Van Burik

I. Jan Dirksz. van Burick, roklijfmaker wonende bij de Nieuwbrug (1671), stiklijfmaker en burger van Dordrecht (1672),tr. 1eNG Dordrecht 14 juli 1624 Elisabeth Jansdr. van Helden, 2e NG Dordrecht 8 maart 1671 (getrouwd in Papendrecht op 5 april 1671) met Catharina Ros(se), jonge dochter van Keulen wonende scheep.

ORA Dordrecht inv. 787, f. 79: op 7 febr. 1671transporteren Jan van Burick, roklijfmaker en burger van Dordrecht,voor de ene helft en Willem van Burick, roklijfmaker en burger van Dordrecht, Cornelis Jansz. Borcum, getrouwd met Grietgen van Burick, Willem Davidsz. garentwijnder, getrouwd met Geertruijt van Burick en Isaack de Roij, notaris te Rotterdam, getrouwd met Hester van Burick, voor zichzelf en vervangende Johannes Maesman, man en voogd van Anna van Burick, allen kinderen en erfgenamen van Elijsabeth Jansdr. van Helden, overleden huisvrouw van Jan van Burick, hun moeder zaliger, voor de andere helft, aan Andries Willemsz. Coster meester-schoenmaker een huis op de Nieuwbrug, staande tussen”de Steijgert ofte trap vande selve brugge” aan de ene zijde en het huis van de weduwe van Willem Pasman aan de andere zijde. Het huis is verkocht voor 1000 gl. contant.

ONA Dordrecht inv. 233, f. 295: op 18 okt. 1672 comp. Jan van Burick, stiklijfmaker en burger van Dordrecht, enerzijds, en Isaack de Roij, notaris te Rotterdam, als man van Hester van Burick, dochter van Jan van Burick, anderzijds. De eerste comparant verklaart, dat hij onlangs getrouwd is met Catharina Rosse, “op hope van in sijnen hooge jaren, daer van te genieten die dienste en assistentie die de selve volgens haren schuldigen plicht aen hem gehouden is te presteren, edoch dat de selve haer niet alleen daer van ’t eenemael ontslaet, maer haer wijders soodanich comporteert en absenteert, dat hij … genootdruckt is geworden hem van haer te separeren” en dat hij heeft besloten aan het Gerecht van Dordrecht te verzoeken “wettelijcke separatie van bed en taeffel”. Hij is nu met zijn dochter en schoonzoon, de tweede comparant, overeengekomen, dat die hem zijn leven lang zal onderhouden, op voorwaarde, dat hij aan zijn schoonzoon zal overdragen zijnbezittingen, die gering in omvang zijn, in het bijzonder een somma van 500 gl., die voor hem door Arent van Holij, secretaris van Dordrecht, op het gemeneland van Holland is belegd. Willem van Burick, stiklijfmaker en burger van Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Johannes Maesman, als man van zijn zuster Anna van Burick, wonende te Delft, Cornelis Jansz. Porck, burger van Dordrecht, als man van Grietje van Burick, en Willem Davits, twijnder en burger van Dordrecht, als man van Geertruijt van Burick, verklaren deze overeenkomst goed te keuren.

Uit het eerste huwelijk (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Willem van Burick, volgt II

b. Grietgen van Burick, aug. 1630, trouwde Cornelis Jansz. Borcum

ONA Dordrecht inv. 308, f. 208: op 9 mei 1679 verklaren Cornelis Jansz. Borker, burger van Dordrecht, en zijn vrouw Margrietie van Burik, dat “misverstanden ende oneenichheden in hare gemeene huijshoudinge waren ontstaen [waardoor] haerluijder gemeene saken tot sodanigen verwijderinge waren gekoomen, dat zij door [het Gerecht van Dordrecht] … naar voorgaende inventarisatie … ende scheijdinge van haren gemeenen boedel waren gesepareert geworden van bedde ende taeffel, gelijk sij oock ingevolge van dien vanden anderen sijn affgescheijden … [Doch] naardien hij comparant oirdelende was, dat hij niet wel gevoeglijk sonder … sijne huijsvrouwe en conde leeven, ende ook Christel. achte mette selve te reconcilieren, omme naer desen in ware echtelijke lieffde, een gerust en vreedsaam leeven gesamentlijk aen te stellen .., dat hij daar toe alle mogelijke debvoiren hadde aengewent, omme deselve … tot deselve reconciliatie te beweegen. Gelijk dan ook de tweede comparante verclaarde door intercessie … van goede luijden soo verde bewoogen te sijn, dat sij de … aenbiedinge tot de versochte reconciliatie van … haren man hadde aengenomen … met dat vertrouwen ende hoope, van metten selven Christelijk ende vreedsaemich te sullen mogen leven”. Zij hebben geen kinderen.

