Kwartierstaat Romein

1.Balte Romeijn, gedoopt NG Dordrecht 19 jan. 1714

– 10 april 1754: Balte Romeijn, burger van Dordrecht, verkoopt vier huizen:

1. aan Hermanus Schippers, burger van Dordrecht, voor 330 gl. een huis in de Voorstraat, staande op de hoek van de Mariënbornstraat naast het huis van Aart van Malsem

2. aan Marijnis Ligtmans, wonende te Dordrecht, voor 140 gl. een huis in de Mariënbornstraat met een groot erf daarachter, staande en gelegen tussen het huis van Pieter Oudenberg en dat van Jan Gousset, “werdende … bewoont in twee partijen”, samen voor 38 gl. 10 st.

3. aan Pieter Evenwel, inwoner van Dordrecht, voor 74 gl. een huis in het Jan Paulus-gangetje, staande achter het huis, dat wordt bewoond door Johannes Bonte en tussen de tuin van meester Arij Hoevenaer en voornoemde gang, verhuurd voor 9 st. per week

4. aan Aart van der Snick voor 130 gl. een huis in de Kolfstraat, staande tegenover het Duivelsaarsgat tussen het huis van Immerseel en de huisjes, die eigendom zijn van de Katholieke kerk in de Hoge Nieuwstraat, verhuurd voor 10 st. per week.

Akte door verkoper ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 981, akte 45)

– 19 juni 1754: voorwaarden, waarop Balte Romijn, burger van Dordrecht, wil verkopen een huis aan het Nieuwkerkhof, staande tegenover de consistorie van de Nieuwkerk tussen de woningen van de weduwe van mr. Johan van Hoogeveen en de looierij van Nicolaas van Tongerloo, “kunnende in vier gedeeltens werden bewoont, sijnde bij de week verhuurt, dog waarvan een bovewoning tans uijtten huure is”. Het huis wordt op 22 juni 1754 op een publieke veiling gekocht voor 130 gl. door Gerrit Vonk, meester-kleermaker te Dordrecht. Akte door verkoper ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 936, akte 73)

2. Abraham Romeijn, gedoopt NG Dordrecht 19 juni 1683, jongman van Dordrecht wonende in de Wijngaardstraat (1706), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 31 jan./21 febr. 1706 (de bruidegom geassisteerd met zijn goede kennis Jan Arijense en met mondeling consent van zijn moeder, de bruid geassisteerd met haar zuster Pieternelletje Jans en met mondeling consent van haar vader)

3. Judick (Judith) Jansdr. van de Wael, gedoopt NG Dordrecht 11 juni 1681, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Mariënbornstraat (1706)

4. Balten Abrahamsz. Romeijn, gedoopt NG Dordrecht 4 okt. 1658, kleermaker, jongman van Dordrecht wonende in de Steenstraat (1682), trouwde NG Dordrecht 21 juni/5 juli 1682

5. Jenneken Gerbrandsdr. van den Houten, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1682)

6. Jan Gillisz. van de Wael, huistimmerman, jongman van Dordrecht wonende in de Raamstraat (1672), trouwde NG Dordrecht/Puttershoek 31 juli/14 aug. 1672

7. Teuntje Claes, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1672)

Kinderen:

a. Pieternel(letje) Jansdr., gedoopt NG Dordrecht 26 juni 1673

b. Geertruijt

c. Judith (= kwartier 3)

8. Abraham Balthusz. (Baltensz.) Romeijn, gedoopt NG Dordrecht 1 dec. 1633,schilder, jongman van Dordrecht wonende in de Hofstraat (1656), trouwde NG Dordrecht 16 april/2 mei 1656

9. Catharina Isbrantsdr. van Zwieten, jonge dochter van Rotterdam wonende in de Hofstraat te Dordrecht (1656)

16. Balten Abrahamsz. Romeijn, gedoopt NG Dordrecht jan. 1603,”van Dordrecht” (1626), trouwde NG Dordrecht 8/24 mrt. 1626 (“testimonium Goesanum allatum est”)

17. Adriaenke Pietersdr. van der Eijke, geboren naar schatting ca. 1600, “van Goes” wonende te Dordrecht (1626)

– 5 juni 1670: Aeltjen Pietersdr., weduwe van Balten Abramsz. Romeijn, is schuldig aan Jacob van Angste, burger van Dordrecht, een bedrag van 200 gl., verbindende een huis in de Hofstraat, staande tussen het huis van Hermen Huijbertsz. Ravesteijn en dat van Matthijs … [sic] kleermaker. (ORA Dordrecht inv. 787, f. 30)

