Hoijnck van Papendrecht

Gedeeltelijk overgenomen van

www.genealogie.nl/stamboombaris,

https://blokland.dordtenazoeker.nl/papendrecht, en

M. Balen, Beschryvinge der stad Dordrecht, deel II

I. Hendrik Hoynck Ottesz., geboren ca. 1534, overleden te Dordrecht 1582, trouwde 1e Cornelia Mol, 2e dec. 1558 (huw. voorwaarden) Mariavan der Molen Fransdr., overleden tussen 7 sept. 1565 en 3 okt. 1566,dochter van Frans Moelen Willemsz., 3e ca. 1567Cornelia van Wesel gezegd van den Honert, dochter van Rochus Thomasz. van Wesel en Maria Frans Florisdr. van Toll, 4e Reynsburg van Beaumont

ORA Dordrecht inv. 1541, akte 450: verklaringdd 1566 door Job van Teijlingen, 51 jaar oud, en Henrick Hoijnck Ottensz., 32 jaar oud, op verzoek van Katharina Hesseling Pietersdr.

ORA Dordrecht inv. 1542, akte 33: op 3 okt. 1566 verklaren Henrick Hoijnck Ottensz., weduwnaar van Maria van der Moelen Fransdr., enerzijds en Frans Moelen Willemsz., raad in wette van Dordrecht, als grootvader, en Cornelis van der Moelen, voor zichzelf en tevens vervangende Willem van der Moelen, als ooms en voogden van Marichgen Hoijnck, weeskind van Maria van der Moelen, bij haar verwekt door Henrick Hoijnck, dat zij onderling de goederen, die Maria van der Moelen heeft nagelaten, verdeeld hebben. Daarbijzijn aan Henrick Hoijnck toebedeeld alle goederen, die door hem zijn ingebracht volgens de huwelijkse voorwaarden, die hij met zijn overleden vrouw heeft gepasseerd op 8 dec. 1558, en alle goederen, die door hem en zijn vrouw zijn verworven staande hun huwelijk, en dat laatste krachtens het testament, dat zij samen hebben gepasseerd op 7 sept. 1565. Aan Frans Moelen en de voogden van het weeskind zijn toebedeeldo.a. een somma van 1600 gl., die Frans Moelen aan zijndochter, Maria van der Moelen, heeft geschonkentot onderstand van haar huwelijk.

Kinderen:

ex 1:

a. Dirck Hendriksz. Hoinck, trouwde Maria Oems Daniëlsdr.

ONA Dordrecht inv. 4, f. 41: op 31 dec. 1602 testeert Maria Willemsdr., de vrouw van Hugo Snouck, poorteres van Dordrecht. Zij benoemt tot haar erfgenamen, na aftrek van enige legaten, de kinderen van haar overleden dochter Maria Oems Daniëlsdr., de vrouw van Dirck Hoinq Hendriksz, genaamd Wilhelmina, Margarita, Hendrick, Geertruijt, Maijken, Daniël en Cornelia. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar broer Johan Boucquet, en Hermen Oem Hermensz. en mr. Willem Boucquet, licentiaat in de rechten, haar neven.

ONA Dordrecht inv. 9, f. 72: op 4 juni 1610 verlenen Johan Boucquet, dijkgraaf van de Rijderwaard, Dammas Barthoutsz., ambachtsheer van Sandeling en dijkgraaf van de Zwijndrechtse Waard en Thomas van den Honart Pietersz., tevens vervangende Herman Oom Hermansz., allen testamentaire voogden van de weeskinderen van wijlen Dirck Hoinck, verwekt bij wijlen Maria Ooms, procuratie aan dr. Otto Hoinck, wonende in Den Haag, om te verkopen aan Cornelis de Vlieger, wonende te Vlaardingen, of iemand anders, het derde deel, dat de kinderen toekomt in een leengoed in het ambacht Vlaardingen en dat hun is aangekomen bij overlijden van hun grootvader Henrick Hoinck Ottesz.

Kinderen:

a-1. Wilhelmina

a-2. Margarita

a-3. mr. Hendrick Hoijnck Dirksz., overleden tussen 21 febr. en 1 april 1661, waarschijnlijk in Papendrecht

ONA Dordrecht inv. 69, f. 419: op 21 febr. 1661 testeert mr. Hendrick Hoijnck Dirksz., wonende in Papendrecht, ziek in bed liggende. Hij benoemt tot zijn enige erfgenaam zijn neef Cornelis Hoijnck, heer van Papendrecht en Matena of bij vooroverlijden zijn nakomelingen.

ONA Dordrecht inv. 66, f. 139v: op 1 april 1661 draagt Claes Stevensz. van Esch, mr. glasmaker en burger van Dordrecht, collateur van een beneficie of vicarie, eertijds gesticht door Thomas Beuckelaer, in zijn leven rentmeester-generaal van Holland, op het altaar van St. Jacob de Meerdere in de Grote Kerk van Dordrecht, dat vrij is gekomen bij overlijden van mr. Hendrick Hoijnck Dirksz., dit beneficie met de daarbij horende goederen over aan zijn minderjarige zoon Steven Claesz. van Esch.

a-4. Geertruijt

a-5. Maijken

a-6. Daniël

a-7. Cornelia

ex 2:

b. Maria Hoijnck Henricksdr., trouwde Willem de Jonghe, thesaurier van Dordrecht

ORA Dordrecht inv. 1586, f. 57 e.v.: op 18 dec. 1608 verkopen Liedewij Cornelisdr., weduwe van Wouter Ditert Jansz., voor de enehelft en Francois van Hoochstraeten, als procuratie hebbende van Willem Claesz. van Nes en Jacob Cornelis van Hoogewegen, wonende te Rotterdam, volgens procuratie gepasseerdop 17 dec. 1608, voor een vijfde part, Meijnsgen Philipsdr., Willem Philipsz., Lijntgen Willemsdr., weduwe vanDamas Pietersz., en nog als procuratie hebbende van Maria Hoijnx, weduwe van Willem de Jonghe, thesaurier van Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris L. Kettingh in Den Haag op 3 okt.1608, voor een vijfde part, Willem Molen, Meijnsgen Philipsdr. en Lijntgen Willemsdr., samen voor een vijfde part, Aert Hermansz. Wor, als man van Elisabeth Heijthoven, voor een vijfde part, en Ottho Werckman, als vader en voogd van zijn kinderen verwekt bij Cornelia Molen, voor een vijfde part in de andere helft, verkopen voor 6950 gl. aan Thomas Tailler brouwer een huis, mouterij en drie kleine huisjes erachter, welke Cornelis Molen metterdood heeft nagelaten, staande in de Wijnstraat tussen het huis van de weduwe van Boudewijn van Drenckwaert en de Schrijversstraat. Waarborgen: mr. Bartholomeus van Segwaert Meijnertsz. voor Liedewij Cornelisdr.,Herman Aertsz. Wor voor Aert Hermansz. Wor en de overige comparanten voor elkaar. De koper is schuldig aan Liedewij Cornelisdr. een bedrag van 3734 gl. 8 st. en aan Ottho Werckman 934 gl. Borg voor beiden: Cornelis Back Jacobsz., schepen in wette van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1586, f. 175 e.v.: op 16 nov. 1609 verklaren Aert Hermansz. Wor wijnkoper, als man van Lijsbeth Heijthoven, voor zichzelf en als procuratie hebbende van Cornelis Thonisz. Praem, als man van Neeltgen Adriaensdr. Heijthoven, Maria Hoijncx, weduwe van Willem de Jonge, thesaurier van Dordrecht, Meijnsken Philipsdr., weduwe van Hendrick van Slingelant Jobsz., geassisteerd met Philips van Slingelant Hendricxsz., haar zoon, voor zichzelf en tevens vervangende Willem Molen Philipsz. en Lijntgen Willemsdr., weduwe van Damas Molen Philipsz., alsmede Francois van Hoochstraeten, als procuratie hebbende van Jacob Cornelisz. van Hoogewegen en Willem Claesz. van Nes, als man Maijken Cornelisdr. van Hoogewegen, kinderen van wijlen Anneken Molen, en Ottho Werckman, als vader en voogd van zijn kinderen, door hem verwekt bij Neeltgen Molen Fransdr., allen erfgenamen van Willem en Cornelis Molen Franszonen en Liedewij Cornelisdr., weduwe van Wouter Jansz. Diettert, als erfgename van Geertruijt Cornelisdr., haar zuster, en als zodanig mede gerechtigd in de nalatenschap van Willem en Cornelis Molen Fransz., enerzijds en Beatricx van Rhijn Claesdr., laatst weduwe van Abraham van Halewijn, geassisteerd met Gijsbrecht van Haerlem, haar zoon, anderzijds, verklaren onderling verdeeld te hebben de goederen, die de voornoemdeerfgenamen in gemeenschappelijk bezit hebben gehad met Beatricx van Rhijn en waarvan Ariaentgen Jacobsdr., weduwe van Willem Molen Fransz., het vruchtgebruik heeft gehad. Daarbij is o.a. aan Beatricxvan Rhijn toebedeeld de helft van een huis genaamd “den Hollantschen Thuijn”, staande tegenover de Leerestraat [Schrijversstraat],belend door het huis van Hans Vaensbakker aande ene zijdeen dat van Pieter Willemsz. wijnkuiper aan de andere, van welk huis Beatricx van Rhijn reeds de wederhelft bezit, en nog een achtste part ineen huisje, staande in de Vriesestraat tegenover de Mennebrug tussen het huis van burgemeester Willem van Beveren en ’s herenstraat.

ex 3:

c. dr. Otto Hoijnck, geboren 1570, volgt II

II. dr. Otto Hoijnck, geboren 1570, doctor inde rechten jong gezel ingeboren poorter van Dordrecht (1596), overleden Delft 24 okt. 1628, trouwde Delft 22 sept. 1596 Anna de Gorter gezegd van Muijlwijck, geboren 1576, jonge dochter wonende aan de Oude Delft (1596), overleden 1660

ORA Dordrecht inv. 715, f 260v e.v.: op 31 okt 1584 verkopen Dirck Hoijnck Henricksz., voor zichzelf en als voogd van Ottho Hoijnck Henricksz., zijn broer, Willem de Jonghe Cornelisz., als man van Maria Hoijnck Henricksdr., en Thomas Rochusz., als oom van voornoemde Ottho Hoijnck Henricksz., aan Caerl de la Faillie een huis, waarin hij, koper, reeds woont, genaamd “het Voorburch”, staande omtrent de Nieuwbrug aan de Landzijde [Voorstraat]tussen het huis van Laurens Robosch apotheker en dat van Jan Lenertsz. kamerbewaarder. Het huis is voorheen eigendom geweest van Henrick Hoijnck Otthosz. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 3500 gl.

ORA Dordrecht inv. 1580, f. 71: op 16 juni 1596 verkoopt Maria Rocusdr., weduwe van Blasius Brouwer, voor 2000 gl. aan Otto Hoijnck een huis, genaamd “Cleijn Jherusalem”, staande aan de Poortzijde [Wijnstraat] omtrent de Nieuwbrug tussen het huis van de verkoopster, genaamd “Spaengien”, en het huis genaamd “Drie Coningen”. Borg: Jan Brouwer Arntsz., schepen in wette van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1583, f. 6v e.v.: op 5 mei 1603 verkoopt dr. Otto Hoijnck aan Willem van Beveren, raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland, burgemeester van Dordrecht, een huis genaamd “Cleijn Jerusalem”, staande in de Wijnstraat tussen het huis “Spaengien” en het huis “Drije Coningen”. Waarborg: Jan de Gorter van Muijlwijck.

ONA Delft inv. 161.1835, f. 48: op 28 okt. 1627 verklaren Otho Hoijnck, doctor in de beide rechten, wonende te Delft, 57 jaar oud, en Jan Deens, licentiaat in de rechten, wonende te Delft, 56 jaar oud, op verzoek van Willem Brasser, wonende te Delf, dat zij in hun jeugd gestudeerd hebben ten huize van mr. Simon Helmius, dat zij toen waren inter majores of oudste studenten en Brasser inter minores of jongste student, en dat Brasser derhalve niet ouder kan zijn dan 51 of 52 jaar.

ONA Dordrecht inv. 76, f. 138: op 28 dec. 1638 testeert Margrieta van Muijlwijck, ongehuwde persoon, residerende in Rhoon. Zij benoemt tot haar universele erfgenaam haar zuster Anna van Muijlwijck of bij vooroverlijden haar nakomelingen. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar neven mr. Hendrick Hoinck en Cornelis Hoinck.

