Heijblom

I. Abraham Francoisz. Heijblom, jongman van Venlo wonende bij de Wijnbrug (1654), weduwnaar (1674), apotheker en veertigraad te Dordrecht, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 28 juli 1685 (een zwarte baar voor Abraham Heijblom, apotheker en veertigraad, bij de Wijnbrug), trouwde 1e NG Dordrecht 22 mrt./7 april 1654 Emmerens op de Camp,  gedoopt NG Dordrecht nov. 1626 (als Ermken),  jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug (1654), dochter van Frans Op de Camp en Lijsbeth Willemsdr. Liesveld, 2e NG Dordrecht 11 mrt./3 april 1674 Anna Staphorstius, geboren naar schatting ca. 1640, weduwe wonende bij de Munt (1674), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 11 nov. 1686 (een baar voor de weduwe van Abraham Heijblom, op de Lindengracht), trouwde 1e 12 dec. 1662 ds. Franciscus Wijngaerdts, predikant op Ceylon 1652-1660, in Sliedrecht 1664-1666, overleden in 1666

4 mrt. 1659: overeenkomst tussen Franchoijs Op de Camp, wijnkoper en burger van Dordrecht, als eigenaar van het huis “de Mannekens”, staande in de Wijnstraat tegenover de Wijnbrug en Abraham Heijblom, apotheker en burger van Dordrecht, als eigenaar van het huis “Swarsenburch”, staande in de Wijnstraat naast “de Mannekens”. De overeenkomst betreft de ruiming en de eigendom van zeker stuk erf, van ongeveer 30 voeten bij 5 voeten, “waermede ’t voors. huijs de Mannekens gesprongen heeft in’t huijs genaemt Swarsenborch”. Op de Camp heeft het erf overgedaan aan Heijblom, waarvoor hij volledig betaald is met een in deze akte niet vermeld bedrag. (ONA Dordrecht inv. 179, f. 49)

ONA Dordrecht inv. 180, f. 390, akte dd 3 juni 1663: voorwaarden, waarop de kinderen en de voogden van de minderjarige kleinkinderen van Servaes Willemsz. Valé willen verhuren een huis op de Nieuwe Haven bij de Varkenmarkt, staande tussen het ’s Heer Boeyenstraatje en de stadspaardenstal. Ingezet door Abraham Heijblom voor 1350 gl., opgehouden op 1800 gl. Aangezien niemand meer wil  bieden, zijn Leendert en Pieter Servaesz. Valé, voor zichzelf en als voogden van de onmondige kinderen van Willem Servaesz. Valé, overeengekomen met Maijke Servaesdr. Valé, dat zij het huis zal aannemen voor 1350 gl.

ONA Dordrecht inv. 180, f. 585: op 20 april 1664 testeren Abraham Heijblom apotheker en zijn vrouw Ermken op de Camp, burgers van Dordrecht, zij ziek in het kraambed liggende. Zij benoemen de langstlevende van hen beiden tot erfgenaam, op voorwaarde, dat die hun kinderen zal onderhouden tot hun mondigheid of huwelijk en onder hen allen dan een bedrag van 6000 gl. zal uitkeren, Als zij de eerstoverlijdende zal zijn, prelegateert zij aan haar dochtertje Elisabeth Heijblom al haar kleren en juwelen van goud en zilverwerk. Als zij, testateuren, komen te overlijden zonder kinderen na te laten of wanneer die kinderen komen te overlijden voor hun mondigheid of huwelijk en de testateur de eerstoverlijdende zal zijn, zal de testatrice, mits zijniet hertrouwt,  haar leven lang alle, goederen, die de testateur nalaat, behouden, zonder iets aan zijn erfgenamen ab intestato te hoeven uitreiken. Doch indien zij wel gaat hertrouwen, zal zij van de helft van zijn bezittingen afstand moeten doen t.b.v. zijn erfgenamen ab intestato, maar zij zal dan mogen behouden de goederen, die hij bij het aangaan van hun  huwelijk heeft ingebracht en die zij staande hun huwelijk heeft geërfd. Als zij daarentegen niet gaat hertrouwen, zullen alle goederen, die zij zal nalaten, komen aan haar erfgenamen ab intestato. In dat geval zal de testateur gehouden zijn aan het dochterje van haar broer Geurt op de Camp uit te keren een somma van 1000 gl. en indien het dochtertje vooroverleden zal zijn, aan haar broer Geurt dat bedrag uit te keren. Indien de testatrice zonder kinderen na te laten komt te overlijden of als die kinderen voor hun mondigheid of huwelijk komen te overlijden, benoemt zij haar man tot haar enige erfgenaam, op voorwaarde, dat hij gehouden blijft genoemde 1000 gl. uit te keren op de bovengenoemde voorwaarden. Zij legateren aan de huisarmen van de NG diaconie van Dordrecht 200 gl. en aan de overige armen en behoeftige personen 100 gl. Tot voogden benoemen zij zijn broers Willem en Pieter Heijblom. 

