Schotel

Geraadpleegde literatuur:

Een onsterfelijk zeeschilder. J.C. Schotel 1787-1838 (Zwolle 1989)

Gens Nostra 1992 (p. 192-193)

I. John Sijmonsz.Shatel (Schutle), Engels soldaat onder kolonel HoraceVere (1633), houtzager (1664), trouwde Dordrecht (Engelse kerk) 21 april 1633 Geertruijd Bastiaens Lambrechts, geboren naar schatting ca. 1605, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 7 mei 1664 (een baar op de Hil voor de vrouw van Jan Schuttel houtzager),trouwde 1e Philip(s) Lewes

NG trouwboek Dordrecht 24 april 1633: Jan Schutle soldaat onder kolonel Horatio Vere en Geertruijt Lambrechts weduwe van Philip Lewes beiden wonende op de Nieuwe Gracht, per schrijven van de Engelse kerk

Horace Vere (1565-1635), bevelhebber van de Engelse troepen in de Nederlanden 1604-1632, door M.J. van Mierevelt

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Jacob Jansz. (Schotel), gedoopt NG Dordrecht jan. 1634, volgt II

b. Aeltgen, april 1636

c. Bastiaan, febr. 1637

d. Pieternel, okt. 1640

e. Simon, jan. 1643

f. Lambert, mrt. 1645

g. Johannes (Jan) Jansz. Schuttel, 7 dec. 1648

II. Jacob Jansz. (Schuttel), gedoopt NG Dordrecht jan. 1634, huistimmerman (1660), zakkendrager (1692),begraven Dordrecht (Grote Kerk) 25 dec. 1692 (een baar voor Jacob Jansz. Schuttel zakkendrager, in de Raamstraat),trouwde NG Dordrecht/De Lindt 14 mrt./29 mrt. 1660 Anneken Gillisdr., gedoopt NG Dordrecht okt. 1640, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 28mrt. 1720 (Annigie Jillis, weduwe van Jacobus Schuttel, in de Oude Breestraat, met koetsen “als ordenaar getal”), dochter van Gillis Fransoijsz. Boon(en) en Trijntgen Evert Prootsdr. (Proten)

NG trouwboek Dordrecht 16 mei 1621: Gillis Fransoijs Boonen jong gezel van Hulst verversknecht wonende in de Raamstraat in de Blauwe Handt en Trijntgen Evert Prootsdr. van Delft wonende ook daaromtrent, getrouwd op 31 mei 1621

NG trouwboek Dordrecht 14 mrt. 1660: Jacob Janssen huistimmerman wonende op de Gevulde Gracht en Anneken Gillis,jonge dochter wonende in de Raamstraat beiden van Dordrecht, getrouwd in de Linde op 29 mrt. 1660

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 16 dec. 1678: een kind van Jacob Schuttel zakkendrager op de Hil

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 1 april 1681: een kind van Jacob Schutter [sic] zakkendrager op de Hil

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 16 jan. 1685: een kind van Jacop Schuttel zakkendrager, in de Raamstraat

Plattegrond van Dordrecht door I. Tirion (1742). R = de Raamstraat, B = het Bagijnhof. Nr. 17 is de Doopsgezinde Kerk in de Oude Breestraat, K is de Vriesepoort .

ORA Dordrecht inv. 799, f. 181v: op 10 nov. 1696 koopt Annegje Gillis, weduwe van Jacob Schuttel, burgeres van Dordrecht, voor 360 gl. van de erfgenamen van Gijsbert Ariaansz. Pot een huis op de Hil, staande tussen het huis van kapitein Leendert Roos en dat van haarzelf.

ONA Dordrecht inv. 831, akte 12 dd 1 febr. 1719: testament van Annigje Jillisse, weduwe van Jacobus Schuttel, burgeres van Dordrecht. Zij benoemt tot erfgenamen haar kinderen Geertruij Schuttel, die getrouwd is metvan Gerrit van Soolinge, Jillis Schuttel, Jan Schuttel, en de kinderen van haar overleden dochter Jannigje Schuttel, bij Jannigje verwekt door Cornelis van Nispen, of bij vooroverlijden hun wettige kinderen. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan voornoemde Jillis Schuttel, Jan Schuttel en Gerrit van Soolinge. De testatrice tekent met een kruisje.