c. Geertruijd van Burick, jan. 1632, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwbrug (1656), trouwde NG Dordrecht 2/17 april 1656 Willem Davidsz., jongman van Haarlem wonende op de Lindengracht (1656), twijnder te Dordrecht

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

c-1. Davidt, 28 febr. 1661

c-2. Elisabeth, 30 nov. 1663

c-3. Catharina, 8 sept. 1666

c-4. Johannes, 29 mei 1669

c-5. Willem, 21 dec. 1672

c-6. Adrianus, 28 jan. 1675

d. Anna van Burick, geboren naar schatting ca. 1635, trouwde Johannes Maesman, wonende te Delft (1672)

d. Hester van Burick, okt. 1634, trouwde 1e NG Rotterdam 5 sept. 1666 (ondertrouw) Isaac de Roi, weduwnaar van Maria Gerritsdr. van Overbeeck, wonende op de Markt (1666),notaris en procureur te Rotterdam, begraven Rotterdam 11 mrt. 1676 (Isack de Roeij, Franse kerk, kelder, in het Hanck bij de Markt), 2e NG Rotterdam/Nieuwerkerk 14/28 aug. 1678 Willem van der Mast, begraven Rotterdam 10 febr. 1700 (Willem van der Mast, kerk, Steiger)

e. Dirck van Burick, dec. 1641, vermoedelijk jong overleden

II. Willem van Burick, gedoopt NG Dordrecht febr. 1628, stiklijfmaker (een stiklijf is een door vrouwen gedragen doorgestikt keurslijf, vaak gemaakt van fijne stof), jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwbrug (1666), weduwnaar van Dordrecht wonende bij de Nieuwbrug (1669, 1680),trouwde 1eNG Dordrecht 31 okt. 1666 (getrouwd inZwijndrecht op 14 nov. 1666) met Aletta de Graeff jongedochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1666), trouwde 2e NG Dordrecht 15 sept. 1669 (getrouwd in Papendrecht op 29 sept. 1669) met Elsje Jansdr. de Meij, jonge dochter van Amsterdam wonende aan het Nieuwpoortje (1669), 3e NG Dordrecht 5/19 mei 1680 Ariaentje Stevensdr Vertholen, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Suikerstraat (1680)

Willem van Burick had uit een voorechtelijke relatie met de weduwe Janneken Croonen een dochter Wilmtien, gedoopt NG Dordrecht 4 juni 1655 (geboren in mei 1655). Het kind is vermoedelijk vernoemd naar de vader.

NG trouwboek Dordrecht: 29 nov./20 dec. 1648: Willem Colvijn hoogbootsman jongman van Dordrecht wonende bij het Stadhuis [het stadhuis van Dordrechtstaatbij deLombardbrug tussen Groenmarkt en Voorstraat] met Jannichge Croonen Jansdr., jonge dochter van Middelburg, wonende in de Visstraat

Acta van de NG Kerkenraadvan Dordrecht (archief 27) inv. 6, f. 239, 31 dec. 1654: “De sone van Burick, stick-lijven-maker op de Nieubrugge, sal over het beslapen ende bevruchten van Janneken Croonen, [van het Heilig Avondmaal]afgehouden ende daer naer oock ontboden werden, om met hem over sijn verloop te handelen.”

Acta van de NG Kerkenraadvan Dordrecht (archief 27) inv. 6, f. 240, 21 jan. 1655: “Willem van Burick zijnde voor de Vergaederinge ingestaen is hem gevraegt of hij nu niet naerder geresolveert was als voorhenen, ende volgens aenraden des kerckenraets de beslaepen wed[uw]e gesint was te eeren en te trouwen, waer op hij, nae iteratieve persuasieven, geantwoort heeft sulcks niet gesint te wesen, vvt oorsaecke dat de voorsz. wed[uw]e hem door verscheijden leugenen leelick geabuseert en bedrogen hadde, gelijck hij sustineerde, ende datse hem van een huwelick met een sekere dochter daer door sinisterlick hadde gediverteert.”

Acta van de NG Kerkenraadvan Dordrecht (archief 27), inv. 6, f. 249v, 27 mei 1655: “Heeft Ds. Buijtendijck geproponeert hoe dat nu Jannichie Croonen … in het kinderbedde was gecomen, en dat nu noodich was dat Burick welcke men voor deese serieus had vermaent om haer te trouwen, wederom werde daerover aengesproocken, twelck sijnde geschiet ende hij gecompareert, is over sijn verloop ernstich bestraft en vermaent om haer te echten en te eeren, doch is om veel redenen niet te bewegen geweest, bekende wel voor dese haer eenich gelt gevende, te meenen [haar te trouwen], soo de somme van penningen bij haer belooft, daer waeren, maer die niet vindende, conde niet verstaen haer te nemen, om veele redenen: dat sij meer, of so veel als hij, oorsaecke was van de faute, dat sij hem schandaliseerde, dat hij haer trouwende in armoede soude met haer leven etc., waer op hij onderricht sijnde na veel woorden, heeft aengenomen sich nader te bedencken.”

