Snouck

Literatuur:

M. Balen, Beschryvinge der stad Dordrecht (1677)

I. mr. Adriaen Snouck, jongman van Rotterdam wonende in ‘s-Gravenhage (1654 ), trouwde NG Dordrecht 8 mrt. 1654 (ondertrouw) Erkenraad Berck, gedoopt NG Dordrecht mei 1628, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Augustijnenkerk (1654) dochter van Matthijs Berck en Alidt de Roovere, trouwde 2e Hugo van Arkel, heer van Craijestein, burgemeester van Schoonhoven

– 8 juli 1679: testament van Erckenraet Berck, echtgenote van Hugo van Arckel. Zij legateert aan haar echtgenoot zijn leven lang een jaarlijkse uitkering van 600 gl., benevens de juwelen, die hij haar bij het sluiten van hun huwelijk heeft geschonken, nl. twee strikken met diamanten, die men aan het hoofd draagt, twee diamanten pendanten, een diamanten ring, zijnde een “tafelsteen”, een ringetje met zes steentjes, een kerkboek met goudbeslag en gouden sloten en een horloge. Dat alles op voorwaarde, dat hij geen aanspraken zal doen gelden op haar overige na te laten goederen. Zij legateert aan haar zoon, mr. Matthijs Snouck, haar parelsnoer, bestaande uit 43 parels, met de overige parels, die zij daar eventueel later nog aan zal toevoegen, en voorts de bibliotheek, “alle het geweer” van zijn vader zaliger, van haar, testatrice, en van haar zoon zelf, en al hetgeen zij nog bij haar leven aan hem zal geven. Aan haar dochter Catharina Snouck, echtgenote van mr. Johan van der Mast, legateert zij een diamanten ring, zijnde een “tafelsteen”, die is gekomen uit de nalatenschap van wijlen de vrouwe van Godschalksoord, de moeder van de testatrice. Zij legateert aan haar gewezen min, Neeltjen Meermoes, wonende te Sprang of daaromtrent, haar leven lang een jaarlijkse uitkering van 12 gl., en “tot een rouw” een zwart manteltje en schortekleed. Tot erfgenamen van al haar overige na te laten goederen benoemt zij haar drie kinderen, bij haar verwekt door mr. Adriaen Snouck, haar eerste man zaliger, t.w. Matthijs Snouck, Catharina Snouck, de vrouw van Johan van der Mast en Dorothea Snouck, die is getrouwd met Godewaert Casembroot, kapitein van een compagnie infanterie in Nederlandse dienst. Tot executeur-testamentair en voogd benoemt zij haar zoon Matthijs Snouck. (ONA Dordrecht inv. 240, f. 205 e.v.)

Kinderen (ex 1):

a. Mathijs Snoeck, gedoopt NG Dordrecht 3 mrt. 1655, lid van de Oudraad te Dordrecht, overleden 26 nov. 1704, trouwde 30 nov. 1680 (huw. voorwaarden) Elisabeth Taillarde (Taljarde), geboren 19 nov. 1654, dochter van mr. Johan Taillarde Johnsz. (volgens Balen een telg van een zeer oud ridderlijk geslacht uit Engeland) en Elisabeth de With (Balen o.c., p. 1309)

Matthijs Snoeck (schilderij, dat waarschijnlijk ten onrechte is toegeschreven aan Godfried Schalcken)

Elisabeth Taillarde, door Godfried Schalcken (1679)

Elisabeth Taillarde, door Godfried Schalcken

– 30 nov. 1680: huwelijkse voorwaarden tussen mr. Matthijs Snouck, geassisteerd met zijn moeder Erkenraet Berck, de vrouw van Hugo van Arckel, heer van Craijesteijn en oud-burgemeester van Schoonhoven, zijn stiefvader Hugo van Arckel, zijn zwager Johan van der Mast, rentmeester van de Beijerlanden, en zijn ooms, Pompejus Berck, heer van Godschalckoort, oud-burgemeester van Dordrecht, Johan van Duijnen, oud-burgemeester van Den Haag, en Johan van der Burg, heer van Niemandsvriend, oud-burgemeester van Dordrecht, enerzijds, en Elisabeth Telliarde, geassisteerd met haar moeder Elisabeth de With, weduwe van mr. Johan Telliarde, haar oom Willem de With, lid van de Oudraad en schepen van Dordrecht, haar tante Catarina van Beaumont, weduwe van mr. Johan de With, vroedschap van Dordrecht, en haar ooms, Arendt Muijs van Holij, burgemeester van Dordrecht, en mr. Willem Brantwijck van Blocklant, heer van Blocklant, oud-burgemeester van Dordrecht. Bruid en bruidegom zullen inbrengen alle goederen, die in twee staten staan gespecificeerd, beide opgesteld en ondertekend op 28 okt. 1680. Wanneer de bruidegom vóór de bruid komt te overlijden, hetzij met of zonder kinderen na te laten, zal de bruid boven de door haar ingebrachte en nadien geërfde goederen en de helft van de winsten, staande het huwelijk verkregen, ontvangen alle juwelen, die zij bij het aangaan van hun huwelijk heeft gekregen, alsmede een douairie van 10.000 gl.. De overige goederen van de bruidegom zullen dan toekomen aan zijn erfgenamen. Als de bruid eerder komt te overlijden dan haar man, krijgt hij de door hem ingebrachte en geërfde goederen en de helft van de winsten, alsmede een somma van 15.000 gl. Alle overige door haar na te laten goederen zullen dan toekomen aan haar erfgenamen. (ONA Dordrecht)