ONA Dordrecht inv. 77, f. 96v: op 13 aug. 1639 bevestigt Margareta van Muijlwijck, ongehuwde persoon, haar testament, dat zij heeft gepasseerd voor notaris D.S. Coplaer op 28 dec. 1638, met uitzondering van de hiernavolgende bepalingen. Zij legateert aan haar zuster Anna van Muijlwijck en haar neef mr. Hendrick Hoijnck het vruchtgebruik van 11 morgen land in Hendrik-Ido-Ambacht, waarvan 9 morgen in leen gehouden worden van jonkheer Willem van Nassau, heer van de Lek en Polanen. Zij legateert de eigendom van die 11 morgen land voor de helft aan de kinderen van haar nicht Adriana Hoijnck, bij haar verwekt door Charel van Penen en de wederhelft ervan aan haar neef Cornelis Hoijnck, op voorwaarde, dat na overlijden van Anna van Muijlwijck en mr. Hendrik Hoijnck Adriana en Cornelis Hoijnck hun leven lang het vruchtgebruik van dat land zullen hebben. .

ONA Dordrecht inv. 62, f. 126: op 22 mei 1647 testeert Anna van Muijlwijck, weduwe van dr. Otto Hoijnck, wonende te Dordrecht. Zij prelegateert aan haar zoon Johan Hoijnck, die tegenwoordig in Moscovië verblijft, een bedrag van 2000 gl., aan haar kinderen, Johan Hoijnck, Adriana Hoijnck, vrouw van Karel van Peenen, wonende te Amsterdam, en Cornelis Hoijnck elk een vierde part van haar huisraad, roerende goederen en inboedel, en aan haar zoon Cornelis Hoijnck de portretten van haarzelf en van haar man, geschilderd door mr. Machiel te Delft, en het portret van haar dochter Cornelia Hoijnck, alsmede een schilderij, zijnde een “kerstnacht”, en alle kerkelijke ornament, die zij op een lijst gespecificeerd heeft staan. Aan haar dienstmaagd Grietgen Jansdr., als die bij haar overlijden nog bij haar inwoont, legateert zij een bedrag van 100 gl. en het bed, waarin zij slaapt. Aan haar jongste dochter Cornelia Hoijnck legateert zij haar leven lang een jaarlijkse uitkering van 6 gl., in plaats van haar legitieme portie. Tot erfgenamen van al haar overige goederen en de goederen, die haar zijn aanbestorven bij overlijden van haar zoon mr. Hendrick Hoijnck, benoemt zij haar dochter Adriana Hoijnck, haar zoon Cornelis Hoijnck en de kinderen van haar zoon Johan Hoijnck, op voorwaarde, dat Johan zijn leven lang het vruchtgebruik zal hebben van de goederen, die zijn kinderen van haar zullen erven.

ONA Dordrecht inv. 62, f. 1002: op 30 okt. 1649 schenkt Margareta van Muijlwijck, bejaarde ongehuwde persoon, aan haar nicht Cornelia van Peenen, dochter van wijlen Adriana Hoijnck, een derde van 20 morgen land, liggende in de Trekdam en Nieuw-Bonaventura, gekomen van wijlen Francois van Muijlwijck, haar broer, en aan Aeltgen Crijnen voor vijf achtereenvolgende jaren het vruchtgebruik van dat land, overeenkomstig het testament van Francois van Muijlwijck. Bovendien schenkt zij aan haar nicht een zilveren lampetschotel met in het midden daarvan het wapen van Muijlwijck, met een schenkpot, twee zilveren kandelaars met de “kapkens”, een zilveren snuiter , twee driekanten zilveren zoutvaten, boven en onder met ronde knoppen, en een zilveren mosterdpot met lepels, op voorwaarde, dat haar zuster Anna van Muijlwijck, weduwe van dr. Otto Hoijnck, haar leven het vruchtgebruik zal hebben.

ONA Dordrecht inv. 62, f. 1003: op 30 okt. 1649 bevestigt Margareta van Muijlwijck, bejaarde ongehuwde persoon, het testament, dat zij heeft gepasseerd ten overstaan van notaris A. van de Graeff op 13 dec. 1639, alsmede bovengenoemde akte van schenking. Zij herroept het legaat van 11 morgen land in Hendrik-Ido-Ambacht ten behoeve van haar neven mr. Hendrick Hoijnck, die inmiddels is overleden, en diens broer Cornelis Hoijnck. In de plaats van mr. Hendrick Hoijnck benoemt zij tot voogd over haar minderjarige erfgenamen haar broer Adriaen van Muijlwijck, heer van Papendrecht.

ONA Dordrecht inv. 63, f. 69: op 31 mrt. 1650 testeert Anna van Muijlwijck, weduwe van dr. Otto Hoijnck, wonende te Dordrecht, ziek in bed liggende. Zij prelegateert aan haar zoon Cornelis Hoijnck de portretten van haarzelf en van haar man, geschilderd door mr. Machiel te Delft, en het portret van haar dochter Cornelia Hoijnck. Zij legateert aan haar dochters zoon Karel van Peenen een gouden versierde boot met daarin een grote topaas, en een “punct” diamanten ring, en aan Grietgen Jansdr., haar dienstmaagd, als die bij haar overlijden nog bij haar inwoont, een rentebrief van 6 gl., gehypothekeerd op een huis, genaamd “Rotterdam”, staande op de Riedijk, en het bed, waarin zij slaapt. Zij prelegateert aan Cornelis Hoijnck, haar zoon, en aan Cornelia van Peenen, dochter van haar overleden dochter Adriana Hoijck en echtgenote van Maturijn Pellicot, elk de helft van haar huisraad, meubels en inboedel, juwelen, lijnwaat, goud en zilver, verguld werk en kleren. Zij legateert aan haar jongste dochter Cornelia Hoijnck haar leven lang een jaarlijkse uitkering van 88 gl., in plaats van haar legitieme portie. Tot erfgenamen van haar overige na te laten goederen benoemt zij de kinderen van haar zoon Johan Hoijnck, die thans in Moscovië woont, op voorwaarde, dat Johan zijn leven lang het vruchtgebruik van de door zijn kinderen te erven goederen zal hebben, en de kinderen van haar overleden dochter Adriana Hoijnck, bij haar verwekt door Karel van Peenen, koopman te Amsterdam, daarbij inbegrepen Cornelia van Peenen, de vrouw van Maturijn Pellicot. Tot voogden en executeurs van haar testament benoemt zij haar broer Adriaen van Muijlwijck, heer van Papendrecht en Matena, en haar zoon Cornelis Hoijnck.

