Dibbets

Literatuur:

https://www.genealogieonline.nl/genealogie-schapekoppen/I18187.php

I. Johannes Dibbetzius Hendrixsz., van Duisburg in het Land van Kleef (1602), predikant te Brielle, te Dordrecht 7 aug. 1597, overleden 3 dec. 1625, trouwde NG Dordrecht 12 mei 1602 (door schrijven van Arnhem, op 2 juni 1602 bescheid gegeven om te Arnhem te trouwen) Fransken van Dans Jansdr., van Arnhem (1602)

Johannes Dibbetius

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Henricus Dibbets, juli 1603, volgt IIa

b. Johannes, juni 1605

c. Franciscus Dibbets, mrt. 1607, predikant, trouwde NG Dordrecht 2 sept. 1632 Adriana Cornelisdr. van Gesel

ONA Dordrecht inv. 184, f. 58: op 21 mrt. 1672 testeert Adriana van Gesel, weduwe van ds. Franciscus Dibbetius, predikant te Arnhem. Zij benoemt tot universele erfgename van al haar na te laten goederen haar dochter Franchijna Dibbetius, op voorwaarde, dat  de goederen, die zij, testatrice, van haar moeder geërfd heeft, zullen vererven op haar dochters kinderen, of bij ontbreken daarvan op de drie dochters van haar zuster Catharijna van Gesel, genaamd Lucretia, Elisabeth en Johanna de Man, of hun nakomelingen. Indien haar dochter zal komen  te overlijden zonder haar testament te hebben gemaakt, zullen alle door haar te erven goederen moeten toekomen aan haar kinderen, of indien zij geen kinderen nalaten zal, moeten die goederen komen aan de drie genoemde dochters van Catharijna van Gesel. Tot voogden over haar minderjarige erfgenamen benoemt zij Cornelis van Meeuwen, haar neef, en Abraham Stoop, haar aangetrouwde neef.

Kinderen:

c-1. Joannes, april 1634, jong overleden

c-2. Cornelia, jan. 1636, jong overleden

c-3. Franchijna Dibbets, ongehuwd, overleden in 1685

ONA Dordrecht inv. 190, f. 215: op 3 febr. 1685 testeert Franchina Dibbetius, ongehuwde persoon, ziek te bed liggende. Zij legateert aan het Armenhofje in de Vriesestraat een bedrag van 300 gl., om door de “vrunden” van het hofje aan iedere bewoonster uit de inkomsten  ervan ieder jaar 1 gl. uit te reiken, en aan de huisarmen van de diaconie te Dordrecht een bedrag van 1700 gl. Legaten voor haar neven en nichten [zie hieronder]. Tot erfgenamen van de goederen, die haar moeder van haar grootmoeder van moederszijde heeft geërfd, benoemt zij haar nicht Lucretia de Man, de kinderen van Elisabeth de Man, haar nicht, [verwekt door ds. Theodorus Abeerst, predikant te Oudewater], en de kinderen van haar nicht Johanna de Man, iedere staak voor een derde part, of bij gebreke van dien hun erfgenamen ab intestato van moederszijde. * Tot erfgenamen van hetgeen zij meerder heeft geërfd van haar moeder, benoemt zij Lucretia de Man voor een derde part en  Catharijna en Eva Abeerst, dochters van wijlen Elisabeth de Man, haar nicht, en Casparus Suggeraet, zoon van wijlen Johanna de Man, [bij haar verwekt door ds. Ludovicus Suggeraet], voor de overige twee derde parten. Zij legateert aan Lucretia de Man een somma van 1000 gl. en de helft van haar huisraad, roerende goederen, linnen, goud en zilverwerk , kleren, juwelen van goud en zilver, en aan Catharijna en Eva Abeerst de wederhelft van die goederen. Als alle genoemde erfgenamen komen te overlijden zonder nakomelingen na te laten, moeten de door hen te erven goederen versterven op de erfgenamen ab intestato van Cornelis van Gesel, de grootvader van moederszijde van de testatrice, voor een vierde part en voor de overige drie vierde parten op de erfgenamen ab intestato van Pieter van Scharlaecken en Machtelt van Scharlaecken, nl. de helft aan de nakomelingen van burgemeester Johan van Meeuwen en de andere helft aan de nakomelingen van Aletta van Scharlaecken. Tot executeurs en voogden over de te erven goederen van haar erfgenamen ab intestato van vaderszijde benoemt de testatrice ds. Johanne Dibbetius, haar neef, en doctor Johannes Becius, haar aangetrouwde neef, en tot executeurs en voogden over de te erven goederen van haar erfgenamen ab intestato van moederszijde oud-burgemeester mr. Jacob van Meeuwen, haar neef, en Abraham Stoop, haar aangetrouwde neef.

