Overlijdensregister Doopsgezinde gemeente Dordrecht

Laatst bijgewerkt op19 mrt. 2021

SA Dordrecht,Kerkboek van de Doopsgezinde gemeente van Dordrecht(DTB 78).

f. 205: Memoriale Aenteickeninge vande Overledene en afghestorvene persoonen zedert 1616.

12 okt. 1617 Gheraert van Bijlaer, de Lieve Oudste alhier

13 okt. 1617 Jan Willemsz., de Lieve Oudste te Haarlem, daar overleden

16 okt. 1624 Heindrick Ghutensz., de Lieve Oudste te Delfshaven

2 okt. 1625 Hendrick Teruwe [Terwen] hier Dienaer int Woort

14 okt. 1626 Frans Adriaensz. hier Dienaer int Woort

[Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 171: extract van het testament van Franchoijs Adriaensz [van Dorsten] zijdelakenkoper en Grietgen Jacob Cotermansdr. echtelieden, gepasseerd op 18 juni 1620 voor notaris Anthonij Cloots te Dordrecht, gecollationeerd op 12 okt. 1626. Zij hebben tot voogden en executeurs-testamentair benoemd de langstlevende van hen beiden, benevens Cornelis Mathijsz. Balen zijdelakenkoper en Jeronimus [Terwen] twijnder, hun “swagers” (= schoonzoons).]

13 aug. [sic]1626 Lenaert Melse mandenmaker

[Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 171: extract van het testament van Leendert Melsz. mandenmaker en Elisabet de Bruijn echtelieden, gepasseerd op 3 okt. 1622 voor notaris Gijsbert de Jager, gecollationeerd op 20 okt. 1626.]

aug. 1626 Burg Cornelisz. huisman in Bei[je]rlant

15 jan. 1627 Adriaen Pietersz. den Ouden

16 jan. 1627 Marijken Dirickxz., van Vijane

31 jan. 1627 Herman Hermansz. kruidenier

[DTB Dordrecht nr. 78 (kerkboek van de Doopsgezinde gemeente), f. 165: “1626 – Hermen Hermansz. cruijdenier, met zijn vrou, Joosgen Huijghe, zijn beijde hierinden gemeinte, den 13en desember 1626 afgesondert, door bewerckinge van den Lieve Outste Adriaen Cornelisz. om datse haer, voorden tijt des huwelickx, metten anderen vermenght ende … oncuijsche en oneerbare wercken bedreven hadden.”]

25 mei 1627 Pieter Aertsz. “over opt landt, sterf aldaer”

aug. 1627 Maeijke Thijsz. d’oude, overleden in Zeeland

2 sept. 1627 Machtelge Bartelmeeus

11 nov. 1627 Joris Servaesz. schrijnwerker

23 dec. 1627 Jaques Verbeeck, Lieve Oudste te Utrecht, daar overleden

17 april 1628 Betge Levinis, of Betge Taeijers

11 juni 1628 Lieven Lievensz.

21 sept. 1628 Marichge Jans weduwe

24 nov. 1628 Pieter Daniëlsz. van Snick

21 dec. 1628 Marijken Ariens, Aert Koenens vrouw

25 dec. 1628 Lijsbet van Male d’oude Dienaersze

31 jan. 1629 Wouter Bastiaensz. schipper

6 april 1629 Bartelmeeus Heindrickxz. schoe[n]maker

5 aug. 1629 Janneken Jansz. Dienaresze

20 sept. 1629 Dirickxge Sijmons, Wouter Jacopsz. vrouw

28 sept. 1629 Lijsbet Daniëls van Snick

nov. 1629 Heindrickxge, Dirick Jans Cruijniers vrouw

9 jan. 1630 Joosge Gerrits

17 jan. 1630 Maerten Daniëlsz. van Snick, haar man

12 juni 1630 Hans Karelsz. ladenmaker

27 juni 1630 Fijchge Meertens, Tonis Jacopsz. Vos eerste vrouw

23 juni 1630 Trijnge Cornelis, Van Oosterwijcks eerste vrouw

16 jan. 1631 Maeijke Jans “het simpel kindt”

7 febr. 1631 Gheertruijt Bartelmeeus weduwe

2 maart 1631 Lijsbet Cornelis, “de vroeijmoeder”

4 april 1631 Maeijke Jacop Gheubels

13 mei 1631 Willemge Jans, Cornelis Jans zuster

25 febr. 1632 Jan Jansz. speldenmaker

26 juni 1632 Angenietge Jans

19 sept. 1632 Korstiaen Lenaertsz. zeemverkoper

3 okt. 1632 Dirick Jansz. Cruijnier

[DTB Dordrecht nr. 78 (kerkboek van de Doopsgezinde gemeente): “1629: Dirick Jansz. Cruijdenier is hier den 23ten Desember 1629 vander gemeinte afgesondert, om zijn achterstel van schulden, bij hem gemaeckten veele luijden verkort en bedroghen hadde.”]

6 nov. 1632 Adriaen Cornelisz. [Boene] de Lieve Oudste

[DTB Dordrecht nr. 78 (kerkboek van de Doopsgezinde gemeente): op 6 nov. 1632 is overleden de Lieve Oudste alhier, Adriaen Cornelisz., ongeveer 51 jaar oud.]

3 dec. 1632 Aelge Willems

10 dec. 1632 Maeijke Jans. dochtervan Neelgen Huijbers

3 juni 1633 Cornelis Jansz. diaken dienaar

29 aug. 1633 Maeijken Heindrickx, Jacop Heindrickx zuster

15 dec. 1633 Isack Gerritsz. koordenwerker

3 april 1634 Ploenge Gleijns

29 april 1634 Trijntge Crooswijckx

2 mei 1634 Tanneke Karels

19 juni 1634 Marijke Rijsers

21 juni 1634 Neelge van Bijlaer

4 aug. 1634 Geertge Jans d’oude vrouw

15 okt. 1634 Aelge Jans, weduwe

15 okt. 1634 Arij Pietersz.

16 okt. 1634 Jan Rademaker

22 nov. 1634 Barberge de Ghruijter

22 dec. 1634 Pieter Brante

3 febr. 1635 NeelgenHuijghe, overleden in Rijsoord

27 juni 1635 Trijnge, Willem Meertensz. Smits vrouw

24 sept. 1635 Sijmon Jeronimus Teruwe [Terwen]

7 okt. 1635 Maeijke Jans, Jan Fransz.’ dienstmaagd

nov. 1635 Pieter van Bersel, de Lieve Oudste, overleden te Emmerich

4 nov. 1635 Anneken Aerts, Aert Jochimsz.’ moeije [tante]

15 nov. 1635 Balte van Horick den oudens huisvrouw

2 febr. 1636 Meerte Pietersz. brouwer

7 febr. 1636 Jaques Outermans, de Lieve Oudste te Haarlem, aldaar overleden

22 febr. 1636 Pouwels Cool, de Lieve Oudste te Goch

23 maart 1636 Aelgen Israhels, Van Oosterwijcks’ tweede vrouw

30 maart 1636 Dijnghetge Jans weduwe, “sterf in een banghicheijt, hier inde vermaningh”

4 juni 1636 Bartelmeeus Tarsiers [Targier, Tergier]

[I. Joachim Targier, trouwde NN

Kinderen (volgorde onzeker):

a. Claertge Joachumsdr. Thergier, trouwde Willem Cornelisz. koperslager

b. Jacques Targier, volgt II

II. Jacques Targier, kramerte Dordrecht, overleden ca. 1587,trouwde naar schatting ca. 1575 Lijnken Bartholomeusdr

ORA Dordrecht inv. 733, f. 181v: op 16 jan. 1579 verklaart Jacob Elbertsz., ’s heren dienaar in de secretarie van Dordrecht, dat hij op verzoek van Jacob Jochumsz. Tergier, ongeveer veertien dagen tevoren gearresteerd heeft een zekere Maerten de Vrunt, die op het punt stond uit Dordrecht te vertrekken. Maerten heeft beloofd, dat hij Dordrecht niet zal verlaten voordat hij Jacob Tergier heeft “voldaen met recht oft gemoede.”

ORA Dordrecht inv. 739, f. 274v: op 13 nov. 1587 comp. voor schepenen van Dordrecht Frans Cornelisz. van Breda, burger van Middelburg, als oom en voogd van moederszijde van de weeskinderen van wijlen Jacques Tergier, genaamd Joachim en Bartholomeus Jacobsz. Comparant verleent procuratie aan Anthonis Anthonisz., kramer en burger van Dordrecht, om met de weduwe van Jacques Tergier over te gaan tot “behoorlijke scheiding” van de goederen, die door Jacques Tergier zijn nagelaten.

ORA Dordrecht inv. 740, f. 22 e.v.: op 21 dec. 1587 comp. voor schepenen van Dordrecht Lijnken Bartolomeeusdr., weduwe van Jacques Targier, enerzijds en Frans Eduwaertsz. Penter en Willem Cornelisz. ketelboeter, als ooms en naaste bloedvoogden van vaderszijde, Pieter Jansz. als grootvader, mede van vaderszijde en Thonis Thonisz. kramer, als gemachtigde van Frans Cornelisz., wonende te Middelburg, als oom en bloedvoogd van moederszijde, allen voogden van Jochum Jacobsz., 9 jaar oud en Bartolomeeus Jacobsz., 4 jaar oud, anderzijds. Zij hebben onderling de nalatenschap van Jacques Targier verdeeld. De weduwe behoudt alle goederen, in ruil waarvoor zij belooft beide kinderen te onderhouden tot hun achttiende jaar en hun dan een somma van 400 gl. uit te keren. Voor de nakoming hiervan verbindt zij haar huis op de Visbrug, staande tussen “het Vishuijsken” en de haven.

ORA Dordrecht inv. 740, f. 126v: op 4 mei 1588 verklaren Frans Penter en Willem Cornelisz. koperslager, als man van Claertge Thergier Joachumsdr., beiden ooms en voogden van de twee onmondige kinderen van wijlen Jacques Tergier, verwekt bij Lijntgen Bartholomeusdr., dat zij uit handen van [naam niet vermeld] een bedrag van 400 gl. ontvangen hebben, “gecomen zijnde van de vercochte cramerie die voorsz. kinderen deur ’t overlijden van henre voorsz. vaeder ten deele gevallen ende in den Colff deser stede vercocht is.”

Kinderen:

a. Joachum, geboren ca. 1578, overleden in na 1636

b. Bartolomeus Targier, geboren ca. 1583, volgt III

III. Bartholomeus Targier, geboren ca. 1583, twijnder/koopman te Dordrecht,trouwde 1e Leiden 24 aug. 1607 (ondertrouw voorschepenen) Susanneken Damasdr., 2e Sara Hendriksdr., die hertrouwde Doopsgezind Dordrecht 10 april 1639 Cornelis Dirksz. van Oosterwijk. Zie Kwartierstaat Van Schothorst (internet), generatie 12, kwartieren 2768 en 2769

Weeskamer Dordrecht inv. 17, f. 109 e.v.: extract d.d. 3 mrt. 1626 van het testament van Bartholomeus Thergier, twijnder en zijn vrouw Susanna Dammasdr, gepasseerdvoor not. Hubrecht van Zevender te Dordrecht (wiens protocollen niet bewaard zijn gebleven). Zij hebben de langstlevende van hen beiden tot voogd benoemd en bij diens overlijden Jaecques de Ruijscher, wonende te Leiden, oom van de testatrice of bij diens vooroverlijden Jacob van der Lip, wonende te Leiden, haar neef.

ORA Dordrecht inv. 770, f. 13v e.v.: op 20 april 1634 verkoopt Franchois van de Graeff, koopman en burger van Dordrecht, aan Bartholomeus Targier, koopman en burger van Dordrecht, een huis [in de Voorstraat] omtrent de Botgensstraat aan de havenzijde, staande tussen het huis van de verkoper en dat van Herman Hermansz. kleermaker.

Weeskamer Dordrecht inv. 19, f. 61v en 62: extract van het testament van Bartholomeus Tergier en Sara Hendriksdr., echtelieden, gepasseerd voor notaris Sijmon Muijs te Dordrecht op 24 mei 1636, gecollationeerd op 25 sept. 1636. Bartholomeus Tergier heeft tot voogden over zijn voorkinderen, verwekt in zijn eerste huwelijk, benoemd zijn broer Jochem Tergier, benevensMels Gijsbrechtsz. en Jan Cornelisz.]

juni 1636 Cornelis Heindrickxz. Ghuijte zijnde in zee

20 juli 1636 Jaques Teruwe [Terwen], hier een Dienaer int Woort

5 sept. 1636 Fijt Heindrickxz.’ huisvrouw

10 sept. 1636 Maeijken Goddens

27 sept. 1636 Aelge Krijne, Sijmon Gerritsz.’ eerste vrouw

30 okt. 1636 Gheertruijt Jans Neringh, dienaresze

[ONA Dordrecht inv. 72, f. 90: op 5 maart 1633 compareert voor notaris D. S. Coplaer Geertruijt Jansdr., weduwe van Gielis Neringh, wonende te Dordrecht, ziek in bed liggende. Zij herroept eerdere testamenten, codicillen e.d. en legateert aan de Armen van de gemeente derMennonieten te Dordrecht “daer onder sij testatrice is ressorterende” een somma van 800 gl.. AanArmen van de NG diaconie te Dordrecht legateert zij een bedrag van 200 gl.Testatrice wil voorts, dat haar zoon Isaack Neeringh op meidag 1633 zal komen wonen in haar huis en de winkelwaren, die dan in de winkel zijn, zal overnemen voor de prijs, die zijzelf ervoor heeft betaald. Haar jongste nog ongehuwde zoon Jacob Neeringh moet boven het huwelijksgoed, dat hij zal krijgen ter compensatie van hetgeen zijn getrouwde broers van hun moeder hebben gehad, nog ontvangen een bedrag van 300 gl.. In alle overige na te laten goederen benoemt zij tot erfgenamen Abraham, Ysaack en Jacob Neeringh, haar zoons of bij vooroverlijden hun kinderen. Tot voogden en beheerders van haar nalatenschap benoemt zij haar meerderjarige erfgenamen.]

2 dec. 1636 Reijnier Jansz. de Vries

27 maart 1637 Berbergen, Arien Cornelisz.’ dochter

28 april 1637 Balten van Horick den Ouden

13 juni 1637 Jan Jacopsz. Cotermans

25 juni 1637 Dingetge Dirickx

5 juli 1637 Isack Gillis Neringh en

7 juli 1637 Leenge Victors zijn huisvrouw

11 juli 1637 Maeijken Daniëls, Dirick Woutersz.’ vrouw [Zie Kwartierstaat Van Hartigsveld op deze website.]

22 juli 1637 Neelge Pieters, weduwe van Korstiaen Lenaertsz.

30 juli 1637 Gerrit Corstiaensz. blokmaker [Zijn weduwe Luijtgen Dircxdr.trouwde op 8 jan. 1638 met Dirck Woutersz. schipper (zie Doopsgezinde huwelijken Dordrecht).]

aug. 1637 Roocksge Lauweris

aug. 1637 Jan Lambrechs Paeldinckx’ vrouw op Puttershoek

2 dec. 1637 Neelge [Lenaertsdr.]Bastiaen Woutersz.’ vrouw

14 dec. 1637 Bastiaen Woutersz. schipper, haar man [Zie Kwartierstaat Van Hartigsveld op deze website.]

25 maart 1638 Jeronimus Teruwe, diaken dienaar, sterft hier, “zeer subijt”

25 maart 1638 Jacop Heindrickxz.

