Van der Pijpen

Geraadpleegde literatuur:

A. Balm-Kok, Voormalig Kantongerechtsgebouw Prinsenstraat 12 teDordrecht (Dordrecht 2006) [RA Dordrecht, bibliotheek cat. nr. 33807]

I. Gillis Martensz., geboren naar schatting ca. 1575, van Dordrecht (1600), metselaar, overleden tussen 1611 en 1619, trouwde NG Dordrecht 25 mei 1600 (ondertrouw) Marijnten (Marijnke, Martijntgen, Marike) Marten Geritsdr., van Roermond (1600), weduwe van Roermond, wonende te Dordrecht (1619), trouwde 2e NG Dordrecht8 sept. 1619 (30 sept. 1619 bescheid gegeven om in Zwijndrecht te trouwen) Lambert Leenaertsz., weduwnaar van Zwijndrecht (1619), scheepmaeker

– 1597: Gillis Maertensz. wordt lid van het Metselaarsgilde, “en was vrijer”. (Gildenarchieven Dordrecht, inv. 669)

– 1606: Gillis Mertensz. metselaar betaalt in de verponding 2 ponden 12 sch. 6 d. voor zijn huis in de Vriesestraat (belenders: Aert Crispijnsz. en Ariaen Thonisz. metselaar)

Kinderen:
a. NN, april 1601
b. Maerten Gillisz. van der Pijpen, gedoopt NG Dordrecht febr. 1603, volgt II
c. Govart, nov. 1604
d. Aert Gillisz. (van der Pijpen), gedoopt NG Dordrecht sept. 1609, jongman van Dordrecht, schiptimmerman, wonende te Zwijndrecht (1635), schout van Zwijndrecht (vermeld in 1650), trouwde NG Zwijndrecht 11 nov. 1635 Mariken Cornelis Dirksdr., jonge dochter van Zwijndrecht, wonende aldaar (1635)
Kind:
d-1. Gillis van der Pijpen, schiptimmerman te Zwijndrecht
e. Emmeke, juli 1611
II. Maerten Gillisz. van der Pijpen, gedoopt NG Dordrecht febr. 1603, jongman van Dordrecht, metselaar wonende te Zwijndrecht (1627), “fabrijckmeester” te Dordrecht, koopman ald., veertigraad van Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk)5 juni 1675 (een zwarte baar op de Engelenburghse Haven voor Maerten Gillisz. van der Pijppen, veertigraad, twee maal luiden; zerk in de Grote Kerk [W. Nijman, Hier leyt begraven. Grafzerken in de Grote Kerk te Dordrecht [Dordrecht z.j.], p. 65),trouwde NG Zwijndrecht 7 febr. 1627 Sijchgen Jan Hendriksdr., geboren ca. 1604 , jonge dochter van Zwijndrecht wonende ald. (1627), overleden 22 mrt. 1659 (55 jaar oud, zerk in de Grote Kerk [Nijman, o.c., p. 65]), dochter van Jan Hendriksz. greelmaker en Hilleken Pietersdr.
De zerk van Maarten van der Pijpen en zijn vrouw in de Grote Kerk.
– 1624: Maerten Gillisz. van der Pijpen is in het Metselaarsgilde gekomen, 14 dagen na Pasen. Tot achtman gekozen op 5 dec. 1666. (Gildenarchieven Dordrecht, inv. 669)
– 7 mei 1630: Lambrecht Leendertsz. en zijn vrouw Marijntken Maertensdr., wonende te Zwijndrecht, verkopen voor 1750 gl. aan Maerten Gillisz., wonende te Zwijndrecht, een huis op de hoek van de Dolhuissteiger, staande tussen het huis Sijmon Jansdr. brandewijnmaker en de Dolhuisteiger. Waarborgen: Pieter Jansz. glasmaker en Theunis Lambrechtsz. schipper, burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan Anthonij Repelaer, raad in wette van Dordrecht, een somma van 1500 gl. Borgen: Wijteman Henricxsz. greelmaker en Willem Michielsz. Lemms bakker. (ORA Dordrecht inv. 1604, f. 23v e.v.)
– 26 aug. 1650: Maerten Gillisz. van der Pijpen, “fabrijckmeester”, en zijn vrouw Sijchgen Jansdr., burgers van Dordrecht, hij gezond, zij ziek te bed liggende, testeren voor notaris D. Eelbo te Dordrecht. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot hun erfgenaam. De langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen te onderhouden tot hun mondigheid of eerder huwelijk en hun dan “onder hen allen” een bedrag van 14.000 gl. uit te keren. Naast de langstlevende benoemen zij tot voogden over hun minderjarige erfgenamen Aert Gillisz., schout van Zwijndrecht, en Thielman Abrahamsz. Zeebergen, hun goede bekende. (ONA Dordrecht inv. 63, f. 186 e.v.)
– 10 mei 1652:thesaurier Cornelis Vaensverkoopt namens de stad Dordrecht aanMaerten Gillisz. van der Pijpenhet vierde, vijfde, zesde en zevende erf aan de Engelenburger Kade, elk groot 20 Zuidhollandse roevoeten. (ORA Dordrecht inv. 778, f. 107v)
ONA Dordrecht inv. 115, f. 65 e.v.: op 2 maart 1654 compareren voor notaris J. Reijns Geertruij van den Hatert, weduwe van Gillis Jansz. van der Hulck en Maerten Gillisz. van der Pijpen, beiden wonende te Dordrecht. Zij verkopen aan Neeltgen Jansdr., weduwe van Jacob Pietersz., wonende buiten de stad Dordrecht in het Wilgenbos, een windwipvolmolen [genaamd “het Varken”], staande buiten de stad aan de Noordendijk, met een huis en toebehoren, zowel gereedschap, hout- en ijzerwerk, als alle “volaerdeturff” en het schuitje, dat bij de molen hoort, voor 4000 gl., waarvan 1000 gl. contant en de rest af te lossen met jaarlijkse termijnen van 1000 gl. Borgen: Vechter Jacobsz., Cornelis Jacobsz. en Jan Jacobsz.