* Zie de pagina 1000e penning van Dordrecht anno 1626 op deze website, f. 6v.

ONA Dordrecht inv. 198, f. 258, akte dd 15 mrt. 1685 inventaris van de door Franchina Dibbetius nagelaten goederen, beschreven door notaris J. Melanen te Dordrechr, op verzoek van Lucretia de Man, mede-erfgename van de overledene, mr. Jacob van Meeuwem, oud-burgemeester, en Abraham Sttoop, burgemeester van het Gerecht te Dordrecht, als executeurs-testamentair en voogden over de onmondige erfgenamen, in aanwezigheid van ds. Theodorus Abeerst en Ludovicus Suggeraet, vaders van de voornoemde onmondige erfgenamen,  als getuigen.

Baten:

– rentebrieven en obligaties

– een huis, genaamd “Roosendael”, staande in de Wijnstraat omtrent de Beurs tussen het huis, genaamd “Blijenborch” en het hierna volgende huis, in welk huis juffr Dibbetius gewoond heeft  en is overleden. 

– een huis achter de paardenstal op de Varkenmarkt.

– een kelder onder het voorste huis, die is verhuurd aan Paul Eelbo voor 60 gl. p.j.

– de stad Dordrecht is schuldig aan deze boedel 40 gl. jaarlijks voor het gebruik van het erf tot aan de paardenstal.

– Maerten de sledenaar huurt het achterste huis op de Varkenmarkt met een deel van de tuin voor 72 gl. p.j.

– een benedenwoning in de Wijnstraat, staande tussen het boven genoemde huis en dat van Isaak van der Wal, verhuurd aan Johannes Rallie bontwerker voor 100 gl. p.j.

– zaailand in Nieuw Scharlaeckenoord onder Strijen, land in Mookhoek onder ‘s-Gravendeel, wei- en zaailand onder Mijnsheerenland, weiland in Oudeland van Strijen, weiland onder Nieuw-Bonaventura onder ‘s-Gravendeel, zaai- en weiland onder Oud-Cromstrijen, weiland in de Garing van Heinenoord, 

– gouden en zilveren munten.

– gouden ringen en zilverwerk.

Lasten.

– het voornoemde goud en zilverwerk, alsmede de huisraad, roerende goederen, kleren en juwelen zijn door de overledene gelegateerd aan Lucretia de Man voor de ene helft en aan Catharijna en Eva Abeerst voor de wederhelft.

– de overledene heeft uit de somma van 2000 gl., die haar boedel toekomt ten laste van de stad  Arnhem per reste van het tractement van ds. Franciscus Dibbetius, gewezen predikant aldaar, alsmede uit het weduwengeld van wijlen Adriana van Gesel, gelegateerd aan het Armenhofje in de Vriesestraat een bedrag van 300 gl. en aan de huisarmen van de diaconie te Dordrecht een somma van 1700 gl.

