Schijvelberg

I. Dirck Schievelbergh, jong gezel van Wesel wonende te Rotterdam (1626), wijnkoper, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 24 dec. 1662 (een baar voor Dirck Schijvelberg op de Nieuwe Haven, twee maal luiden), trouwde NG Dordrecht 13/29 sept. 1626 Maria Pieter Bartholomeusdr. (Pesen) gedoopt NG Dordrecht febr. 1609, van Dordrecht wonende in de Gravenstraat (1626), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 14 febr. 1684 (een zwarte baar voor de weduwe van Dirk Schijvelberg op de Nieuwe Haven bij de Wolweverskade), dochter van Pieter Bartolomeusz. wijnkoper en Mensken Willems Meulen

Weeskamer Dordrecht inv. 24, f. 255v, akte dd 22 mei 1663: extract van het testament van Dirck Schivelberch, koopman te Dordrecht, en zijn vrouw Maria van Pesen, gepasseerd voor notaris A. van Neten te Dordrecht op 20 dec. 1662. Zij benoemen tot erfgenaam de langstlevende van hen beiden en tot voogden over hun minderjarige erfgenamen de langstlevende en mr. Nicolaes Stoop, schepen in wette van Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1621, f. 41: op 11 aug. 1665 verkoopt “Arent van Neten Notaris als bij Mijn Ed. heeren van(de) Gerechte der Stadt Dordrecht geauctoriseert sijnde tot de vercoopinge van(de) huijse genaempt St. Nicolaes toebehoort hebben(de) Arnoldus Wassenburch,” voor 1575 gl. aan Maria Pesen, weduwe van Dirck Schijvelberch, een huis omtrent de Riedijk, staande tussen het huis van Dirck Jacobsz. van de Graeff en dat van Cornelis Notemans.

ORA Dordrecht inv. 1625, f. 80: op 7 mrt. 1676 verkoopt Willem Saeijers, burger van Dordrecht, voor 400 gl. aan Maria Pesen, weduwe van Dirck Schijvelberch, een huis in het Wilgenbos buiten Dordrecht, staande tussen het huis van de weduwe van Adriaen Braets en dat van de erfgenamen van kapitein De Raven.

ORA Dordrecht inv. 1626, f. 10: op 13 april 1677 verkoopt “Dirck Aelderts de Veer, Coopman, en(de) Borger alhier ter Stede Soo voor sigh selven, en(de) als voocht over de naergelate dochter van sijn za.r broeder Laurens Aelderts de veer, mitsgrs. de kindren van sijn overlede Suster Anna Aelderts de Veer, vervangende en(de) hem sterckmakende voor sijne mede voocht Johan Godijn, Coopman tot Amsterdam Item noch als last en(de) procuratie hebbende van sijne suster Aletta Aelderts de Veer wed. van za.r Johan Francken, in sijn leven Coopman, ende Borger deser Stadt, Blijckende bij deselve pro.r op gistre gepasseert voor den Nots. Arent van Neten en(de) sekere getuijgen binnen deser Stede residen(de) ons Schepenen verthoont, alle te samen kindren en(de) Erffgen. van wijlen Maria Laurens van Elslo, wed.e was van Jan Aelderts de Veer beijde za.r “, voor 1000 gl. aan Maria Pesen, weduwe van Dirck Schijvelberch, een huis op de Hoge Nieuwstraat, staande tussen het huis van Thielman Hagen en dat van Thiel Moree.

ORA Dordrecht inv. 1626, f. 46v: op 12 aug. 1677 verkoopt Maria Pesen, weduwe van Dirck Schijvelbergh, voor 3500 gl. aan Adolph van der Linde, koopman en burger van Dordrecht, een huis in de Gravenstraat met een klein huis ernaast, staande tussen het huis van Pieter Gelsdorp en dat van de weduwe van Lodewijk Lambertsz. van der Heijden.

ORA Dordrecht inv. 1627, f. 73: op 11 nov. 1679 verkoopt Maria Pesen, weduwe van Dirck Schijvelberch, voor 400 gl. aan Jacob Jansz. van Soutkeeten, burger van Dordrecht, een huis in het Wilgenbos buiten Dordrecht, staande tussen het huis van de weduwe van Adriaen Braets en dat van de erfgenamen van kapitein De Raven.

