Hoeufft

I. Diederick Hoeufft, geboren Aken 1571, kwam einde 1601 van Luik naar Dordrecht, overleden ald. op 9 jan. 1634, zoon van Johan Hoeufft, houthandelaar te Luik en Catharina van Wessem, trouwde Maaseyck (huw. voorw. 5 okt.) 1596 Anna Luls, geboren Londen 17 april 1578, overleden Dordrecht na 7 okt. 1655, dochter van Mattheus Luls en Johanna van Hove. (bron: www.genwiki.nl)

Jacob Gerritsz. Cuijp, portret van Anna Luls

ORA Dordrecht inv. 1584 (nieuw), f. 170v: op 7 juli 1606 verkoopt Sophia Manternach Claesdr., geassisteerd met Cornelis Molen Adriaensz., burgemeester van het Gerecht te Dordrecht, aan Dirck Thooft, koopman te Dordrecht, een tuin en erf met een huis en “getimmer” daarop staande, zijnde drie erven, elk anderhalve roede breed en zes roeden acht voeten lang, gelegen op het Nieuwe Werck tussen het erf of de tuin van de weduwe van Cornelis Aertsz. timmerman en Corstiaen Bouwensz. [sic]. Waarborg: Cornelis Molen Adriaensz.

In een pand aan de Wolwevershaven, thans nr. 44, werd in 1614door Diederick Hoeufft een koperhuis gesticht. “Hoeufft was een van de vele protestantse vluchtelingen uit Limburg. Eerst had hij enkele jaren in Aken vertoefd en daar kennis gemaakt met de inheemse koperindustrie. Toen hij zich later in Dordrecht gevestigd had, richtte hij een fabriek op voor het gieten van koperen voorwerpen en het maken van geslagen koperen huishoudelijke artikelen. Deze fabriek kreeg de naam van “Het Koperhuis”. De stad gaf aan de stichter de grond in eeuwige huur, terwijl de arbeiders, die vrijwel zonder uitzondering uit Aken afkomstig waren, vrijdom van tocht en wacht kregen. Hoeufft werkt een tijdlang met Joris Houbraecken [zie f. 51] als compagnon, doch de samenwerking vlotte op den duur niet en nadat zij eerst het Koperhuis in tweeën gedeeld hadden, werd later Hoefft weer alleen eigenaar. Zijn erfgenamen verkochten het pand aan Dirck Aeldertsen de Veer, die het fraaie pand liet bouwen, dat [dateert van 1658 en]… wordt toegeschreven aan bouwmeester Pieter Post, die ook het huis “de Onbeschaamde” en misschien ook “het Bever-Schaep” ontwierp. (Lips, o.c., deel I, p. 224-225; zie ook Frijhoff, o.c., p. 42-43)

– 1622: hoofdgeld Dordrecht: Wolwevershaven, in het Koperhuis 9 knechten, 15 ponden (www.dordtenazoeker.nl, wijk 3, nr. 177)

– 20 nov. 1627: het Gerecht, de Oudraad en de Goede Lieden van de Achten van Dordrecht geven, ter bevordering van de nijverheid in de stad,vergunning aan Dirck Heuft en zijn compagnons, om “sijne gietwercken, meulenwercken, draetwercken, slaen van ketels, Schotse pannen, ende alles wes daer van dependeert, daer toe gebruijckende hamers, blaesbakken, ende wes daer toe is gerequireert, als sijnde een hantwerck nieuw hier in de Stad gepractiseert, vrij ongemolesteert, ende sonder contradictie van eenige gilden … [te] mogen gebruijcken, ende exerceren, ende willende hen luijden, noch daer en boven beneficieren,… octroijeren [zij] bij desen hunne arbeijders tot het voors. werck gebruijckt werdende vrijdommen van alle tochten, ende wachten, Bevelende alle capiteijnen, ende officieren van de wachten hen dese … gunste ende exemptie te laeten genieten”. (ORA Dordrecht inv. 10, f. 111v e.v.)