ONA Dordrecht inv. 62, f. 70v: op 18 mrt. 1652 testeert Margareta van Muijlwijck, bejaarde ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan Otto Hoijnck Cornelisz. een stukje weiland, genaamd “het Kennep Werfken”, liggende in het Smeetsland in Lombardijen, aan mr. Karel van Peenen de jonge, zoon van wijlen Adriana Hoijnck, bij haar verwekt door Karel van Peenen de oude, een bedrag van 1000 gl., en aan de overige kinderen van Adriana Hoijnck, genaamd Otto van Peenen, Anna van Peenen, Maria van Peenen en Jacomijna van Peenen, samen een bedrag van 2000 gl. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt de testatrice Johan Hoijnck en Cornelis Hoijnck, of bij vooroverlijden hun nakomelingen. Dit alles op voorwaarde, dat haar zuster Anna van Muijlwijck, weduwe van Otto Hoijnck, hun moeder, haar leven lang het vruchtgebruik van genoemde goederen en legaten zal hebben. Tot voogden benoemt zij Adriaen van Muijlwijck, heer van Papendrecht, en Cornelis Hoijnck, haar neef.

ONA Dordrecht inv. 64, f. 74: op 20 mrt. 1652 testeert Anna van Muijlwijck, weduwe van Otto Hoijnck, wonende te Dordrecht. Zij prelegateert aan haar zoon Cornelis Hoijnck de portretten van haarzelf en haar man, geschilderd door mr. Machiel te Delft en het portret , van haar dochter Cornelia Hoijnck, aan haar dienstmaagd Grietgen Jansdr., als die bij haar overlijden nog bij haar inwoont, een rentebrief van 88 gl. jaarlijks, verzekerd op een huis, genaamd “Rotterdam”, staande op de Riedijk, een rente van 7 gl. 4 st. ten laste van de provincie Holland, en een bed met toebehoren, aan haar zoons Johan en Cornelis Hoijnck al haar huisraad, meubels en inboedel, juwelen, goud en zilver, verguld werk en kleren. Zij legateert aan haar jongste dochter Cornelia Hoijnck haar leven lang een jaarlijkse uitkering van 6 gl., in plaats van haar legitieme portie. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij haar zoons Johan en Cornelis Hoijnck en de kinderen van haar dochter Adriana Hoijnck, bij haar verwekt door Karel van Peenen. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar broer Adriaen van Muijlwijck, heer van Papendrecht, en haar zoon Cornelis Hoijnck.

ONA Dordrecht inv. 90, f. 519: op 22 april 1652 schenkt Marguarita Muijlwijk, bejaarde ongehuwde persoon, wonende in Dordrecht, aan haar neef Cornelis Hoijnck de kooppenningen van 11 mrg. zaai- en weiland , t.w. 9 mrg. en 2 mrg. allodiaal, gelegen in Sandelingenambach, door haar verkocht aan Frank Wijten of degene, die hij als koper zal aanwijzen.

ONA Dordrecht inv. 90, f. 659: op 20 juli 1652 legateert Margarieta van Muijlwijck aan haar neef Otto Hoinck Cornelisz. een stukje weiland, genaamd”het Kennep Werfken”, liggende in het Smeetsland in Lombardijen en benoemt tot haar enige erfgenaam van haar overige goederen haar neef Johan Hoinck of bij vooroverlijden zijn nakomelingen, op voorwaarde, dat haar zuster Anna van Muijlwijck van die goederen en dat legaat haar leven lang het vruchtgebruik zal hebben. Tot voogden en executeurs-testamentair benoemt zij haar broer Adriaen van Muijlwijck, heer van Papendrecht, en haar neef Cornelis Hoinck.

ONA Dordrecht inv. 91, f. 267: op 14 aug. 1653 testeert Anna van Muijlwijck, weduwe van Otto Hoinck, wonende te Papendrecht. Zij prelegateert aan haar zoon Cornelis Hoinck de portretten van haar en haar man, geschilderd door mr. Machiel te Delft, alsmede het portret van haar dochter Cornelia Hoinck, en haar huisraad, meubels, en inboedel, met juwelen, lijnwaat, goud, zilver, verguld werk en kleren. Aan haar dienstmaagd Grietgen Jansdr., als die bij haar overlijden nog bij haar inwoont, legateert zij een rentebrief van 6 gl. jaarlijks, verzekerd op het huis “Rotterdam”, staande op de Riedijk in Dordrecht, een rente van 7 gl. 4 st. ten laste van de provincie Holland en een bed met toebehoren. Zij legateert aan haar jongste dochter Cornelia Hoinck haar leven lang een somma van 12 gl. jaarlijks, in plaats van haar legitieme portie. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij haar zoon Johan en Cornelis Hoinck en de kinderen van haar overleden dochter Adriana Hoinck, bij haar verwekt door Karel van Penen. Tot voogden en executeurs van haar testament stelt zij aan haar broer Adriaen van Muijlwijck en haar zoon Cornelis Hoinck.

ONA Dordrecht inv. 91, f. 271: op 14 aug. 1653 testeert Margarita van Muijlwijck, bejaarde ongehuwde persoon, wonende in Papendrecht. Zij legateert aan haar neef Johan Hoijnck 6 mrg. 497 roeden zaailand in het Oostzomerland, 3 mrg. 104 roeden zaailand in het Oostzomerland, 4 mrg. 435 roeden zaailand in het Oostzomerland, een zesde part van een twintigste part in de gorssen van Robbenoord in Charlois, een somma van 1071 gl., staande op naam van Hendrick Hoijnck en ten laste van de domeinen van de Grafelijkheid van Holland, en in een somma van 766 gl. staande op naam van Hendrick Hoijnck, om daarvan zijn leven lang het vruchtgebruik te hebben na het overlijden van zijn moeder Anna van Muijlwijck, haar zuster, die ervan haar leven lang het vruchtgebruik zal hebben. De eigendom van genoemde goederen zal komen aan de nakomelingen van Johan Hoijnck of bij ontbreken daarvan aan Cornelis Hoijnck, haar neef, of zijn nakomelingen. Als haar broer Adriaen van Muijlwijck, heer van Papendrecht en Matena, vóór haar komt te overlijden, benoemt zij tot erfgenaam van al de goederen, die zij van hem zal erven, krachtens het testament van Tielman van Mijlwijck, heer van Papendrecht en Matena, gepasseerd op 3 mei 1637, haar neef Cornelis Hoijnck. Ingeval zij komt te overlijden vóór haar broer, de heer van Papendrecht, legateert zij aan hem een grote overdekt vergulde schaal, een ledikant met blauwe “croonrasch” behangen en een blauw laken scherm. Zij legateert aan haar neef Otto Hoijnck Cornelisz. een stukje weiland, genaamd “het Kennipwerfken”, gelegen in Smeetsland in Lombardijen. Tot erfgename van al haar overige goederen benoemt zijn Maria Ooms, de vrouw van haar neef Cornelis Hoijnck. Tot voogden en executeurs van haar testament stelt zij aan haar broer Adriaen van Muijlwijck en haar neef Cornelis Hoinck.

