Kwartierstaat Boshoven

1. Casper Boshoven, geboren Dordrecht 3 april 1756, schoenmaker (vermeld 1811), overleden Dordrecht 24 dec. 1825, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 7 mei 1778 Johanna Maria Soethof

2. Johannes Boshoven, gedoopt NG Dordrecht20 aug. 1728,jongman van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1755), weduwnaar geboortig van Dordrecht wonende op de Voorstraat bij de Beurs (1759),schoenmaker, trouwde 2e Gerecht NG Dordrecht 15 febr./4 mrt. 1759 (de bruid met schriftelijk consent van haar moeder Maijke van den Oever, weduwe van Arij Mulder) Cornelia Mulder, jonge dochter geboren te Nieuwaal wonende in de Augustijnenkamp (1759),1e Gerecht/NG Dordrecht 10/27 juli 1755 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Jasper Boshoven, de bruid met haar vader Anthonij Potaart)

– 8 juli 1750: verklaring door Willem van Hiesvelt, boekhouder en Nicolaas Bouquet, Denijs van der Kaa en Johannes Boshoven, dekenen van het Nieuwschoenmakersgilde te Dordrecht. Akte door attestanten ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 931, akte 101)

3. Maria Pottaart, gedoopt NG Dordrecht 1731, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Nieuwe Breestraat (1755), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 9 febr. 1758 (Mariea Pottaert huisvrouw van Johannis Boshoven, op de Voorstraat bij de Beurs, laat kinderen na)

4. Jasper Boshoven, gedoopt NG Dordrecht 17 juni 1703,jongman van Dordrecht wonende in de Botgenssstraat (1726), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 27 mrt. 1772 (Jasper Boshoven in de Kolfstraat, laat kinderen na),trouwde Gerecht/NG Dordrecht 26 april/12 mei 1726 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Johannes Boshoven, de bruid met haar zuster Paschijna Pieret, huisvrouw van Geerit Steenbus)

5. Anne Pieret, gedoopt NG Dordrecht 28 okt. 1689,jonge dochter van Dordrecht wonende in de Grotekerksbuurt (1726), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 8 april 1762 (het lijk van Johanna Pierot, huisvrouw van Jasper Boshoven, laat kinderen na)

– 15 sept. 1742: Jasper Boshoven koopt voor 250 gl. van Pieter van Oossanen en Aart van Malsem, als executeurs-testamentair en voogden over het kleinkind van Aart Pel, gewoond hebbende en overleden te Dordrecht, een huis in de Pelserstraat, bestaande uit twee woningen, het ene bewoond door Jasper Boshoven, die het heeft gehuurd voor 39 gl. per jaar en het andere door de weduwe van Cornelis van Vliet, verhuurd voor 8 stuivers per week. Het huis wordt aan de ene zijde belend door het huis van de weduwe Nering en aan de andere zijde door het huis van de heren Boet en De Haan. Boshoven tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 965, akte 83)

– 13 juni 1758: Jasper Boshoven, Jan Boshoven en Canis [Egarius] Arents [getrouwd met Ariaantje Boshoven], burgers van Dordrecht, verkopen als testamentaire erfgenamen van Arnoldus Boshoven, overleden te Dordrecht, aan Pieter Gillisse, opperbrouwer in de “Orangeboom”, twee huizen in de Botgensstraat, staande tussen het huis van Yda de Koning en dat van Canis Arents, voor 550 gl. contant. (ORA Dordrecht inv. 826, f. 108v e.v.)

-22 mrt. 1764: Jasper Boshoven, burger van Dordrecht, verkoopt voor 430 gl. aan Hermanus van Beest, burger van Dordrecht, een huis, bestaande uit twee aparte woningen, staande in de Pelserstraat tussen het huis van Pieter Quinting en dat van de weduwe van Pieter van Boven. (ORA Dordrecht inv. 1664, f. 95v)

6. Anthonij Pottaer (Potaart), jongman van Dordrecht wonende in de Nieuwe Breestraat (1728), meester-kleermaker (1764), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 30 april/16 mei 1728 (de bruidegom geassisteerd met Fijtie Mattijsse, weduwe van Pieter Pottaer, zijn vader, de bruid met Marijke Mom, weduwe van Johannes Kraeijvanger, haar moeder)

