in mei 1811 tot het faillissement van de firma. Immerzeel vond een uitweg door zijn Rotterdamse boekhandel annex leesbibliotheek in november op naam van zijn schoonzuster Sophie Cera voort te zetten. Het faillissement werd in juli 1813 opgeheven.

Johannes schreef hierna drie romans waarvan hij zijnBalthazar Knoopiusin 1813 al zelf uitgaf, gevolgd door twee dichtbundels in dat jaar. In hetRotterdamsch avondbladkeerde hij zich in opruiende artikelen tegen het Franse bewind. Zij werden gevolgd door zijnAnti-Franse proclamatievan 26 november 1813: ‘Ik zweer den Franschen Keizer voor eeuwig af’. In de periode 1813-1826 werd de boekhandel in Rotterdam een bloeiende onderneming. Johannes breidde zelfs uit met een drukkerij en een prent- en kunsthandel. In 1819 verscheen deNederlandsche muzen-almanakdie zou uitgroeien tot een gewaardeerd literair werk. In 1820 werd hij erelid van de Koninklijke maatschappij van vaderlandsche taal- en dichtkunde ‘Rhetorica’ uit Oostende.

Daarnaast bracht hij met groot succes volksuitgaven (in klein formaat) van Tollens, Bilderdijk, Helmers en van zichzelf uit. Door deze succesrijke volksverkopen besloot Immerzeel het in 1824 kalmer aan te doen. De boekhandel en de leesbibliotheek deed hij van de hand en vertrok in mei 1826 naar Den Haag. Daar wijdde Johannes zich aan de handel in tekeningen, schilderijen en het organiseren van boek- en kunstveilingen. Toch bleef hij als uitgever actief met nieuwe werken van Bilderdijk en Tollens en de jaarlijkse aflevering van deMuzen-almanak. In 1828 werd hij lid van het Haagse departement van de Hollandsche maatschappij van fraaije kunsten en wetenschappen. In 1830 kreeg hij bovendien het lidmaatschap van de Maatschappij der Nederlandsche letterkunde aangeboden.

De Belgische Opstand in 1830 resulteerde in een slecht jaar voor de handel. Immerzeel probeerde zijn complete fonds voor 40.000 gulden te verkopen aan de Leeuwardense uitgever Suringar. Zonder deMuzen-almanak(‘het troetelkind mijner ambitie’) berekende hij 30.000 gulden. Zijn collega ging niet in op het aanbod. Immerzeel had gehoopt op een goede overname van de boekhandel/uitgeverij door zijn zoon Jan, maar die faalde al tweemaal in dat beroep. Daardoor ging de magazijnvoorraad in 1832 mee naar de Kalverstraat in Amsterdam waarheen Immerzeel verhuisde. In Amsterdam verzorgde hij dat jaar de veiling van de boekenverzameling van Bilderdijk. Zijn uitgeverschap beëindigde Johannes door in 1835 zijn gehele fonds te verkopen aan boekhandelaren. Op 24 en 25 maart 1835 verlieten ruim 55.000 exemplaren het magazijn. Van deNederlandsche muzen-almanakdeed hij pas in 1839 afstand. Toch bleef hij als uitgever nog actief. Zijn laatste jaren werden onder meer gevuld door incidentele uitgaven van onder anderen Nicolaas Beets. In deAvondbodeschreef hij over schilderkunst.

Immerzeel leed in 1837 al enkele maanden aan reumatische aandoeningen die hem het slapen beletten, waardoor zijn energie sterk afnam. In juli 1838 verkocht hij zijn winkel van schilder-, teken- en schrijfbehoeften aan H.J. van Wisselingh. Johannes vestigde zich in een pand aan de oostzijde van de Oudezijds Achterburgwal bij de Koestraat. Daar ging hij door met een kunsthandel en het uitgeven van boeken. Dat jaar werd zijnLofrede op Rembrandtbekroond met een zilveren medaille. Immerzeel ijverde ook voor het plaatsen van een standbeeld. Johannes begon toen te werken aan zijn grote passie: het beschrijven van de Hollandse en Vlaamse kunstenaars uit de periode 1500-1850.

In 1840 kreeg hij het erelidmaatschap aangeboden van de Antwerpse Rederijkerskamer ‘De olijftak’ vanwege zijnLofrede op Peter Paul Rubens, waarvoor hem een gouden medaille werd toegekend. Zijn gezondheid ging echter verder achteruit en hij overleed in 1841. Zijn zoons Charles Henri en Christiaan voltooiden het standaardwerk dat in 1842 en 1843 in drie delen werd uitgegeven. De uitgebreide bibliotheek van Johannes werd in april 1842 in Amsterdam verkocht door de veilinghouders Jacobus Radink en Frederik Muller.

Een klein deel van het eigen werk
Aan de verdrukte, maar thans in hunne rechten herstelde vrijheidszoonen te Dordrecht(10 februari 1795).
Op het sluiten der alliantie tusschen de Fransche en Bataafsche Republiek(19 mei 1795).
Bonaparte en de algemene vrede(1801).
De goedertierendheid van Titus, toneelspel (1801).
Socrates in den tempel van Aglaura, naar het Frans van Renouard(1804).
Balthazar Knoopius,roman (1813).
Proclamatie: oproep het Franse juk af te schudden(1813).
Zevental leerredenen van J.A. Massillon, uit het Fransch vertaald(1823).
Gedichten,twee delen (1824).
De lof der Belgische vrijheid, aan haar toegezongen(1831).
Lofrede op Rembrandt(1841).
De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters van het begin der 15e eeuw tot heden(1842-1843).l

Bronnen
RAD: archief 4, inventaris 167.
Biografisch woordenboek der Nederlanden, deel 9, p. 18.
NNBW, deel 6, p. 829.
Deutschland Heiraten 1558-1929, database, Family Search.
Bork, G.J. van en P.J. Verkruijsse,De Nederlandse en Vlaamse auteurs(1985).
Dongelmans, B.P.M., Johannes Immerzeel junior (1776-1841). Het bedrijf van een uitgever-boekhandelaar in de eerste helft van de negentiende eeuw(Amstelveen, 1992)” (RA Dordrecht)

d. Elisabeth, 25 okt. 1780
VI. Pieter Immerzeel, gedoopt NG Dordrecht 7 febr. 1795 Cornelia de Koning Roelofsdr.
Kinderen:
a. Elisabeth, gedoopt NG Dordrecht 21 mei 1795
b. Diderica Cornelia, gedoopt NG Dordrecht 19 juli 1796
c. Johannes, 5 mrt. 1798