Sam

Het gezin van Jan Sam (generatie II), door Aelbert Cuyp

I. Jacob Dercxsz. Sam, jong gezel van Tiel (1591), overleden vóór 27 april 1632, trouwde NG Tiel 30 jan./14 febr. 1591 (parentes sponsi assentiuntur, contrahenten bekennen vrije personen te zijn, getuigen: Joest Andrijesz., Herberen Sam, Jan Bosses) Aeltgen Driesen (Andrijesdr., jonge dochter van Tiel (1591)

ONA Dordrecht inv. 57, f. 712: testament dd 27 april 1632 van Aeltgen Driesen, weduwe van Jacob Sam, thans wonende te Dordrecht. Zij prelegateert aan haar jongste dochter Elisabeth Sam en haar jongste zoon Jacob Sam elk 900 gl., met nog 100 gl. voor hun “vvtsettinge” en een nieuw bed, dat alles ter compensatie van hetgeen haar getrouwde kinderen reeds van haar gekregen hebben. Zij prelegateert aan Jacob Sam al de mantels, kleren en hemden, die van zijn vader zijn geweest, aan Elisabeth Sam al haar, testatrice’s, kleren, aan haar ongehuwde zoons Dirck en Herbert Sam 600 gl. en een bed, aan haar zoon Herbert Sam voor zijn uitzet en kleding 200 gl., aan haar dochters Belijken, Anneken, Neuleken en Elisabeth Sam elk 20 Rijksdaalders om een nieuwe huik te kopen, en aan haar zoons één van haar gouden ringen. Aan de NG huisarmen van Dordrecht of de plaats, waar zij zal overlijden een somma, prelegateert zijn een bedrag van 25 gl. Tot erfgenamen van haar overige na te laten goederen benoemt zij haar kinderen resp. kindskinderen Dirck Sam, Jan Sam, Herbert Sam, Jacob Sam en haar vier voornoemde dochters, alsmede de twee weeskinderen van haar overleden zoon Dries Sam, door hem verwekt aan Belijken Crull, en de twee weeskinderen van haar overleden dochter Geereken Sam, bij haar verwekt door Goossen de Wit. Als voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar zoons Dirck en Jan Sam.

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Dirck Sam, geboren ca. 1597, beitelschipper, burger van Tiel, trouwde NG Dordrecht 4 juni 1634 Christina Hillen, geboren naar schatting. ca. 1605, dochter van Arent Hillen en Ida van den Camp.

ONA Dordrecht inv. 60, f. 271: verklaring dd 17 febr. 1641 door Cornelis de Meester, wonende te Brussel, 35 jaar oud, Dirck Sam, beitelschipper en burger van Tiel, 44 jaar oud, en Rutger Schierdenburch, huurvaarder, 39 jaar oud, op verzoek van Jan Sophie, koopman te Brussel.

ONA Dordrecht inv. 62, f. 138: testament dd 5 juni 1647 van Ida van den Camp, weduwe van Arent Hillen, burgeres van Dordrecht. Zij legateert o.a. aan haar dochter Cristina Hillen, de vrouw van Dirck Sam, een bedrag van 60 gl. 5 st.

ONA Dordrecht inv. 91, f. 46: op 7 febr. 1653 comp. Ida van de Kamp, weduwe van Arent Hillen, wonende te Dordrecht. Zij wil, dat de goederen, die geërfd zullen worden door haar dochter Christina Hillen, zullen blijven “subject fideicommis” en na het overlijden van haar dochter in eigendom zullen moeten komen van haar kinderen of verdere nakomelingen, of bij ontbreken daarvan aan de overige kinderen en nakomelingen van haar, testatrice. Als Christina’s huidige man Dirck Sam voor haar komt te overlijden, wenst de testatrice, dat haar dochter de voornoemde goederen zonder “subjectie” zal mogen gebruiken, met dien verstande, dat de crediteuren van Dirck Sam van die erfenis niet zullen mogen pretenderen, dat die “subject fideïcommis” is, maar dat de executeuren van dit testament het inkomen van of de gehele erfenis zullen mogen gebruiken voor het onderhoud van haar dochter Christina Hillen. Tot voogden stelt zij aan haar zoon Jan Hillen en haar schoonzoon Dirck Boonen.

ONA Dordrecht inv. 134, f. 442: op 17 nov. 1655 testeert Ida van de Camp. weduwe van Arent Hillen, burgeres van Dordrecht. Zij legateert aan Cristina Hillen, de vrouw van Dirck Sam, een bedrag van 60 gl. 5 st. Zij benoemt tot haar erfgenamen haar zes kinderen, t.w. Jan Hillen, Maria Hillen, de vrouw van Jan de Munnick, Catharina Hillen, weduwe van Melchior Dircxsz., Cristina Hillen, de vrouw van Dirck Sam, Jenneken Hillen, de vrouw van Dirck Boone, en Marguarita Hillen, de vrouw van Jacob Reijns, alsmede de twee weeskinderen van Matthijs Hillen, haar overleden zoon.

ONA Dordrecht inv. 136, f. 49, op 28 febr. 1657 leggen Dirck Sam, 60 jaar, Jurien Burgers, 55 jr., Dirck Francken, 46 jr., Dirck Francken, 46 jr., Herman Arijensz. Noot, 30 jr., Herman Vingerhoet, 29 jr., en Gerrit Mol, ongeveer 29 jaar oud, allen kooplieden en schippers, varende op de Rijn, op verzoek van Adriaen van Lobbrecht, ontvanger van de generaliteitstol te Rijnberck, een verklaring af.

ONA Dordrecht inv. 138, f. 525: op 3 okt. 1659 verhuurt Willem Dermoeijen, burger van Dordrecht, aan Dirck Sam, een kelder, gelegen in het Weeshuisstraatje tussen het huis van Hans Verhagen en het erf van de verhuurder, alsmede de helft in een wijnkelder in het Zakkendragersstraatje, [waarvan de wederhelft toebehoort aan de commies Daniël Eelbo?], voor 66 gl. per jaar.