7. Anna Elisabeth Kraijvanger, jonge dochter van Tiel wonende in de Visstraat (1728)

– 21 mei 1764: testeren voor notaris G. Verveer Anthonij Potaart, meester-kleermaker te Dordrecht en zijn vrouw Anna Elisabet Kraaijvanger. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam. De langstlevende zal gehouden zijn aan hun meerderjarige zoon Pieter Potaart een somma van 3 gl. uit te keren en aan hun kleinzoon Kasper Boshoven, de zoon van hun overleden dochter Maria Potaart, als hij mondig wordt of gaat trouwen, eveneens een somma van 3 gl. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden en hun zoon Pieter Potaart tot voogden over hun kleinzoon Kasper Boshoven. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 945, akte 30)

– 12 aug. 1765: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Elsje Pottaar, weduwe en mede-erfgename van Simon Didama, overleden te Dordrecht op 10 aug. 1765. De inventaris is opgemaakt door de Dordtse notaris G. Verveer ten behoeve van haar erfgenamen ab intestato, t.w. haar broers Anthonij en Matthijs Pottaar en haar zuster Neeltje Pottaar, de vrouw van Pieter Nodelijk. Tot de nalatenschap behoren o.a. 3 losrentebrieven van resp. 300, 1000 en 216 gl., een hypotheekbrief van 75 gl. ten laste van Pieter Nodelijk, op 5 sept. 1747 gepasseerd voor schepenen van Dordrecht en verzekerd op Nodelijks huisje in de Mariënbornstraat en een onderhandse obligatie van 100 gl. dd 9 april 1758 ten laste van Johannes Boshoven, meester-mandenmakeren burger Dordrecht. Anthonij Pottaar is volgens een handgeschreven briefje dd 7 april 1762 aan de boedel een bedrag van 200 gl. schuldig. De overledene heeft hem in 1764 ook nog een aantal bedragen van in totaal59 gl. geleend. Haar neef Den Dreij heeft haar een bedrag van 5gl. 5 st. voldaan en zij heeft haar nicht Verbroek 3 gl. geleend. De erfgenamen hebben uit de contante gelden van de nalatenschap niet alleen de doodschulden betaald, maar ook “het schouwgelt [betaling voor de lijkschouwing], [en de kosten van het]opvissen, en thuijs brengen van’t lijk van voorn. Elsje Pottaar”. Van de contante gelden is daarna nog een bedrag van 229 gl. 16 st. 8 penn. overgeschoten. Anthonij Pottaar heeft uit de boedel een aantal goederen overgenomen voor in totaal 21 gl. 14 st.(o.a. wat kleren en huisraad). Op 29 aug. 1765 comp. voor notaris G. Verveer te Dordrecht Anthonij Pottaar meester-kleermaker, Matthijs Pottaar twijnder en Pieter Nodelijk twijnder en diens vrouw Neeltje Pottaar, allen wonende te Dordrecht. Zij verklaren, dat de in de inventaris vermelde goederennaar hun beste weten al hetgeen is, dat door Elsje Pottaar is nagelaten. Anthonij Pottaar en Pieter de Nodelijk tekenen met hun naam. Matthijs en Neeltje zetten een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 946, akte 67)

8. Jan (Johannes) Boshoven, geboren naar schatting ca. 1665,jongman van Dordrecht wonende in de Botgensstraat (1694),schoenlapper (vermeld 1697, 1706,1724), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 11/25 juli 1694 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader, de bruid met Cornelia Basgiers, vrouw van Coenraet Damasz., haar tante)

9. Caatje (Catarijn)Jaspersdr. Pancras (Banckeras), gedoopt NG Dordrecht 24 dec. 1668, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Botgensstraat (1694)

– 15 dec. 1706: Johan van Slingeland, als rentmeester van het Arme-Weeshuis, geassisteerd met Matthijs Bax, als vader van het Arme-Weeshuis, verkopen voor 500 gl. aan Johannes Boshove, schoenlapper en burger van Dordrecht, een huis in de Botgensstraat, staande tussen het huis van Roeland Taerling en dat van de weduwe van Van Cleeff. (ORA Dordrecht inv. 805, f. 149)

– 13 okt. 1697: begraven een kind van Johannes Boshoven schoenlapper in de Botgensstraat (Begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

– 19 juni 1724: testament van Johannes Boshoven, schoenlapper wonende in de Botgensstraat, en zijn vrouw Catrina Pancras. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd. De langstlevende zal gehouden zijn aan hun kinderen bij hun mondigheid of eerder huwelijk een bedrag van 6 gl. uit te reiken. (ONA Dordrecht inv. 659, akte 21, f. 103 e.v.)