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 18: op 27 april 1672 verkopen “Abraham Heijblom, appoteecquer binnen deser Stadt Dordrecht als getrout hebbende Emmerentia opde Camp, Pieter Muijs, Notaris alhier als getrout hebbende Geertruijt opde Camp, soo voor sijn selven als last ende procuratie hebbende van Cornelis Cruijswech Coopman binnen de Stadt Breda als getrout hebbende Sara opde Camp, volgens de selve procuratie gepasseert voorden Notaris Johannes Hellu ende seeckere getuijgen binnen deser Stede residerende van date den vi Octob. 1671 ons Schepenen verthoont ende noch de voors. compte. te samen als Testamentaire voochden van Mijnsken opde Camp achtergelatene minderjarige dochterken van Geurt opde Camp, geprocrieert bij Maeijke Pietersdr, ende Franchoijs opde Camp innocente, alle kindren ende kints kint respective van za.r Franchoijs opde Camp de oude in sijn leven Coopman binnen deser Stede geprocrieert bij Elisabeth van Liesvelt ende Elisabeth Geerarts desselfts eerste ende tweede overledene huijsvrouwen als ten desen authorisatie ende approbatie ten reguarde vant voors. weeskint ende innocente van mijn Ed: heeren vanden Gerechte deser Stede becomen hebbende volgens de acte van authorisatie ende approbatie van date den xxi deser loopende maent April”, voor 2870 gl. aan Willem Raelhoff, wijnkoper en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat recht tegenover de Wijnbrug, staande tussen het huis van Abraham Heijblom en dat van Sophia van Beveren, vrouwe van Hardinxveld.

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 34v: op 25 juli 1672 verkopen Cornelis Dermoeijen en Adriaen den Broeder, als voogden over de kinderen van Willem Pasman en Anneken Henricx, beiden overleden, voor 2600 gl. aan Abraham Heijblom, apotheker en burger van Dordrecht, een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Aelbert Kuijp en de Hengstensteiger of de Kleine Kraan.

ONA Dordrecht inv. 323 , f. 154: op 18 nov. 1673 verklaart Helena Lens, weduwe van Willem Heijblom, koopman en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan Abraham Heijblom 1000 gl. en aan Francoijs Heijblom 2001 gl., verbindende haar huis, staande omtrent de Roobrug op de Dwarskade tussen het huis van juffrouw Oudeman en dat van de erfgenamen van Matthijs Joris. In mindering van genoemde kapitalen zal zij aan Abraham en Francoijs Heijblom overdragen een aantal meubelen en enig huisraad, incl. de volgende schilderijen: twee schilderijen van Benjamin Cuijp, elk a 25 gl., een dito van Albert Cuijp 20 gl., twee landschappen 10 gl., een klein landschap 2 gl., een schilderij met de verrijzenis van Christus van Hoochstraten 22 gl., een varken van Bisschop 18 gl., een “battailje” van B. Cuijp 15 gl., een dito van A. Cuijp 15 gl., een dito, kopie van Ostade 20 gl. ,  twee portretten 10 gl., drie kleine schilderijen 3 gl., een stilleven van Suijsenier 18 gl. 

  Abraham Susenier: stilleven met ham. jaar: ? Artnet. Op een gedrapeerd ...

Stilleven met een ham door Abraham Susenier

een dito van Petrus 9, een besnijdenis van B. Cuijp 25 gl., een “water” van Susenier, 5 gl.

