Kwartierstaat Meijboom

1. Jenneke Meijboom, geboren Dordrecht ca. 1751,  jonge dochter geboren te Dordrecht wonende in de Mariënbornstraat (1781), overleden Dordrecht 29 okt. 1823 (Singel E:766), trouwde Gerecht/NG 26 april/13 mei 1781 Dordrecht (de bruidegom heeft een akte van indemniteit overhandigd, de bruidegom heeft schriftelijk consent van zijn moeder Marijke Servo, weduwe van Hendrik Vorreveld, de bruid geassisteerd met haar moeder Willemijna Hakser, weduwe van Hendrik Meijboom) Hendrik Vorreveld, geboren ca. 1755, j.m. van Rijswijk bij Den Haag wonende op de Blekersloot bij de St.Jorispoortweg (1781), arbeider, overleden Dubbeldam 25 febr. 1832,  zoon van Hendrik Vorreveld en Marijke Servo

2. Hendrik Meijboom, gedoopt NG Dordrecht 26 jan. 1724, jongman van Dordrecht wonende op de Vest tegenover het Heilige-Geesthuis (1746), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 16 juni 1773 (Hendrik Meijboom, uit het Armhuis), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 3/20 febr. 1746 (de bruidegom geassisteerd met zijn vader Stoffel Meijboom, de bruid met haar vader Johannes Aksar)

3. Willemina Aksar, gedoopt NG Dordrecht 30 dec. 1725, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Mariënbornstraat (1746)

– 26 april 1773: Hendrik Meijboom ingenomen in het Armhuis te Dordrecht, overleden 11 juni 1773, begraven 15 dito. (Archief Armhuis Dordrecht, inv. 617)

4. Stoffel Meijboom, gedoopt NG Dordrecht 6 mei 1703, jongman van Dordrecht wonende op de Vest (1723), houtarbeider, begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 5 jan. 1758 (Stoffel Meijboom, op de Vest, laat kinderen na, “gemene graft”), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 16 april/2 mei 1723 (de bruidegom geassisteerd met Maeijke de Vries, weduwe van Hendrik Meijboom, zijn moeder, de bruid met Jan van der Eel, haar vader)

5. Geertruij van der Eel, gedoopt NG Dordrecht 1703, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Mariënbornstraat (1723), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 26 dec. 1759 (Geertruij van der Eel, weduwe van Stoffel Meijboom, op de Vest tegenover het Blauwhuis, laat kinderen na, “graft gemeen”)

– 11 febr. 1724: Stoffel Meijboom, burger van Dordrecht, verklaart op verzoek van Margarita van Son, weduwe van Rocus van Noordwijk, koopvrouw in hout te Dordrecht, dat hij in okt. 1722, als houtarbeider in dienst van de rekwirante, gezien heeft dat Jan van Raamsdonk, timmerman op de Hoge Zwaluwe, aan de rekwirante in haar kantoor aan de Houttuin een bedrag van 104 gl. heeft betaald. Getuigen: Cornelis Verveer jr. en Pieter Meijboom, beiden wonende te Dordrecht. Stoffel en Pieter Meijboom tekenen met hun naam.(ONA Dordrecht inv. 915, akte 6)

– 25 mei 1746: Stoffel Meijboom en Bastiaen Cerrie, burgers van Dordrecht, zijn schuldig aan Pieter de Vos, burger van Dordrecht, een bedrag van 100 gl. wegens geleende penningen. Akte door Meijboom  en Cerrie ondertekend.. (ONA Dordrecht inv. 786, akte 1)

Kinderen:

a. Hendrik Meijboom, gedoopt NG Dordrecht 26 jan. 1724 (= kwartier 2)

b. Boudewijn Meijboom, gedoopt NG Dordrecht 30 mei 1732

6. Johannes (Jan) Aksar (Asse, Acxel), gedoopt NG Dordrecht 28 juli 1692, jongman van Dordrecht wonende in de Breestraat (1714), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 15/29 april 1714 (de bruidegom geassisteerd met zijn oom Jan van der Spaen en de bruid met haar vader)

