Canin

I. Jan Canin de Oude, geboren ca. 1530, mogelijk te Gent, boekdrukker van Gent (1583), boekdrukker en boekverkoper te Dordrecht, overleden te Dordrechtin 1594, trouwde 1e Elisabeth NN (NNBW [internet]), 2e NG Dordrecht 27 mrt./12 april 1583 Dirksken Fransdr., weduwe van Dordrecht (1583), trouwde 1e Jan Bronckhorst, koopman van Rijnse wijnen te Dordrecht

Hij gaf in 1572 een Nederlandstalige bijbel uit.

(www.Statenbijbelmuseum.nl)

ORA Dordrecht inv. 714, f. 291v: op 15 mrt. 1582 verleent Jan Bastijns, “residerende” te Arnhem, procuratie aan Jan Caen, boekverkoper en drukker te Dordrecht, en Jan Govertsz., om te transporteren een rentebrief van 18 Rijnse gl., gehypothekeerd op de domeinen van Zuid-Holland.

ORA Dordrecht inv. 715, f. 158: op 17 jan. 1584 stellen Jacques de Boot boekbinder en Pijeter Verhaegen boekdrukker, burgers van Dordrecht, zich borg voor Caerl Henricxsz. de Jonge, om “oft gebeurde dat dvoorsz. Caerl Henrickx in gebreecke bleve te ontfangen alzulcken twee hondert bijbels als hij gecoft heeft van Jan Cain bouckdrucker de welcken bij den selven Jan Cain hem belooft zijn te leveren binnen den tijt van tijen weecken nae date deses ende off mede den zelven Caerl Henricx in gebreecke bleve inde bethalinge vande voorsz. bijbels als hem die ten voorsz.tijde gelevert worde alle tzelve aen hen comparanten te moegen verhaelen”.

ORA Dordrecht inv. 715, f. 249v e.v.: verklaring dd 28 sept. 1584 op verzoek van Andries van Kieboom alias Turnhout door Jan Canin de jonge, 28 jaar oud, Jan Pietersz., 27 jaar oud, en Hans van Waert schoenmaker, 50 jaar oud, allen inwoners van Dordrecht. De comparanten verklaren, dat zij in mrt. 1584 geweest zijn in de herberg “Groot Colen” te Dordrecht, waar toen mede aanwezig waren Cornelis Reijnsz. zijdekramer en Jan Canin de oude, boekdrukker te Dordrecht, en dat laatstgenoemde toen aan Cornelis Reijnsz. ten behoeve van de rekwirant verhuurd heeft het achterhuis met een deel van de hof van Jan Canins huis, staande en gelegen omtrent de Nieuwbrug tegenover “de Keijser”, in welk huis de rekwirant en zijn vrouw nog steeds wonen. Compareren mede Jan Canin de oude, boekdrukker, ongeveer 54 jaar oud, en Cornelis Reijnsz., ongeveer 38 jaar oud, die onder ede getuigen, dat de huur is geschied, zoals de voornoemde deposanten hebben verklaard.

1585: door de stad Dordrecht betaald aan Jan Canin boekdrukker 111 ponden 14 sch. van 40 groten het pond wegens leverantie van papier, inkt en pennen, alsmede het drukken van zekere ordonnantie en “billietgen” ten behoeve van de stad Dordrecht, maakt in ponden Vlaams: 18 ponden 13 sch. 4 d. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 2607 [thesauriersrekening Dordrecht 1585], f. 93)

ORA Dordrecht inv. 716, f. 34 e.v.: verklaring dd 18 febr. 1585 op verzoek van Andrijes van Turnhout alias Andrijes Kijeboom door Servastius Johannis, predikant te Dordrecht, ongeveer 45 jaar oud, en Jan Canen boekverkoper, 54 jaar oud, en Cornelis Reijnsz. zijdekramer, 38 jaar oud, inwonende poorters van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 717, f. 187, akte dd 6 juni 1587:op verzoek van de dekens van het Sint Jansgilde verklaart Jasper Adriaensz. kleermaker, ongeveer 20 jaar oud, dat hij “op maendach verleden int werck gecomen is ten huijze van eenen genaemt Jan Caen den Ouden, bouckdrucker, ende dat hijaldair tot op den dach van huijden toe gewrocht heeft, in welcken tijt hij deposant aldaer gemaeckt heeft een boraet wambas vuijt drie ellen, welck wambas hij deposant alleen gemaeckt heeft op ’t voircamerken ten huijze vande voirsz. Jan Cain, hoe wel hij ’t ander werck bij hem dair mede gemaeckt, heeft gewrocht op den oppersolder vanden zelven huijse.”