ONA Dordrecht inv. 189, f. 41: op 8 april 1682 verklaart Meijnsie op de Camp, meerderjarige ongehuwde persoon, wonende te Dordrecht, met haar aangetrouwde oom Abraham Heijblom afgerekend te hebben wegens het beheer, dat hij heeft gehad over de goederen, die zij heeft geërfd van haar grootvader Francois op de Camp. Zij heeft in mindering daarvan van hem ontvangen een somma van 800 gl. en zal nog ontvangen een somma van 700 gl. en dat alles volgens het testament van haar grootvader. 

ONA Dordrecht inv. 260, f. 153: op 18 dec. 1684 verleent Abraham Heijblom, veertigraad van Dordrech, procuratie aan Gijsbert de Jager, procureur voor het gerecht van Dordrecht, om voor hem waar te nemen het proces tegen de voogden over de minderjarige kinderen van Jan Hillen en diens vrouw. 

ONA Dordrecht inv. 260, f. 172: op 19 april 1685 stelt Abraham Heijblom, veertigraad van Dordrecht, zich borg voor Nicolaes Staphorst, veertigraad van Dordrecht, en zijn vrouw Johanna Hillen, voor de “administratie ende verantwoordinge van de goederen”, die Johan Hillen en Ida Heijblom hebben nagelaten en die berusten onder Staphorst en zijn vrouw, die het vruchtgebruik ervan hebben volgens het testament, dat Hillen en zijn vrouw hebben gepasseerd ten overstaan van Arent van Neten, notaris te Dordrecht.

Weeskamer Dordrecht inv. 28, f. 65: op 25 sept. 1685 extract van het testament van Abraham Heijblom, apotheker en veergraad van Dordrecht, ziek in bed liggende, gepasseerd ten overstaan van notaris C. den Haen te ‘s-Gravenhage op 26 juli 1685. Hij heeft tot voogden benoemt Dirck Spruijt, veertigraad van Dordrecht, en Pieter Muijs, notaris en eerste klerk ter secretarie van Dordrecht. In plaats van Pieter Muijs stelt hij nu aan tot voogd Johannes Melanen, notaris en veertigraad te Dordrecht.

ONA Dordrecht inv. 198, f. 318: inventaris van de boedel, nagelaten door Abraham Heijblom, veertigraad van Dordrecht, gemaakt op 10 aug. 1685 ten overstaan van Anna Staphorstius, zijn weduwe, geassisteerd met haar broer Nicolaes Staphorstius, Pieter Anthonij Melanen, als man van Elisabeth Heijblom, en Dirck Spruijt, als testamentaire voogd over Sibilla, Abraham en Willem Heijblom, Abraham Heijbloms minderjarige kinderen.

Tot de boedel behoren:

– een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Balthasar Waelen en dat van kapitein Willem Raelhoff, in welk huis de overledene gewoond heeft,

– achter het huis staat een houten loods, uitkomende in de ’s Heer Boeijenstraat, verhuurd in twee partijen, het grootste deel aan Johannes van Hoochstraten voor 24 gl. per jaar, het andere deel aan Crijn Blankert sledenaar voor 14 gl. per jaar,

– de apothekerswinkel met vijzels, mortieren, schalen, bekkens, kastjes, dozen, laden, kannen, potten, flessen, glazen en medicamenten, die zich zowel in de winkel als op de zolders bevinden,

– ene huis in de Wijnstraat op de hoek van de Kleine Kraan, thans genaamd Hengstensteiger, staande tussen die steiger en het huis van Aelbert Cuijp, verhuurd aan Jacob Faljaert voor 140 gl. per jaar,

– onder dit huis een wijnkeldertje, uitkomende in de Hengstensteiger, verhuurd aan Barent van der Neth voor 12 gl. per jaar,

– een nieuw gebouwd huis in de Voorstraat bij de Lombardbrug aan de havenkant, staande tussen het huis van kapitein Rijck Hendricxsz. de Ruijt en dat van Hendrik Costerus bakker, verhuurd aan Alegonda Oomelinck voor 120 gl. per jaar,

– een huis in de dwarsgang van de Vriesestraat, staande tussen het huis van Pieter van de Werff en dat van Anthonij Willemsz., verhuurd aan Hilleken Joosten voor 28 gl. per jaar,