ORA Dordrecht inv. 1643, f. 115v: op 17 juli 1710 verkoopt “Pieter van Zeebergen, woonende binnen dese Stadt, als in huwel: hebbende Juffr. Anna Cornelia Schijvelberg soo voor sijn selven ende nogh als Speciale Last en procuratie hebbende vande heer Johan van Zanten mede woonende alhier als getrout hebbende Juffr. Maria Schijvelberg, sijnde deselve procuratie gepasseert den 2en Julij 1710 voor den notaris Pieter Venlo en Seeckere getuijgen binnen dese Stadt residerende mitsgrs. nogh van de hr. Thieleman Becker, woonende tot Rees, als getrout hebbende Vrouwe Catarina Schijvelbergh, ende vande hr. Jan Adolff Baghman, woonende tot Kalcker, als getrout hebbende Vrouwe Geertruijt Schijvelbergh, sijnde deselve procuratie gepasseert den 15en Maart deses jaars 1710 voor Schepenen van alden Kalcker, beijde ons Schepenen vertoont, alle Erffgen: van wijlen Juffr. Maria Peese, die wed:e was vande hr. Dirck Schijvelbergh”, voor 2750 gl. aan Christiaen Logeman, koopman te Dordrecht, “Een packhuijs met de huijskens Ende het open Erff daar annecx genaamt Vosmeer staande ende gelegen op de Trappiers ofte Wollewevershaven binnen dese Stadt (welck open Erff den Cooper als een vrij en eijgen gront vermagh te betimmeren sonder becroon van Imand, niet tegenstaande het gemelde huijs vande heer Franchois Francken voor als nogh eenen uijtgangh op dit gecogte erff in desen heeft, edogh niet anders dan bij vergunning en tot wederseggens vanden eijgenaar van het gecogte in desen, volgens de Oude brieven en beschijden daar van sijnde,”, staande tussen het pakhuis, dat door de koper is gekocht van Isaacq Auxbrebis en daar achter langs de rivier “springende” aan de ene zijde en het huis van Franchois Francken aan de andere zijde.

Kinderen (o.a.; allen NG gedoopt te Dordrecht):

a. Bartholomeus Schijvelberg, geboren naar schatting ca. 1630, volgt II

b. Hendrik, dec. 1632

c. Duwertgen (Divera) Schijvelberg, febr. 1636, jonge dochter van Dordrecht wonende op het Nieuwe Werck (1658), weduwe wonende te Dordrecht (1664), begraven Amsterdam 12 april 1673 (Divera Schijvelberg, de vrouw van Matthias Engelbrecht, op de Fluwelenburgwal, eigen graf), trouwde 1e NG Dordrecht 18 aug./17 sept. 1658 Eduard van Wisselt, jongman van Amsterdam en daar wonende (1658), koopman, 2e NG Amsterdam 19 jan. 1664 (ondertrouw) Mathias Engelbrechts, wonende op de Fluwelen Burgwal (1664), koopman

ONA Amsterdam inv. 2367, akte 223842: op 9 april 1670 bevestigt Divera Schijvelbergh, de vrouw van Matthijs Engelbrecht, koopman te Amsterdam, het testament, dat zij met haar man heeft gepasseerd voor notaris A. van Neten te Dordrecht op 21 juli 1664, met uitzondering van de hierna volgende bepaling. Zij wenst, dat het het bedrag van 14.000 gl., dat bij vooroverlijden van haar moeder uitgekeerd zou worden aan de nakomelingen van haar broer en zusters, m.n. Bartholomeus, Catharina, Swana Maria en Geertruijd Schijvelberg, bij haar overlijden “genoten” zullen worden door haar broer en zusters, elk voor een vierde part. Als zij echter zonder kinderen na te laten komen te overlijden, zal hun aandeel vererven op de overige broer en zusters. Zij legateert aan de NG armen in Dordrecht 1000 gl. en aan haar drie zusters of bij vooroverlijden hun nakomelingen haar roerende goederen, schilderijen, boeken, zilverwerk, kleren, kleinodiën en juwelen, zoals zij die beschreven heeft in een afzonderlijk geschrift.