ONA Dordrecht inv. 139, f. 122, akte dd 8 mrt. 1660: scheiding van de goederen, die zijn nagelaten, door Yda van de Camp, weduwe van Arent Hillen, overleden te Dordrecht. Haar schoonzoon Dirck Sam, als man van Cristina Hillen ontvangt een somma van 2683 gl. 1 st.

ONA Dordrecht inv. 139, f. 450: op 3 sept. 1661 testeert Cristina Hillen, de vrouw van Dirck Sam beitelschipper, ziek in bed liggende. Zij prelegateert aan haar drie jongste kinderen, Cristina, Aert en Yda Sam elk een bedrag van 100 gl., begerende voorts, dat haar zes jongste kinderen gecompenseerd zullen worden van hetgeen haar oudste zoon Jacob Sam reeds van haar gekregen heeft volgens een aantekening, die zij daarvan gemaakt heeft. Tot erfgenamen benoemt zij haar zeven kinderen of hun nakomelingen en tot voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar broer Johan Hillen en haar zwager Jacob Sam Jacobsz.

Kinderen (volgorde onzeker):

a-1. Jacob, gedoopt NG Dordrecht mei 1635

a-2. NN

a-3. NN

a-4. NN

a-5. Christina

a-6. Aert

a-7. Yda

b. Jan Sam, volgt II

c. Andries (Dries) Sam, overleden vóór 27 april 1632, trouwde Belijken Crull

ONA Dordrecht inv. 68, f. 108: op 15 okt. 1643 passeert Nicolaes Crull, koopman te Dordrecht, ziek in bed liggende, zijn testament. Hij benoemt tot erfgenamen zijn neef Lambert Crull en de beide kinderen van zijn nicht Belijken Crull, bij haar verwekt door Dries Sam, op voorwaarde dat Belijken van de goederen, die haar kinderen van hem zullen erven, haar leven lang het vruchtgebruik zal hebben.

Kinderen:

c-1. Christina (Stijntgen) Sam, gedoopt NG Dordrecht jan. 1622, trouwde NG 2 juli 1645 Dordrecht Nicolaes Tiboel

Kind:

c-1-1. Dirck Tieboel, gedoopt NG Dordrecht 19 mei 1646, jongman van Dordrecht (1679), koopman te Amsterdam, trouwde NG Dordrecht 15 jan/1 febr. 1679 (procl. te Amsterdam) Elisabet Misserou, van Arnhem wonende in de Kannenkopersbuurt (1657, 1679), trouwde 1e Jacob Weller, 2e NG Dordrecht 22 jul/7 aug. 1657 Nicolaes Sam, jongman van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1657), koopman

ONA Dordrecht inv. 140, f. 545: op 15 okt. 1661 testeren Nicolaes Sam, koopman, en zijn vrouw Elisabeth Misroe. Zij legateren aan de NG huisarmen van Dordrecht een somma van 100 gl. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam, op voorwaarde, dat, als de testateur als eerste komt te overlijden, zij aan zijn erfgenamen ab intestato moet overhandigen al zijn kleren, en hij, als zij als eerste komt te overlijden, aan haar moeder Adriana Maurits, al haar kleren zal uit reiken.

c-2. Nueleken Sam

c-3. Andries

d. Herbert Sam, Rijnschipper, trouwde NG Dordrecht 25 juni 1634 Geertgen Schuller (Schul), dochter van Jan Schul en Nelleken van Soest,

ONA Dordrecht inv. 58, f. 732v: op 15 aug. 1635 testeren Herbert Sam, burger van Tiel, en zijn vrouw Geertgen Schul, thans liggende met hun schip in Dordrecht. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun dan een bedrag uit te keren, dat de langstlevende zal vinden te behoren. Als de langstlevende zal gaan hertrouwen, moet hij of zij de helft van de gemeenschappelijke boedel aan de kinderen afstaan. Maar indien de eerststervende van hen beiden zonder kinderen na te laten komt te overlijden, of wanneer hun kinderen voor hun mondigheid of huwelijk zullen overlijden, zullen de door hen te erven goederen toekomen aan de langstlevende van de testateuren, en zal die langstlevende alleen gehouden zijn aan de erfgenamen ab intestato van de eerststervende onder hen allen een bedrag van 25 gl. uit te reiken. Zij benoemen de langstlevende tot voogd over hun minderjarige erfgenamen en geven aan die langstlevende de bevoegdheid om tot medevoogd aan te nemen één of meer bekwame personen “vande naeste vanden bloede”van de eerststervende.

ONA Dordrecht inv. 59, f. 133v, akte 29 mei 1636: comp. Hubrecht Cornelisz., beitelschipper, als weduwnaar van Nelleken van Soest, voor zichzelf en als vader en voogd van Cornelis Hubrechtsz., 11 jaar oud, door hem verwekt bij Nelleken van Soest, enerzijds en Bastiaen Schul, Hendrick Schul, Jan Schul, Arent Aertsz., als man van Baerten Schul, en Herbert Sam, als man van Geertgen Schul, mede kinderen van Nelleken van Soest, bij haar verwekt door Jan Schul, haar vorige man, anderzijds. De comparanten zijn overeengekomen betreffende de nalatenschap van Nelleken van Soest, dat Hubrecht Cornelisz. zal behouden het beitelschip en de beitelaak en alle overige goederen, mits hij voor zijn rekening neemt alle lasten en uitschulden, waarmee de boedel is belast, waartegen de voorkinderen en het nakind van Nelleken daaruit elk zullen ontvangen een somma van 1407 gl. 16 st. De voorkinderen zullen tevens krijgen een stuk land van 2 1/2 morgen, liggende bij Tiel, genaamd “de Lange Weije”. Als Hubrecht zonder kinderen na te laten komt te overlijden, zal hij elk van de vijf voorkinderen “bedencken ende laten genieten soodanige vereeringe ende recompense daer van sijluijden oorsaeck hebben sullen hem te bedancken”.