– twee stenen huisjes, staande naast elkaar op stadsgrond buiten de St. Jorispoort op de hoek van het Manternach [Matena’s]pad tussen dat pad en het volgende houten huisje, het voorste huisje is verhuurd aan Judith Pieters voor 26 gl. per jaar en het andere huisje is verhuurd aan Maeijken [sic] voor 26 gl per jaar,

– een houten woonhuisje, vanouds genaamd “de Schotse Kerck”, staande buiten de St. Jorispoort tussen de twee voornoemde huisjes en de tuin van kapitein Geerit Pietersz. van Allevrunden, verhuurd aan Pieter Sneeuw schipper voor 7 st. per week,

– een tuin liggende achter voornoemde huisjes, uitkomende in het Matena’spad, verhuurd aan kapitein Jan Francken voor 36 gl. per jaar,

– een zestiende part in een fluitschip, genaamd “Neurenberch”, samen met de uitrusting kostende 1200 ponden.

Schilderijen:

In de grote benedenzaal:

– een tronie met achtkanten lijst

– een groot landschap van A. Cuijp

– een schilderij met twee kinderen en een bok door Bisschop

– een groot schilderij zijnde een jacht van Diana

– een dito zijnde de doop van Jezus Christus in de Jordaan

– een groot schilderij zijnde één van de bijvrouwen van de Turkse sultan

– een schilderijtje met een “mans postuur”

– een groot schilderij van twee naakte “als vooren”

– een schilderij met een oude man en een doodshoofd

– twee kleine stukjes van Poelenburch

– een schilderij van de oude Simeon door Rembrandt

De lofzang van Simeon door Rembrandt (1669)

– een schilderij zijnde een “smitgen”

– een landschapje

– een langwerpig landschap van Mompert

– een landschapje met een boerendans

– twee schilderijen door Abraham Hondius, één van de herders op het veld en de andere van de geboorte van Christus

De verering van het kind Jezus door de herders, door Abraham Hondius (1669)

– een vrouwentronie

– een oudemans tronie

– een doodshoofd met “pluijmagie”

– een “seetgen” van Parcellus

– een Italiaans stukje met muilezels

– een schilderij in de schoorsteen van Abrahams offerande

– “waterken” met een scheepje

– een mans tronie

In de kelderkeuken:

– een landschap

– een “seetgen”

– een keuken met een geslacht varken

– een schilderij met prins Maurits

– een landschap met vergulde lijst

– een schilderij met perziken

– een tronie met achtkanten lijstje

– een schilderij van de overledene, nog jong zijnde

– de portretten van Abraham en Sibilla Heijblom

– een portret van de grootmoeder van de overledene

– een portret van Elisabeth Liesvelt

– een portret van de broer “vande selve”

– een vrouwentronie in devotie

– een schilderij van Petrus met de sleutels in zijn hand

– een groot schilderij zijnde een “zeevaert”

– een schilderij zijnde een oude vrouw van Rembrandt

– twee tronies zijnde een altaarstukje

– een landschapje door Sachtleven of Both

– het portret van de overledene “met swart bereijt”

– een vrouw met een kind in luiers door Rembrandt

– een schilderij zijnde een barbier door d’Hee… [gedeeltelijk onleesbaar]

– een kwakzalver

– een prent van Adriaen Stalbemt [Zuid-Nederlandse kunstschilder, 1580-1662] met ebbenhouten lijst en glas ervoor

– een dito van Erasmus

– nog een schilderij van dito

– een schilderij van de geboorte van Christus

– een tempeltje of perspectief

– een stukje met een paardje van Wouwerman

Philips Wouwerman (1619-1668) maakte vele schilderijen met een wit paard.

– rond stukje met vierkanten lijst zijnde een “brandeken”

In het zijkamertje:

– een schilderij zijnde een liermannetje

– een Mariabeeld

– een bloempot

– een portret van Paulijntgen

– een achtkantig stukje zijnde een zanger door B. Cuijp

– een boerengezelschap

– een mannetje spelende op een pijpzak op een koperen plaatje

– een “fruijtagie”

– een herder en drie koeien door Cuijp

– een klein landschapje

Op de bovenvoorkamer:

– een langwerpig stuk schilderij zijnde een boerenkermis door Droochsloot

Boerenkermis door Joost Droogsloot

– het portret van Willem Heijblom

– een klein schilderijtje zijnde een “zeestrandeken”