7 aug.1638 Geergen Hermans, “in Spaeinge gewoont hebbende”

24 aug. 1638 Neelge Jans, Arijen Ooms’ vrouw

24 sept. 1638 Joost Lambrechs tinnegieter

14 okt. 1638 Jan Jacopsz. linnenwever, diaken dienaar

okt. 1638 Daniël van Snick den Ouden, “sterf hier, over den voorsz. octob. 1638”

1638 [zonder dag en maand] Claes Claesz., de Lieve Oudste te “Blocksiel”, sterft aldaar anno 1638

3 jan. 1639 Bastiaen Willemsz., de Lieve Oudste te Middelburg

29 jan. 1639 Claes Dirickxsz., Dienaar in het Woord, overleden te Vianen

30 jan. 1639 Isack Cornelisz. te Vianen, aldaar overleden

20 febr. 1639 Maeijken Ghijsbert, brouwster in het Rijpland

[“Het Rijpland“: brouwerij in de Voorstraat/Pelserstraat, ca. 1685 omgedoopt tot de Steur en de Zon: Jan Alleblas, “Nieuw leven in een oude brouwerij? Geschiedenis en toekomst van de Sleutel”, in Kwartaal & Teken van Dordrecht 1983, nr. 2, p. 4.

ORA Dordrecht inv. 763, f. 88v e.v.: op 11 nov. 1622 verkoopt Grietken Cornelisdr., weduwe van Dirck Jansz., arbeider aan de straat, aan Claes Cornelisz. een jaarlijkse losrente van 6 gl. 5 st., verzekerd op een huis in de Pelserstraat, staande tussen het huis van Jan Lauwerensz. ende brouwerij “het Rijpland”.]

2 maart 1639 Willem Meertensz. Smit

3 juli 1639 Jan Claesz. van Sittert

20 febr. 1640 Josijntge Claes, “sterf hier, smorgens, doot gevonde”

17 maart 1640 Jan Gillisz. passementwerker

25 maart 1640 Ghoolge Jans, weduwe van Cornelis Jansz.

2 april 1640 Lijsbet de Bruijn, weduwe van Leendert Melsz.

1 mei 1640 Michiel Jacopsz. Cotermans

[Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 2 mei 1640: een baar bij de Vismarkt voor Miggiel Coterman, “vier mael luijens”.

Weeskamer Dordrecht inv. 20, f. 58: extract van het testament op 29 febr. 1640 gepasseerd voor notaris D.S. Coplaer te Dordrecht, gecollationeerd op 24 juni 1640.

ONA Dordrecht inv. 78, f. 32 e.v.: op 29 febr. 1640 compareert voor notaris D.S. Coplaer Michiel Jacobsz. Cotermans, gewezen brouwer in “het Hart” en burger van Dordrecht, ziekelijk van lichaam, nochthans gaande en staande. Hij herroept eerdere testamenten, uitgezonderd de giftdoor hem gedaanin zijn testament, gepasseerd op 26 april 1629 voor notaris Sijmon Muijs te Dordrecht, aan zijn (inmiddels overleden)zoon Jacob Coterman en de codicillen door hem met zijn tegenwoordige vrouw Maijken Michiels gemaakt ten overstaan van de Dordtsenotaris Adriaen van den Graeff op 17 dec. 1639. Hij legateert aan de Armen van de Mennonieten te Dordrecht een bedrag van100 gulden en aan de Huisarmen van de Diaconie te Dordrecht een somma van 400 gl., aan Jan Jacobsz. van Wesel en Jacob Isaacxsz. Cotermans, resp. de zoon van zijn zuster en de zoon van zijn broer, al zijn kleren.Testateur legateert voorts aanzijn zoonAbraham Cotermans een bedrag van 2000 gl. en dat uit een obligatie van 8000 gl. met de verlopen interest, die Abraham aan zijn vader schuldig is. Hij legateert aan zijn dochterAdriana Cotermans een bedrag van 1000 gl. en benoemt tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen zijn kinderen en kleinkinderen in gelijke porties. Cotermans verklaart zijn kinderen te gebieden bij de boedelscheiding van hem en zijn vrouw “geen questie [te] … moveren”, aangezien hij hen volkomen voldaan heeft van hun moederlijk erfdeel en van hetgeen hen toekwam als erfgenamen van Antonij Cotermans, hun in het buitenland overleden broer. “Verclaerde noch hij testateur wel expresselijcken gerenunchieert te hebben, ende te renunchieren bij desen van alle soodanigen last als hij sijne kinderen voor date deses eenichsints heeft gegeven om tegens sijne voorsz. huijsvrouwe proces te sustineren, alsoo hij testateur verclaerdt door persuatie van sijne kinderen ende den quaden raet vanden advocaat Bos ende anderen daer toe misleijt te sijn, maer wilt ende begeert dat de voorsz. sijne kinderen ende erfgenaemen alle de processen ende moeijelijckheden voor desen sijne huisvrouwe aengedaen sullen laeten vaeren.” Hij benoemt tot executeur van zijn testament Johan Michielsz. Deijlman, zijn zwager enbenoemt tot voogden over zijn minderjarige erfgenamenzijn zoons Abraham en David Cotermans en over zijn “innocente” zoon Jan Michielsz. Cotermans zijn voornoemde zoons en zijn zwager Johan Michielsz. Deijlman.

NG trouwboek Dordrecht 2 aug. 1626 (ondertrouw) Hendrick Waggens van Maaseik met Anna Cotermans Michielsdr. van Dordrecht

Uit dit huwelijk:

a. Cornelia, gedoopt NG Dordrecht aug. 1627

b. Cornelia, gedoopt NG Dordrecht sept. 1628]

1 aug. 1640 Isack Heindrickxz. Coninck Dienaar in het Woord

[ONA Dordrecht inv. 60, f. 421 e.v.: op 5 okt. 1641 compareert voor notaris D. Eelbo Lijntgen Simonsdr., weduwe van Isaack Hendricxsz. de Coninck, geassisteerd met Mels Gijsbrechtsz. als haar gekoren voogd in deze. Comparanteverklaart door [haar stiefdochter] Maijken Isaacxdr. de Coninck, weduwe van Dirck van Hoochstraten en enige dochter en erfgename van Isaack Hendricxsz. de Conick, betaald en voldaan te zijn van de goederen, die door haar, comparante, bij de aanvang vanhet huwelijk met haar voornoemde man zijn ingebracht in de gemeenschappelijke boedel, “alsmede oock van wegen de douairie ende helfte vande conquesten de selve bij houwelijcxe voorwaerde besproken ende beloovt sijnde.”]

1 nov. 1640 Maeijken Daniëls weduwe

21 dec. 1640 Dirck van Hoochstrate

[ONA Dordrecht inv. 60, f. 231 e.v.: op 19 sept. 1640 compareren voor notaris D. Eelbo Dirck van Hoochstraten zilversmid en Maijken de Coninck Isaacxdr., echtelieden wonende te Dordrecht, hij ziek in bed liggende, zij gezond. Zij benoemen tot voogden over hun minderjarige kinderen Davidt de Coninck, oom van de comparante en Cornelis Cornelisz. van Cleeff, hun goede bekende vriend.]

31 jan. 1642 Jannege Lourens

12 april 1642 Willem Mathijsz. “berdemaker”

21 juni 1642 Lijsebet Frans Ariens

18 okt. 1642 Stijnge Lambrechs, Mathijs Balens vrouw

27 okt. 1642 Tonis Jansz. arbeider

okt. 1642 Jan Matheeusz. Wens metselaar

[Weeskamer Dordrecht inv. 20, f. 241: extract van het testament van Jan Matheeusz. Wens, gepasseerd voor notaris D. Coplaer te Dordrecht op 20 aug. 1642, gecollationeerd op 4 dec. 1642: hij heeft zijn oudste zoon Matheeus Wens tot voogd benoemd over de onmondige kinderen van zijn zoon Abraham Wens. In margine: op 4 dec. 1642 compareerde Matheeus Wens en verklaarde de voogdij te accepteren.

DTB Dordrecht nr. 78 (kerkboek van de Doopsgezinde gemeente), f. 166: “Matheeus Jansz. Wens, metselaar, is hier den 10en September 1632 vandergemeinte afgesondert, omdat hij hem, inden Dienst vanden Coninck in Sweden begeven hadde, en overste in Pruijssen over seker fort was geworden, daertoe hij alhier verscheijde crij[g]svolck, onder sijn commande, dede werven.”]

1 febr.1643 Abraham Hevele

23 febr. 1643 Jan Jansz. Koolaert

2 mei 1643 Mels Lenaertsz. van Steijn mandenmaker

30 juli 1643 Anneke Jacops

25 okt. 1643 Baeijken de oude

5 dec. 1643 Maeijken [Willemsdr.]Wens weduwe van Jan Matheeusz. [Wens]

[Weeskamer Dordrecht inv. 20, f. 268v: extract van het testament van Marijken Willemsdr., weduwe van Jan Matheusz. Wens, gepasseerd voor notaris D. Coplaer te Dordrecht op 2 jan. 1643, gecollationeerd op 28 jan. 1644]

26 jan. 1644 Ariaan Jansz. in Barendrecht, aldaar overleden

14 febr. 1644 Fransooijs Willemsz., van Amsterdam

17 febr. 1644 Maergriet van Bersel

24 febr. 1644 Ichge Jans

2 maart 1644 Anneke Frans Langedult

25 juni 1644 Maeijke Michiels [Deijlman] mr. [Michiel Jacobsz] Cotermans’ weduwe

22 juli 1644 Ariaenge Jans, Ariaen Langerijts vrouw

21 aug. 1644 Abraham Diricxsz., de Lieve Oudste te Amsterdam, hier overleden

23 sept. 1644 Willemge de Bruijn

21 sept. 1644 [sic] Jan de Bruijn den ouden, haar broer, overleden in Keulen

31 okt. 1644 Maeijke van Broeckhuijse

7 jan. 1645 Maeijke Isackx, Van Hoochstratens weduwe

[ONA Dordrecht inv. 68, f. 203 e.v.: op 30 dec. 1644 compareert voor notaris D. Eelbo Maeijken de Coninck Isaackxdr., weduwe van Dirck van Hoochstraten, ziek in bed liggende. Zij benoemt tot voogden over haar minderjarige kinderen, “beneffens de regeerders ende opsienders vande kercke ende gemeijnte haerder gesintheijt binnen desen stadt Dordrecht”, Davidt de Coninck, wonende te Rotterdam en Jan Winckelman, wonende te Middelburg, resp. haar oom en behuwd oom. Comparante kan wegens haar “indispositie” niet schrijven.]

28 mei 1645 Neelge Luijckes

21 nov. 1645 Grietge Melsze, weduwe van de Lieve Oudste Ariaen Cornelisz. [Boene]

[ORA Dordrecht inv. 770, f. 150: op 16 sept. 1636 verkoopt Mariken Thonisdr., weduwe van Wouter Bastiaensz. aan Grietge Melssen, weduwe van Arijen Cornelisz. Boene, een losrente van 37 gl. 10 st.. Op 24 mei 1645 verklaart Leendert Bastiaensz. namens Mariken Theunisdr., dat de schuld volledig is voldaan. Rentebrief derhalve geroyeerd.

ONA Dordrecht inv. 68, f. 223 e.v.: op 13 juni 1645 testeert voor notaris D. Eelbo Grietken Melssen, weduwe van Adriaen Cornelisz. Boene, burgeres van Dordrecht. Zij bevestigd het testament, dat zij heeft gemaakt met haar voornoemde man op 1 okt. 1622 ten overstaan van notaris J.P. Vekemans te Dordrecht. Tot erfgenamen benoemt zij de kinderen van Melchior Gijsbrechtsz., haar neef, de kinderen van Melchior Pietersz. Verkerck en de kinderen van Pieter Baenen [getrouwd met Arientken Tomas], beiden haar neven en de kinderen van Maijken Gijsbrechts, haar nicht, welke kinderen bij haar zijn verwekt door Davit Deckers. Tot voogd en executeur-testamentair benoemt zij haar neef Melchior Gijsbrechtsz.. Getuigen: Adriaen van Malen en Willem van Broeckhuijsen.

ORA Dordrecht inv. 791, f. 93 e.v.: op 30 jan. 1680 verkopen Wouter Borrewater huistimmerman, als man van Sara Mes, Denijs Morre [Morrees] koopman, voor zichzelf en als voogd over zijn kinderen, verwekt bij Cornelis Mes, Catharina en Berbera Mes, bejaarde ongehuwde personen, voor zichzelf en vervangende Jacobus Mes, allen kinderen en erfgenamen van Jan Mes en Anneken Mels, voor 700 gl., gedeeltelijk betaald met de overdracht van een schuldbrief van 350 gl., die de koper op het huis sprekende heeft, aan Lambert Bove [Bovij], mr. horlogemaker en burger van Dordrecht, een huis in de Heer Heijmanssuijstraat, staande tussen het huis van de weduwe Hartigh en het huis van de weduwe Dirck Pietersz. De verkopers beloven het huis te bevrijden van alle “commer ende aenthalen”, in het bijzonder van het fideï-commis, welke hun moeder aanbestorven is door overlijden van Grietgen Mels. Zij verklaren van de koopsom voldaan en betaald te zijn en beloven de koper en de erfgenamen van Mels Ghijsbertsz. dienaangaande te zullen “indemneren”.

NG trouwboek Dordrecht 16 juni 1641: Jan Jacobsz. Mes schipper jongman van Dordrecht wonende in de Houttuin en Anneken Melsens Verkerck jonge dochter uit Zuidland wonende omtrent de Kolfstraat, getrouwd 9 juli 1641.

Kinderen uit dit huwelijk (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Sara Jansdr. Mes, 1 juni 1644, jonge dochter van Dordrecht wonende buiten de Vuilpoort (1670),trouwde NG Dordrecht 4 mei 1670 (ondertrouw) Wouter Boudewijnsz. Bornwater, jongman van Dordrecht wonende in de Vriesestraat (1670), huistimmerman

b. Cornelia Mes, 20 april 1646, trouwde Denijs Morrees

c. Jacobus Mes, 5 mrt. 1651 (tweeling met d.)

d. Commertjen Mes, 5 mrt. 1651 (tweeling met c.)

e. Catharina Mes, 10 juni 1652

f. Barbara Mes, 2 aug. 1656

g. Mels Mes, 11 juli 1660]

14 dec. 1645 Heijlge Jaques Teruwen [Terwen]

14 dec. 1645 Maerte Willemsz., in Barendrecht, daar overleden

28 jan. 1646 Susanneken Mathijs, vrouw van de oude Jan Hüttens

13 mei 1646 Maeijke Wouters in de Ramshoorn

1 juni 1646 Ghuilliaem Lievens

29 juli 1646 Neelge Jans, weduwe van Jan Jacopsz. linnenwever

13 aug. 1646 Fransijnge Jooste, de vrouw van Crooswijck

22 sept. 1646 Balten Baltensz. kruidenier, diaken dienaar

8 okt. 1646 Marijken Lodewijckx, vrouw van M. van Dijck

26 nov. 1646 Wouter Jacopsz., in Rijsoord, daar overleden

12 juni 1647 Marike Diricken Ooms

1 nov. 1647 Aechge Jans, de vrouw van Jacop Jansz.