– 16 mei 1730: Neeltje van Meeuwen, meerderjarige ongehuwde persoon, als erfgename van haar vader Evert van Meeuwen, schipper en burger van Dordrecht, verkoopt voor 240 gl. aan Johannes Boshoven, burger van Dordrecht, een huis in de Botgensstraat, staande tussen het huis van de koper en dat van de olieslager Knogh. Het huis heeft een vrije uitgang naar de stadsgracht. (ORA Dordrecht inv. 1652, f. 54v)

Kinderen:

a. Adriaantje Boshoven, gedoopt NG Dordrecht 15 juli 1699, trouwde Egarius Arents

b. Jasper Boshoven (= kwartier 4)

c. Jan Boshoven, gedoopt NG Dordrecht 26 april 1705, meester schoenmaker te Dordrecht, wonende in de Wijnstraat bij de Beurs (1756), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 22 mei/6 juni 1756 Alida Madecker, gedoopt NG Dordrecht 14 sept. 1694, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Wijnstraat bi j de Beurs (1756), dochter van Stephanus Madecker en Josina de Jager *

– 17 juli 1749: testament van Alida Madecker, “bejaarde ongehuwde dochter”, wonende te Dordrecht, beneden de 2000 gl. gegoed. Zij benoemt tot universeel erfgenaam haar zuster Anthonetta Madecker, weduwe van Abram van Wingerden en bij vooroverlijden van haar zuster Jan Boshoven, meester schoenmaker te Dordrecht. Als Jan Boshoven vóór de testatrice komt te overlijden, zal haar zuster Anthonetta de helft van haar na te laten goederen erven en Jasper Boshoven en Ariaantje Boshoven, de broer en zuster van Jan Boshoven, elk 1/3 part van de andere helft en de kinderen van hun overleden broer Arnoldus Boshoven samen het resterende part van de andere helft. Als Anthonetta Madecker en Jan Boshoven beiden vóór de testatrice overlijden, zullen haar erfgenamen zijn voornoemde Jasper en Ariaantje Boshoven,ieder voor 1/3 part en de kinderen van Arnoldus Boshoven samen voor 1/3 part. Tot voogdenover haar minderjarige erfgenamen benoemtzij Jan Boshoven of bij vooroverlijden Jasper Boshoven. Zij tekent met een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 872, akte 59)

* NG trouwboek Dordrecht 7 mei 1690: Stephanus Madecker jongman geboortig van Amsterdam wonende te Dordrecht op de Boom en Josijna de Jager jonge dochter geboortig van Dordrecht wonende op de Boom, getrouwd 5 juni 1690

Josina, dochter van Samuel de Jager en Antonetta van den Beeck, gedoopt NG Dordrecht 26 dec. 1664

Stephanus Madecker en Josina de Jager laten (o.a.) dopen (NG Dordrecht):

a. Antonette, 15 nov. 1692

b. Alida, 14 sept. 1694

– 17 juli 1749: testament van Jan Boshoven, meester schoenmaker te Dordrecht, beneden de 2000 gl. gegoed. Hij benoemt tot zijn universele erfgenaam Alida Madecker, inwoonster van Dordrecht, op voorwaarde, dat zij het testament, dat zij heeft gepasseerd voor notaris B. van der Star te Dordrecht op 17 juli 1749, niet zal herroepen of nietig verklaren. In het tegenovergestelde geval laat hij al zijn goederen na aan zijn verwanten en erfgenamen ab intestato. Als hij kinderloos overlijdt enzijn ouders bij zijn overlijden nog in leven zijn, laathij huneen bedrag van 30 gl. na. Akte door testateur ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 872, akte 60)

d. Arnoldus Boshoven, gedoopt NG Dordrecht 7 sept. 1710

10. Jan Peret (Perret, Paret), gedoopt NG Dordrecht 25 mrt. 1657, jongman van Dordrechtwonende in de Stoofstraat (1680), hoedenmaker, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 12 nov. 1694 (eenbaar voor Jan Paret in de Stoofstraat “onder de vormdraijer”),trouwde NG Dordrecht 27 okt./11 nov. 1680

