De Veer

I. Jacob Cornelisz. (de Veer), geboren ca. 1507, schipper, overleden ca. 1579, trouwde 1e NN, trouwde 2e naar schatting ca. 1555, Heijnricxken Henricxdr, geboren ca. 1522, trouwde 1e Jacob NN

– 4 mrt. 1552: Anneken Jorisdr., weduwe van Aernt Jacopsz. verkoopt aan Weijntgen Woutersdr., weduwe van Jacop Cornelisz. een losrente, verzekerd op een huis in de Dwarsgang bij de Nieuwkerk, staande tussen het huis van Ploentgen Cornelisdr. en dat van Jacop de Veer schipper. (ORA Dordrecht inv. 721, f. 98v)

– 26 nov. 1556: Jan Pietersz. en Heijnrick Jacopsz. verklaren op verzoek van Gheen Sijmonsz. van Gouda, dat zij ongeveer acht dagen tevoren te Dordrecht gemeten hebben uit het schip van Jacop de Veer, poorter van Dordrecht, 34 hoed rogge. (ORA Dordrecht inv. 700, f. 102)

– 11 jan. 1575: verklaring door Henricxken Henricxdr., vrouw van Jacob Cornelisz. schipper, 53 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 710, f. 167v e.v.)

– 1 juni 1579: Adriaen Jacobsz. schipper en Marijcken Jacobsdr., erfgenamen van wijlen Jacob Cornelisz. schipper en Heijnricxken Henricxdr., tevens vervangende Neeltgen, Matgen, Geertruijt en Marijcken Jacobsdr., hun halfzusters en Pieter Jacobsz., hun halfbroer, die ongeveer 16 jaar oud is, verkopen aan hun halfbroer Dirck Jacobsz. een huis in de Dwarsgang bij de Nieuwkerk, staande tussen het huis van Adriaen Wijcken en dat van de weesmeesters. Waarborgen: Adriaen en Marijcken Jacobsz. Koper is schuldig een bedrag van 12 ponden Vlaams.(ORA Dordrecht inv. 735, f. 86 e.v)

– 4 mei 1584: compareren voor schepenen van Dordrecht Adriaen Jacobsz. en Dirck Jacobsz., schippers, voor zichzelf en tevens vervangende Pieter Jacobsz., hun onmondige broer, en Matgen Jacobsdr., Neeltgen Jacobsdr., Geertruijt Jacobsdr. en Marijcken Jacobsdr., hun zusters, en Adriaentgen Henricxdr., onmondig weeskind van wijlen Henrick Jacobsz., allen erfgenamen van Marijcken Jacobsdr., in haar leven echtgenote van Andries Jansz. schiptimmerman. Zij verklaren door Andries Jansz. volledig betaald en voldaan te zijn van de goederen, die zij hebben geërfd van hun zuster, voornoemde Marijcken Jacobsdr. (ORA Dordrecht inv. 737, f. 494)

Kinderen ex 1 (volgorde onzeker):

a. Adriaen Jacobsz. de Veer, schipper, volgt II

b. Marijcken Jacobsdr.

Kinderen ex 2 (volgorde onzeker):

c. Neeltgen Jacobsdr. de Veer, geboren naar schatting ca. 1560, overleden na 16 aug. 1627, trouwde NG Dordrecht 16 juni/14 juli 1585 (beiden van Dordrecht) Adriaen Aertsz., schrijver in de secretarie

d. Matgen Jacobsdr.

e. Geertruijt Jacobsdr.

f. Marijcken Jacobsdr., overleden vóór 4 mei 1584, trouwde NG Dordrecht 14 jan. 1580 Andries Jansz. schiptimmerman

g. Dirck Jacobsz. de Veer

– 16 aug. 1627: compareren voor notaris D. S. Coplaer Neeltgen Jacobsdr. de Veer, weduwe van Adriaen Aertsz., Cornelis Adriaensz. de Veer, huistimmerman, en Dircxken Adriaensdr. de Veer, weduwe van Balten Willemsz. de Best, in zijn leven schrijnwerker te Dordrecht, allen erfgenamen van Dirck Jacobsz. de Veer, hun broer resp. oom. De comparanten verlenen procuratie aan Jan Willemsz., “collecteur” te Dordrecht, om te compareren voor schepenen aldaar en aan Hendrick Matthijsz., metselaar te Dordrecht, te transporteren de helft van een huis in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van kapitein Jacob Slijck en dat van Michiel Hasegat schipper, hetgeen hun is aangekomen bij overlijden van voornoemde Dirck Jacobsz. de Veer.(ONA Dordrecht inv. 70, f. 58 e.v.)