Beitelaak

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

d-1. Jacob Sam , mrt. 1636

d-2. Rutger, febr. 1641

d-3. Dirck, 20 sept. 1643

d-4. Herbert, 16 febr. 1649

d-5. Nicolaes, 26 aug. 1652

d-6. Benjamin, 4 sept. 1654

e. Jacob Jacobsz. Sam, jongman van Tiel wonende “’t scheep” (1639), Rijnschipper, trouwde NG Dordrecht 19 juni/5 juli 1639 Belia Jenefaesdr. Francken, gedoopt NG Dordrecht sept. 1622, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1639), dochter van Jenefaes (Genefaes) Francken en Elisabeth Gerritsdr. Schul

ONA Dordrecht inv. 58, f. 806v: op 22 okt. 1635 testeren Elisabeth Sam Jacobsdr. en Jacob Sam Jacobsz., beiden ongehuwde personen, broer en zuster. Als zij ongehuwd komen te overlijden, benoemen elk van beiden tot hun erfgenaam, op voorwaarde, dat, indien zij als eerste komt te overlijden, hij gehouden zal zijn aan de dochter van haar zuster Anneken Sam, Belijken genaamd, een zilveren ketting zal uitreiken, met de beurs, waar die ketting in zit, en een zilveren vingerhoed, aan Belijkens zusters, Nueleken genaamd, een zilveren onderriem met een bloedkoralen paternoster, aan de zuster van de testatrice, Neuleken, een zilveren ketting met een koker, een paar messen met zilveren heften en een klein rond gouden hoepringetje, aan de dochter van haar broer Jan Sam, ook Neuleken genaamd, een gouden … van zessen, aan de zoon van haar overleden broer Dries Sam, ook Dries Sam genaamd, een rosenobel in specie, aan haar broer Herbert Sam twee zilveren lepels, aan haar beide zusters Anneken en Neuleken Sam al haar kleren en al haar neusdoeken. Zij wenst, dat haar broer Jacob Sam aan elk van haar broers en zusters of bij vooroverlijden hun kinderen een rosenobel in specie zal uitkeren en aan de armen van de plaats, waar zij zal komen te overlijden, eveneens een rosenobel in specie. Als Jacob als eerste en ongehuwd komt te overlijden, zal zijn zuster gehouden zijn uit te reiken aan de oudste zoon van zijn broer Dirck Sam, Jacob genaamd, zij beste lakense mantel, aan de zoon van zijn broer Jan Sam, eveneens Jacob genaamd, zijn tweede beste mantel, aan zijn broer Herbert Sam een rosenobel in specie, en aan zijn gezamenlijke broers en zusters of bij vooroverlijden hun kinderen elk een rosenobel in specie en aan de armen eveneens een rosenobel in specie.

ONA Dordrecht inv. 60, f. 31: op 25 febr. 1640 testeren Jacob Sam Jacobsz. Rijnschipper en zijn vrouw Belijcken Vrancken Jerfaesdr. Zijn benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige erfgenamen. Die langstlevende zal gehouden zijn hun toekomstige kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en dan naar zijn of haar discretie “uijt te setten” en hun onder hen allen een bedrag van 600 gl. uit te keren. Als de eerststervende van hen beiden zonder kinderen na te laten komt de overlijden, of als de kinderen voor hun mondigheid of huwelijk komen te sterven, zal hun erfportie toekomen aan de langstlevende, mits hij of zij aan de erfgenamen ab intestato van de eerststervende een bedrag van 150 gl. zal uitkeren, met dien verstande, dat de testatrice tot die erfgenamen ab intestato ook haar vader en moeder rekent.

ONA Dordrecht inv. 133, f. 147: op 24 febr. 1654 testeren Jacob Sam Jacobsz. en zijn vrouw Belijken Francken Jerfaesdr., burgers van Dordrecht. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige kinderen, welke langstlevende gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk.

ONA Dordrecht inv. 134, f. 325: op 15 sept. 1655 verleent Jan Sam Jacobsz., koopman te Dordrecht, procuratie aan zijn zoon Dirck Sam, koopman te Dordrecht, om in ontvangst te nemen van de weesmeesters te Rotterdam de goederen, die zijn aangekomen aan Elisabeth van Geneu, weduwe van Jan van Geneu, wonende te Westminster in Londen, uit de nalatenschap van Hendrick van Geneu, die in Rotterdam is overleden.

ONA Dordrecht inv. 65, f. 232: op 24 aug. 1657 testeren Jervaes Vrancken koopman en zijn vrouw Elisabeth Schul Gerritsdr., burgers van Dordrecht. Zij bevestigen het testament, dat zij hebben gemaakt ten overstaan van notaris D. Eelbo te Dordrecht op 7 okt. 1641, voor zover niet strijdig met het onderhavige. Zij prelegateren aan hun dochter Belijken Vrancken, de vrouw van Jacob Sam, al de kleren van de testatrice en die van hun overleden dochter Elisabeth Vrancken. Aan elk van hun zoons of hun nakomelingen prelegateren zij een somma van 100Rijksdaalders en aan hun jongste zoon Jervaes Vrancken een somma van 1000 Rijksdaalders, te betalen na het overlijden van de langstlevende uit zijn of haar “gereetste” goederen. Zij wensen, dat de langstlevende aan hun beide ongetrouwde zoons, Gerrart en Jervaes Vrancken, als zij gaan trouwen, een zodanige som geld en andere goederen zal uitkeren, zoals kleren, lijnwaat, bed etc., als hun andere kinderen bij het aangaan van hun huwelijk van de testateuren hebben gekregen.