11. Petronella (Nelleken, Nulleke) Prol, jonge dochter van “Wolteniel” (vermoedelijk Waldniel in Nordrhein-Westfalen/Duitsland) wonende op de Engelenburgerkade (1680), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 9 jan. 1707 (het lijk van de weduwe van Jan Parett, in de Kromme Elleboog)

12. Pieter Anthonisz. Pottaer (Potaal), gedoopt NG Dordrecht 1680, jongman van Dordrecht wonende in de Breestraat (1703), zeepziedersknecht (1699), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 4/14 febr. 1703 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Neeltje Theunis, de bruid met haar vader Matthijs Thomasse)

13. Fijtje Matthijsdr., gedoopt NG Dordrecht 12 aug. 1679, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Raamstraat (1703)

ORA Dordrecht inv. 1637, f. 82: op 4 juli 1699 verkopen Elisabeth de Vlugt, weduwe van Nicolaas van der Kest, wonende te Dordrecht, en Marcelis de Vlugt, burger van Dordrecht, kinderen en erfgenamen van Adriana van Gent, weduwe van Cornelis de Vlugt, schiptimmerman en burger van Dordrecht, voor 450 gl. aan Pieter Pottaar, zeepziedersknecht en burger van Dordrecht, een huis in de Botgensstraat, staande tussen ’s herengracht en en het huis van mr.-bakker De Bruijn.

14. Johannes Kraeijvanger

15. Marijke Mom

18. Jasper Jansz. (Pancraes), geboren naar schatting ca. 1640, trouwde NG Dordrecht 13 juni 1666

19. Maria Passchiers, gedoopt NG Dordrecht april 1639, weduwe van Dordrecht wonende aan de Riedijk (1676), trouwde 2e NG Dordrecht 27 sept./12 okt. 1676 Abraham Jorisz., uit Bergsland wonende aan de Riedjk (1676), smid

ONA Dordrecht inv. 291, f. 324: op 22 okt. 1706 verklaren Coenraet Damasz., stadsarbeider, weduwnaar en erfgenaam van Cornelia Passchiers, enerzijds en Grietie Panckeras, weduwe van Dirck van Hellemont, Johannis Boshoven, als man van Catarina Panckeras, en Louwerens Hoochlander, als man van Catarina van den Berch, allen erfgenamen van Cornelia Passchiers, hun tante, anderzijds, dat zij de boedel van Cornelia Passchiers onderling verdeeld hebben. Daarbij zijn aan de weduwnaar toebedeeld alle goederen, die zij heeft nagelaten, op voorwaarde, dat hij aan de tweede comparanten een bedrag van 160 gl. en zes vrouwenhemden zal uitreiken.

20. Jan Per(r)et, geboren ca. 1610, jongman van Luik, “chapelier” (1646), hoedenmaker, trouwde Waals Gereformeerd Dordrecht 28 okt./19 nov. 1646

21. Passchijntje Leenderts (Pasquette Linard), jonge dochter van Dordrecht (1646)

Kinderen:

a. Jeanne, gedoopt WaalsGeref. Dordrecht, 3 mrt. 1647

b. Toussain, gedoopt Waals Geref. Dordrecht 13 april 1648

c. Elisabeth, gedoopt Waals Geref. Dordrecht 26 mei 1650 (getuigen: NicolasJean en Jeanne Margarite)

– 22 febr. 1670: verklaring op verzoek van Maijcken Jansdr. van der Blieck, burgeres van Dordrecht, door Jan Paret hoedenmaker, ongeveer 60 jaar oud en Augustijn Bert kuiper, 24 jaar oud, burgers van Dordrecht. Beiden tekenen met een merkje.(ONA Dordrecht inv. 231, f. 361)

24. Anthonij Claesz. Battaer (Pottaar, Pataer, Buttoer, Buttau), jongman van Dordrecht, varend gezel, wonende in het Mazelaarsstraatje (1673), trouwde NG Dordrecht/Dubbeldam29 okt./12 nov. 1673