ONA Amsterdam inv. 2372, akte 212774: op 1 juli 1676 testeert Matthijs Engelbrecht, koopman te Amsterdam. Hij legateert o.a. aan zijn schoonzusters Catharina Schijvelbergh, de vrouw van Isaacq Auxbrebis, Zwana Maria Schijvelbergh, weduwe van Gerart Brandwijck, wonende te Dordrecht, en Geertruijd Schijvelbergh, de vrouw van Jan van der Meer, de bedden en andere roerende goederen, die hij van zijn overleden vrouw Divera Schijvelbergh in lijftocht heeft bezeten, alsmede een schilderij van D’Hondecoeter, zijnde een kalkoense haan en ander gevogelte, mits zij aan zijn dienstmaagd Hendrickje Arentsdr. van Rensveen een bedrag van 150 gl. betalen.

Melchior d’Hondecoeter, gevogelte

Als zijn dienstmaagd zonder wettige nazaten komt te overlijden, zal een aan haar gelegateerd bedrag van 8000 gl. vererven op de kinderen van testateurs zwager Bartholomeus Schijvelbergh. Hij legateert aan de vijf kinderen van Bartholomeus Schijvelbergh, wonende te Dordrecht, elk een somma van 2000 gl. Tot erfgenamen van zijn na te laten goederen, na aftrek van de diverse legaten, benoemt hij Catharina, Zwane Maria en Geertruijd Schijvelbergh, zijn schoonzusters of bij vooroverlijden hun kinderen. Tot executeurs van zijn testament benoemt hij Isaacq Auxbrebis en Jan van der Meer, zijn zwagers, en twee Waalse predikanten, die door zijn zwagers gekozen moeten worden.

Kind (ex 1):

c-1. Maria, gedoopt NG Rotterdam 28 jan. 1661

d. Catharina Schijvelberg, april 1641, van Dordrecht en daar wonende (1661), begraven Amsterdam 23 april 1707 (Catharina Schijvelberg, de vrouw van Isaac Auxbrebis, op de Fluwelenburgwal), trouwde NG Amsterdam 5 febr. 1661 (ondertrouw) Isaack Auxbrebis (Verbies), geboren ca. 1636, van Wesel wonende op de Koningsgracht (1661), koopman

ONA Amsterdam inv. 3609, akte 125131: op 5 dec. 1669 testeren Isaacq Auxbrebis en zijn vrouw Catharina Schievelbergh. Zij benoemen tot hun erfgenaam de langstlevende van hen beiden, zolang die niet gaat hertrouwen. Tot voogden over hun minderjarige erfgenamen stellen zij aan Adriaen Brugman en Matthijs Engelbrecht.

ORA Dordrecht inv. 1643, f. 90 e.v.: op 15 mrt. 1710 verkoopt Gosewijnus van Beest, wijnkoopman te Dordrecht, als procuratie hebbende van Isacq Aux Brebis, wonende te Amsterdam, volgens procuratie gepasseerd voor notaris P. Schabaalje te Amsterdam op 4 dec. 1709, voor 1100 gl. aan Kristiaan Logeman, wijnkoopman te Dordrecht, een pakhuis of wijnkelder op de Wolwevershaven, staande naast het huis van Catarina van Beaumont, weduwe van Johan de Witt, oudraad van Dordrecht, en daarachter belend door het huis van Pieter van Zeeberg c.s, dat eerstdaags mede aan Logeman getransporteerd zal worden

e. en f. Meiusje en Swana Maria Schijvelberg, 11 nov. 1643

Swana Maria Schijvelberg, jonge dochter van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1666), trouwde NG Dordrecht 13/29 juni 1666 (proclamatie in de Waalse kerk) mr. Gerard Brandwijk, weduwnaar (1666)

ONA Dordrecht inv. 194, f. 277: op 3 juli 1697 comp. voor een Dordtse notaris Swana Maria Schijvelberch, vrouwe van Bleskensgraaf, weduwe van mr. Geraert Brantwijck, haar zoon Geeraert Brantwijck, Adriaen Hoogeveen, schepen in wette van Dordrecht, als man van Magdalena Gevaerts en Hugo Repelaer, als man van Marija Gevaerts, voor zichzelf en tevens vervangende mr. Ocker Gevaerts, raadpensionaris van Brielle, allen kinderen van wijlen Yda Brantwijck en samen erfgenamen van Willem Brantwijck, hun aangetrouwde grootvader resp. overgrootvader, van Magdalena van de Wercken, hun aangetrouwde tante resp. oudtante, en van Geertruijt Brantwijck, hun zuster resp. tante. De comparanten verlenen procuratie aan Steven van der Vlies, burger van Dordrecht, om te ontvangen van de bewindhebbers van de WIC (kamer Rotterdam) “soodanige uijtdeelingeen ofte affgiften in gelde als in obligatiën” van twee kapitalen, het ene van 2000 gl. oud kapitaal en het andere van 2600 gl. oud kapitaal, door Geertruijd Brantwijck verhoogd in jan. 1675 met resp. 300 en 390 gl. nieuw kapitaal, alsmede om deze kapitalen over te schrijven op naam van mr. Herman van de Honert te Dordrecht.