– 10 dec. 1689: testament van Elisabeth Taljarde, echtgenote van mr. Matthijs Snouck, schepen van Dordrecht, ziek van lichaam, maar gezond van geest, gepasseerd voor notaris F. Beudt te Dordrecht. Zij legateert aan Catarina Snouck, de vrouw van Johan van der Mast, een somma van 1000 gl., om daarvan iets te kopen “tot een gedagtenisse”, en aan Gerrit van Noorwegen de twee nieuwe paarden en de oude caleche, “tot een gedagtenisse voor sijn getrouwe dienste”. De testatrice wenst dat haar tegenwoordige “minne” bij haar kinderen zal blijven, maar in geval die “minne” zal vertrekken dan is haar man gehouden voor haar een huis te kopen of te verzorgen op het Bagijnhof. In al haar overige na te laten goederen benoemt zij tot haar erfgenamen haar twee kinderen Elisabeth Erkenraat Snouck en Adriaan Snouck, op voorwaarde, dat haar man van die goederen het vruchtgebruik zal hebben tot aan zijn overlijden of het moment, waarop hij gaat hertrouwen. Als de kinderen mondig worden of gaan trouwen zal Matthijs gehouden zijn hun kinderen elk een somma van 30.000 gl. uit te reiken, te versterven van het ene kind op het andere. Als de kinderen echter beiden komen te overlijden voor hun mondigheid of huwelijk, zal dat geld vererven op de erfgenamen ab intestato van de testatrice. Haar man zal boven hetgeen hem is toegezegd in de huwelijkse voorwaarden en het voornoemde vruchtgebruik nog ontvangen de parels en “boot op de Borst” en een gouden ring, die met diamanten is bezet. Tot oppervoogd benoemt zij haar man en tot toeziende voogden Johan van der Mast, Willem Brantwijck van Blocklant en Jan de With, haar zwager, oom en neef, resp. regerend en oud-burgemeester van Dordrecht. Zij verzoekt de heren Van der Mast en Blocklant haar man te assisteren bij het beheer van de boedels van wijlen Willem de With en Maria de With, haar oom en tante. (ONA Dordrecht)

ORA Dordrecht inv. 795, f. 1v: op 9 jan. 1687 transporteert Johan van Ulft, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Willem Jansz. van Holt, Rijnschipper, aan mr. Matthijs Snouck, oudraad van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat bij de Mattensteiger, staande tussen die steiger en het huis van de koper, “ende off hier iets wes aen gebreecke soo is tvoorsz. huijs ende erve in plaetse van waerborge gelevert bij willich decreet deser stede”.

ONA Dordrecht inv. 194, f. 394: op 8 jan. 1698 comp. voor een Dordtse notaris Arent Muijs van Holij, raad en rentmeester-generaal van de domeinen van Zuid-Holland, oud-burgemeester van Dordrecht, als usufructuair erfgenaam van zijn overleden echtgenote Marija de Witt, en mr. Matthijs Snouck, schepen in wette van Dordrecht, als vader en voogd van zijn kinderen, verwekt bij Elisabeth Taillarde. Zij verklaren, dat al hetgeen, waarvan Anna de Witt, vrouwe van Blokland, weduwe van Wilhelm Brandwijk, heer van Blokland, is beschadigd door het niet verkrijgen van zodanig kapitaal van 3000 gl., als haar uit de boedel van Johan de Witt en Belia Stockmans, de schoonouders resp. grootouders van de comparanten, is aanbedeeld ten laste van Jan Hendricxsz. van Westerhout, zij, comparanten, haar zowel ten opzichte van voornoemd kapitaal van 3000 gl., alsmede van een somma van 1620 gl., ieder voor een vierde deel “effectievelijck sullen indemneren”.

ORA Dordrecht inv. 1636, f. 173: op 31 okt. 1698 verkopen mr. Mattheus Snouck, lid van de Oudraad te Dordrecht, als vader en voogd van zijn minderjarige zoon, Adriaan Snouck, en tevens vervangende mr. Gijsbert Henrick Casembroot, als man van Elisabeth Erkenraet Snouck, voor 7000 gl. aan ds. Francois Valentijn, een huis op het Bagijnhof, staande tussen het huis van de verkoper en de gang genaamd [naam niet vermeld]

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 57v: op 2 juli 1701 verkopen mr. Johan de Witt, schepen in wette, mr. Matthijs Snouck, lid van de Oudraad, en mr. Pieter Brantwijck van Blocklant, als erfgenamen van Maria de Witt, weduwe van Arent Muijs van Holij, voor 950 gl. aan Cristina Pompe, weduwe van burgemeester Belaerts, die door Willem Jansz. Cop als koopster is aangewezen, een kaatsbaan met achterwoning en een huisje daarnaast, staande in de Tolbrugstraat Landzijde.