ORA Dordrecht inv. 1649, f. 32: op 4 juni 1720 verkopen “Gerrit van Solingen, mr. huijstimmerman als in huwelijk hebbende Geertruijd Schuttel, ende Gillis Schuttel mede mr. huijstimmerman benevens Jan Schuttel, maselaar, ende Cornelis van Nispen, mr. metselaar resp.e binnen dese Stadt te Samen kinderen en kitnskint, mitsgrs: mede geinstitueerrde Erffgenamen ex testamento van wijlen Annegje Gillis, die wed.e was van Jacob Schuttel bijde gewoont hebbende ende overleden binnen dese Stadt, Soo voor haar selven, ende nog den voorn: Cornelis van Nispen als last ende procuratie hebbende van sijn Swager Willem van Leeuwen verwer en Glasemaker tot Gouda als getrout hebbende Jacoba van Nispen die ook is een kintskint en mede geinstitueerde Erffgenaam vande voorn: Anneghe Gillis volgens deselve procuratie op den 7e April 1720 gepasseert voorden Notaris Huijbert van Wetten ende seeckere getuijgen alhier ter Stede residerende daervan sijnde ons Schepenen vertoont, … en nog als henluijden sterkmakende ende rato Caverende voorde verdere kintskinderen en mede geinstitueerde Erfgen.en vande voorn: Annetje Gillis”, voor 140 gl. aan Johannes van Buel, makelaar en burger van Dordrecht, een huisje, staande op de Hil tussen het huis van Johannes de Bruijn en dat van Gillis Schuttel.

Kinderen (o.a.: allen NGgedooptte Dordrecht):

a. Pieternel, 7 aug. 1660, jong overleden

b. Jannichge Schuttel, 9 febr. 1663, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Raamstraat (1686), trouwde NG Dordrecht 22 dec. 1686/5 jan. 1687Cornelis van Nispen, gedoopt NG Dordrecht 25 dec. 1664, jongman van Dordrecht, metselaar wonende in de Kolfstraat (1686), trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 3 dec. 1702 (volgens attestatie van ondertrouw van Leiden) Cornelia van Velp, jonge dochter van Leiden wonende aldaar (1702), zoon van Cornelis van Nispen en Anna Weijers

c. Geertruij Jacobsdr. Schuttel, 23 sept. 1665, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Raamstraat (1693), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 19 juli/2 aug. 1693 (de bruidegom en de bruid geassisteerd met hun resp. moeders) Gerrit van Solingen (van Swolinge), jongman van Dordrecht wonende in de Botgensstraat (1693)

ORA Dordrecht inv. 1654, f. 170: op 26 mrt. 1737 verkoopt Govert Schuttel, huistimmerman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Geertruij Schuttel, weduwe van Gerrit van Solingen, wonende te Dordrecht, voor 75 gl. aan Bastiaan van der Veer, burger van Dordrecht, een huisje op de Hil, staande tussen de Raamstraat en het huis van Laurens de Boeff.

ORA Dordrecht inv. 1654, f. 181 e.v.: op 2 mei 1737 verkoopt Govert Schuttel, huistimmerman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Geertruij Schuttel, weduwe van Gerrit van Solingen, voor 190 gl. aan Simon de Mijer, uitdrager en burger van Dordrecht, een huis in de Dwarsgang op de hoek van de Gevolde Gracht, en voor 450 gl. aan Hendrik Hacker, mr. huistimmerman en burger van Dordrecht, een huis in de Lombardstraat, staande tussen het huis van Anna en Diderina de Kievit en dat van Arij van Asperen.

ORA Dordrecht inv. 1654, f. 194: op 4 juni 1737 verkoopt Govert Schuttel, huistimmerman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Geertruij Schuttel, weduwe van Gerret van Solingen, wonende te Dordrecht, voor 700 gl. aan Huijbert van Erve, sledenaar en burger van Dordrecht, een huis op het Bagijnhof tegenover de Moordhoek [pleintje op de hoek van de Nieuwe Breestraat en het Bagijnhof], staande tussen het huis van de weduwe Castendijck en dat van de weduwe van Joris Cabdenat.