ORA Dordrecht inv. 719, akte 281: op 5 mrt. 1590 verklaring op verzoek van Balthasar Jacobsz., koopman wonende te Dordrecht, door Jan Canin de Oude, boekverkoper, 60 jaar oud en Jan Nobels, 58 jaar oud, beiden burgers van Dordrecht. Zij verklaren dat zij “zeer goede kennisse hebben vande persoon vande requirant”, dat hij al ongeveer 5 of 6 jaar in Dordrecht woont en dat hij zich altijd “eerlijck ende vromelijck heeft gedragen”. Jan Nobels verklaart tevens, dat Balthasar lidmaat van de “Christelijcke kerck ende gemeente”van Dordrecht is.

ORA Dordrecht inv. 741, f. 193v: op 8 febr. 1591 legt Jan Caen boekdrukker, ongeveer 60 jaar oud, poorter en inwoner van Dordrecht, een verklaring afop verzoek van Jan van der Haghen, die optreedt namens zijn schoonvader, Andries van de Kieboom. Hij verklaart datCornelis Rens, zijdeverkoper en maillenier [verkoper van kleine ijzeren voorwerpen] in mrt. 1584 ten behoeve van Van de Kieboom het achterhuis en de halve hof van zijn, Caens, huis gehuurd heeft. Het huis staat in de Wijnstraat tegenover “de Herpe”.

ORA Dordrecht inv. 720, f. 97v: op20 mrt. 1592 verleentJan Canin de Oude, boekdrukker te Dordrecht, procuratie aan Daniël van der Vlijet koopman, Gillis Rooman boekdrukker en Joris Valckeman Witten twijnder, allen “residerende” te Haarlem en aan Willem Pauwelsz. mesmaker en Bruijn Hermansz. boekverkoper, burgers van Delft, om voor hem, constituant,te innen hetgeen men hem in Haarlem en Delft schuldig is. Tevens verleent hij procuratie aan zijn zoons Abraham en Ysaack Canin om te vorderen hetgeen men hem schuldig is in de gewesten Holland en Zeeland.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 2613, thesauriersrekening 1591: de stad Dordrecht betaaltJan Canin boekdrukker 100 ponden Vlaams, “hem bij mijnen heeren [de regeerders van Dordrecht] volgende d’acte vanden selven van [21 dec. 1591] … toegeleijt tot een vereeringe, dat hij de historie Carionis van den beginne der werelt aen tot op keijser Carolum den vijffden van dien naeme in Nederduijtsche tale overgeset, Mijnen heeren die Regeerders deeser Stede heeft gedediceert als inde voorsz. acte breeder is verhaelt”.

(Canin kreeg in 1586 van de Staten-Generaal en de Staten van Holland tien jaar langhet alleenrecht om de “Chronica Carionis” te mogen drukken en verkopen.)

De Chronica Carionis, gedrukt in Dordrecht door Jan Canin, “woonende in de Wijnstrate”.

Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 2615, thesauriersrekening 1594: de stad Dordrecht betaalt aan de erfgenamen van Jan Canin, in zijn leven boekdrukker te Dordrecht, de somma van 5 ponden 6 schellingen Vlaams, als betaling van drie “schrijffboecken die den Officier deser Stede heeft laeten maecken omme te gebruijcken tot Criminele registers etc. Dus hier bij … quitantie van Abraham Canin de voorschreven” 5 p. 6 sch.

Archief van de NH gemeente van Dordrecht, inv. 1 (acta van de NG kerkenraad van Dordrecht), f. 73v, 12 okt. 1589: “Heeft Jan Canijn die broederen aengedient dat hij begeert dat die broederen des kerckenraedts sullen twee vvt den kerckenraet deputeren om Caspar van Troije aen te spreecken van eenige woorden van iniuriën welcke hem op geleijt sijn. Is bij den broederen goet gevonden dat Jaspar Troijen [uitgever te Dordrecht] tegen een donderdach voor de broederen verschijnen sal om beijden partijen te verhooren”.