ONA Dordrecht inv. 207, f. 78: op 29 juni 1667 leggen Henrick Ments, Willem Nellen en Cornelis Pauws, allen knechts van Jacob Sam, koopman en Rijnschipper, wonende te Dordrecht, op diens verzoek een verklaring af. Zij getuigen, dat de gewezen dienstmaagd van Sam, Maria Averdonck, op de reis van Keulen naar Dordrecht, verscheidene malen bij hen op de beun is komen zitten op een praatje te maken, in plaats van haar werk te doen. Henrick Ments verklaart nog alleen, dat voorleden zondag ’s morgens om zes uur achter in de keuken van het huis van Jacob Sam, waar hij naast Jan Everts, ook een knecht van Sam, te bed lag, genoemde dienstmaagd, in plaats van de vroege predicatie bij te wonen, “teijckende” over zijn lijf en vervolgens aan de borst van Jan Everts voelde.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

e-1. Johannes, dec. 1641

e-2. Jenefaes Jacobsz. Sam, geboren naar schatting 1645, jongman van Dordrecht wonende in de Bierstraat te Rotterdam (1669), trouwde NG Dordrecht/Rotterdam 15 dec. 1669/1 jan. 1670 (op attest van Dordrecht) Anna Jacobsdr. van Abeel(en), jonge dochter van Rotterdam wonende in de Bierstraat (1669)

ONA Dordrecht inv. 314, f. 126: op 3 juli 1684 verleent Anna van Abeel, weduwe van Jerefaes Sam, burgeres van Dordrecht, procuratie aan Johan van der Hoop, notaris te Dordrecht, om voor haar waar te nemen het proces, dat zij genoodzaakt is te entameren tegen haar zwager Gerrit Sam, koopman te Amsterdam.

Kinderen:

e-2-1. Gerhard, gedoopt NG Rotterdam 25 juni 1673 (getuigen: Gerrard Francke, Sibilla Vingerhoet, Catrina van Abeel)

e-2-2. Dirk, gedoopt NG Dordrecht 10 juli 1677

e-3. Lijsbet, 15 juni 1650

e-4. Jacob, 12 aug. 1652

e-5. Dirck, 8 april 1654

e-5. Gerrit Sam, geboren ca. 1659, van Dordrecht wonende op de Herengracht te Amsterdam (1684), koopman, trouwde NG Amsterdam/Dordrecht 14/15 okt. 1684 (ondertrouw, akte verleend op 29 okt. 1684, getrouwd in Dordrecht op 31 okt. 1684) Henrica Francken, geboren ca. 1663, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1684)

ORA Dordrecht inv. 1641, f. 21: op 17 april 1705 verkopen Gerrit Sam en Jerefaes Sam, makelaar te Rotterdam, voor 1500 gl. aan Abraham Sam, koopman te Rotterdam, de helft van een huis op de Boom, staande naast het huis van Jan den Bandt.

ONA Amsterdam inv. 6802A, akte 555611: op 6 april 1713 verklaren Anna Verhaagen, de vrouw van Philippus Rosenstenger, Barentje Bloemers en Pieternella Maes, de weduwe van Sacharias Goskes, wonende te Amsterdam, op verzoek van Hendrica Francken, weduwe van Gerrit Sam, dat hun heel goed bekend is, dat Hendrica in aug. 1711 ziek is geweest, dat de ziekte op 16 aug. 1711 zodanig is verergerd, dat zij plat in bed heeft moeten liggen en dat zij er een dokter bij heeft moeten roepen. Zij getuigen voorts, dat Hendrica gevaarlijk ziek is geweest en wel veertien dagen in die staat is blijven liggen en gedurende die tijd dikwijls “buijten haer verstand is geweest”. Zij verklaren als reden van wetenschap, dat zij verscheidene nachten bij de rekwirante hebben gewaakt en dagelijks in haar huis hebben verkeerd.

Kinderen:

e-5-1. Gerrit, gedoopt NG Amsterdam 19 aug. 1685

e-5-2. Hendrica, gedoopt NG Amsterdam 2 juli 1687

e-5-3. Sibilla, gedoopt NG Amsterdam 30 aug. 1690

e-5-4. Jacob, gedoopt NG Amsterdam 24 juni 1693

e-6. Hendrick, 4 sept. 1662

f. Belijken Sam, overleden tussen 27 april 1632 en 14 febr. 1634, trouwde naar schatting ca. 1620 1e Berent Ingenoel, beitelschipper op de Rijn, overleden ca. begin 1631, 2e Bastiaen van Soest, beitelschipper

ONA Dordrecht inv. 57, f. 526: op 21 aug. 1631 comp. Belijken Sam Jacobsdr., weduwe van Berent Ingenoel, beitelschipper op de Rijn, en nu echtgenote van Bastiaen van Soest, beitelschipper, wegens de absentie van haar man geassisteerd met haar vader Jacob Sam. Zij verklaart, dat haar eerste man, die ongeveer een half jaar tevoren overleden is, drie kinderen bij haar verwekt heeft, genaamd Grietgen, 11 jaar oud, Nulleken, 10 jaar oud, en Arendt Ingenoel, 4 jaar oud, die zij alsnog geen vertichting heeft gedaan wegens hun vaderlijke goederen. Met haar vader heeft zij taxatie gedaan van de goederen, die haar man heeft nagelaten, en geconstateerd, dat “alsoo niet alsamen zijn gereede goederen, maer eenige vandien tot groote schade vercocht soude moeten werden, ende daeromme niet bequamelijcke gedeelt … connen werden”, zij het derhalve raadzaam achten, dat zij in bezit blijft van de gehele boedel, daarbij inbegrepen alle lasten en schulden, waarmee de boedel bij het overlijden van haar man belast is geweest. Bovendien belooft de comparante, dat zij haar kinderen zal blijven onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk, op welk moment zij haar kinderen elk een bedrag van 800 gl. zal uitkeren.