7. Jenneken de Muijs, gedoopt NG Dordrecht 9 april 1692, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Mariënbornstraat (1714), begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 25 juni 1771 (Jenneke de Muijs, weduwe van Jan Axel, in de Mariënbornstraat, laat kinderen na, “beste graft”)

– 16 juli 1731: Jan Akser, burger van Dordrecht en zijn echtgenote Jenneken de Muijs, verlenen procuratie aan Dirk van Aardenboek [sic, doorgaans geschreven als Aardenbroek], burger van Dordrecht, om publiekelijk te doen veilen een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Theunis Jacobsz. Vergeel en dat van Quijrijnus van der Dussen, welk huis is nagelaten door de vader van Jenneken, Bastiaan de Muijs, en dat eigendom is van haar en van het zoontje van haar broer, genaamd Bastiaan de Muijs. Akser tekent met een kruisje, zijn vrouw met haar naam. (ONA Dordrecht inv. 918, akte 37)

4 sept. 1731: Dirk van Aardenbroek, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Jan Akser en diens vrouw Jenneken de Muijs, die met Bastiaan de Muijs, de zoon van haar broer, welke  zoon thans  onderhouden wordt in het Armenhuis te Dordrecht, enige erfgenaam ab intestato is van Bastiaan de Muijs, resp. hun vader en grootvader, verkoopt voor 235 gl. aan Pieter van Santen, burger van Dordrecht, een huis in de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Theunis Jacobsz. Vergeel en dat van Quirijnis van der Dussen. (ORA Dordrecht inv. 816, f. 185v e.v.)

8. Hendrik Stoffelsz. Meijboom, gedoopt NG Dordrecht 9 mei 1667, jongman van Dordrecht wonende in de Mariënbornstraat (1700), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 21 febr./7 mrt. 1700 (de bruidegom geassisteerd met zijn moeder Engeltie Hendricx, de vrouw van Stoffel Meijboom en de bruid met haar tante Stevenij Brouwers)

9. Marijke Pietersdr. de Vries, geboren naar schatting ca. 1675, j.d. van Dordrecht wonende in de Mariënbornstraat (1700)

10. Jan Davidsz. van der Eel (van der Heelt), j.m. van Dordrecht wonende omtrent  de Mariënbornstraat (1703), trouwde Gerecht/NG Dordrecht 14/29 jan. 1703 (de bruidegom geassisteerd met zijn broer Theunis Davidsz. en de bruid met haar moeder Jenneken Hermens)

11. Pieternelle Boudewijnsdr. (van de Vijver), j.d. van Dordrecht wonende omtrent de Mariënbornstraat (1703)

ORA Dordrecht inv. 1644A, f. 78: op 8 nov. 1712 verkopen Servaas der Nede, als man van Teuntje Verstappen, Poulus Ranck en Jordaan Verstappen, elk voor een derde part, en tevens vervangende de overige erfgenamen van Aaltie Schattelein, voor 113 gl. aan Jan van der Eel, burger van Dordrecht, een huis op de Vest achter de Mariënbornstraat, staande tussen het huis van Dirck van Nooij en dat van Dirck van Beaumond.

12. Wilhelm Axer, kleermaker, trouwde   

13. Maeijken van Spaen, begraven Dordrecht 22 sept. 1694 (een baar voor de vrouw van Willem Acxster in de Grotelkerksbuurt)