– zij heeft gelegateerd aan haar neef Johannes Dibbets of bij vooroverlijden zijn kinderen een bedrag van 1100 gl, aan ds. Franciscus Dibbetius, haar neef, of bij vooroverlijden zijn kinderen,  1100 gl., aan haar neef ds. Henricus Dibbetius, predikant in de Groote Lindt, of bij vooroverlijden zijn kinderen, 1100 gl., aan de kinderen van Theodorus Dibbbetius, haar neef, of bij vooroverlijden zijn kinderen, 1100 gl., aan Johanna Dibbetius , weduwe van kapitein Michiel van der Kesel, haar nicht, of bij vooroverlijden haar kinderen, 1100 gl., aan de kinderen van haar nicht Aletta Dibbetius samen 1100 gl., aan Catharijna Dibbetius, haar nicht, de vrouw van doctor Johannes Besius, of bij vooroverlijden haar kinderen, 1100 gl., aan Adamina Dibbets, de vrouw van Hartloff van Schellebeeck, haar nicht, of bij vooroverlijden haar kinderen, 1100 gl. en aan de kinderen van Marija Dibbetius, haar nicht, elk hun leven lang een somma van 25 gl. jaarlijks. 

ORA Dordrecht inv. 1631, f. 40: op 17 juli 1687 verkopen mr. Jacob van Mewen en Abraham Stoop, als executeurs-testamentair en voogden over de minderjarige erfgenamen van Franchijna Dibbets, enige dochter van wijlen Adriana van Gesel, weduwe van ds. Franciscus Dibbetius, alsmede ds. Ludovicus Suggeraet, predikant te ‘s-Gravenhage, als voogd van zijn onmondig kind [Casparus Suggeraet], door hem verwekt bij Johanna de Man, en Lucretia de Man, allen erfgenamen van Franchina Dibbets, voor 5500 gl. aan Johannes Beijen wijnkoper een huis, vanouds genaamd “Roosendael”, staande in de Wijnstraat omtrent het kaaswaaggebouw tussen het huis, genaamd “Blijenburgh” en het huis van Lucretia de Man.

d. Adam Dibbets, dec. 1613, volgt IIb

IIa. Henricus Dibbets, gedoopt NG Dordrecht juli 1603, predikant te Brielle, te Dordrecht 14 april 1633, overleden 22 febr. 1673, trouwde NG Dordrecht 28 nov. 1627 Janneken Bergaigne

Henricus Dibbetius Johannesz.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht, behalve Johannes):

a. ds. Johannes Dibbetius, gedoopt NG St. Anthoniepolder sept. 1628, predikant te Westmaas. (1651), ‘s-Gravendeel (1653), Tholen (1662), Brielle (1671) en Dordrecht (1673), emer. 1706, begraven Dordrecht 20 okt. 1709, trouwde 1e NG Westmaas 12/26 mei 1652 Maria van den Beek, gedoopt NG Dordrecht april 1623, overleden ald. 5 dec. 1675, 2e NG Tholen 9/30 aug. 1676 Elisabeth Borsselaer, 3e NG Dordrecht/De Lindt 19 okt./4 nov. 1681 Emma van der Kemp

ORA Dordrecht inv. 1643, f. 141: op 18 nov. 1710 verkopen “de heer Henricus Dibbetsz, Bedienaar des Godd: woorts binnen de Stad Leijden, ende de heer Johan Franchois Baljerts, Cap.n Luijtenant van een Comp.ie Voetknegten ten dienste deser Lande, etc. die een eenige zoon en Erfgenaam is vande heer Franchois Baljaart, in sijn leven Cap.n ten dienste deser Lande, in Huwelijck gehad hebbende Vrouwe Johanna Dibbetsz, beijde eenige ende universele Erfgenamen vande heer Johannis Dibbetsz, in sijn leven Emmeritus predicant binnen dese Stad”,  voor 2400 gl. aan Adriaan van den Sandheuvel Hendriksz., wonende te Dordrecht, “twee Huijsen ende Erve, geapproprieert ende gemaakt tot een wooninge, staande en gelegen in Steegoversloot binnen dese Stad”, tussen het huis van Jacobus Telder en dat van de stadhouder Hendrik Witting, en voor 375  gl. aan Lourens de Jongh, arts te Dordrecht, een huisje met een stal en koetshuis, staande in de Doelstraat schuin tegenover de Zakkendragersstraat, en naast het huis van Govert van Wel.