ONA Dordrecht inv. 58, f. 335: op 14 febr. 1634 verklaren Bastiaen van Soest, beitelschipper en burger van Tiel, weduwnaar van Belijken Sam Jacobsdr., enerzijds en Aeltgen Driessen, weduwe van Jacob Sam, geassisteerd met haar zoons Dirck en Jan Sam, anderzijds, dat zij, na voorgaande taxatie van de goederen, die zijn nagelaten door Belijken Sam en die zij in gemeenschappelijk bezit heeft gehad met haar man, overeengekomen zijn aangaande de moederlijke goederen van het weeskind, dat bij haar in tweede huwelijk door Bastiaen van Soest is verwekt, genaamd Belijken van Soest, ongeveer drie jaar oud, Bastiaen van Soest gehouden zal zijn haar te onderhouden tot haar mondigheid of huwelijk en haar dan wegens haar moederlijke goederen een somma van 500 gl. uit te keren, bovenop het vierde part, dat haar, samen met de drie voorkinderen van Belijken Sam, bij haar verwekt door haar eerste man Berent Ingenoel, toekomt in de kleren en het zilverwerk van hun overleden moeder, alsmede een zwarte mantel, die toebehoord heeft aan Berent Ingenoel, alsmede een gelijke portie in aantal roerende goederen. Als het weeskind komt te overlijden, dan moeten haar moederlijke goederen volgens in Tiel geldend recht toekomen aan haar vader, die ook alle overige goederen zal behouden, inclusief een schip, koopmanschappen, inkomende schulden e.d. die door Belijken Sam zijn nagelaten.

Kinderen:

f-1. Margarita (Grietgen) Ingenool, geboren ca. 1620, trouwde Gerrit Sons

ONA Dordrecht inv. 66, f. 163v: op 18 aug. 1661 benoemt Margarita Ingenool, weduwe van Gerrit Sons, wonende te Dordrecht, tot voogden over haar twee onmondige kinderen haar broer Arendt Ingenool en haar oom Jacob Sam Jacobsz.

f-2. Nulleken (alias Aeltgen) Ingenool, geboren ca. 1621, trouwde NG Dordrecht 28 sept. 1642 Frans Cornelisz. van Breda (alias Van der Hoop)

ONA Dordrecht inv. 83, f. 470: op 15 aug. 1643 testeren Frans Cornelisz. van Breda en zijn vrouw Aeltgen Ingenool, burgers van Dordrecht. Zij benoemen tot voogden over hun minderjarige erfgenamen zijn broers Huijbrecht en Jan Cornelisz. Breda en haar oom Jan Sam Jacobsz.

f-3. Arendt Ingenool, geboren ca. 1627

g. Anneken Sam, trouwde Pieter Schul

Kinderen:

g-1. Belijken, gedoopt NG Dordecht aug. 1626

g-2. Wouter, gedoopt NG Dordrecht dec. 1627

g-3. Nueleken

g-4. Jan, gedoopt NG Dordrecht febr. 1632

g-5. Lijsbeth, gedoopt NG Dordrecht aug. 1641

g-6. Pieter, gedoopt NG Dordrecht juni 1643

h. Neuleken Sam

i. Geereken (Gerritien) Sam(men), overleden vóór 7 juli 1649, trouwde NG Dordrecht 7 sept. 1625 Goossen Hendriksz. de Wit, koopman te Wesel

ONA Dordrecht inv. 62, f. 858v: (is niet gepasseerd) op 7 juli 1649 verklaart Goossen de Wit, koopman te Wesel, als vader en voogd van zijn twee dochters, Margarita de Wit, getrouwd met Wesselus Westenburch, en Nulleken de Wit, 24 jaar oud, door hem verwekt bij zijn inmiddels overleden vorige vrouw Gerreken Sam Jacobsdr., ontvangen te hebben van Jan Sam, zijn zwager, koopman te Dordrecht, als testamentaire voogd en beheerder van de goederen, die De Wits dochters hebben geërfd van hun grootmoeder van moederszijde, Aeltgen Driessen, een bedrag van 1779 gl. 13 st., zowel kapitaal als verkopen interesten.

Kinderen:

i-1. Nulleken de Wit, geboren ca. 1625

i-2. Margarita de Wit, trouwde Wesselus Westenburch

i-3. Jan, gedoopt NG Dordrecht juli 1631

j. Elisabeth (Lijsbeth) Sam, gedoopt NG Dordrecht juli 1614, trouwde NG Dordrecht 7 april 1641 Jan Pietersz. Gront

II. Jan Jacobsz. Sam, wijnkoper, begraven Grote Kerk Dordrecht 30 okt. 1669 (twee maal luiden over Jan Sam), trouwde naar schatting ca. 1630 Catharina Wulffraet (Wolffraet), begraven Dordrecht (begraafboek Grote Kerk) 21 dec. 1680 (twee maal luiden over de weduwe van Jan Sam, wijnkoper, is in de Augustijnenkerk begraven).

ONA Dordrecht inv. 58, f. 211: op 7 sept. 1633 testeren Jan Sam Jacobsz., wijnkoper, en zijn vrouw Catharina Wolfraets. Zij benoemen tot erfgenaam en voogd de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk, en hun dan naar believen van de langstlevende een zeker bedrag uit te keren. Als de kinderen voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden, moet de langstlevende aan de erfgenamen ab intestato van de eerststervende van hen beiden onder hen allen een bedrag van 150 gl. uitkeren.

ONA Dordrecht inv. 60, f. 410v: op 30 sept. 1641 verklaart Jacob Wolfraet, wonende te Nijmegen, als oom en bloedvoogd, samen met Jan Sam Jacobsz., zijn zwager, van de weeskinderen van wijlen Pieter Schoon van Solingen en diens vrouw Berbera Wolfraets, dat hij van plan is om eerstdaags een reis naar Brazilië te ondernemen, en dat hij in zijn plaats tot voogden over genoemde kinderen wil benoemen Laurens van Dalem en Laurens de Bruijn, beiden burgers van Emmerik.

ONA Dordrecht inv. 60, f. 882: op 16 okt. 1643 heeft notaris Daniël Eelbo, met toestemming van Herman Hallingh en Dirck Berck, weesmeester en secretaris van de weeskamer van Dordrecht, ten huize van Claes Crull, die op 15 okt. 1643 is overleden, in aanwezigheid van de weduwe en Beliken Crullen, laatst weduwe van Jan van Helvert, Jan Blom en Jan Sam Jacobsz., verzegeld het kantoor, de kisten en de lessenaar, die in het huis van Nicolaes Crull aangetroffen zijn, en de weduwe aangesteld tot betaling van de doodschulden en andere lasten van de boedel, nl. een somma van 300 gl. te betalen met ducaatjes.

