Monsieur (Monseur)

I. Hermen Cornelissen, geboren naar schatting ca. 1620, vermoedelijk te Dordrecht, weduwnaar van Dordrecht,wonende op de Rietdijk (1650), schipper (1650), trouwde 1e NN, trouwde 2e NG Dordrecht 24 apr. 1650 (ondertrouw, 7 mei 1650 bescheid gegeven om op Nieuwpoort te mogen trouwen)Dirckgen (Dirckje, Dircksje) Dirx, geboren naar schatting ca. 1625, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Houtsteiger (1650), overledentussen 14 nov. 1670 (ORA Dordrecht inv. 1627, f. 143v, akte dd 1 nov. 1680) en6 mei 1671 (cf. ONA Dordrecht inv.232, f. 141 e.v.).

21 febr. 1651: Arijen Arijensz. Rib, schipper en burger van Dordrecht, verkoopt aan Herman Cornelisz. Monseur, burger van Dordrecht, een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van Willem Dircxsz. appeltonder en het Pompstraatje. Herman Monseur verkoopt op dezelfde dagdit huis aanJan Jansz., burger van Dordrecht. (ORA Dordrecht inv. 778, f. 14r en 14v)

Kinderen uit het tweede huwelijk (allen NG gedoopt in Dordrecht):

1. Helena Hermansdr. Monsieur, 20 jan. 1651, trouwde 1e Matheus Langeloos, trouwde 2e NG Dordrecht 10 febr. 1675 (ondertrouw)met Johan Francken, gedoopt NG Dordrecht 11 apr. 1653, houtkoperwonende op de Rietdijk(1675), zoon van Jan (Johan) Francken Jerefaesz. houtkoper te Dordrechten vanAeltje Aeldersdr. de Veer.

– 6 mei 1671: vermeld wordt Helena Hermansdr. Monsieur, jonge dochter en burgeres van Dordrecht, dochter van wijlen Dircxken Dircx. (ONA Dordrecht inv. 232, f. 141 e.v.)

– 1 nov. 1680: Johan Francken Jansz. en zijn vrouw Helena Monsieur, burgers van Dordrecht, zijn schuldig aan Maria Aernouts een somma van 1000 gl., welk bedrag zij gebruikt hebben ter voldoening van hetgeen haar broer, Dirck Monsieur, toekwam wegens zijn erfportie in de nalatenschap van zijn ouders, verbindende een huis, genaamd “de Drie Spaensche Coopmans”, staande tussen de Nieuwpoort en het huis van Lucretia [sic] en strekkende voor van de straat tot achter aan de rivier, welk huis hun, comparanten, is aangekomen volgens testament van hun moeder, gepasseerd op 14 nov. 1670 ten overstaan van notaris G. de With te Dordrecht. Compareren mede Dirck Monsieur en zijn vrouw Franchijntjen Franckens van Es, burgers van Dordrecht, die verklaren, dat zij het genoemde bedrag in ontvangst genomen hebben.

– 26 jan. 1684: Johan Francken Jansz. en zijn vrouw Helena Monsieur, burgers van Dordrecht, zijn schuldig aan Sijmon de Vries een bedrag van 1000 gl., verbindende een huis, genaamd “de Drie Spaensche Coopmans”, staande op de Riedijk tussen het Nieuwpoortje en het huis van Adriaen Hoijman. (ORA Dordrecht inv. 1629, f. 59v e.v.)

– 27 nov. 1685: Jan Francken en zijn vrouwHelena Monseur, burgers van Dordrecht, zijn schuldig aan Gerard Francken, oud-burgemeester van Dordrecht, een somma van 500 gl., verbindende een huis, staande tussen het Nieuwpoortje en het huis van de weduwe van Hendrick Hoijman, welk huis hun, comparanten,is aangekomen uit de boedel vanHelena’s vader.

2. Cornelis, 11 aug. 1655

3. Cornelis Monseur, 15 dec. 1656, volgt IIa.

4. Dirck Monseur, 2 dec. 1658, volgt IIb.

IIa. Cornelis Hermansz. Monseur, gedoopt 15 dec. 1656, jongman van Dordrecht wonende op de Riedijk (1680), schipper,trouwde 16/30 juni 1680 Gloria Laurensdr. Karsseboom, gedoopt NG Dordrecht gedoopt NG Dordrecht 22 okt. 1660, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1680),dochter van Laurens Fransz. Karseboom en Dircksge Laurensdr. van Appeldoorn

ORA Dordrecht inv. 1629, f. 45: op 9 okt. 1683 verkopen Anthonij Leijten, achtraad van Dordrecht, en Pieter de Carpentier, lid van de Oudraad van Dordrecht, als testamentaire voogd over Cornelis Coopman, voor de ene helft en notaris Adriaen Meijnaert, als curator over de boedel van Aelbert Coopman, voor de andere helft, voor 2650 gl. aan Cornelis Hermansz. Monseur, burger van Dordrecht, een huis genaamd “het Veerhuijs”, staande in de Wijnstraat bij het Groothoofd, staande tussen het huis van Jan Hendricksz. van Eijck en dat van Vaster de Ram, waar uithangt “den Hopsack”. Het huis isAelbert en Cornelis Coopman aanbestorven bij overlijden van Grietgen Coermans, hun moeder.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