Maartensgat (april 2012)

“In’t selve Jaer van 1655, is de Engelenborghse Kaeij voltroucken, streckende van Engelenborgh tot de Logebrugge [Leuvebrug] toe. op welcke Kaey nu tegenwoordigh staen veel schoone nieuwe huysen, als oock mede t deftich huys van Joncheer Willem de Beveren, Bailliuw van Strijen [het huis “Bever-Schaap”]. Langhx dese Kaeij loopt een nieuwe wyde haven, plach te heeten Maartens gadt, van eenen Maerten Giellissen, die daer mede een schoon huys op heeft, synde geweest Fabryck [stadsbouwmeester = directeur van openbare werken] binnen Dordrecht: maer nu heetse de Engelenborghse Kaeij.” (W.M. van der Schouw, Dese heerlicke Stad. Een zeventiende-eeuwse kroniek van Dordrecht door Pieter Govertsz. van Godewijck (1593-1669) [Dordrecht 2006], p. 164)

Engelenburgerkade (april 2012)

– 13 sept. 1675: Johannes, Hendrick, en Hilleken van der Pijpen, en Packe van Gevenhuijsen, als man van Marina van der Pijpen, kinderen en erfgenamen van wijlen Maerten Gillisz. van der Pijpen, in zijn leven koopman en veertigraad van Dordrecht, verlenen procuratie aan Jacob Mierboom, procureur bij het Hof van Holland, om voor hen waar te nemen het proces, dat hun vader heeft geëntameerd contra de voogden over de weeskinderen van wijlen Geleijn Dorethe van der Laen gezegd Haemstede. (ONA Dordrecht inv. 366)