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 137: op 8 juli 1702 verkoopt Johannis Hulsthout, burger van Dordrecht, als procuratie hebbende van Swana Maria Schijvelberg, vrouwe van Bleskensgraaf, weduwe van Gerrard Brandwijck, voor 625 gl. aan Jacobus Lockemijer, burger van Dordrecht, een huis omtrent het Nieuwpoortje, staande tussen het huis van Govert Staalsmith en dat van Adriaan de Haan.

Kinderen:

e-1. Ocker, gedoopt NG Dordrecht 13 april 1668

e-2. Maria Magdalena, gedoopt NG Dordrecht 3 okt. 1671

e-3. Gerard Brantwijk, gedoopt NG Dordrecht 6 sept. 1673

ONA Dordrecht inv. 1632, f. 108: op 29 juni 1690 verkoopt mr. Ocker Gevaerts, advocaat voor het Hof van Holland, wonende te Dordrecht, voor zichzelf en tevens vervangende Adriaan Hoogeveen, als man van Magdalena Gevaerts, en Hugo Repelaer, als man van Maria Gevaerts, voor de ene helft en als voogd van de minderjarige zoon van mr. Gerard Brantwijck voor de helft in een derde part, en nog als procuratie hebbende van Swana Maria Schijvelberg, weduwe van mr. Gerard Brantwijck, als voogdes van haar minderjarige zoon, Gerard Brantwijck, voor een derde part, allen erfgenamen van Geertruijt Brantwijck, voor 2600 gl. aan Gijsbertus Arlebout, wonende te Dordrecht, een huis in de Wijnstraat omtrent de Wijnsteiger, staande tussen het huis van Jerefaes Francken en dat van Willem Borgers.

ONA Dordrecht inv. 194, f. 152: op 10 jan. 1697 testeert Geeraert Brantwijck, heer van Bleskensgraaf. Hij legateert aan de huisarmen van de NG diaconie van Dordrecht een bedrag van 300 gl. en aan de huisarmen van Bleskensgraaf 200 gl. In alle overige door hem na te laten goederen benoemt hij tot erfgename zijn moeder Swana Maria Schijvelberg, vrouwe van Bleskensgraaf, weduwe van mr. Geeraert Brantwijck. Indien zij vóór de testateur komt te overlijden benoemt hij tot zijn erfgenamen zijn tante Catharina Schijvelberg, de vrouw van Isaaq Verbies, en zijn tante Geertruijt Schijvelberg, de weduwe van mr. Johan van der Meer, of bij vooroverlijden van zijn tantes hun nakomelingen en de kinderen van zijn oom Bartholomeus Schijvelberg, iedere “staak” voor een derde part. Tot voogden over zijn minderjarige erfgenamen stelt hij aan zijn aangetrouwde oom Isaack Auxbrebies en zijn neef Johan Adolph Bachman.

f. Petrus, 28 mrt. 1646

g. Geertruijd Schijvelberg, 4 april 1647, jonge dochter van Dordrecht wonende ald. (1672), begraven Dordrecht (Grote Kerk) 6 sept. 1713 (Geertruijd Schijvelberg, weduwe van mr. Johan van der Meer, wapenbord, het huis met rouw behangen, vier sleepmantels, elf koetsen extra), trouwde NG Rotterdam 31 jan. 1672 (ondertrouw, attestatie van Dordrecht dd 14 febr. 1672) mr. Johan van der Meer, weduwnaar van ‘s-Gravenhage wonende op de Nieuwe Haven te Rotterdam (1672) ontvanger-generaal van de konvooien en licenten ter admiraliteit van Rotterdam, zoon van mr. Abraham van der Meer en Marija van de Corput

ORA Dordrecht inv. 1639, f. 145: op 9 okt. 1702 verkoopt Johannis Hulsthout, oud-burgerkapitein te Dordrecht, als procuratie hebbende van Geertruijd Schijvelberg, weduwe van mr. Johan van der Meer, ontvanger-generaal van de konvooien en licenten ter admiraliteit van Rotterdam, voor 9200 gl. aan Cristiaen Cloens, Pieter Cloens en mr. Arnold Cloens, gebroeders en kooplieden te Dordrecht, een groot huis met pakhuis, korenzolders en wijnkelder, staande op de Dwarskade aan de Nieuwe Haven tussen het huis van mr. Johan de Witt en dat van Matthijs Paradijs.