d. Gielis Schotel (Schuttel), 3 dec. 1668, volgt III

e. Jan Schuttel Jacobsz., geboren naar schatting ca. 1670, jongman van Dordrechtwonende op de Hil, varend gezel (1697), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 20 jan./3 febr. 1697 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder de weduwe van Jacob Schuttel) Cornelia Claasdr. van Dalom, weduwe van Dordrecht wonende in de Zakkendragerstraat (1697), trouwde 1e Johannes Leeck

f. Bastiaan, 22 jan. 1681

g. Frans, 16 okt. 1684

III. Gielis (Gillis, Jillis) Schotel (Schuttel), gedoopt NG Dordrecht 3 dec. 1668, mr. huistimmerman, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 30 april 1744 (Jillis Schottel, in de Voorstraat bij de Pelserbrug, laat kinderen na, met “ordinaire” koetsen), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 1/15 mei 1695 Arjaentie (van) Olivier, gedoopt NG Dordrecht 13 dec. 1670, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 7 juni 1730 (Adrijana Oliefier, vrouw van Jillis Schuttel, in de Vriesestraat tegenover het Hofje, laat kinderen na),dochter van Jacob van Olivier en Jenneken Franssen

Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 1 mei 1695: Jielis Schuttel jongman wonende op de Hil [thans Bethlehemplein] geassisteerd met zijn moeder Annighie Jillis en Arjaentie Jacobse van Olivier jonge dochter wonende in de Raamstraat beiden van Dordrecht geassisteerd met Lijsbeth van Olivier haar zuster, getrouwd op 15 mei 1695

ORA Dordrecht inv. 802, f. 36v e.v.: op 4 mei 1700 verkopen Jacob van den Brande, mr. schiptimmerman en burger van Dordrecht, voor zichzelf en tevens als echtgenoot geweest zijnde van Pieteronella van Aardenbroeck, die eerder weduwe was van Nicolaes Stoop, en Hendrik Stoop, burger van Dordrecht, enige zoon en benevens Van den Brande erfgenaam van Petronella van Aardenbroek, zijn moeder zaliger, voor 840 gl. aan Gillis Schuttel, mr. huistimmerman, een huis met twee “bequame vrije en separate wooningen daarachter en annex”, staande in de Vriesestraat omtrent de Mennebrug [Vriesebrug] naast de Armenhof. De koper is schuldig aan Willemijna Brakeveld, “bejaerde dochter”, inwoonster van Dordrecht, een bedrag van 600 gl.

ORA Dordrecht inv. 1646, f. 60: op 2 nov. 1715 verkoopt Jan Krillaarts, blokmaker te Dordrecht, voor 500 gl. aan Jillis Schuttel, mr. timmerman, een huis in de Vriesestraat, staande naast het huis bij Dirk Stoop.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Johanna, 11 nov. 1695

b. Govert, 4 okt. 1699

c. Jacobus Schotel, 6 mei 1703

d. Gerrit, 22 juli 1705

e. Lijsbeth, 3 april 1707

f. Johannes Schotel, 29 mei 1709, volgt IV

g. Adriaen, 5 april 1711

h. Gillis Schotel Gillisz., 12 april 1713, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 18 mei/2 juni 1737 Johanna de Liefde, gedoopt NG Dordrecht 16 april 1719, dochter van Cornelis de Liefde en Dina Verbroek

Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 18 mei 1737: Gillis Schotel jongman van Dordrecht wonende in de Vriesestraat geassisteerd met zijn vader Gillis Schotel en Johanna de Liefde jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot geassisteerd met haar moeder Dina Verbroek weduwe van Cornelis de Liefde, getrouwd op 2 juni 1737

Kind:

h-1. Dina Schotel, gedoopt NG Dordrecht 23 okt. 1739, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 28 febr./15 mrt. 1767 Servaas Smak (Gregoor), gedoopt NG Dordrecht 8 april 1741, zoon van Abraham Smak en Alida Gregoor

Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 28 febr. 1767 (klasse 3 gl.): Servaas Smak jongman wonende in de Grotekerksbuurt geassisteerd met zijn moeder Alida Gregoor weduwe van Abraham Smak en Dina Schotel jonge dochter wonende in de Voorstraat naast de Tolbrug, heeft schriftelijk consent van haar oom Jacob Schotel, getrouwd op 15 mrt. 1767

