Carlebur

I. Jan Carlebeur, geboren naar schatting ca. 1600, schipper, trouwde NN

ORA Dordrecht inv. 1617, f. 115: op 12 juni 1658 verklaart Jan Carlebeur, schipper en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Sara Boumans, weduwe van Franchois Boels, een somma van 750 gl., verbindende een huis op de Dwarskaai omtrent de Roobrug, staande tussen het huis van Gerrit Bonten en dat van de weduwe van Hendrick Schoormans.

Zoon:

a. Frans Jansz. Carlebur, geboren naar schatting ca. 1630

II. Frans Jansz. Carlebur, jongman van Dordrecht wonende op het Nieuwe Werk (1656), schipper, trouwde NG Dordrecht 30 jan./10 febr. 1656 Maijke Ariaensdr. van Hooghstrate, jonge dochter van Dordrecht wonende op het Nieuwe Werk (1656)

Kinderen:

a. Johannes Carlebur, gedoopt NG Dordrecht 10 jan. 1657

b. Maijken, 14 aug. 1658

c. Catelina, 3 mrt. 1660

d. Ariaen, 20 mrt. 1661

III. Johannes Carlebur, gedoopt NG Dordrecht 10 jan. 1657, jongman van Dordrecht wonende in de Wijngaardstraat (1683), schiptimmerman, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 20 juni 1724 (Johannes Karlebur, schiptimmerman, buiten op de Blekersdijk), trouwde NG Dordrecht 11/25 juli 1683 Anna Wolsendorpel (Wolphdulper, Wonsendorffel), gedoopt NG Dordrecht 22 sept. 1660, jonge dochter van Dordrecht wonende aan de Vriesepoort (1683), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 21 mrt. 1739 (Anna Wolffenduffel, weduwe van Johannes Karlebur, buiten achter ’s Landswerf, laat kinderen na), dochter van Johannes Wolschedorffer en Neeltje Antonis

ORA Dordrecht inv. 1641, f. 122v: op 29 juni 1706 verkopen Albertus van Kuijkhoven, voor een zesde part, en Charles Pique, Willem van Hoorn, Lieve Bax, Dirk Ganseman, Jan Aartsz. Kop, Poulus Vermase, Jan Kuijkhoven, Sander de Kijser, Jan Bol en Jan van Hoorn, ieder voor een twaalfde part, allen korenmolenaars en burgers van Dordrecht, voor 575 gl. aan Johannis Carlebur, schiptimmerman en burger van Dordrecht, twee huizen, schuur, stal en boomgaard erachter, alsmede een molenwerf, waar tevoren gestaan heeft de korenmolen “het Raaphoutie”, staande en gelegen op de stadsvest tussen de Spuipoort en de Vriesepoort, belend ten oosten en zuiden door de stadsvest.

ORA Dordrecht inv. 816 (oud), f. 11: op 1 febr. 1730 verkopen Anna Wolsendorfer, weduwe van Johannes Carlebur, wonende te Dordrecht, als erfgename voor de helft van haar tante Geertuid Emouts, weduwe van Aart de Bruijn, en Johannes de Keijser, korenmolenaar wonende even buiten de stad Dordrecht, en Cornelis de Witt, mr. bakker te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Elizabeth Wolsendorfer, weduwe van Zander de Keijser en mede-erfgename voor de helft van haar tante Geertruijd Emouts, voor 885 gl. aan Susanna Terwe, weduwe van Jacob Braats, een huis op de Groenmarkt tegenover de Visbrug, staande tussen het huis, dat tegenwoordig wordt bewoond door de koopster, en dat van Mattheus de Vries, boekverkoper.