– 12 okt. 1632: Jan en Ysaack Houbraecken, erfgenamen “onder benefitie van inventaris” van hun vader zaliger, Joris Houbraecken, verkopen voor 640 gl. aan Dirck Heuft, koopman en burger van Dordrecht, een huis met ovens, staande op het Nieuwe Werk aan de vest tussen het ovenhuis van Heuft en het huis van Jan Jansz. de Haen. (ORA Dordrecht inv. 769, f. 64v)

– 1638: de weduwe van Dirck Hooft in de Hoge Nieuwstraat aangeslagen voor een vermogen van 60.000 gl. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3978, f. 23v)

ORA Dordrecht inv. 1618 (nieuw), f. 142 e.v.: op 10 nov. 1661 verkopen mr. Johan de Vallee, als man van Maria Hoeufft, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Matthijs en Diederich Hoeuft en Thomas Cletcher, als man van Anna Hoeuft, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Martin Beeckman in Den Haag op 10 mei 1659, en tevens procuratie hebbende van Johan Hoeuft, Andries Manichet, als man van Elisabet Hoeuft, en Catarina en Sara Hoeuft, voor zichzelf en tevens vervangende Gabriel de Paulmier van St. Andree, als man van Barbera Hoeuft, volgens procuratie gepasseerd voor notaris Gerrit Houtman te Utrecht op 7 aug. 1660, allen erfgenamen van Diederich Hoeuft,voor 6000 gl. aan Dierick Allertsz. de Veer, twee naast elkaar staande huizen op de Nieuwe Haven, vanouds genaamd “het Cooperhuijs”, belast met een rente van 15 gl. jaarlijks en een rente van 10 gl. jaarlijks, die de stad Dordrecht erop sprekende heeft, welke renten Isaac van de Mal, als procuratie hebbende van Dirck Allertsz. de Veer, verklaart te zijnen laste te nemen. Van de Mal verklaart, dat de koper schuldig is aan verkopers een somma van 5000 gl.

Kinderen:

a. Johan Hoeuft, geboren 1601

b.Mattheus Hoeuft, heer van Buttingen, Zandvoort en Oyen, heer van Fontaine Peureuse, gedoopt NG Dordrecht mei 1606, burgemeester van Doesburg, trouwde Amsterdam 24 okt. 1645 Maria Sweerts

ONA Dordrecht inv. 186, f. 116: op 27 aug. 1676 verklaren Marija Hoeuft, weduwe van Johan de Valee, schepen van Dordrecht, Catharina en Sara Hoeuft, allen wonende te Dordrecht, dat zij goedkeuren het koopcontract, dat is gemaakt tussen Johan Hoeuft, heer van Fontaine le Comte, Diderich Hoeuft, heer van Fontaine Peureuse, Johan Diderich Hoeuft, heer van Buttingen, Zandvoort etc., Mattheus Hoeuft, heer van Oijen, als universele erfgenamen van hun vader Mattheus Hoeuft, heer van Buttingen, Zandvoort en Oijen, zo voor zichzelf als voor hun zusters en tantes, enerzijds en Gaspart van Gangelt anderzijds, aangaande hun landerijen in Frankrijk, gepasseerd voor notaris M. Beeckman in Den Haag op 12 dec. 1671.

c. Anna Hoeufft, gedoopt NG Dordrecht nov. 1608, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Hoge Nieuwstraat (1642), overleden in 1654, trouwde Den Haag (Kloosterkerk)/NG Dordrecht23 mrt./16 april1642 Thomas Cletcher, geboren ca. 1598, weduwnaar van ‘s-Gravenhage, wonende ald. (1642)zilversmid en juwelier, burgemeester van Den Haag 1652-1657, overleden Amersfoort 2 juni 1666, trouwde 1e 1625 Anna Ghijsberti, 2e 1639 Adriana van der Willigen, zoon van Thomas Cletcher en Tanneken van Breen.