Kinderen (ex 1):

a-1. Henricus Dibbetius, geboren Tholen 20 aug. 1660, predikant te Philippine (1682), Bergschenhoek (1685), Maaslandsluis (1690), Leiden (1694), begraven Leiden (Pieterskerk) 9 febr. 1740, trouwde 1e Dordrecht 17 okt. 1683 Cornelia van Beverwijk, 2e Bergschenhoek 13 april 1687 Barbara van Kapelle, uit Noordwijk

a-2. Johanna Dibbets, trouwde Francois Baljaart, kapitein in Nederlandse dienst

b. Franciscus Dibbetius, sept. 1634, predikant te Tholen 1655-1693, trouwde 1e NG Dordrecht 4/20 april 1655 Lydia Cool, 2e NG Dordrecht 17 nov. 1658 (ondertrouw) Sophia van den Honert

ONA Dordrecht inv. 329, f. 48: op 7 mrt. 1665 testeert Thomas van den Honaert, ongehuwd persoon, wonende in Dordrecht. Hij legateert aan Hans Smits, notaris in Dordrecht, of bij diens vooroverlijden zijn kinderen, een somma van 1000 gl. Tot erfgenamen van al zijn overige na te laten goederen benoemt hij zijn zuster Sophia van den Honaert, echtgenote van ds. Franciscus Dibbetius, predikant in Tholen, of bij vooroverlijden haar kinderen, voor een 1/3 part, zijn zuster Geertruijd van den Honaert, voor een 1/3 part, en de kinderen van zijn zuster Margarita van den Honaert, de vrouw van Johan Stricke, samen voor een 1/3 part. Dat alles op voorwaarde, dat zijn moeder, Margarita Bordels, laatst weduwe van Cornelis van Esch, haar leven lang van die goederen het vruchtgebruik zal hebben. Tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen benoemt hij zijn zwagers Johan Stricke en ds, Franciscus Dibbetius.

ORA Dordrecht inv. 1624, f. 122v: op 4 juli 1674 verkoopt “Samuel vander heijden, Notaris binnen deser Stede, als last en(de) procuratie hebbende vande Eerwaerdige Do. Franciscus Dibbetius, predicant tot Tholen, als in Echte gehadt hebbende ende eenigh geinstitueerde Erffgenaem van Joffrouw Lidia Cools za.r die mede Erffgenaem was van wijlen d’hr. Arent Schut haren grootvader maternel za.r,” voor 3000 gl. aan Dionisius van der Kesel een huis in het Steegoversloot. staande op de hoek van de brug tussen de gracht en het huis, dat is gekocht door de weduwe Van den Heuvel, alsmede een gang met een huis erachter, tevoren geweest zijnde een mouterij en nu een werkhuis, staande in de Mariënbornstraat tussen het huis van Sijmon Crom en dat van Aert van Meeuwe.

c. ds. Hendricus Dibbetius, juni 1636, trouwde ca.  10 mrt. 1660 Abigail Schoormans

ONA Dordrecht inv. 198, f. 413: huwelijkse voorwaarden dd 10 mrt. 1660 tussen Henricus Debits de jonge, predikant te Groote Lindt en Heeroudelandsambacht,  geassisteerd met zijn ouders Henricus Dibbets en Jennetta van Bergaigne, enerzijds en Abigail Schoormans, jonge dochter, geassisteerd met haar ouders Johan Schoormans en Margarita Roongna, anderzijds.

ONA Dordrecht inv. 198, f. 412: op 4 aug. 1679 benoemt ds. Henricus Dibbetius, predikant in Groote Lindt, ziek in bed liggende, tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen zijn broer Johannes Dibbetius, predikant te Dordrecht, en zijn zwager Johannes Melanen, notaris te Dordrecht. 