h. Hendrick Jacobsz. de Veer, overleden vóór 4 mei 1584, trouwde Adriaentgen Lambertsdr. (ORA Dordrecht inv. 716, f. 31)

Kind:

h-1. Adriaentgen Henricxdr. de Veer (ORA Dordrecht inv. 718, f. 121v, akte dd 8 aug. 1588)

i. Pieter Jacobsz., geboren ca. 1563

II. Adriaen Jacobsz. de Veer, geboren ca. 1544, schipper,overleden ca. 1587, trouwde naar schatting ca. 1570 Neelken Cornelisdr., weduwe van Dordrecht (1587), dochter van Cornelis Henriksz. Vingeroff en Aeltken Claesdr.,trouwde 2e NG Dordrecht 11/31 okt. 1587 Henrick Stevensz., huistimmerman van Brouwershaven (1587)

– 19 mei 1575: Willem Joerdensz. [de Haen] en Adriaen Jacobsz. [de Veer], voor zichzelf en tevens vervangende hun zwager Adriaen Cornelisz. en de weeskinderen van wijlen Cornelis Henricxsz., verwekt bij Aeltgen Claesdr., verkopen Pauwels Joosz. viskoper een huis aan de Landzijde [Voorstraat] op de hoek van de Botgenssteiger, staande tussen het huis van de erfgenamen van Cornelis Corsz. schoenmaker en de Botgenssteiger. Waarborgen: Jorden Diericxsz. [de Haen] bakkeren Cornelis Danckertsz. De koper is schuldig aan verkoper een bedrag van 500 gl. (ORA Dordrecht inv. 710, f. 296v)

– 22 juni 1581: Adriaen Jacobsz. schipper koopt een huis in het Steegoversloot. Borg: Adriaen Thomasz. schipper. (ORA Dordrecht inv. 736, f. 199)

– 10 sept. 1585: verklaring door Adriaen Jacobsz. de Veer, schipper, ongeveer 41 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 738, f. 234)

– 25 febr. 1586: verklaring door Adriaen Jacobsz. de Veer, schipper en burger van Dordrecht, ongeveer 41 jaar oud. (ORA Dordrecht inv. 738, f. 351)

Kinderen:

a. Dircxken Adriaensdr. de Veer, geboren ca. 1577, trouwde Balten Willemsz. de Best

b. Cornelis Adriaensz. de Veer, gedoopt NG Dordrecht 28 juni 1580, volgt III

III. Cornelis Adriaensz. de Veer, gedoopt NG Dordrecht 28 juni 1580, timmerknecht, huistimmerman, stadstimmerman, overleden ca. 1640, trouwde NG Dordrecht (beiden van Dordrecht) 28 aug./18 sept. 1605Lijnken Hendrick Hendricksdr., gedoopt NG Dordrecht mei 1583, overleden na 1 nov. 1649 (ONA Dordrecht inv. 99, f. 700v), dochter van Henric Henricxsz. en Stijnken (Stijnten) NN

– 16 okt. 1617: Claes Corsz. schipper, als man van Anneken Pieters en tevens als procuratie hebbende van Aeltken Pieters en Machtelt Pieters, de zusters van zijn vrouw, verkoopt voor 900 gl. aan Cornelis Adriaensz. de Veer een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Frans Geemans bakker en dat van Michiel Jansz. linnenwever. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 700 gl. Borgen: Jan Aertsz. hovenier en Balthen Willemsz. schrijnwerker.(ORA Dordrecht inv. 758, f. 92)