Kinderen:

a. mr. Hendrick Hoijnck, OSP

b. Adriana Hoijnck, jonge dochter wonende aan de Oude Delft (1623), trouwde Delft 13 mei 1623 Karel van Peenen, jong gezel geboortig van Middelburg wonende te Delft aan de Oude Delft (1623), koopman te Amsterdam

ONA Dordrecht inv. 135, f. 36: op 16 febr. 1656 tonen Karel van Peenen en Maturijn Pellicot, kooplieden te Amsterdam, zeker akte van consent door Johan Hoijnck gepasseerd voor notaris F. Bogert te Delft op 14 febr. 1656. De comparanten hebben krachtens die akte ontvangen van Cornelis Hoijnck, als executeur-testamentair van Cornelia de Jongh, overleden in ‘s-Gravenhage, de hals- en handparels, die gekomen zijn uit de boedel van Cornelia de Jongh en die bij vonnis van het Hof van Holland toegewezen zijn, nl. de halsparels aan Cornelia van Peenen, de vrouw van Pellicot en de handparels aan Maria van Peenen, dochters van voornoemde Karel van Peenen.

Kinderen:

b-1. Karel van Peenen

b-2. Otto van Peenen

b-3. Anna van Peenen

b-4. Cornelia van Peenen, gedoopt NG Amsterdam 13 okt. 1626, van Amsterdam wonende op de Keizersgracht (1649) trouwde NG Amsterdam 24 dec. 1649 (de bruid geassisteerd met haar vader Carel van Penen) Maturijn Pellicot, geboren ca. 1619 in “Renis” in Bretagne, wonende op de Koningsgracht in Amsterdam (1649), koopman te Amsterdam

b-5. Jacomijna van Peenen, gedoopt NG Amsterdam 25 febr. 1629

b-6. Maria van Peenen, gedoopt NG Amsterdam 27 mrt. 1636

b-7. Henrick, gedoopt NG Amsterdam 2 mrt. 1642

c. Johan Hoijnck, geboren naar schatting ca. 1610, verbleef ca. 1647/1650 in Moscovië, trouwde NN van Lijfland, in Moscovië

ONA Dordrecht inv. 135, f. 65: op 17 mei 1656 getuigt Willem Pietersz. van Bergen, koopman te Dordrecht, op verzoek van Cornelis Hoijnck, heer Papendrecht van Matena, dat hij ongeveer een maand tevoren in een herberg in ‘s-Gravenhage tegengekomen is Johan Hoijnck, broer van de rekwirant en dat hij toen Johan Hoijnck met vele woorden en redenen heeft horen klagen van het “ongelijck … hem aengedaen” door zijn broer, eindigende met de volgende woorden: als ik mijn zaak niet kan bereiken middels de rechtspraak, dan zal ik andere, hardere middelen gebruiken, “genoechsaem dreijgende sijnen … broeder in persoon groot leet aen te doen”.

Zoon:

c-1. Otto Hoijnck Jansz., geboren ca. 1637

ONA Dordrecht inv. 134, f. 136: op 22 april 1655 verklaart Adriaen van Muijlwijck, heer van Papendrecht en Matena, dat ongeveer 7 jaar tevoren is gestorven zijn broer Thielman van Muijlwijck, heer van Papendrecht en Matena, door wiens overlijden hij, comparant, is geworden patroon en collateur van een vicarie, welke eertijds is gesticht door Thielman Oem Godschalksz., Lijsbet Oem Godschalksdr. en Belij Oem Godschalksdr., broer en zusters, in de Nieuwkerk van Dordrecht op het gewijde altaar, dat “gedoteert” is met de helft van 10 mrg. en anderhalve hont in Gijbeland, “vierdalff” mrg. land in Wijngaarden en vijf Bourgondische schilden jaarlijks, sprekende op 6 mrg. land in Bleskensgraaf, alles belend volgens de fundatiebrief dd 22 mrt. 1468. De comparant heeft de vicarie overgedragen aan Otto Hoijnck, ongeveer 18 jaar oud, zoon van Jan Hoijnck, die op zijn beurt een zoon is van Anna van Muijlwijck, de zuster van de comparant.

d. Cornelia Hoijnck, non in de abdij ter Kameren bij Brussel

e. Cornelis Hoijnck van Papendrecht, geboren Delft 7 okt. 1612, volgt III

Het wapen van Hoijnck van Papendrecht.

III. Cornelis Hoijnck, vrijheer van Papendrecht en Matena (sedert ca. 1656), geboren Delft 7 okt. 1612, advocaat voor het Hof van Holland, gaat ca. 1652 met zijn gezin in het Huis te Papendrecht wonen,overleden Papendrecht 26 aug. 1667, trouwde Gerecht/Kath. Dordrech 10/30 mei 1645 Maria Cornelia Oem, geboren Papendrecht 28 aug. 1624, overleden Dordrecht 9 juli 1688, begravenPapendrecht (begraafboek Grote Kerk Dordrecht:12 juli 1688, mevrouw van Papendrecht, weduwe, begraven in Papendrecht),dochter van Herman Oem en Cornelia Antonisdr. de Zee

Trouwboek Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 10 mei 1645: Cornelis Honig [Hoijnk] jongman geboortig van Delft geassisteerd met zijn moeder, Henrijck Honig, zijn broer, en Adriaen van Muijlwijck, zijn oom, en Maria Oem jonge dochter geassisteerd met haar moeder en mr. Anthonij Oem, haar broer, getrouwd op 30 mei 1645