ONA Dordrecht inv. 198, f. 416: inventaris dd. 1 juni 1686 van de goederen, die zijn nagelaten door ds. Henricus Dibbetius, predikant te Groote Lindt en Jeronimusambacht, beschreven op verzoek van ds. Johannes Dibbetius en Johannes Melanen, als voogden over de nagelaten weeskinderen van ds. Henricus Dibbetius, en Henricus Dibbetius, Johannes Dibbetius en Margrieta Dibbetius, diens nagelaten kinderen. 

Baten:

9 morgen 150 roeden weiland, liggende in drie percelen in de heerlijkheid Maasdam

een 1/32 part in twee fluitschepen, genaamd “de Stadt Dordrecht” en “den Vliegenden Arent”, “gedestineert totte walvisvangst”

rentebrieven en olbigaties

het tractement van de overledene tot 30 juni 1686   195 gl. 

muntgeld

Schilderijen: 

een groot schilderij met een vrouw en kind, die bidden, een schilderij, zijnde een historie uit Ovidius, een landschap, een vanitas, een boerenkermis, een landschapje, een schilderij met een paus, een man met een wijnroemer in zijn hand, een wildeman,

Het wapen van Sleen in Drenthe heeft twee wildemannen.   

twee landschapjes, een landschap, wat groter, met een muilezel, een landschapje aan het water, een schilderij met een wijnroemer en een bierglas, een schilderij met een “frutagie”, een schilderij van de drie wijzen uit het oosten, een herderstent met beesten, twee landschappen, twee pausen, de portretten van de oude Henricus Dibbetius en zijn vrouw zaliger met glas ervoor, de portretten van de overledene en zijn vrouw, een landschap, een schilderij met Maria, een schilderij met een vrouw, die werkt, een schilderij met Actaeon en Diana,

Bestand:Joachim Wtewael - Diana and Actaeon.jpg

Joachim VVtewael, Diana en Actaeon (1608)

[Aktaion was een uitmuntend jager. Op een zekere dag was hij op jacht samen met zijn vijftig honden in het dal Gargaphië bij de stad Orchomenos. Hij was dorstig en wilde drinken uit het stroompje dat door het dal stroomde. Plots zag hij daar de godin van de jacht Artemis. Samen met een paar nimfen was zij naakt aan het baden in de bron waaruit het riviertje ontsproot. Aktaion stond stil en staarde naar de schoonheid van de maagdelijke godin. Vertoornd over het feit dat hij haar bespiedde veranderde Artemis hem in een hert. Terwijl de arme jager zich realiseerde wat er met hem was gebeurd merkten zijn jachthonden hem op. Ze herkenden hun meester niet en gingen hem achterna. Aktaion sloeg op de vlucht maar werd snel ingehaald en verscheurd (OvidiusMetamorphosen, III 138-152).  (Wikipedia)]

een groot schilderij, zijnde een keuken.

Ziverwerk, linnen, porselein, huisraad en meubelen.

Lasten:

ds. Dibbetius heeft in zijn testament, dat hij heeft gepasseerd ten overstaan van notaris W. Caducx op 30 mei 1686 geprelegateerd aan zijn drie jongste kinderen, genaamd Franchoijs, Margrieta en Pieter Anthonij Dibbetz, elk een somma van 1000 gl., en gelegateerd aan zijn dienstmaagd Margrita Dirksdr. van Sleij een bedrag van 500 gl. en aan de armen van Groote Lindt een bedrag van 100 gl. 