13 dec. 1647 Lubbert Jans Bus

dec. 1647 Cornelis Pouwelsz., in Barendrecht, daar overleden

27 april 1648 Marckus van Dijck, overleden in Goes

2 mei 1648 Jan Cornelisz. de oude wielmaker

20 mei 1648 Katelijnge Jan Coterman, de vrouw van Heindrick van Heuven

1 juni 1648 Merrijtge, de oude vrouw van Keulen

7 juni 1648 Jan Salomonsz. van Zierikzee

16 juni 1648 Baestejaen Woutersz., “over int landt”, daar overleden

19 juni 1648 Mels Ghijsbrechtsz., Lieve Oudste alhier

[DTB Dordrecht nr. 78 (kerkboek van de Doopsgezinde gemeente): “Den 12en April [1648] op Paeschen, soo zijn hier inder gemeinte, voor middachs, van den L. Outste, Mels Ghijsbrechsz. (wesende zijne laetste bedieninge) met het doopsel bedient, ende opghenomen, de navolgende persoonen …”]

19 sept. 1648 Hester Jans, weduwe van Jan Coollaert

[DTB Dordrecht nr. 78 (kerkboek van de Doopsgezinde gemeente), f. 165: “Hester Jans is hier den lesten Januarij 1630 afgesondert, om hare buijten trou [huwelijk buiten de Doopsgezinde gemeente] die ze gedaen hadde aen Jan Jansz. Kollaert]

12 nov. 1648 Jannechge Cornelis, weduwe van Jaques Teruwe [Terwen]

18 dec. 1648 Wernaert Hecke

10 okt. 1648 [sic] Pietertie Cornelis, overleden in Utrecht

7 nov. 1648 Cornelis Cornelisz. van der Fles, overleden in Utrecht

18 jan. 1649 Maeike, weduwe van Fransoeis Willemsz.

18 jan. 1649 Machgiel Verwant

24 jan. 1649 Lijntie Jans, huisvrouw van Pieter Jansz.

24 jan. 1649 Jan Neering twijnder

[DTB Dordrechtnr. 78 (kerkboek van de Doopsgezinde gemeente): “Jan Nerinck twijnder is hier den 27ten Desember 1626 vande gemeinte afgesondert, om zijne quade huijshoudinge tegens zijn vrou, en zijn huijs niet voor en stont, zijn goet inde Lombaert droech, t gelt verdronck, en dan noch zulckx stoutelick ontkende.”

Idem: “1627: Jan Nerinck voorsz. is hier (nae dat hij vande vorige afzonderingh opgenomen was) wederom vander gemeinte afgezondert den 5ten september 1627, om dat hij op nieu dede wederom, en arger als voren.”

Idem: “Janneken Jans, huijsvrouwe vande voorsz. Nerinck, is hier den 26ten September 1627 mede vander gemeinte afgesondert, om datse hare man int quaet doen volchde, en samen in achterstel van schulden geraeckten, en meer anders.”]

16 maart 1649 Lijntie Wouters, dienares, weduwe van Pieter Brant

20 maart 1649 Janneken Pieters, huisvrouw van Cornelis Burgsz.

9 mei 1649 Lijntie Korstijaens, weduwe van Willem Matijsz. kaardenmaker

21 okt. 1649 Abraham Klemet [sic] van Loon, diaken dienaar

2 nov. 1649 Anneken Dirckx, weduwe van Mels Gijsbertsz.

2 nov. 1649 Heiltie Cornelis, weduwe van Klaes Dircksz.

21 nov. 1649 Jacob Teruwen [Terwen] Henderickx. koordenwerker

29 nov. 1649 Luikas Pietersz. linnenwever

9 dec. 1649 Heiltie Luikas, huisvrouw van Willem Reiniersz.

10 dec. 1649 Willem Reiniersz.

19 dec. 1649 Elisabet Hoebraken, weduwe van Jisack Hoebraecken

10 jan. 1650 Janneken Baltens, weduwe van Isack Geeritsz.

10 jan. 1650 Elisabet Bosschaert, huisvrouw van Klaes Cornelisz. van der Fles

10 jan. 1650 Elisabet Schoncken, een oude vrijster

16 maart 1650 Janneken Jans Loversz.’ dochter

3 april 1650 Willem Joosten tinnegieter

7 mei 1650 Willem Fransz. Santman

3 juni 1650 Anneken Dirckx de Oude weduwe

21 okt. 1650 Griettie Jacobs, dienares

11 nov. 1650 Lieven Henderickxsz. schipper

24 nov. 1650 Anneken Joosten, huisvrouw van Jan Cornelisz.

6 jan. 1651 Marigie Bastijaens weduwe

19 jan. 1651 Leena Pieters, huisvrouw van Cornelis Leendertsz. van Stein

22 febr. 1651 Geerit Hermense kaaskoper

1 maart 1651 Maeiken Andries, huisvrouw van Bartholomeeus Leendertsz. van Stein

22 april 1651 Jan Erassemis kousmaker

27 april 1651 Fijken Erassemis

19 mei 1651 Maeike Davits, huisvrouw van Abraham Huimans timmerman

13 juli 1652 Aeltien Dirckx weduwe

14 juli 1652 Engeltie Pieters, overleden in ‘s-Gravendeel

17 sept. 1652 Rut Barentsz. kleermaker

20 sept. 1652 Willem Dirckxsz. kuiper

30 okt. 1652 Lisbet Steevens, een oude vrouw

30 okt. 1652 Maertijntie van Balen

30 dec. 1652 Cornelis Krooswijck twijnder

16 april 1653 Jacob Jansz. linnenwever

17 juni 1653 Jan Huibertsz. Gruitter

24 mei 1653 [sic] Pieter Geeritse een jonckman

17aug. 1653 Rogier de Vos, van Haarlem

16 sept. 1653 Jan Louerense bidder

Bidder (foto: Roeland Koning)

16 sept. 1653 Gillis Lodewijckxsz.

1 okt. 1653 Marike Pieters Brants

26 okt. 1653 Govert Adrijaense Kool, overleden te Steenbergen

8 mei 1654 Cornelis Matijsz. Balen

6 juni 1654 Cornelis Cornelisz. van Kleef

28 juni 1654 Geertruit Isackx

9 aug. 1654 Pieter Pluenen, overleden aan de Hordijk

29sept. 1654 Pieter Geeritsz. Hulstmans

9 okt. 1654 Sebilla Guebels

28 okt. 1654 Lijsbet Kolfijns, een oude vrouw

10 nov. 1654 Susanneken Tomis, een oude vrouw

2 dec. 1654 Susanneken Korstijaens, een oude vrijster

31 dec. 1654 Jan Doenen zijdenlintwerker

22 jan. 1655 Adrijaen Joosten loodgieter

21 april 1655 Janneke Jans Nering

7 mei 1655 Machteltien Dirckx van de Roer

mei 1655 Pieter Annewinckel, over op ‘s-Gravendeel

4 sept. 1655 Anneke Teunis Timmermans

29 sept. 1655 Bastijaen van de Roer

22 okt. 1655 Neeltien Jans weduwe

aug. 1655 [sic] Dingentie Maertens, overleden te Barendrecht

16 nov. 1655 Abraham Brant

2 dec. 1655 Minniesken Krot, van Keulen

16 dec. 1655 Tanneke Jans dienares

26 dec. 1655 Jacob Fransz. van Dorsten

1 mei 1656 Arijen Fransz. van Dorsten

[23 dec. 1656: Maerten Arijensz. van Dorsten, kuiper en burger van Dordrecht, transporteert aan zijn moeder, Johanna van Balen, weduwe van Arijen Fransz. van Dorsten, zijn aandeel, nl. een derde part, in een somma van 1854 gl. 1 sch. 7 d., berustende ter weeskamer van Dordrecht, waarvan het vruchtgebruik door zijn grootmoeder, Hester Willemsdr. Predon, is gelegateerd aan zijn moeder. Johanna van Balen zoudat vruchtgebruik behouden, totdat haar kinderen zouden gaan trouwen. De comparant tekent met zijn naam.(ONA Dordrecht inv. 177, f. 206)]

6 juni 1656 Aert Koenen van Iisenbroeck

19 mei 1656 [sic] Daniëll Daniëllsz. jonckman, overleden te Gorckom

4 aug. 1656 Aeriaentie Goossens

6 okt. 1656 Jopie Pieters van Stein

6 okt. 1656 Dirck Leendertsz. van Stein

3 nov. 1656 Leendert Bastijaens van de Roer, “verdronken bij de Plaet”

24 nov. 1656 Marigie Willems weduwe

16 dec. 1656 Hans Kobrisz. diaken dienaar

[SA Dordrecht, ONA Dordrecht inv. f. 577: op 26 nov. 1631 testeert voor notaris D. Eelbo Hans Cobrijsse, koopman en burger van Dordrecht. Hij herroept een eerder testament, gemaakt op 17 febr. 1627 voor dezelfde notaris. Hij legateert aan de armen van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht 560 Vlaamse ponden, uit te reiken aan Adriaen Cornelisz. Boone en Jacob Terwen, wonende te Dordrecht, aan de armen van Doopsgezinde gemeente te “Mullem” [Mülheim, thans een deel van Keulen] bij Keulen 200 Vlaamse ponden, uit te reiken aan Pieter van Berssele en Andries Moncbaur te Keulen en “Mullem”, aan de armen van de Doopsgezinde gemeente te Utrecht 100 Vlaamse ponden, uit te reiken aan Hendrick Verbeeck en Abraham Spronck, inwoners aldaar, aan de armen van de gereformeerde gemeenten te Dordrecht 150 gl, waarvan tweederde aan de NG en Waalse kerk en de rest te verdelen naar believen en goedddunken van testateurs broer, aan het Oudemannenhuis, Weeshuis en Sacramentsgasthuis te Dordrecht elk 300 gl., aan enige particuliere armen, “daer het van noode wesen sall”, eveneens 300 gl., aan Abraham Hevile, die bij hem inwoont, “vuijt vrientschap ende courtoisie”, een bedrag van 600 gl., zes hemden en zijn beste zwartlaken mantel, aan zijn dienstknecht Willem de Bruijn een bedrag van 600 gl., een zilveren drinkbeker, twee zilveren lepels, vier porseleinen schotels en een bed, aan Geertruijt Erasmus 500 gl., aan voornoemde Pieter van Berssele te “Mullem” 10 gl., aan Anna Nootstock, een “jonck dochterken” en weesje, die hij onlangs heeft verklaard bij zich in huis te nemen en te zullen onderhouden en opvoeden, “als hem noch eenichsins in maechschap bestaende” 1000 gl., een bed met toebehoren, een zilveren bekertje en een zilveren bierbeker, aan zijn drie wasvrouwen Trijntgen, Elisabeth en En en aan Meintgen Merch, die in Keulen zijn wasvrouw is geweest, elk 30 gl. en aan Aeltgen Willemsdr., wonende te Dordrecht 50 gl. Tot erfgenaam van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn enige broer Nicolaes Cobrisse of bij vooroverlijden diens kinderen. Tot executeurs van zijn testament benoemt hij zijn broer, en Abraham Hevile en Adriaen Cornelisz. Boone, zijn vrienden, die beiden te Dordrecht wonen.Tenslotte legateert hij aan Arijen Cornelisz. Boone een grote gouden penning van de slag van Vlaanderen en een grote zilveren penning met daarop de beeltenis van prins Maurits en het jaartal 1624, 5 rosenobels en 60 rijksdaalders, twee zilveren lepels en een zilveren beker zonder voet om in het vuur te zetten.

ONA Dordrecht inv. 177, f. 241: op 1 mei 1655 compareren voor een Dordtse notaris Huijbrecht Roosboom, als door het Gerecht van Dordrecht “gecommitteert tot het benefitieren” van het huis, genaamd “den Groenen Hoet”, Hans Cobrissen en Aert Jochumsz. van Gendt, als verzorgers van de Armen van de Mennonieten te Dordrecht, Adriaen van Beaumont en Emmerentia van Driel, weduwe van Anthonis Repelaer. Zij verlenen procuratie aan Johan Schoormans, notaris te Dordrecht, om te compareren voor burgemeesters en het gerecht van Goes, om daar “waer te nemen en bechermen” zodanige actie als zij comparanten hebben op de goederen en effecten van wijlen Marcus van Dijck.]

17 febr. 1657 Aeltien Korstijaens, een oude vrijster

26 juni 1657 Arijen van Isenbroeck jonckman, overleden “int water”

7 juli 1657 Janneken Jacobs, overleden in Heerjansdam

12 aug. 1657 Bartelmeus van Stein, de Lieve Oudste

[ONA Dordrecht inv.195, f. 131 e.v.: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Bartholomeus Leendertsz. van Steijn, in zijn leven koopman en burger van Dordrecht, beschreven door notaris J. Melanen ten overstaan van Neeltgen Anthonisdr. Timmermans, de weduwe van Van Steijn, Cornelis Dircxsz. van Oosterwijck en Balthen Hendricxsz. van Ruijssen, op 20 sept. 1657 en enige volgende dagen. Tot de boedel behoren o.a.:

– een huis, genaamd “den Cleijnen Wijngaert”, staande omtrent de Tolbrug tegenover de Vriesestraat tussen het huis van Van Steijn en dat van Wouter de Ruijt schoenmaker

– een huis, staande tussen het voornoemde huis en dat van Johannis van Eijsden, waarvan het onderste gedeelte is verhuurd aan Jan Jansz. Stommel kleermaker voor 60 gl. per jaar

– een huis buiten de Sluispoort omtrent de Dorrenboom, zijnde het 17e huis van de Dorrenboom naar het Wilgenbos, staande tussen het 16e en 18e huis, welk huis is verhuurd aan Tielman Cornelisz. Corenbout schipper voor 30 gl. per jaar

– een “behuijsde hoffstede”, gelegen buiten Brugge in de parochie Wijnghene in een “Jeghenoote”, genaamd “Rijsberch” en ook in de parochie Riddervoorde, groot in totaal “onder lant bosch ende meersch” 8 bunder of 24 gemeten 157 roeden, met alle daarop staande huizen, schuren, stallen en bomen, alles door Van Steijn gekocht van de erfgenamen van Adriaen de Smedt, weduwe van Jacques Nols Doude op 15 okt. 1650 voor 3719 gl. 15 st. Deze hofstede is verhuurd aan Carel Bijert

– een partij leenland van 11 gemeten en 34 roeden, gelegen in de parochie van Winghene in een “Jeghenoote”, genaamd “Ratelinghe”, “gezeijt den Caroenbusch ende Meersch”, gekocht door Van Steijn van voornoemde erfgenamen voor 3200 gl., welk land is verhuurd aan Carel de Baen.]

31 aug. 1657 Pieter Erassemis

[SA Dordrecht, DTB 78, f. 37, 20 febr. 1649: “soo heeft Aert Jochemsz. van Gent ende Klaes Corn. vander Fles geweest uijtte last vande dienaren bij Pieter Erassemis, aen hem versoeckende om vanden twist die tusschen hem ende sijn swager Tuenis de Bruin stont doch een eint te willen maken ende hebben hem voorgestelt verscheide middelen, ten eerste of hij de saecke sou willen uijtte hant geeve, ten tweede of hou sou willen resolveren, om de penninge die int geschil staen den armen te geven op dat niemant den roem en hadde, ten derden of dat, also Tuenis de Bruin noch ontrent 60 gl. onder hem heeft, zij hem noch 60 gl. mochten daertoe leggen …, ende dat dan het gelt van weegen het briefken van de 222 gl. 2 st. soude falideeren, ende dat men dan soo mochte zien om een einde vande saecke te maken. Maer Pieter Erassemis heeft het afgeslage ende geweigert ende heeft geseit soo Tuenis de Bruin het briefken dat afgedaen is, wil laten agedaen blijven, dat zij dan alle andere dinge souden laten varen.”

Idem, f. 37 en 38: “Opten selfden dito soo heeft Aert Jochemsz. van Gent ende Klaes Cornelisz. van der Fles oock geweest bij Tuenis de Bruin ende hem dat voorgehouden van Pieter Erassemis, ende hem dat vetoont zijnde soo en achte hij dat niet een sier te beduiden ende heeft wederom op haer versocht, te weete dat Pieter Erassemis ende Jan de Bruin de rekening van de vaders boel, twelck ieder een voor sijn porsse genooten ofte ontfangen heeft ende die Jan de Bruin selfs geschreven heeft, souden willen onderteeckenen, maer sij en wildent geen van beiden doen ofte daer naer hooren.”]

