Van Esch

I. Claes Jacobsz., geboren ca. 1558,glasmaker, overleden vóór 19mrt. 1618,trouwde NG Dordrecht 29 april/13 mei 1582 Anneken Steven Cornelisdr.

– ca. 4/10 aug. 1587: verklaring door Claes Jacobsz., glaesmaecker, ongeveer 29 jaar oud, op verzoek van “de dekenen van de Schilders”. (ORA Dordrecht inv. 739, f. 224v)

– 26 jan. 1591: verklaring door Claes Jacobsz., glaesmaker, 32 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 741, f. 191v)

– 1 sept. 1595: Jan Jansz. Cock metselaar verkoopt een huis in het Steegoversloot. Waarborg: Claes Jacobsz. glaesmaker. (ORA Dordrecht 743, f. 362)

– 13 jan. 1596: Aert Jansz. kuiper koopt een huis in de Vleeshouwersstraat. Borgen: Adriaen Jaspersz. metselaar en Claes Jacobsz. glaesmaker. (ORA Dordrecht inv. 744, f. 25)

– 5 okt. 1596: Laurens Aertsz. passementwerker is 200 gl. schuldig aan Hans Jansz. ladenmaker. Borgen: Jan Jansz. Cock en Claes Jacobsz. glaesmaker. (ORA Dordrecht inv. 744, f. 108)

– 27 april 1603: Willem Jansz. brandewijnman koopt een huis in het Steegoversloot. Borgen: Claes Jacobsz. glaesmaker en Pieter Fransz. schrijnwerker. (ORA Dordrecht inv. 745, f. 236 e.v.)

– 20 april 1608: comp. voor schepenen van Dordrecht Claes Jacobsz., als voogd van Adriaen Adriaensz., zoon van wijlen Fransken Anthonisdr., mede-erfgenaam van wijlen Willem Anthonisz., in zijn leven wijnkoper te Dordrecht (ORA Dordrecht inv.749, f. 96)

– 19 mrt. 1618: Anneken Stevens, weduwe van Claes Jacobsz. glasmaker, cum tutore voor 1/4 part, Lijsbeth Claes, jonge dochter cum tutoreen Steven Claesz. [van Esch] glasmaeker, elk voor 1/3 part in 1/4 part, mitsgaders voornoemde Anneken Stevens als procuratie hebbende van Jan Andriesz., getrouwd met Truijcken Jacobsdr. en Andries Geeritsz., elk voor 1/4 part, volgens procuratie gepasseerd voor Dirck Jacobsz. Gommerbach, notaris te Schiedam, op 13 mrt. 1618, verkopen aan Augustijn Lesiere, schilder en burger van Dordrecht, de voorschreven drie1/4 parten en twee 1/3 parten in 1/4 part van een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Johannes Bocardius, predikant te Dordrecht en dat van Balten Willemsz. schrijnwerker, van welk huis 1/3 part in 1/4 part toebehoort aan Augustijn Lesiere zelf, als man en voogd van Annege Claesdr., zijn vrouw (ORA Dordrecht inv. 759, f. 19 e.v.)

Kinderen:

a. Anneken Claes Jacobsdr, gedoopt NG Dordrecht 28 okt. 1584, van Dordrecht wonende in het Steegoversloot naast “het Paternoster” (1610), trouwde NG Dordrecht 14 nov./12 dec. 1610 Augsutijn Lesier, uit ‘s-Gravenhage wonende in het Steegoversloot naast “het Paternoster” (1610)

b. Lijsbeth Claesdr., gedoopt NG Dordrecht nov. 1589

c. Steven Claesz. van Esch, gedoopt NG Dordrecht sept. 1591, volgt II

d. Jacob Claesz. van Esch

e. Margrieta Claesdr. van Esch

II. Steven Claesz. van Esch, gedoopt NG Dordrecht sept. 1591, glasmaker van Dordrecht (1618, 1632), weduwnaar wonende in het Steegoversloot (1632), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 7 april 1673 (een baar in het Steegoversloot voor Steven Klaesz. van Es glasmaker),trouwde 1e NG Dordrecht 23 sept./14 okt. 1618 Grietke Pieter Jansdr. van Sevenbergen, geboren te Gorinchem, overleden ca. 1630, 2e NG Dordrecht 1/17 febr. 1632 Zijken (Sijtgen) Bruijnen, weduwe van Dordrecht wonende in de Heer Heijmansuijsstraat (1632), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 27 mei 1673 (een baar in het Steegoversloot voor de weduwe van Steven Claesz. van Esch glasmaker), trouwde 1e Cornelis Matheusz.