ONA Dordrecht, akte dd 3 dec. 1704: inventaris van de goederen, die zijn nagelaten door Matthijs Snouck, lid van de Oudraad van Dordrecht, overleden op 26 nov. 1704, waarbij zijn inbegrepen de goederen, waarvan hij krachtens het testament van zijn overleden vrouw, Elisabeth Taljarde, het vruchtgebruik heeft gehad, beschreven op verzoek van Elisabeth Erkenraad Snouck, weduwe van mr. Gijsbert Hendrik Kasembrood en dochter van de overledene, en Simon Muijs van Holij, achtraad van Dordrecht en ontvanger-generaal van de Grafelijkheidstol van Geervliet, welke laatstgenoemde bij testament van de erflater is aangesteld tot executeur-testament en voogd over Adriaen Snouck, zoon van de overledene. De inventaris is opgemaakt door G. Beudt, notaris te Dordrecht, op 3 dec. 1704 en enkele daaraan volgende dagen. Tot de nalatenschap behoren o.a.:

– een huis, waarin Matthijs Snouck en zijn vrouw hebben gewoond, staande omtrent het Groothoofd aan de havenzijde,

– een huis, staande naast het voorgaande, dat wordt bewoond door juffr. De Vries, weduwe Melesdijk (huursom: 148 gl. per jaar),

– een huis naast het vorige, staande op de hoek van de Mattensteiger, bewoond door Frans Moolemans (huursom: 85 gl. per jaar),

– twee pakhuizen in de Schrijversstraat, verhuurd aan [naam niet vermeld],

– een tuin met stenen huis, staande en gelegen aan de Noordendijk buiten Dordrecht,

– landerijen in Groot Zuid-Beijerland, de Eendrachtspolder, Klein Zuid-Beijerland en een woning met schuren, boomgaard etc. in de Elisabethspolder op grond van Hoge Heijningen

– schilderijen, w.o. een schilderij van Savrij, een schilderijtje met zeeschepen van Willaars, een schilderij, “sijnde een hooftstuck” van Ruijsdael, en een schilderij van Guilliam Vermoud. (ONA Dordrecht)

Kinderen:

a-1. Elisabeth Erkenraad Snouck, geboren naar schatting ca. 1680, trouwde ‘s-Gravenhage 18 mei 1698 (ondertrouw) mr. Gijsbert Hendrik Casembroot, geboren in 1674, advocaat voor het Hof van Holland, zoon van Godewaert (de) Casembroot, kapitein van een compagnie voetknechten in Nederlandse dienst, en Machtelina Sas

a-2. Adriaen Snouck, geboren naar schatting ca. 1685, jongeman van Dordrecht (1708), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 27 mei/10 mei 1708 (de bruidegom geassisteerd met Erkenraad Berck, vrouwe van Craijesteijn, en Catharina Snouck, weduwe van Johan van der Mast, burgemeester van Dordrecht, en mr. Sijmon Muijs van Holij, lid van de Oudraad te Dordrecht, resp. zijn grootmoeder, tante en voogd van vaderszijde, de bruid geassisteerd met haar moeder Maria van der Linge, weduwe van Willem Zuidland, kolonel in Nederlandse dienst en commandeur van Sluis in Vlaanderen en de forten van dien, en Cornelis de Boot, vrijheer van Giessenburg en Giessen-Nieuwkerk, haar oom) Cornelia Maria Zuijdland, jonge dochter van Sluis in Vlaanderen (1708)

Kind:

a-2-1. Erkenraad Snouck, gedoopt NG Dordrecht 19 juni 1709, overleden Vlissingen 16 jan. 1770, trouwde 12 mei 1734 Jacob Hurgronje, (1694-1759), burgemeester van Vlissingen

Erkenraad Snouck en Jacob Hurgronje, door Jean Appelius

Hun kleinzoon mr. Jacob Lodewijk Snouck Hurgronje (1778-1845), lid van de Tweede Kamer, werd bij KB van 10 dec. 1843 in de Nederlandse adel verheven.

b. Catharina Snoeck, gedoopt NG Dordrecht 13 sept. 1656, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug (1676), trouwde NG Dordrecht 8/21 nov. 1676 Johan van der Mast, jongman wonende in de Houttuin (1676), burgemeester van Dordrecht

c. Dorothea Snoeck, gedoopt NG Dordrecht 4 jan. 1658, van Dordrecht wonende te Schoonhoven (1677), trouwde NG Den Haag/Rijswijk 14/28 nov. 1677 Godewaert Casembroot, kapitein van een compagnie voetknechten in Nederlandse dienst, trouwde 1e ‘s-Gravenhage 17 dec. 1673 (ondertrouw) Machtelina Zas, wonende te ‘s-Gravenhage (1673)