– een groot schilderij van het Avondmaal van Jezus Christus en zijn discipelen

– een schilder van de apostel Petrus met een haan

– een schilderij zijnde een veldslag door Benjamijn Cuijp

– een schilderij van de brand van Troje waarin Aeneas zijn vader Anchises wegdraagt

– een rond landschapje met achtkantige lijst

– een schilderij van Droochsloot

– twee klein portretjes van Abraham Heijblom en Ermken Opde Camp zaliger

– een schilderij zijn de geboorte van Christus door Benjamijn Cuijp

– een schilderij van Petrus in de gevangenis door Benjamijn Cuijp

Petrus in de gevangenis, door Benjamin Cuijp

– de begrafenis van Jezus Christus door Benjamijn Cuijp

– een schilderij met koeien

Op het knechtenkamertje:

– een schilderij met een Mariabeeldje

– een schilderij met een herder en herderin door Cuijp

– een landschapje

– een vanitas

Op het achterzomerkamertje:

– een landschap

– nog een groot landschap

– een schilderij zijnde een klopje

Portret van een klopje

“Een klopje of kwezel, ook ‘geestelijk maagd’ of ‘geestelijk dochter’ (filia devota) genoemd, was een ongehuwde katholieke vrouw die ten overstaan van een priester een kuisheidsgelofte aflegde en daarbij meestal, niet door gelofte gebonden, gehoorzaamheid betrachtte aan een overste, ook wel biechtvader genoemd.” (Wikipedia)

– nog een dito zijnde een non

– een schilderij met een reiger

– twee kleine “scheepvaerdekens”

– een “winterken” in het rond

– de afneming van Christus van het kruis

Lasten van de boedel:

– volgens de huwelijkse voorwaarden van 3 jan. 1674 heeft de weduwe, Anna Staphorstius, recht op 200 gl. jaarlijks haar leven lang gedurende. In een codicil dd 31 juli 1676 heeft Abraham Heijblom aan haar gelegateerd, boven een “eerlijcke rouw”, een somma van 500 gl.

ORA Dordrecht inv. 1630, f. 60v: op 19 dec. 1685 verkopen Franchois Heijblom Abrahamsz. en Pieter Antonij Melanen, als man van Elisabeth Heijblom, beiden voor zichzelf, en Dirck Spruijt en Johannes Melanen, als testamentaire voogden over Sibilla, Abraham en Willem Heijblom, allen kinderen en erfgenamen van Abraham Heijblom, veertigraad van Dordrecht, voor 1925 gl. aan Sander van Drongelen, mr. metselaar en burger van Dordrecht, een “nieuw getimmert” huis in de Voorstraat bij de Lombardbrug aan de havenkant, staande tussen het huis van kapitein Rijck Hendriksz. de Ruijt en dat van Hendrik Costerus, en voor 300 gl. aan Geerit van Duijnen, burger van Dordrecht, een huisje in de dwarsgang van de Vriesestraat, staande tussen het huis van de erfgenamen van Pieter van der Werf en dat van Maerten de Vos.

ONA Dordrecht inv. 190, f. 303 e.v.: op 24 nov. 1685 verkopen Franchois Heijblom Abrahamsz. en Pieter Antonij Melanen, als man van Elisabeth Heijblom, beiden voor zichzelf, en Dirck Spruijt en Johannes Melanen, als testamentaire voogden over Sibilla, Abraham en Willem Heijblom, allen kinderen en erfgenamen van Abraham Heijblom, veertigraad van Dordrecht, voor 1725 gl. aan mr. Jacob Failjert een huis in de Wijnstraat, staande tussen de Kleine Kraan, thans genaamd de Hengstensteiger, en het huis van Aelbert Cuijp.

ORA Dordrecht inv. 1748, f. 158: op 19 dec. 1685 verkopen “Franchois Heijblom Abrahams appot:e en(de) Pr: Anthonij Melanen Heijblom als getrout hebbende Elisabeth Heijblom, mitsgrs. dhrn. Johannes Melanen en(de) Dirck Spruijt uijtten Veertigen deser Stadt als testamentaire voochden over Sibilla,Abraham en(de) Willem Heijblom te samen kinderen en(de) Erffgen. van(de) hr: Abraham Heijblom in sijn Leven mede inden Veertigen”, voor 640 gl. aan Pieter Jacobsz. Spiddel, houtwerker te Dordrecht, twee stenen huisjes, staande buiten de St. Jorispoort tussen het eerste paadje en de ingang van de tuin van de verkopers.