– 15 dec. 1629: voor de heren Craijesteijn en Blocklandt, weesmeesters van Dordrecht, compareren Neeltgen Ariens, weduwe van Willem Willemsz. de Haen schipper, enerzijds en Cornelis Ariensz. de Veer stadstimmerman, als “neve paternel” van de twee nagelaten weeskinderen van wijlen Willem Willemsz. de Haen, m.n. Willem, ongeveer 12 jaar oud, en Arien, ongeveer 6 jaar oud, anderzijds. Comparanten sluiten een overeenkomst betreffende de verdeling van Willem de Haens nalatenschap. (Weeskamer Dordrecht inv. 18, f. 90v)

– 9 juli 1636: testament van Cornelis Adriaensz. de Veer huistimmerman en zijn vrouw Lijntgen Hendricxdr., hij ziek in bed liggende en zij gezond. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam, “instituerende sij testateuren haere twee kinderen die sij door den segen des Heeren bij den anderen hebben geprocreert ende alreede ten houwelijcken state sijn gecomen in tgene sij ten selvenhouwelijcken state soo aen feeste cleedinge ende andere uijtsettinge hebben genoten”. Compareren mede Otto de Bruijn, echtgenoot van Maijken Cornelisdr. de Veer, en laatstgenoemde zelf, die verklaren op verzoek van de testateur, hun vader, “bij desen te consenteren, gunnen, maecken ende geven” aan hun moeder Lijntgen Hendricxdr., tot aan haar overlijden of tot wanneer zij gaat hertrouwen, het vruchtgebruik van de goederen, “die henluijden bij vooraflijvicheijt van den voorsz. Cornelis Adriaensz. de Veer haeren vader door doode ende overlijden van Neeltgen Jacobsdr. de Veer haerluijder oude moeije eenichsints sullen aencomen ende besterven”. (ONA Dordrecht inv. 75, f. 52 e.v.)

– 25 sept. 1636: Cornelis Adriaensz. de Veer verkoopt aan Jan Cornelisz. brandewijnbrander een huis aan ’s herenveste omtrent de Kruittoren [bij de Vriesepoort], staande tussen het huis van de koper en dat van Jan Jansz. van Houten. (ORA Dordrecht inv. 770, f. 150)

– 10 nov. 1636: Cornelis Adriaensz. de Veer huistimmerman is borg voor Grietgen Stevens, weduwe van Gerrit Fransz. bakker. (ORA Dordrecht inv. 770, f. 158v)

– 15 nov. 1644: Lijntgen Henrixs, weduwe van Cornelis Arijensz. de Veer huistimmerman, verkoopt aan Jan Leendertsz. timmerman een huis in de Kolfstraat, staande tussen het huis van Henrick Jansz. speldenmaker en het huis van de erfgenamen van Frans Gemans. Waarborgen: Arijen Cornelisz. en Otto de Bruijn, burgers van Dordrecht. De koper is schuldig aan verkoopster een somma van 1000 gl. (ORA Dordrecht inv. 774, f. 138)

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Aelken, juni 1606

b. Aeltken, nov. 1607

c. Arien Cornelisz. de Veer, jan. 1609, volgt IV

d. Maeijken Cornelisdr. de Veer, geboren naar schatting ca. 1610, trouwde NG Dordrecht 14/31 okt. 1635 (beiden wonende in de Kolfstraat)Oth (Otto) de Bruijn bakker, jongman van Leerdam (1635)

e. Hendric, mei 1616

IV. Arien Cornelisz. de Veer, gedoopt NG Dordrecht jan. 1609, bakker, diaken, overleden in 1674 (vóór 10 juli 1674 [Weeskamer Dordrecht inv. 26, f. 224v]), trouwde 1e NG Dordrecht 20 juli/3 aug. 1631 (beiden van Dordrecht en wonende in de Torenstraat)Cornelia Jan Cornelisdr., dochter van Jan Cornelisz. bakker en Janneken Hectorsdr. van Lokeren, overleden ca. 1634, 2e NG Dordrecht 18 febr./3 mrt. 1635 Aeltgen Cornelis Willemsdr. (de Haen),geboren naar schatting ca. 1605, van Dordrecht, wonende bij secretaris Mathijs Berq (1629), weduwe van Dordrecht, wonende tegenover de Tolbrug (1635), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 30 okt. 1688 (een baar in de Wijngaardstraat voor de weduwe van Arien Cornelisz. de Veer),trouwde 1eNG Dordrecht 25 mrt. 1629 (ondertrouw; in margine: differatur) Wouter Asserel Jansz. (Wouter Willemsz.), van Nijmegen wonende op het sluisje* bij de Vest (1629), brandewijnmaker, overleden ca. 1634.