Kind:

a. Johannes (Jan) Aksar (Asse, Acxel), gedoopt NG Dordrecht 28 juli 1692

14. Bastiaen Maertensz. (de Muijs), gedoopt NG Dordrecht 29 nov. 1659, jongman van Dordrecht wonende in de Stoofstraat (1687),servetwerker (1689), weduwnaar van Dordrecht (1689, 1695),wonende bij de Stoofstraat (1689), wonende in de Mariënbornstraat (1695),begraven Dordrecht (Nieuwkerk) 10 juli 1731 (Basteaan de Muijs, achter in de Mariënbornstraat, laat kinderen na, “graft besonder”), trouwde 1e NG Dordrecht 13/27 juli 1687 Heiltie van den Ingh, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Stoofstraat (1687), 3e Gerecht/NG Dordrecht 17/31 juli 1695 Willemijntje Parsa, weduwe van Joost Sijmonsz. Papendrecht, geboren van Orsou, wonende omtrent de Nieuwkerk (1695),2e NG Dordrecht 2/16 okt. 1689

15. Maria Macheris, gedoopt NG Dordrecht 14 mrt. 1666, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Tolbrugstraat (1689)

16. Stoffel (Christophel) Wolfertsz.. Meijboom, gedoopt NG Dordrecht 23 dec. 1646, jongman van Dordrecht, knoopmaker, wonende in de Maríënbornstraat (1665),bierdrager (1693), trouwde NG Dordrecht/Dubbeldam 27 sept./11 okt. 1665 (getrouwd NG Dubbeldam 11 okt. 1665 met attestatie van Dordrecht)

17. Engeltje Hendriksdr., gedoopt NG Dordrecht 2 mrt. 1646, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Mariënbornstraat (1665)

– 21 aug. 1693: Jan Cornelisz. Mes, ongeveer 44 jaar oud, Stoffel Meijboom, ongeveer 47 jaar oud, en Poulus Meesters, ongeveer 36 jaar oud, allen gezworen bierdragers en burgers van Dordrecht, leggen “op den eed in’t stuck van hare bedieninge gedaen” ten verzoeke van Marcus Hendricxsz. Verkerck, schipper van Tiel, een verklaring af. (ORA Dordrecht inv. 417)

18. Pieter Jelisz. (Gillisz.) de Vries, jongman van Dordrecht wonende bij de Vuilpoort (1671), trouwde NG Dordrecht/De Lindt 16/30 aug. 1671

19. Hilligje Cornelisdr. Cool, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Lombardstraat (1671) 

20. David Teunisz. (van der Eel), gedoopt NG Dordrecht 14 febr. 1646, jongman van Dordrecht, arbeider bij de straat, wonende in de Maríënbornstraat (1671), trouwde NG Dordrecht/Dubbeldam 20 sept./11 okt.1671

21. Aeltje Aerts, j.d. van Dordrecht, wonende in de Mariënbornstraat (1671)

22. Boudewijn Pietersz. (van de Vijver), j.m. van Dordrecht, soldaat onder de heer Cornels compagnie in garnizoen in Den Haag (1679), trouwde NG Dordrecht 13/30 aug. 1679 (procl. ‘s-Gravenhage)

23. Jenneken Hermans, j.d. van Dordrecht wonende in de Vrankenstraat (1679)

28. Maerten Bastiaensz., jongman van Dordrecht wonende in de Kromme Elleboog, arbeider aan de straat (1658), trouwde NG Dordrecht/Groote Lindt 2/16 juni 1658

29. Jenneke Frans, jonge dochter van Dordrecht wonende in de Stoofstraat (1658)

30. Lucas Matthijsz. Macheris, jongman van “Ter Luer” [Leur in Noord-Brabant] wonende bij de Nieuwbrug (1655), schippersgezel (1655), schipper, trouwde NG Dordrecht 27 juni/13 juli 1655

31. Jacomijntge (ook: Janneke) Fransdr. van der Moer, gedoopt NG Dordrecht mrt. 1627, j.d. van Dordrecht wonende bij de Boom (1655)

– 25 mei 1657: ontvangen als inheems poorter Luijcas Macharis, “schipper bijder Zee” op het galjootschip “St. Andries”, geboortig van de Leur in de Baronie van Breda, mits doende de behoorlijke eed en betalende 40 ponden van 40 groten het pond (ORA Dordrecht inv. 63, f. 56)