ORA Dordrecht inv. 1652, f. 11v: op 1 febr. 1730 verkopen Anna Wolsendorfer, weduwe van Johannes Carlebur, wonende te Dordrecht, als erfgename voor de helft van haar tante Geertuid Emouts, weduwe van Aart de Bruijn, en Johannes de Keijser, korenmolenaar wonende even buiten de stad Dordrecht, en Cornelis de Witt, mr. bakker te Dordrecht, als executeurs-testamentair van Elizabeth Wolsendorfer, weduwe van Zander de Keijser en mede-erfgename voor de helft van haar tante Geertruijd Emouts,voor 350 gl. aan Joris Verlengh, burger van Dordrecht, een huis in de Tolbrugstraat Landzijde, staande tussen het huis van Pieter Jansz. de Knijp en het huis, dat bewoond wordt door diezelfde Pieter Jansz. de Knijp.

Kinderen (o.a., allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Maeijken Carlebur, 5 mrt. 1687, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 18 mrt. 1714 Jacob Mouthaan

ORA Dordrecht inv. 1657, f. 168v e.v.: op 17 okt. 1746 verklaart Maaijke Karlebur, weduwe van Jacob Mouthaan, burgeres van Dordrecht, dat zij in 1745 van Joost van Sevenom voor haar toen minderjarige zoon Albertus Mouthaan voor 2000 gl. heeft gekocht een huis op de Groenmarkt, staande tussen het huis van Johannes van Breda en dat van Adriaan van Vliet, van welk kapitaal van 2000 gl. op 9 mrt. 1745 gepasseerd is een custingbrief ten behoeve van de verkoper. Haar zoon heeft terstond bezit genomen van het huis en is daarin gaan wonen, waarbij het per abuis op naam van de comparante is gezet, terwijlhet had moeten gesteld worden op haar naam als moeder en voogdes van haar minderjarige zoon. Derhalve schenkt zij het huis nu aan haar zoon, mits hij te zijnen laste neemt de gemene en stadslasten en de custingbrief van 2000 gl.

b. Cornelia Karlebur, 23 okt. 1689, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Beurs (1716), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 19 jan./9 febr. 1716 (de bruid geassisteerd met haar vader Johannes Karlebur) Jan Langenhoff, jongman van Zwolle wonende bij de Schrijversstraat (1716)

ORA Dordrecht inv. 1656, f. 148v e.v.: op 12 febr. 1743 verkoopt Nicolaas Dermoeij, burger van Dordrecht, voor 300 gl. aan Abraham Kools, schipper en burger van Dordrecht, en Cornelia Carlebur, weduwe van Johannes Langenhoff, wonende te Dordrecht, een pakhuis of kaarsenmakerij, staande in de Visstraat tussen het huis van de verkoper en dat van Petrus Bonnet.

ORA Dordrecht inv. 1657, f. 230 e.v.: op 13 juli 1747 verklaart Abraham Kools, wonende te Dordrecht, volgens akte van overgift, gepasseerd voor notaris G. Verveer te Dordrecht op 6 juli 1747, voor 200 gl. aan Jan Langenhoff, meerderjarige ongehuwde persoon en burger van Dordrecht, overgedragen te hebben de helft van een huis, gebruikt als kaarsenmakerij, staande in de Visstraat tussen het huis van Nicolaas Dermoeij en dat van Pieter Bonnet. De wederhelft van het huis is volgens dezelfde akte van overgift door Cornelia Carlebur, weduwe van Jan Langenhoff, aan haar zoon Jan Langenhoff getransporteerd ter voldoening van zijn vaderlijk erfdeel.

ORA Dordrecht inv. 1658, f. 121v e.v.: op 24 juni 1749 verkoopt Cornelia Carlebur, weduwe van Jan Langenhoff, voor 900 gl. aan haar schoonzoon Lodewijk Malherbe, stadhouder van de baljuw van de Merwede, een huis op de Voorstraat omtrent de Vriesestraat, staande aan de havenzijde tussen het huis van de weduwe van Andries van Driel en dat van de weduwe Iris.