Kind:

h-1-1. Gillis Smak Gregoor, geboren Dordrecht 10 jan. 1770, gedoopt NG Dordrecht 12 jan. 1770, kunstschilder, overleden Dordrecht 3 dec. 1843 (in huis A:146 in de Grotekerksbuurt), trouwde Dordrecht 28 sept. 1814 Maria de Meer

Portret van Gillis Smak Gregoor (foto: RA Dordrecht)

Gillis Smak Gregoor, Landschap met vee en melkmeid

Kind:

h-1-1-1. Hendrika Dina Smak Gregoor, geboren Dordrecht 4 aug. 1817,overleden Dordrecht 4 mrt. 1894 (Groenmarkt 6),trouwde Dordrecht 31 okt. 1860Hendrik Fredrik Verhegge(n), geboren Dordrecht 12 okt. 1809, kunstschilder, tekenmeester, overleden Dordrecht 28 okt. 1883 (Groenmarkt A:7) , trouwde 1e Gerhardina Jacoba Crollius, overleden Dordrecht 12 juli 1859 (Prinsenstraat D:215), zoon van Frederik Verheggen en Johanna van der Kaa

IV. Johannes(Jan) Schotel (Schuttel), gedoopt NG Dordrecht 29 mei 1709, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 24 nov. 1744 (Jan Schottel, op de Boom, laat kinderen na, één koets extra), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 17 nov./2 dec. 1736 Christina de Liefde, gedoopt NG Dordrecht 13 juni 1717, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 28 jan. 1739 (Christina de Liefde, vrouw van Jan Schotel op de Voorstraat tegenover de Munt, laat kinderen na, één koets extra),dochter van Cornelis de Liefde en Dina Verbroek, 2e Gerecht/NG Dordrecht 23 mrt./7 april 1743 Margarita Vermeer

Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 17 nov. 1736: Jan Schotel jongman van Dordrecht wonende in de Vriesestraat geassisteerd met Gillis Schotel zijn vader en Cristina de Liefde jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Vuilpoort geassisteerd met Dina Verbroek weduwe van Cornelis de Liefde haar moeder, getrouwd 2 dec. 1736

Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 23 mrt. 1743: Jan Schotel weduwnaar van Dordrecht wonende over de Munt en Margarita Vermeer jonge dochter van Dordrecht wonende op de Boom, getrouwd 7 april 1743

Kinderen:

a. Gillis Schotel, gedoopt NG Dordrecht 30 okt. 1737, volgt V

b. Dina Schotel Jansdr., gedoopt NG Dordrecht 17 jan. 1739, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 5 dec. 1767Anthonij Roest, gedoopt NG Overschie 5 april 1733, zoon van Willem Jansz. Roest en Krijntie Theunisdr. Pijnaker

Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 5 dec. 1767: Anthonij Roest jongman geboren te Overschie wonende in de Grotekerksbuurt te Dordrecht geassisteerd met zijn vader Willem Roest en Dina Schotel jonge dochter geboren te Dordrecht wonende in de Vriesestraat geassisteerd met haar broer Gillis Schotel Jansz., getrouwd op 20 dec. 1767

V. Gillis Schotel, gedoopt NG Dordrecht 30 okt. 1737, jongman van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1769), weduwnaar van Dordrecht wonende in de Voorstraat bij de Mariënbornstraat (1785),garenfabrikant, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 30 juli 1808 (Gillis Schootel, op de Voorstraat bij de Mariënbornstraat, laat kinderen na, “ten 10 uuren”, met de lijkkoets, 71 jaar, “verval”), trouwde 1e Gerecht/NG Dordrecht 4/19 mrt. 1769 (de bruidegom geassisteerd met zijn oom Jacob Schuttel, de bruid met haar vader Isak Morjé) Johanna Morjé, gedoopt NG Dordrecht 27 april 1739, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1769),begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 3 mrt. 1784 (Johanna Morjé, vrouw van Gillis Schotel Jansz., op de Voorstraat bij de Mariënbornstraat, laat geen kinderen na, met twee koetsen extra, in de kerk begraven *), dochter van Isaac Morjé en Francina Vriesendorp,trouwde 2e Gerecht/NG Dordrecht 4/19 juni 1785 Dionisia Sara Meuls, gedoopt NG Boven-Hardinxveld 13 mrt. 1746, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 4 aug. 1795 (Dionisia Sara Muls, vrouw van Gillis Schotel Jansz. in de Kannekopersbuurt, laat kinderen na, met 2 koetsen extra, 48 jaar, “cramp kolijk”), dochter van ds. Cornelis Meuls(t), predikant te Herwijnen en Boven-Hardinxveld, en Adriana van der Keessel