ORA Dordrecht inv. 1610, f. 102v: op 26 mei 1644 verkoopt Adriaen van de Graeff, als curator van de boedel van wijlen Abraham Struijs, voor 5200 gl. aan Jan Sam Jacobsz., burger van Dordrecht, een huis en pakhuis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Johan Weller en dat van de erfgenamen van Johan Crul.

ORA Dordrecht inv. 1611, f. 59v: op 12 sept. 1645 verkoopt Jan Sam Jacobsz., wijnkoper en burger van Dordrecht, voor 2800 gl. aan Jan Pietersz. Gront, koopman en burger van Dordrecht, een huis op de hoek van St. Joris, staande tussen de straat en het huis van Gerrit Abrahamsz.

ONA Dordrecht inv. 135, f. 103: op 25 april 1656 comp. Jan Sam Jacobsz., koopman te Dordrecht, enerzijds, en Lambert Crul, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende zijn mede-erfgenamen, beiden eigenaar van een huis, dat naast het andere staat, in de Wijnstraat tegenover de Mattensteiger en van achteren uitkomende op de haven tegenover de brug aldaar. Lambert Crul verklaart, dat hij aan Jan Sam toestaat “tot accomedatie Engelsche coopluijden” te laten maken enkele ramen, “welcke haer licht sullen scheppen op het dack vande … afhanck” van zijn huis.

ORA Dordrecht inv. 1617, f. 30v: op 11 mei 1657 verkopen Lambert Crul, voor de ene helft, en Nicolaes Thiboel, als man van Stijneken Sam, voor zichzelf en tevens vervangende Andries Sam, zijn “innocente” zwager, voor de andere helft, erfgenamen van Claes Crul, aan Johan Sam Jacobsz., koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, alsmede het achterhuis, uitkomende op de Engelse Kade of Kleine Vismarkt, staande tussen het huis van de koper aan de ene zijde en dat van Gooswinus Hoeffslager en de Candelarengang aan de andere

ORA Dordrecht inv. 1620, f. 44v: op 9 juni 1663 verkopen Fredrick Roscam, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Dirck van Soest en diens vrouw Grietgen Reijers, alsmede Hendrick Rath, voor zichzelf en namens zijn vrouw Enneken Jansens, volgens procuratie gepasseerd voor notaris G. Husselman te Keulen op 23 april 1663, voor 1100 gl. aan Jan Sam Jacobsz., koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Schrijversstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Nees Pietersz. Londenvaarder en het pakhuis van de weduwe van Johan Teller.

ORA Dordrecht inv. 1620, f. 116: op 3 mei 1664 verkoopt Cornelis Evertsz.. van Eijssel, thesaurier van Dordrecht, voor zichzelf en als behuwd oom van Anna Maria de Nameur, voor 3600 gl. aan Johan Sam, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Diederich Dammert en dat van de erfgenamen van de heer van Barendrecht. .

ONA Dordrecht inv. 232,f. 31: op 29 jan. 1671 testeert Catharina Wolffraet, weduwe van Jan Sam Jacobsz., koopvrouw en burgeres van Dordrecht. Zij wenst, dat de kinderen van haar overleden zoon Jacob Sam uit haar na te laten boedel onder hen allen een somma van 6000 gl. zullen ontvangen en dat daarenboven de terugbetaling van hetgeen Jacob en zijn kinderen aan haar boedel schuldig zal zijn zal ophouden. Indien genoemde kinderen voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden, zullen hun erfporties vererven op de overige kinderen van de testatrice of op haar erfgenamen ab intestato. De testatrice wenst voorts, dat de kinderen van haar zoon Jan Sam Jansz. uit haar na te laten boedel onder hun allen een bedrag van 9000 gl. zullen krijgen, waarvan haar zoon Jan Sam Jansz. zijn leven lang het vruchtgebruik zal hebben. Indien kinderen van Jan Sam voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden zullen hun erfporties toevallen aan haar overige kinderen of haar erfgenamen ab intestato. Tot erfgename van al haar overige na te laten goederen stelt zij aan haar zoons Andries en Abraham Sam, kooplieden en burgers van Dordrecht, en haar dochters Catharina Sam, de vrouw van Arent Huttenis, en Anna Sam, of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Zij benoemt tot voogden over haar onmondige erfgenamen haar zoon Andries Sam en haar neef Nicolaes Thiboel. koopman te Amsterdam.

ONA Dordrecht inv. 211, f. 47: op 5 febr. 1671 verhuurt Catharina Wolffraet, weduwe van Jan Sam, in zijn leven koopman te Dordrecht, geassisteerd met haar zoon Andries Sam, koopman te Dordrecht, voor 225 gl. per jaar aan Adriaen van Slingelandt, koopman te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, maar met uitzondering van de kelder, staande naast het huis van de verhuurster.

ONA Dordrecht inv. 232, f. 116: op 10 april 1671 bevestigt Catharina Wolffraet, weduwe van Jan Sam Jacobsz., het testament, dat zij heeft verleden ten overstaan van notaris G. de With te Dordrecht op 29 jan. 1671, voor zover niet strijdig met het hierna volgende. Zij prelegateert aan haar ongetrouwde zoon Abraham Sam en ongetrouwde dochter Anna Sam elk een somma van 6000 gl. en dat ter compensatie van hetgeen haar ongetrouwde zoon Andries Sam en haar getrouwde kinderen reeds van haar hebben ontvangen, alsmede tot voldoening van Abrahams en Anna’s aandeel in de nalatenschap van hun broer Dirck.