– 24 juni 1676: compareren voor notaris J. van Naaltwijck te Dordrecht Johannes van der Pijpen, Hillegonda van der Pijpen, Sara van Wageningen, weduwe van Hendrick van der Pijpen, en Packe van Gevenhuijsen, als man van Marijne van der Pijpen, allen wonende te Dordrecht en samen mede-erfgenamen van wijlen Maerten van der Pijpen, veertigraad van Dordrecht. De comparanten verklaren overgelaten te hebben aan kapitein Dirck van Nooij een twintigste deel “in de admodiatie ofte pagte van het besomerkade lant” bezuiden Wieldrecht, alsmede de gorsen en aanwassen daartoe behorende, de Oudendijk daaronder begrepen, zodanig als van de grafelijkheid is “aangestaan”, mitsgaders de vogelkooien, die daarop zijn gelegen, zoals Maerten van der Pijpen dat alles benevens de overige participanten heeft gebruikt. Voorwaarde is, dat Van Nooij aan de voornoemde erfgenamen een bedrag van 700 gl. zal uitbetalen. (ONA Dordrecht inv. 414, f. 30 e.v.)


Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Johannes van der Pijpen, geboren naar schatting ca. 1630, trouwde Anna van Gevenhuijsen, die trouwde 2e Dordrecht 26 mei 1680 Abraham de Heusch, koopman, kunstschilder (leerling van Christiaan Striep), later kapitein op een brander in Nederlandse dienst,trouwde 1e Dordrecht 16 juli 1658 Maria van der Werff)

b. Henrick van der Pijpen, 1635, volgt III

c. Abraham, 1637, vermoedelijk jong overleden

d. Hilleken (Hillegonda) van der Pijpen, 1638, nog ongehuwd in 1695

e. Jacob, 1640, vermoedelijk jong overleden

f.Maerten van der Pijpen, 1644, advocaat voor het Hof van Holland

– 19 dec. 1695: compareren voor notaris G. de Jager de jonge te Dordrecht Hillichien van der Pijpen, wonende te Dordrecht, meerderjarige zuster en erfgename voor een derde deelvan mr. Martinus van der Pijpen, in zijn leven advocaat voor het Hof van Holland, en Martinus, Salomon en Henrijck van der Pijpen, kooplieden te Dordrecht, zoons van wijlen Henrijck van der Pijpen, die een broer was van mr. Martinus van der Pijpen, als voogden over hun minderjarige broer Francois van der Pijpen, samen insgelijks erfgenamen voor een derde deel van mr. Martinus van der Pijpen, en Hillichien van der Pijpen nog als gemachtigde van Pieter de Heus, als echtgenoot van Ida van Gevenhuijse en Sia van Gevenhuijse, nagelaten kinderen van Marina van der Pijpen, eveneens zuster van mr. Martinus van der Pijpen, en samen diens erfgenamen voor het laatste derde part. De comparanten verlenen procuratie aan Govert van Wessem, burger van Dordrecht, om voor schout en schepenen van Strijen of elders te transporteren aan Cornelis Mes, burger en inwoner van Dordrecht, een stuk weiland van 5 morgen, gelegen in het Oudeland van Strijen, belend ten zuiden door de Waalweg, ten westen door het land van de heer van Rijswijck of diens opvolger, en ten noorden en oosten door het land van Jan van der Hoeve resp. Cornelis Mes. De koper heeft voor dit land betaald een somma van 875 gl. (ONA Dordrecht inv. 130, f. 65 e.v.)

g. Marijntgen (Marijne) van der Pijpen, 1646,begraven Dordrecht (Grote Kerk) 14 mei 1686 (een zwarte baar voor Marijna van der Peijpen, weduwe van Packe van Gevenhuijsen, op Maartensgat) trouwde Paque van Gevenhuijsen, gedoopt NG Dordrecht juli 1640, zoon van Hendrick Gerritsz. (van Gevenhuijsen) en Ida (Itgen) Cornelis *

* Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 10 mei 1662: een baar op de hoek van de Arijen Joppensteiger voor de vrouw van Hendrick Geeritsz. van Gevenhuijsen hoedenmaker, drie maal luiden.