ONA Dordrecht inv. 61, f. 718: op 27 april 1646 testeren Cornelis Hoijnck en zijn vrouw Maria Oems Hermansdr., wonende te Dordrecht. Zij herroepen al hun eerdere testamenten e.d., met uitzondering van de huwelijkse voorwaarden. De testateur wenst, dat de eigendom van het “expectatief”, dat hem door zijn oom, de heer van Papendrecht, is toegezegd, na zijn, testateurs, overlijden zal komen aan zijn kinderen. Als zijn kinderen zullen komen te overlijden zonder nakomelingen na te laten, maakt hij het “expectatief” aan zijn erfgenamen ab intestato en het vruchtgebruik ervan aan zijn vrouw. Als zij de eerstoverlijdende is, legateert zij aan haar man alle parels, juwelen en kleinodieën, die haar gegeven heeft of nog geven zal. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam van al hun overige na te laten goederen en tot voogd over hun minderjarige kinderen. De langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en hun, als zijn gaan trouwen, onder hen allen een bedrag van 8000 gl. uit te reiken.

ONA Dordrecht inv. 62, f. 482: op 26 juni 1648 toont Adriaen van Muijlwijck, heer van Papendrecht en Matena, zekere akte van “expectatief”, waarbij zijn broer Thielman van Muijlwijck, in zijn leven vrijheer van Papendrecht en Matena, met toestemming van de comparant, op 18 febr. 1645 bij donatio inter vivos geschonken heeft aan Cornelis Hoijnck, de zoon van zijn zuster, een somma van 20.000 gl., gekomen uit de verkoop van de heerlijkheden Papendrecht en Matena.

Acta NG kerkenraad (RAD, archief 27), inv. 6, f. 248v, 22 april 1655: “Alsoo de Heer van Papendrecht sijn huijs open set in het houden van sijn paepsen godtsdienst, alsoo dat veele burgers uijt de stat daer vrij worden toegelaten, is goetgevonden dat op morgen Ds. De Hatert sal werden versocht hier te comen, om met hem te spreecken.”

ONA Dordrecht inv. 228, f. 114: op 16 juni 1663 verklaren Arijen Cornelisz. Plaet, ongeveer 65 jaar oud, Dirck Lauwerensz. 64 jaar oud, Cornelis Cornelisz. Plaet, 51 jaar oud, Arien Bastianesz., 52 jaar oud, Jan Cornelisz. van de Gijessen, ongeveer 50 jaar oud, en Arien Foppen, ongeveer 47 jaar oud, inwoners van het dorp en de heerlijkheid Papendrecht, op verzoek van Cornelis Hoinck, heer van Papendrecht, dat de heer van Papendrecht sinds mensenheugenis is geweest “in volcomen vrije en libre possessie en gebruijck van het veer [van de Papendrecht op Dordrecht] … alsmede van den dijck vande selve heerlijckheijt mitsgaders de gront buijten den selven dijck sonder dat sijn Ed. ofte sijnne predesseurs daerinne t’zij mettet leggen van eenige hoofden, cribben ofte droochten in de Rieviere ofte andersints sijn belet … gewerden, maer althoos gehadt en tot noch toe behouden eene rustige ende vredige possessie vant voors. veer ende dijck”.

Het Papendrechtse Veer ca. 1650 (door Jan Vos, 2006)

ONA Dordrecht inv. 143, f. 83: op 25 febr. 1664 verklaren Reijer Jansz, 54 jaar oud, en Paulus Willemsz., 40 jaar oud, beiden vissers en ingezetenen van Papendrecht, op verzoek van Cornelis Hoijnck, heer van Papendrecht en Matena, dat de rekwirant en zijn ooms, als heren van Papendrecht “haer steeken over de plaet ten diepwaerts vande Merwede althoos gesteeken hebben”.

ONA Dordrecht inv. 66, f. 344: op 24 mrt. 1664 verleent Cornelis Hoijnck, heer van Papendrecht en Matena, als mede-erfgenaam van Cornelia de Jongh, procuratie aan mr. Anthonij Oem, zijn zwager, om met Otto van Peenen tot een overeenkomst te komen aangaande “soodanige pretensie als d’erfgenamen van d’Heer Hogerbeets za. nopende zeker legaet te eijsschen … hebben op de boedel” van Cornelia de Jongh.

ONA Dordrecht inv. 230, f. 103: op 15 mei 1667 verhuurt Cornelis Hoijnck, heer van Papendrecht, voor 72 gl. per jaar aan Isaack Buijtendijck, burger van Dordrecht, een huis in het Steegoversloot, staande op de hoek van de Doelstraat.

ONA Dordrecht inv. 156, f. 8 (in margine: dit testament is door testatrice op 8 mei 1680 herroepen)op 5 jan. 1673 testeert Maria Oem, weduwe van Cornelis Hoijnck, heer van Papendrecht en Matena, wonende in die heerlijkheid. Aangezien de heerlijkheid Papendrecht en Matena, waarmeer haar oudste zoon Ottho Hoijnck is verleden, door her opwerpen van dammen zeer is “gedammificeert” en zij in haar inkomen zeer is gekort en beducht staat dat [stukje tekst onleesbaar], prelegateert zij aan Ottho haar huis, met boomgaard, tuin, vijver, schuur, staande oostwaarts van het huis, het huisje en stal, staande westwaarts van het huis, de oude en nieuwe laan, met landerijen, zowel wei- als zaailand, aan wederzijden ervan liggende, tot aan de tiendweg, liggende in een weer lands, vanouds genaamd Bootsmansweer, en de caleche met paarden en tuig ertoe behorende, alsmede een bedrag van 28.000 gl. Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij haar kinderen Ottho, Herman, Cornelia, Anna, Margareta, Johannes, Thielman, Leonora, Maria Adriana, Elisabeth en Adriana Hoijnck of bij vooroverlijden hun kinderen. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan haar broer mr. Anthonij Oem en haar neef Herman Oem.