– 22 juni 1658: Jacob Trip de Jonge, koopman en burger van Dordrecht, als bevrachter, en Luijcas Macharis, schipper naast God op zijn schip ” Sint Andries”, groot omtrent 60 lasten, zijn een contract van bevrachting aangegaan. Macharis zal met de eerste goede wind van Dordrecht uitvaren naar Stockholm, waar hij binnen 4 weken na aankomst het schip zal laten lossen en wederom laten laden met zodanige goederen als hem goeddunken zal. Als hij evenwel, nadat die 4 weken verstreken zijn, nog op de te laden goederen moet wachten, zal hij van Trip boven het bedongen vrachtgeld nog 11 gl. per ligdag ontvangen. Trip zal hem bij aankomst en na goede leverantie van de retourvracht een bedrag van 500 rijksdaalders voor de hele reis betalen, alsmede 36 gulden voor een kaplaken [premie voor een schipper]. Macharis tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 178, f. 358 e.v.)

– 19 juli 1658: Luijcas Macharis, schipper op het boeijerschip “Sint Andries”, verklaart zijn schip verhuurd te hebben aan Jacob Trip de Jonge, om een reis te doen naar Stockholm en daar ijzer en teer te laden. Hij tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 94, f. 276 e.v.)

– 29 jan. 1659: testament van Luijcas Macharis en Jacobmijntgen Fransdr., echtelieden en burgers van Dordrecht, beiden gezond. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd. De langstlevende zal gehouden zijn hun kinderen bij mondigheid of huwelijk elk een bedrag van 50 gl. uit te keren. Akte door beiden ondertekend. (ONA Dordrecht inv. 179, f. 31 e.v.)

– 29 okt. 1659: comp. Judick Adriaens, echtgenote van Cornelis Jacobsz., als procuratie hebbende van haar man, en Lijntgen Adriaens, meerderjarige, ongehuwde persoon, beiden wonende te Etten in de Baronie van Breda, enerzijds en Luijcas Macharis, schipper en burger van Dordrecht, anderzijds. De comparanten zijn aangaande hetgeen Luijcas Macharis “ab intestato competerende is” in de nalatenschap van zijn overleden halfbroer, Herman Adriaensz., die is overleden te Etten, overeengekomen, dat Judick en Lijntgen, zusters “van heelen bedde” van Herman Adriaensz., aan Luijcas Macharis op 1 mei 1660 in plaats van zijn erfportie een bedrag van 150 gl. zullen uitkeren. (ONA Dordrecht inv. 179, f. 182 e.v.)

– 3 sept. 1664: Luijcas Macharis, Londenvaarder en burger van Dordrecht, als eigenaar van 1/9 part in het boeijerschip “Sint Andries”, ongeveer 60 lasten groot, verleent procuratie aan Vaster de Ram, mede reder in het voornoemde schip, om ten overstaan van de waterschepenen van Dordrecht zijn aandeel in het schip te transporteren aan Gervacius Sletscher, Engels koopman te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 143, f. 547)

– 6 april 1665: Denijs Fransz. van der Moer, schipper en burger van Dordrecht, is schuldig aan zijn zwager Luijcas Macharis, schipper en burger van Dordrecht, een bedrag van 200 gl. wegens geleend geld. (ONA Dordrecht inv. 229, f. 83)

– 10 sept. 1666: Luijcas Macharis, Londenvaarder en burger van Dordrecht, benoemt tot voogden over zijn minderjarige na te laten kinderen Balthasar Walen en Johannes Bos, kooplieden te Dordrecht. (ONA Dordrecht inv. 229, f. 445)