32. Abraham Adriaensz., geboren naar schatting ca. 1580,droogscheerder van Dordrecht (1600), overleden ca. 1620, trouwde NG Dordrecht 12 mrt./9 april 1600

33. Emmichgen (Emmicken) Merten Hugendr., gedoopt NG Dordrecht mei 1583, “van Dordrecht” (1600)

– 1622 (hoofdgeld Dordrecht): Emmeken Maertens in de Vriesestraat (1 vrouw, 6 kinderen) betaalt 1 pond.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Adriaen, okt. 1600

b. Balthen, jan. 1603 (= kwartier 16)

c. Maerten Abrahamsz. Romeijn, aug. 1604, jongman van Dordrecht wonende in de Augustijnenkamp (1628), weduwnaar van Dordrecht, wonende in het Steegoversloot (1638),varend gezel, bakker,trouwde 1e NG Dordrecht 9/24april 1628 Pieterken Hendrick Cornelisdr., jonge dochter van Dordrecht wonende in de Doelstraat (1628), 2e NG Dordrecht 16 mei/1 juni 1638 Aechtgen Loodsi, geboren naar schatting ca. 1615,jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1638), dochter van Herri Lodge

– 22 mei 1674: Maerten Abrahamsz. Romeijn, burger van Dordrecht, verhuurt voor 120 gl. perjaaraan Leendert Baesjou, bakker te Dordrecht, een huis op de Riedijk, waarin de huurder al woont. (ONA Dordrecht inv. 235, f. 168)

– ORA Dordrecht inv. 1629, f. 19v e.v.: op 13 mei 1683 verkopen Bartholomeus van de Griendt mr. huistimmerman, als man van Emmerentia Romeijn, en Hermanus van Wessum, als man van Agatha Romeijn, voor de ene helft, erfgenamen van Maerten Abrahamsz. Romeijn,en Hendrick van Beeck voor de andere helft voor 850 gl. aan Bastiaen Jansz., bierdrager en burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Pieter van Beeck en dat van Pieter Pietersz. bierdrager. De koper is schuldig aan Helena Deijlman, weduwe van Adriaen Mels, een somma van 600 gl.

– ORA Dordrecht inv. 1629, f. 19: op 12 mei 1683 verkopen Bartholomeus van de Griendt mr. huistimmerman, als man van Emmerentia Romeijn, en Hermanus van Wessum, als man van Agatha Romeijn, erfgenamen van Maerten Abrahamsz. Romeijn, voor 265 gl. aan Geerit Lares, mazelaar en burger van Dordrecht, een huis op de Walevest, staande naast het huis van Hendrik van Beeck.

– ORA Dordrecht inv. 1629, f. 26: op 22 juni 1683 verkopen Hendrick van Beeck, voor de ene helft, en Bartholomeus van de Grient, als man van Emmerentia Romeijn, en Hermanus van Wessum, als man van Agata Romeijn, beiden erfgenamen van Maerten Abrahamsz. Romeijn, bakker en burger van Dordrecht, samen voor de andere helft, voor 2255 gl. een huis in het Steegoversloot, staande tussen het huis van Samuel Oo[ste]rlingh en dat van Pieter de Jongh.

– 7 juni 1696: Bartholomeus van de Grient en Hermanus van Wessum, als erfgenamen van Maarten Abrahamsz. Romeijn, burgers van Dordrecht, verkopen aan Daniël Baasjouw, mr. bakker en burger van Dordrecht, voor 790 gl. een huis in de Voorstraat omtrent de Riedijkstraat, staande tussen het huis van kapitein Walbeecq en dat van Hans Jurrien. De koper is schuldig aan de verkopers een somma van 525 gl. (ORA Dordrecht inv. 799, f. 147 e.v.)

Kinderen:

Ex 1:

c-1. Abraham, gedoopt NG Dordrecht juni 1631

c-2. Emmeken (Emmerentia) , gedoopt NG Dordrecht april 1634

c-3. Hendrick Maartensz. Romeijn, geboren naar schatting ca. 1635, trouwde NG Dordrecht 28 sept. 1659 Cornelia Moerbeeck