25. Neeltge Teunisdr. (Boecks), gedoopt NG Dordrecht 27 mei 1647,jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijngaardstraat (1673)

– 5 juni 1691: begraven een meerderjarig [sic]kind van Anthonij Potaer visknecht (Begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Teunis, 19 april 1676

b. Claes, 1678

c. Pieter Potaer, 1680 (= kwartier 12)

d. Wilhm, 8 aug. 1685

26. MatthijsThomassen, jongman van Dordrecht, schoenmaker, wonende in de Oude Breestraat (1671), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 7 juli 1704 (Mattijs Tomise in de Raamstraat),trouwde NG Dordrecht 24 mrt./6 april 1675

Quirijn van Brekelenkam, De schoenmaker.

27. Elsje Jans, jonge dochter van “Aernem” wonende in de Kolfstraat (1671), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 11 dec. 1706 (Elsie Jans weduwe van Matthijs Thomasz. in het Loverstraatje)

– 25 april 1690: begraven een kind van Matthijs Tomese in de Raamstraat (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

36. Jan Ariensz. Pancras, geboren ca. 1603, oudschoenmaker (1637, 1659), weduwnaar van Dordrecht, wonende in het Torenstraatje (1637), weduwnaar van Dordrecht,wonende aan het Riedijkstraatje (1659), trouwde 1 NN, 3e NG Dordrecht 17/31 aug. 1659 Martijntge Abrahamsdr. van der Van, weduwe van Jacob Claesz. schipper, wonende in de Kolfstraat (1659), trouwde 2e NG Dordrecht 26 april/10 mei 1637

37. Grietke Jaspersdr., gedoopt NG Dordrecht febr. 1610, jonge dochter wonende in de Vriesestraat (1637)

– 4 nov. 1672: Jan Ariensz. Pancras, “alsnu” wonende te Dordrecht, 69 jaar oud, verklaart op verzoek van Adriana de Beveren, vrouwe van Meerdervoort, dat hij in 1652 voor een periode van drie jaar van haar gehuurd heeft haar veerhuis, staande op Meerdervoort en het veer tussen Meerdervoort en de Mijl en Dubbeldam, “genietende voor veerschat van een mensch alleen eenen stuijver, ende meer persoonen sijnde van ieder eenen halven stuijver”. Hij tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 233, f. 317 e.v.)

38. Passchier Jansz., jongman van Sittard, hoedenmaker wonende in de Oude Breestraat (1634), tabakverkoper (1651),trouwde NG Dordrecht 9/23 juli 1634 (sponsus debet testimonium consensus patris)

39. Catrijntien (Cathalijntie) Abrahamsdr,. geboren naar schatting ca. 1595, van Oostsaen bij Amsterdam, wonende bij de schoolmeester in het Weeshuis (1626), wonende in de Kolfstraat (1634), trouwde 1e naar schatting ca. 1620 Hendric Jacopsz. Koolhaes twijnder, 2e NG Dordrecht 8/22 febr. 1626 Goswinis (Gosen) Jansz., weduwnaar uit het Land van Gulik, droogscheerder wonende in de “Herdebollen”(1626)

– 30 mrt. 1651: Passchier Jansz., tabakverkoper en burger van Dordrecht, verkoopt aan Gerrit Philipsz. een jaarlijkse losrente van 15 gl., verzekerd op een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Hendrick Gerritsz. Bosch en dat van Pieter Buijs bakker. (ORA Dordrecht inv. 778, f. 19v)

– 21 april 1654: Passchier Jansz. tabakverkoper en burger van Dordrecht, is schuldig aan Gerrit Phillipsz., burger van Dordrecht, een somma van 100 gl., verbindende zijn huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Pieter Buijs en dat van Henrick Gerritsz. van den Bosch. (ORA Dordrecht inv. 779, f. 93v e.v.)