28 aug. 1657 [sic] Lijntie van Bracht

8 sept. 1657 Maeicke van Ruisse

9 sept. 1657 Johannis Tomis koordenwerker

23 sept. 1657 Jaepie Tubbings jonge dochter

25 sept. 1657 Lijntie Dirckx, een oude vrijster

3 okt. 1657 Aeriaentie Maertens, overleden op Barendrecht

24 okt. 1657 Janneke Pieters van Snick

27 jan. 1658 Rebecka Baltens

[DTB Dordrechtnr. 78 (kerkboek van de Doopsgezinde gemeente), f. 45, 18 febr. 1653: “soo heeft Cornelis Dickxsz. ende Jan Corstijaensz. vertoont als dat Rebecka Baltens haer wat verloopen hadt int drincken ende door eenige woorden met haer dochter, daer haer hooft van om liep, soo is zij achter inde Graft gesprongen, daer groote laster vuijtt ontstaen is ende den 23 dito soo is dit de gemeinten vertoont ende is overleijt als dat zij voor de dienaren een hartelijcke bekentenis van rou en leetwesen sou doen, twelck geschiet is den 26 dito.]

6 mei 1658 Dirck Woutersz. schipper

24 mei 1658 Susanneke Jaspers

11 aug. 1658 Frederick Dirckxsz. viskoper

21 sept. 1658 Yan Woutersz. Vlasblom

2 nov. 1658 Maeicke Tomis

12 nov. 1658 Willem Jansz. Krooswijck

18 dec. 1658 Plonija Cotermans

[DTB Dordrechtnr. 78 (kerkboek van de Doopsgezinde gemeente), f. 166: “Ploenge Jan Cotermans is hier den 27ten meerte 1633 van der gemeinte afgesondert, omdat zij met een jonghman buijten der gemeinte haer te verde in vleijselicke wellust vermenght, en verlopen hadde.]

8 maart 1659 Macheltie Bastijaens, overleden in Rijsoord

18 maart 1659 Marike Fransoeis, overleden in Amsterdam

9 juni 1659 Fiktoor Jansz. van Blenckvliet

5 sept. 1659 Marigie Teunis

26 sept. 1659 Sara Verlaen

6 dec. 1659 Geertie Jans Hoogers

26 mei 1660 Anneken Teunis weduwe

28 juli 1660 Arijen Jansz. Langeriet, overleden te Geertruidenberg

1 okt. 1660 Leendert Korstijaensz. Testelman [ongehuwd, hij testeerde op 25 april 1660 (ONA Dordrecht inv. 179, f. 318 e.v.)]

2 nov. 1660 Ermpien Huigen van Dorsten

16 mei 1661 Lijsbet Maertens Hutten

22 mei 1661 Frederick Eickbertsz. “hoemaker”, overleden te “Vuijttert”

26 juni 1661 Yan Yansz. Balen, twijnder

29 juni 1661 Trijntie de Bruin

3 sept. 1661 Yan Jacobsz. van Wesel

23 sept. 1661 Boudewijn Taeijert

6 okt. 1661 Trijntien Dirckx

29 nov. 1661 Geertie Pieters weduwe

26 dec. 1661 Sijke Jans weduwe

25 maart 1662 Aegken Dirckx van Eeuwijck

18 juni 1662 Yakomijnken Danieels weduwe

14 aug. 1662 Maerte Pietersz., overleden op Zwijndrecht

4 okt. 1662 Neeltie Jacobs Boenis [vrouw van Jacob Salomonsz. Saverij]

8 febr. 1663 Jochem Tergier [Targier] jongman

9 febr. 1663 Maeijke France Terwen, overleden te Haarlem

9 maart 1663 Janneke Korstijaens Testelmans [weduwe van Victor Jansz. van Blenckvliet, zuster van Leendert Corstiaensz. Testelman(s) (ONA Dordrecht inv. 179, f. 318 e.v., testament dd 25 april 1660)]

11 aug. 1663 Aeltge Schoute

13 nov. 1663 Claes Cornelisse van der Fles

[ONA Dordrecht inv. 196, akte dd 2 jan. 1664: inventaris van de goederen nagelaten door Claes Cornelisz. van der Fles.]

19 dec. 1663 Pieter Janse Vrients

eind nov. 1663 Arien Jacobsz., overleden op Heerjansdam

1 jan. 1664 Maeijke France van Kleef

3 mei 1664 Macheltge van der Roer

7 juni 1664 Balthe van Ruijsche

15 sept. 1664 Jan Michielsz. Deijlman

7 okt. 1664 Thieleman Janse van Bracht, onze Lieve Oudste en voorganger

[Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 8 okt. 1664: een baar in de Oude Breestraat voor Thieleman Jansz. van Bracht]

3 okt. 1664 Thuenis Jacobsz. de Vos

3 febr. 1665 Maeijke Jans Verlove, overleden in Den Briel

14 febr. 1665 Johannes van der Fles jongman

26 febr. 1665 Orsel Jans Kools

okt. 1665 Thunis Pouwelsz. van Haerlem

8 okt. 1665 Mathijs Leendertsz. Schoof

9 okt. 1665 Lijsbeth Leenders van Steijn, zijn vrouw

14 okt. 1665 Lena Jacobs, overleden “hier buijten”

15 okt. 1665 Fijt Hendericksz.

4 nov. 1665 Jan Cornelisz. Vijgenboom diaken dienaar

[Hij werd begraven in noorderzijbeuk van de Grote Kerk van Dordrecht (graf 77 tegenover de St. Olofskapel) onder een zerk met het opschrift “HIER LEYT BEGRAVEN JAN CORNELISSE VYGENBOOM OUT 65 JAREN.IS GESTORVEN DEN 4 NOVEMBER 1665”. (W. Nijman, “Hier leyt begraven”. grafzerken in de Grote Kerk van Dordrecht. [Dordrecht z.j.])

25 febr. 1658: Jan Cornelisz. Vijgenboom, koopman en burger van Dordrecht, als man van Marijtge Messchert Jacobsdr., verleent procuratie aan Borrit Smit, zijn te Amsterdam wonende zwager, om “te submitteren ende verwijsen soodanige differentien als Abraham Jacobsz. Messchaert tegens hem comparant gemoveert heeft ofte noch soude mogen voorwerpen”aan de uitspraak van Arnolt Vinghboons en Cornelis Hoop, procureurs voor het Gerecht van Amsterdam. (ONA Dordrecht inv. 178, f. 271 e.v.)

Jan Cornelisz. Vijgeboom en zijn vrouw, geschilderd door Samuel van Hoogstraten ca. 1647.

1 jan 1675: Staat der goederen, die toekwamen aan de erfgenamen van wijlen Jan Cornelisz. Vijgeboom voor de ene helft en aan de erfgenamen van diens weduwe, Maria Jacobsdr. Messchert, voor de andere helft, tot 20 dec. 1673, toen Maria Messchert overleden is, van welke goederen zij de ontvangsten en uitgaven gedaan heeft tot aan haar overlijden, opgemaakt op verzoek van Cornelis, Anthonij en Hendrick Terwe, als voogden over de minderjarige erfgenamen van Maria Messchert, tevensals mede-erfgenamen van Jan Cornelisz. Vijgeboom en vervangende diens overige erfgenamen, op 1 jan. 1675.

Tot de boedel behoren:

– een huis staande op het Bagijnhof over de brug, op de hoek van de gracht tussen die gracht en het huis van Dionijsius van der Kesel. Jan Vijgeboom heeft de bewoning van dit huis gelegateerd aan zijn vrouw tot aan haar overlijden. Na haar dood is het verhuurd aan ds. Charpentier voor 175 gl. [per jaar] – memorie

– uit de inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Jan Vijgeboom, blijkt, dat in gemeenschappelijk eigendom gebleven is een grafstede in de Grote Kerk tegen de toren – memorie

– in gemeenschappelijk bezit zijn gebleven een aantal obligaties, o.a. één ten laste van Willem Lodewijcxz., inhoudende 922 gl. 3 st., die echter voor dubieus gehouden is en waarvan niet te verwachten val, dat er iets van betaald zal worden

– Jeremias van der Monde was aan de boedel schuldig wegens de kooppenningen van zekere huisjes in het Kousken [slop bij de Raamstraat] een bedrag van 429 gl., welke naderhand ontvangen is met nog 94 gl. 6 st. 8 p., maakt samen 523-6-8

– volgen nog enige partijen, waarover de weduwe van Jacques Terwe, die met Vijgeboom “winckelneringe … in compagnie”gedaan heeft, de administratie en het beheer gevoerd heeft,waaronder een dertigste part in een schip, genaamd “de Gulde Zeerop”, waarvan zij ontvangen heeft 429-19-0

– twee huisjes op de Luiersdijk buiten de Sluispoort, waarvan in totaal ontvangen is 822 gl. 18 st.

– de gemeenschappelijke boedel was belast met de mede-alimentatie van de weduwe van Hermen Repelaer. De heren Repelaer en Van der Mast hebben gerestitueerd een bedrag van 27-14-0, datVijgeboom indertijd te veel had uitgekeerd

Het totaal van de ontvangsten, die Maria Messchert gehad heeft, bedraagt 5016-5-8.

Deuitgavenzijn o.a.:

– 15 aug. 1667: 383-2-0 betaald aan Pieter van Outgaerden over gemaakt zilverwerk

– 31 aug. 1667: betaald voor verscheidene jaren verponding van de tuin buiten de Spuipoort: 25 gl. 16 st.

– 30 juni 1668: 7-16-0 betaald voor het graf in de Grote Kerk, dat ingevallen was

– 18 mrt. 1669: overgeven aan Johannes Melanen de effecten van Claes Neeff in het Oudemannenhuis, die Vijgeboom beheerd heeft, met nog in contant geld aan Melanen overgedragen: 202-11-0

– diverse betalingen voor het onderhoud van de weduwe Repelaar (variërend van 13 gl. tot 26 gl. per jaar)

– 29 juli1672: door Maria Messchert betaald aan Magdalena Joosten “voor soo veel d’selve als mede erffgenaem van haer peetjen daerin draegen most”, 39-7-8, welk bedrag aan Magdalena door voornoemd “peetgen” is gelegateerd

– 23 nov. 1672: betaald aan Jarich Jillisz. te Amsterdam een somma van 3000 gl., waarvan Vijgeboom ten behoeve van Jarich Jillisz. “borge had gehadt geconstitueert voor Burrit Jansz. Smith”, zijn zwager

– 1673: betaald aan Roelant van der Fles, voor zoveel hij “naer sijn erffenisse ontfangen heeft”: 25 gl.

Het totaal van de uitgaven bedraagt 5375-12-8, zodat door de weduwe Vijgeboom meer uitgegeven is dan ontvangen een bedrag van 359-7-0.

Staat van ontvangsten en uitgaven, gehad en gedaan door Cornelis Terwe en diens vrouw t.b.v. de gemeenschappelijke boedel sedert het overlijden van Maria Messchert

– 8 nov. 1674: ontvangen van ds. Charpentier over een halfjaar huishuur: 87-10-0

– totale uitgaven (o.a. betalingen wegens de 200e penning): 679-2-0.

De boedel is derhalve schuldig aan Cornelis Terwe 591-12-0.

Samen met hetgeen Maria Messchert meer heeft uitgegeven dan ontvangen komt het totale tekort op 950-19-0. Daarvan gaat nog af een bedrag 8-16-0 wegens ontvangst voorde helft van de restanten der winkelwaren. Zodoende komt het bedrag, dat de voornoemde erfgenamen nog tegoed hebben, op in totaal 942-3-0.

(ONA Dordrecht inv. 366)

ONA Dordrecht inv. 369: op 7 febr. 1678 verhuren Anthonij en Hendrick Terwe, kooplieden te Dordrecht, als executeurs-testamentair van wijlen Jan Cornelisz. Vijgenboom, voor 145 gl. per jaar aan ds. Claudius Cherpentier, predikant van de Waalsegemeente te Dordrecht,een huis voor het Bagijnhof op de hoek van de gracht, staande tussen de gracht en het huis van Dionijsius van der Kesel.

Zie ook hieronder bij 21 dec. 1673]

22 febr. 1666 Folckijen Geerits

[DTB Dordrecht, nr. 78 (kerkboek van de Doopsgezinde gemeente), f. 171: “1659: Volckxen Geerits is hier den 8 Junij 1659 van de gemeinte afgesondert omdat zij in haren weduwelijcken staet in onkuijsheit geleeft heeft ende daer en boven een buiten trou [huwelijk buiten de Doopsgezinde gemeente] gedaen heeft.”

NG trouwboek Dordrecht 6 nov.1644: JohannesThomassen passementwerker jongman en Volckxje Gerrits jonge dochter beiden van Dordrecht en wonende Heer Heijmansuijsstraat, getrouwd op 20 nov. 1644

NG trouwboek Dordrecht, 18 mei 1659: Jan Jansz. Bosman sledenaar jongman en Volcksge Gerridts weduwe van Jan Thomasz. passementwerker beiden van Dordrecht wonende in de Dwarsgang, getrouwd in Dubbeldam op 1 juni 1659]

10 juli 1666 Madaleentge Joosten, de vrouw van Reijnier Duijser

1666 [zonder datum] Susanneken Taijers, de vrouw van Jacob de Vos

27 aug. 1666 Jacob de Vos

15 sept. 1666 Maeijke Wens

20 sept. 1666 Levijntge Eeuwits, overleden op ‘s-Gravendeel

28 okt. 1666 Anneke Brandt

3 febr. 1667 Geertruij van Dorsten, vrouw van Jan France van Dorsten

5 febr. 1667 Emmichje Frederickz. jonge dochter

30 mei 1667 Mathijs Kilmans

13 juni 1667 Birgittge van Maele, de vrouw van Willem van Bro[e]ckhuijsen

11 aug. 1667 Jan France van Dorste

21 aug. 1667 Antonij Krijnen, overleden in Barendrecht

17 okt. 1667 Nicolaes de Winter

13 nov. 1667Maeijken, de weduwe van Nicolaes de Winter

24 dec. 1667 Maeijken Erasmus bejaarde dochter

19 juni 1668 Geertruijt Jans Hoebraecken

15 sept. 1668 Fransoijs Terwen diaken dienaar

[Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3979 (200e penning Dordrecht anno 1652), f. 85: Frans Terwen twijnder, 20 ponden [= 20 gulden] doorgehaald en vervangen door 15 ponden, met de aantekening “bij doleantie”.

Weeskamer Dordrecht inv. 25, f. 284: extract uit het testament van Francoijs Terwen en zijn weduwe Susanna van Horen, gepasseerd voor notaris Johan Cop [wiens protocollen niet bewaard zijn gebleven] op 31 dec. 1659 en gecollationeerd op 16 okt. 1668: zij hebben elkaar tot voogd over hun minderjarige erfgenamen benoemd.]