Thomas Cletcher

d. Dirck Hoeuft, gedoopt NG Dordrecht juli 1611, volgt II

e. Elisabeth Hoeuft, gedoopt NG Dordrecht dec. 1616, trouwde Andries Manichet van Hondringen

f. Maria Hoeft, gedoopt NG Dordrecht mei 1619, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Hoge Nieuwstraat (1645), trouwde NG Dordrecht 4/20 juni 1645 (per schrijven van de Waalse kerk) Johan de Vallee, jongman van Alkmaar wonende bij het Stadhuis van Dordrecht (1645)

g. Sara Hoeuft, gedoopt NG Dordrecht sept. 1623, overleden kort vóór 23 juli 1705

Weeskamer Dordrecht inv. 30, f. 40: op 23 juli 1705 extract ingeschreven van het testament van Sara Hoeuft, gepasseerd voor notaris A. Hagoort te Dordrecht op 6 dec. 1695.

ORA Dordrecht inv. 1647, f. 34: op 8 mei 1717 verkopen “d’heer en mr: Jacob Hoeufft, Borgermeester en Raadt der Stad Dordregt, als last en procuratie hebbende van Vrouwe Anna Constantia Hoeufft vrouwe van Geenenhoven, d’heer Mattheus Hoeuft, heere van Oijen, ende de heer en mr: Nicolaes Ketlaer raadt Ordinaris inden hoogenraaden in Holland als in huwelijk hebbende vrouwe Maria Hoeuft van Buttingen in die qualitijt voor selven, en nogh vervangende sig sterkmaken:(de) ende rato caverende voor d’heer Gerard Paauw geboren Hoeuft, heere van Hemstede en Isebrant de Bie, raad en Borgermeester der Stad Leijden, als mede Voogden over d’heer Leonardus Hoeuft heere van Buttingen en Santvoort, in die qualitijt voor haer selven, en nog vervangende haer sterkmakende, en de rato Caverende voor de heer Adriaen Pauw mede voogd over den voorn. heer Leonardus Hoeuft heere van Buttingen en Santvoort, Sijnde de voorn. heer Gerard Paeuw geboren Hoeuft, vrouwe Maria Hoeuft van Buttingen, ende heer Leonardus Hoeuft, te Samen kinderen en Erffgenamen van wijlen d’heer Johan Diderik Hoeuft, in sijn leven heere van Buttingen en Santvoort, ende gemelte vrouwe Anna Constantia Hoeuft, de heer Mattheus Hoeuft ende heer Johan Diderick Hoeuft, mede Erffgenamen van wijlen Juffr. Sara Hoeufft, volgens deselve procuratie gepasseert voor den Notaris Johan van Campen en seekere getuijgen in S Gravehage residerende in dato den 3 Meij 1717”, voor 2800 gl. mr. Ocker Gevaerts een huis op de Hoge Nieuwstraat, strekkende van de straat tot aan de Walevest en staande tussen het huis van de erfgenamen van Hermanus van der Eijck ten westen en dat van Willem van der Linde mr. metselaar ten oosten.

II. mr. Diederik Hoeuft, heer van Fontaine Peureuse, geboren Dordrecht 22 dec. 1610,jongman van Dordrecht, licentiaat in de rechten, wonende op de Hoge Nieuwstraat (1641), schepen van Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 13 mei 1688 (een zwarte baar voor de heer Diederich Heeuft, oud vroedschap van Dordrecht, bij de Visbrug), zoon van Diederik Hoeuft en Anna Luls,trouwde NG Dordrecht 8 sept./1 okt. 1641 (procl. te Utrecht en in de Waalse Kerk) Maria de Witt, geboren Dordrecht22 dec. 1620, jonge dochter van Dordrechtwonende bij de Grote Kerk (1641), dochter van Jacob de Witt en Anna van de Corput en zuster van Cornelis en Johan de Witt

ORA Dordrecht inv. 1615, f. 79v: op 12 febr. 1654 verkoopt ds. Henricus Debbits, predikant te Dordrecht, als voogd over de kinderen van wijlen dr. Adam Dibbits, en als procuratie hebbende van Maria Boots, weduwe van Bartholomeus van Beverwijck, als grootmoeder en voogdes over de kinderen van dr. Adam Dibbits en Cornelia van Beverwijck, tevens vervangende jonkheer Arent Boot, haar medevoogd, aan mr. Diderick Hoeuft, lid van de Oudraad van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, uitkomende op de Nieuwe Haven en staande tussen het huis van mr. Dirck Berck en dat van Adriaen Vinck.