* “Waar tussen de Nieuwkerk en de Heer Heijmansuijsstraat de binnengracht in de Riedijkshaven uitkwam, lag in de binnengracht een sluis, die naar een sluiswachter in de zeventiende eeuw, Snel Aertsz., de Snellesluis genoemd werd. In trouw- of begraafboeken wordt meestal van “’t Sluisje” gesproken.” (M. van Baarsel, Van Aardappelmarkt tot Zwijndrechts Veerhoofd. De straatnamen van de historische binnenstad van Dordrecht. [Hilversum 1992], p. 103)

– 19 mei 1626: Geertken Teunis, weduwe van Adriaen Jansz. slikwerker, burgeres van Dordrecht, verkoopt aan Wouter Willemsz., brandewijnmaker te Dordrecht, een huis aan ’s herenveste naast de sluis bij het Nieuwkerkhof, staande tussendie sluis en het huis van Cornelis Woutersz. Waarborg: Lambert Jansz. [van Persijn] slikwerker. (ORA Dordrecht inv. 766, f. 20)

– 11 juli 1634: een huis in de Kromme Elleboog wordt aan één zijde belend door het huis van de weduwe van Wouter de brandewijnmaker. (ORA Dordrecht inv. 770, f. 37)

-24 aug. 1636: Leendert Jansz. [de Laet]bakker,[getrouwd met Maijken Jansdr., dochter van Jan Cornelisz. bakker en Janneken Hectorsdr. van Lokeren],als procuratie hebbende van zijn schoonvader Jan Cornelisz., verkoopt aan Adriaen Cornelisz. de Veer bakker een huis in de Torenstraat, genaamd “’t Cromhout”, staande tussen het huis van Huijch Cornelisz. en dat van Arijen Jansz. Koper is schuldig een somma van 2000 gl. Borg: Cornelis Arijensz. de Veer. (ORA Dordrecht inv. 770, f. 94 e.v.)

– 12 sept. 1645: Arien Cornelisz. de Veer aanvaardt als medevoogd van Tielman Geeritsz. en Leendert Jansz. de voogdij over de onmondige kinderen van Jan Cornelisz. bakker en Janneken van Lokeren Hectorsdr. (Weeskamer Dordrecht inv. 19, f. 215v)

– 25 febr. 1661: Adriaen Cornelisz. de Veer bakker verhuurt aan Boudewijn Erckelens, lakenverver te Dordrecht, een huis in de Kolfstraat, genaamd “de Clander Molen”, staande tussen het huis van Otth Jansz. en ’s herengracht, voor een periode 12 jaar voor 138 gl. per jaar. (ONA Dordrecht inv. 227, f. 33)

– 23 aug. 1671: Sijmon Cornelisz. de Vries, burger van Dordrecht, verklaart, dat hij Adriaen Cornelisz. de Veer, burger van Dordrecht, ontslaat van de borgtocht, die De Veer heeft gepresteerd voor de kinderen van zijn dochter, Maeijken Adriaensdr. de Veer, bij haar verwekt door Willem [Cornelisz.] van Breevoort, voor een somma van 1000 gl., die De Veer op 25 nov. 1666 van hem, comparant, ten behoeve van die kinderen heeft geleend. Voorwaarde daarbij is, dat De Veer zal bewerkstelligen, dat Jan Adamsz. timmerman, als koper van het huis genaamd de Clander Meulen, staande achter in de Kolfstraat, in mindering van de kooppenningen van dat huis tot zijnen laste zal nemen voornoemde schuld van 1000 gl. Tevens is De Veer gehouden om de kooppenningen van het huis, daarbij inbegrepen de voornoemde somma van 1000 gl. aan te wenden voor het onderhoud van zijn kleinkinderen. (ONA Dordrecht inv. 254, f. 150 e.v.)