21 nov. 1668 Heijltie Hamers

9 jan. 1669 Jacob van de Roer

21 april 1669 Iken Ariens weduwe

7 mei 1669 Maeijken de Vos weduwe

30 juli 1669 Jan Lambrechtse Paeldinck, overleden op Puttershoek

21 juli 1669 [sic] Jan Tielemans van Bracht

31 aug. 1669 Anneken Stoffels, Sijmon Mennoos vrouw

14 okt. 1669 Cornelia van Hoochstraten, de vrouw van Aert de Vos

10 nov. 1669 Huijgo Verboom

2 dec. 1669 Berbera van der Poel bejaarde dochter

25 dec. 1669 Jan Corstiaense Visscher

16 jan. 1670 Daniël van Snick, overleden op Zwijndrecht

24 jan. 1670 Aelbert Gerretse Hulstman

13 april 1670 Aert Jochemse van Gent

20 mei 1670 Aeriaentie Ariens weduwe

6 aug. 1670 Govert van de Roer

24 aug. 1670 Cornelis van Weert

5 sept. 1670 Maeijken Joosten weduwe

15 nov. 1670 Teuntie Daniëls

29 okt. 1670 [sic] Adriaen van Malen

14 aug. 1671 Engeltie Hermans

4 sept. 1671 Jacob Terwen

4 nov. 1671 Leonora Geubels

15 dec. 1671 Dingena Isaackx

10 febr. 1672 Luijtien Dirckx

4 april 1672 Teunis de Bruijn

12 april 1672 Lijsbet Jans weduwe van Jan Michielse Deijlman

[Weeskamer Dordrecht inv. 26, f. 86v: extract van het besloten testament van Elisabeth Jansdr. de Guldenhoeff van Laeckervelt, weduwe van Johan Michielsz. Deijlman, gedateerd 21 febr. 1672 en gecollationeerd op 28 juni 1672 door notaris H. Smits te Dordrecht. Op 11 november 1677 compareren ter Weeskamer Johan en Michiel Deijlman, beiden zoons van Elisabeth Jansdr. de Guldenhoeff van Laeckervelt, die verklaren de voogdij over de minderjarige erfgenamen van hun moeder te aanvaarden, gelijk zij ook op zichnemende voogdij over de minderjarige erfgenamen van hun overleden tante Clara Jansdr. de Guldenhoeff van Laeckervelt, weduwe van Baijen Dircxsz.

ONA Dordrecht inv. 212, f. 203 e.v.: op 28 juni 1672 compareren voor notaris Hans Smits te Dordrecht Michiel en Johan Deijlman, zoons en mede-erfgenamen van wijlen Elisabeth Jansdr. de Guldenhoeff van Laeckervelt, weduwe van Johan Michielsz. Deijlman en openen in tegenwoordigheid van Adriaen Melsz., getrouwd met Helena Deijlman, Johan van Helmont, getrouwd met Sophia Deijlman, mede kinderen en erfgenamen van Elisabeth Jansdr. de Guldenhoeff van Laeckervelt, het besloten testament van hun moeder, “besegelt zijnde met het cachet” van notaris Smits, luidende als volgt: op 21 febr. 1672 compareerd voor notaris Smits Elisabeth Johansdr. Guldenhoeff van Laeckervelt, ziekelijk van lichaam gaande en staande. Zij verklaart te herroepen haar eerdere testamenten, codicillen etc., in het bijzonder het testament, gepasseerd voor notaris A. van de Graeff te Dordrecht op 6 juli 1638. Zij benoemt tot erfgenamen van al haar goederen, inclusief de allodiale goederen en de leengoederen, haar verleend volgens zekere octrooibrief of consent door Hans Wolphert van Brederode, vrijheer van Vianen, op 18 sept. 1633, haar oudste zoon Michiel Deijlman, haar jongste zoonmr. Johan Deijlman, advocaat voor het Hof van Holland, elk voor 1/4 part, haar oudste dochterHelena Deijlman, getrouwd met Adriaen Melsz. in 1/3 deel van 1/4 part, Helena’s kinderen voor de overige twee 1/3 delen in 1/4 part en haar jongste dochterSophia Deijlman, getrouwd met Johan van Helmont, voor 1/3 deel in het laatste 1/4 part en Sophia’s kinderen in de overige twee 1/3 delen in 1/4 part, met dien verstande, dat Helena en Sophia hun leven lang het vruchtgebruik zullen mogen genieten van de goederen,diehun respectievelijke kinderen zullen erven. Testatrice legateert aan de Armen van de Doopsgezinde gemeente van Dordrecht een somma van 1000 gl. enaan de Huisarmen staande onder de bediening van de Diaconie, het Arme-Weeshuis en het Heiligegeesthuis te Dordrecht, elk 300 gl., “mits in geene dispuijt ofte geschil treckende het voorsz. legaet aende Doopsgesinde gemaeckt, alsoo in dat geval [testatrice verklaart] te revoceren alle de bovenstaende legaten ten proffijte van [haar] erffgenamen”. Zij prelegateert aan Michiel Deijlman en, indien hij “sonder mans oir” komt te overlijden, aan mr. Johan Deijlman of bij diens vooroverlijden aan zijn mannelijke nazaten, het schilderij of conterfeitsel van haar man zaliger en familie in 1658 geschilderd door S. van Hoochstraten, “mitsgaders die gene, de welcke van de andere vrienden ende geslacht zijn”. Zij legateert aan haar zoons de kosten van hun studie, promotie, boeken etc., die derhalve bij de verdeling van de nalatenschap nietvan hun erfportiezullen worden afgehouden. Aan Johan en Sophia legateert zij elk een somma van 1000 gl., “in consideratie van gelijke somma” aan Helena en Michiel op 28 nov. 1643 gemaakt in het testament van wijlen Maria Michielsdr. Deijlman, weduwe van Michiel Jacobsz. Coterman, hun tante van vaderszijde. Omdat haar oudste dochter reeds een “behoorlijke uitzetting” heeft gekregen, wil testatrice, dat haar drie overige kinderen een gelijke “uitzetting” krijgen. Zij laataan Helena in huur na de gewelfde kelders onder het huis “de Croon” voor 25 gl. per jaar, voor zo lang de brouwerij “het Ancker” in bezit is van Helena’s echtgenoot Adriaen Melsz., haarzelf of iemand vanhaar nakomelingen. Michiel krijgt de keuze de leengoederen, gelegen in het land van Vianen, in eigendom te aanvaarden, evenwel zonder dat hij als leenvolger meer voordeel dienaangaande zal trekken dan één rosenobel. Hij zal ook mogen overnemen de tuin of melioratie van erf, gelegen buiten de Spuipoort van Dordrecht op stadsgrond. Indien Michiel vooroverlijdt of als hij de voorwaarden niet accepteert, legateert zij deze goederen aan Johan, aan wie zij ook de keuze laat om te aanvaarden de brouwerij, mouterij enrosmolen, genaamd “het Vlies” en het huisje daarnaast staande in het Loverstraatje te Dordrecht, met al het graan in de brouwerij zijndeof een deel daarvan, met nog een huisje in de Breestraat, op de hoek van het Loverstraatje, “over schuld” in koop aangenomen van de weduwe van Arie Jansz. Bijl en al het land, door testatrice gekocht in de poldervan Wieldrecht, voor een nader te bepalensomma, te taxeren door onpartijdige personen. Tot voogden en executeurs-testamentair benoemt zij haar zoons Michiel en Johan Deijlman.]

7 april 1672 [sic] Sijmon Gerretse van Doorn

17 aug. 1672 Fijken Sijmons van Doorn

18 sept. 1672 Margrietie de Graet

16 nov. 1672 Sebilla Brouwers

25 jan. 1673 Cornelis van Oosterwijck diaken dienaar

29 jan. 1673 Jan Jansz. Verloven

7 febr. 1673 Lijsbet Daniëls van Snick

27 febr. 1673 Josijntie van Eck weduwe van Jacob van de Roer

4 april 1673 Maeijken Hermans

17 april 1673 Sara Joosten weduwe van Jan Jansz. Verloven

2 mei 1673 Jan Neringh

25 juli 1673 Juijdith Hilmans de Jonge

25 nov. 1673 Cathalijntie Rijckegem

8 dec. 1673 Josijntie van Snick

20 dec. 1673 Adriaen Melz

[Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 20 dec. 1673: een zwarte baar voor Adriaen Melsen brouwer in “den Ancker”, vier maal luiden. (Den Ancker – ook Den Witten Ancker – was een brouwerij in de Voorstraat tussen de Lombardstraat en de Haringstraat.)]

21 dec. 1673 Marijke Jacobs weduwe van Jan Cornelisse Vijgenboom

[ORA Dordrecht inv. 791, f. 35v: op 16 mei 1679 compareren Cornelis, Anthonij en Hendrick Teruwe, burgers van Dordrecht, erfgenamen van wijlen hun oom Jan Cornelisz. Vijgenboom en executeurs van het testament van Jan Cornelisz. Vijgenboom en diens echtgenote Maria Jacobsdr. Metschert, met Jan Smith en Jan van Rixtel, getrouwd met Maria Smits, wonende te Amsterdam, voor twee derde parten erfgenamen van Maria Jacobsdr. Metschert, resp. hun tante en behuwd tante. Comparanten verklaren, dat bij de deling en scheiding van de boedel, nagelaten door Vijgenboom en Metschert, aan Hendrick Teruwen is toebedeeld een huis over de brug bij het Bagijnhof naast de gracht, staande tussen de gracht en het huis van Michiel van der Kesel, door Vijgenboom “nieuw getimmerd” en naderhand door hem en zijn vrouw bewoond, in welk huis zij ook beiden zijn overleden. De overige comparanten verklaren, dat zij en hun mede-erfgenamen gecompenseerd zijn met andere goederen uit de nalatenschap.]

10 febr. 1674 Abraham Terwen

De zerk van Abraham Terwen en zijn vrouw Margarita Balenin de Grote Kerk van Dordrecht.

11 maart 1674 Neeltie Jans weduwe van Abram van Loon

10 juni 1674 Lijntie Daniëls

14 juli 1674 Jan van de Roer

12 aug. 1674 Maeijken van der Sluijs bejaarde dochter

26 sept. 1674 Jacomijntie Jochems bejaarde dochter

31 jan. 1675 Lijsbet van Steijn

13 juni 1675 Lijsbet Terwen Cornelis

16 juni 1675 Jan Doren

jan. 1676 Joosien Ariens

12 febr. 1676 Abraham Tergier [Targier] diaken dienaar

18 mei 1676 Jan Hoebraecken

27 mei 1676 Heijltie Sijmons

17 juli 1676 Lijsbet Fijte

7 nov. 1676 Lijsbet Tielemans

6 jan. 1677 Marijke Eppenhoff weduwe van Jaques Terwen

[Zij trouwden in Zutphen kort vóór 10 juni 1645. (Kwartierstaat Schothorst (internet), kwartieren 2772/2773 sub a.)

ORA Dordrecht inv. 784, f. 16v: op 29 mrt. 1663 verkopen Govert de With, notaris te Dordrecht en Johannes Hellu, procureur te Dordrecht, als geautoriseerd door het Gerecht van Dordrecht, voor 1351 gl. contant aan Jaecques Terwe, koopman te Dordrecht, een azijnplaats en annexe woningen, die toebehoord hebben aan wijlen Eeuwout Schut, in zijn leven brouwer in “de Beer”, staande in de Raamstraat (belenders niet vermeld), komende achter tegen ’s herengracht, met nog vier woninkjes in het straatje, dat men noemt het Kousken, komende van achter aan voornoemde azijnplaats.

ONA Dordrecht inv. 368: inventaris van huisraad, meubels, inboedel, koopmanschappen, uitstaande schulden etc., welke zijn nagelaten door Maria Eppenhoff, in haar leven weduwe van Jaques Terwe, koopman te Dordrecht, op 16 mei 1677 opgemaakt door de Dordtse notaris Johan van der Hoop op verzoek van Jacob en Laurens Terwe, kooplieden te Dordrecht, als executeurs-testamentair van hun moeder, voornoemde Maria Eppenhoff.

Tot de boedel behoren o.a.:

– (op de grote kamer): een “kerstnacht” van Cuijp *,”een stucken fruijt door de Geus”, de conterfeitsels van wijlen Jacques Terwe en Maria Eppenhoff,

* Vermoedelijk een schilderij van Benjamin Cuijp, die meerdere schilderijen heeft gemaakt, die de Aanbidding door de Herders (of Aanbidding door de Drie Koningen) voorstellen.

– een zilveren penning, waarin afgebeeld staan Johan en Cornelis de Witt

– een dito met de afbeelding van Michiel de Ruijter

– een “vrede penninck van Munster”

– (in de keuken): een visser “gedaen” door Samuel van Hoogstraten.

ONA Dordrecht inv. 591, f. 289 e.v.: op 8 okt. 1696 compareert Laurens Terwe, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en in deze vervangende de overige kinderen en erfgenamen van wijlen Maria Eppenhoff, in haar leven weduwe van Jacques Terwe. Hij verklaart, dat de kinderen van Maria Eppenhoff toekwam een derde part ineen obligatie, staande op naam van Philips Coenraet graaf van Steinvort, verzekerd op zekere goederen en renten in Gelderland, gedateerd 24 aug. 1662 en inhoudende een somma van 3000 Rijksdaalders kapitaal, zoals blijkt uit de boedelinventaris van wijlen Johan Eppenhoff, gemaakt te Deventer op 25 jan. 1682. Comparant heeft het deel in genoemde obligatie, dat hem en zijn mede-erfgenamen toekwam, verkocht aan Barent Eppenhoffen verklaart daarvoor volledig betaald en voldaan te zijn.

ONA Dordrecht inv. 592, f. 399 e.v.: op 25 okt. 1697 compareren Johanna van der Heijden, weduwe van Jacobus Terwen, Jannetje Terwen, Anthonij de Vos, weduwnaar van Geertruijt Terwen, Johan Terwen, Hendrick Terwen en Cornelis Terwen, allen kinderen en erfgenamen, benevens Laurens Terwen, van wijlen Maria Eppenhoff, weduwe van Jacques Terwen. De comparanten “approberen” de verkoop door Laurens Terwen van een derde part bovengenoemde obligatie aan Barent Eppenhoff, aan wie eveneens een derde part in die obligatie toekomt.]

30 okt. 1677 Cathalijntie Oliviers

24 jan. 1678 Leendert van der Roer

25 april 1678 Trijntie Jans

14 mei 1678 Margrietie van Dorsten

15 mei 1678 Anneken Teunis

30 juli 1678 Geertruijt Jans Hoebraecken

11 aug. 1678 Margrietie de vrouw van Abram Verloven

8 okt. 1678 Marijke Doenen

18 okt. 1678 Sara Hengelaers vrouw van Jan Baltense

6 nov. 1678 Lijsbet Balen Matthijs

20 april 1679 Sara Hendrickx weduwe van Cornelis van Oosterwijck

[ORA Dordrecht inv. 795, f. 15 e.v.: op 19 april 1687 compareren voor schepenen van Dordrecht Pieter van Braght en Bartholomeus Tarsier, als testamentaire voogden over Tielman van Braght, minderjarige zoon van Tielman van Braght en Jannichie Cornelisdr. van Oosterwijck, tevens als executeurs-testamentair van Sara Hendricxs, weduwe van Cornelis Dircxsz. van Oosterwijck, en nog als procuratie hebbende van Griettie Hendricxs van Flittert, meerderjarige ongehuwde persoon, als eigenares voor de helft van het na te noemen huis, t.w. voor de ene helft van de helft in volle vrije eigendom en voor de wederhelft van de helft met last van fideïcommis, Aeltien van Braght, Anneke van Braght, echtgenote van Pieter van der Sluijs, tegenwoordig uitlandig zijnde, Cornelis van Braght en Sara van Braght, voor zichzelf en tevens vervangende Jan Jansz. Hol, als man van Lijntie van Braght, wonende te Amsterdam, samen meerderjarige kinderen van Tielman van Braght en Jannichie van Oosterwijck en allen erfgenamen van Sara Hendricxs en Cornelis Dircxsz. van Oosterwijck. De comparanten verkopen voor 2600 gl. aan Johan van Druijnen, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat omtrent de Pelserstraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Adam van Thiel en de brouwerij en het huis van Huijbert Panhuijs, genaamd “de Son”. Dekoperis met de verkopers overeengekomen, dat het huis een vrije doorgang zal hebben over de stadsgracht, uitkomende op de stadsvest “ofte walle”, door de twee huizen, die toebehoren aan de voornoemde erfgenamen. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 2100 gl.]