32. Wolphert Zanders, trouwde

33. Marij (Anna Marij) Bastiaens

Kinderen:

a. Claes Wolfertsz. (Meijboom), geboren naar schatting ca. 1635, jongman van Dordrecht, droogscheerder wonende in de Mariënbornstraat (1658), trouwde NG Dordrecht/Dubbeldam 25 aug./15 sept. 1658 Neeltje Floris j.d. van Dordrecht wonende in de Mariënbornstraat (1658)

b. Johannes Wolfertsz. gedoopt NG Dordrecht 21 mrt. 1644, jongman van Dordrecht, metselaarsgast wonende in de Marïenbornstraat (1665), trouwde NG Dordrecht 10/25 mei 1665 Neesie Jansdr. jonge dochter van Dordrecht wonende in de Mariënbornstraat (1665)

c. Christoffel. gedoopt NG Dordrecht 23 dec. 1646 (= kwartier 16)

34. Hendrick Engel(s)en, jongman van Haarlem, wonende aldaar, varend gezel (1641), overleden vóór 29 juni 1668, trouwde NG Dordrecht 14 april 1641 (ondertrouw; procl. te Haarlem)

35. Lijsken (Elisabeth) Dirck Pelgromsdr., geboren naar schatting ca. 1620, van Dordrecht, wonende op de Houtsteiger (1641)

– 29 juni 1668: compareren Pieter van Regenmorter, koopman te Dordrecht, enerzijds en Jan Hendricxsz., als man van Sijchgen Hendricxdr. en Elisabeth Dircxdr., weduwe van Hendrick Engelen, als moeder en voogdes van haar minderjarige dochter, Angnietgen Hendricxdr., anderzijds. Zij zijn overeengekomen, dat Sijchgen Hendricxdr. voor de zoon van Regenmorter en Angenietgen Hendricxdr. voor Van Regenmorter zelf een jaar lang zullen werken “in de twijnderije”. Angenietgen zal per week één daalder verdienen. (ONA Dordrecht inv. 147, f. 439)

Kinderen (o.a.):

a. Engelken Hendriksdr., gedoopt NG Dordrecht 2 mrt. 1646 (= kwartier 17)

b. Sijken Hendricksdr., gedoopt NG Dordrecht 1 aug. 1647, jonge dochter van Dordrecht, wonende in de Mariënbornstraat (1667), trouwde NG Dordrecht/Groote Lindt 3/11 april 1667 Jan Hendricksz. van Dordrecht, jongman van Dordrecht, bootsgezel, wonende op de Walevest(1667)

c. Angnietgen Hendricksdr., onmondig in 1668

40 Teunis Davidsz. (van der Eel), gedoopt NG Dordrecht okt. 1612, jongman van Dordrecht, metselaar, wonende in de Mariënbornstraat (1643),trouwde NG Dordrecht 19 april/3 mei1643

41. Geertje Jans, j.d. van Maaseik, wonende bij het Groothoofd (1643)

62. Frans Denijsz. van de Moer, geboren ca. 1589, schipper, weduwnaar van Schoonhoven, wonende bij Michiel Spranger (1622), trouwde 1e naar schatting ca. 1615 NN, 3e vóór  6 sept. 1645 Pieterken Frans, geboren ca. 1581,2e NG Dordrecht 27 febr./29 mrt. 1622

63. Teunken Bastiaensdr. (Coijck), van Alblas, wonende bij Michiel Spranger (1622), overleden tussen 20 jan. 1627 en 15 jan. 1632,trouwde 1e Jan Evelincx (Nevelinck) schipper

– 20 jan. 1627: testament van Frans Denijsz. van der Moer schipper en zijn vrouw Teuntgen Bastiaensdr. Zij verklaart, dat zij haar voordochter Janneken Jansdr., bij haar verwekt door haar vorige man wijlen Jan Nevelinck, behoorlijke vertichting gedaan heeft wegens haar vaderlijke goederen. Als zij de eerstoverlijdende is, legateert zij aan haar voordochter een somma van 300 gl.. Testateuren benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam en voogd. Hij tekent, zij zet een kruisje. (ONA Dordrecht inv. 56, f. 1v e.v.). Extract van dit testament ingeschreven in het weesboek op 15 jan. 1632 (Weeskamer Dordrecht inv. 18, f. 166v)

– 6 sept. 1645: verklaring door o.a. Pieterken Fransdr., winkelierster, 64 jaar oud, vrouw van Frans Denisz. schipper, tegenwoordig met zijn schip in het leger. (ONA Dordrecht inv. 61, f. 520 e.v.)