Kinderen (o.a.; ex 1, allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Elisabeth Heijblom, 17 mei 1658, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug (1680), trouwde NG Dordrecht 5/21 mei 1680 Pieter Anthonij Melanen, jongman van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug (1680), notaris te Dordrecht

ONA Dordrecht inv. 193, f. 34: verklaring dd 25 juni 1693 door Pieter Anthonij Melanen, notaris en ordinaris collecteur van de accijns en de impost op het gemaal in Dordrecht, op verzoek van de brandewijnbranders in Rotterdam.

Kinderen:

a-1. Johan, gedoopt NG Dordrecht 20 juni 1681

a-2. Abraham, gedoopt NG Dordrecht 23 jan. 1686

a-3. Hendrica Emmerentiana, gedoopt NG Dordrecht  8 mrt. 1689

b. Francois Heijblom, 2 april 1660, volgt IIa

c. Petrus, 3 juni 1662, vermoedelijk jong overleden

d. Sibilla Heijblom, 7 juni 1666, volgt IIb

e. Abraham Heijblom, 7 juni 1666

ONA Dordrecht inv. 192, f. 148: op 28 mrt. 1691 testeert Abraham Heijblom, ongehuwde persoon, burger van Dordrecht, “voornemens om … een tocht op zee te doen”. Hij prelegateert aan zijn zuster Elisabeth Heijblom zijn portret, dat in haar huis hangt, en aan zijn broer Willem Heijblom, een bedrag van 1000 gl. Hij legateert aan Abraham Heijblom, het zoontje van zijn broer Franchoijs Heijblom, zijn gouden signetring. Tot erfgenamen benoemt hij zijn broers Franchoijs en Willem Heijblom en zijn zusters Elisabeth en Sibilla Heijblom of bij vooroverlijden hun kinderen. Tot voogden stelt hij aan Franchoijs Heijblom, zijn broer, en Pieter Anthonij Melanen, zijn zwager.

f. Willem (Wilhelmus) Heijblom, 29 juni 1667

ONA Dordrecht inv. 192, f. 150: op 28 mrt. 1691 testeert Willem Heijblom, ongehuwde persoon, burger van Dordrecht, thans wonende in ‘s-Gravenhage. Hij prelegateert aan zijn broeder Abraham Heijblom een bedrag van 1000 gl. Tot erfgenamen benoemt hij zijn broers Franchoijs en Abraham Heijblom en zijn zusters Elisabeth en Sibilla Heijblom of bij vooroverlijden hun kinderen. Tot voogden over zijn minderjarige kinderen stelt hij aan zijn broer Franchoijs Heijblom en zijn zwager Pieter Anthonij Melanen. 

IIa. Francois Heijblom, gedoopt NG Dordrecht 2 april 1660, apotheker, trouwde Maria Coelemeij

ONA Dordrecht inv. 190, f. 300 e.v.: op 21 sept. 1685 verklaren Franchois Heijblom Abrahamsz. en Pieter Antonij Melanen, als man van Elisabeth Heijblom, beiden voor zichzelf, en Dirck Spruijt en Johannes Melanen, als testamentaire voogden over Sibilla, Abraham en Willem Heijblom, allen kinderen en erfgenamen van Abraham Heijblom, veertigraad van Dordrecht, dat Franchois Heijblom voor 12.300 gl. op zijn erfdeel heeft aangenomen een huis in de Wijnstraat bij de Wijnbrug, staande tussen het huis van Balthasar Walen en dat van kapitein Willem Raelhoff, met een houten loods of stal erachter, uitkomende in het Cijboriestraatje [‘s-Heer Boeijenstraat], alsmede een apothekerswinkel.