– 16 mrt. 1658: Govert de Widt, als procuratie hebbende van Passchier Jansz. en diens vrouw Catalina Abrahamsdr., burgers van Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd ten overstaan van notaris A. Muijs van Holij te Dordrecht op 15 mrt. 1658, verklaart, dat zij voor de voldoening van een obligatie van 600 gl. ten behoeve van Johan Chephart, koopman te Rotterdam, verbonden hebben een huis in de Kolfstraat te Dordrecht, genaamd “het Lant van Gulich”, staande tussen het huis van Pieter Buijs en dat van de weduwe van Hendrick Gerritsz. van den Bosch. (ORA Dordrecht inv. 781, f. 91)

– 7 juni 1661: verklaring door Passchier Jansz., hoedenmaker en burger van Dordrecht en zijn vrouw Catharijna Abrahamsdr., op verzoek van Pieter Kellenaer, meester-droogscheerder, echtgenoot van Geertruijt van Herff. Comparanten verklaren, dat in 1647 te Dordrecht zijn geweest Servaes van Herff en Lambert van Herff, de broer en oom van de vrouw van de rekwirant en dat zij Servaes van Herff meerdere malen hebben horen zeggen, dat hij de rekwirant “van boven” [d.w.z. rivieropwaarts]een paar droogscheerdersscharen zou toezenden. Zij hebben Lambert van Herff horen zeggen, dat hij de “jongeluijden”, d.w.z. de rekwirant en zijn vrouw, ook een paar van die scharen zou toesturen. Passchier tekent met een kruisje en zijn vrouw met haar naam.(ONA Dordrecht inv. 293, f. 136)

Kinderen van Passchier Jansz. en Catrijntien Abrahamsdr. (allen NG gedooptte Dordrecht):

a. Cornelia, aug. 1635

b. Cornelia Passchiers, juni 1637, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Kolfstraat (1658), weduwe wonende in de Kolfstraat (1679), trouwde 1e NG Dordrecht 7/22 april 1658 Wouter de la Febre (le Febre), jongman van Isendijck, timmermanwonende in de Kromme Elleboog (1658), 2e NG Dordrecht 15/30 okt. 1679 Coenraed Damisz. weduwnaar uit het Land van Gulik, arbeider aan de straat wonende buiten de Sluispoort (1679)

c. Maria, april 1639 (= kwartier 19)

d. Jacomijntjen, aug. 1641

48. Nicolaes Battard, jongman geboren in Henegouwen (“pays du Hanault”), soldaat in de compagnie van graaf Maurits (1636), trouwde Waals/NG Dordrecht 4/29 juni 1636

49. Catharina (Cateline) Michel (Michiel) jonge dochter van Luik (1636)

50. Teunis Willemsz. (Bocks), gedoopt NG Dordrecht juli 1615, jongman van Dordrecht, kleermaker, wonende op de Riedijk (1641), trouwde NG Dordrecht/Zwijndrecht4/18 aug. 1641

51. Janneken Cornelisdr. van Gastel, geboren naar schatting ca. 1620, “van Dordrecht”, wonende in de Kolfstraat (1641) [zie pagina Genealogische Sprokkels s.v. Van Gastel]

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Willem, 1643

b. Willem, 17 okt. 1649

74. Jasper Jansz., kleermaker te Papendrecht (1596), overleden in of na 1619, trouwde NG Dordrecht 3/24 nov. 1596

75. Grietgen Laurens Hendricksdr., van Dordrecht (1596)

– 1606 (verponding Dordrecht): Jasper Jansz. kleermaker betaalt 2 ponden voor zijn huis op de hoek van de Tolbrugstraat [Waterzijde]

– 1619 (verponding Dordrecht):Jasper Jansz. kleermaker betaalt voor zijn huis op de hoek van de Tolbrugstraat 6 ponden 10 sch. Belender: Jan Pietersz. smid (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968, f. 66)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a.Laurens Jaspersz. van Duren, jongman van Dordrecht, soldaat in de compagnie van Zijne Genade graaf Maurits, wonende in de Vriesestraat (1633), trouwde NG Dordrecht 24 juli 1633 (ondertrouw, op 3 aug. 1633 attestatie gegeven om te ‘s-Hertogenbosch te mogen trouwen) Geertken Corstiaens, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Vriesestraat (1633)

b. Grietke, 1610

100. Willem Willemsz. Bock (Bocx), geboren naar schatting ca. 1580, ladenmaker van Dordrecht (1608), trouwde NG Dordrecht 4/18 mei 1608

101. Maijken Anthonisdr. (Thoenis Jochumsdr.), “van Groeningen”(1608)