Ex 2:

c-4. Emmerentia Maartensdr. Romeijn. geboren naar schatting ca. 1638, trouwde NG Dordrecht 23 april 1662 Bartholomeus Jansz. van de Grient

c-5. MaeijckenRomeijn, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1639

c-6. Abraham, gedoopt NG Dordrecht febr. 1640

c-7. Maerten, gedoopt NG Dordrecht 31 mrt. 1642

c-8.Aeghje (Agatha) Romeijn, gedoopt NG Dordrecht 6 mrt. 1644, jonge dochter van Dordrecht wonende voor het Bagijnhof (1665), trouwde NG Dordrecht 8/24 mrt. 1665 Hermanus van Wessum, jongman van Dordrecht, wonende bij de Boom, boekverkoper (1665)

c-9. Abraham, gedoopt NG Dordrecht 6 juni 1646

d. Jan Abrahamsz. Romeijn, dec. 1607, schuitenvoerder

– 29 jan. 1668: Jan Abrahamsz. Romeijn, schuitenvoerder en burger van Dordrecht, 60 jaar oud, verklaart, dat “hij onder de Borgercompagnie van het Steechoversloot … als officier ofte lantaerndrager waeckende op de tourbeurt vande voorsz. compagnie … veerthien dagen geleden … inde wachte mede opgetrocken sijnde, ende des nachts met ses man vande voorsz. wachte hebbende wesen ronden, dat haer in het wederkeeren naer het stadthuijs, ontrent de brouwerie vandeValck, bejegenden eenige schippersgasten, die zeijden [dat er een] straetmoeijte [opstootje] was”. (ONA Dordrecht inv. 230, f. 261 e.v.)

e. Aeghien, okt. 1620

66. Marten Huijgensz., bakkersgezel van Dordrecht (1582), bakker (vermeld 1592, 1594, 1595), overleden in of na 1595, trouwde NG Dordrecht 7/21 jan. 1582

67. Aghen (Aachten) Balten Jacobsdr., geboren naar schatting ca. 1555, “van Dordrecht” (1582)

– 22 juli 1591: Adriaen Mes Thomasz. verleent procuratie aan zijn broer [sic] Jan Willemsz. Louff om de helft van zijn huis op de hoek van de Lombardstraat te verkopen “ende met Maerten Huijgensz. taccorderen, liquideren ende effenen … van alsulcke questie ende geschil als hij comparant jegen den zelven Maerten Huijgen uijtstaende heeft”, of, indien zij niet tot een overeenstemming kunnen komen, tegen Maerten te gaan procederen. (ORA Dordrecht inv. 720, f. 8)

– 3 jan. 1592: Anneken Damasdr., weduwe van Jacob Baltensz. bakker, geassisteerd met Joos de Menin, doctor in de rechten en eerste raadpensionaris van Dordrecht, als haar gekoren voogd, verklaart dat, aangezien Anna Jansdr. van Scherpelucht, weduwe van Adriaen Ozieren en Lijnken Ockersdr., weduwe van Quirijn Ozieren, zich ten overstaan van de weesmeesters van Dordrecht borg gesteld hebben voor het onderhoud, de alimentatie en het vaderlijk “bewijs”, dat zij, Anneken Damasdr., haar kinderen en hun voogden “gedaen ende bewesen” heeft, zij haar borgen beloofd heeft hen van die borgtocht schadeloos te houden, daarvoor verbindende haar persoon en goederen, in het bijzonder het huis, waarin zij woont, staande omtrent de Vuilpoort, ten oosten belend door het huis van haar zwager Maerten Hugensz. bakker en ten westen door het huis van de weduwe van Pieter Fransz. (ORA Dordrecht inv. 720, f. 67)

– 1594: Maerten Huijgen bakker betaalt in de verponding voor zijn huis in de Voorstraat (bij de Vuilpoort) 18 ponden 15sch. Belenders: Wouter Rocusz. koekenbakker, die een huis huurt van de weduwe van Jacob Baltensz. (voor 16 ponden “soe sij seggen”) en Pieter Pietersz. viskoper, die huurt van Ariaen in Medenblick. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3965, f. 201v)

– 20 mei 1595: Jaspar Jansz. koperslager verkoopt aan Athanasius Fransz. lakenkoper een huis in de Lombardstraat, staande tussen het huis van Adriaen Jansz. en dat van Adriaen Thonisz. Waarborg: Mathijs Adriaensz. schoenmaker. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 1108 gl. Borg: Maerten Huijgen bakker. (ORA Dordrecht inv. 743, f. 334)

134. Balthen Jacobsz., geboren naar schatting ca. 1525, bakker te Dordrecht, overleden ca. 1580, trouwde

135. NN, overleden in of na 1580

– 28 aug. 1551: Balten Jacopsz. bakker verkoopt Aechgen Jansdr. van de Graef een jaarlijkse losrente van 1 pond Vlaams, verzekerd op een huis, staande bij de Vuilpoort tussen het huis van Deniz Denizsz. en dat van Frans Moelen. (ORA Dordrecht inv. 721, akte 462)