ONA Dordrecht inv. 192, akte 46: op 1 dec. 1692 verklaart Marija Coelemeij, weduwe van Franchoijs Heijblom Abrahamsz., apotheker en burger van Dordrecht, geassisteerd met haar vader, Cornelis Coelemeij, koopman te Den Haag, dat zij aan Jacobus de Vos, apotheker en burger van Dordrecht, als man van Belia Heijblom, het huis overlaat, dat hun schoonvader, Abraham Heijblom heeft nagelaten, met de houten loods daarachter, uitkomende in het ‘s-Heer Boeijenstraatje, staande in de Wijnstraat tussen het huis van Balthasar Walen en dat van kapitein Willem Raalhoff. Jacobus de Vos neemt het huis aan voor een bedrag van 9000 gl.

Begraafboek Grote Kerk 26 juni 1692: een zwarte baar tegenover de Wijnbrug voor Jacobus [sic] Heijblom apotheker.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Alida, 25 mei 1686

b. Abraham, 21 sept. 1687

c. Cornelis, 18 febr. 1689

d. Alida Emmerentiana, 15 febr. 1690

IIb. Sibilla Heijblom, gedoopt NG Dordrecht 7 juni 1666, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Lindengracht (1686), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 3 juni 1729 (Sibilla Heijblom, weduwe van Jacobus de Vos, op de hoek van de Grote Kerkstraat, laat kinderen na, met drie koetsen extra), trouwde NG Dordrecht 10/24 mrt. 1686 Jacobus de Vos, jongman van Groenloo wonende in de Wijnstraat (1686), apotheker

ONA Dordrecht inv. 192, akte 46: op 1 dec. 1692 verklaart Marija Coelemeij, weduwe van Franchoijs Heijblom Abrahamsz., apotheker en burger van Dordrecht, geassisteerd met haar vader, Cornelis Coelemeij, koopman te Den Haag, dat zij aan Jacobus de Vos, apotheker en burger van Dordrecht, als man van Belia Heijblom, het huis overlaat, dat hun schoonvader, Abraham Heijblom heeft nagelaten, met de houten loods daarachter, uitkomende in het ‘s-Heer Boeijenstraatje, staande in de Wijnstraat tussen het huis van Balthasar Walen en dat van kapitein Willem Raalhoff. Jacobus de Vos neemt het huis aan voor een bedrag van 9000 gl.

ORA Dordrecht inv. 1634, f. 13: op 16 mrt. 1693 verklaren Pieter Anthonij Melanen, als man van Elisabeth Heijblom, Maria Colemeij, als weduwe en erfgename van Francois Heijblom, apotheker te Dordrecht, Jacobus de Vos, apotheker, als man van Sibilla Heijblom, Abraham Heijblom en Willem Heijblom, allen kinderen en erfgenamen van Abraham Heijblom, veertigraad te Dordrecht, dat bij de scheiding van de goederen, die hun vader heeft nagelaten aan Jacobus de Vos is toebedeeld een huis in de Wijnstraat, staande tussen het huis van Balthasar Waelen en dat van Willem Raelhoff, met een stal of achterhuis, uitkomende in het Rozemarijnstraatje [’s Heer Boeijenstraat] resp. de paardenstal.

ONA Dordrecht inv. 193, f. 18: op 19 mrt. 1693 verklaart Jacobus de Vos, apotheker en burger van Dordrecht, schuldig te zijn aan zijn zwager Willem Heijblom een somma van 3500 gl.

Kinderen (o.a.; allen gedoopt te Dordrecht);

a. Maria, 30 sept. 1686

b. Emmerentie, 1 dec. 1688

c. Jacobus, 12 sept. 1692

d. Abraham de Vos, 5 mrt. 1698, trouwde 1 april 1728 Theodora Goris

Kinderen:

d-1. Helena Sibilla, gedoopt NG Dordrecht 20 juli 1731

d-2. Jacobus, gedoopt NG Dordrecht 7 jan. 1734

d-3. Sijbilla, gedoopt NG Dordrecht 21 aug. 1736

e. Theodorus de Vos, 8 mei 1699, trouwde 21 sept. 1725 Willemina Tiers

Kinderen:

e-1. Jacobus, gedoopt NG Dordrecht 4 dec. 1726

e-2. Stephanus, gedoopt NG Dordrecht 12 mei 1728

f. Marij Elisabet, 5 juli 1700

g. Isaac, 14 jan. 1702

h. Nicolaus, 26 febr. 1703

i. Samuel, 1 okt. 1706

j. Sijbilla, 2 nov. 1708