ORA Dordrecht inv. 1646, f. 102v: op 22 aug. 1716 comp. Johan van Veenvelt, apotheker te Dordrecht, als procuratie hebbende van Jacob Spandeerder, koopman te Amsterdam, als man van Sara Sam, en tevens vervangende Catharina Sam, weduwe van Pieter van der Meulen, wonende te Amsterdam, Pieter Kant, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Maria Oudland, weduwe van Jan Sam, samen kinderen van Jacob Stam, voor de eerste staak, alsmede Jan Huttenus, koopman te Dordrecht, Jan van Helmont, als erfgenaam van zijn vrouw Ida Huttenus, Steven Bordels, als man van Catharina Huttenus, Pieter Kant, als man van Catharina Huttenus, tevens vervangende Adriana Huttenus, samen kinderen en kindskinderen van Catharina Sam, weduwe van Arent Huttenus, voor de tweede staak, Johan van Veenvelt, als man van Anna Sam, en Francois van Wageningen, als erfgenaam van zijn overleden vrouw Catharina Sam, kinderen van wijlen Jan Sam, voor de derde staak, zijnde ook allen erfgenamen van Abraham Sam, voor de vierde staak, als erfgenamen ab intestato van Anna Sam, vrouw van Adriaen Meijnaert. Zij verkopen voor 550 gl. aan Adriaen Papegaeij, burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat tegenover de Mattensteiger, staande tussen het huis van Frederik Wilkens en dat van Johan van Venevelt.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Jacob Sam, geboren ca. 1628, van Dordrecht wonende op de Boomsloot te Amsterdam (1655), trouwde Amsterdam 27 juli 1655 (de geboden zijn te Dordrecht onverhinderd gegaan, de bruidegom geassisteerd met zijn vader Jan Sam, de bruid met haar vader Marten Crisser) Maria Kritser, van Amsterdam wonende in de Koningstraat (1655), weduwe van Amsterdam wonende in de Handboogstraat (1669), trouwde 2e Amsterdam 21 sept. 1669 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Aeghie Tarwe) Leendert van de Roer, van Dordrecht wonende op de Heiligeweg (1669), winkelier

Kinderen (o.a.):

a-1. Johannes Sam, gedoopt NG Amsterdam 2 sept. 1656, jongman van Amsterdam wonende te Dordrecht (1682), koopman, trouwde NG Dordrecht 20 dec. 1682/5 jan. 1683 Maria Oudland, weduwe wonende voor het Bagijnhof (1682)

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 113: op 2 april 1698 verkopen Jan Sam, koopman te Dordrecht, en zijn vrouw Maria Outland, voor 12.000 gl. aan Martinus Paradijs, koopman te Dordrecht, een huis met het pakhuis ernaast, staande op de Drappierskade [Wolwevershaven] tussen het huis van Dirck van der Veer en dat van mevrouw Van der Meer. Bij de koop zijn inbegrepen enkele losse meubelen.

Kind:

a-1-1. Jan, gedoopt Dordrecht 18 juni 1698

a-2. Catharina Sam, gedoopt NG Amsterdam 16 aug. 1658, van Amsterdam wonende in de Molensteeg (1690), trouwde Amsterdam 4 febr. 1690 (de ouders van de bruidegom zijn overleden, hij wordt geassisteerd door zijn broer Cornelis van der Meulen, de bruid door haar moeder Maria Cressers) Pieter van der Meulen, van Amsterdam wonende op de Fluwelenburgwal (1690), koopman

a-3. Sara Sam, gedoopt NG Amsterdam 21 sept. 1669, van “Nuw” Amsterdam wonende in de O.Z. Molensteeg (1682) trouwde Amsterdam 6 nov. 1682 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Bruno Spanseerder, de bruid met haar moeder Maria Kressers) Jacob Spanseerder, van Amsterdam wonende in de O.Z. Molensteeg (1682), boekverkoper.

b. Catharina Sam, dec. 1631, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1653), trouwde NG Dordrecht 8/24 juni 1653 Arent Huttenus, jongman van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1653), koopmansbode van Dordrecht op Amsterdam

ONA Dordrecht inv. 134, f. 320: op 13 sept. 1655 testeren Arent Huttenis, “ordinare” koopmansbode van Dordrecht op Amsterdam, en diens vrouw Catharijna Sam. Zij benoemen tot hun erfgenaam en tot voogd over hun minderjarige erfgenamen de langstlevende van hen beiden. Die zal gehouden zijn hun kinderen te onderhouden tot hun huwelijk of mondigheid en hun dan onder hen allen een somma van 600 gl. uit te reiken.

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 137v: op 15 nov. 1674 verkopen Maria Soupart, eerder weduwe van Jacob Geeritsz. van Ven en thans echtgenote van Jacob Molier, wonende te Rotterdam, Gheerit Jacobsz. van Ven, Franse kramer en burger van Dordrecht, en Hermanus van Megen, apotheker wonende te Rotterdam, als man van Anna van Ven, voor zichzelf en tevens vervangende Johannes van Ven, haar broer, die in het buitenland verblijft, samen kinderen en erfgenamen van Jacob Geeritsz. van Ven, voor de ene helft, en Catharina Walloff, weduwe en erfgename van Daniël Jarde, wonende te Rotterdam, enige erfgenaam van Jan Jarde, burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Catharina Sam, weduwe van Arent Huttenus, koopmansbode van Dordrecht op Amsterdam, een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van jufft. Van Casteren en het huis van Sander de Bont.