Idem, f. 74v e.v., 7 dec. 1589: Also Jan Canin in den kerckenraet hadde voorgebracht, dat tusschen Caspar Troijen ende hem bij goede mannen een [accoord] ghemaect … is, nae dewelcke sij met malcanderen versoont zijn, maer dat Caspar Troijen ende zijn huijsvrouwe nae date van dien niet nae ghelaten hebben bij verscheijden luijden van binnen ende van buijten te blameren ende te lasteren, dwelcke hij seijde onbehoirlick te zijn, ende begeerde dat de kerckenraet daerinne wilde doen, wat tot beteringhe sijner eere ende versoeninge gehoort, so hebben die van den kerckenraet so verre gehandelt, ende Troijen onderwesen, dat … hij … door onderwisinghe sijn saecke laet vallen [en zich houdt aande eerder doorbemiddeling van “goedemannen”gesloten overeenkomst] … tot goeden vreede ende eenicheijt die hij voortaan begeert te houden. Ende heeft [Troijen] bekent dat hij onrecht ghedaen heeft ende dat het hem leet is dat hij ende sijn huijsvrouwe van den voorsz. Jan Canin blamatie ofte lasteringe hebben ghesproken, ende dat hij hem des voortaan sal onthouden. Maer also Caspar claechde dat Jan Canin ende zijn kinderen hem oock geblameert hebben, soo is Jan Canin daer op gehoort ende seijde dat tselve was gesproken tot zijne verantwoordinghe meer als anders: Doch soo ijedt hem verantwoordende ghesproken heefft dat onbehoirlik is, segt hem tselve leet te zijn. Ende soo sijn de partijen met malcanderen tenemael ende al versoent”, en beloven voortaan met elkaar in vrede te leven. Als echter één van hen of één van hun beider vrouwen de anderen nog eens zullen beledigen, zal de overtreder één pond Vlaams verbeuren, die aan de Armen zal toekomen.

Idem, 6 aug. 1592: “Also de kinderen van Jan Canin clagen dat Jasper Troijen haer vaeder wederom seere heeft beschuldigt tegen tcontract ende belofte tusschen beijde aengegaen, is goet gevonden dat D. Jeremias [Bastingius] ende D. Jaspar hem sullen aenspreken ende ernstelijc vermaenen om donderdach voor de kerckenraet te verschijnen ende dat hij hem bedencke ende daerentuschen stille houde”.

Idem, f. 88v, 13 aug. 1592: “De saeck tusschen Abraham ende IJsaec Canin ende Caspar Troijen is verhoort ende gearbeijt tot versoeninge, [maar men heeft nogniet bevonden, dat zij genegen zijn]om de vermaninge des kerckenraets tot vrede ende versoeninge in bedenckinge te nemen”.

Idem, f. 89, 15 okt. 1592: “Jan Canin ende Caspar Troijen zijn gecompareert van wegen hun voorgaende different ende hebben beijde geaccordeert dat den formulijer van een finaal verdracht ghemaect werden sal dat sij daer mede sullen gecontenteert houden”.

Kinderen (ex 1, volgorde onzeker):

a. Abraham Jansz.Canin, geboren naar schatting ca. 1560, volgt II

b. Isaack Canin

c. Jan Canin de Jonge, geboren ca. 1556

ORA Dordrecht inv. 741, f. 183v: verklaring dd 12 jan. 1591 op verzoek van Jan Jacobsz. door Jan Caenin de Jonge, ongeveer 35 jaar oud.

Archief van de NH gemeente van Dordrecht, inv. 1 (acta van de NG kerkenraad van Dordrecht), f. 103v, 22 sept. 1594: “Is besloten Jan Canintegen de naeste reijse te ontbieden.”

Idem, f. 103v, 29 sept. 1594: “Jan Canin was ontboden maer hadde geantwoort, dat hij wat anders te doen hadde. Is goet gevonden hem noch ten naesten te ontbieden ende so verde hij niet en coomt, dat men hem ten tweede mael voorstellen sal.

Idem, f, 103v, 6 okt. 1594: “Also Jan Canin ontboden sijnde weigert te verschijnen endeongehoorsaem blijft, sal toekomende saterdach sijne sonde ende onboetveerdicheijt voor detweede mael der gemeente voorgestelt werden, ende sullen[ds.] Corputius ende Arent Cornelisz. hem tselve aendienen.”

Idem, f. 106, 5 jan. 1595: “Jan Canin sal hier ontboden werden om hem aen te seggen also men noch geen bekeeringe aen hem en speurt, dat men voorder nae kerckenordeninge met hem sal handelen.”