1000e penning Dordrecht 1626, f. 87v: Steven Claesz. in het Steegoversloot aangeslagen voor een vermogen van 1000 gl.

ONA Dordrecht inv. 268, f. 288 e.v.: op 6 mei 1662 verklaren Steven Claesz. van Es, glasmaker en burger van Dordrecht, en Franchoijs Face, drappier en burger van Dordrecht, dat zij zich borg stellen voor Pieter Stevensz. van Es, twijnder te ‘s-Hertogenbosch, resp. hun zoon en zwager, voor een somma van penningen, welke Pieter schuldig is aan Herman van Bockholt, bleker te Dordrecht, wegens bleekloon van garen en twijn.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

Ex 1:

a. Claes Stevensz. van Esch, okt. 1619, volgt III

b. Pieter Stevensz. van Esch, mrt. 1623, twijnder te ‘s-Hertogenbosch

c. Anneken Stevensdr. van Esch, april 1625

d. Elisabeth Stevensdr. van Esch, mei 1629, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1650),trouwde NG Dordrecht 4/21 dec. 1650 Frans Faessen, jongman van Gemundt in het Land van Gulik wonende tegenover de Munt (1650), lakenwerker, drappier te Dordrecht

ORA Dordrecht inv. 1631, f. 64: op 18 nov. 1687 verkoopt Willem Vaessen garentwijnder, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Franchois Willaerts, mr. chirurgijn te Amsterdam, als man van Anna Vaessen, en Lissia Vaessen, meerderjarige ongehuwde persoon, allen kinderen en erfgenamen van Elisabeth van Esch, vrouw van Frans Faessen, voor 660 gl. aan Arijen Dircxsz. Baron, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van ds. Johannes Debbitius en dat van de weduwe van Arnoldus Eldermans.

Ex 2:

e. Grietgen, dec. 1632

f. Magdaleentien, april 1638

Ex 1 of 2:

g. Rut Stevensz. van Esch, glasmaker te Dordrecht

III. Claes (Nicolaes) Stevensz. van Esch [in de volgende trouwinschrijving ten onrechte Teunisz. genoemd], gedoopt NG Dordrecht okt. 1619, jongman van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1646), glasmaker, trouwde NG Dordrecht 18 mrt. 1646 (ondertrouw) Catelijntje Joosten van Diemen, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Lindengracht (1646), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 18 mrt. 1675 (een baar in het Steegoversloot voor de weduwe van Steve [sic] van Ees, Katrijn van Dijeme)

ONA Dordrecht inv. 66, f. 139v: op 1 april 1661 draagt Claes Stevensz. van Esch, mr. glasmaker en burger van Dordrecht, collateur van een beneficie of vicarie, eertijds gesticht door Thomas Beuckelaer, in zijn leven rentmeester-generaal van Holland, op het altaar van St. Jacob de Meerdere in de Grote Kerk van Dordrecht, dat vrij is gekomen bij overlijden van mr. Hendrick Hoijnck Dirksz., dit beneficie met de daarbij horende goederen over aan zijn minderjarige zoon Steven Claesz. van Esch.

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 135 e.v. : op 10 nov. 1674 verklaren Elisabet Stevensdr. van Esch, weduwe van Frans Faessen, voor een vijfde part, Steven Claesz. van Esch, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer en zuster, Jacob en Margrieta van Esch, kinderen en erfgenamen van Claes Stevensz. van Esch, voor het tweede vijfde part, Nicolaes Lesier en Lodewijk van Loon, als voogden over de kinderen van Anneken Stevensdr. van Esch en de kinderen van Pieter Stevensz. van Esch, voor het derde en vijfde part, en Maghdaleentje Stevensdr. van Esch, voor het laatste vijfde part, allen erfgenamen van Rut Stevensz. van Esch, glasmaker en burger van Dordrecht, dat aan Elisabeth Stevensdr. van Esch, weduwe van Frans Faessen, is aanbedeeld een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van ds. Johannes Dibbits en dat van Arnoldus Eltermans.