22 juli 1679 Jan Matthijsse Balen

30 aug. 1679 Maeijken Jans Visser

12 okt. 1679 Geertruijt Hoebraecken

16 nov. 1679 Stijntie de Bruijn

29 jan. 1680 Maeijken Santbergen

21 jan. 1680 [sic] Augestijn Hulstman

5 april 1680 Arijaentie Cornelis vrouw van Willem van Broeckhuijsen

3 mei 1680 Griettie Hecken weduwe van Warnaert Hecken

aug. 1680 Anneken van Groeninghen vrouw van Govert Maes

24 sept. 1680 Hendrik Fijtten

17 nov. 1680 Pieternelletie Joosten weduwe van Frederick Dircksz.

19 nov. 1680 Jan Pouwelsz. van Rinch

9 dec. 1680 Fijttie Leenderts weduwe Abraham Brandt

5 jan. 1681 Angeneesje Rees vrouw van Daeniël van Eijssenbroeck

10 jan. 1681 Hijlttie Seegers moeder van Seger Dircksz.

12 jan. 1681 Anneken Jans bedaegde doghtter

14 maart 1681 Marijcken van den Houtten vrouw van Hendrik Terwen

[Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 14 mrt. 1681: een baar voor de vrouw van Hendrik Terwe koopman bij de Vuilpoort.

Kwartierstaat Van Schothorst (internet), kwartieren 2772/2773 sub d: Hendrick Terwen, zoon van Jacques Terwen en Jannetje Cornelisdr., begraven Dordrecht (Grote Kerk) 11 mrt. 1704 (Hendrik Terwen, het huis met rouw behangen, zeven sleepmantels), trouwde 1e Utrecht 7 juli 1660 Maria Machielsdr. van den Houten, 2e Dordrecht 9 april 1684 Maria van de Graaff, gedoopt NG Dordrecht 22 febr. 1643, weduwe van Adriaen Braets, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 okt. 1702 (Maria van de Graaff vrouw van Hendrik Terwen, het huis met rouw behangen, zeven sleepmantels), dochter van Jacob (Bastiaensz.) van de Graeff en Elisabeth van Drunen

ORA Dordrecht inv. 784, f. 89: op 27 nov. 1663 verkoopt Jasper Thielmansz. Kels, bakker te Dordrecht, aan Hendrick Terwen, pondgaarder en burger van Dordrecht, een huis omtrent de Ruitenstraat, vanouds genaamd “de Kleine Oliemolen”, staande tussen het huis van Cornelis Terwe en het huis van de weduwe van … [sic] Saeijers, voor 3150 gl., gedeeltelijk betaald met contant geld en gedeeltelijk door het overnemen van een schuldbrief van 2600 gl. Waarborgen (voor verkoper): Thielman Jaspersz. Kels en Herman Thielmansz. Kels, burgers van Dordrecht.

14 aug. 1698: de burgemeesters en kerkmeesters van Dordrecht verkopen aan Maria van de Graef, echtgenote van Hendrick Terwe, koopman te Dordrecht, een graf in de Grote Kerk, met de oostzijde aan het graf van Goose Beerdts, aan de zuidzijde lege grond, aan de westzijde van Cornelis van Casteren en aan de noordzijde van Leendert de Voocht, lang 8 voet en breed 8 1/2 voet, met de muren, nevens een kleine ingang aan de oostzijde, genummerd D 8 en 9. Voorwaarde is, dat Maria van de Graef en haar erven eens in de 15 jaar het graf zullen laten openen en daarvoor zullen betalen de gerechtigheid, die daarop staat. Bij in gebreke blijven daarvan zal het graf weer vervallen aan de kerk. (Erfgoedcentrum DiEP, archief 125, inv. 301)

Uit het eerste huwelijk:

a. Susanna Terwen, geboren te Dordrechtnaar schatting ca. 1665, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Voorstraat bij de Pelserbrug (1688),begraven Dordrecht (Grote Kerk) 7 dec. 1757 (Zussanna Terwen, weduwe van Jacob Braats, laat kinderen na, met tien koetsen extra, de grote boete),trouwde NG Dordrecht 19 dec. 1688 (ondertrouw) Jacob Braets, gedoopt NG Dordrecht 10 nov. 1664,jongman van Dordrecht (1688), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 25 april 1705 (Jacob Braats, bij de Pelserbrug, het huis met rouw behangen, met 6 sleepmantels),zoon van Adriaan Braats en Maria van de Graaff.

Archief NH gemeente Dordrecht, inv. 9, f. 250, acta van de NG kerkenraaddd 24 mrt. 1689: “D. collega van Giffen [David Flud van Giffen, NG predikant te Dordrecht 1688-juni 1701] rapporteert dat Juffr. Susanna Terwe, huijsvrouw van Sr. Jacob Braats, van Menniste ouders en opvoedinge, nu een wijle onder sijne onderwijsinge geweest sijnde, soo verre is gevordert dat Sijn Edelheid geen swarigheijd maakt om deselve tot onse gemeijnschap naa voorgaande doop te admitteren. De Ed. Vergadering verheugt haar in de sielwinninge en authoriseert sijn Edelheid om aan deselve attestatie te geven, waardoor sij tot den Christelijcken doop daar ’t haar gelieven salmogen toegelaten en vervolgens in onse gemeijnschap ingelijft werden.”

ONA Dordrecht inv. 739, akte 28, f. 79 e.v.: op 18 mrt. 1711 comp. voor notaris Huijbert van Wetten Susanna Terwe, weduwe van Jacob Braats, koopman te Dordrecht en Johan van Wetten, als echtgenoot van Elisabeth van de Graaff, erfgenamen van wijlen Huijbert en Jan van de Graaff. Zij verlenen procuratie ad lites aan Abraham Oulrij, procureur voor de respectieve Hoven van Justitie van Holland, om voor hen waar te nemen zodanig proces als zij benevens Goverd Braats en Hendrick de Ruijter “saemen sijn procederende voor den Hogen Rade te sustineren” contra Cornelia Hendricks, weduwe van Jan Janse, in zijn leven schipper te Vlissingen, van wie zij beweert enige erfgenaam te zijn.

ONA Dordrecht inv. 690, akte 149, f. 682 e.v.: op 18 dec. 1728 comp. voor notaris B .van Gelsdorp Susanna Terwe, weduwe van Jacob Braats, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan de NG diaconie-armen van Dordrecht een bedrag van 500 gl. Aan haar oudste zoon, Adriaen Braats, legateert zij het huis, waarin zij woont, genaamd “den Gulden Os”, alsmede de behangsels die bij haar overlijden daarin bevonden zullen worden. Aan haar jongste zoon, mr. Hendrik Braats,legateert zij een woning, genaamd “Groenhoven”, bestaande uit een heren- en een tuinmanswoning met ongeveer 40 morgen land, mitsgaders de bomen aan de wegen en de dijk, alsmede dezich in die woning bevindendemeubels en andere goederen, benevenseen boerenhuis, schuur en keten, alle staande in Wieldrecht, naast voornoemde woning. (Boerenhuis, schuur en keten zijn verhuurd aan een zekere Willem Block.) “Endealsoo sij vrouwe testatrice met het overlijden van haaren man zaliger goet gedagt heeft haare negotie te doen gaan op de naam van deWeduwe Jacob Braats en Soon, oock de processen die sij vrouwe testatrice genootsaackt is, soo in Hollant als in Brabant, te moeten voeren en uijtstaande heeft, soo verclaarde de vrouwe testatrice dat alle die negotie en processen geensints hebben geconcerneert oft concerneren den gemelten haren soon, maar dat alle de voor ofte nadelen die uijt de voorsz. negotie en processen sijn voortgecomen en die nogh te waghten staan ofte betaalt souden moeten werden alle privativelijck sijn voor reeckening van haar vrouwe testatrice.” Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar zoons Adriaen en Hendrick Braats “ende bij soo verre een van haare twee sonen oft haar erfgenamen moghte sustineren dat sij met de taghtigh duijsent guldens en den uijtset die sij vrouwe testatrice soo voor vaderlijcke erfenisse als uijtset ten tijden van haar trouwen van haare twee soonen heeft gegeven niet vergenoeght noghte voldaan moghte sijn, en dieswegens eenige pretensiën moghte formeren, verclaarde de vrouwe testatrice dat soodanigen sustenue sal moeten werden tegen gegaan, en ’t geene (buijten vermoede) de soodanige moghte werden toegewesen, uijt sijn erfportie ’t geene deselve van haar vrouwe testatrice boven sijn legitime portie sal komen te erven sal moeten gerestitueert werden.” Zij sluit de Weeskamer te Dordrecht uit van haar nalatenschap. Testatrice tekent met haar naam.

(“Groenhoven”, een niet meer bestaand buiten aan de Kilweg in Wieldrecht, was in 1764 eigendom van J.A. Braets. Plattegrond van “Groenhoven” in W. van Wijk e.a., Dordt in de kaart gekeken [Zwolle/Dordrecht 1995], p. 137-138.)

Huis “de Gulden Os” (rechts naast de ingang van de bibliotheek) aan de Groenmarkt.

ONA Dordrecht inv. 804, f. 245: op 1 okt. 1729 verleent Susanna Terwe, weduwe van Jacob Braats, wonende te Dordrecht, procuratie aan Abraham Targier, wonende te Dordrecht, om aan Anthonius Kisselius, predikant van de Lutherse gemeente te Dordrecht, te transporteren de helft van een huis achter op het Bagijnhof, staande op de hoek van de brug, tussen de brug aan de ene zijde en het huis van Jan van de Lint meester-huistimmerman aan de andere zijde.

ORA Dordrecht inv. 817, f. 205 e.v.: op 28 sept. 1734 verkoopt Huijbert van Wetten, notaris te Dordrecht, als procuratie hebbende van mr. Hugo Eelbo, regerend burgemeester van Dordrecht, Adriaen Braats Jacobsz., heer van Geervliet, Simonshaven en Biert en lid van de Oudraad te Dordrecht en mr. Hendrik Braats, heer van Spijkenisse, Brabant, Hekelingen en Vriesland en schepen in wette te Dordrecht, als executeurs van het testament van Adriaen Braats, overleden te Dordrecht, volgens procuratie gepasseerd voor notaris P. van Well te Dordrecht op 7 sept. 1734, aan Susanna Terwen, weduwe van Jacob Braats, wonende te Dordrecht, een huis in de Grotekerksbuurt, staande tussen het huis van Herbert van der Meijden, predikant te Capelle a/d IJssel en het huis van de erfgenamen van Gerard Maurits, voor 481 gl. en 15 st.

Kinderen(allen NG gedoopt te Dordrecht):

a-1. Adriaen Braets Jacobsz., 18 sept. 1689,jongman van Dordrecht (1718), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 8/22 mei 1718 (de bruidegom geasssisteerd met zijn moeder Susanna Terwe, weduwe van Jacob Braets, de bruid met Bartholomeus van den Santheuvel, schepen en lid van de Oudraad te Dordrecht en Hendrica Stoop, haar vader en moeder) Catharina Johanna van den Santheuvel, jonge dochter van Dordrecht (1718)

a-2. Maria Braats, 14 nov. 1694, jong overleden

a-3. Hendrik Braats, 14 juni 1702, jongman van Dordrecht trouwde gerecht/NG Dordrecht 13 okt./3 nov. 1728 (de bruidegom geassisteerd met zijn moederSusanna Terwen weduwe van Jacob Braats en zijn broer Adriaen Braats, de bruid met Hugo Eelbo en Rosetta Oudeman, haar vader en moeder)Margareta Eelbo, gedoopt NG Dordrecht 13 okt. 1704, jonge dochter van Dordrecht (1728), dochter van Hugo Eelbo en Rosetta Oudeman(s)]

28 mei 1681 Cornelis Fransz. van Dorstten

29 mei 1681 Trijnttie Barents weduwe van Sijmon Gerritsz.

8 sept. 1681 Susanneken Targier vrouw van Joost Prick

6 okt. 1681 Antonij Terwen diaken dienaar

[Anthonij Terwen, geboren naar schatting ca. 1630, zoon van Jaques Terwen en Jannetje Cornelisdr. (zie Doopsgezinde Huwelijken Dordrechtbij 1614), trouwde Utrecht (schepenen) 10 mrt. 1661 Sara van de Poel (Kwartierstaat Schothorst [internet], kwartieren 1386 en 1387).

ONA Dordrecht inv. 633, f. 42 e.v.: op 26 mei 1707 testeert Sara van de Poel, weduwe van Anthonij Terwen, wonende te Dordrecht, gezond van lichaam en geest. Zij legateert aan haar ongehuwde dochters Anna, Barbera en Sara Terwen elk een somma van 1400 gl., welke haar getrouwde kinderenreeds hebben gekregen “en in cas imande haar testatrices voorsz. dogters soude willen imputeren ofte affvorderen voldoeninge van de alimentatie die hare voorsz. drie dogters sedert hare meerderjarigheijt soude genoten hebben, ’t welcke hare meijninge, begeerte nogte intentie in geen manieren niet en is, soo verclaert de testatrice de voorn. alimentatie ende verder en andersints ja selfs tot haren overlijden toe de opgemelte hare drie dogters bij dese te remitteren in recompense van de diensten haer huijshouden en andersints gedaen, gelijk de testatrice insgelijks is doende aen de dogter van Abraham Targier en Geertruijd Terwen die al eenigen tijde ten haren huijse heeft gewoont.” Testatrice wil, dat haar drie ongehuwde dochters hun leven lang gedurende het bezit en vrije gebruik zullen hebben van haar tuin, gelegen buiten Dordrecht in het Meepaadje, zonder daarvoor iets temoeten betalenof in haar boedel in te brengen, evenwel op voorwaarde, dat zij de tuin goed zullen onderhouden, de gewone en buitengewone lasten daarvan zullen betalen en dat degene, die zal gaan trouwen, daarmee het recht op het bezit en gebruik van de tuin zal verliezen. Zij legateert voorts aan haar genoemde dochters een obligatie van 3200 gl. ten laste van Gelijn Clood en diens vrouw met de daarop verlopen interest. Aan haar dochter Anna legateert zij de jaarlijkse interest van een kapitale somma van 2000 gl. en na het overlijden van Anna aan haar testatrices behoeftige, na te laten kinderen of nakomelingen, totdat de laatste van haar kinderen zal zijn overleden. De eigendom van die 2000 gl. zal daarnatoevallen aan haar kleinkinderen, dochin staken en niet per hoofd. Aan haar dochter Sara legateert zijn haar beste bed, de gordijnen voor de bedstee, de rabatten voor de bedstee en voor de schoorsteen en een stuk goud, waarop “de slag van Vlaenderen” staat. Haar kleren laat zij na aan haar vijf dochters Anna, Janneken, Barbera, Geertruijd en Sara Terwen. Aan haar kleinkinderen, die de voornaam Anthonij of Sara dragen, vermaakt zij een bedrag van 100 gl. Tot universele erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar zoon Pieter Terwen, haardochter Anna Terwen, haar dochter Janneken Terwen, echtgenote van Joan Copijn, haar dochter Barbera Terwen, haar dochter Sara Terwen en de kinderen van Geertruijd Terwen, bij haar verwekt door Abraham Targier. Haar zoon Jacobus Terwen benoemt zij tot haar mede-erfgenaam in de “blote” legitieme portie, waarop hemzal worden aangerekend al hetgeen hij reeds van haar heeft gekregen. Doch indien hij “sig komt te gedragen in alle moderaetheijt en sonder eenige de alderminste oppositie ofte quaetaerdigheijt door middelen van regten off daer buijten tegens de executeurs van desen testamente en voogden over de minderjarige”, stelt zij hem aan tot erfgenaam in een zevende part van haar na te laten goederen. Aan haar dochter Geertruijd Terwen en haar man Abraham Targier legateert zij de opbrengsten, hun leven langgedurende, vande goederen, diehun kinderen van haar zullen erven. Tot executeurs-testamentair stelt zij aan haar zoon Pieter Terwen, haar schoonzoon Joan Copijn en haar dochter Barbera Terwen en tot voogden Pieter Terwen en Joan Copijn. Zij tekent met haar naam.