Kinderen (o.a.):

a. Diederik Hoefft, heer van Fontaine Peureuse, gedoopt NG Dordrecht 7 aug. 1648, jongman van Dordrecht (1680), ritmeester in Nederlandse dienst (vanaf 1676), domheer te Utrecht, bij diploma van keizer Leopold I dd 21 aug. 1692 met zijn wettige nakomelingen erkend als tot de adel behorende, overleden Utrecht 2 nov. 1719, trouwde Amsterdam/Amstelveen 25 jan./13 febr. 1680 (NG Dordrecht 28 jan. 1680: per schrijven van Amsterdam, proclamatie in de Franse kerk, 11 febr. 1680 attestatie gegeven om te Amsterdam te trouwen) Isabella AgnetaDeutz van Assendelft, gedoopt NG Amsterdam 11 juni 1658, jonge dochter van Amsterdam en daar wonende (1680) dochter van Jan Deutz en Geertruida Bicker

(Balen o.c., deel II, p. 1325-1326)

Diederik Hoeufft (1648-1719), geschilderd door Godfried Schalken ca. 1675

ORA Dordrecht inv. 1650, f. 71: op 30 nov. 1723 verkoopt “Vrouwe Sophia Everwijn wed.e wijle d’heer mr. Jacob Hoeufft in sijn Edts: leven Borgermeester deser Stad, als moeder en voogdesse van haaren minderjarige kinderen bij den voorn. heer Jacob Hoeuft voor d’eene helfte, mitsgaders als last en procuratie hebbende van de heeren Reijnout Gerrard van Tuijll van Serooskerken, heer van Zuijlen, in Huwelijk hebbende Vrouwe Isabella Agnita Hoeufft, Jean Antoni de Overhoult, heer van Gui(g)nicourt in huwelijk hebbende Vrouwe Anna Jacoba Hoeuft, Item Matthias Lammert Singendonck heer van Geldersmerke, in huwelijk hebbende Vrouwe Agnes Goeufft kinderen en voor drie vierde portien Erffgenamen van wijlen d’heer Diderik Hoeufft in sijn leven heer van Fontaine Pereuse die voor d’eene Helft eijgenaar is geweest van de naarbeschreve Huijsinge en Erff, volgens d’selve procuratie gepasst. voor Willem Verweij nots. s’Hooffe van Utrecht residerende in dato den 2 Novemb. 1723 daer van sijnde ons Schepenen vertoont, Ende nogh als geauthoriseert sijnde, ter momboir Camer der Stad Utrecht in dato den 15 Novemb. 1723 als voogden over Jonhr. Diderik van Lokhorst, eenige zoon van wijlen Vrouwe Maria Catarina Hoeufft, en uijt dien hoofde voor een vierde portie mede Erffgen: van wijlen d’heer Diderik Hoeuft in sijn leven heere van Fontaine Pereuse die voor d’laaste eijgenaar is geweest vande naarschreven huijsinge”, voor 600 gl. aan Hendrik Hooijman, koopman te Dordrecht, een huis op de Varkenmarkt met drie kelders en vijf pakzolders erachter, doorgaande van de Varkenmarkt tot aan de brandgevel van de hooizolders van mevrouw Hoeufft, staande tussen het koetshuis van mevrouw Hoeufft aan de ene zijde en de gemeenschappelijke gang.naast het huis van dokter Schenkels.