c. Catharina, 23 okt. 1692

d. Frans Carlebur, 16 okt. 1695, volgt IV

e. Anna, 4 mrt. 1700

f. Johanna Karlebur, 26 juni 1702, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Vismarkt (1727), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 26 april/11 mei 1727 (de bruidegom geassisteerd met zijn oom Arnoldus Kools, de bruid met Anna Wolsendorfel, weduwe van Johannes Karlebur) Abraham Kools, jongman van Dordrecht wonende op de Hoge Nieuwstraat (1727), schipper

IV. Frans Carlebur, gedoopt NG Dordrecht 16 okt. 1695, jongman van Dordrecht wonende buiten de Vriesepoort (1723), schiptimmerman te Dordrecht, vestigt zich ca. 1746 in Rotterdam,koopman ald., begraven Rotterdam 3 nov. 1774 (Francoijs Carlebur, liet na tien meerderjarige kinderen, Delfsevaart, vervoerd naar Dordrecht, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 29 mei/13 juni 1723 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Anna Wolsendorfel, de vrouw van Johannes Karlebur, en met mondeling consent van zijn vader, de bruid geassisteerd met haar vader Arnoldus Kools) Maria Kools, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Vriesestraat (1723), begraven Rotterdam 9 jan. 1781 (Maria Kools, liet na zes meerderjarige kinderen, Haagseveer)

ORA Dordrecht inv. 1754, f. 66v: op 18 aug. 1730 verkoopt Hendrik Vernes, luitenant “op de uitlegger aan de Engel”, voor 665 gl. aan Frans Carlebur Jansz., mr. schiptimmerman, een houten loods, werf en afdak, staande even buiten Dordrecht in het Kromhout tussen de Vriesepoort en de St. Jorispoort, belend door de loods van Arij van de Londen en die van Jan Bottelier.

ORA Dordrecht inv. 1654, f. 131: op 30 okt. 1736 verkoopt Helena Schulder, vrouw van Asuerus van den Bergh, schipper en koopman op de Rijn, voor 2000 gl. aan Frans Karlebur, burger van Dordrecht, een huis, genaamd “het Verguld Comptoir”, bestaande uit diverse woningen, staande op de Voorstraat omtrent de Torenstraat tussen het huis van Cornelis Slegt en dat van Castendijck, met nog een huisje erachter, uitkomende in de Wijngaardstraat.

ORA Dordrecht inv. 1754, f. 274v: op 26 sept. 1741 verkoopt Frans Carlebur, burger van Dordrecht, voor 2000 gl. aan Jacob Mouthaan, burger van Dordrecht, een huis en twee naast elkaar liggende erven op de Eerste Cingel tussen de Vriesepoort en de Spuipoort, staande en liggende tussen het huis van de koper en ’s Landswerf, lopende tussen de voornoemde ervan door een gang van de bleker Barnevelt.

ORA Dordrecht inv. 1657, f. 120 e.v.: op 22 febr. 1746 verkoopt Franchois Carlebur, burger van Dordrecht, voor 1375 gl. aan Bartholomeus Bommius, zeepziedersknecht te Dordrecht, een huis, genaamd “den Hongerigen Ruijter”, staande op de Voorstraat omtrent de Beurs tussen het huis van Dingeman Ouboter en dat van de weduwe Van Weede.

ORA Dordrecht inv. 1755, f. 78v: op 3 mei 1746 verkoopt Franchois Carlebur, koopman wonende te Rotterdam, voor 350 gl. aan Barent Memering, koopman te Dordrecht, een tuin in het Kasperspad even buiten Dordrecht op stadsgrond, liggende tussen het huis en de tuin van Aaltje de Jager, weduwe van Jan Joosten Lipsius, en tuin van Aalbert de Ruijter, met een vrije uitgang in de zogenaamde Botersloot in het Kromhout.

ORA Dordrecht inv. 1755, f. 79: op 3 mei 1746 verkoopt Franchois Karlebur, koopman wonende te Rotterdam, voor 50 gl. aan Johannes van der Swits en Jan Rosendaal, burgers van Dordrecht, een loods en erf in het Kromhout even buiten Dordrecht, naast de “Vergunning vande Houtbergenisse in de Haven op’t Slijk”, staande en liggende tussen de loods van Adriaan ’t Hooft en die van Jan Nieuwendorp.