– 10 juli 1674: in het testament van Adriaen de Veer en Aeltgen Cornelisdr. de Haen, echtelieden, gepasseerd voor notaris Johan van Nuijssenborgh op 13 juli 1657 (protocollen van deze notaris zijn niet bewaard gebleven), zijn Tielman Geeritsz. Kels * en Willem Cornelisz. van Dijck tot voogden benoemd. Op 10 juli 1674 aanvaardt Van Dijck de voogdij en benoemt in de plaats van Kels, die inmiddels is overleden, tot medevoogd Cornelis Ariensz. de Veer, die verklaart de voogdij te accepteren. (Weeskamer Dordrecht inv. 26, f. 224v)

* Tileman Gerritsz. Kels, bakker van Oud-Beijerland, wonende op het Groothoofd te Dordrecht bij Henric Jansz. Bott (1622), trouwde NG Dordrecht 17 juli/2 aug. 1622 Anneken Jan Cornelisdr., van Dordrecht, wonende bij haar ouders in het Torenstraatje (1622), dochter van Jan Cornelisz. bakker en Janneken Hectorsdr. van Lokeren.

– 20 dec. 1674 (acta NG kerkenraad Dordrecht): Arij Cornelisz. de Veer, diaken, obiit [is overleden] (Archief van de NG gemeente te Dordrecht)

– 9 febr. 1675: Aeltgen Cornelisdr. de Haen, weduwe van Arijen Cornelisz. de Veer, is schuldig aan Isaack van den Biesheuvel, koopman te Dordrecht, een somma van 573 gl. 12 st. “per reste van geleverde granen”. Zij tekent met een merk. Getuige: Adriaen de Veer (die tekent met zijn naam). (ONA Dordrecht inv. 339)

– 15 mei 1677: Adriaen de Veer, Pieter Ariensz. de Bruijn en Cornelis Ariensz. de Veer, burgers van Dordrecht, stellen zich borg voor Aeltie Cornelisdr., resp. hun moeder en schoonmoeder, wegens een obligatie van 1000 gl. (ONA Dordrecht inv. 368)

– 19 sept. 1678: Aeltie Cornelisdr. de Haen, weduwe van Arien Cornelisz. de Veer, verhuurt voor twee jaar aan Michiel van Milt, burger van Dordrecht, een huis in de Torenstraat, genaamd “het Cromhout”. De huurprijs bedraagt 125 gl. per jaar. De comparane tekent met een merk. (ONA Dordrecht inv. 475)

– 10 sept. 1687: Cornelis Adriaensz. de Veer, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn moeder Aeltgen Cornelisdr. de Haen, weduwe van Adriaen Cornelisz. de Veer, is schuldig aan Maria van Wijngaerden een bedrag van 200 gl., verbindende een huis in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van Frans van der Schaer en dat van Jacob Hermans. (ORA Dordrecht inv. 795, f. 49v e.v.)

– 28 okt. 1688: Cornelis Adriaensz. de Veer, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van zijn moeder Aeltgen Cornelisdr. de Haen, weduwe van Adriaen Cornelisz. de Veer, verkoopt voor 150 gl. aan Huijbertie Cornelis, weduwe van Salomon Doot, een huis met een houten huisje daarnaast, staande in de Torenstraat op de hoek van het Nieuwkerkhof naast het huis van Maria van Dijck. (ORA Dordrecht inv. 795, f. 123)

– 6 dec. 1688: extract uit het testament van Aeltie Cornelisdr. de Haen, weduwe van Arien Cornelisz. de Veer, gepasseerd voor notaris H. Smits te Dordrecht op 30 juni 1677, ingeschreven in het weesboek. Zij heeft tot voogden benoemt haar zoon, Adriaen de Veer, en haar schoonzoon, Pieter de Bruijn. Adriaen de Veer verklaart op 13 dec. 1688, dat hij de voogdij over zijn moeders minderjarige erfgenamen aanvaardt. (Weeskamer Dordrecht, inv. 28, f. 217)