Kinderen:

a-1. Joan Hoeuft, 1680

a-2. Maria Catharina, 1681

a-3. Geertruijt, 1683

a-4. Isabella Agneta Hoeuft, 1683, overleden 1725, trouwde Zuilen (Utrecht) 8 juni 1704 Reinout Gerard van Tuyl van Serooskerken

a-5. Johanna, 1685

b. Maria, 14 juli 1651

c. Anna Catharina, 2 juli 1653

d. Anna, 17 mrt. 1655

e. mr. Jacob Hoeuft, geboren Rotterdam 8 jan. 1660, volgt III

III. mr. Jacob Hoeuft, geboren Rotterdam 8 jan. 1660,lid van de Oudraad te Dordrecht, domheer van de dom te Utrecht, bewindhebber van de WIC ter kamer op de Maze (1694),burgemeester van Dordrecht, overleden Dordrecht 26 juli 1717, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 31 juli 1717 (burgemeester Hoeufft begraven, drie slepen, een wapenbord, de late boete),trouwde Gerecht/NGDordrecht 6/20 juni 1694 (de bruidegom geassisteerd metDiederick Hoeuft,heer van Fontaine Peureuse, de bruid met Cornelia de Rovere, weduwe van Samuel Everwijn, burgemeester van Dordrecht, haar moeder, en Pieter Everwijn van Brandwijk, heer van Gijbeland, lid van de Oudraad en secretaris vanDordrecht, haar broer)Sophia Everwijn, dochter van mr. Samuel Everwijn, burgemeester van Dordrecht, en Cornelia de Rovere.

ORA Dordrecht inv. 1649, f. 162v: op 25 juni 1722 verkopen “mr. Willem Vermeij, schout van Emmenes, als last ende procuratie hebbende vanden Hoog Welgeboren Heer Reijnout Gerrard van Tuijl van Serooskerken heere van Zuijlen geëligeerde Raad ter vergaderinge van(de) Ed:e Mogende Heeren Staten slants van Utregt in huwelijk hebbende Vrouwe Isabilla Agneta Hoeufft, Item den hoog wel geboren heer Jean Antone Daverhout heer van Geuncourt in Huwelijk hebben(de) Vrouwe Anna Jacoba Hoeufft, mitsgaders van Jonkvrouw Agnes Hoeufft ende nog als last hebbende van Ed.e Agtb. heeren gecom.de ter Momboir Camer der Stad Utregt als voogden over Jonkheer Diderik van Lockhorst, Onmonddigen zoon van Hoogh welgeboren heer Vincent Maximiliaan van Lockhorst heer van Terweer Maassen als in Huwelijck verweckt aan Vrouwe Maria Catarina Hoeufft kinderen kintskinderen en erfgenamen van wijlen d’heer Diderik Hoeuft; volgens de procuratie gepasseert voor den nots. Jacob Woertman en seekere getuijgen tot Utregt residerende in dato den 2e Meij 1722”, voor 2000 gl. aan Sophia Everwijn, weduwe van mr. Jacob Hoeufft, burgemeester van Dordrecht, de helft in een huis op de Groenmarkt, dat bewoond wordt door de koopster, staande naast het huis van burgemeester Hugo Repelaar, alsmede de helft in een stal, koetshuis, met twee kamers erboven, hooizolder en kelder, waarvan de wederhelft aan koopster toebehoort.

ORA Dordrecht inv. 1664, f. 4 e.v.: op 1 febr. 1763 verkopen mr. Pieter Hoeufft, voor zichzelf en tevens vervangende mr. Pompejus Hoeufft, raad ordinaris in de Hoge Raad over Holland, Zeeland en Friesland, als executeurs-testamentair van hun zuster Maria Hoeufft, overleden te Dordrecht, en Pompejus Hoeufft, secretaris van Dordrecht, als procuratie hebbende van Samuel Hoeufft en Johannes Wenceslas van Otting, als man van Sophia Hoeufft, beiden predikant te Breda, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. de Bruijn te Breda op 27 dec. 1762, voor 5700 gl. aan Alida Hoeufft, wonende te Dordrecht, vier zesde parten in twee huizen, het ene staande in de Wijnstraat, van voren en van achteren belend door het huis van oud-burgemeester mr. Paulus Gevaerts aan de ene zijde en het huis van de erfgenamen van de weduwe van Hendrik van Bragt, van welk huis koopster de overige twee zesde parten bezit, en het andere op de Varkenmarkt.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Diederich, 9 juli 1695