ORA Dordrecht inv. 1657, f. 137v e.v.: op 3 mei 1746 verkoopt Franchois Carlebur, koopman wonende te Rotterdam, voor 3000 gl. aan Abraham Kools, burger van Dordrecht, een huis in de Voorstraat bij de Vriesestraat, staande naast het huis van Maria Schuijten, weduwe van Willem van Westenrijk. De koper is schuldig aan Cornelis van der Walk, burger van Dordrecht, een somma van 1800 gl.

ORA Dordrecht inv. 1657, f. 234 e.v.: op 5 sept. 1747 verkoopt Frans Carlebur, burger van Dordrecht, voor 1300 gl. aan Johannes Griesma, schipper en burger van Dordrecht, een huis op de Voorstraat bij de Boomstraat, genaamd “het Verguld Cantoor”, staande tussen het huis van N. Castendijk en dat van N. Slegt. De koper is schuldig aan Gerret van Duijnen, burger van Dordrecht, een somma van 600 gl.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Anna, 16 april 1724

b. Johannes, 27 juli 1727

c. Maria, 17 juni 1731

d. Arnoldus, 10 mei 1733

e. Abraham en Cornelis, 2 nov. 1738

f. Jacobus Carlebur, 3 mei 1740, volgt V

g. Magdalena Elisabeth, 29 mei 1743

h. Catharina en Benjamin, 4 april 1745

V. Jacobus Carlebur, gedoopt NG Dordrecht 3 mei 1740, jongman geboren te Dordrecht wonende in Rotterdam (1772), apotheker te Bergen op Zoom,overleden te Bergen op Zoom tussen 1778 en 1807, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 14 febr./3 mrt. 1772 (de geboden gaan te Rotterdam, de bruidegommet schriftelijk consent van zijn ouders Francois Carlebur en Maria Cools, de bruid geassisteerd met haar vader Adriaan van den Blijk)Maria van den Blijk, jonge dochter geboren te Dordrecht wonende in de Houttuinen (1772), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 14 sept. 1807 (Maria van den Blijk, weduwe van Jacobus Carlebur, voor het Bagijnhof D:930, laat kind na, met de lijkkoets, 59 jaar, verzwakking)

West-Brabants Archief: borgbrief dd 28 juni 1773 van Rotterdam t.b.v. Jacobus Carlebur, die vertrekt naar Geertruidenberg.

West-Brabants Archief, ONA Bergen op Zoom (notaris P. de Geep): op 4 juli 1778 testeren Jacobus Carlebur, apotheker, en diens vrouw Maria van den Blijk, wonende te Bergen op Zoom, hij ziek, zij gezond. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd over hun minderjarige kinderen, die gehouden zal zijn hun kinderen bij hun mondigheid of eerder huwelijk tezamen een somma van 20 gl. uit te keren.

Kinderen:

a. Frans Carlebur, gedoopt NG Geertruidenberg 25 dec. 1772, volgt VI

b. Maria Carlebur, gedoopt NG Bergen op Zoom 21 juli 1776, jonge dochter geboren te Bergen op Zoom wonende aan het Bagijnhof (1799), trouwde Gerecht Dordrecht 5/19 okt. 1799 (de bruidegom is ouderloos volgens verklaring van Maria van den Blijk, weduwe van Jacobus Carlebur, de bruid met schriftelijk consent van haar moeder Maria van den Blijk, weduwe van Jacobus Carlebur) Frans Fredrik Willem Schneider, jongman geboren te Berlijn wonende in de Vriesestraat (1799)

ORA Dordrecht inv. 1680, f. 29: op 23 mrt. 1804 verkoopt Johan Jacob Wanner, wonende te Rotterdam, voor 1100 gl. aan Frans Fredrik Wilhelm Schneider, wonende te Dordrecht, een huis op de Voorstraat bij de Boomstraat, getekend C:132, staande tussen het huis van Pieter Lekkerkerk en dat van Catharina Ligt.