Kinderen (volgorde onzeker): 

c-1. Henricus Dibbetius

c-2. Johannes Dibbetius

c-3. Margrita Dibbetius 

c-4. Franchoijs Dibbetius

c-5. Pieter Anthonij Dibbetius

d. Diderick (Theodorus) Dibbets, jan. 1640, trouwde ca. 1665 Cornelia Schoormans

ORA Dordrecht inv 1624, f. 64v: op 13 sept. 1673 verkoopt “Paulus van Esch, Coopman en(de) Borger alhier ter Stede, als getrouwt hebbende Joffr. Elijsabeth Schoormans, soo voor sijn selven als vervangende en hem sterckmaeckende voor sijn Swager Do. Theodorus Dibbetius Bedienaer des Godelijcken Woorts tot Barendrecht in Echte hebbende Joffr. Cornelia Schoormans, alsmede Erffgenaemen van haer vader de hr. Johan Schoormans in sijn leven uijtten Achte deser Stadt” voor 600 gl. aan Jacobus  Sijmonsz. van Driel, lijstenmaker en burger van Dordrecht, een huis in de Doelstraat op de hoek van de Zakkendragersstraat, staande naast het huis van Israel Couvijn schilder.

Kind:

d-1. Henricus, gedoopt NG Dordrecht 6 aug. 1666

IIb. Adam Dibbets, gedoopt NG Dordrecht dec. 1613, jongman van Dordrecht wonende bij de Grote Kerk (1635), weduwnaar van Dordrecht wonende omtrent de Tolbrug (1641), apotheker, trouwde 1e NG Dordrecht 8 april 1635 Catharina Gillisdr. van Boudonck, van Dordrecht wonende bij de Vleeshouwersstraat (1635), 2e NG Dordrecht 25 aug. 1641/10 sept. 1641 Cornelia van Beverwijck, jonge dochter van Dordrecht wonende omtrent het Groothoofd (1641)

ORA Dordrecht inv. 1612, f. 18 e.v.: op 14 mei 1647 verkoopt Adriana de Beveren, vrouw van Meerdervoort en het Cortambacht van Zwijndrecht, aan dr. Adam Debits, achtraad van Dordrecht, een huis tussen de Visbrug en de Tolbrug, genaamd “den Dolphijn en Brunswijck”, strekkende van de Voorstraat tot op de haven, aan de rechterzijde van voren belend door het huis van Adriaen Vinck de oude en van achteren door het huis van Helman van de Heuvel plateelbakker en aan de linkerzijde van voren en van achteren door het huis van mr. Dirck.

Kinderen (allen NG gedoopt te Dordrecht):

Ex 1:

a. Janneken, 20 sept. 1637

b. Johanna Dibbets, okt. 1638, jonge dochter van Dordrecht wonende bij het stadhuis (1656), trouwde NG Dordrecht 13/29 febr. 1656 Michiel van der Kesel, jongman van Dordrecht wonende voor het Bagijnhof (1656), koopman

c. Alidt, sept. 1639 

Ex 2:

d. Catharina Dibbets Adamsdr., gedoopt NG Dordrecht juni 1642, jonge dochter van Dordrecht wonende in het Steegoversloot (1662), trouwde NG Dordrecht 29 jan./14 febr. 1662, trouwde NG Dordrecht 29 jan./14 febr. 1662 dr. Johan Becius, gedoopt NG Dordrecht sept. 1626, jongman van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug (1662), trouwde NG Dordrecht 29 jan./14 febr. 1662 dr. Johan Becius, gedoopt NG Dordrecht sept. 1626, jongman van Dordrecht wonende bij de Wijnbrug (1662), doctor in de medicijnen, “Genees-meester” (gaf anatomische lessen in de gildekamer van de chirurgijns in de Wijnkoperskapel) vanaf 1664 (Balen, o.c., p. 658), oudraad en schepen van Dordrecht, zoon van Carel Becius en Adriana Meijs

e. Bartholomeus, 18 juli 1643

f. Johannes, sept. 1644

g. Maria, 23 dec. 1646

h. Adamina Dibbets, 9 mei 1650, jonge dochter van Dordrecht wonende bij de Munt (1673), trouwde NG Dordrecht/Papendrecht 23 juli/6 aug. 1673 Hartloff van Schellebeeck, jongman van ‘s-Hertogenbosch wonende in de Wijnstraat (1673), koopman