b. Cornelia, 21 juli 1696

c. Maria Hoeufft, 1 juli 1697, ongehuwd, overleden kort vóór 18 febr. 1754

Weeskamer Dordrecht inv. 35, f. 284v, dd 18 febr. 1754: extract ingeschreven van de akte van opening van het besloten testament van Maria Hoeuft, gepasseerd op 27 febr. 1749, waarbij bleek, dat tot voogden zijn benoemd Pompejus en Pieter Hoeuft.

d. Sophia Hoeufft, 4 april 1700, jonge dochter geboren van en onlangs gewoond hebbende in Dordrecht en tegenwoordig wonende in Breda (1740), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 6 okt. 1740 (ondertrouw; volgens attestatie van ondertrouw van Breda, op 23 okt. 1740 attestatie gegeven) Johan Wenceslas van Otting, jongman geboren in Nordheim in het graafschap Bentheim (1740), predikant te Vlaardingen en later te Breda

e. Jacob, 4 april 1701

f. Pompejus Hoeufft, 14 april 1702

g. Samuel Hoeufft, 18 mei 1703, predikant te Breda

h. Anna, 12 juli 1706

i. Alida Hoeufft, 4 nov. 1707, ongehuwd

ORA Dordrecht inv. 1662, f. 13: op 31 mrt. 1757 verkoopt Jan Hoeuft, kapitein te zee voor de Admiraliteit te Amsterdam, wonende te Dordrecht, voor 1400 gl. aan Alida Hoeuft, wonende te Dordrecht, een zesde part in de huizen, stal koetshuis, hooizolders en kelders, staande op de Groenmarkt, uitkomende op de Varkenmarkt, tussen de huizen van mr. Paulus Gevaerts, oud-burgemeester van Dordrecht, en het huis van de weduwe Van Bragt.

j. mr. Pieter Hoeufft, 12 okt. 1708, jongman van Dordrechtt wonende op de Groenmarkt (1743) trouwde Gerecht/NG Dordrecht 11/29 okt. 1743 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Sophia Everwijn, weduwe van burgmeester Jacob Hoeufft) Adriana van den Brouke, gedoopt NG Dordrecht 13 juni 1705, jonge dochter van Dordrecht wonende voor het Bagijnhof (1743), dochter van Mattheus van den Brouke en Elisabeth Franken

ORA Dordrecht inv. 1657, f. 67v: op 16 mrt. 1745 verkoopt mr. Pieter Hoeuft voor 1250 gl. aan Anthonij Dormaal, mr. schrijnwerker een huis in de Voorstraat, staande tussen het huis van Hendrik Teerling en dat van de weduwe Van Santen, alsmede een huis in de Botgensstraat, komende achter tegen het voornoemde huis van Hendrik Teerling.

ORA Dordrecht inv. 1657, f. 68: op 16 mrt. 1745 verkoopt mr. Pieter Hoeuft voor 1400 gl. aan Willem Steenbus, mr. tingieter en burger van Dordrecht, een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis en de brouwerij van Philips van Haarlem en dat van Matthijs Sax. De koper is schuldig aan de verkoper een somma van 600 gl.

ORA Dordrecht inv. 1657, f. 106: op 14 okt. 1745 verkoopt Gijsbert Monnier, wonende te Rotterdam, enige testamentaire erfgenaam van Nicolaas Wels, die in Dordrecht is overleden, voor 850 gl. aan mr. Pieter Hoeuft een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van Gillis de Koning en dat van de weduwe Van Santen.

ORA Dordrecht inv. 1657, f. 107v: op 19 okt. 1745 verkoopt mr. Pieter Hoeuft voor 670 gl. aan Johannes van Breda een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van Gillis de Koningh en dat van de weduwe Van Santen.