ORA Dordrecht inv. 1642, f. 74v: op 16 febr. 1708 verkopen Adriana Huttenus, Pieter Kant, als man van Catharina Huttenus, Jan Huttenus, Bartholomeus van Gelsdorp, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van Steven Bordels, als man van Catharina Huttenus, en van Ida Bordels, allen kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Catharina Sam, weduwe van Arent Huttenus, voor 1475 gl. aan Michiel Schouhamer een huis in de Gravenstraat, staande tussen het huis van Tomas Rijkerts en dat van Jan Pop.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

b-1. Catharina Huttenus, 3 dec. 1655, trouwde Pieter Kant

b-2. Maria, 25 aug. 1657

b-3. Aletta, 12 dec. 1659

b-4. Adriana Huttenus, 28 okt. 1661

b-5. Elisabeth, 28 mrt. 1664

b-6. Johannes, 16 dec. 1667

c. Johannes (Jan) Sam, okt. 1633, volgt III

d. Andries Sam, febr. 1638

e. Herbert, 9 april 1640

f. Anneken Sam, dec. 1641, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1678), trouwde NG Dordrecht/Papendrecht 9/23 okt. 1678 Adriaen Meijnaert, weduwnaar van Klaaswaal wonende in de Wijnstraat (1678)

ONA Dordrecht inv. 238, f. 245: op 29 juni 1677 testeert Anna Sam, meerderjarige ongehuwde persoon, burgeres van Dordrecht. Als zij ongehuwd en zonder kinderen na te laten, legateert zij aan haar zuster Catharina Sam, weduwe van Arent Huttenus, al haar kleren, en aan dezelfde Catharina en aan haar broer Andries en Abraham Sam al haar huisraad, meubelen, inboedel en juwelen, goud, zilverwerk en contant geld. Aan de kinderen van haar overleden broer Jacob Sam maakt zij een somma van 400 gl. en aan de kinderen van haar overleden broer Jan Sam eveneens 400 gl. Tot erfgename van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar moeder Catharina Wolffraet, weduwe van Jan Sam Jacobsz., op voorwaarde, dat haar moeder aan de NG huisarmen van Dordrecht een bedrag van 100 gl. zal uitkeren en aan Lijsbet Verboom, weduwe van Willem Pluijm, eveneens 100 gl. Tot executeurs van haar testament en voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij haar broers Andries en Abraham Sam.

g. Willem, 10 juli 1643

h. Daniël, 23 febr. 1647

i. Abraham Sam, 10 april 1648, jongman van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1675), koopman, begraven Grote Kerk Dordrecht 28 juni 1692 (een zwarte baar voor Abraham Sam, Rijnsewijnkoper, bij de Schrijversstraat), trouwde NG Dordrecht 27 okt./12 nov. 1675 Johanna de Hulter, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1675), begraven Grote Kerk Dordrecht 11 april 1688 (een zwarte baar bij de Schrijverstraat voor Johanna de Hulter, de vrouw van Abraham Sam, vier maal luiden)

ONA Dordrecht inv. 237, f. 318: testament dd 29 aug. 1676 van Abraham Sam, koopman en burger van Dordrecht, en diens echtgenote Johanna de Hulter. Zij herroepen de huwelijkse voorwaarden, gepasseerd voor notaris A. van Neten te Dordrecht op 14 okt. 1675. Tot erfgenaam en voogd over hun onmondige erfgenamen benoemen zij de langstlevende van hen beiden, die gehouden zal zij hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of tot wanneer zij gaan trouwen. Indien er geen kinderen uit dit huwelijk geboren zullen worden, moet de langstlevende aan de moeder van de eerststervende van hen beiden, of bij vooroverlijden van die moeder aan de erfgenamen ab intestato van de eerstoverlijdende een somma van 3000 gl. uitkeren.

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 102v: op 12 aug. 1684 verkoopt Elisabet Pompe, dochter en mede-erfgename van mr. Matthijs Pompe, heer van Singelandt, voor 2250 gl. aan Abraham Sam, veertigraad van Dordrecht, een pakhuis op de Nieuwe Haven omtrent de Schrijversstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Jacob Sam Jacobsz. en het pakhuis van Pieter Belaert.

j. Dirck Sam

g. NN, begraven Grote Kerk Dordrecht 10 aug. 1661: drie maal luiden over de dochter van Jan Sam, wijnkoper, tegenover de Mattensteiger.

h. NN, begraven Grote Kerk Dordrecht 13 sept. 1661: drie maal luiden over de dochter van Jan Sam, wijnkoper.

i. Neuleken

III. Johannes (Jan) Sam, okt. 1633, jongman van Dordrecht wonende in de Wijnstraat (1659), koopman, trouwde NG Dordrecht 1 juni 1659 (ondertrouw) Anna Schoorn (Schoris). jonge dochter van Emmerik wonende in de Wijnstraat (1659)

ORA Dordrecht inv. 1632, f. 66: op 1 febr. 1690 verkoopt mr. Matthijs Snouck, schepen in wette van Dordrecht, voor 10.000 gl. aan Johan Sam, koopman te Dordrecht, een huis en pakhuis op de Wolwevershaven, staande tussen het huis van Dirck Aeldertsz. de Veer en dat van juffr. Schijvelberg. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 10.000 gl.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Joannes, 5 april 1662

b. Catharina Sam, 13 juni 1664, trouwde 16 nov. 1687 Francoijs van Wageningen

c. Anna Sam, 17 mei 1666, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1695), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 17 juli/1 aug. 1695 (de bruidegom geassisteerd met Pieter Engelsz. Pluijm, zijn oom, de bruid met Anna Schoor, haar moeder) Johan van Veenevelt, jongman van Gouda, wonende omtrent de Visbrug (1695), apotheker in Dordrecht

ONA Dordrecht inv. 1639, f. 8v: op 1 febr. 1701 verkopen Adriaen Mels, brouwer en burger van Dordrecht, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Elisabeth en Anna Mels, alsmede Martinus van der Pijpen, als man van Maria Mels en tevens vervangende Melchior Mels, allen kinderen en erfgenamen van Helena Deijlman, weduwe van Adriaen Mels, voor 3000 gl. aan Johannes Venevelt, apotheker en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Grote Vismarkt, staande tussen het huis van Cornelis Dircxsz. van Oosterwijck en dat van de erfgenamen van Simon Onderdelinde.

Kinderen (o.a.):

c-1. Johannes van Venevelt, gedoopt NG Dordrecht 30 jan. 1699

d. Clara, 12 mrt. 1668

e. Aletta, 9 mei 1670