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 50v: op 29 juni 1679 verkoopt Packe van Gevenhuijsen, koopman en burger van Dordrecht, voor 8500 gl. aan Arnoldus Duijrcant, medicinae doctor te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van de weduwe van Pieter Hellu en dat van Adriaen van de Graeff, lid van deoudraad van Dordrecht en raad ter admiraliteit te Rotterdam, met de plaats erachter, alsmede een pakhuis en een woning, waarin Pieter van Bree kuiper woont, uitkomende op de Nieuwe Haven en staande tussen het huis van Jacob Sam en de ernaast liggende gang.

Kinderen (o.a.; beiden gedoopt NG Dordrecht):

g-1. Sia (Sijghje) van Gevenhuijsen, 6 juni 1670

g-2. Ida van Gevenhuijsen, 22 mrt. 1674, jonge dochter (1694),trouwde Schoonrewoerd 7 okt. 1694 (hebbende in de kerken van Amsterdam, Leerdam en Schoonrewoerd hun 3 geboden gehad) Pieter de Heusch, jongman (1694)

h. Sijken, 1648, vermoedelijk jong overleden

III. Hendrick van der Pijpen, gedoopt NG Dordrecht 1635, jongman van Dordrecht wonende omtrent de Grote Kerk (1661), houtkoper te Dordrecht, trouwde NG Dordrecht 5/21 juni 1661 Sara van Wageningen, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Hofstraat (1661)

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Salomon van der Pijpen, 4 febr. 1664, koopman te Dordrecht

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 60 e.v.: op 2 juli 1697 verkoopt Salomon van der Pijpen, koopman te Dordrecht, voor 950 gl. aan Jacobus Jolij, grofschilder en burger van Dordrecht, een huis in de Nieuwstraat, staande tussen het huis van kapitein Spijckers en dat van Regters en de verkoper aangekomen bij de scheiding van de boedel van zijn moeder. De koper is schuldig aan Cornelia van Stabroeck, weduwe van Matthijs Paijan en echtgenote van Abel de Vries, landmeter en burger van Dordrecht, een somma van 800 gl.

b. Martijnus van der Pijpen, geboren naar schatting ca. 1665, jongman van Dordrecht, koopman wonende omtrent de Catrijnepoort (1696), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 11/26 mrt. 1696 (de bruidegom geassisteerd met zijn broer Hendrick van der Pijpen, de bruid met haar broer Melchior Mels) Maria Mels, geboren naar schatting ca. 1670, jonge dochter van Dordrecht, wonende omtrent het Stadhuis (1696), dochter van Adriaen Mels, brouwer te Dordrecht,en Helena Deijlman

ORA Dordrecht inv. 878, f. 58 e.v.: op 11 okt. 1697 verkoopt Johannes Obergh, koopman en burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Melgior Mels, Adriaen Mels, Elisabeth Mels en Anna Mels, alsmede van Martijnus van der Pijpen, koopman te Dordrecht, als echtgenoot van [Maria] Mels, samen kinderen en erfgenamen van Helena Deijlman, weduwe van Adriaen Mels, in zijn leven brouwer in “den Ancker” te Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris S. de Moraaz te Dordrecht, voor 260 gl. contant aan Elias Verhoeven, cipier van de Gevangenpoort te Dordrecht, een tuin of erf, gelegen op stadsgrond buiten de Spuipoort tussen de azijnplaats van Thomas Rijckerts en de gemene gang van voornoemde tuin.