* In graf 13 in de Nieuwkerk,dat (waarschijnlijk) op 24 febr. 1733 door Agata Bellaert werd verkocht aan Jenneke Coremeau, weduwe van Isak Morie, en sedert 27 mrt. 1753 op naam stond van Isaak Morie. (A. Nelemans, Hic conditur. De graven van de Nieuwkerk te Dordrecht [Amsterdam 2006], p. 70-71)

Trouwboek Gerecht/NG Dordrecht 4 juni 1785 (klasse van 15 gl.): Gillis Schotel Jansz. weduwnaar geboren te Dordrecht wonende in de Voorstraat bij de Mariënbornstraat en Dionisia Sara Meuls jonge dochter geboren te Hardinxveld wonende in de Voorstraat bij de Mariënbornstraat, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Jan van der Star op 2 juni 1785, op 19 juni 1785 te Dordrecht getrouwd

Kinderen:

a. Johannes Christianus Schotel, geboren Dordrecht 11 nov. 1787, gedoopt NG Dordrecht 14 nov. 1787, volgt VI

b. Adriana Cornelia Johanna, gedoopt NG Dordrecht 21 sept. 1789

VI. Johannes Christianus Schotel, geboren Dordrecht 11 nov. 1787 (in een huis aan de Voorstraat tussen de Oud-Katholieke Kerk en de Mariënbornstraat [Een onsterfelijk zeeschilder, p. 28], gedoopt NG Dordrecht 14 nov. 1787, garenfabrikant, kunstschilder (zeeschilder), tekenaar en lithograaf, kapitein van de garde d’honneur, overleden Dordrecht 21 dec. 1838, trouwde Gerecht Dordrecht 13/28 juni 1806 Petronella Elizabeth van Steenbergen

Portret van J.C. Schotel (1822)

“Logischerwijs was Johannes voorbestemd om de garentwijnderij van zijn vader over te nemen. Op jonge leeftijd droeg hij al zijn steentje bij. In 1800 huurde hij bij de gemeente een wandstal ofwel kraam, vermoedelijk voor de verkoop van garens. Drie jaar later werd hij op zestienjarige leeftijd gildebroeder van het Geweesen Coomans Gild. Erg gelukkig met een toekomst als fabrikant leek hij echter niet te zijn. Bekend is dat hij zich vaak op het Groothoofd vermaakte met het kijken naar de voorbijkomende schepen en dat hij er naar verlangde om zeeman te worden. Vader Gillis kon zich bepaald niet verenigen met deze wens. In 1804 kocht hij voor zijn zoon de boeier Apollo, zodat Johannes als hij er tijd voor had zeiltochten kon maken. Voorwaarde was wel dat hij zijn reislust zou beteugelen en zich aan de handel zou wijden, hetgeen gebeurde. Twee jaar later nam Johannes de zorg voor het bedrijf op zich.”(Onsterfelijk zeeschilder, p. 28)

Op 2 okt. 1805 werd Schotel lid van het in 1774 opgerichte Teekengenootschap Pictura. (ibid.)

Trouwboek Gerecht Dordrecht 13 juni 1806: Johannes Christianus Schotel jongman met schriftelijk consent van zijn vader Gillis Schotel Jansz. en Petronella Elizabeth van Steenbergen jonge dochter beiden geboren te Dordrecht en beiden wonende op deVoorstraat in de Kannekopersbuurt met schriftelijk consent van haar vader Petrus Joannes van Steenbergen, op 28 juni 1806 getrouwd.