VI. Frans Carlebur, gedoopt NG Geertruidenberg 25 dec. 1772, jongman geboren te Dordrecht wonende in de Gravenstraat (1792), landschaptekenaar, binnenhuisschilder, kunstwerker, overleden Dordrecht 3 juni 1847 (Bagijnhof D:866), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 15 nov./4 dec. 1792 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Maria van den Blijk, weduwe van Jacobus Karlebur, de bruid met haar vader Dirk van Leeuwen) Maria van Leeuwen, jonge dochter wonende op de Voorstraat bij de Vriesestraat (1792)

ORA Dordrecht inv. 1680, f. 443v: op 28 juli 1807 verkoopt Jenneke van Andel, weduwe van Dirk Holtrop, wonende te Dordrecht, voor 1300 gl. aan Francois Carlebur, wonende te Dordrecht, wonende te Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, getekend D:930, staande tussen het huis van Van Kooten en dat van Romijn.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Maria Francina, 4 nov. 1793

b. Dirk Jacobus, 15 okt. 1794

c. Jacobus Dirk, 24 jan. 1796

d. Dirk Francois, 4 april 1800, volgt VII

e. Francina Maria, 17 juni 1801

f. Francois, 27 juni 1802

g. Adrianus, 14 nov. 1803

h. Maria Johanna, 6 febr. 1805

i. Francois, 31 juli 1806

j. Sophia, 26 sept. 1811

VII. Dirk Francois Carlebur, gedoopt NG Dordrecht 4 april 1800, vergulder, spiegelmaker, trouwde Dordrecht 15 aug. 1821 Maria Johanna Arendina Ruts, dochter van Arend Ruts en Catharina Weit

Zoon:

a. Francois Carlebur, geboren Dordrecht 9 okt. 1821, fotograaf, kunstschilder, overleden Dordrecht 13 april 1893 (Wolwevershaven 5), trouwde 1e Dordrecht 7 april 1847 Maria Vliegenthart, 2e Dordrecht 30 mei 1860 Elisabeth Hermina Logger

1837-1838: ontvangt de eerste schilderslessen van de zeeschilder Schotel

1841-1846: werkt als kunstschilder in Schotland

1847-1893: vestigt zich als fotograaf te Dordrecht, adres: Wolwevershaven D:303

(RKD [internet])

Francois Carlebur (foto: RA Dordrecht)

Grafmonument Francois Carlebur op begraafplaats Essenhof te Dordrecht

“Hij was een zeeschilder, wiens werk vooral in Engeland waardering vond. Bij het schildersvak oefende hij tevens dat van fotograaf uit, waarmede hij reeds aanving, toen de daguerrotypie pas in zwang kwam. … Toen zijn schilderkunst in het buitenland de aandacht trok, liet hij de fotografie varen en legde zich uitsluitend op het schilderen toe. Vooral het Engelsche Kanaal en de Schotse kusten waren het terrein zijner studie. Soms ook schilderde hij riviergezichten.” (NNWB [internet])

De kinderen van Francois Carlebur, staande achter v.l.n.r. Francois (1847), Ferdinand (1857) en Adolf Carel (1851), zittend midden linksHenriette (1853), rechts Maria (1849), allen geboren uit het huwelijk met Maria Vliegenthart, staande links Adriana (1862), rechts Herman (1861) en zittend midden Betsij (1865), geboren uit het huwelijk met Elisabeth Hermina Logger. (foto: RA Dordrecht)

Portret van Gerrit van Brakel en Catharina Elisabeth Kuipers door Francois Carlebur (1858)

Francois Carlebur, gezicht op de vuurtoren te Aberdeen

Francois Carlebur, schepen op de Oude Maas voor de Grote Kerk van Dordrecht