– 12 april 1653: verklaring door Frans Denisz., schipper en burger van Dordrecht, ongeveer 64 jaar oud. (ONA Dordrecht inv. 64, f. 425 e.v.)

– 17 febr. 1661: testament van Frans Denijsz., oud schipper en burger van Dordrecht. Hij legateert aan zijn kleinzoon Jacob Denijsz. zijn beste laken mantel. Tot erfgenamen van al zijn overige goederen benoemt hij zijn zoon Denijs Fransz. en zijn dochter Jacobmijntgen Fransdr. Tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemt hij “sijne swagers” Cornelis Bastiaensz. van Koowijck en Luijcas Macharis. (ONA Dordrecht inv. 179, f. 527 e.v.)

– 20 juli 1661: compareert Frans Denijsz. van de Moer, schipper en burger van Dordrecht. Hij herroept alle eerdere testamenten e.d., in het bijzonder het testament, dat hij heeft gemaakt met zijn inmiddels overleden vrouw Pieterken Fransdr. op 29 juli 1655 ten overstaan van notaris J. Schoormans te Dordrecht. Hij benoemt tot zijn universele erfgenamen zijn zoon Denijs Fransz. en zijn dochter Jacomijntgen Fransdr., getrouwd met Lucas Macharus. Uit de erfportie van zijn zoon Denijs moet een bedrag van 200 gl. uitgekeerd worden aan diens zoon Jacob Denijsz. “tot gedachtenisse van zijn grootvader”. Aan zijn dochter en haar man laat hij de keuze om na zijn overlijden het huis, genaamd “den Rooden Thoren”, staande aan de Riedijk op de hoek van de Boom, waarin testateur, zijn dochter en haar man thans wonen, aan te nemen, mits zij daarvoor in de gemeenschappelijke boedel een bedrag van 3400 gl. contant inbrengen. Ook is voorwaarde, dat zij het huis op hun kosten laten verbeteren en repareren, zoals zij overigens al begonnen zijn te doen en dat zij hem tot zijn dood kost en inwoning geven. Hij benoemt tot executeur van zijn testament Cornelis Bastiaensz. Coijck.Testateur tekent met zijn naam. (ONA Dordrecht inv. 66, f. 160v e.v.)

– 9 sept. 1670: Balthasar Walen en Johannes Bosch, als voogden over de minderjarige erfgenamen van Frans Denijsz. van der Moer, verkopen voor 2475 gl. aan Jan Reijniersz. van Mullevelt, burger van Dordrecht, een huis op de hoek van de Boom, vanouds genaamd “den Rooden Toorn”, staande tussen het huis van de weduwe van Jan Snel en ’s herenstraat. (ORA Dordrecht inv. 787, f. 54)

70. Dirck Pelle (Pelgromsz.), geboren naar schatting ca. 1580, jongman (1611), schipper, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 16 jan. 1644 (een baar voor Dirck Pelle, schipper, op de Houtsteiger, een oude man), trouwde NG Rotterdam 20 nov./4 dec. 1611 (“naar den Bergen”)