Kinderen:

a. Otto Hoijnck van Papendrecht, geboren Dordrecht 9 juli 1647, keurmeester van de heren van de Incourt te Dordrecht (ONA Dordrecht inv. 254, f. 340, akte dd 18 aug. 1673),ongehuwd, begraven Papendrecht 14 nov. 1718

– 12 sept. 1668: hij wordt heer van Papendrecht en Matena na het overlijden van zijn vader in 1667

– 4 juni 1697: hij verkoopt de heerlijkheid Papendrecht en Matena voor 37.000 gl. aan Hendrik Onderwater Boudewijnsz., heer van Puttershoek. De familie Hoijnck van Papendrecht blijft in het Huis te Papendrecht wonen tot 1742

Het Huis te Papendrecht

b. mr. Johan Hoijnck van Papendrecht, geboren Papendrecht 26 mei 1654, volgt IV

c. Leonora Maria Hoijnck van Papendrecht, geboren Papendrecht 15 juni 1657, overleden Papendrecht 1 jan. 1741, trouwde 1689 Johannes van Kuijkhoven, koopman te Dordrecht

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 92v e.v.: op 12 dec. 1697 verkoopt Cornelis Spruijt, veertigraad van Dordrecht, als man van Maria van Cappel, erfgename van Matthijs van Cappel, lid van de Oudraad te Dordrecht, voor 1325 gl. aan Johan van Kuijckhoven de jonge, koopman te Dordrecht, drie naast elkaar staande huisjes, komende van voren uit in de Wijngaardstraat, strekkende van achteren tegen brouwerij “’t Kruijs”, en belend door het huis van Catarina de Jongh aan de ene zijde en dat van Michiell van Aensorge aan de andere.

ONA Dordrecht inv. 287, f. 241 e.v.: op 14 april 1698 testeren Johan van Kuijckhoven junior en Leonora Maria Hoijnck, zijn vrouw, wonende te Dordrecht. Zij herroepen hun huwelijkse voorwaarden en benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd. De langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen te alimenteren etc. en hun bij hun huwelijk onder hen allen een somma van 8000 gl. uit te keren.

ORA Dordrecht inv. 1653, f. 99 e.v.: op 26 mrt. 1733 verkoopt Hendrik van Kuijkhoven, wonende op het Huis te Papendrecht, als procuratie hebbende van zijn moeder, Eleonora Maria Hoijnk van Papendrecht, weduwe van Johan van Kuijkhoven, volgens procuratie gepasseerd voor schout en schepenen van Papendrecht op 31 mei 1731, voor 1000 gl. aan Paulus den Beste en Co., wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Nieuwbrug, staande tussen het huis van Hendrik de Kievit en dat van Abraham Pirol.

ORA Dordrecht inv. 1653, f. 199: op 7 sept. 1734verkoopt Eleonora Hoijnck van Papendrecht, weduwe van Johan van Kuijkhoven, wonende op het Huis te Papendrecht, voor 650 gl. aan Arnoldus Schadé, heer van Dompselaar, wonende te Utrecht, een huis in de Wijngaarstraat tegenover de Houthaken, staande tussen het huis van de weduwe van Pieter Lambert en de hierna te noemen gang, met nog twee “separate” woninkjes in voornoemde gang, naast het eerstgenoemde huis, strekkende tot aan de brouwerij “’t Kruijs”.

d. Thielman Hoijnck

e. Cornelia Hoijnck

f. Anna Hoijnck

g. Margareta Hoijnck

h. Maria Adriana Hoijnck

i. Elisabeth Hoijnck

j. Adriana Hoijnck

IV. mr. Johan Hoijnck van Papendrecht, geboren Papendrecht 26 mei 1654, advocaat te Dordrecht, overleden Dordrecht 29 okt. 1718, begraven in Papendrecht (begraafboek Grote Kerk Dordrecht 5 nov. 1718: Johan Hoijnck van Papendrecht, gebracht naar Papendrecht), trouwde Vianen 19 mrt. 1685 Anna Catharina van Heemskerck, geboren Wassenaar 20 aug. 1659, overleden Dordrecht 15 dec. 1693

ORA Dordrecht inv. 799, f. 88v e.v.: op 22 nov. 1695 verkoopt Cornelia Crijnen, weduwe van Willem Pietersz. van Bergen, voor 1500 gl. aan mr. Johan Hoijnck, advocaat voor het Hof van Holland, wonende te Dordrecht, het achterste deel van het huis, waarin zij woont, staande in de [Oude] Houttuin [Voorstraat bij Heer Heijmansuijsstraat] tussen het huis van Petronella van Westenappel en dat van de heer Van Someren, met de tuin daarachter liggende, alsmede het huisje, dat daarin staat, en het huisje, dat daarachter staat en uitkomt met zijn voorgevel in de Wijngaardstraat.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 94 e.v.: op 24 jan. 1702 verkoopt Abraham Obbens, koopman te Amsterdam, als man van Sara Heckman, die erfgename is van wijlen Johan Langswaart, oud-burgerkapitein van Dordrecht, volgens testament op 5 jan. 1701 gepasseerd ten overstaan van notaris A. Hagoort te Dordrecht, voor 6500 gl. aan mr. Johan Hoijnck van Papendrecht advocaat een huis met wijnkelders, alsmede een pakhuis en wijnkeldertje erachter staande, vanouds genaamd “de Kroon” en thans “de Haring”, staande in de Voorstraat tegenover de Lombardbrug tussen brouwerij “den Ancker” en het Pekel- of Haringstraatje. De kelders onder het voornoemde huis zijn verhuurd voor 25 gl. per jaaraan Adriaan Mels, brouwer in “den Ancker”, zijnde een van de nakomelingen en erfgenamen van wijlen Elisabetde Guldehoef, weduwe van Jan Michielsz. Deijlman, volgens testamentgepasseerd voor notaris H. Smits te Dordrecht op 21 febr. 1672.

ORA Dordrecht inv. 1654, f. 152 e.v.: op 22 jan. 1737 verkoopt mr. Rijnier Hoijnck van Papendrecht, advocaat voor de respectieve Hoven van Justitie in Holland, wonende in Den Haag, voor zichzelf en tevens vervangende zijn broers Cornelis en Thieleman Hoijnck van Papendrecht, samen erfgenamen ab intestato van hun vader mr. Johan Hoijnck van Papendrecht, advocaat gewoonde hebbende te Dordrecht, voor 5000 gl. aan mr. Franchoijs van den Brandeler, lid van de Oudraad te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, staande tussen het Haringstraatje en brouwerij “den Anker”.