“Op 4 okt. 1806 werd Schotel met enige stadgenoten benoemd tot kapitein bij de gewapende burgerwacht. Schotel nam de benoeming aan, de anderen weigerden op grond van al dan niet deugdelijke argumenten. Schotel voelde er weinig voor de eed alleen af te leggen.” Hij richtte een brief aan de minister van Binnenlandse Zaken, waarin hij meedeelde: “Weshalve ik dus op mij zelven staande en alleen overschietende, ook meende vooralsnog dien eed niet te moeten presteren of dien post op mij neemen als oordelende dat ik een mal figuur zou maaken.” Toen hem van wege de commissie voor het oprichten van de burgerwacht te verstaan gegeven, dat gepensioneerde officieren zouden kunnen worden aangesteld en dat wellicht onaangenaamheden voor hem met zich meee zou kunnen brengen, trok Schotel zich alsnog terug. “Hij kwam snel tot de ontdekking dat een drogreden was gebruikt om van hem af te komen.” Hij protesteerde daartegen, maar de minister zag geen reden het ontslag ongedaan te maken. (Onsterfelijk zeeschilder, p. 28-29)

De overheersing van Napoleon veroorzaakte in deze periode een algehele economische malaise. Het gevolg was dat in de jaren 1809 en 1810 Schotels garendtwijnderij de ondergang nabij was. “Schotel begon zich te beraden over het opheffen van het bedrijf en de keuze voor een andere broodwinning.” In deze tijd ging hij lessen nemen bij de zeeschilder Martinus Schouman (1770-1848). In zijn autobiografische aantekeningen staat dat hij vanaf 1810 gedurende twee jaar bij Schouman. werkte. (Onsterflijk zeeschilder, p. 30)

In 1811 bereidde Dordrecht zich voor op het bezoek van keizer Napoleon. Schotel werd toen benoemd tot kapitein van één van de corpsen van de erewacht, nl. de “garde d’ honneur de marine” (erewacht te water). Het bezoek had plaats op 5 okt. 1811. De keizer arriveerde zo vroeg dat er niemand aanwezig was om hem welkom te heten. Hij was daarover zo ontstemd dat hij weigerde om tijdens het bezoek zijn schip te verlaten. (Onsterflijk zeeschilder, p. 30)

Op 25 jan. 1813 werd Schotel wijkmeester, wat inhield, dat hij een register van de inwoners van zijn wijk moest aanleggen. Hij werd ook lid van het geheime schildersgenootschap “VP” (het is onbekend, waar die twee letters voor stonden) en van de oudste sociëteit van Dordrecht, “De Vrijheid”, opgericht in ca. 1743. Schotel speelde een belangrijke rol bij het terugtrekken van de Fransen in 1813, waarvoor hij later werd onderscheiden. (Onsterfelijk zeeschilder, p. 31)

J.C. Schotel, Storm op zee

De schipbreuk van de “Delphine” bij Zandvoort in 1822, door J.C. Schotel (1823)

In het najaar van 1822 verging bij Zandvoort het schip de “Delphine”. “[E]en zoon van de Dordtse koopman J. de Voogd , de kapitein en andere personen verloren hierbij het leven. Schotel schilderde nog in 1822 het stranden van het schip en in het jaar daarop de schipbreuk. Hij ontleende zijn gegevens aan een verslag van de gebeurtenissen door De Voogd, dat bewaard is gebleven.” (Onsterfelijk zeeschilder, p. 35)

J.C. Schotel, portret van de schilder Abraham van Strij


Het monument voor de zeeschilder J.C. Schotel in de Grote Kerk van Dordrecht, opgericht in 1839 (foto: A. B. den Haan)

“Het Monument is geplaatst tegen den noorderzijde van het zogenaamde Vrouwenkoor … en is geheel daargesteld door den bekwaamen steenhouwer A. Singels Az., naar de ordonnantie en onder toezigt van den kundigen Architect G. N. Itz … Hetzelve is vervaardigd van donkergrijze … en …. van zwarte Namensche graniet (resp. het front en het inspringend paneel in het front). De band en ornamenten zijn gebeiteld uit wit statuavisch marmer mat (ongepolijst). De omgekeerde, echter nog brandende fakkels, stellen den ijver voor, welke den overledene bezielde … De scheepskroon en den drietand van Neptunus in het basrelief, zoo mede de palmetten of waterplantbladen in het fronton, zijn zinnebeelden van het Element, waaraan den grooten meester zich ter bestudering zijner kunst … overgaf. De ster, in het midden eener slang, die in den staart bijt, duid den onvergankelijken roem aan, die hij inoogste … Het geheel is omgeven door een ijzeren hek, in de gothieke stijl.” (Verklaring der bouwkundige afbeelding van het gedenkteeken opgerigt voor den beroemden zeeschilder Joannes Christianus Schotel …, Dordrecht 1840 [RA Dordrecht bibliotheek cat. nr. 5339])