1. Dircksje, 23 jan. 1681

2. Dircksje Monseur, 17 okt. 1683,trouwde naar schatting ca. 1705 Hendrik van Ardenne

3. Marijcke, 11 jan. 1685

4, 5 en 6. Herman, Laurens en Goeda, 20 april 1686

7. Cornelia, 17 dec. 1687

8. Herma, 14 sept. 1691

9. Hermen, 26 jan. 1697

IIb Dirck Hermensz. Monsieur, gedoopt NG Dordrecht 2 dec. 1658, jongman van Dordrecht wonende aan de Rietdijk (1680), verbleefin Oost-Indië ca. 1694, viskoper te Dordrecht (1698[ONA Dordrecht inv. 661, akte 38 dd 26 febr. 1698]), overleden tussen 11 jan. 1710 en 4 apr. 1722, trouwde NG Dordrecht 6 okt. 1680 (ondertrouw) Francijntie (Fransijna, Francina) van Es, geboren naar schatting ca. 1650, vermoedelijkte Dordrecht (als dochter van Cornelis Francken van den Nes en Leentgen Jansdr.?)*, jongedochter van Dordrecht wonende aan de Vismarkt(1680), koopvrouw en burgeres van Dordrecht (1694), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 4 apr. 1722 (Fransijna van Es, weduwe van Dirk Monsuer, wonende omtrent de Sleutel [een brouwerij tussen de Groenmarkt en Varkenmarkt], met koetsen).

* Francina’sdoop heb ik niet kunnen vinden. Zij was ongetwijfeld een telg uit het geslacht Van Es, waarover de heer K.J. Slijkerman heeft gepubliceerd inhet genealogische tijdschrift Kronieken (K. J. Slijkerman, Van den Nes, Van Es, Van Esuit Rijsoord, Kronieken 1999 (4), p. 233-266). Dit meen ik te mogen opmaken uit het feit, dat zij in haar testament dd 8 sept. 1703 Pleun Bartelsz. (de Ridder alias Condé) tot voogd over haar minderjarige erfgenamen benoemt. Deze Pleun Bartelsz. de Ridder wasop dat momentde echtgenoot van Geertruyd Isaacksdr. van (N)Es, dochter van Isaack Francken van (N)Es alias Waterman, burger van Dordrecht (vermeld 1655) en van Eva Henrixdr. Francina zou dan een dochter van Isaacks broer, Cornelis Francken van den Nes, kunnen zijn geweest. Deze in Heerjansdam geboren Cornelis van denNes trouwde in 1635 te Heerjansdammet een uit Gouda afkomstige vrouw,Leentje Jansdr. genaamd, en wordt in 1647 vermeld als inwoner van Dordrecht. Uit zijn huwelijk met Leentje Jansdr. had hij onder anderen een dochter Fransken, die op 24 febr. 1644 in de Gereformeerde Gemeente van Dordrecht gedoopt werd. Deze Fransken zou dan identiek kunnen zijn met Francina van Es, de vrouw van Dirck Monsieur. (Slijkerman, o.c., resp. p. 255-257 en p. 250.)Probleem daarbij is wel, dat zij dan bij de geboorte van haar zoon Dirck ruim 47 jaar oud moet zijn geweest. Niet onmogelijk, maar geeft wel te denken.Aan hetgeen de heer Slijkerman in zijn genoemde publicatie over het echtpaar CornelisFrancken van den Nes en Leentje Jansdr. heeft vermeld, kan ik het volgende toevoegen:

ORA Dordrecht inv. 62, f. 195v: rekest van Leentgen Jansdr., weduwe van Cornelis Francken, burgeres van Dordrecht. Zij geeft te kennen, dat zij ongeveer zeven jaar [dusvanaf ca. 1648, mogelijk na het overlijden van haar man] “het vroedvrouwsambt van stadswegen trouwelijk heeft bediend”. Aangezien nu het ambt van stadsvroedvrouw door overlijden vanElisabeth Moer vacant is geworden, verzoekt Leentgen in haar plaats te mogen worden aangesteld. Stond voor apostille: Leentgen Jansdr. is door de Kamer Judicieel aangesteld als ordinaris vroedvrouwvan de stad Dordrecht op 21 okt. 1655.

ONA Dordrecht inv. 798, f. 147, akte dd 18 sept. 1694: Maria Haguet, weduwe van Cornelis van der Spoor, in zijn leven burger van Dordrecht, verkoopt aan Francina van Esch, koopvrouw en burgeres van Dordrecht, huisvrouw van Dirck Monsieur, “jegenwoordich sijn affaires doend in Oost-India”,een huis, erf en toebehoren op de Vogelmarkt [= Groenmarkt], tussen het huis van Antonij Repelaer en het huis van de weduwe en erfgenamen van schout Leendert Vinck, voor 1800 gl., zowel incontant geld als met het overnemen van een schepenenschuldbrief van 1700 gl. kapitaal, die Cornelia van Bergen op het huis sprekende heeft.