Kinderen:

a. mr. Reinier Bernardus Hoijnck van Papendrecht, geboren Dordrecht 25 febr. 1687, advocaat te ‘s-Gravenhage, raadsheer van de keurvorst van de Palts, overleden Den Haag 12 okt. 1769, trouwde Delft 5 aug. 1720 Maria Debora de Moy

b. Cornelis Hoijnck van Papendrecht

c. Tieleman Franciscus Xaverius Hoijnck van Papendrecht, geboren 3 dec. 1692, volgt V

V. Tieleman Franciscus Xaverius Hoijnck van Papendrecht, geboren 3 dec. 1692, luitenant van de infanterie, trouwde Brielle 18 jan. 1720 Agatha Thomf, geboren Brielle 10 juni 1696, overleden Heusden 9 jan. 1756

Kind:

a. Paulus Cornelis Hoijnck van Papendrecht, geboren Heusden 21 dec. 1732, volgt VI.

VI. Paulus Cornelis Hoijnck van Papendrecht, geboren Heusden 21 dec. 1732, notaris te Den Haag, auditeur-militair en serviesmeester te Heusden, drossaard, schout en dijkgraaf van Heusden, overleden Heusden 6 febr. 1805, trouwde Appolonia Henrietta Pröbsting

Kind:

a. Anthonij Hoijnck van Papendrecht, geboren Heusden 24 jan 1762, volgt VII

VII. Anthonij Hoijnck van Papendrecht, geboren Heusden 24 jan. 1762, advocaat te Dordrecht en Rotterdam, laatste baljuw van Zuid-Holland, lid van de Tweede Kamer, overleden Den Haag 1 dec. 1837, trouwde Den Haag 23 okt. 1785 Paulina Loeff Heshusius

Anthony Hoijnck van Papendrecht, door C. Cels

Paulina Loef Heshusius, door C. Cels

Kind:

a. Paulus Cornelis Hoijnck van Papendrecht, geboren Dordrecht 24 sept. 1793, volgt VIII.

https://blokland.dordtenazoeker.nl/papendrecht:

In 1625 koopt TIELMAN VAN MUYLWIJK de Heerlijkheid van Papendrecht en Matena voor f 10.000,- van de Grafelijkheid van Holland. Als nakomeling via de vrouwelijke lijn van de familie Oem. Hij liet in 1645 een nieuw Huis te Papendrecht bouwen op de oude kelders vande Ridderhofstad “NUYSSENBURG”(Jacob v Oudenhoven schrijft hierover in zijn boek) en liet er een prachtige tuin en vijvers aanleggen.
CORNELIS HOYNCK VAN PAPENDRECHT Heer van Papendrecht en Matena gaat in juni1652 in het Huis te Papendrecht wonen met zijn vrouw Maria Adriana Oem en hun gezin. In Papendrecht worden nog zeven kinderen geboren. Omdat de familie rooms katholiek was werden deze kinderen gedoopt in de huiskapel door de inwonende kapelaan.

de WelEdele Vrouwe van Papendrecht/Maria Oem wed. Cornelis Hoynck van Papendrecht, anno 1675; (‘De Wel Edele Vrouwe van Papendrecht met tien kinderen waer van de negen onmondig sijn f 270-0-0. Bij app.t van Gec. Raeden van date den 5 Junij 1675 verstaen dat Sal mogen volstaen mits betalende naer advenant vijff en veertigh Duijsent Gl zijnde 225 Gl.’))

In 1675 worden het huis en landerijen op de lijst van belastingen voor een bedrag van f 45.000,- gewaardeerd DE WELEDELE VROUWE VAN PAPENDRECHT MET TIEN KINDEREN WAAR VAN ER NEGEN ONMONDIG ZIJN moet f 270,- belasting betalen.
Het Huis te Papendrecht stond 100 meter van de kerk af en een stuk vanaf de dijk er was een mooie tuin bij aangelegd er liep een buis dwars door de dijk vanuit de rivier de Merwede voor het water toevoer van de vijvers die op verschillende niveaus lagen. Er was een siertuin, moestuin, boomgaard en een laan met bomen. Aan het einde van de laan was een heuveltje met daarop een theekoepel dat rondom in de kastanjebomen stond

pdrecht3g_3a_heerlijkheid.jpg (45434 bytes)

In 1697 wordt Het Huis te Papendrecht als volgt aangeprezen voor de verkoop:
Het Huis te Papendrecht of het Heeren huis, in de voornoemde: Heerlijckheijt van Papendrecht,
sijnde een groot wel door timmerde wooninge staende ende gelegen aende dijck, even boven de kerck aldaer, hebbende sijne vermaecklijcke uijtsigte, soo over de rivier de Merwede als over het landt, voorsien met stallingen, koetshuis thuyn ende bouwhuys.
boomgaerden, Landen, Plantagien ende vijvers met nogh twee huysen daer aan behorende.
Met omtrent achtien morgen landt daer achter aen gelegen, bestaende in schoon Weijlant waeronder eene morgen vijf hondert roeden, bepoot met grienden, met twee morgen Tuijnlant,
wesende een weerlant genaemt Bootsman weer, streckende van de rivier de Merwede noortwaerts op, tot aan het geschijt(grens) van Alblas toe
.

Het Huis te Papendrecht had een eigen huiskapel voor rooms katholieke diensten en een inwonende kapelaan.
In 1730 geeft het houden vanhuiskapelaan Franciscus Bernartproblemen in het dorp en moeten da families Hoynck van Papendrecht en van Kuyckhoven zicht verantwoorden bij het Hof van Holland en ook kapelaan Franciscus Bernarts moet zich verantwoorden over zijn priesterlijke arbeid. Hij was in Leuven als werelds priester gewijd, en was kapelaan te St. Laurens en kapelaan bij de Graven van Baerlois.

In 1732 zijn er weer problemen in het dorp en schout Samuel Evenblij van Papendrecht legt de zaak voor bij het Hof van Holland.Mr. Reinier Bernardus Hoynck v Papendrecht Johanzadvocaat te Den Haag (kleinzoon vanCornelis Hoynck v Papendrecht) vertegenwoordigt zijn familie bij het Hof van Holland. De familie Hoynck van Papendrecht en van Kuyckhoven krijgen toestemming om de huiskapelaan Gerard Koek 46 jaar uit Amsterdam in dienst te houden alleen voor het huisgezin.
De roomse dienst mocht alleen worden gehouden voor de familie zonder enige vreemden erbij. (Blokland, o.c.)