71. Oetien (Oijge) Crijnen, jonge dochter (1611)

Kinderen:

a. Lijsbeth, geboren naar schatting ca. 1620

b. Hendrick, gedoopt NG Dordrecht sept. 1626

c. Engeltien, gedoopt NG Dordrecht dec. 1629

80. David Eliasz. (van der Eel), geboren naar schatting ca. 1575, hoedenmaker van Gent (1598), kleermaker te Dordrecht (1619), weduwnaar (1625, 1626), trouwde 2e NG Dordrecht 5/19 okt. 1625 (per schrijven van La Vigne) Maria Jacops, weduwe van de Klundert (1625), 3e NG Dordrecht 4 okt. 1626 (ondertrouw; per schrijven van La Vigne) Janneke Henricxdr. van de Putten, 1e NG Dordrecht 20 sept./11 okt.1598

81. Cunera Teunis Wijnantsdr., van Dordrecht, geboren naar schatting ca. 1575

– 1619 (verponding Dordrecht): Davit Vereel kleermaker te Dordrecht betaalt 7 ponden 10 sch. voor zijn huis in de Vleeshouwersstraat. Belenders: Guillaume Anose koopman en Pieter Jansz. glasmaker. (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3968, f. 26v)

– 1622 (hoofdgeld Dordrecht anno 1622): David Elias, zijn vrouw en vier kinderen (in de Heer Heymansuysstraat)  betaalt 6 ponden (Stadsarchief Dordrecht nr. 3, inv. 3974, f. 88)

162. Mogelijk : Thonis Wijnantsz. smid

ORA Dordrecht inv. 709, akte 467: op 4 dec. 1570 compareren voor schepenen van Dordrecht Marijken Wijnantsdr. en Anna Wijnantsdr., voor zichzelf en tevens vervangende hun broer Thonis Wijnantsz., en Maerten Henricxsz., als grootvader en voogd van Marijken Wijnantsdr. en Aechtgen Wijnantsdr., nagelaten weeskinderen van wijlen Wijnant Thonisz. kuiper. De comparanten verkopen aan Floris Geritsz. de Bruijn van Schiedam en diens vrouw Aefken Willemsdr., een jaarlijkse losrente van 4 gl., verzekerd op een huis aan de Landzijde [Voorstraat] in de Houttuin, staande tussen het huis van Thonis Wijnantsz. smid en dat van Wouter Bol Hugesz.

ORA Dordrecht inv. 728, f. 105: Loedewijck Bossart verklaart op 10 mrt. 1571 een bedrag van 555 gl. schuldig te zijn aan Thonis Wijnesz., Marijcken Wijnantsdr., Anneken Wijnantsdr., Marijcken Wijnantsdr. de Jonge en Aechgen Wijnantsdr., kinderen van wijlen Wijnant Anthonisz. kuiper, wegens de koop van een huis in de Houttuin, staande tussen het huis van Wouter Bol en dat van Thonis Wijnantsz. smid, met de haringplaats daarachter, strekkende tot de brouwerij van Wouter Bol.

ORA Dordrecht inv. 709, akte 566: op 7 april 1571 verkopen Thonis Wijnantsz. schipper, Marijken Wijnantsdr. en Janneken Wijnantsdr., voor zichzelf en tevens vervangende Marijken en Aechtgen Wijnantsdrs., hun onmondige zusters, aan Lodewijck Willemsz. schrijnwerker een huis met de haringplaats daarachter, strekkende tot de muur van de brouwerij van de erfgenamen van Huijch Andriesz., staande in de Houttuin aan de landzijde tussen het huis van Wouter Bol Hugesz. en dat van Thonis Wijnantsz. smid.

ORA Dordrecht inv. 748, f. 71v e.v.: op 7 juli 1605 compareren Sijmon Bossaert, koopman van greinen te Dordrecht, enerzijds en Gerrit Cornelisz., als man van Anneken Bossaertsdr., anderzijds. Zij verklaren de goederen, die zijn nagelaten door hun moeder Catharina Sijmonsdr., onderling verdeeld te hebben. Sijmon is daarbij toebedeeld alle roerende goederen en Gerrardt Cornelisz. een huis in de Kannekopersbuurt, staande tussen het huis, genaamd “het Witte Cruijs” en het huis van Anthonis Wijnantsz. smid