ORA Dordrecht inv. 1657, f. 123v: op 10 mrt. 1746 verkoopt Sara van Sasburgh van Linsingen wonende te ‘s-Gravenhage, voor 86 gl. aan mr. Pieter Hoeuft een huisje, gemeen staande met twwe gelijke huisjes, toebehorende aan de heer van Goidschalcxoord en de heer van Heerjansdam, welke ook getransporteerd worden aan de koper, staande voor het Bagijnhof naast het huis van de koper, welke huisjes gekomen zijn “uijt de huijsen” van Heerjansdam, Muijs van Holij, Blijenburgh etc.

ORA Dordrecht inv. 1657, f. 132: op 26 april 1746 verkoopt Jan Happers, burger van Dordrecht, voor 155 gl. aan mr. Pieter Hoeuft een huis in het Achterom achter het Vrouwenhuis, staande tussen het huis van Luijcas Paassen en de gang van het Vrouwenhuis.

ORA Dordrecht inv. 1755, f. 79v: op 24 mei 1746 verkopen mr. Pieter Hoeuft en Hendrik Teerling, koopman te Dordrecht, samen enige erfgenamen van Mattheus Coddeus, die in Dordrecht is overleden, voor 300 gl. aan Jan Helmig, mr. loodgieter te Dordrecht, een tuin met een huis erin, staande buiten de Spuipoort tussen de tuin van Anthonij van der Strenge en molen “de Stier”.

ORA Dordrecht inv. 1661, f. 219v: op 18 aug. 1756 verkopen mr. Pieter Hoeuft, Hendrik Onderwater, heer van Puttershoek, hoofdofficier van Dordrecht, Bartholomeus van den Sandheuvel en Hugo Repelaer, tevens vervangende mr. Adriaan Stoop, heer van Brandwijk en Gijbeland en Samuel Onderwater, voor zichzelf en samen “geauthoriseert sijnde”van de verdere erfgenamen van Cornelia de Roovere, weduwe van mr. Samuel Everwijn, voor 5300 gl. aan de stad Dordrecht een huis in de Wijnstraat, staande schuin tegenover de Nieuwbrug tussen het huis van burgemeester Cornelis de Witt en dat van de weduwe van Andries Cant.

ORA Dordrecht inv. 1662, f, 113v: op 29 juni 1758 verkoopt Adriaan van den Kieboom, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Huijbert van Wetten, notaris te Dordrecht, voor 900 gl. aan mr. Pieter Hoeuft, schepen in wette van Dordrecht, een koetshuis met een stal voor vier paarden en een huis ernaast, staande achter het Bagijnhof even over de brug tussen het huis van Silvester Gelderblom en dat van Jacob Mouthaan.

ORA Dordrecht inv. 1666, f. 38v: op 9 mei 1769 verkoopt Hendrik van der Vorm voor 900 gl. aan mr. Pieter Hoeufft drie naast elkaar staande huisjes in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Nicolaas Grondhout en de stadsgracht.

ORA Dordrecht inv. 1666, f. 114: op 10 mei 1770 verkoopt Jenneke van Gemert, weduwe van Dirk van Andel, voor 1400 gl. aan mr. Pieter Hoeufft een stal en koetshuis, staande voorbij het Bagijnhof bij de Vest tussen het huis van de verkoopster en dat van Jan Loof.

Kind:

j-1. Sophia Adriana Hoeufft, gedoopt NG Dordrecht 22 sept. 1745, geboortig van Dordrecht wonende voor het Bagijnhof (1771), trouwde Gerecht/NG 23 mrt./7 april 1771 (de bruid geassisteerd met haar vader mr. Pieter Hoeufft, schepen van Dordrecht) mr. Hendrik Onderwater, jongman geboortig van Dordrecht wonende in de Voorstraat bij de Nieuwbrug (1771)

k. Jan Hoeufft, 4 dec. 1709, jongman van Dordrecht wonende ald. (1755), kapitein ter zee voor de Admiraliteit te Amsterdam, luitenant-admiraal, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 8 mrt. 1755 (volgens attestatie van Kleef dd 11 mrt. 1755, 6 april 1755 attestatie gegeven) Louisa Margareta van Diest, wonende te Kleef (1755)