ORA Dordrecht inv. 796, f. 26v e.v.: op 17 mei 1689 verkopen Cornelis en Adriaen de Veer, Cornelis Breevoort, zoon van Marijken Ariensdr. de Veer, en Jan Jansz. de Kelck, zoon van Cornelia de Veer, kinderen en kindskinderen van Aeltgen Cornelisdr. de Haen, weduwe van Adriaen Cornelisz. de Veer, voor zichzelf en tevens vervangende de overige kleinkinderen van Aeltgen Cornelisdr. de Haen, voor 630 gl. aan Hendrick Schul glasmaker een huis in de Torenstraat, staande tussen het huis van Daniël Rijcken en dat van Pieter Pietersz. Kop. Mr. Pompejus Berck, burgemeester van Dordrecht, stelt zich borg voor de “waeringe en vrijinge” van het voornoemde huis.

ORA Dordrecht inv. 796, f. 27v: op 17 mei ORA Dordrecht inv. 796, f. 27v: op 17 mei 1689 verkopen Cornelis en Adriaen de Veer, Cornelis Breevoort, zoon van Marijken Ariensdr. de Veer, en Jan Jansz. de Kelck, zoon van Cornelia de Veer, kinderen en kindskinderen van Aeltgen Cornelisdr. de Haen, weduwe van Adriaen Cornelisz. de Veer, voor zichzelf en tevens vervangende de overige kleinkinderen van Aeltgen Cornelisdr. de Haen, voor 380 gl. aan Aeltie Vinck, weduwe van Florus de Rauw, een huis in de Wijngaardstraat, staande tussen het huis van Frans van der Schaer en dat van Jacobus Hermensz. Mr. Pompejus Berck, burgemeester van Dordrecht, stelt zich borg voor de “waeringe en vrijinge” van het voornoemde huis.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

Ex 1:

a. Cornelis, juli 1634, vermoedelijk jong overleden

Ex 2:

b.Maeijken Adriaensdr. de Veer, geboren naar schatting ca. 1635, trouwde NG Dordrecht 21 mrt./6 april1655Willem Cornelisz. Brevoort, gedoopt NG Dordrecht sept. 1636, lakenkoper, jongman wonende in de Kolfstraat (1655)

Kind:

b-1. Cornelis Breevoort

c. Cornelis Adriaensz. de Veer, nov. 1636, overleden na 10 sept. 1687

d. Cornelia, okt. 1638

e. C(h)ristina Ariaensdr. de Veer, febr. 1641, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Torenstraatje (1662), trouwde NG Dordrecht 30 juli/15 aug. 1662 Pieter Ariaensz. de Bruijn, jongman van Dordrecht, houtkoper, wonende bij de Boom (1662)

f. Wouter, 3 april 1645

g. Adrianus (Adriaen) de Veer, 6 jan. 1648, volgt V.

V. Adriaen de Veer, gedoopt NG Dordrecht 6 jan. 1648, bakker wonende in de Wijngaardstraat (1671), trouwde NG Dordrecht/Dubbeldam 1/15 mrt. 1671 Maria van der Thuijnen, gedoopt NG Dordrecht 20 febr. 1648, wonende bij de Boom[straat) (1671), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 14 april 1712 (Marija van der Tuijnen, weduwe van Adriaen de Veer, in de Mariënbornstraat)

– 17 jan. 1674: Cornelis Abelsz. Ouboter, schipper te Dordrecht, verhuurt voor 130 gl. per jaar aan Adriaen de Veer, bakker te Dordrecht, een huis in de Voorstraat, op de hoek “van’t opgaen van den Boom”, waar uithangt “de Heuninghton”. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 235, f. 5)

– 15 april 1712: Marij van der Tuijne, weduwe, in de Mariënbornstraat, “sine bonis” volgens verklaring van haar dochter Magteltie de Veer. (Weeskamer Dordrecht inv. 112, f. 144)