Kind:

g-1. Abraham, gedoopt NG Rotterdam 8 dec. 1672

II. Bartholomeus Schijvelberg, geboren ca. 1630, jongman van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1654), wijnkoopman, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 5 juni 1682 (een zwarte baar op de Boom voor kapitein Bartelmeeus Schijvelburgh, twee maal luiden), trouwde NG Dordrecht 30 aug. 1654 (ondertrouw, per schrijven van Amsterdam, bescheid gegeven om te Amsterdam te trouwen op 18 sept. 1654) Maria van Wisselt, gedoopt NG Amsterdam 11 mei 1631, jonge dochter van Amsterdam en daar wonende (1654)*, begraven Dordrecht (Grote Kerk) 5 mrt. 1667 (een zwarte baar op de Drappierskade voor Marija Wisselt, de vrouw van Bartelmeeus Schijvelburgh, vier maal luiden), dochter van Dirck van Wisselt, koopman te Amsterdam, en Catrijna Rombout Jacquesdr.

* NG trouwboek Amsterdam 14 aug. 1654: Bartholomeus Schijvelberg, van Dordrecht, 24 jaar oud, koopman, wonende te Dordrecht, geassisteerd met zijn vader Dirck Schijvelberch, en Maria van Wisselt, van Amsterdam, 21 jaar oud, geassisteerd met haar moeder Catrina Rombouts, wonende op de Keizersgracht

ONA Dordrecht inv. 296, f. 265: op 13 mei 1665 verkoopt Huijbert Pietersz. van Ambroeck, koopman wonende op de Maaslandsesluis, aan Bartholomeus Schijvelberch, koopman van wijnen en burger van Dordrecht, een achtste part in een hoekerschip, genaamd “het Wapen van Dort” en voorheen “St. Anthonij”.

ONA Dordrecht inv. 331, f. 203: op 2 sept. 1667 komen Philps Op de Beeck, Bartholomeus Schijvelbergh en Matthijs van Alssem overeen om elk voor een derde part te laten maken een schip of jacht, genaamd “Carolus Quintus”, dat in het aanstaande seizoen naar Duitsland zal varen.

Kinderen (allen NG gedoopt in Dordrecht):

a. Maria Schijvelberg, 8 mei 1655, trouwde Gerecht/NG Dordrecht 2 okt. 1701 (volgens attestatie van ondertrouw van Wesel) Johan van Zanten (van Santen), doctor in de rechten, oud-schepen van Wesel

b. Catarina Schijvelberg, 10 juli 1656, van Dordrecht wonende op de Nieuwe Haven (1679), trouwde NG Dordrecht 14/30 mei 1679 Rudolph Wilhelm Becker, jongman (1679), kapitein van een compagnie voetknechten in Nederlandse dienst

c. Anna Cornelia Schijvelberg, 24 april 1658, trouwde NG Dordrecht 18 april 1683 Pieter Zeebergh (zie genealogie Zeebergen op deze website)

ORA Dordrecht inv. 1656, f. 189v: op 11 jul 1743 verkopen mr. Tielman van Zeebergh, raad en burgemeester van Gouda, en Ludovicus van Zeebergh, predikant te Gorinchem, als executeurs-testamentair van hun moeder Anna Cornelia Schijvelbergh, weduwe van Pieter Zeebergh, voor 1350 gl. aan Jacobus de Vos, apotheker en burger van Dordrecht, een huis voor het Bagijnhof, staande tussen het huis van de juffrouwen Steenbergen en dat van de verkopers.

d. Diderica, 20 dec. 1660

e. Geertruijd Schijvelberg, geboren naar schatting ca. 1663, jonge dochter van Dordrecht wonende te Arnhem (1688), trouwde NG Dordrecht 1 febr. 1688 (ondertrouw) Johan Adolf Bachman, jongman (1688), raad van de Keurvorst van Brandenburg en richter te Alden-Kalkar, trouwde 1e Elisabeth Mechtelt Hillesheim

f. en g. Machelina en Agnieta, 30 okt. 1665