– 19 jan. 1700: Elias Verhoeven verkoopt voor 200 gl. contant aan Martinus van der Pijpen een tuinbuiten de Spuipoort aan de straatweg, gelegentussen de azijnplaats van Thomas Rijckerts en de molen van de koper. (ORA Dordrecht inv. 878, f. 109)

– 7 nov. 1703: Abraham de Heusch, burgemeester van de stad en het graafschap Leerdam, als procuratie hebbende van zijn vrouw Anna van Gevenhuijse, volgens procuratie gepasseerd voor schepenen van Leerdam op 3 nov. 1703, verkoopt voor 5000 gl. aan Martinus van der Pijpen, koopman te Dordrecht, een huis, houttuin, en kade, met verdere toebehoren, bestaande uit twee huizen, staande op de Nieuwe Vergroting of het Maartensgat tussen het huis van de koper en dat van Poulus van Esch, veertigraad. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 5000 gl. (ORA Dordrecht inv. 804, f. 55 e.v.)

Kinderen (o.a.):

b-1. Helena van der Pijpen, gedoopt NG Dordrecht 11 mrt. 1696, ongehuwd,begraven Dordrecht (Grote Kerk) 19 juli 1730 (Helena van der Pijpe, oudste dochter van Martinus van der Pijpe, in brouwerij den Anker, beide ouders leven, twee koetsen extra)

b-2. Hendrik van der Pijpen, gedoopt NG Dordrecht 13 april 1698,begraven Dordrecht (Grote Kerk) april 1730 (Hendrik van der Pijpe Martijnisz., in brouwerij den Anker, met twee koetsen extra, de eerste boete)

b-3. Maria van der Pijpen, geboren Dordrecht 31 mei 1701, jonge dochter van Dordrecht wonende bij het Stadhuis (1733), trouwde Dordrecht 23 mei/7 juni 1733 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Cornelis van Nievervaart, de bruid met mondeling consent van haar moederMaria Mels, weduwe vanMartinus van der Pijpen)Johannes van Nieuwervaart (van Nievervaart), gedoopt NG Dordrecht 29 mei 1705, jongman van Dordrecht wonende op de Gevolde Gracht (1733), koopman, heer van Asten en Dommelen door koop 10 juli 1754, eigenaar met Cornelis van Hombroek voor 5/6 deel (Jacobus Losecaat eigenaar voor 1/6 deel), begraven Dordrecht 23 mrt. 1768, zoon van Cornelis van Nieuwervaart en Jacoba Aardemans

– 17 mei 1735: Jan Nievervaart, koopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn schoonmoeder Maria Mels, weduwe van Martinus van der Pijpen, koopman te Dordrecht, verkoopt voor 2500 gl. aan Paulus Gips, houtkoper en mr. timmerman te Dordrecht, een huis, bestaande uit twee woningen, met een houttuin en een kade daarvoor, staande en liggende op het Maartensgat tussen het huis van Pieter Anthonij van Esch en dat van voornoemde weduwe Van der Pijpen. (ORA Dordrecht inv. 818, f. 33 e.v.)

c. Hendrick van der Pijpen, 16 nov. 1672, jongman van Dordrecht, koopman wonende bij de Catrijnepoort (1694), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 5/19 dec. 1694 (de bruidegom volgens consent van zijn broer en voogd Martijnus van der Pijpen, de bruid volgens consent van haar moeder Anna van Orten, “bij hanteijkeningh”) Hester van Hoesden, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Nieuwkerk (1694), dochter van Willem van Housen en Anna van Orten

Kinderen (o.a.):

c-1. Anna van der Pijpen, gedoopt NG Dordrecht 12 febr. 1696, jonge dochter van Dordrecht wonende op het Maartensgat (1725),trouwde Gerecht/NG Dordrecht 11/27 mei 1725 (degebodengaan te Raamsdonk, de bruidegom geassisteerd metElisabeth Marchand, weduwe van Matthijs van Son,de bruidmet haar vader Hendrik van der Pijpen)Simon van Son,ambachtsheer van Raamsdonk, jongman wonende te Raamsdonk (1725)