ORA Dordrecht inv. 1667, f. 176v: op 17 juni 1773 verkoopt Mattheus Rees Mattheusz., oud-burgemeester van Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn vrouw Christina Reepmaker, en van Petronella Elisabeth Reepmaker, meerderjarige ongehuwde persoon, en Johanna Reepmaker, de vrouw van mr. Johan Reepmaker, oud-burgemeester van Dordrecht, elk voor een vierde part erfgenamen van mr. Willem Reepmaker, heer van Strevelshoek, en diens vrouw Johanna Op de Camp, en tevens als procuratie hebbende van mr. Adriaan Reep, heer van Strevelshoek, Noord-Waddinxveen en Sleewijk, oud-burgemeester van Rotterdam, voor een vierde part erfgenaam van genoemd echtpaar, volgens procuratie gepasseerd voor notaris P.J. de Superville te Rotterdam op 10 mei 1773, voor 7150 gl. aan luitenant-admiraal Jan Hoeuft, wonende te Dordrecht, een huis met twee kelders eronder en een koetshuis en stal ernaast, staande op de Wolwevershaven omtrent de Damiatebrug, staande tussen het huis van de koper en dat van Gerrit Kasdorp, alsmede voor 4280 g. aan dezelfde koper een huis op de Wolwevershaven omtrent de Damiatebrug staande tussen het huis van de koper en dat van Aart van der Kaa.

Kind:

k-1. Jacob Hendrik, gedoopt NG Dordrecht 1 aug. 1756, dichter, overleden Breda 14 febr. 1843

“Jacob Hendrik werd geboren in de adellijke familie Hoeufft met een militaire achtergrond in de Noordelijke Nederlanden. Zijn vader Jacob [sic], die in 1793 overleed, was een admiraal en zijn oom Samuel was gouverneur van Breda. Jacob Hendrik Hoeufft ging rechten studeren en behaalde zijn diploma in utroque jure (in beide rechten, d.w.z. het kerkelijk en wereldlijk recht) met een Latijnse thesis De imperio eminente. Hij werkte eerst als advocaat in Den Haag van 1777 tot 1780 en keerde daarna terug naar Dordrecht, waar hij deel van het stadsbestuur werd. In 1793 verhuisde hij een laatste keer, naar Breda, waar hij zich hoofdzakelijk toelegde op de studie van de Griekse en Latijnse letteren en op het schrijven van Latijnse literatuur.

Hoeufft was al op jonge leeftijd in Dordrecht begonnen met Latijn en Oudgrieks te leren, en deze studies zette hij voort tijdens zijn hoger onderwijs in Breda en Den Haag. Naast zijn Latijnse verzen en zijn studies over de Griekse taal schreef hij Nederlandse literaire teksten, zowel in proza als in poëzie. Zo publiceerde hij in 1816 een Nederlandse vertaling van de gezangen van de Griekse dichter Anacreon, in een imitatie van de Ionische dimeter a minore, een Oudgriekse versmaat. Hij werd vooral gewaardeerd voor zijn activiteiten als dichter en classicus, en werd bijgevolg toegelaten tot de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Bovendien werd hij opgenomen in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Met Hoeuffts nalatenschap werd het Certamen poeticum Hoeufftianum georganiseerd, een Latijnse poëzieprijs. De hoofdprijs, een gouden medaille van 250 gram, werd van 1844 tot 1978 elk jaar in Amsterdam uitgereikt door een speciale commissie, geselecteerd door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Het winnende gedicht werd ook op kosten van de Akademie uitgegeven. Als de commissie ook andere inzendingen waardig (magnae laudis) vond en de auteur zijn toestemming gaf, werden ook deze op kosten van de Akademie gepubliceerd.” (Wikipedia)

l. Cornelis, 7 dec. 1710