Idem, f. 106v, 12 jan. 1595: “Jan Canin is verschenen ende heeft geene sonde willen bekennen. Int leste door veelvoudich vermanen heeft belooft betere boetverdicheijt te bewijzen. Dwelc de broeders [= de kerkenraad] hem vermaent hebben van herten ende metter daet te bewijzen. Anders sullen moeten voortz varen met sijnen naem den gemeijnte voor te dragen ende voortz met hem na behooren te handelen.”

d. Levina Jansdr. Canin, overleden Dordrecht 26 jan. 1605 (begraven in de Grote Kerk),trouwde Maximiliaan Bouman, chirurgijn, overleden 16 okt.Dordrecht 1624 (begraven in de Grote Kerk)

– 25 mei 1589: Dirck Jacobsz. Clootwijck, burger van Dordrecht, verklaart, dat van wege Cornelis van Reijnegom, inwoner van Utrecht, door de gezworen kamerbewaarder van Dordrecht arrest is gedaan op een onder hem, comparant, berustende custing- of schepenschuldbrief, sprekende op zeker huis, staande tegenover de Kruiskapel te Dordrecht en toebehorende aan mr. Maximiliaen Bouman chirurgijn, waar nu woont Joachim Jansz. Comparant belooft die custingbrief niet van de hand te doen, voordat Van Reijnegom volledig betaald is van hetgeen hem nog toekomt wegens twee obligaties, die zijn verleden door zijn (Clootwijcks) neef Jacob Pietersz., t.w. een bedrag van 200 gl. (ORA Dordrecht inv. 718, f. 259)

Kind:

a. Sara Bouwmans, geboren ca. 1588, overleden Dordrecht 18 mei 1668 (begraven in de Grote Kerk),trouwde NG Dordrecht 3 april 1618 Francois Jansz. Boels, geboren ca. 1591,boekbinder te Dordrecht, overleden ald. 3 nov. 1656 (begraven in de Grote Kerk), trouwde 1e Susanna Pietersdr., dochter van Pieter Rogiers en Elisabeth Cuijpers van Gent (W. Heijting, “Voorsichtich gelyck de slangen en onnoosel als duyven. De Dordtse uitgever Francois Boels”, inDNR XXIII (1999), p. 117 e.v. [internet])

Zerk in de Grote Kerk, waaronderMaximiliaan Bouman, zijn vrouw Lievina Canin, hun dochterSara en schoonzoon Francois Boelslagen begraven.

e. (vermoedelijk:) Jacop Canin, geboren ca. 1571, boekdrukker te Dordrecht

– 4 jan. 1600: op verzoek van Jan Franchoijs le Petit, griffier van Béthune, wonende in Den Haag, legt Jacop Canin, boekdrukker te Dordrecht, 29 jaar oud, een verklaring af. (ORA Dordrecht inv. 897)

II. Abraham Jansz. Canin, geboren naar schatting ca. 1560, boekdrukkerte Dordrecht (ORA Dordrecht inv. 897, akte dd 3 juli 1600), trouwde NG Dordrecht 7 juni 1587Neelken de Swerte Melchiorsdr., van Antwerpen (1587)

Kinderen (o.a.):

a. Tanneken (Jannige) Canin, gedoopt NG Dordrecht 1594, trouwde NG Dordrecht 31 mei 1626 (ondertrouw) Adriaen Jaspersz. (van den Bergh), houtkoper van Geertruidenberg (1626)

– 7 juni 1686: Willemken Jansdr. van Salen, vrouw van Cornelis van de Bergh, die in Oost-Indië verblijft, als gemachtigde van haar man volgens procuratie gepasseerd voor notaris C. Hoogeboom te Amsterdam op 20 nov. 1676, Anthonij van de Bergh, bakker wonende te Delft, en Jan Abrahamsz. Blom, als man van Anna van de Bergh, eveneens wonende te Delft, samen kinderen van wijlen Abraham van de Bergh [en van Geertruijd van de Laan] en in die hoedanigheid mede-erfgenamen van wijlen Tanneken Canin, in haar leven weduwe van Adriaen Jaspersz. van de Bergh, verkopen voor 1650 gl. contant aan Rombout van Hees, viskoper en loodgieter te Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Grote Vismarkt [tussen de Visbrug en het stadhuis], staande tussen het huis van Gillis Crena en dat van Johannes Wor. (ORA Dordrecht inv. 794, f. 96v e.v.)

b. Lijsbet Canijn Abrahamsdr., gedoopt NG Dordrecht dec. 1602,van Dordrecht wonende aan de Visbrug (1633), trouwde NG Dordrecht 26 juni/17 juli 1633 Joris Terling (Teerlinck), jongman van Dordrecht wonende op de hoek van de Tolbrug (1633), maeldenier