– 7 mei 1552: Hendrick Govertsz. linnenwever transporteert aan Herman Ariesz. schipper een hypotheekbrief. Waarborg voor Hendrick Govertsz.: Balthen Jacopsz. bakker. (ORA Dordrecht inv. 721, akte 658)

– 17 mei 1572: Claes Henricxsz. drager verkoopt Aert Claesz. [Buijs ?] lijndraaier een huis in de Vlamingstraat [Ruitenstraat]. Koper is schuldig aan verkoper een somma van 9 Vlaamse ponden. Borgen: Balten Jacobsz. bakker en Henrick Jansz. lijndraaier. (ORA Dordrecht inv. 729, f. 40v)

– 9 mrt. 1576: op verzoek van Balten Jacobsz. bakker, namens de twee weeskinderen van wijlen Pieterken Jacobsdr., vrouw van mr. Jan Willemsz. chirurgijn, verklaart Machtelt Jansdr., 33 jaar oud, dat zij tijdens de ziekte van mr. Jan en Pieterken Jacobsdr. “bij henlieden geweest ende gestaedich daerbij blijvende daernae gesien heeft tot dat zij vvt desen leven gescheijden zijn” en dat zij derhalve weet, dat tijdens de ziekte van mr. Jan bij hem gekomen is Aeltgen, zijn oudste dochter, “begerende dat hij haer een testament geven oft maecken wilde”, waarop mr. Jan antwoordde: “Sal ick het één kint geven ende tander nemen.” Vervolgens heeft Aeltgenhaar, deposante, “gebeden dat zij den voorn. mr. Jan tzelve vermanen wilde, twelck zij tot twee oft drije reijsen gedaen hebbende heeft hij haer affgeslaegen ende ontseijt.” (ORA Dordrecht inv. 711, f. 75v)

– 18 mei 1576: Trijnken Adriaensz., vroedvrouw te Dordrecht, weduwe van Henrick Jacobsz. korenmeter, verkoopt Barthout Barthoutsz., klapwaker te Dordrecht, een huis in het Vlamingstraatje [Ruitenstraat], staande tussen het huis van Balthen Jacobsz. bakker en dat van Aert Buijs lijndraaier.(ORA Dordrecht inv. 711, f. 143v)

– 16 juli 1576: Thonis Willemsz. schipper transporteert aan Balthen Jacobsz. bakker, als oom en voogd van Marijken en Baertgen Jansdr., onmondige weeskinderen van wijlen mr. Jan Willemsz. chirurgijn, verwekt bij Pieterken Jacobsdr., de eigendom van een rentebrief van 1 pond Vlaams jaarlijks. (ORA Dordrecht inv. 711, f. 164v)

– 12 juli 1577: Balthen Jacobsz. bakker is borg voor Willem Cornelisz. van Diemen, die een huis bij de Pelserbrug koopt en daarvoor aan verkopers een somma van 315 gl. schuldig is. (ORA Dordrecht inv. 712, f. 120v)

– 1580 (50e penning Dordrecht: zie bronnenpublicaties, 50e penning deel 3, f. 82): de weduwe van Balten de bakkerbetaalt 11 ponden voor haar huis in de Voorstraat (bij de Vuilpoort).

– 4 mei 1593: Maerten Huijgen, als man van Aechgen Baltens, Leenert Mathijs, als man van Neesgen Baltens, Willem van Diemen Cornelisz., als man van Ariaentgen Baltens en Anneken Damisdr., weduwe vanJacob Baltens, elk voor zichzelf, verkopen aan Dirck Henricxsz., arbeiderbij de straat [los werkman], een huis in het Vlamingstraatje [Ruitenstraat], staande tussen het huis van Jan Jansz. en de tuin van de weduwe van Cornelis Jansz. brouwer.(ORA Dordrecht inv. 743, f. 44)

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Aechgen Baltensdr. (= kwartier 67)

b. Neesgen Baltensdr., trouwde Leenert Mathijsz.

c. Ariaentgen Baltensdr., trouwde Willem van Diemen Cornelisz.

d. Jacob Baltensz., trouwde Anneken Damasdr.

268. Jacob NN

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Balthen Jacobsz. bakker

b. Pieterken Jacobsdr., trouwde mr. Jan Willemsz., chirurgijn te Dordrecht

Kinderen (volgorde onzeker):

b-1. Marijken Jansdr.

b-2. Baert(g)en Jan Willemsdr., “van Dordrecht”, trouwde NG Dordrecht 13 okt./5 nov. 1591 Athanasius Fransz., “van Brugge” (1591), lakenkoper te Dordrecht