Kinderen(volgorde willekeurig):

a. Jacobus Terwen, geboren naar schatting ca. 1665,overleden Dordrecht 13 sept. 1729,trouwde 1e Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 19 aug. 1688 (ondertrouw)Sara Charels jonge dochter van Haarlem (1688), dochter van NN Charels en Jannetien van Steenkisten (ONA Dordrecht inv. 564, testament dd 28 sept. 1691),2e Gerecht Dordrecht (onderscheiden gezindten) 2 juli 1711 (ondertrouw)Catharina van der Velden jonge dochter (1711)

Kind ex 1 :

a-1. Johanna Terwen, overleden na 1720

Kinderen ex 2:

a-2. Anthonij Terwen, geboren ca. 1714

a-3. Catharina Terwen. geboren ca. 1716

a-4. Jacobus Terwen, geboren ca. 1718

b. Pieter Terwen, geboren naar schatting ca. 1675, jongman won. te Middelburg in Zeeland (1695), begravenDordrecht (Grote Kerk) 23 mrt. 1767, trouwde Rotterdam (stadstrouwboek) 16 mrt./10 april 1695 Jacomina de Ruijter (de Riegter), jonge dochter won. te Rotterdam (1695), begraven ald. 10 febr. 1739 (Jacomina de Riegter, huisvrouw van Pieter Terwen, won. Wijnhaven bij de Posthoornsteeg,Grote Kerk, eigen kelder), dochter van Job de Ruijter en Elisabeth IJssenbroek (Kwartierstaat Schothorst [internet], kwartieren 1386/1387 sub l)

Begraafboek Rotterdam 22 mrt. 1767: Pieter Terwen, weduwnaar van Jacomijna de Ruijter, laat na 1 minderjarige erfgenaam en 5 meerderjarige erfgenamen, won. Wijnhaven bij de Duivelssteeg, vervoerd naar Dordrecht, in de kerk.

Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 23 mrt. 1767: Pieter Terwen, van Rotterdam, alhier bijgezet, met flambouwen boven het getal, ’s avonds om 9.30 u., laat kinderen na, stil begraven.

Kind:

b-1. Anthonij Terwen, koopman te Rotterdam (vermeld 1729)

c. Geertruijd Terwen Anthonisdr., trouwde Doopsgezind Dordrecht 5 juni 1678 Abraham Targier

d. Janneken Terwen, trouwde 1e Doopsgezind Dordrecht 23 mrt. 1681 Seger Dirksz. de Pot, overleden Dordrecht 4 sept. 1686,2e Doopsgezind Dordrecht 3 sept. 1690 Jan Copijn

Kind:

d-1. Sara Kopijn, trouwde Paulus van Thiel

ONA Dordrecht inv. 804, f. 215 e.v., akte dd 7 sept. 1729: voorwaarden, waarop Susanna Terwe ,weduwe van Jacob Braats, Anna en Berbera Terwe en Sara Kopijn, weduwe van Paulus van Thiel endochter en erfgename van wijlen Jannetje Terwe, weduwe van Johan Kopijn, op 7 sept. 1729 willen verkopen een huis op het Bagijnhof naast de brug, staande tussen de stadsgracht en het huis van Jan van de Lint. (Het huis is verkocht aan Anthonius Kisselius, Luthers predikant te Dordrecht.)

e. Sara Terwen, ongehuwd

f. Barbera Terwen, ongehuwd

ONA Dordrecht inv. 804, f. 209 e.v.: op 16 aug. 1729 verlenen Anna en Berbera Terwen, wonende te Dordrecht, procuratie aan hun broer Pieter Terwen, diens zoon Anthonij Terwen, kooplieden te Rotterdam en aan hun neven Abraham en Bartholomeus Targier, wonende te Dordrecht, om hun goederen te beheren, hun huizen te verhuren of te verkopen, de huur- of kooppenningen daarvan te ontvangen, etc.

g. Anna Terwen, ongehuwd, overleden 27 jan. 1731 (ORA Dordrecht inv. 111, f. 120 e.v., rekest dd 26 jan. 1734)]

3 febr. 1682 Willem van BroeckhuijsenLieve Oudste

4 febr. 1682 Maeijcke Joris vrouw van Jelis Lodewijckse

25 febr. 1682 Govert Maes

13 mei 1682 Hillighie Joris jonge dochter

17 juni 1682 Joris Willemse

23 aug. 1682 Jan Hutte

okt. 1682 Jenneke van Langeriet weduwe van Pieter Vereijt, overleden te Rotterdam

27 dec. 1682 Margrietie vrouw van Claes de Meijer

24 jan. 1683 Janneken van Oosterwijck weduwe van Tieleman van Braght

[Begraafboek Grote Kerk Dordrecht 25 jan. 1683: een baar in de Oude Breestraat voor Janneken Cornelisdr., de weduwe van Thieleman Jansz. van Bracht]

29 mei1683 Heijltie Jacobs weduwe

13 juni 1683 Geertruij van Steijn vrouw van Joost Cornelisse

9 maart 1684 Gijsbert Rees diaken dienaar

1684 [zonder datum] Fijke Rutten, in Middelburg in Zeeland

[DTB Dordrecht nr. 78 (kerkboek van de Doopsgezinde gemeente), f. 172: “1660: Maerte Jan Huitten ende Fijcke Rutten sijn hier den 28 maert 1660 vande broederen verstaen dat men met sijn broederschap ende haer susterschap niet tevreden en is, omdat beide een buiten trou [huwelijk buiten de Doopsgezinde gemeente] gedaen hadden ende is haer de kristelijcke gemeenschap opgeseit“]

29 sept. 1684 Pieter van Dijck

29 dec. 1684 Elisabet Hendrikz. vrouw van Matthis Balen

21 febr. 1685 Matthijs van Beck

24 juni 1685 Cornelia Cornelisz. Anvers jonge dochter

27 aug. 1685 Lijsbeth van Dorsten jonge dochter

okt. 1685 Lijsbet Balen weduwe Vermaerse

17 maart 1686 Lijsbeth Balen vrouw van Geerit Hulsman

9 mei 1686 Johannes Cools

8 juni 1686 Susanneken van Horen weduwe van Francois Terwen

[Weeskamer Dordrecht inv. 28, f. 95v: extract van het testament van Susanna van Hoorn, weduwe van Francois Terwen, burgeres van Dordrecht, op 28 juni 1677 gepasseerd voor notaris J. Hellu te Dordrecht, gecollationeerd op 3 sept. 1686.

ONA Dordrecht inv. 341 (geen folionummers): op 28 juni 1677 compareert voor notaris J. Hellu Susanna van Hoorn, weduwe van Franchois Terwe, burgeres van Dordrecht. Zij herroept eerdere testamenten, codicillen etc. Aangezien haar zoon Jeronimus Terwe nog onmondig is, wil zij dat terstond na haar overlijden voor hem “veniam aetatis” wordt verzocht, opdat hij zonder bemoeienis van anderen handel kan drijven. Tot erfgenamen benoemt zij haar vier kinderen, bij haar verwekt door Franchois Terwen. Zij legateert aan haar zoon Jeronimus haar twijnmolens, alsmede de schalen, kisten engewichten en al hetgeen tot de twijnderij behoort. Aan de Armen van de Doopsgezinde gemeente van Dordrecht legateert zij 400 gl. Aangezien haar oudste dochter [Levijna Terwe, trouwde in 1676 met Lodewijck Terwen] bij haar huwelijk een “behoorlijke” uitzet heeft gekregen, wil zij, dat haar overige kinderen elk uit haar boedel een somma van 1600 gl. zullen ontvangen. Zij benoemt tot voogden haar broer Willem van Hoorn en haar zwager Johannes Terwen. Comparante tekent met haar naam.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 60v e.v.: op 26juli 1695 verkoopt Jeronimus Terwe, koopman te Dordrecht, alszoon en mede-erfgenaam van Susanna van Hoorn, weduwe van Francois Terwe, tevens vervangende de overige erfgenamen van zijn moeder,voor 3000 gl. aan Geleijn Cloot, koopman te Dordrecht, twee naast elkaar staande huizen in de Oude Breestraat, staande tussen de Doopsgezinde Kerk en het huis van de erfgenamen van Tielman van Bragt. De koper is schuldig aan verkopers een somma van 2000 gl.]

4 sept. 1686 Seger Dirkz. de Pot Dienaar in het Woord van deze gemeente en Oudste

24 dec. 1686 Anneken van der Sluis jonge dochter

28 dec. 1686 Maeijken Kollaers vrouw van A. Teggers

[Begraafboek Dordrecht (Grote Kerk) 28 dec. 1686: een baar over de Beurs voor Maria Jans de vrouw van Aert Teggers, pachter van de gemenelandsmiddelen]

26 jan. 1687 Arien van der Sluijs

17 febr. 1687 Jacob Woutersz. onder Barendrecht aan de Noldijk

21 maart 1687 Sibert Backx

3 mei 1687 Josija de Joos

4 juni 1687 Leendert Brand

29 sept. 1687 Jan Adriaensen van der Veer

okt. 1687 Johanna Mels

7 dec. 1687 Lijsbet van der Sluijs vrouw van Tieleman Joris van Terneij

2 april 1688 Marijke Vermaers de vrouw van Cornelis Joosten

[Begraafboek Dordrecht (Grote Kerk) 2 april 1688: een baar op de hoek van de Botgenssteiger voor de vrouw van Cornelis Jooste “tinneger” [tinnegieter], pondgraf]

17 april 1688 Aelewijn van Vollenhoven

20 mei 1688 Pieter van Braght jongman

22 mei 1688 Aeltie van Braght jonge dochter

2 juli 1688 Dingenom Pietters weduwe

17 sept. 1688 Geertruij Erassemis weduwe van Gijsbert Rees

nov. 1688 Cornelia Rees jonge dochter

13 febr. 1689 Adriaen Duijsser jongman

1689 [zonder datum] Margrietie van Dorsten jonge dochter

1689 [zonder datum] Jacobus Terwen Jacusz. diaken

[Begraafboek Dordrecht (Grote Kerk) 13 sept. 1689: een baar voor Jacobus Terwe kruidenier bij de Kleine Spuistraat]

1689 [zonder datum] Neeltie Schooff jonge dochter

[Begraafboek Dordrecht(Grote Kerk) 7 dec. 1689: een baar voor de dochter van Abram Schooff viskoper “voor het Bagijnhof“]

[Het dodenregister breekt hier abrupt af. In 1729 is blijkbaar een poging gedaan om de registratie te hervatten, maar na een paar inschrijvingen is men daarmee weergestopt.]

14 mei 1729 Tanneke Targiers weduwe van Zalomon Bosschasij

[ONA Dordrecht inv. 638, akte 68: op 21 mei 1699 comp. Bartholomeus Targier, Salomon Bosgasie, als echtgenoot van Tanneken Targier, Sara Targier, laatst weduwe van Tieleman van Terneij, Catharina Targier, ongehuwd en Joachum Targier, broers en zusters, wonende te Dordrecht. Zij verklaren samen schuldig te zijn aan Adriana Claas, wonende te Dordrecht, eenbedrag van 300 gl., spruitende ter zake vanen in mindering van een somma van 2000 gl., welke Abraham Targier aan Adriana Claas schuldig is uit hoofde van een schepenenschuldbrief dd 23 jan. 1691, verzekerd op een huis genaamd “de zeeperij van den Hamer”, waarvoor comparanten elk persoonlijk ook aansprakelijk zijnkrachtens een gepasseerde borgtocht. Akte door comparanten ondertekend.

ONA Dordrecht inv.804, f. 194 e.v.: op 4 aug. 1729 testeert voor notaris A. Cant Abraham Bosschagie, grutter en burger van Dordrecht.Hij legateert aan zijn neefIJsaacq Targier, wonende te Amsterdam, zijn zakhorloge, aan zijn neven Bartholomeus en Jacobus Targier, wonende te Dordrecht, zijn kleren en boeken, aande kinderen van zijn oom zaliger, Abraham Targier, die bij zijn overlijden nog ongehuwd zullen zijn, zijn meubelen, huisraad en inboedel en aan zijn nicht Annetje van der Fles, wonende te Haarlem, een bedrag van 150 gl. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij de kinderen van zijn oom Abraham Targier voor de ene helft en zijn nichtElisabeth van Gent of bij vooroverlijden haar moeder Sara Targier, laatst weduwe van Thieleman van Terneij, voor de wederhelft. Tot executeurs-testamentair en voogden stelt hij aan zijn neven Abraham, Bartholomeus en Jacobus Targier, wonende te Dordrecht. Hij secludeert de weeskamer en tekent met zijn naam.]

10 aug. 1729 Levijna Terwe weduwe van Lodewijck Terwe

13 sept. 1729 Jacobus Terwe Anthoniszoon

Appendix.

Overlijdensdata van Doopsgezinde Dordtenaren uit andere bronnen.

12 mrt. 1693 een baar voor Jakomijntie van Steenkisten weduwe van Jacobus [moet zijn: Leendert] van Steijn (Begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

[ONA Dordrecht inv. 564: op 28 sept. 1691 testeert Jacomijna van Steenkiste, weduwe van Leendert van Steijn, koopvrouw te Dordrecht. Zij legateert aan de Doopsgezinde Armen te Zierikzee 300 gl., aan het weeshuis aldaar 50 gl., aan de Nederduits Gereformeerde Armen van Dordrecht 50 gl. en aan het weeshuis aldaar 50 gl. Zij maakt aan de kinderen van Joost Cornelisz. Anvers, door hem verwekt bij Geertruijt van Steijn, de zuster van haar man zaliger, m.n. Maritien, Cornelis en Leendert Anvers, samen een somma van 1000 gl., aan dezelfde Leendert Anvers nog een somma van 500 gl. en aan Willemijntien van Steijn, zuster van haar overleden man, 800 gl., met dien verstande, dat Willemijntien en haar man Dirck Jansz. van der Parre, hun leven lang van die 800 gl. niet anders zullen krijgen dan het vruchtgebruik en de eigendom daarvan na hun overlijden zal toekomen aan de kinderen van Willemijntien. Aan Anthonij van Steijn, haar zwager, legateert testatrice 1000 gl., aan de kinderen van Anthonij Timmerman, haar oom zaliger, samen 250 gl., aan Anneken Hulstman, weduwe van Leendert Brant, 100 gl., aan Levijntien Willemsz, de nicht van haar man zaliger, 100 gl. enaan haar neef Jacobus van Steenkisten 8000 gl., aan wie zij ook de optie geeft om het huis, waarin zij woont, genaamd “de Burgt”, na haar overlijdente aanvaarden voor een somma van 2800 gl., haar tuin in het Bonenpaadje voor 800 gl. en zoveel van haar koopmanschappen als het hem believen zal en dat tegen inkoopsprijs. Als erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij Lijsbeth Sarels, vrouw van Anthonij de Vos, Jacobmijntje Sarels, vrouw van Jonas Loffvanger, Sara Sarels, vrouw van Jacobus Terwen Anthonijsz. en Jacobus Sarels, kinderen van Jannetien van Steenkiste, haar zuster en Jacobus van Steenkiste, zoon van haar overleden broer Cornelis van Steenkiste, op voorwaarde dat voornoemde erfgenamen aan Abraham Sarels, hun neef resp. broer, die naar Oost-Indië is gegaan en wie testatrice niet weet of hij nog leeft, bij zijn terugkomst een bedrag van 1000 gl. zullen uitreiken. Bovendien is als voorwaarde gesteld, dat Jacobus van Steenkiste aan Bartholomeus van Steenkiste, die eveneens in Oost-Indië verblijft, een bedrag van 25 gl. uitkeren. Aangaande de erfportie van Jacobus Sarels wenst testatrice, dat na na haar overlijden haar boedel zal zijn ontslagen van de alimentatie van Jacobus, welke zij heeft aangenomen te betalen tot zijn 25e jaar. Wat haar huisraad en inboedel betreft, wenst zij dat die door haar erfgenamen zal worden verdeeld of onder elkaar verkocht en het slechtste daaruit aan arme lieden zal worden uitgedeeld. Aan Joost Cornelisz. Anvers, haar zwager, geeft zij de optie om haar huis, genaamd “den Tinbergh”, welk huis door hem wordt bewoond, te aanvaarden voor een somma van 2500 gl. Maar indien hij dat weigert laat zij het huis na aan Sara Sarels, aan wie het dan voor 2500 gl. op haar erfportie zal worden aangerekend. Tot voogden stelt zij aan haar zwager Anthonij van Steijn, Jacobus Terwen en Cornelis van Bragt en als executeurs van haar testament stelt zij aan Anthonij van Steijn, Jacobus Terwen en Jacobus van Steenkiste.