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 135 e.v.: op 10 nov. 1674 verkopen Elisabet Stevensdr. van Esch, weduwe van Frans Faessen, voor een vijfde part, Steven Claesz. van Esch, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broer en zuster, Jacob en Margrieta van Esch, kinderen en erfgenamen van Claes Stevensz. van Esch, voor het tweede vijfde part, Nicolaes Lesier en Lodewijk van Loon, als voogden over de kinderen van Anneken Stevensdr. van Esch en de kinderen van Pieter Stevensz. van Esch, voor het derde en vijfde part, en Maghdaleentje Stevensdr. van Esch, voor het laatste vijfde part, allen erfgenamen van Rut Stevensz. van Esch, glasmaker en burger van Dordrecht, voor 545 gl. aan Arnoldus Eltermans, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, tussen het huis, dat is aanbedeeld aan Elisabeth Stevensdr. van Esch, en het huis van Jacobus van Dijck bakker. De koper is schuldig aan Willem Nicolaesz. een somma van 250 gl.

Kinderen:

a. Steven Claesz. van Esch, geboren naar schatting ca. 1650, volgt IV

b. Hester, gedoopt NG Dordrecht 21 jan. 1658

c. Josua, gedoopt NG Dordrecht okt. 1659

IV. Steven Claesz. van Esch, geboren naar schatting ca. 1650, jongmanwonende achter het stadhuis (1669), glasmaker, begraafboek Dordrecht (Grote Kerk) 4 febr. 1690 (een baar in het Steegoversloot voor Steven van Esch glasmaker, “eens luidens”), trouwde NG Dordrecht 20 okt. 1669 (ondertrouw) Hendrijcksje de Bruijn, jonge dochtervan Dordrecht wonende inhet Steegoversloot (1669),begraven Dordrecht (Grote Kerk)1 nov. 1731 (Henrica van Bruijn, weduwe van Steven van Esch, in het Steegoversloot, met de “ordinare” koetsen, laat kinderen na), dochter van Hendrick Lambertsz. de Bruijn en Hendricksken Fredericks

ONA Dordrecht inv. 239, f. 19 e.v.: op 31 jan. 1678 verleent Hendrick de Bruijn, agent van de Maashandelaars en burger van Dordrecht, procuratie aan zijn schoonzoon Steven van Esch, burger van Dordrecht, om te innen van Herman van Geest, koopman en burger van Dordrecht, zodanige somma van penningenwelke hem, als agent van de Maashandelaars, toekomt.

ORA Dordrecht inv. 1631, f. 97: op 6 mei 1688 verkopen Geertruijt de Bruijn, Ruth Onder de Wijngaert, als man van Agnejes de Bruijn, en Steven van Esch, als man van Henrica de Bruijn, kinderen en erfgenamen van Hendrick Lambertsz. de Bruijn, voor 1550 gl. aan Elisabeth Taerling, de vrouw van Marinus Braber, een huis in de Doelstraat tegenover de Doelen, staande tussen de Grafelijkheidsmunt en de gang of poort van het huis van Pieter Regenmorter.

ORA Dordrecht inv. 1653, f. 27v e.v.: op 24 april 1732 verkopen Pieter van Esch, meerderjarige ongehuwde persoon, Lodewijk Faassen mr. draaier, als man van Maria van Esch, Willem van der Linden mr. bakker, als man van Geertruijd van Esch, burgers van Dordrecht, kinderen en erfgenamen van Hendrika de Bruijn, weduwe van Stephanus van Esch, voor 2000 gl. aan Joseph van Oirschoot [sic], koopman van wijnen, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van notarisAndries Candt en dat van de weduwe van Jacobus van Lier.

ORA Dordrecht inv. 1653, f. 41 e.v.: op 15 mei 1732 verkopen Lodewijk Faasse, als man van Maria van Esch, Willem van der Linde, als man van Geertruij van Esch, en Willem van der Linde nog als procuratie hebbende van Pieter van Esch, kinderen en erfgenamen van Hendrica de Bruijn, weduwe van Steven Claesz. van Esch, voor 350 gl. aan Willemijna van Heemsté, weduwe van Samuel van der Hutte, een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Leendert Nieustad en dat van Adam van Outgaerden. De koopster is schuldig aan Hermanus van Oldenburg, burger van Dordrecht, een somma van 250 gl.

Kinderen:

a. Hendrijcksge, gedoopt NG Dordrecht okt. 1670

b. Nicolaas, gedoopt NG Dordrecht 7 april 1674

c. Maria van Esch, gedoopt NG Dordrecht 25 juli 1678, trouwde Lodewijk Faassen, draaier

d. Hendrick, gedoopt NG Dordrecht 22 jan. 1681

e. Geertruijd van Esch, gedoopt NG Dordrecht 29 dec. 1683, trouwde Willem van der Linden, mr. bakker

f. Pieter van Esch, gedoopt NG Dordrecht 27 dec. 1686, ongehuwd