ORA Dordrecht inv. 1657, f. 77v e.v.: op 29 april 1745 verkoopt Goverd van Boven, als man van Ida Bernardina van der Pijpen, en tevens als procuratie hebbende van zijn zwager Simon van Son, heer van Raamsdonk, als voogd over zijn minderjarige dochter, Anna Elisabeth Geertruijdvan Son, door hem verwekt bij Anna van der Pijpen, voor 3260 gl. aan James John Melvill, kapitein in het regiment van generaal-majoor Gadalliére, een huis in de Voorstraat omtrent de Nieuwkerkstraat, staande tussen het huis van Michiel Versteeg en dat van Thomas van Hoogstraten, van achteren uitkomende met een vrije gang in de Wijngaardstraat, alsmede twee huizen in die straat, die bij het voornoemde huis horen.

c-2. Ida Berendina van der Pijpen, gedoopt NG Dordrecht 13 febr. 1698, jonge dochter van Dordrecht wonende op het Maartensgat (1743) trouwde Gerecht/NG Dordrecht 7/26 nov. 1743 Govert van Boven, koopman te Dordrecht.

Govert van Boveniswaarschijnlijk gedoopt NG Venlo 2 dec. 1700 als zoon van Govert van Boven en Margaretha Elias. Hij trouwt als jongman van Venlo Gerecht/NG Dordrecht 7/26 nov. 1743 metIda Bernardina van der Pijpen, jonge dochter van Dordrecht wonende op het Maartensgat, die, zo blijkt uit onderstaande akte, zijn buurvrouw was.Govert van Bovenwordt op 9 mei 1764 te Dordrecht begraven (begraafregister Grote Kerk: Govert van Boven, op het Maartensgat, laat geen kinderen na, acht koetsen extra, de eerste boete). Hij laat het huis na aan zijn nicht Margaretha van Boven, dochter van zijn broer Pieter van Boven en Ida Maria Morees, en echtgenote van de pondgaarder Cornelis Stratenus.

– 2 mei 1741: Adriaan Papegaaij, als procuratie hebbende van Govert van Slingeland, heer van De Lind, ontvanger-generaal van de gemenelandsmiddelen over de provincie Holland, als vader en voogd over zijn minderjarige dochter Susanna van Slingeland, door hem in huwelijk verwekt bij Geertruijd de Bevere, dochter van mr. Ernest de Bevere, heer van West-IJsselmonde en burgemeester van Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris J. Bourcourd te ‘s-Gravenhage op 24 mrt. 1741, verkoopt voor 3000 gl. aan Govert van Boven koopman een huis [“Bever-Schaap”] op het Maartensgat of Nieuwe Vergroting, staande tussen het pakhuisje van mr. Johan van Neurenbergh en het huis van Ida Bernardina van der Pijpen. (Balm-Kok, o.c., p. 16)

Engelenburgerkade (april 2014)

c-3. Cornelia van der Pijpen, gedoopt NG Dordrecht 7 febr. 1700

c-4. Hendrik van der Pijpen, gedoopt NG Dordrecht 15 juni 1710

– 22 mei 1742: Hendrik van der Pijpen, koopman te Dordrecht, verkoopt voor 6000 gl. aan Jan Hardus, schipper en koopman op de Rijn, een huis met een pakhuis en loods daarvoor, “nevens de kaaij tot op het water aen wedersijden regt doorgaande”, vanouds genaamd “den Noordsen Boer”, staande op de Engelenburgerkade ofwel het Maartensgat tussen het huis van Claas Joosten van Tienen en het huis van de weduwe van Cornelis van Hombrok. (ORA Dordrecht inv. 820, f. 107 e.v.)

c-5. Leonard van der Pijpen, gedoopt NG Dordrecht 19 juli 1711

d. Fransois van der Pijpen, 27 sept. 1675