Godfried Schalcken, Man en meisje, zittend op een bed. Hij geeft haar wat geld en een gouden ketting. (ca. 1670)

[“Overal in Europa was in de zeventiende eeuw een deel van de bruiden al zwanger op de trouwdag. Deze vrouwen hadden doorgaans onder trouwbelofte het bed gedeeld met hun aanstaande, dat wil zeggen, niet dannadat hun bruidegom hen plechtig – soms zelfs schriftelijk – had beloofd te zullen trouwen en dit had bezegeld met een waardevol geschenk, meestal een ring of een muntstuk. Mits er vervolgens ook daadwerkelijk werd getrouwd, werd weinig aanstoot genomen aan deze praktijk. Problemen rezen vooral in die gevallen waarin de vrouw zwanger bleek en de vader van het kind zijn trouwbeloften niet wilde nakomen.Als het aankwam op een proces waren vrouwen in bijvoorbeeld Sleeswijk-Holstein vaak slecht af. Het was moeilijk om het vaderschap te bewijzen. Als het vaderschap vaststond werden vaders aanvankelijk echter altijd gedwongen te trouwen of een afkoopsom te betalen, vaak in de vorm van alimentatie, en was de eer van de moeder gered. In veel gebieden veranderde die praktijk geleidelijk in de loop van de zeventiende eeuw. Het aantal voorechtelijke zwangerschappen en onwettige kinderen liep ook geleidelijk terug. Seks voor het huwelijk was nu eenmaal tegen de regels van het geloof en het was met name het meisje dat geacht werd haar maagdelijkheid voor het huwelijk te bewaren. Mede onder invloed van het piëtisme kregen die christelijke normen steeds meer invloed op het dagelijks leven. Via de kerkelijke tucht en vervolgens ook de wereldlijke rechtspraak werd op den duur naleving afgedwongen. Niet langer was de bruidegom die zijn belofte niet nakwam de boosdoener in zulke zaken, maar het meisje dat met hem naar bed was gegaan. Terwijl de buitenechtelijke geboortes terugliepen, namen overal in Europa de vervolging van vrouwen wegens buitenechtelijke zwangerschappen of het hebben van onechte kinderen in de zeventiende eeuw toe.” (E. Kuijpers, Migrantenstad. Immigratie en sociale verhoudingen in 17e-eeuws Amsterdam. (Hilversum 2005), p. 201)]

WK Dordrecht inv. 25 f. 304v: extract uit het testament van Willem van Burick en zijn vrouw Aletta de Graeff, gepasseerd voor de Dordtse notaris H. Smitsdd 17 mei 1669, gecollationeerd op 25 juni 1669. Zij hebben de langstlevende van hen beiden tot voogd benoemd.

ORA Dordrecht inv. 1623, f. 26: op 22 mei 1670 verkoopt notaris Arent van Neten, als gemachtigde van het Gerecht van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Willem van Burick, roklijfmaker, een huis omtrent de Nieuwbrug, staande tussen het huis van postmeester Slingelant en dat van Dirck Bierkens.

ORA Dordrecht inv. 1623, f. 45v: op 26 juli 1670 verkoopt Willem van Burick, roklijfmaker, als man van Elsken Jansdr. de Meij, voor 300 gl. aan Salomon Lodewijksz., schipper en burger van Dordrecht, een huis omtrent het Nieuwpoortje, staande tussen het huis van Adriaen Alewijn en het huis, dat wordt bewoond door Abraham Pieters.

ONA Dordrecht inv. 242, f. 7: op 10 jan. 1681 testeren Willem van Burick, mr. kleermaker, en zijn vrouw Adriaentgen Stevensdr. Vertholen, burgers van Dordrecht. Zij herroepen de eerdere wilsbeschikkingen, die zij hebben gemaakt, i.h.b. de huwelijks voorwaarden, die zij hebben gepasseerd ten overstaan van notaris G. de With op 3 mei 1680.Tot hun universele erfgenaam benoemen zij de langstlevende van hen beiden, op voorwaarde, dat die aan de erfgenamen ab intestato van de eerststervende zal uitreiken al zijn of haar kleren en goud- en zilverwerk. Als hij de langstlevende is, mag hij behouden de twee gouden ringen en gouden naald, die zijn gekomen van zijn eerdere overleden vrouw, waarvan het gebruik vooralsnog is vergund aan zijn huidige vrouw.

Kinderen vanWillem van Buricken Aletta de Graeff:

1. Johanna, gedoopt NG Dordrecht 16 okt 1667

2. Elisabeth, gedoopt NG Dordrecht 1668

Kinderen van Willem van Burick en Elsjen Jans:

3. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 18 aug.1670

4. Johannes, gedoopt NG Dordrecht 21 jan.1673

5. Janette, gedoopt NG Dordrecht 28 nov. 1676