ONA Dordrecht inv. 728 (akte 108), f. 242 e.v.: op 8 sept. 1703 testeert voor notaris C. Kersse Francijna van Es, huisvrouw van Dirk Monsieur, wonende te Dordrecht en benoemt tot erfgenamen haar zoons Hermen, Cornelis en Dirk Monsieur. Testatrice legateert aan haar nicht Annegie van Es, huisvrouw van Hendrik de Veer, wonende te Dordrecht, een rode scharlaken rok met “gimpe koorden” (gimpen =bepaald soort sierkoorden, bestaande uit een juten of katoenensnoer omwikkeld met zijde of metaaldraad.) Zij benoemt tot voogden Pleun Bartelsz., wonende in Zwijndrecht en Floris van de Krab, zilversmid te Dordrecht. Akte door comparante ondertekend. (NB: Floris van de Krab was getrouwd met Dorethea Francken, een dochter van Johan Francken en Helena Monsieur.)

ONA Dordrecht inv. 647, f. 107 e.v.: op 9 mei 1709 comp. Jan Kampman, dienaar van Willem Mozes Duijs, kapitein onder “’t jongste battelion Blauwe Gardes” en Leendert Ariensz. van Rijssel, wonende te Zwijndrecht, die op verzoek van Dirck Monsieur verklaren, dat zij “vande nademiddag met den requirant sijn jagt sijn komen varen van Rotterdam ende dat den reqt. sijn jagt boven en onder vol volck sat wesende France gevangenen soodanig dat sij attestanten naulijx over de hoofde konnen wencken ende komende tusschen de steenplaats en Alblasserdam aan zijlen, met een oostelijke wint, datter alsdoe[n] een hoogaars met een zijll en fock regt voor de boeg van des reqts. schip quam aan sijlen sonder dat sij attestanten hebben hooren roepen, voor en aleer de voorsz. hoogaars tegen de boegh aanquam. Waarop de selve hoogaars volwater raackte. Daarin was drie vrouspersoonen, een manspersoon met een kint. Ende verclaren de attestanten de voorsz. hoogaars niet eerder gesien te hebben voordat een roe of anderhalff vant jagt af was, ende dat den reqt. dispoost selfs aen het roer stond.”

ONA Dordrecht inv. 715: op 11 jan. 1710comp. voor notaris C. van Aansurg Dirk Hermansz. Monsieur en zijn vrouw Francina van Esch. Hun kinderen zijn: Herman, Cornelis en Dirk Dirksz. Monsieur. Laatstgenoemde is nog minderjarig.

ONA Dordrecht inv. 911: op 8 juli 1721 comp. voor notaris P. Dögen Francijna van Es [“van Nes” doorgehaald], weduwe van Dirk Monsuer. Zij transporteert aan haar zoon Dirk Monsuer, meester-pruikenmaker te Dordrecht een aantal goederen (hoofdzakelijk serviesgoed e.d.) voor de somma van 60 gl., op voorwaarde dat hij die 60 gl. onder zich zal houden, totdat zij overleden is, om dan daarmee haar begravenis te betalen. Zij tekent met “Francijntien Monceur” enhij met “Dirk Monseur”.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

1. Dirckje, 4 april 1682

2. Herman Dirksz. Monsieur, 15 okt. 1683, jongman wonende te Dordrecht bij de Visbrug (1700), trouwde Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 1/15 aug. 1700(bruidegom geassisteerd met zijn vader, de bruid met haar moeder) Christina Jansdr. van den Bergh jonge dochter wonende te Dordrecht bij de Lange Houten Brug (1700)

Uit dit huwelijk:

a. Francina Monsieur, gedoopt NG Dordrecht 22 april 1701

3. Cornelis Monseur2 mei 1685, trouwde Dordrecht/Gorinchem 12/29 april 1705 Johanna van Anholt (Aanhout)

Uit dit huwelijk

a. Dirk, gedoopt NG Gorinchem 10 maart 1706

b. Rebecca, gedoopt NG Dordrecht 16 maart 1710

4. Dirk Monseur, 9 jan. 1692, jongman van Dordrecht wonende op de Groenmarkt (1718),meester-pruikenmaker te Dordrecht (1721), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 20 maart/3 april 1718 (bruidegom geassisteerd met zijn moeder Francijntie van Es, weduwe van Dirk Monseur, bruid geassisteerd met haar moeder Lijsbeth Geerling, weduwe van Laurens van Eijsden) Jacomijna van Eijsden [van Eisden], gedoopt NG Dordrecht 18 juli 1692,jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1718), dochter van Laurens van Eijsden en Lijsbeth Geerlingh

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Elisabeth, 27 dec. 1718

b. Dirk, 20 maart 1722

c. Elisabeth, 8 maart 1724

d. Lena, 15 juni 1726

e. Elizabeth, 7 maart 1732

f. Jacomina, 3 okt. 1734