ONA Dordrecht inv. 566, codicil dd 18 febr. 1693: Jacomijna van Steenkiste, ziek zijnde, bevestigt haar testament gepasseerd op 28 sept. 1691, voor zover niet strijdig met het onderstaande. Zij herroept de clausule van fideïcommis betreffende Elisabeth Sarels, de vrouw van Anthonij de Vos, zodat Elisabeth met de door haar te erven goederen kan handelen naar believen. Zij legateert aan Susanna de Bruijn, weduwe van Jan Prick, wegens de door haar tijdens testatrices ziekte bewezen diensten, een bedrag van 150 gl. en aan Margaritie Bosselaars, om dezlfde reden, een bedrag van 200 gl. en “middelmatige” rouwkleren, aan Joost Cornelisz. Anvers 300 gl., aan de Doopsgezinden Armen te Dordrecht 100 gl. “ter dispositie van haar testatrices neeff Jacobus Terwe” en aan Anthonij van Steijn, voor de door hem te verrichten moeite als executeur-testamentair, een somma van 200 gl. Voorts maakt zij aan Ouwe Josijntie en haar man 25 gl., aan Geertie in de Raamstraat 25 gl., aan Anna Klaas 25 gl., aan Marij Koeleweij 15 gl., aan Christijn, Geerties dochter, 20 gl., aan Marij Moorja 15 gl., aan Lijsbeth Jans op de Hoge Nieuwstraat 10 gl., aan Jannetie in de Botgensstraat 15 gl., aan Lijsbeth Bosselaan 25 gl. enaan Catharijn Manuel 25 gl.

ORA Dordrecht inv. 799, f. 31v e.v.: op 7 mei 1695 verkopen Jacob Terwe en Jacobus van Steenkiste, kooplieden te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Jacomina van Steenkisten, weduwe van Leendert van Steijn, koopman te Dordrecht, voor 255 gl. aan Anna van Abcoude, weduwe van Sebastiaan Mutsert, schilder en burger van Dordrecht, een huis achter de Lutherse Kerk [de Lutherse gemeente te Dordrechtgebruikte sedert1690 als kerkde Blindeliedengasthuiskapel in de Vriesestraat, op de hoek van de Blindeliedengasthuissteeg],staande tussen het huis van de weduwe Lemkes en dat van Johannes van der Lee. De koopster is schuldig aan Agnees van Kuijkhoven, “bejaarde dogter”, een bedrag van 200 gl., verbindende het voornoemde huis. In margine: op 31 aug. 1707 toont J. van Bijwaart, notaris te Dordrecht, de originele brief met de kwitantie op de rug daarvan, die, naar hij verklaart, geschreven en ondertekend is door Agnees van Kuijkhoven, en waaruit blijkt, dat de schuld volledig is voldaan.]

30 juni 1693: een zwarte baar voor Cornelis Terewe [Terwen] (Begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

4 juni 1693: een zwarte baar voor Jeronimus Terwen twijnder tegenover de “Karemestijger” (Begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

[ONA Dordrecht inv. 593, akte 89: op 21 april 1693 testeren Jeronimus Terwe Abrahamsz. en zijn vrouw Maria van deRijp, burgers van Dordrecht, hij “sieckelijk aen de koorts gaende” en zij gezond. Zij herroepen de huwelijkse voorwaarden, gepasseerd voor notaris Leonard van Asperen te Haarlem op 20 mrt. 1685 en benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd. De langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen bij mondigheid of eerder huwelijk “voor haer allen” een somma van 6000 gl. uit te reiken. Testateuren tekenen met hun naam.]

18 aug. 1696 overleden Margarita Balen, weduwe van Abraham Terwen [zie hun zerk, hierboven bij 10 febr. 1674]

24 mrt. 1704 begraven Abraham Verlooven kruidenier bij de Kolfstraat (Begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

15 mei 1709 begravenAbram Tresier Mennonite vermaender woont op de Groenmarkt (Begraafboek Grote KerkDordrecht)

15 mrt. 1712 begraven Susannade Bruijn weduwe van Jan Joosten Prick in de Oude Breestraat (Begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

[ORA Dordrecht inv. 784, f. 157; op 23 okt. 1664 compareert Jan Joosten Prick, viskoper te Dordrecht, zoon en enige erfgenaam van wijlen Maeijken Willemsdr., weduwe van Joost Lambertsz.. Hij is schuldig aan Johan de Jong en Johan [familienaam onleesbaar], als voogden van de nagelaten weeskinderen van Isaac Nachtegael, een bedrag van 800 gl., daarvoor verbindende een huis in de Oude Breestraat, staande tussen het huis van Willem de Ruijter en dat van Frans Jansz. van Hemert metselaar. In margine: compareren Dirck van Noij, als erfgenaam van zijn overleden vrouw Anna Nachtegael en Willem Nachtegael, samen kinderen van wijlen Isaac Nachtegael en verklaren volledig te zijn voldaan van voornoemde schuld. Schuldbrief derhalve geroyeerd op 29 aug. 1679.

ONA Dordrecht inv. 629, akte 82: op 1 sept. 1701 testeert Susanna de Bruijn, weduwe van Jan Joosten Prick, viskoper te Dordrecht. Zij legateert aan haar zoon Joost Prick een somma van 50 gl., “bij de testatrice gemaekt van een vercoft horologie” en een daarbij horende gouden ketting. Aan Susanna Verlove, dochter van haar dochter Maeijcke Prick, legateert zij een lijfrentebrief op het Sticht van Utrecht ten lijve van Susanna Verlove, haar grootste bed met toebehoren en enige andere goederen. Aan Frans Jansz., die tegenwoordig bij haar zoon Joost Prick werkt, legateert zijeen bedrag van 50 gl. en aan Soetie Schoor, vrouw van Claes Clavan en Catharina Willems, haar nichten, elk een somma van 25 gl.Tot erfgenamen van al haar overige goederen benoemt zij Joost Prick voor de eerste staak, haar dochter Francina Prick, weduwe van Aert van Bemmel, korenmeter te Dordrecht, voor de tweede staak en de kinderen van haar dochter Maeijcke Prick, bij haar verwekt door Abraham Verlove, voor de derde staak.Het vruchtgebruik vandoor laatstgenoemden te erven goederen zal komen aan testatrices dochter Maijcke Prick. Zij wenst, dat haar zoon Joost op zijn erfdeel zal aanvaarden het huis, waarin zij woont, voor een bedrag van 900 gl. en dat haar dochter Francina het huis, waarin haar zoon Joost Prick woont, genaamd “de Rosmolen”,op haar erfdeel zal aanvaarden voor een somma van 1400 gl. Als iemand van haar erfgenamen zich zal verzetten tegen bovengenoemde bepalingen, zal hij of zij een boete verbeuren van 400 gl., waarvan de ene helft uitgekeerd moet worden aan de huisarmen van de NG gemeente te Dordrecht en de andere helft aan de diaconie-armen van de Doopsgezinde gemeente aldaar. Tot voogden benoemt zij haar zoon Joost Prick en haar schoonzoon Abraham Verlove. Zij tekent met haar naam.]

17 mei 1719 overleden Janneken Terwen (ONA Dordrecht inv. 509, akte dd 26 mei 1719)

[Zij was een dochter van Jacques Terwen en Maria Eppenhoff (zie hierboven bij 6 jan. 1677).

Begraven Dordrecht (Grote Kerk) 23 mei 1719: Johanna Terwe, woont in het Steegoversloot, twee koetsen boven de ordinaire, de eerste boete verbeurd.

ONA Dordrecht inv. 504 (geen folionrs.): op 26 mrt. 1709 compareert Jannetie Terwen, meerderjarige ongehuwde dochter, wonende te Dordrecht. Zij benoemt tot haar universele erfgenamen Goris Terwen en Jacobus Terwen, gebroeders, zoons van haar broer Jacobus Terwen zaliger en Maria Terwen, dochter van haar broer Hendrick Terwen zaliger, ieder voor een derde part, op voorwaarde, dat zij ieder 1/3 part daarvan zullen afstaan aan haartestatrices broerdoctor Johannes Terwen, zoals door wijlen Cornelis Terwen en door testatrice is beloofd in het contract, dat zij hebben gemaakt in het jaar 1706 ten overstaan van notaris E. Venloo te Dordrecht en op voorwaarde bovendien, dat van haar nalatenschap door de executeurs-testamentair een bedrag van 2000 gl. zal worden belegd in obligaties ten laste van het gemeneland om gedurende het leven van haar broer Johannes te dienen tot zijn jaarlijks inkomen. Haar nicht Maria Terwen zal tevens mogen “naderen” al haar testatrices kleren, van linnen en wol, haar gouden en zilveren lijfsieraden enhaar beste bed en vier beste kussen, mits zij zal goedkeuren de boedelscheiding van de goederen, die zijn nagelaten door Laurens Terwen. Testatrice legateert voorts aan Goris en Jacobus Terwen een somma van 1000 gl. en aan de Armen van de Doopsgezinde gemeente in Dordrecht, “staende onder de prediking van Dr. Cornelis van Bragt” een somma van 300 gl. Aan Johanna van der Heijde, weduwe van Jacobus Terwen legateert zij een zilveren schenkbord en aan Adriaentie de waster een bedrag van 100 gl. Tot voogden en executeurs-testamentair benoemt zij haar neven Lodewijk Terwen en Jeronimus Terwen, kooplieden te Dordrecht en bij vooroverlijden van Lodewijk zijn oudste zoon Francois Terwen.

ONA Dordrecht inv. 506 (geen folionrs.): op 5 febr. 1714 comp. Jannetje Terwen, meerderjarige. ongehuwde dochter en Adriaen Op de Camp Francoisz., als man van Maria Terwen, beiden wonende te Dordrecht en samen met wijlen Cornelis Terwen enige erfgenamen van wijlen Laurens Terwen, koopman in kruidenierswaren te Dordrecht, van wie Jannetje Terwen bovendien enige erfgenaam is van voornoemde Cornelis Terwen. Zij verklaren machtiging te verlenen aan de heer Baeqman, “regent” te Rees, om van Joost de Vries, wonende aldaar, te vorderen een somma van 93 gl. en 13 st., die hij schuldig is aan de erfgenamen van Laurens Terwen.

ONA Dordrecht inv. 509 (geen folinrs.): op 22 april 1719 testeert ten overstaan van notaris E. Venloo Janneken Terwen, meerderjarige ongehuwde dochter, wonende te Dordrecht. Zij legateert aan haar broer Johannes Terwen, medicinae doctor, wonende te Utrecht, haar kast, gemaakt van suikerkistenhout, een bed, twee dozijn servetten, twee tafellakens, vier paar lakens, een rustbank met matras, een spiegel met zolveren lijst hangende in het salet, zes groene stoelen en nog een gouden penning, aan haar testatrice bij testament vermaakt door haar nicht Verkruijsen, 1000 gl. in contant geld, “tot kleeding en meerder gemack” en nog wat huisraad. Aan Johanna van der Heijden, weduwe van haar oudste broer Jacobus Terwen en Johanna van der Heijden legateert zij enig linnengoed en enkele meubels, aan haar nicht Maria Terwen, de vrouw van Adriaen Op de Camp endochter van haar broer wijlen Hendrick Terwen, al haar gouden en zilveren sieraden en al haar inboedel en huisraad (uitgezonderd hetgeen aan anderen is gelegateerd) en aan haar dienstmaagd Lijsbeth Lubeeck, als zij het het overlijden van testatrice nog bij haar woont, een bedrag van 200 gl. Aan de Armen van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht maakt zij 300 gl. Tot enige en univerele erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar neven Goris en Jacobus Terwen, samen voor de ene helft en haar nicht Maria Terwen voor de andere helft, evenwel op voorwaarde, dat na haar overlijden haar broer Johannes Terwen tot aan zijn overlijden de inkomsten van haar nalatenschap zal genieten en dat de nalatenschap niet eerder mag verdeeld wordenvoordat Johannes is overleden.Tot die tijd zal de boedel berusten onder de na te noemen executeur-testamentair. Haar erfgenamen moeten bovendien aan haar broer voldoen en betalen hetgeen door Cornelis Terwen (van wie testatrice erfgenaam is) en door haar zelf is beloofd in een contract, gepasseerd voor notaris E. Venloo in het jaar 1706. Uit haar nalatenschap moet ook vooraf uitgekeerd worden aan de kinderen van haar nicht Maria Terwen een obligatie van 1000 gl. ten laste van het gewest Holland en West-Friesland. Tot executeur-testamentair en voogd over haar minderjarige erfgenamen stelt zij aan Adriaen Op de Camp.

ONA Dordrecht inv. 509 (geen folionrs.): staat en inventaris van de goederen, nagelaten door Jannetje Terwen, ongehuwde meerderjarige dochter, overleden op 17 mei 1719, beschreven op 26 mei 1719 en volgende dagen door notaris E. Venloo op verzoek van Adriaen Op de Camp, executeur van haar testament. Tot de boedel behoren o.a.:

– de gerechte helft in een huis in de Voorstraatop de hoek van de Spuistraat, genaamd “de Vijgeboom”, bewoond en gehuurd door Lodewijck van Loo voor 220 gl. per jaar, waarvan de andere helft toebehoort aan Adriaen Op de Camp, echtgenoot van Maria Terwen

– de gerechte helft in een pakhuis in de Spuistraat, gehuurd door kapitein Lasarus van Eck voor 40 gl. per jaar, waarvan de andere helft toebehoort aan Adriaen Op de Camp

– de gerechte helft in een huisje even buiten de Spuipoort, waarvan de andere helft toebehoort aan Adriaen Op de Camp, “’t geen voor plaisier is gehouden”.]

18 mei 1729: Tanneke Tersier, weduwe van Salomon Bosgagie, laat kinderen na, met de gewone koetsen, in de Kannenkopersbuurt (Begraafboek Grote Kerk Dordrecht)

10 nov. 1735 overleden Jacob(us) Targier, dichter, geboren Dordrecht 21 mrt. 1688, zoon van Abraham Targier en Geertruijt Terwen Anthonisdr. (www.dbnl.org)

[ONA Dordrecht inv. 804,f. 197 e.v.: testament op de langstlevende van Abraham, Bartholomeus en Jacobus Targier, gebroeders, burgers van Dordrecht. Zij herroepen een eerder testament, gepasseerd op 21 april 1711 ten overstaan van notaris A. Cant te Dordrecht.]

15 dec. 1742 Susanna Terwe, overleden te Amsterdam, hier bijgezet ’s avonds om 9 uur, met de lijkkoets van Amsterdam, ongehuwd (begraafboek Grote Kerk Dordrecht)